Kijken en bekeken (1)

Lavery, John; Daylight Raid from My Studio Window, 7 July 1917; National Museums Northern Ireland; http://www.artuk.org/artworks/daylight-raid-from-my-studio-window-7-july-1917-122334

Een jonge vrouw, met haar rug naar ons toe, leunt met één knie op een bank die tegen het grote, halfopen raam van een Londens herenhuis staat. Ze staart naar buiten, haar handen gespreid over de rugleuning van de bank, en ze baadt in een zacht, vroeg avondlicht dat de schoorstenen van de gebouwen rechts van het raam een krijtachtig grijze tint geeft, en die aan de linkerkant een lichtroze.

Kijk je naar de datum van het schilderij, 1917 dan begin je te beseffen dat de stipjes hoog in de lucht geen vogels zijn maar zoals de titel zegt, een raid van vliegtuigen net voor het donker wordt. Zij bekijkt vanuit het schildersatelier de avondlucht.

Het licht valt op voorwerpen in de kamer: flessen op de diepe vensterbank en een pot vol met penselen. Deze pot staat tegen een kleine, ronde spiegel die tegen bleke houten luiken leunt, opgevouwen aan één kant van de vensterbank. De spiegel is helderwit waar het licht erop valt. Het licht valt ook op het rode, krullende haar van de vrouw, dat tot aan haar kaak reikt, en op de kanten rok van haar geel-crèmekleurige jurk, die lange, strakke mouwen heeft, een nauwsluitend bovenstuk en een smalle, crèmekleurige sjerp in haar taille. Haar roze satijnen schoenen nemen de dieproze, rode en oranje kleuren over van het dikke tapijt waarop één voet rust. Het roze sluit ook aan bij de kleuren van de bank en een groot fluwelen kussen rechts, waaronder een opgevouwen krant tevoorschijn komt, wat zorgt voor nog een witte accenten.

Bekijk ook:

Banksy de ware

“Verhalen geven het leven niet alleen een mate van bestendigheid, ze zijn ook helend. ‘Al het leed wordt draaglijk als je het inpast in een verhaal, of er een verhaal over vertelt’, aldus het motto dat Hannah Arendt aan een van haar hoofdstukken in The Human Condition meegeeft. De pijn die is ingebed in een verhaal krijgt de kans zich te hechten aan een specifieke levensgang. Dat maakt de pijn niet minder, maar kan er op z’n minst voor zorgen dat zij niet sprakeloos blijft en dus zonder betekenis. Sprakeloos leed zal het individu blijvend verteren als een ‘niets zonder einde’, verhalend leed heeft een begin en een einde.

Zodra we de kindertijd achter ons laten, een tijd waarin we nog op onmiddellijke wijze konden samensmelten met de wereld en nog geen weet hadden van onze sterfelijkheid, worden we melancholische wezens. Het verlies van deze oorspronkelijke eenheid is, tezamen met het besef van vergankelijkheid, een traumatische gebeurtenis. Oftewel: de mens hoeft geen persoonlijk verlies te ervaren of oorlog te ondergaan om pijn te lijden. We zijn van huis uit getraumatiseerde dieren; verhalen verzachten onze existentiële pijn.

Het is aan de kunst om ons hieraan blijvend te herinneren en ons thuis te laten komen in het trauma dat leven heet.”

Hans Schnitzler ‘Melancholische wezens’ verschenen in A Tale of Hidden Histories (De Groene Amsterdammer 12 maart 2019)

Alberto Giacometti, The Walking Man I, 1960. Bronze, 72” high. Guggenheim, Bilbao.

The sculptures of Swiss artist Alberto Giacometti (1901-1966) perhaps best express the existentialist spirit. Although Giacometti never claimed that he pursued existentialist ideas in his art, his works brilliantly capture the spirit of that philosophy. Indeed, Sartre, Giacometti’s friend, saw the artist’s figurative sculptures as the personification of existentialist humanity – alienated, solitary, and lost in the world’s immensity. Giacometti’s sculptures of the 1940s are thin, nearly featureless figures with rough, agitated surfaces. Rather than conveying the solidity and mass of conventional bronze sculpture, these thin and elongated figures seem swallowed up by the space surrounding them, imparting a sense of isolation and fragility. Giacometti’s evocative sculptures spoke to the pervasive despair that emerged in the aftermath of world war.

Fred S. Kleiner, Gardner’s Art Through the Ages: The Western Perspective, vol. 1, 15th ed., (Boston: Cengage Learning, 2010), 831.

Alberto Giacometti, Drei schreitende Männer (kleines Quadrat), 1948, Bronze, 72 x 32,7 x 34,1 cm, Fondation Giacometti, Paris © Succession Alberto Giacometti / ADAGP, Paris, 2025

“De sculpturen van de Zwitserse kunstenaar Alberto Giacometti (1901-1966) geven misschien wel het beste uitdrukking aan de existentialistische geest. Hoewel Giacometti nooit heeft beweerd dat hij in zijn kunst existentialistische ideeën nastreefde, geven zijn werken op briljante wijze de geest van die filosofie weer. Sartre, een vriend van Giacometti, zag de figuratieve sculpturen van de kunstenaar zelfs als de personificatie van de existentialistische mensheid – vervreemd, eenzaam en verloren in de onmetelijkheid van de wereld. Giacometti’s sculpturen uit de jaren 40 zijn dunne, bijna karakterloze figuren met ruwe, onrustige oppervlakken. In plaats van de stevigheid en massa van conventionele bronzen sculpturen uit te stralen, lijken deze dunne en langgerekte figuren opgeslokt te worden door de ruimte om hen heen, wat een gevoel van isolatie en kwetsbaarheid geeft. Giacometti’s suggestieve sculpturen spraken de alomtegenwoordige wanhoop aan die ontstond in de nasleep van de wereldoorlog.”

Fred S. Kleiner, Gardner’s Art Through the Ages: The Western Perspective, vol. 1, 15th ed., (Boston: Cengage Learning, 2010), 831.

The Dog, 1951 © Medium

We begonnen het ‘kijken en bekeken’ met de niet zo bekende schilderij van de Ierse schilder John Lavery, 1917: ‘Daylight raid from my studio window’. Je zou een gelijklopend slotbeeld kunnen vinden tussen de talrijke foto’s van de aan gang zijnde oorlogen, maart 2026. Bekeken vanuit de oorlog zelf. Onze machteloosheid. Of schiet zelfs onze verbeelding tekort bij een ruim overschot aan dagelijkse werkelijkheid?

Alexandr Gera – “Laatste adem #5”, 2024. Acryl op canvas. 80 x 80 cm.

Daylight Raid from my Studio Window records the afternoon of 7 July 1917, when twenty-one German biplanes appeared in the skies above London and were engaged by British aircraft. The ensuing combat could be seen from the large window of Lavery’s studio in Cromwell Place, London. The artist’s wife Hazel, her head outlined against a blackout curtain, is watching the scene, worry evident in the tension of her body. Lavery seems to have originally painted a statuette of the Virgin Mary, in front of which Hazel kneeled. Before he donated the painting to Belfast, he painted it out, possibly to erase the memory of his wife’s worry. (Ulster Museum)

Lavery, John; Daylight Raid from My Studio Window, 7 July 1917; National Museums Northern Ireland; http://www.artuk.org/artworks/daylight-raid-from-my-studio-window-7-july-1917-122334


Lavery On Location (John Lavery), galerietrap in de National Gallery of Ireland

Kunst, een speeltuin? Isamu Noguchi, een intro

Sun at Noon (1969)the noguchi museum, photo by nicholas knight © the isamu noguchi foundation and garden museum, new york / ARS

In 1933 stelde Isamu Noguchi voor om een heel blok in New York City te herontwikkelen tot “Play Mountain”, een enorm topografisch project dat ongestructureerd en open zou zijn. In plaats van schommels en snelle metalen glijbanen wilde Noguchi bijvoorbeeld aarden trappen, een muziektent en een grote heuvel om te sleeën en samen te komen. Het idee was dat het in de winter net zo leuk zou zijn als in de zomer en dat het de verbeelding van kinderen meer zou prikkelen dan de voorgeschreven speeltoestellen die typisch zijn voor stadsparken. De toenmalige commissaris voor parken, Robert Moses, verwierp het plan echter en ondanks pogingen om dit en andere ontwerpen van Noguchi in New York te realiseren, werd geen enkel project in de stad uitgevoerd. Maar wel nu, op film. Als eerbewijs aan Noguchi. Ter gelegenheid van de tentoonstelling ‘Noguchi’s New York’. Hoe het in de loop der jaren zou geweest zijn als..

Bekijk de ultra korte filmpjes die hier na elkaar zijn gemonteerd tot YouTube afrondt.

Een feest van beweging en ontdekkingen kon het geweest zijn.

“Ik beschouw speeltuinen als een basis voor vormen en functies; eenvoudig, mysterieus en suggestief; en dus leerzaam”, zei kunstenaar Isamu Noguchi ( in een pamflet over zijn Playscapes). De Japanse kunstenaar en ontwerper, misschien wel het meest bekend om zijn stenen sculpturen en Akari-lampen, had altijd oog voor de ruimtes die de kindertijd bepalen, met name openbare speeltuinen en hun invloed op de jonge geest. (Grace Ebert)

Een reeks korte animaties brengt deze minder bekende geschiedenis tot leven. Met behulp van handgeschilderd celluloid onder een Rostrum-camera verbeeldt Eastend Western hoe deze nooit gebouwde speeltuinen eruit zouden hebben gezien – en hoe telkens kinderen in de loop van jaren zouden hebben omgegaan met de veranderende onconventionele constructies. Er zijn betonnen heuvels met grotachtige openingen, labyrintische zandtuinen en asymmetrische toestellen die gebruikers zouden kunnen leren dat “de snelheid van de schommel wordt bepaald door de lengte van de slinger”, aldus de film. (ibidem). Tot 13 september 2026 in het Noguchi Museum NY USA.

isamu noguchi, ‘contoured playground’ (1941 – 1963), photo © the isamu noguchi foundation and garden museum, new york / ARS
 

https://www.noguchi.org/artworks/collection

Isamu Noguchi (1904–1988), een van de belangrijkste kunstenaars van de 20e eeuw, was een idealist wiens tijdloze werk oude en moderne ideeën combineerde. Als rondreizend cultureel synthesizer verwierp hij consequent categorisering en de valse opdelingen van zijn tijd, omarmde hij globalisme en liep hij enkele decennia vooruit op de sociale praktijk van kunst. Noguchi was in de eerste plaats beeldhouwer, maar zijn uitgebreide, interdisciplinaire praktijk omvatte ook openbare projecten, tuinen, speeltuinen, meubilair, verlichting en decorontwerp, allemaal gebaseerd op een diepgewortelde overtuiging dat de natuur van fundamenteel belang was voor de menselijke conditie en een vastberadenheid om werk te maken dat deze overtuiging aanmoedigde.

(White Cube)

Noguchi Isamu Akari light sculpture (1960s)

Bekijk deze mooie concentratie van zijn werk en wezen in deze kortfilm (6:31):

“Alles is een sculptuur,” heeft Isamu Noguchi gezegd. “Elk materiaal, elk idee dat zonder grenzen is ontstaan in de ruimte, is voor mij een sculptuur.”

https://www.rijksmuseum.nl/nl/stories/10-dingen/story/tien-dingen-over-isamu-noguchi

Isamo Noguchi Black Slide Mantra 1966

Noguchi geloofde dat de taak van de beeldhouwer was om de ruimte vorm te geven, om het orde en betekenis te geven, en dat kunst zou moeten “verdwijnen”, of als één met haar omgeving moet zijn. Misschien was het zijn dubbele afkomst – zijn vader was een Japanse dichter, zijn moeder een Schots-Amerikaanse schrijver – die resulteerde in zijn manier om naar de wereld te kijken met oog voor ‘oneness’. Oguchi wilde en kon zich niet in een hokje laten plaatsen en creëerde sculpturen die zowel abstract konden zijn als die van Henri Moore, of realistisch als die van Leonardo. Hij gebruikte elk medium dat hij maar kon vinden: steen, metaal, hout, klei, bot, papier, of een combinatie daarvan. Hij sneed, giet, hakte, beitelde of blies stukken weg totdat elke vorm vorm kreeg.

“Als je jezelf beperkt tot een bepaalde stijl, word je misschien een expert in dat specifieke standpunt of die specifieke school, maar ik wil niet tot een bepaalde school behoren”, zei hij. “Ik ben altijd aan het leren, altijd aan het ontdekken.” (Herman Miller)

Isamu Noguchi – Red Cube Sculpture, 1968, 140 Broadway Between Cedar and Liberty Streets, Financial District in Lower Manhattan, New York

Heb je je ooit afgevraagd hoe kunstwerken in galeries terechtkomen? Bekijk de beproevingen, frustraties en unieke voldoening die gepaard gaan met het presenteren van kunst aan het publiek. Deze korte documentaire volgt de installatie van Isamu Noguchi’s geliefde sculptuur Water Stone (1986) in galerie 229, waar het nog steeds te zien is, en biedt een unieke kans om te zien hoe een levende kunstenaar met het personeel communiceert terwijl zijn werk wordt voorbereid voor tentoonstelling.

Tot slot neem ik je nog graag mee naar ‘The Noguchi Museum’ in Queens, New York. Het was er stil die dag, ook in de mooie binnentuin. Alsof je als volwassene nog even terug langs de ideale speeltuinen loopt die hij in de dertiger jaren zo graag had gerealiseerd. Maar het spelen met vormen en materialen, de projectie van het zonnelicht op muren en kunstwerken, de werkelijk spelende geest is er aanwezig gebleven en de wisselwerking tussen natuur en vormgever is zowel zacht als grappig maar de weemoed overheerst. Elk spreken in materiaal blijft nazinderen tot in de letterlijke lichtheid van de lampen, de stilte . Of zijn de kinderen naar de oorlogen getrokken?

Vleugel-wisseling, een kleine psalm voor de tijd van het jaar

Angelo Caduto. Igor Mitoraj 2012
Raziël, aartsengel van de Cherubijnen 
en Gabriël, chef van engelen die gewoon engel zijn,
spraken dezelfde taal over de spreekwoordelijke diepte
van het oneindige
en de benamingen voor de 72 heilige ademtochten
uit de grote naam van God.
Maar kijkend over de aarde
waar Rachel
weende over haar kinderen
verkrampten
hun vleugels
en zochten zij hun toevlucht
in de verste lege plaatsen van het heelal.
bij de donkerste stilte van de vroegste tijden.

Wie oorlogen begint verminkt de ziel.
Verbrandt de hemel. Beledigt de aarde. Bezwaart het geweten.
Verscheurt engelenvleugels.
Openbaart het bestaan van de hel.

Wie wil wonen in de verlaten mens?




Ooievaar
Cicogne
Cigüeña
Cegonha
Cigüeña

コウノトリ
Ciconia ciconia
white storks standing on the nest
Photo by Natalia García Prieto on Pexels.com
Niet zo hoog als engelen, maar vertrouwd met vluchten 
boven aarde en water en toch graag thuis
de hoogte behouden, de luchten als gewelf.

Brachten zielen van de doden
naar het hiernamaals
en in verbeelding kinderen naar
nieuwe ouders.

Hun terugkeer elk jaar
is de terugkeer
van een ziel.
storks in a nest
Photo by Denitsa Kireva
Pythagoras schrijft
dat elke ooievaar
de ziel van een dode dichter draagt.
Het laatste kind dat hij brengt
kan die dichtersziel
als extra krijgen.

Makkelijk op één poot (been) staan
als surplus. (in feite om af te koelen)

Angelo Caduto. Igor Mitoraj 2012




Scherven in je naam, 
Oekraïne, Gaza, Soedan,
Syrië, Jemen, Congo, Sahel,
Myanmar, Iran.
Heersers verkopen de aarde
alsof zij de Schepper zelf zijn.
Verzamelen
kinderen;
om voor hun hebzucht te sterven.
Alsof rivieren bloed en tranen
offers zijn.

Rachel
is schor geschreeuwd.

Nu de ooievaars terugkeren
kunnen engelen
in onze bange zielen huizen,
ook als de herfst
de vogels weer naar verre landen roept.
en wij in de luchten
de kostbare stilte bewaren
de mooiste wieg
voor het nieuwe kind.


Angelo Caduto" (Fallen Angel) refers primarily to the famous sculpture by Igor Mitoraj in Pisa, Italy, depicting a broken, earthbound angel symbolizing loss, imperfection, and human struggle, often placed near the iconic Leaning Tower as a modern counterpoint to classical beauty, while also evoking broader themes of fallen angels in religion (like Lucifer/Satan) and art, seen in works by painters like Roberto Ferri.

‘Voorspellen, verzetten en verbinden’

125 years ago, did Jean-Marc Côté predict cell phones?

Het wilde wel eens lukken, voorspellen. De bekende prenten van Jean-Marie Côté hoe de wereld er in het jaar 2000 zou uitzien, gemaakt tussen 1899-1910, werden in dat bewuste jaar 2000 graag herbekeken. Het opstellen van een begroting berust ook op die meerduidige activiteit maar ook daar zorgt het wenskarakter (wat je graag zou zien gebeuren) enerzijds en de werkelijke afloop anderzijds (wat er werkelijk gebeurde) zelden voor een symmetrie tussen wens en werkelijkheid. Er wordt met de glazen bol ook wel eens geknikkerd, met de bekende gevolgen die je als ‘scherven rapen’ kunt definiëren.

De toekomst voorspellen door koffiedik te lezen. Charles William Sharpe (1818-1899)

AI laat mij weten dat volgens Pablo Picasso en René Magritte kunst een ‘leugen’ is die ons helpt de waarheid te begrijpen. “Ceci n ‘est pas une pipe” tekst op schilderij van Magritte maakt duidelijk dat een representatie niet het object zelf is. Nu kun je zeggen met Nietzsche ‘We hebben de kunst om niet te sterven aan de waarheid’, maar misschien leren we door de kunst de waarheid begrijpen en kunnen we toch onze illusies behouden? Hoor je het vraagteken?

Kunst. (1) Belangeloos. (2) Houdt de wereld een spiegel voor. “Kunst biedt een andere kijk op de schijnbaar bekende wereld.” – “Ware kunst is agressief.” (3) “Kunst is wat we niet weten, waarover we vragen stellen en waarin we geheimen laten bestaan.” (4) Helend. “Kunst transformeert het schrikwekkende van het bestaan.”  (Het woordenboek van pasklare ideeën. Over kunst en maatschappij). Eddy Bettens. 1999. De Witte Raaf)




Kreuzende Linien, 1923
(Intersecting Lines, 1923) Wassily Kandinsky

Als abstract kunstenaar werden de tijden voor hem echter niet gemakkelijker. Nadat het Bauhaus, waar Kandinsky doceerde, in 1933 de deuren moest sluiten, verhuisde hij naar Frankrijk. In 1938 nodigde Willem Sandberg hem uit voor de tentoonstelling Abstracte Kunst in het Stedelijk. Kandinsky stond Sandberg bij met advies, in de overtuiging dat er op dat moment internationaal een afkeer tegen abstracte kunst bestond. De tentoonstelling bevatte werk van veel emigranten, van wie het werk in Duitsland inmiddels als ‘ontaard’ was verklaard. (Gregor Langfeld 2024. De Witte Raaf)

Het draaien van de aarde, het draaien van de tijd, de om-wentelingen in het voelen en denken. Beweging. Niet alleen in de ruimte maar het verbinden van diverse kunsten en kunstenaars vaak tegen de heersende politieke en esthetische opvattingen. Ook dat is een voorspellende eigenschap: ver-beelden van gevolgen, commentaren vanuit verzet door het bundelen van krachten en ondersteunen van diversiteit. Het innerlijk van toekomstdromen.

Carel Kneulman. ‘Moniment voor het kunstenaarsverzet 1973. Amsterdam


Het beeld van Carel Kneulman bestaat uit een abstracte ‘aan flarden gescheurde’, liggende figuur, waarbij de gebalde vuist de strijdbaarheid tot op het laatste moment lijkt uit te drukken. Op het voetstuk aan de lange kant staat links de tekst:
‘Kunstenaars verzet 1940-1945’
En rechts de tekst:
‘Wat doe jij, nu je land wordt getrapt en geknecht… Gerrit van der Veen’

De beeldhouwer Gerrit-Jan van der Veen (1902-1944) was een zeer actief verzetsstrijder. Hij was organisator van de aanslag die werd gepleegd op het bevolkingsregister dat zich naast Artis bevond. Een belangrijk doelwit omdat aan de hand van het register Joden werden opgeroepen zich te melden voor hun vertrek uit Amsterdam. Na een poging vrienden uit het huis van bewaring te bevrijden is hij opgepakt op zijn onderduikadres aan de Prinsengracht en door de Duitse bezetter in 1944 gefusilleerd in de duinen van Overveen. (kunstwacht nl)

Na een bijna fatale val door een glazen dak in 1912, besluit Marthe Donas dat niets haar nog zal weerhouden van haar droom om kunstenares te worden. Niet haar burgerlijke gezin, niet het aanbreken van de Eerste Wereldoorlog en al zeker niet de vooroordelen die er bestaan tegen vrouwelijke kunstenaars. Ze reist op eigen houtje van Dublin tot Parijs en schildert onder het mysterieuze, genderloze pseudoniem Tour Donas. Met succes: haar kleurrijke kubistische en abstracte schilderijen slaan internationaal aan. Ze zijn te zien op tal van tentoonstellingen doorheen Europa, tot in de Verenigde Staten en Japan toe. (KMSKA ) Te bekijken in het KMSKA te Antwerpen tot en met 11 januari 2026.

Kind met rozen’ (1917/1918) en ‘De tulpen’ (1920) van Marthe Donas
© Privécollecties – Foto’s Marthe Donas Foundation
‘Het prentenboek’ van Marthe Donas (1917/1919)
© Collectie Roberto Polo – Foto Marthe Donas Foundation

Website over Marthe Donas

http://www.marthedonas.be

Je kunt uit de tijd vallen, even vergeten worden, opduiken en beter dan ooit begrepen. Je bent immers niet tijdelijk, maar in de tijd. Je hoeft de tijd niet te volgen, zichtbaarheid kan tijdelijk zijn maar terugkeer omdat de tijd ‘rijper’ is voor je werk en wat je verbeeld hebt aan de tijdelijkheid ontsnapt. Je verbindt telkens weer nieuwe kijkers of inspireert jonge kunstenaars (essen) zonder je op te dringen.

Marthe Donas, Zelfportret, 1920, Marthe Donas Foundation. © Marthe Donas Foundation

Lees boeiend artikel van Ilse Dewever in GVA van 2 oktober 2025

https://www.gva.be/regio/antwerpen/regio-antwerpen/antwerpen/de-blitzcarriere-van-marthe-donas-deze-antwerpse-was-de-eerste-vrouwelijke-avant-gardiste-van-ons-land/89429668.html


Nieuwjaarsbrief

Gelukkig nieuwjaar, Zoet, en dank voor het oude.
Mijn jaren duren lang en die van ons zijn kort.
Je kerstboom staat zijn groen nog in het rond te neuriën
Van de bossen ginder, allemaal zijn zij gekomen
Naar de Daenenstraat om ons hier toe te geuren.
Gelukkig nieuwjaar, Zoet, en dank je voor het oude.

Die dag in maart dat jij mij langzaam overkwam
Is ook vandaag mijn zon. Hij sneeuwt de kamer onder
Met herinneringen die wij worden, warm en koud
Zijn wij voortaan elkaars geheugen en vergetelheid.
Ook straks gaan wij gearmd en stil dit wit in daar.
Gelukkig nieuwjaar, Zoet, en dank voor het oude.

(uit: En verdwijn met mate, 1996)
Leonard Nolens (1947-2025)
Foto Letterenhuis

Een creatief jaar 2026 gewenst waarin de wankele vrede op aarde het aantal mensen die van goede wille zijn kan vergroten en de luidruchtigheid van enkele heersers verzachten terwijl ook ‘in de stilte’ het oude zich met het nieuwe mag vermengen tot een helderheid waarin wij graag elkaar ontmoeten.

Gaten in donkere dagen (3): ‘de leegte als nest voor de ruimte’

Anna Maria Maiolino. Black Hole (Buraco Preto) uit de serie 
Gaten/Tekenobjecten (Os Buracos/Desenhos Objetos). (Anna Maria Maiolino is a Brazilian artist. She started off really as a painter and sculptor, also doing printmaking.)
Er zitten gaten in de weg

Er zitten gaten in de weg. Er zitten gaten in de aarde.
Als ik een stap vooruit zet, merk ik dat er gaten in mijn laarzen zitten.
Waar gaten zitten, zijn mijn sokken zichtbaar.
Ik kan ze zien, ik weet dit omdat er gaten in mijn schedel zijn.

Als regen in water valt, zitten er gaten in het water.
Als de druppels vallen, hoor ik ze omdat er gaten zijn in mijn oren:
ik sta en adem omdat er gaten zijn in mijn neus.
ik ga vooruit en denk na. Ja, er zijn gaten in mijn gedachten.

Er zijn gaten in mijn woorden. Lao-zi dacht
dat alles wat nodig was uit leegte kwam – maar vertel me eens, vriend,
wat zou leegte voor nut hebben als zij niet bestond uit
gaten naast gaten? Grote gaten. Kleine gaten.

Gaten bestaan. Geboorte en dood zijn gaten.
Er zijn zwarte gaten in het universum – misschien zijn er uitgangen
naar een andere plek gemaakt uit gaten.
Uitgangen zijn gaten. De mond, het hart, de darmen zijn gaten.

Hasso Krull Estland. °1964
white button top view photography
Photo by vashti on Pexels.com
There are holes in the road

There are holes in the road. There are holes in the earth.
Stepping forward I notice: there are holes in my boots.
Where there are holes, my socks show through,
I can see them, I know this because there are holes in my skull.

When rain falls into water, there are holes in the water.
As the droplets fall, I hear them because there are holes in my ears:
I stand and breathe because there are holes in my nose,
I move forward and think. Yes, there are holes in my thoughts.

There are holes in my words. Lao-zi thought
everything necessary came from emptiness—but tell me, friend,
what use would emptiness be if it wasn’t made of
holes beside holes? Large holes. Small holes.

Holes exist. Birth and death are holes.
There are black holes in the universe—maybe there are exits
to another place made of holes.
Exits are holes. The mouth, the heart, the intestines are holes.

© Translation: 2010, Brandon Lussier
Publisher: First published on PIW, , 2010
exploded house in borodyanka
Photo by Алесь Усцінаў Oekraïne

Je kunt symbolisch in een zwart gat vallen of de donkerte van je gemoed oplichten na het lezen van een brief of gedicht. Of hebben wij het over ‘de zwarte gaten’ in de diepte van het heelal? Gaten in je geheugen of een beeld van wanhoop? De leegte in al haar betekenissen?


In een klein park langs het Meer van Genève kan je hem vinden: een majestueuze bronzen figuur op een bank. Het grote gat op de plek waar zich normaal de romp van een mens bevindt, valt onmiddellijk op en beklijft. Het werk Mélancolie dateert uit 2012 en is van de hand van Albert György, een Roemeense kunstenaar die lange tijd in Zwitserland woonde. (Otheo)

In een beeldhouwwerk kun je de open ruimte als ‘negatieve ruimte’ benoemen, niet als sentiment, eerder wiskundig, waardoor je bewust wordt van het volume of de aanwezigheid van de ruimte, of hier in het beeld van Ossip Zadkine, de verwoeste stad, er ook de pijn mee accentueert.

Deze ‘gaten’, openingen dus, vergemakkelijken ook de dialoog met de omgeving. Er ontstaat een werkelijke interactie, een dynamiek zoals hieronder het beeld ‘vierkant met gat’ van Henry Moore in een tentoonstelling in het museum ‘Beelden aan Zee’ gelegen aan de kust van Scheveningen.

De korte video (1:24) maakt dat nog duidelijker.

Dichter en bioloog Leo Vroman beschreef die ‘gaatjes’ op zijn eigen tedere manier:

Mens is een zachte machine,
een buigbaar zuiltje met gaatjes,
propvol tengere draadjes
en slangetjes die dienen
voor niets dan tederheid
en om warmer te zijn dan lucht.


(uit: ‘Mens’, Uit slaapwandelen, 1957)
Oval Sculpture (No. 2) 1943, cast 1958 Dame Barbara Hepworth 1903-1975 Presented by the artist 1967 http://www.tate.org.uk/art/work/T00953

"La simplicité n'est pas le but final de l'art, mais on arrive à la simplicité malgré soi en découvrant le sens réel des choses. La simplicité est elle=même complexe et il faut être nourri de son essence pour comprendre ce qu'elle vaut." Constantin Brancusi

Fish, bronze, metal and wood sculpture by Constantin Brâncuşi, 1926, Tate Modern

De. nieuwe generatie beeldende kunstenaars(essen) heeft die nadrukkelijkheid van de lege ruimte omgezet in het hanteren van nieuwe materialen en alledaagse expressievormen. Plexiglas, magneten, hout, papier en metaal zijn elementen waarmee ‘Italian Race Bar’ (2024) van Hazel Ver Moesen (25) is samengesteld. Haar gebruik van vormen en kleur is geïnspireerd door een collectieve nostalgie, architectuur en alledaagse voorwerpen en gereedschappen..

Italian Race Bar. Hazel Ver Moesen (*1925)

Beste Sebastian,

Ik denk hoop ik op de gewone

manier met een hoop elektronen

al weet ik niet waar

of onwaar ze wonen,

zo open dicht bij

in de synapsen van mijn brein.

Quantum mechanisch denken wij

en denken als alle dieren

geloof ik op twee manieren

die gelijktijdig kunnen zijn.

Zo zie ik dat prentje van twee vrouwen
als van een jonge en een ouwe

met ooroog, halskin en wangneus;

als ik ze als twee herken/zie

dan wisselen ze heus

met oneindig hoge frequentie.

Ik heb eenvoudig tegelijkertijd

geen moeite met tweevoudigheid,

woon buiten en binnen een zwart gat

en beschik over alle feiten,

de komende en de kwijte

die ik dacht dat ik had.

Leo Vroman (1915-2014) was bioloog, dichter en schrijver. Zijn laatste bundel verscheen in november 2013, getiteld Die vleugels.

Lees ook:

en volgenden.

“Karakterkoppen?” Franz Xaver Messerschmidt

Van 31 oktober 2025 tot 6 april 2026 kun je in het Belvedère Museum te Wenen naar een merkwaardige tentoonstelling gaan kijken ‘Franz Xaver Messerschmidt “More Than Character Heads”. (Mehr als Charakterköpfe”)

Franz Xaver Messerschmidt (1736 –1783) is presented as an artist at a cultural and political turning point in history. His portraits of members of the court and the aristocracy, scholars, scientists, and writers offer an insight into the social structures o f his day. Furthermore, his now iconic “Character Heads,” which he started working on in 1770, are also interpreted as a phenomenon of their time.

Franz Xaver Messerschmidt_Sogenanntes Selbstbildnis lachend_um 1777–83.jpg

Franz Xaver Messerschmidt werd geboren in 1736 in Wiesensteig, Zuid-Duitsland. Hij volgde een opleiding tot beeldhouwer bij zijn ooms, Johann Baptist Straub in München en Philipp Jakob Straub in Graz. Daarna studeerde hij aan de academie in Wenen. Messerschmidt begon te werken als een onafhankelijke beeldhouwer in 1760; kreeg opdrachten van de aristocratie, de keizerlijke familie evenals van middenklasse klanten. Rond 1770 begon hij aan zijn inmiddels beroemdste stukken: de zogenaamde ‘Karakterkoppen’. Nadat hij was gepasseerd voor de functie van professor aan de academie, verliet hij Wenen in 1775 en vestigde zich, na een verblijf in Wiesensteig en München, in Bratislava, waar hij in 1783 stierf, nauwelijks 47 geworden.

Exhibition view “Franz Xaver Messerschmidt. More Than Character Heads”, Lower Belvedere
Photo: Johannes Stoll / Belvedere, Vienna

In München opgegroeid waar hij leerling was van zijn oom Johann Baptist Straub en Ignaz Grüber, studeerde aan de academie van de beeldende kunsten, en werd daarna ‘ciseleur’ bij het Keizerlijk Arsenaal en door Maria Theresia van Oostenrijk benoemd tot hof-beeldhouwer. Was in Rome op studiereis en daarna hoogleraar aan de academie in Wenen. Daar werd hij ‘gepasseerd’ voor de functie ‘hoofd van de beeldhouw-afdeling’ en begon in 1769-70 wat hij later zijn karakter-koppen zou noemen. (klik op foto om te vergroten)

De titel van dit voorbeeld hierboven van één van deze ‘karakterkoppen’: ‘Een schijnheilige en een lasteraar’. (1770-1783) (37 x 24.4 x 29.5 cm, 11.3399kg) Tinlegering.

Messerschmidt Franz Xaver, de belangrijkste beeldhouwer aan het hof van Wenen in de jaren 1760, werd om persoonlijke en professionele redenen gedwongen naar de provincie te vertrekken en vestigde zich in 1777 in Pressburg (het huidige Bratislava). Daar concentreerde hij zich op een privécollectie van hoofden, waarvan hij er meer dan zestig voltooide in zijn favoriete materiaal, een tin-legering of albast.

Hoewel hij de artistieke traditie van het onderzoeken van gezichtsuitdrukkingen en emoties erkende, waren deze Kopfstücke, of hoofd-stukken, zoals hij ze noemde, zeer origineel door hun combinatie van realisme en abstractie. Bezoekers van zijn atelier zagen hoe de kunstenaar zichzelf in een spiegel bestudeerde. Sommige hoofden zijn rechttoe rechtaan zelfportretten, glimlachend of fronsend; andere zijn satirisch of komisch, waarbij de geportretteerde reageert op een sterke geur of breed gaapt. Een paar, zoals deze, door een vroege criticus ‘weigeraars’ genoemd vanwege de manier waarop ze contact met hun omgeving ontkennen, zijn diep introspectief.

Franz Xaver Messerschmidt, “Character Head” nr. 25, 1771/83; persfoto door Johannes Stoll; met dank aan en © Belvedere, Wenen)

De betekenis van de serie is lang onderwerp van discussie geweest. De titels werden toegekend na de dood van de beeldhouwer, toen in 1793 negenenveertig werken werden tentoongesteld. Messerschmidt was op de hoogte van hedendaagse medische theorieën, zoals Johann Caspar Lavaters studie uit 1775 over de relatie tussen fysionomie en het menselijk karakter, en hij kende zeker zijn Weense buurman, de arts Franz Anton Mesmer, die geloofde dat uiterlijke zintuigen verbonden zijn met innerlijke emoties en die gerelateerde therapieën ontwikkelde om zijn patiënten te behandelen. Hoe men ze ook beoordeelt, de serie is uitzonderlijk in de achttiende-eeuwse beeldhouwkunst, stilistisch verdergaand dan het neoclassicisme naar een reductieve eenvoud, vooruitlopend op het moderne minimalisme, en psychologisch weergevend van seriële gemoedstoestanden in een project dat nieuw was voor de pre-Freudiaanse wereld. (The Met)

Simplicity of the highest degree”. N°9 of the “caracter heads”. Franz Xaver Messerschmidt, after 1770. Alabaster in Wien Museum Karlsplaz

Toen de schrijver Friedrich Nicolai hem in 1781 kwam bezoeken, presenteerde Messerschmidt het perfecte beeld van de artistieke balling. Hij had zijn bezittingen verkocht en woonde nu alleen in een ‘eenzaam huisje’ dat alleen was ingericht met ‘een bed, een fluit, een tabakspijp, een waterkan en een oud Italiaans boek over de verhoudingen van het lichaam’. Als decoratie hing in een raam ‘een tekening van een Egyptisch beeld zonder armen, waar hij altijd met bewondering en ontzag naar keek’.
Messerschmidts enige andere gezelschap, zo noteerde Nicolai, waren 60 van zijn eigen creaties: bustes van albast of dof grijs metaal. Vier daarvan waren volgens Nicolai ‘werkelijk bewonderenswaardige meesterwerken, zelfportretten in overeenstemming met de natuur’. Van zijn twee favorieten toonde de ene de kunstenaar zo hartelijk lachend dat zijn tanden, gehemelte en tong ‘tot aan de wortel’ zichtbaar waren; de andere toonde hem ‘zeer ernstig in de oude stijl’. Deze onthulden volgens Nicolai het genie van Messerschmidt. Alle andere vond hij gewoonweg verontrustend. ‘Men zag er echt in’, schreef hij, ‘welke ellende de menselijke kunst voortbrengt wanneer zij iets bovennatuurlijks tracht te creëren’. (Tim Smith-Laing. 2018)

Franz Xaver Messerschmidt. ”Een ondeugende grappenmaker’ (1777-83)
De Character Heads, zoals ze bekend zijn geworden, vormen nu de kern van wat latere generaties als het genie van Messerschmidt hebben gezien. De 49 bewaard gebleven bustes met wild vervormde gezichten, gemaakt tussen circa 1770 en Messerschmidts dood, zijn anders dan alle andere beeldengroepen die ooit zijn gemaakt. Sommige hebben hun kin en nek diep naar beneden gedrukt, alsof ze zich tussen hun sleutelbeenderen willen terugtrekken; andere strekken zich uit totdat de pezen zich spannen in krachtlijnen die zich lijken uit te strekken tot voorbij het slanke deel van het lichaam dat wordt weergegeven. Ze hebben allemaal even extreme als ondoorgrondelijke uitdrukkingen: elke rimpel is met onnatuurlijke precisie en diepte gegraveerd om een effect te creëren dat tegelijkertijd hyperrealistisch en volkomen onwerkelijk is.

(Tim Smith-Laing 2018)
From left: Childish Weeping, 1771–83, tin-lead cast; The Ill-Humored Man, 1771–83, lead-tin cast.

Bij het bezoek van Nicolai waren er 56 hoofden. Het plan was er 66 te maken. Daarvan zouden er 54 deel uitmaken van een onvoltooid project om de ‘vierenzestig variaties op de grimassen’ van het menselijk gezicht’ te verbeelden. Messerschmidt liet ook doorschemeren dat ze ‘de bovennatuurlijke zintuigen van dieren voorstellen’. Eens voltooid zou het een soort afweermiddel (een apotropaeon) tegen kwade krachten voorstellen (Oudgrieks: ἀποτρόπαιον / apotrópaion; “(onheil) afwerend”) die hem zouden stalken. Hierbij Second Beaked Head of ook het snavelhoofd.

(Klik hieronder op foto om te vergroten.)

Among the more extreme examples of this paradox is the Second Beaked Head, briefly described by Nicolai. This alabaster bust makes uncomfortably fleshy use of the stone’s veining and staining, and uncomfortably stony use of human features – in such a way that it almost flickers between the two as you look at it. Focus on the lower half, and it could be an anatomical model: as the neck cranes up, its sinews are drawn into tight lines that gradually blend into the iron oranges of the upper chest, exaggerated but recognisable. Stretch your own chin up and forward, and the same sinews appear, along with that smooth, fat wrinkle running round the back of the neck. The same realism appears in the tightly clenched eyes. But then the rest of the face, with its incised parallel lines on the cheeks, and the inhuman protrusion of the ‘beak’, belongs to impossibility. (Apollo 2018)

Een van de meer extreme voorbeelden van deze paradox is de Second Beaked Head, kort beschreven door Nicolai. Deze albasten buste maakt op een ongemakkelijke manier gebruik van de aders en vlekken in de steen en op een ongemakkelijke manier gebruik van menselijke trekken – op zo’n manier dat het bijna heen en weer flikkert tussen de twee als je ernaar kijkt. Als je je concentreert op de onderste helft, zou het een anatomisch model kunnen zijn: terwijl de nek omhoog steekt, worden de pezen in strakke lijnen getrokken die geleidelijk overgaan in de ijzeren oranje tinten van de bovenborst, overdreven maar herkenbaar. Strek je eigen kin omhoog en naar voren, en dezelfde pezen verschijnen, samen met die gladde, dikke rimpel die rond de achterkant van de nek loopt. Hetzelfde realisme komt terug in de strak samengeknepen ogen. Maar de rest van het gezicht, met zijn ingekerfde parallelle lijnen op de wangen en de onmenselijke uitstulping van de ‘snavel’, behoort tot het onmogelijke.

Al lijkt het in profiel een karikaturale sarcastische grijs te hebben, schrijft Tim Smith-Laing, van voren lijkt het alsof het zijn lippen vooruitsteekt voor een kus. En dan die spanning van de nek? Is die spanning invasief of ontwijkend? Of beide? ‘Bekijk de buste goed en Messerschmidt’s beschrijving van geknepen door de geest begint logisch te worden, aldus de auteur van deze studie.

“Het is dan ook niet verwonderlijk dat veel interpretatoren van Messerschmidts hoofden door de jaren heen hun toevlucht hebben genomen tot waanzin als verklaring. Sinds het begin van de 20ste eeuw hebben kunsthistorici, artsen en psychologen Messerschmidt achteraf gediagnosticeerd met aandoeningen variërend van de ziekte van Crohn tot loodvergiftiging, narcisme en paranoïde schizofrenie. Het is echter onduidelijk wat het nut is van dergelijke diagnoses, behalve dat ze de sculpturen tot pathologie reduceren: een manier vinden om de karakterhoofden weg te redeneren door ze te beperken tot een wereld die buiten het rationele of interpreteerbare valt. (ibidem)”

Franz Xaver Messerschmidt, Character Head No. 21 (The Vexed Man), 1771–1783, The J. Paul Getty Museum, Los Angeles, CA, USA. (de gekwelde man)

Een van de meest boeiende bronnen van deze bijdrage kwam uit het apollo-magazine: The many faces of Franz Xaver Messerschmidt geschreven door Tim Smith-Laing 28 july 2018.
Messerschmidt’s Character Heads, in a lithograph of 1839 by Matthias Rudolph Toma. Österreichische Nationalbibliothek, Vienna

Voor de donkere dagen rond 11 november, het gedenken van een oorlog, het steeds ontstaan van nodeloze leegte

Het verlangen verbeeld en geletterd (1) Desire depicted and lettered (1)

Omslag van een schrijftablet Frankrijk. 1325-1350 Olifant-ivoor. Met museum NY

Onder klaverblad-bogen zijn er langs beide zijden van dit ivoorkunstwerk scènes te zien die ‘het hof maken’ als thema hebben. Hierboven heeft een man met een roofvogel in de hand -een symbool van zijn status- een kroontje ontvangen van een vrouw en kroont hij haar op zijn beurt (op keerzijde) waarmee hij aangeeft dat zij zijn liefde heeft gewonnen..

Omslag van een schrijftablet Frankrijk. 1325-1350 Olifant-ivoor. Met museum NY
Intended to cover writing tablets, such plaques were among the deluxe products of Paris during the fourteenth century and were possibly made on the rue de la Tabletterie, a name indicating their special use. Poems or messages would have been written on smooth sheets of ivory that had recessed areas filled with wax for the text. Perfect economy of technique and purity of style are clearly evident in these amorous images. In their elegance of form and gesture the courtly couples seem also to convey a moral and spiritual life that appears both mannered and artificial but is infused with joie de vivre.  
(Metmuseum NY. Exhibition: Spectrum of Desire Love, sex, and Gender in the Middle Ages)

Te bezoeken: (tot 29 maart 2026):

https://www.metmuseum.org/exhibitions/spectrum-of-desire-love-sex-and-gender-in-the-middle-ages/exhibition-objects

The Garden of Eden’. British. laatste kwart 16de eeuw The Met Collection Klik op onderschrift om bij bronafbeelding nog eens te klikken om te vergroten. Mooi!

Dieper dan de diepste krocht zou je met letters alleen al ‘het verlangen’ in bestaande en vergane talen kunnen opvullen. Vaak is het achter die letters te doen, in de herberg ‘de be-tekenis’ is het goed toeven, maar bij de deur naar de tuin zou je onderstaand gedicht van Rutger Kopland kunnen vinden:

XIV. Ga nu maar liggen liefste 

Ga nu maar liggen liefste in de tuin,
de lege plekken in het hoge gras, ik heb
altijd gewild dat ik dat was, een lege
plek voor iemand, om te blijven.

Rutger Kopland
In: Een lege plek om te blijven, 1975.
‘The Garden of Eden’. British. laatste kwart 16de eeuw The Met Collection Detail


'De taal geeft niet simpelweg ‘namen’ aan de dingen; ze doet de dingen bestaan, ze geeft ze vaste grenzen en maakt ze tot ‘dingen’. Benoemen is niet dopen (een naam geven aan wat er al is), maar verwekken (een nieuw wezen doen ontstaan). Wat we ‘zien’, zowel fysisch als mentaal, is van meet af aan door woorden gestructureerd. De taal bepaalt ons beeld van de werkelijkheid.' (Philosophische Untersuchungen 371, 373) [pagina 29]

Patricia de Martelaere. 'Een verlangen naar ontroostbaarheid'


Jonge man met boog en grote pijlenkoker en vriend met schild Goivanni Battista Tiepolo ca 1730-50

‘Een ontroostbaar verlangen?’ Sehnsucht? ‘ “Inniges, schmerzliches Verlangen nach jemandem, etwas” (diep, pijnlijk verlangen naar iemand, iets.)

Volgens velen is het eerste deel van het woord ‘sehnsucht’ afgeleid van het Duitse werkwoord ‘sehnen’, wat zoveel betekent als ‘snakken’ of ‘verlangen’. De Duitse Benedictijnerpater Anselm Grün komt met een andere verklaring. Hij stelt dat het woord een samenvoeging is van ‘sehne’ (pees) en ‘sucht’ (zucht of ziekelijke neiging). Dit laatste component van het woord komt dus niet, zoals soms gedacht, van het werkwoord ‘suchen’ (zoeken). De pees zou herinneren aan de pees die gespannen is wanneer iemand zich klaarmaakt om te springen of aan de boogpees voordat een pijl wordt afgeschoten.

“Verlangen heeft dus met innerlijke spanning, met innerlijke concentratie te maken. Met al zijn energie wacht iemand op de sprong om datgene te pakken waar zijn verlangen op is gericht, of op het schot dat doel treft.”

(History: Germany Language History February 2023)

De Boogschutter Henry Moore. 1965 KNSTDWLNGN
De schrijver is de beeldhouwer van het niets, wat hij wil beschrijven is de volle pracht en praal van de nieuwe kleren van de keizer. Hij zegt: Ze zijn van donkerrood fluweel, met gouddraad doorstikt. Hij zegt: Ze zijn met parels en diamanten bezet. Hij zegt: Als het zonlicht erop schijnt geeft het een oogverblindend licht. Zodat je ze werkelijk voor je ziet, die schitterende kleren, zoals hij ze beschrijft. Maar dan, op het eind, zegt hij, met de ontwapenende oprechtheid van een kind: Ze zijn er niet, wat je ziet is er niet.

(Patricia de Martelaere. 'Een verlangen naar ontroostbaarheid'. p.20)

Albrecht Dürer, Vleugel van een scharrelaar, ca. 1512 © Albertina-museum, Wenen

Net zoals auteur Wytske Versteeg die over ‘verlangen naar de verte schreef’ in De Groene Amsterdammer van 7 april 2021 kende ik ‘de scharrelaar’ niet. Deze vogel was ooit wijdverspreid in Europa en broedde tot in Zweden, schreef de auteur. Inmiddels…Je kent het verhaal.

"Albrecht Dürer had geen last van al te grote afstand toen hij de scharrelaar schilderde, hij moet een pas gestorven vogel hebben meegenomen naar zijn atelier. Een ander werk beeldt het hele lichaam af, en dat is vele malen treuriger dan deze losse vleugel. De gevouwen vleugels van de dode scharrelaar zullen nooit meer vliegen, de ogen zullen zich nooit meer openen, de min of meer gestrekte nek is overduidelijk niet meer in staat zich op te richten. Dat schilderij gaat minder over de vogel dan over de dood zelf: de verslagenheid van plotseling gestopte eindeloosheid, dat wat er achterblijft wanneer een leven breekt. ‘Wij zijn niet met de aarde één’, schreef Rilke in zijn vierde elegie, ‘zijn niet als trekvogels begaafd’. Wij mensen stijgen te laat op, begeven ons op ongetemde wind, storten in onverschillige vijvers neer, maar de scharrelaar vliegt zo tienduizend kilometer naar het zuiden. Dürers vogel is waarschijnlijk met een net gevangen, heeft verwoed met zijn vleugels geslagen om te ontkomen aan de lucht die plotseling vijandig was geworden en hem vasthield aan de grond, heeft gevochten tot de uitputting het van hem won. De vlek bij de vleugelaanhechting rechts boven moet bijna wel bloed zijn, een net iets feller, wreder rood dan dat van de vogel zelf. In de afbeelding van de dode scharrelaar ging de tijd vooruit: daar was een leven geëindigd met de dood."

Wytske Versteeg. 'Verlangen naar de verte'. De Groene A'dammer april 2021

In het Duits is deze vogel een Blauracke. Er bestaat ook een schilderij: ‘Tote Blauracke, als ‘Tierstudie Federn.

Joachim Patinir. 1480-1524 ‘Christoffel. ‘Museum Catharijneconvent (onvoltooid)

"Zelden was blauw mooier dan op de schilderijen uit Dürers tijd. Kostbaar ultramarijn – gemaakt van lapis lazuli, ultramarijn betekent overzees – voor de gewaden van Maria, goedkoper pigment voor zeeën en luchten. Het landschap als zelfstandig thema begon zich in Dürers tijd net te ontwikkelen. Joachim Patinir, een van de pioniers in het genre, was een van zijn vrienden. Diens schilderijen fascineren me al sinds ik als kind een boek las waarin de hedendaagse hoofdpersoon zichzelf terugvindt in Patinirs Landschap met de heilige Christoffel. (ibidem)
zegenend kind op Kr’ schouder

De auteur vergelijkt het blauw van de vleugel met het blauw op Patinirs schilderij. “De ‘Vleugel’ bevat precies de tinten die ook Patinirs wereld zo magisch maken,” schrijft zij. Kijk ook naar details, het kindje Jezus op de schouder van Christoffel. Aan de linkerzijde aan de overkant van de rivier is een oude kluizenaar weergegeven die Christoffel het geloof onderwees. Het schilderij bleef onvoltooid.

de oude kluizenaar
"Het is alsof het water, het licht en de lucht zelf hun indruk hebben nagelaten op de vleugels van de scharrelaar, die moeiteloos vloog waar wij nooit zouden komen, onze wereld gracieus ontsteeg. Die stierf, waarschijnlijk door toedoen van mensen, en op Dürers tafel geëindigd is. Maar die in het leven dat daaraan voorafging als een acrobaat door de lucht heeft geduikeld, zich als een blad heeft laten vallen om een vrouwtje te imponeren, want dat is wat scharrelaars doen tijdens de balts.

Opnieuw moet ik denken aan Rilke, die zich afvroeg of de vogels het zouden merken als je de leegte uit je armen weg zou werpen, of zij in hun vlucht zouden voelen dat de lucht om hen heen was verruimd. ‘En wij, die denken aan stijgend/ geluk, ervoeren misschien de ontroering,/ die ons bijna verbijstert,/ als iets wat geluk is, valt’." (Wytske Versteeg)

Wytske Versteeg is politicoloog, schrijver en essayist en kreeg diverse prijzen. In 2020 verscheen bij Querido haar non-fictiewerk Verdwijnpunt, over incest en eenzaamheid

Bezoek haar website:

https://wytskeversteeg.nl

Een collectie van Patinirs werken vind je op:

Een eerste aflevering van ‘het verlangen is uitgewaaierd tot in de prachtige tinten ultramarijn van Dürer en Patinir. Ogentroost en naar wij hopen nieuwsgierigheid.

Om af te sluiten nog een fragment uit “Een verlangen naar ontroostbaarheid” van Patricia de Martelaere waarin een zekere synthese ons genoegzaam denken blijft ondermijnen.

"Doel van de literaire taal is dan geen begrippenapparaat meer te zijn, maar het kleurenpalet van een schilder. Wat de schrijver eigenlijk zou willen is dus niet schrijven, maar schilderen; hij is domweg degene met het verkeerde talent.

(Hoewel: wat de schilder wil is dan weer schrijven, of beeldhouwen, of componeren. Van schilders hoor je vaak dat ze uitgerekend iets zouden willen zeggen in verf. Misschien is de kunstenaar altijd degene met het verkeerde talent. Of misschien is dat het wezen - een van de wezens - van kunst: dat je iets probeert te doen met, voor alles, de verkeerde middelen.)

Hoe dan ook: penseelstreken verwijzen niet, ze betekenen niets. Het schilderij berust niet (of althans niet geheel) op de afwezigheid, het vormt zélf een zelfgenoegzaam ding, het is zelf de slapende poes. De schilder zegt niets, hij toont; schilderkunst is het gebaar.
Wat de schrijver ‘eigenlijk’ zou willen is zwijgen, maar dan in woorden. Datgene waarover niet kan gesproken worden, het naamloze niets onder de taal, dát is zijn eigenlijke object. Het ligt voor de hand er nog maar eens Wittgensteins beroemde (maar stilaan tot de draad versleten) Tractatus 7 bij te halen: ‘Waarover men niet spreken kan, daarover moet men zwijgen.’

(pagina 22-23)

fragment uit ‘Landschap langs de Styx-rivier. Joachim Patinit 1480 (Dinant) – 1524 Antwerpen

Het is duidelijk dat de tocht over de Styx een verbeeldende benadering is net zoals de filosofische wegen nieuwe vragen blijven oproepen. Bij leven en welzijn zullen we in een volgende bijdrage de lezer(es) meenemen naar vroeger, nu en morgen waar wij telkens dat ‘verlangen’ zien of zagen verschijnen. Wees ook daar weer onze gezel(lin).

“Kaïn en Abel”, de eerste dood(slag)? Verkenningen.

Cain and Abel, Ivory, c.1084
Louvre OA 4052
Photo: Wikimedia Commons
Click here to enlarge image
Kaïn zei tegen zijn broer Abel: “Laten we naar het veld gaan.” En toen ze op het veld waren, stond Kaïn op tegen zijn broer Abel en doodde hem.  Toen zei de Heer tegen Kaïn: “Waar is je broer Abel?” Hij zei: “Ik weet het niet; ben ik de hoeder van mijn broer?”  En de Heer zei: "Wat heb je gedaan? Het bloed van je broer roept vanuit de aarde tot mij. Nu ben je vervloekt door de aarde, die haar mond heeft opengesteld om het bloed van je broer uit jouw hand te ontvangen.  Wanneer je de aarde bewerkt, zal zij je niet langer haar kracht geven; je zult een vluchteling en een zwerver op aarde zijn."  

Uit het boek Genesis

Kaïn en Abel waren zonen van Adam en Eva. De Bijbel noemt nog een derde zoon: Seth. Kaïn was een landbouwer, Abel een herder. Op een dag brachten ze beiden offers aan God: Abel de eerstgeborenen van zijn vee, Kaïn vruchten van zijn grond. Toen God alleen aandacht had voor Abel, ontstak Kaïn in woede en sloeg hij zijn broer dood.

Kaïn kreeg daarop een merk (het Kaïnsteken) op zijn hoofd en werd veroordeeld tot ronddwalen over de aarde. God wilde met dat teken Kaïn voor iedereen herkenbaar maken, om te voorkomen dat hij uit wraak ook gedood zou worden.

De broedermoord wordt gepresenteerd als het vervolg op de oerzonde van Adam en Eva, de Zondeval. Daarbij aten ze van de boom van goed en kwaad; Kaïn gaf daar een vervolg aan door zelf te oordelen over goed en kwaad.

In de beeldende kunst is vooral de doodslag vaak uitgebeeld. Andere thema’s zijn de aanbieding van de offers, en de rouwende Adam en Eva. (Statenvertaling.net Bijbel en Kunst)

William Blake 1757-1827. ‘Kaïn slaat op vlucht’. 1825 Genesis 4:13

Blake schreef in 1822 een kort verhaal waarin hij zich richtte tot de dichter Lord Byron, die vlak daarvoor een toneelstuk had gepubliceerd over Kaïn. Blake noemde het De geest van Abel. Een openbaring in de visioenen van Jehovah, zoals door William Blake gezien. De openingsscène wordt als volgt beschreven: “Een landschap met rotsen. Eva valt flauw over het dode lichaam van Abel dat naast een graf ligt. Adam knielt naast haar, Jehovah staat erboven.” (Statenvertaling.net Kunst)


Blake had een hekel aan olieverf. Voor dit mahoniehouten paneel gebruikte hij pen, inkt en zelfgemaakte tempera op een bladgouden achtergrond. Een dergelijke techniek was vóór de renaissance vrij gebruikelijk. Helaas bleken de kleuren van Blake snel te verbleken. In deze foto zijn ze digitaal gemanipuleerd. (ibidem)

Als oudste van twee broers maakte het Kaïn-verhaal op mij, als kind, een diepe indruk. En het gezegde ‘de hoeder van je broeder‘ werd meer dan één keer gebruikt als ik mijn plicht als oudste broer verwaarloosd zou hebben. Tenslotte was deze gebeurtenis ‘de eerste dood’ als je het scheppingsverhaal volgens de bijbel historisch ging interpreteren. Adam en Eva waren door God geschapen en nog volop in leven, zij het in een andere dan de vroegere paradijselijke toestand, maar met de moord op Abel kwam ook ‘de dood’ in de geschiedenis van de uit het paradijs-verdreven mens. En een tweede vraag: ‘Wat was er mis met het offer van Kaïn dat blijkbaar niet in Gods’ smaak viel?” Kaïn was een landbouwer, Abel een herder. Kaïn offerde vruchten van het veld, Abel de eerstgeborene van zijn vee. De Oppermachtige had het in mijn kinderogen niet voor de boeren, een status die bij meerdere van mijn voorouders terug te vinden is.

Mariotto Albertinelli, The Sacrifice of Cain and Abel, circa 1510 public domain via Wikimedia Commons

Hierboven het offer van beide broers met een duidelijke voorkeur voor Abel terwijl Kaïn wel even op adem moet komen. Anthonie Donker alias Nico Donkersloot (1902-1960) vroeg zich in De Vlaamse Gids jaargang 44 (1960) wat er nu in feite gebeurd was:

“Toch is de geschiedenis van Abels dood, met alle leemten en tegenspraken en geschreven zonder de minste literaire bedoeling, de geladenste short-story die men zich kan denken. Zo is zij blijven voortleven en inspireren, als het ‘eerste drama der mensheid’. De eerste moord, de eerste doodslag althans. Het oude strenge joodse rechtsbesef zal geen onderscheid daartussen gemaakt hebben. Kaïn was de eerste moordenaar, hij doodde Abel. Vroeg in de geschiedenis van het mensdom begon reeds het bloedvergieten, de eerste moord was een broedermoord, verkondigt het oude verhaal met schaamte en bedwongen ontzetting over dit lage uitvloeisel van het mens-zijn. Maar de vraag van de Heer aan Kaïn: ‘Wat hebt gij gedaan?’ laat ook de lezer niet los. Hij wil weten: hoe is het gekomen? Wat was het motief tot Kaïns daad? Onder welke omstandigheden gebeurde het? Geschiedde het in een opwelling of met voorbedachten rade? Wilde Kaïn Abel doden? Wist hij wat hij deed?”

Titiaan ‘Kain en Abel’.

Nico Donkersloot:
Aanvankelijk was zijn leeropdracht die van de Nederlandse letterkunde maar vanaf 1956 was hij hoogleraar in de algemene en vergelijkende literatuurwetenschap. Hij was tevens journalist, essayist, vertaler en dichter. In de oorlog schreef hij onder het pseudoniem Maarten de Rijk. Tijdens de oorlogsjaren was hij betrokken bij verzetsactiviteiten en werd door de Duitse bezetter ontslagen als hoogleraar en gearresteerd. Hij werd opgesloten in de gevangenis van Scheveningen (Oranjehotel) en zou na de oorlog een tekst schrijven voor de plaquette (naast de deur in de buitenmuur aan de Van Alkemadelaan) die daar in 1949 onthuld werd ter nagedachtenis aan de geëxecuteerden op de Waalsdorpervlakte. (Wikipedia)

“Maar toch verschilt hij van alle andere moordenaars, hij is de enige moordenaar op aarde bij wie de dood nog onbekend was. Zijn misdaad is reeds daarom tragisch, daar hij het gevolg ervan nog niet kennen kon. Achter de vraag, of Kaïn in een opwelling handelde, in woede en drift, of met opzet, Abel wilde doden, rijst voor zijn schuld de verder strekkende vraag, of Kaïn kon weten wat hij deed. Hij kon dit niet. Abel werd de eerste dode op aarde. Dat was iets ongekends. En ook uit het korte bijbelverhaal kan men toch opmaken, misschien al door zijn bruuske ontkenning maar zeker door zijn schuldbekentenis na de woorden van zijn Heer, dat Kaïn door de gevolgen van zijn daad diep geschokt en radeloos ontsteld is.” (Nico Donkersloot)

Lucas van Leyden (1494-1533) Kaïn doodt Abel gravure 1529. Rijksmuseum

Volgens Augustinus in de Twee Rijkenleer zijn er sinds de zondeval twee soorten menselijke gemeenschappen, belichaamd in de zonen van Adam, lees ik in het dossier Kain (Peter Hofstede De Groene Amsterdammer 31 juli 1996) De voornaam Abel kan best gebruikt worden, maar wie zou er Kaïn willen heten?

"HET SPOOR LEIDT vervolgens naar de Twee Rijkenleer van de invloedrijkste christelijke denker ooit, Aurelius Augustinus (354-430). Volgens deze katholieke kerkvader zijn er op aarde, sinds de zondeval, twee soorten menselijke gemeenschappen, belichaamd in de zonen van Adam. In Abel, een club van mensen die naar de geest, in Kain, een club van mensen die naar het vlees willen leven. Het rijk van God en het rijk van Satan. De antithese der beide rijken maakte de eeuwige orde tot een esthetisch geheel, een tot in de finesses doordacht kunstwerk, vervaardigd door de Grote Klokkenmaker, die alle dingen heeft gegrond in maat, getal en gewicht. Aan het einde der tijden manifesteert God zich als de ultieme Mondriaan, een mozaieklegger met de basiskleuren goed en kwaad. In de visie van Augustinus, een potentiële medeverdachte in ons dossier, is de zin der geschiedenis au fond een esthetische. 
Ook de god van het Derde Rijk, Adolf Hitler, heeft altijd de Grote Kunstenaar willen spelen. Voor een artistieke herschepping van de wereld lanceerde hij zijn eigen kijk op goed en kwaad, resulterend in nazitempels naast concentratiekampen. De Führer handelde naar bijbels voorbeeld. Door Abel te positioneren als een heilige en Kaïn als een crimineel schiep God de befaamde tweedeling van de samenleving die ook de maatschappelijke basis zou gaan vormen van het christendom en die nog heden ten dage de sociale verhoudingen in de wereld bepaalt." (Peter Hofstrede)
Het Lam Gods voor restauratie: Paneel Adam De broedermoord van Kaïn op zijn jongere broer Abel. St Baafskathedraal Gent. Jan van Eyck; Hubert van Eyck foto Hugo Maertens
“Het is zover, we hebben ons doel bereikt, jullie zijn het andere ras niet meer, het anti-ras, de grootste vijand van het Duizendjarige Rijk; jullie zijn het volk niet meer dat afgoden weigert. We hebben jullie omhelsd, verstikt, met ons mee in de diepte getrokken. Jullie zijn net als wij, jullie hoogmoedigen: net als wij, net als Kaïn, hebben jullie je broeder gedood. Kom maar, dan gaan we samen spelen.”

En deze tekst van Primo Levi is ook zonder benoeming van soort en tijd voor ons allen te gebruiken. Zet hier geen namen van volkeren bij, het gaat vaak gewoon over ons, waar ter wereld ook.

Bron: Primo Levi, De getuigenissen, vertaling Fida De Matteis-Vogel

Adam and Eve hold their dead son Abel. “The First Funeral,” 1878, by Louis-Ernest Barrias. Plaster. Museum of Fine Arts of Lyon. Public Domain

Afbeeldingen? Kijk bij:

https://commons.wikimedia.org/wiki/Category:Cain_and_Abel_in_art

zijn verharde hart
aangezet tot broedermoord
in zachte zandsteen
his hardened heart
roused tot fracticide
in soft sandstone

(Het Lam Gods in muziek en woord: Paneel VI bis: Kaïn en Abel)

Reliëf van Kaïn en Abel – Adolf von Hildebrand (CC0 – wiki)

Nog steeds niet voorbij: Tom Duncan, sculptor (1939)

Tom Duncan (b. 1939)
1939-A War Toy for a German Child-1945, 1989
mixed media
15 x 27 x 13

Tom Duncan werd in 1939 in Shotts, Schotland geboren. Zijn jeugd kreeg vorm door het geschreeuw van sirenes, vluchten naar schuilkelders en de ervaring waar zijn moeder door nazi-piloten gedood kon worden. Als toevluchtsoord begon Duncan met het maken van kunst toen hij 4 jaar oud was. In 1947 verhuisde zijn familie naar de Verenigde Staten. Op 20-jarige leeftijd ging hij naar de kunstacademie, maar werd hij ontmoedigd door medestudenten die dachten dat abstract impressionisme “de enige echte kunstvorm” was. Tom werkte als modelbouwer voor de NYC Port Authority, inclusief het maken van de architecturale modellen voor de geplande World Trade Center Towers. Getuige van de instorting van deze torens vanop het dak van zijn studio, 11 september 2001, versterkte deze gebeurtenis voor hem nog meer de onvoorspelbaarheid van het leven. In een interview zegt hij: “I’m not sure if I would say I’m an inventor. But I love to make things and find out how things work. I guess I’d prefer to say I’m a sculptor.”

Tom Duncan (b. 1939)
Portrait of Tom with a Migraine Headache (No. 3), 2020
Found objects, acrylic, graphite, collage and tin cutouts
42.5 x 25.75 x 2 inches
Portrait of Tom with a Migraine (2020), is a double relief, consisting of found objects, collage, and tin cutouts. The work consists of two reliefs– green on the verso and red on the recto. The two busts are placed within a frame with curving embellishments. Considerable open space occurs. Both figures’ bodies incorporate found objects that make their torsos more intricate, even if we don’t really know what these objects symbolize. Their heads, too, are filled with unknowable things–an obvious reference to the migraine Duncan is referring to. The manufacture of the sculpture is fairly rough, yet the overall effect is cultivated in some idiosyncratic, nearly 19th-century manner. Duncan communicates the migraine in subtle ways despite the work’s aura of directness.  (Whitehot Magazine. Jonathan Goodman. 2023)
Tom Duncan (b. 1939), Portrait of Tom with a Migraine Headache, 2013, Mixed media, 128.5 x 61.5 inches
 

Een ander werk, met dezelfde titel als het eerste reliëf dat in de recensie wordt genoemd, “Portrait of Tom with a Migraine“, is gemaakt in 2013. Het toont een robotachtige vorm in het wit, bestaande uit verschillende doosvormige objecten die op elkaar gestapeld zijn. Er is een hoofd bovenaan de kolom, maar het lijkt meer op een dier dan op een persoon. Het hoofd, dat herkenbare gelaatstrekken heeft, geeft enige menselijke zwaarte aan het object, maar het suggereert ook een brute achtergrond: we weten niet of het werk een zelfportret is, of een afschuwelijk wezen met pijn. Een aantal pijplengtes lopen van het middenrif van het beeld naar de sokkel. Deze laatste, onregelmatig gevormd maar met rechte randen, ondersteunt het werk van bijna 130 centimeter hoog. Terwijl de titel duidelijk maakt dat het werk verwijst naar de kunstenaar zelf, is er ook het gevoel dat deze werken emblematisch zijn voor de menselijke conditie in het algemeen. Het ogenschijnlijke gebrek aan academische verfijning in veel van Duncans sculpturen kan de toevallige kunstkijker voor de gek houden door te veronderstellen dat hij directe communicatie wil tussen hem en zijn publiek. Dat is niet echt het geval. In plaats daarvan zou je kunnen veronderstellen dat zijn rauwe benadering van het werk een manier is om contact te maken met een groter publiek dan degenen die zich doorgaans bezighouden met beeldende kunst. (ibidem)

Tom Duncan (b. 1939)
The Blue Madonna and her Friends, 1981
Wood, collage, paris craft, acrylic, lights, found objects
79 x 42 x 12 inches

Duncan cites Flannery O’Connor as an abiding influence. His images evoke the uncanny and can be unsettling, involving viewers in a narrative much like good fiction. Set as they are within seductively theatrical cabinets (that some pieces resemble altars seems no accident), the dramatic scenes possess at once the depth of storytelling as well as the epiphanic flash of poetry. In his recurring depictions of wartime violence as seen through the eyes of a child, history is particularized, personalized, and charged with mystery. The past, as another Southern author, William Faulkner, once said, isn’t dead, it isn’t even past. (Andrew Edlin Gallery. NY)

Bezoek:

https://www.edlingallery.com/artists/tom-duncan

Tom Duncan (b. 1939)
1939-A War Toy for a German Child-1945, 1989
mixed media
15 x 27 x 13

“Een van de eerste herinneringen waar ik bijvoorbeeld een stuk over maakte, was de eerste zomer dat ik in Amerika was toen ik op kamp ging. Ik was nog nooit bij mijn moeder weg geweest. Ik ging twee weken op slaapkamp. Ik kreeg ruzie met kinderen. Er was een stationwagen die ons over een grindpad naar het zwembad bracht. Ze stapten in de stationwagon en ik hing aan de achterkant van de auto en ze sloegen me en sloegen me eraf. Ik hield me vast. Ik ben erg vasthoudend. Plotseling reed de auto weg en de kinderen sloegen me nog steeds op mijn handen om me eraf te krijgen. Uiteindelijk realiseerde ik me dat ik los moest laten. Ik liet los en rende zo snel als ik kon. Ik probeerde mezelf overeind te houden, maar dat lukte niet en ik maakte een buiksprong op het grindpad. Ik sneed mijn hele borst open. Ik kwam terug bij de kleedkamer en een non kwam naar me toe en zei: Ga naar het kampziekenhuis. De non smeerde me in met mercurochrome en ik had een knalrode borst die er de hele tijd dat ik op kamp was niet afwaste. Alle kinderen kwamen naar me toe en vroegen: “Kun je je borst aan mijn vriend laten zien? En dan tilde ik mijn shirt op. Het voelde alsof ik een stigmata had, maar ze behandelden me met ongelooflijk respect. ( Westbeth home tot the arts Terry Stoller)

The Mercurochrome Kid Finally Comes Home. 1988. Mixed media, 16 x 25 x 2½ inches.

Lees:

Kijk naar zijn werk ‘dedicated to Coney Island’ waar hij vijftien jaar aan werkte. (werking zie YouTube)

Tom Duncan (b. 1939)
Dedicated to Coney Island, 1984-2002
Mixed media
96 x 90 x 84 inches

In werking? Kijk naar:

Coney Island, vijftien jaar werkplezier


Dedicated to Coney Island, a giant three-dimensional scene and vivid recreation of the amusement park. This recreation of the New York City landmark is based on Tom Duncan's memories of growing up near Coney Island. The myriad details of the work show, among other things, the beach crowded with bathers, various amusement rides, a balloon, trains... By pushing buttons, the viewer can activate different moving parts of the work such as the Wonder Wheel and the trains. In this video, Andrew Edlin introduces us to the fantastical world of Tom Duncan, who was strongly influenced by his childhood in World War II Scotland and postwar New York. (Vernissage TV)

Tommy and the Scottish Sky. 2007. Mixed media, 47½ inches in diameter, 1½ inches deep.

“I apparently was strafed while I was out in the brandy by a German plane when I was 2 years old. The brandy was a cow pasture that doubled as a playground. My mother heard the siren and came running to get me. I don’t remember the event of the strafing. I know unconsciously I must have seen the bombers. Whether I saw them in Edinburgh or in Shotts, it doesn’t matter. For me it’s an iconic image that reappears in my work.” (Westbeth Home to Arts)

Tom Duncan (b. 1939)
Homage to William Blake, 1982
Mixed media
11 x 14 x 1.5 inches

De kunst van Tom Duncan wordt gekenmerkt door een kinderlijke kijk op zowel trauma als plezier in al zijn vormen. Zijn kunstwerken staan ook vol eerbetoon aan de vele fascinerende en krachtige vrouwen die hij in zijn leven heeft gekend. Duncan maakte een werk als eerbetoon aan zijn tante Meg die Tom voor het eerst boetseerklei gaf. Gekleed in haar uniform van het Woman’s Air Corps herinnert Tom zich hoe tante Meg hem stiekem chocolaatjes van de zwarte markt gaf en hem leerde om miniatuurkelkjes van de wikkels te maken. Nonnen waren ook een vast onderdeel van Duncan’s jeugd en adolescentie. Tom Duncan’s 500 nonnen doneren hun hersenen aan de wetenschap in de iconische Duncan-stijl, het waar gebeurde verhaal van de zusters van de Notre Dame, in de leeftijd van 75-106 jaar, die er moedig voor kozen om deel te nemen aan een historische studie die meerdere decennia duurde. Het onderzoek onder leiding van Dr. David Snowden van de Universiteit van Kentucky in Lexington, naar veroudering, beroerte en de ziekte van Alzheimer. “Ik beschouw mezelf als ex-katholiek nadat Vaticanum II niet ver genoeg ging in het doorvoeren van hervormingen, maar ik heb mijn liefde voor de verhalen uit het Oude en Nieuwe Testament en al mijn spiritualiteit behouden.” (American Visionary Art Museum)

Tom Duncan (b. 1939)
Dream Nun, 2000
Mixed media
13 x 10 x 2.5 inches

Hij zal nu 86 worden. Maar zijn werk blijft het mooie van de kinderlijke inspiratie hebben, aangevuld met de angsten en waarderingen met wat ons allen op allerlei leeftijden overkomt. Zijn werkwijze steunt op ervaringen, op een sterke open kijk waarin eerder een ‘art brut’ het haalt op een modieuze afstandelijkheid. De intensiteit van herinneringen en verwachtingen behoudt juist daardoor haar herkenning die ook vaak de onze mag worden.

My Guardian Angel and My Devil Fighting Over My Soul From My Conception to My Death, 2014
Mixed media
28 x 11 x 11 inches

Bezoek ook:

De tijd waar-nemen?



FORLORN


Ik kan niet vinden waar gij zijt.

Langs uw gelaat gaat noodweer aan;

de bittere branding zie ik slaan,

met zilt dat in de ogen bijt.

Ik kan niet vinden waar gij zijt,

noch waar ik zelf ben in mijn pijn.

O onmacht van dit samenzijn,

verholen riffen, blind ravijn

en dieplood van het zelfverwijt –

Ik kan niet vinden waar gij zijt.


Ida Gerhardt. Verzamelde gedichten (A'dam 1999)

Eighteenth century Katabira (summer kimono) with patterns of dry hedges, carnations, and swallows. Achttiende-eeuwse Katabira (zomerkimono) met patronen van droge hagen, anjers en zwaluwen.

The word is split into two terms: kyo (経) which means Buddhist sutra, and katabira (帷子) which is a light, unlined kimono worn on informal occasions, such as rising in your own house in the morning. Katabira were traditionally made from hemp and came into fashion around the Heian period (794 to 1185).
Het woord is opgesplitst in twee termen: kyo (経) wat boeddhistische soetra betekent, en katabira (帷子) wat een lichte, ongevoerde kimono is die gedragen wordt bij informele gelegenheden, zoals 's ochtends opstaan in je eigen huis. Katabira's werden traditioneel gemaakt van hennep en kwamen in de mode rond de Heian periode (794 tot 1185)
Heggen
waarin het goddelijk vuur ontspringt.
Uit de as
rood gevlamd nog:
anjers
en daaruit losgekomen
de terugkeer naar het licht:
zwaluwen in de morgenlucht.

Hedges
In which the divine fire springs.
From the ashes
flamed red still
carnations
and from them released
the return to the light:
swallows in the morning sky.

Gmt
Daughter of Nefertiti & Akhenaten. Amarna Princess

De ‘Amarna-revolutie‘ was niet alleen een religieuze maar ook een artistieke revolutie. De kunst van dit tijdperk is herkenbaar aan de onmiskenbare kronkelige vormen en de bijzondere expressiviteit van gezichten en gebaren, die uiteindelijk, zij het op een minder uitgesproken manier, in het volgende tijdperk overeind blijven.
De Amarna-periode duurde minder dan twintig jaar: met de komst van het nog jonge kind Toetanchaten (‘levend beeld van Aton’), dat weldra Toetanchamon (‘levend beeld van Amon’) zou heten, werden de traditionele culten hersteld.
Akhetaten werd verlaten en werd een steengroeve voor bouwmateriaal. Het intermezzo van Amarna markeerde echter de overgang naar een nieuwe politieke, culturele en artistieke fase. (Egypt Museum)





https://egypt-museum.com/daughter-of-nefertiti-akhenaten/

Limestone head of a princess
New Kingdom, 18th Dynasty, reign of Akhenaten, c. 1353–1336 B.C.
Museum of Fine Arts, Boston. 1976.602

Ongelukken bij het waarnemen van de tijd

Wijze van waarneming: tussen de kanalen.
Woordloze dagen, jaren, perioden.
Eeuwenlang tekenen met inkt of gebrande sienna op de rots.
Onrustige krassen. Silhouetten van onhandige figuren.
Wirwar van lijnen (dieren in beweging).
Millennialang woorden die het lichaam omwikkelen, geselen,
silhouetten van onhandige zinnen. De ruimte erachter.
Verstilling – en dwang van drukke beelden. Ontwarren. Overbruggen.
Begrip tonen, doen alsof.
Hand voor plezier: tekenen.
Een hand.
Hand: overleven, doden.
Mond voor de stem (spelen, bedriegen). Openen. Voor een ander.
Gelijke bij gelijke (Picasso in de grot). En bruggen!
Voor zichzelf. Voor een ander.

Mária Ferenčuhová (Czechoslovakia, 1975)
© Vertaling: 2017, Jana Beranová
From: Princíp neistoty
Publisher: 2008, Ars Poetica, Bratislava

Prehistorische schildering in de grot van Altamira in Cantabrië, Spanje © World History Archive / Alamy Stock Photo
"De grot was dus niet alleen maar een museum. Het was een kunstacademie waar mensen leerden schilderen van degenen die hun waren voorgegaan en vervolgens hun vaardigheden toepasten in de volgende geschikte grot die ze tegenkwamen. Al doende, en met de hulp van flikkerend licht, schiepen zij animatie. De beweging van groepen mensen door het landschap leidde tot de schijnbare beweging van de dieren op de wanden van de grotten. Naarmate mensen over ouder schilderwerk heen schilderden, verder trokken en weer gingen schilderen, werd grotkunst – of, bij ontstentenis van grotten, rotskunst – in de loop van tienduizenden jaren een mondiale meme."

(Hier zijn wij, wezens zoals jullie--Barbara Ehrenreich. De Groene A'dammer 18 december 2019 (51-52)

Tijd

Tijd – het is vreemd, het is vreemd mooi ook
nooit te zullen weten wat het is

en toch, hoeveel van wat er in ons leeft is ouder
dan wij, hoeveel daarvan zal ons overleven

zoals een pasgeboren kind kijkt alsof het kijkt
naar iets in zichzelf, iets ziet daar
wat het meekreeg

zoals Rembrandt kijkt op de laatste portretten
van zichzelf alsof hij ziet waar hij heengaat
een verte voorbij onze ogen

het is vreemd maar ook vreemd mooi te bedenken
dat ooit niemand meer zal weten
dat we hebben geleefd

te bedenken hoe nu we leven, hoe hier
maar ook hoe niets ons leven zou zijn zonder
de echo’s van de onbekende diepten in ons hoofd

niet de tijd gaat voorbij, maar jij, en ik
buiten onze gedachte is geen tijd

we stonden deze zomer op de rand van een dal
om ons heen alleen wind

Rutger Kopland (1934-2012)

Een paard door vleugels bevlogen, een kortverhaal

Pegasus, and his companion Bellerophon. 16th.century Italian bas relief. marble….

Of zij, net zoals Bellerophon, zou dromen van de teugels waarmee zij Pegasus, het gevleugelde godenpaard, zou kunnen berijden? Wakker worden, en jawel, de goede goden hadden het gouden wondertuig voor haar klaargelegd. Kom, makker. De luchten zijn onze thuis. Het zwerk een oneindige weide. Meester Jef zou grote ogen trekken als zij met dit vliegend wonder zou landen op de speelplaats.

Wat niet zichtbaar kon gemaakt worden, elke lijn was een tekort, elk vlak een belediging, het volume van zijn stevig maar teder hoofd een hoofdschuddend ontkennen van het wonder. Het wonder is voor altijd en eeuwig onzichtbaar. Voor het gros. De massa. Iemand met de zeldzame ogen moet je niet overtuigen. Het is een ziener van de ziel. Lijnen, vlakken en volumes overbodig. ‘Hij schrijft in de lucht, meester. Met zijn vleugelpluimen schrijft hij twaalf woorden tegelijkertijd.’

Minerva beteugelt Pegasus met de hulp van Mercurius. Jan Boeckhorst. 1650-1654

Uit het bloed van Medusa geboren nadat Perseus haar hoofd afhakte. Een dankbaar paard was het. Toen Perseus de dochter van koningin Andromeda moest redden van het zeemonster Cetus kon hij dat alleen met de hulp van haar prachtig vliegend paard. Zoals Bellerophon het dier nodig had om het monster Chimaera te doden en naast de hand van de koninklijke dochter ook nog de helft van het koninkrijk kreeg. En naar meer dan dat begon te verlangen.

Een vertelster. Waarschijnlijk grootvaders aard. Als hij uit zijn middagslaapje wakker werd kon hij een uur of twee zijn dromen vertellen Maar onthouden dat hij nog langs de notaris moest, ho maar.

Natuurlijk kon Bellerophon, de eerste ruiter van Pegasus, niet vergeten hoe die première was geweest, vliegen op de rug van Pegasus. Hij was nu eenmaal beroemd. Hij, de doder van het gevreesde monster! Zelfs de toekomstige president van een groot land wilde best een tochtje door het zwerk, belangrijk als hij dacht te zijn. Bellerophon echter wilde geen ritje, heen en weer tussen thuis en buitenverblijf. Hij wilde met het paard naar de plaats waar de goden huizen. Naar de Olympos. Hij had intussen op de begane grond een flinke firma van ruimtetuigen, en iedereen was al een eind op weg naar Maan en Mars. De Godenberg echter bleef zoals het woord het zegt, voorbehouden aan de goden, een soort die hij, na zijn avonturen met Pegasus, als de zijne ging beschouwen..

Bellerophon as founder of Aphrodisias

Droevig was dat, dacht zij. Zij hield van aardse luchten, de gordijnen van de seizoenen. Wie naar de goden wil, opent dozen van Pandora. Ook een prachtig paard als Pegasus mag je niet uitputten met de gruwel van wraak en wrevel om je berijder tot voorbij het menselijke te brengen. Deze goden waren door menselijke driften en dromen tot onbetrouwbare wezens uitgegroeid die je wellicht door listen en liefelijke gezangen aan hun kant probeerden te krijgen maar niet eens de schoonheid van het tijdelijke begrepen, de morgenmist over de velden, of het verdriet van het trage avondrood.

Bellerophon Riding Pegasus – Giovanni Battista Tiepolo

‘Breng mij nu maar naar de plaats waar ik thuishoor, Pegasus.’
Toen zij die zin fluisterend herhaalde, voelde zij nog steeds de weerzin van het dier.
Paarden denken vooruit, beseffen vlugger dan hun berijders het onmogelijke van een opdracht.
En hoe hij de teugels strak aantrok om het sneller richting Olympos te dwingen.
Was de aarde nog een lappendeken geweest, nu werd ze een wazige kromming, een met donkere wolken bedekt raadsel.
Of hij echt die kant uit wilde? Woordeloos maar in elke rilling van het prachtig dier uitgesproken.
‘Godenkinderen horen op de Olympos thuis, Pegasus. Hoger dus!’
Ook aan grenzeloze trouw die alleen bij onverbreekbare vriendschap kan openbloeien, komt een einde.
De Grieken vertellen dat de goden een stevige mug naar het uitgeputte dier stuurden en eens gestoken het zijn berijder van zich afschudde en daarna feestelijk door de goden werd ontvangen.
‘Neen,’ zei het meisje. ‘Paarden kunnen zelf zich van een wrede ruiter bevrijden.
Bellerophon kwam met een dreun tussen de doornstruiken terecht en zwierf de rest van zijn dagen rond als een kreupele dwaze verteller die paardenstallen mocht proper maken.

Langs de kant van de goden wordt er verteld dat het schitterende paard de bliksemschichten van Zeus zou rondgedragen hebben. Ook kon je het prachtige dier nu en dan op aarde zien waar het de neergekomen vuurpijlen verzamelde en weer naar de hemel droeg.
Maar tenslotte kreeg het zelf een plaats aan de hemel waar je het nu bij heldere nachten kunt bewonderen.

Het meisje dat van Pegasus en zijn soortgenoten droomde is intussen een jonge vrouw die met beeldende kunsten de wereld dichterbij de schoonheid wil brengen. En nu en dan tref je haar op een soortgenoot van het wonderpaard aan want ze hebben elkaar nog steeds heel wat te vertellen.



Het sterrenbeeld Pergasus is één van de grootste grootste sterrenbeelden en is zichtbaar aan de noordelijke sterrenhemel. In grootte is Pegasus het 7de sterrenbeeld. Pegasus is aan de nachtelijke hemel heel makkelijk terug te vinden doordat het in de buurt ligt van de bekende sterrenbeelden Perseus, Cassiopeia en Andromeda. Dit sterrenbeeld wordt gevormd door een groot vierkant dat makkelijk herkenbaar is. Net als Andromeda is Pegasus het best te observeren in de vroege herfst want tussen eind augustus en eind september staat dit brede sterrenbeeld rond middernacht nabij het zenit. (Spacepage)

Lees meer:

https://www.spacepage.be/artikelen/waarnemen/sterrenbeelden/pegasus

A horse inspired by wings, a short story


Whether, like Bellerophon, she would dream of the reins with which to ride Pegasus, the winged horse of the gods? Awake, and yes, the good gods had prepared the golden wonder-horse for her. Come, companion. The skies are our home. The sky an endless meadow. Master Jef would draw big eyes when she landed on the playground with this flying miracle.

What could not be made visible, every line was a deficit, every plane an insult, the volume of his firm but tender head a head-shaking denial of the miracle. The miracle is forever and ever invisible. To the bulk. The masses. Someone with the rare eyes does not need convincing. It is a seer of the soul. Lines, planes and volumes superfluous. ‘He writes in the air, master. With his wing feathers, he writes twelve words at once.’


Born from the blood of Medusa after Perseus cut off her head. A grateful horse it was. When Perseus needed to save Queen Andromeda’s daughter from the sea monster Cetus, he could only do so with the help of her magnificent flying horse. Just as Bellerophon needed the animal to kill the monster Chimaera and got half the kingdom in addition to the royal daughter’s hand. And began to long for more than that.


A storyteller. Probably grandfatherly nature. When he woke from his afternoon nap, he could spend an hour or two telling what he had dreamt about. But remembering that he still had to visit the notary, ho.


Of course, Bellerophon, the first horseman of Pegasus, could not forget what that premiere had been like, flying on the back of Pegasus. After all, he was now famous. He, the slayer of the dreaded monster! Even the future president of a great country wanted a ride through the swirl, important as he thought he was. Bellerophon, however, did not want a ride, back and forth between home and country house. He wanted to take the horse to where the gods live. To the Olympos. Meanwhile, he had a sizeable firm of spacecraft on the ground floor, and everyone was already well on their way to Moon and Mars. Mount of the Gods, however, as the word implies, remained reserved for the gods, a species he came to regard as his own after his adventures with Pegasus.


Sad was that, she thought. She liked earthy skies, the curtains of the seasons. Those who want to go to the gods open Pandora’s boxes. Nor should you exhaust a beautiful horse like Pegasus with the horror of revenge and resentment to take your rider beyond the human. These gods had grown into untrustworthy creatures by human urges and dreams who might try to get you on their side by wiles and sweet chants but did not even understand the beauty of the temporary, the morning mist over the fields, or the sorrow of the slow evening red.


Now take me to where I belong, Pegasus.
As she repeated that sentence, she still felt the animal’s reluctance.
Horses think ahead, realise more quickly than their riders the impossibility of a task.
And how he tightened the reins to force it faster towards Olympos.
Had the earth still been a patchwork quilt, now it became a hazy curve, a dark cloud-covered enigma.
Whether he really wanted to go that way? Wordlessly but voiced in every shiver of the magnificent animal.
‘Children of gods belong on the Olympos, Pegasus. Higher so!’
Even boundless loyalty that can blossom only in unbreakable friendship comes to an end.
The Greeks tell that the gods sent a sturdy mosquito to the exhausted animal and once stung it shook off its rider and was then received festively by the gods.
‘No,’ said the girl. ‘Horses themselves can free themselves from a cruel rider.
Bellerophon landed with a thud among the thorn bushes and wandered around for the rest of his days as a crippled foolish storyteller who was allowed to clean horse stables.


Along side the gods, it is told that the magnificent horse is said to have carried around Zeus’ lightning bolts. You could also occasionally see the magnificent animal on earth where it collected the fallen fire arrows and carried them back to heaven.
But finally, it got its own place in the sky where you can admire it now on clear nights.


The girl who dreamt of Pegasus and his kind is now a young woman who wants to use visual arts to bring the world closer to beauty. And every now and then you will find her on a companion of the wonder horse because they still have a lot to say to each other.

The constellation Pergasus is one of the largest largest constellations and is visible in the northern sky. In size, Pegasus is the 7th largest constellation. Pegasus is very easy to find in the night sky because it is close to the well-known constellations Perseus, Cassiopeia and Andromeda. This constellation is formed by a large square that is easily recognisable. Like Andromeda, Pegasus is best observed in early autumn because between late August and late September, this broad constellation is near the zenith around midnight. (Spacepage)

Later wordt het, maar nooit te laat(?) (3) ‘Devouring Time’

The Boy with the Arrow (Portrait of the Artist’s Son) (1903), Douglas Volk -Smithsonian American Art Museum-

Ook hier is een toevallige vondst, een schilderij: ‘The Boy with the Arrow’ van de Amerikaanse schilder Douglas Volk (1856-1935) een aanleiding om het over een aspect van de ‘tijd’ te hebben. Laten we maar meteen de meester citeren: ‘Devouring Time’, of het negentiende sonnet van William Shakespeare:

19

Devouring Time, blunt thou the lion's paws
And make the earth devour her own sweet brood,
Pluck the keen teeth from the fierce tiger's jaws
And burn the long-lived phoenix in her blood,
Make glad and sorry seasons as thou fleet'st,
And do whate'er thou wilt, swift-footed Time,
To the wide world and all her fading sweets.
But I forbid thee one most heinous crime:
O carve not with thy hours my love's fair brow
Nor draw no lines there with thine antique pen.
Him in thy course untainted do allow,
For beauty's pattern to succeeding men.
   Yet do thy worst, old Time. Despite thy wrong
   My love shall in my verse ever live young

Tijd, veelvraat, leg de leeuwenklauw aan banden,

Voer aarde op wat ze heeft uitgebroed,

Ontdoe de tijger van zijn rotte tanden,

Bereid de oude fenix in zijn bloed,

Maak de seizoenen goed of laat ze kwijnen,

Doe wat je wilt, jij gluiper Tijd, je ziet

Al wat de wereld mooi maakt weer verdwijnen.

Maar er is één ding dat ik je verbied.

Kerf niet je uren in mijn liefs gezicht,

En trek daar met je oude pen geen sporen,

Spaar hem, een nieuwe generatie richt 

Zich op zijn schoonheid, die mag niet verloren.
   
Ach, oude Tijd, doe maar je kwade werk.
   
Mijn vers houdt mijn lief levend, jong en sterk.

vertaling: Willem van der Vegt 2008

The boy in the painting is Volk’s own son Leonard during that time in a boy’s life where he is no longer a boy yet not quite a man either. This painting was displayed around the time that Peter Pan was first introduced to the public. It’s thought that Peter Pan had many thinking about this time in a boy’s life called adolescence and might have influenced how popular this painting was at the time.
The painting depicts young Leo sitting in the woods on a large rock while holding an arrow and looking into the distance as if contemplating some major decision. He is dressed as a typical American boy of the period and sits in the shade of a large tree.

Je moet al een beetje verder gaan zoeken naar de biografische achtergrond. Leo, eerste zoon van schilder en kunst-pedagoog Douglas Volk is heel jong gestorven. Nauwelijks acht jaar geworden. De dromerige jongen hierboven een voorloper van de geciteerde Peter Pan is een poging van de schilder de ‘devouring Time’ toch nog even te verschalken, of is de toewijzing gewoon een fout in het biografisch materiaal? Maar ook dan blijft het een poging om het snel voorbijgaan van de tijd te isoleren in een portret dat voor altijd het jeugdige bevriest. Er zijn immers talrijke vormen van aanwezigheid. Het beeld. Een gedicht. Zoals je de woorden uitspreekt, hun melodie hoort en de betekenis weer op een heel andere manier tot je doordringt. Luister. Een minuut veertien seconden.

Soms komt er een woord op bezoek. Een vermoeid woord. Vragen om onderdak.

Woord op bezoek

Gewoon een vermoeid woord was het,
-of het enkele weken mocht logeren
 in de stille hoeken van het huis –
er zijn als ik naar de rood verkleurende
wingerd keek achter in de tuin, of naast de kat
mocht slapen die zacht kreunend droomde,
vier witte voetjes bij elkaar, kussentjes als
uitstekende rustplaats voor een vermoeid woord.
Ook in het strijklicht van de late middag in de veranda
zou het zich ontrollen, zijn letters loslaten
in de spiegeling van het vijverwater op de zoldering.

Onuitgesproken kon het zijn klanken 
met de vroege avond laten vallen.
In het donker van mijn ogen slapen
was veel gevraagd, maar het kon.

Van de boeken bleef het ver vandaan,
het was maar een eenvoudig woord, zei het,
wars van literaire pretenties,
maar niet zo simpel of zo slaafs als een lidwoord,
wel te lui  voor dubbelzinnigheid.

Graag ontdaan van zijn betekenis zou het
doorzichtig en onzichtbaar zijn,
-ik dacht aan het volle maanlicht in het trappenhuis-
maar in haar sluimerslaap schrok de poes
toen het smartelijk om verloren letters riep.

Die nacht, in het donker van mijn ogen,
droomde ik zijn verlangen om bij het ander woord te zijn.
Met enkele krullen en wat streepjes meer
zou het van zijn woordblindheid genezen.
Een woordspeling hoefde niet,
gewoon samen in het woordenboek wonen
zoals ‚gaandeweg’ of ‚pepermunt’.

We werden heel vroeg wakker,
droevig om elkaars tekort.

'On' en 'af', twee vermoeide woorden in een winternacht.
Wie ons verenigde, herkende wel
het eigen heimwee naar verloren letters en dies meer.

Onaf maar onafscheidelijk.

Gmt
Man in Hammock Albert Gleizes, 1913



Word on visit

Just a tired word it was,
-whether it could stay for a few weeks
in the quiet corners of the house -
being there when I looked at the red discoloured
vine at the back of the garden, or next to the cat
was allowed to sleep groaning softly dreaming,
four white feet together, cushioned as an
excellent resting place for a weary word.
Even in the floodlight of late afternoon in the veranda
it would unfurl, releasing its letters
in the reflection of the pond water on the ceiling.

Unspoken it could let its sounds
drop with the early evening.
Sleeping in the darkness of my eyes
was asking a lot, but it could.

From the books it stayed far away,
it was just a simple word, it said,
averse to literary pretensions,
but not as simple or as slavish as an article,
too lazy for ambiguity, though.

Gladly stripped of its meaning, it would
transparent and invisible.
-I thought of the full moonlight in the stairwell-
but in its slumber the cat was startled
as it cried out grievously for lost letters.

That night, in the darkness of my eyes,
I dreamed its desire to be with the other word.
With a few more curls and a few more dashes
would cure it of its word blindness.
There was no need for a pun,
just live in the dictionary together
like 'ongoing' or ‘peppermint'.

'On' and 'off', two tired words on a winter night.
Those who united us did recognise
their own nostalgia for lost letters and the like.

Undone but inseparable.

Gmt
Slapende vrouw met Kat Władysław Ślewiński, 1896

Er is het beeld, de poëzie om jou uit de muil van de verslindende tijd terug te halen, hoe tevergeefs ook. Maar ook de muziek. ‘Come again, sweet love doth now invite.’ van John Dowland naar een anonieme tekst. Uitvoering Konstantin Mizkevitch en ensemble. Full page is de tekst goed leesbaar.

Come again
Sweet love doth now invite
Thy graces that refrain
To do me due delight
To see, to hear
To touch, to kiss
To die with thee again
In sweetest sympathy
Come again
That I may cease to mourn
Through thy unkind disdain
For now left and forlorn
I sit, I sigh
I weep, I faint
I die, in deadly pain
And endless misery
Gentle love
Draw forth thy wounding dart:
Thou canst not pierce her heart;
For I that do approve
By sighs an d tears
More hot than are
Thy shafts, did tempt while she
For scanty tryumphs laughs

Het beeldtype stelde Hypnos voor als een adolescent of, in sommige varianten, als een nog jonger kind. Hij werd voorwaarts rennend afgebeeld, met klaprozen in zijn rechterhand en een drinkhoorn in zijn linker, waaruit hij vermoedelijk een slaapdrankje goot. Op dit hoofd is te zien hoe vleugels uit zijn slapen ontsprongen en zijn haar was uitvoerig gerangschikt in een reeks weelderige lokken, sommige vielen vrij, andere waren vastgebonden in een knoop achter op het hoofd.
Hypnos duikt voor het eerst op in de mythologie in het werk van een van de vroegste Griekse dichters, Hesiod (leefde rond 700 voor Christus), waar Hypnos (Slaap) en Thanatos (Dood) de verschrikkelijke zonen van Nyx (Nacht) waren. Hypnos werd echter over het algemeen gezien als goedaardig voor de mensheid. De god werd vaak genoemd in literaire bronnen en werd geassocieerd met klaprozen en slaapmiddelen. De vleugels van Hypnos stelden hem in staat om zich snel over land en zee te verplaatsen en om het voorhoofd van de vermoeiden te wapperen tot ze in slaap vielen. Zijn zoon was Morpheus, de personificatie van dromen.




To create a global village: Akio Takamori (1950-2017)

Considered one of the most inventive and expressive artists to emerge in contemporary ceramics, Akio Takamori focuses on human relationships and an ongoing search for personal and cultural identity in an era of increasing global influences and contradictions. Born in Nobeoka, Japan in 1950, the artist has spent more than half of his life living in the United States. Informed by a dual citizenship, Takamori’s sculptures are liberated from their social context and grouped to suggest the artist’s belief in a collective memory representing the shifting historical, cultural, and racial perspectives that create individual and group identity. (Barry Friedman Ltd)

Akio Takamori wordt beschouwd als een van de meest inventieve en expressieve kunstenaars in de hedendaagse keramiek. Hij richt zich op menselijke relaties en een voortdurende zoektocht naar persoonlijke en culturele identiteit in een tijdperk van toenemende wereldwijde invloeden en tegenstellingen. De kunstenaar werd in 1950 geboren in Nobeoka, Japan, en woonde meer dan de helft van zijn leven in de Verenigde Staten. Geïnformeerd door een dubbel staatsburgerschap, zijn Takamori’s sculpturen bevrijd van hun sociale context en gegroepeerd om het geloof van de kunstenaar te suggereren in een collectief geheugen dat de verschuivende historische, culturele en raciale perspectieven vertegenwoordigt die individuele en groepsidentiteit creëren. 

Takamori. Akio. Aphroditeeros

With Alice / Venus, Takamori explores the fundamental difference in adolescent girls before and after puberty. His figures may represent the same young woman, but at different times in her life. “Alice,” with her ruffled collar and dress directly appropriated from a Velasquez painting represents the younger child, while the post-pubescent girl is depicted as “Venus” whose nude body resembles a Roman marble interpretation complete with missing arms. The theme of assimilation runs through both series of work with the decidedly Japanese features of the heads contrasted with their Western torsos. (ibidem)

Alice in black dress and Alice in white dress

Met Alice / Venus onderzoekt Takamori het fundamentele verschil tussen adolescente meisjes voor en na de puberteit. Zijn figuren kunnen dezelfde jonge vrouw voorstellen, maar op verschillende momenten in haar leven. “Alice,” met haar kraag met ruches en haar jurk die rechtstreeks afkomstig is van een schilderij van Velasquez, stelt het jongere kind voor, terwijl het meisje na de puberteit wordt afgebeeld als “Venus”, wiens naakte lichaam lijkt op een Romeinse marmeren interpretatie, compleet met ontbrekende armen. Het thema van assimilatie loopt als een rode draad door beide series, waarbij de onmiskenbaar Japanse trekken van de hoofden in contrast staan met hun westerse torso.

Alice Venus

Takamori’s sculptures are inspired by memories of his childhood and the people who surrounded him: nurses, students, fishmongers, and gossiping women. These are not specific individuals, but types of people that are contrasted with figures borrowed from paintings by Old Masters, Greek Mythology, history and photography highlighting differences of class, culture, and politics. As both an insider and an outsider in Japanese and American cultures, the artist warps time and history to create a global village.

(Barry Friedman Ltd)

Altijd op zoek naar liefde en schoonheid in de duisternis, sprak Takamori ooit over kunstenaars als doorgeefluiken. Hij vergeleek ze met regen die op de grond valt, waarbij elke regen geleidelijk wordt opgenomen en de grond verrijkt, zodat er nieuw gras kan ontspruiten: “Kunstenaars zijn als regendruppels – stuk voor stuk. Je moet dit erkennen als de natuurlijke rol van het beïnvloeden van de samenleving door middel van kunst.” Takamori zelf biedt zo’n catharsis door kwetsbare momenten uit te beelden die de feilbaarheid van onze menselijke ziel laten zien. De werken in deze tentoonstelling wijzen op onze fouten, maar Takamori herinnert ons er ook aan dat kunst kan helpen om de strijd te verlichten. (Judy Anderson)

Girl in yellow Jacket.

Akio Takamori. Sleeper in Striped Dress


The simplified volume and form of the musculature along with Akio’s painterly glazing echo his interest in classical sculpture of the East and West. The nuance of gesture references Greek Kouros, Renaissance sculpture, and Buddhist sculpture. While creating this work, Takamori was also influenced by photography. Edward Weston’s photograph of his son Neil and a photograph of three boys taken by John Swope, one of the first American photographers to set foot on Japanese soil at the end of World War II, are of particular influence. Takamori continues to push the boundaries of the ceramic medium through his subject matter and scale of the work. All of his works are personal investigation of cross-cultural attitude about family, sexuality, and relationships. (James Harris Gallery)
Akio Takamori, installation view of “People / Alphabet,” 2012.

Akio Takamori, Innocence, 2005. Coil built stoneware clay with painted underglazes, height varies 35-38 inches.
Takamori’s childhood in Japan was both idyllic and unconventional. His father, a dermatologist and urologist, specialized in treating venereal diseases and victims of the nuclear bombing. His small medical clinic was attached to the family house creating a bustling environment where nurses and members of Takamori’s extended family lived. Takamori’s artwork has been influenced by the many stories he heard from the nurses and the wide range of patients his father treated. The young Takamori also took great interest in browsing through his father’s vast library which contained not only graphic medical texts, but also an extensive array of books on Western and Japanese art.
Akio Takamori, Willy B, 2016.

Titled Willy B, the sculpture memorializes a single action by Chancellor Willy Brandt, who in 1970 became the first German leader to visit Poland since 1939, when the country was invaded by Nazi Germany. Words are often times insufficient, and the Chancellor instead opted to act: he laid a wreath upon the monument to the thousands of Jews killed in the 1943 Warsaw Ghetto Uprising. As captured in the documentation of the event, Brandt knelt and solemnly bowed his head. This gesture—one of humility, deference, and respect—was seen and felt throughout the world, understood as a pivotal step by the German government towards healing the traumas of World War II.

“The artist demonstrates his painterly approach to the three-dimensional with his glazes by layering patterns upon patterns in bold colors that imbue his work with a baroque sensibility. The intense hues evoke a feeling of joy and youthful inventiveness. These painted figures have only an implied connection to the young, perhaps as their siblings or as symbolically related, representing the next stage of development and again referencing notions around aging and the cycle of life”. (James Harris Gallery Seattle)

Akio Takamori, Boy in Blue Shorts, 2015, stoneware with underglazes,
Akio Takamori, Girl in Yellow Jacket, 2015, stoneware with underglazes

Akio Takamori, Girl in Black Dress, 2015, stoneware with underglazes

Net voor deze werken werden tentoongesteld vertelde Akio dat deze vrijstaande kinderen geïnspireerd waren op de spookachtige, pijnlijke foto hier onderaan. De foto komt uit de serie ‘Photographing the Bomb’ van de Japanse fotograaf Yosuke Yamahata. Op 9 augustus werd hij uitgezonden om de vernietiging vast te leggen. In 1952 schreef hij over deze ervaring de tekst onder de foto.

From the series “Photographing the Bomb” by Yosuke Yamahata.
A warm wind began to blow. Here and there in the distance, I saw small fires, like elf-fires, smoldering: Nagasaki had already been completely destroyed. Higashi, Yamada, and I progressed quickly along the prefectural road that ran down the middle of the plain. Stepping carefully in spite of our hurry, we nearly tripped on the human and animal corpses lying in our path.

The photograph here is of a child carrying his brother as they searched for the parents amongst the rubble of what once been a city and villages. This is one of those images I wish I could un-see, scrub it from the mind. It is now scorched into my memory, as it was with Takamori, and hopefully it now resides your brain as well because it is something that should never be forgotten, a ghostly shadow to his ceramic sculpture. 

(Garth Clark is the Chief Editor of CFile.) (Cfile.Capsule. 08.06.15)

Akio Takamori exhibition view at the James Harris Gallery, Seattle.

En dit jaar zal het acht jaar geleden zijn sinds Akio Takamori stierf aan pancreaskanker. Zijn website wordt nauwelijks bijgehouden, je moet steeds dieper onderduiken in de tijd om bronnen en besprekingen te vinden. Deze wereld heeft helaas bijzonder weinig met het voorbije. Tik zijn naam in en ga verder zelf op zoek mochten deze beelden en woorden je nieuwsgierig hebben gemaakt. 

Hij laadde zijn laatste oven in, de dag voor hij stierf.

Ayumi Horie, a potter who studied with Takamori as a graduate student at the UW, agreed that Takamori’s work was always evolving.

“He was the kind of artist we as students aspired to be,” she said.

Zo lang je naar dit intense, liefdevolle werk kunt kijken weet je dat hij inderdaad een weg vond om bij ons te blijven.

Iconografische notities bij een man in de schaduw

Gerard van Honthorst De geboorte van Christus 1619-1620

Meestal staat hij in de schaduw. Of op de achtergrond. Of hij is afwezig. Wij weten het. Hij is niet de ‘echte’ vader van het kind. Hij wordt ‘de voedster-vader’ genoemd. Nu zou het de vader van een nieuw samengesteld gezin kunnen zijn. Jozef. De timmerman. Een engel heeft hem in een droom gerustgesteld. Het kind-op-komst is van Gods Geest. Een beetje aardse assistentie zou erg geapprecieerd worden. Toewijding is hem op lijf en ziel geschreven. Hij weet dat het goed toeven is in de heilige schaduw van het Kind. Zo hebben kunstenaars hem meestal verbeeld. Enkelen zagen hem werkelijk als vader. Vader met kind. Een beetje radeloos, maar dat is eigen aan vaders. Kijk maar naar het beeld hieronder.

Usually he is in the shadows.  Or in the background. Or he is absent. We know.  He is not the child's 'real' father.  He is called 'the nurturer-father'.  Now it could be the father of a newly constituted family.  Joseph.  The carpenter.  An angel reassured him in a dream.  The child-coming is of God's Spirit.  A little earthly assistance would be much appreciated.  Devotion is on his mind. He knows it is good to be in the holy shadow of the Child.  This is how artists usually portrayed him.  A few actually saw him as a father.  Father with child.  A bit distraught, but that is peculiar to fathers. Just look at the image below.

Saint Joseph with the Christ Child c.1720 Terracotta
José Risueño (1665–1721)
Victoria and Albert Museum

Denk even het onderschrift weg. Een zittende man, eerder nog jonger dan de zgn. ‘middelbare leeftijd’, steunt een slapend babykind dat rustig tegen zijn linkerschouder in slaap is gevallen, zijn linkerarmpje op de borst van de man. De man kijkt een beetje wanhopig naar de hemel.

 Although this is a rehabilitated Joseph – no longer the pathetic outcast – he seems uneasy, still unable to enjoy the role of the family man. (Adam Wattam, Art UK  Jul 2023)

Was hij in vroegere kunstwerken vaak de buitenstaander, de zielige (te) oude noodzakelijke aanvulling, hier treft mij de zeldzame uiting van radeloosheid alsof hij van de zgn. ‘hogere’ regionen enige uitleg verwacht zonder echter de tederheid voor het kind te vergeten. Ik denk dat zijn gezichtsuitdrukking ook bij hedendaagse (jonge) vaders is terug te vinden. Wat moet dit kind met de toekomende tijd?

Think away the caption for a moment. A seated man, rather younger than so-called 'middle-aged', supports a sleeping baby child who has fallen asleep peacefully against his left shoulder, his left arm on the man's chest. The man is looking a little desperately at the sky.

Whereas in earlier artworks he was often the outsider, the pathetic (too) old necessary addition, here I am struck by the rare expression of desperation as if he expects some explanation from the so-called 'higher' regions without, however, forgetting the tenderness for the child. I think his facial expression can also be found in contemporary (young) fathers. What should this child do with the future tense?
Jozef de Timmerman (circa 1642) Georges de La Tour (1593-1652)

Jozef bewerkt een stuk hout met een boor. De vorm van de boor weerspiegelt de vorm van het kruis en de geometrie van het hout dat op de grond ligt en kruiselings ten opzichte van het zittende Christuskind is geplaatst, is een voorafschaduwing van de kruisiging. John Rupert Martin schrijft dat Jezus’ geduld staat voor “kinderlijke gehoorzaamheid en de aanvaarding van zijn lot als martelaar”. (Wikipedia)

Joseph drills a piece of wood with an auger. The shape of the auger reflects the shape of the Cross and the geometry of the wood arrayed on the floor, set cross-wise to the seated child Christ, is a foreshadowing of the crucifixion. John Rupert Martin writes that Jesus' patience represents "filial obedience and the acceptance of his destiny as martyr". (Wikipedia)

Je kunt alluderen op ‘het licht van de wereld’, maar het materiaal daarvoor dat zijn vader volop bewerkt tegenover het broze gezichtje bij kaarslicht kan in mijn oud-vaderlijke ogen best volstaan zonder de ‘kinderlijke gehoorzaamheid en de aanvaarding van zijn lot’ erbij te voegen, een redenering immers aan de andere kant van het verhaal waarin het vooraf weten nog een extra lijden zou veroorzaken. “Een kind assisteert zijn vader bij avond.” Zoals duizenden kinderen dat bij duizenden vaders zouden doen. Wij kennen het vervolg. Maar net als Jozef staan we voor het raadsel van ons eigen verdwijnen en de kansen op een gelukkig leven voor het kind. Het eerste zal hoe dan ook gebeuren. Het tweede is nog een raadsel. Tenzij een engel je alles komt vertellen. Tja.

One can allude to "the light of the world", but the material for this that his father amply crafts in the face of the frail face by candlelight may well suffice in my old-father's eyes without adding the "child's obedience and acceptance of his fate", an argument after all on the other side of the story in which knowing in advance would cause further suffering.  "A child assists his father by night."  As thousands of children would do to thousands of fathers.  We know the sequel.  But like Joseph, we face the conundrum of our own disappearance and the child's chances of a happy life.  The first will happen anyway.  The second is still a mystery. Unless an angel comes to tell you everything.  Well.
The Dream of St. Joseph (between c. 1628 and 1645). Oil on canvas, 93 x 81 cm (36.6 x 31.8 in). Musée des Beaux-Arts de Nantes, France

Guido Reni, nicknamed “The Divine Guido”, painted one of the most beautiful canvases in 1640, two years before his death, showing the elderly Joseph lovingly holding the child with both hands and looking at him intensely. The child is also looking straight into his old eyes. The little boy is holding a fruit, an allusion to the fruit from paradise as to the fruitful time of redemption through the coming of Christianity. The figuration forms a circle in which man and child are connected by the enveloping cloak. From the upper left corner, a soft glow of light illuminates Joseph’s head sideways. A great calm radiates from the canvas. The circle is complete.

Guido Reni, met als bijnaam “The Divine Guido”, schilderde in 1640, twee jaar voor zijn dood, een van de mooiste doeken waarop de oudere Jozef liefdevol het kind met beide handen vasthoudt en het intens bekijkt. Het kind kijkt ook hem recht in de oude ogen. Het jongetje houdt een vrucht vast, een allusie op de vrucht uit het paradijs als op de vruchtbare tijd van de verlossing door de komst van het christendom. De figuratie vorm een cirkel waarin man en kind door de omhangende mantel verbonden zijn. Vanuit de linker bovenhoek komt er een zachte lichtschijn die het hoofd van Jozef zijwaarts belicht. Er straalt een grote rust uit het doek. De cirkel is rond.

Een gevleugelde ontmoeting

Hans Thoma Kippen voederen. 1870 Neue Pinakothek

Voor ik mij naar het flamboyante werk van kunstenaar Koen Vanmechelen wil begeven, zal ik mijn ontmoeting met een merkwaardig wezen van zijn oorspronkelijke belangstelling niet verzwijgen, al zouden mijn herinneringen best door de aanhoudende hitte enigszins kunnen beïnvloed zijn en zou ook de gevorderde leeftijd het waarheidsgehalte hebben aangetast. Anderzijds is de vertrouwdheid met haar wezen al op vrij jonge leeftijd gedocumenteerd.

eigen foto

Dat de gevorderde versie van dit joch zich graag met dit gevogelte bleef omringen maakt de ontmoeting die ik wil verhalen geloofwaardiger, al moet ik de lezer(es) waarschuwen dat de beschrijving ervan de tochtgaten van het verleden met eigen herinneringen heeft opgevuld. In de rurale omgeving is het inderdaad best mogelijk dat één van de aanwezige kippen haar beperkte vliegcapaciteiten gebruikte om aan het geopende raam van mijn werkkamer te verschijnen. Iedere soort kent haar durvers en nieuwsgierigen. Haar openingszin echter is tot op de dag van vandaag helder en duidelijk blijven nazinderen:

ortrait of the Chicken as a Young Cockerel is a painting by Lesley Spanos

‘Wij hebben nog voor John gewerkt.  John Irving.  Wel?’ 
Er zijn dagen dat niets of niemand je verbaast.  Te warm, te hectisch.  Gewoon ‘te’.
‘Dat is nu toch al een frisse jongen van eenentachtig.’
Alsof ik elke dag met een kip Amerikaanse letterkunde zou bespreken.
‘Ik bedoel maar, verwar ons niet met de eerste de beste leghen, ook al zijn wij, New Hampshire kippen, eerder een symbool van de stevige no nonsens-kip.  Brede bouw, diepe borst, bruinrode ogen, getooide kop met een enkele kam. Niet te veel tralala rond de kippenkont.  Niet zo rustig en tam als de veel gezochte Barnevelders maar net zo sociaal als een fel geprezen Bielefelder en toch ietsje meer présence dan de Welsumer.’ die het van zijn tamheid moet hebben.’

‘New Hampshire,’ probeerde ik terwijl de kip zich tussen de boeken van Elias Canetti en Albert Camus had neergezet.
Ik las luidop het resultaat van mijn zoektocht op het scherm:


‘De New Hampshire kip is een erg vitaal ras dat geen extra verzorging nodig heeft. New Hampshire kippen hebben niet veel ruimte nodig en voelen zich overal thuis. Dit maakt ze ideaal voor in de stadstuin. Ze kunnen zowel in de vrije uitloop als in de ren gehouden worden.Hun prachtige karakter dat rustig, betrouwbaar en ontzettend lief is, maakt ze uiterst geschikt voor beginners en kinderen.’

‘Voor beginners en kinderen’, herlas ik nog eens bij wijze van geruststelling.
‘Weet je dat John ook een kinderboek heeft geschreven:  ‘Een geluid alsof iemand geen geluid  wil maken’? ‘A  Sound Like Someone Trying Not To Make a Sound’.
Dat wist ik niet.
‘Hij weet hoe je met een kip kunt spreken.  Je denkt bijna luidop en dan klinkt het net alsof  het niet is uitgesproken maar toch werd gehoord. Zoals geluiden ’s nachts.  Het zijn misschien muizen tussen muren, maar je moet niet te bang zijn, want wat je hoort klinkt alsof het er niet is.  Begrijp je?’
Ik knikte.
‘Maar jij bent er. Alles goed met jou?’
‘Niet op letten, ik zit zit wat krap tussen Camus en Canetti. Ik kom wel eens terug als het niet zo warm is. ‘
Ze sprong vrij sierlijk op de raamrand.  
‘A sound like someone trying not to make a sound.’ zei ze.   Met de New Hampshire kleur in elke oe- en ai-klank. En daarna, in het mooiste helderste Amerikaans-Engels,  een zin uit ‘de wereld volgens Garp’, John’s boek dat zich bliksemsnel over de hele beschaafde wereld verspreidde: ‘Imaging something is better than remembering something.’  

‘De rol van een haan in een kippencollectie is zwaar overtrokken,’ was de openingszin waarmee zij mij enkele dagen later begroette. Ik had Canetti en Camus een beetje meer uit elkaar geschoven en van ‘History of Art’ een zitje gemaakt zodat zij zich gezellig kon neervlijen. Of ik een bezem had? En of ik hem dan tussen Canetti en Camus wou leggen. ‘Een kip zit graag op stok.
Wilt u kuikentjes?’
Ik legde haar uit dat ik maar tijdelijk deze kamer betrok, ja dat ik zelfs hier bij vrienden logeerde om in deze landelijke omgeving aan een boek te kunnen werken.
‘Zonder haan geen kuikentjes, dat wilde ik duidelijk maken.’
‘Misschien is het wel spannend, zo’n haan,’ probeerde ik.
‘Hij slooft zich graag uit, dat is waar. Denkt dat hij op de uitkijk moet staan, en ons bij gevaar moet waarschuwen.’
‘Dat klinkt erg nobel, niet?’
‘Het is een natuurlijke reflex. Er is nu eenmaal een pikorde in het hok. Wij laten hem dus graag in de waan dat hij het voor het zeggen heeft. Maar eerlijk: hij is galant, komt ons vertellen waar we eten kunnen vinden of schaduw, waar we onze eieren kunnen leggen zodat enkele hennen niet meer zelfstandig kunnen denken, en zich graag tegen hem aanschurken. Mensen beweren dat een haan in het hoenderhok het rendement verhoogt. Rendement. Een verschrikkelijk woord. Zou u niet over ‘rendement’ kunnen schrijven? Ik heb er lang over nagedacht toen we werden opgehokt omdat er vogelgriep rondwaarde. Het is tenslotte de verhouding tussen opbrengst en inleg. De haan die voor rust zou zorgen is de inleg, de rustige kippen die daardoor meer eieren produceren, de opbrengst. Return on investement, afgekort ROI, het Franse woord voor koning. Niet de haan is hier de baas, maar het rendement. Het rendement heerst over ons allen. En beste, hoe is het met jouw rendement? Wie gaat er geloof hechten aan een stuk of een boek over een pratende kip? Een kip met een roeping?’

Volgende afleveringen zullen ten gepaste tijde in dit blog verschijnen.  Wees dus voorzichtig met kippen.  Behandel ze met de nodige eerbied en waardering.  Net zoals wij nemen zij de omringende wereld waar. De Duits-Britse schrijver W.G. Sebald (1944-2001) wiens werk vooral de Tweede Wereldoorlog en de Holocaust omvat, schreef  in ‘Duizelingen’:

‘Op een gegeven moment vielen me midden in een groen veld een paar kippen op die zich, hoewel de regen nog helemaal niet zo lang geleden was opgehouden, een naar mijn idee voor die kleine witte beestjes enorm stuk hadden verwijderd van de boerderij waar ze thuishoorden. Om een reden die ik nog steeds niet helemaal kan begrijpen heeft de aanblik van dat groepje kippen dat zich zo ver het vrije veld in had gewaagd, mij zeer geraakt. Ik weet hoe dan ook niet wat het aan bepaalde dingen of wezens is dat mij soms zo ontroert.’

(Nieuwsgierig naar W.G. Sebald?  Lees zijn prachtig boek ‘Austerlitz’.)

‘Cautiously Optistic’ (or Chicken|Man) Ron Mueck