De sprookjesschrijver, een kortverhaal

low angel photo of tall trees
landscape photography of forest
Photo by Johannes Plenio on Pexels.com

De sprookjesschrijver, een kortverhaal

Stel dat je een sprookje wil schrijven als je ontdekt dat het vrijdag is. En niet alleen dat, maar ook nog de dertiende in de gemutileerde februari-maand van het jaar 2026, en die 26 inderdaad ook nog eens de optelling van tweemaal dertien mag zijn. Dan is een lichtelijk kreunen begrijpelijk, ook al is er na drie dagen overleg plotseling een Brusselse regering uit de Belgische lucht gevallen, samen met een meer dan gewone volume neerslag.

Gelukkig zouden we alvast ‘de Internationale Dag van Vrouwen en Meisjes in de Wetenschap’ kunnen vieren en waren er op 4 februari de Nationale Voorleesdagen aan de orde, en wie het nodig heeft, carnaval in alle maten en vaten. Aldus?
De sprookjesschrijver zuchtte.
‘Wie wil weten wat er was?’
Dat klonk ongenadig mooi. maar versleten.
‘Luister naar wat er morgen zou zijn…’
‘Reclame.’

Op het scherm begon AI een sprookje over ‘Vlam’ te vertellen. (AI-Google)
‘Vlam, een draakje, kon, in tegenstelling met zijn grote broers geen vuur spuwen. Alleen een wolkje kleurrijke glitters kwam uit zijn neus.’
De sprookjesschrijver zag steden in vuur en as. De tijd waarin hij geboren was.
‘Glitters zijn niet zo natuurvriendelijk’ typte hij onderaan.
‘Je hebt helemaal gelijk! Traditionele glitters zijn eigenlijk microplastics (meestal van PET) die schadelijk zijn voor dieren en ecosystemen. Sinds 2023 is de verkoop van losse, niet-afbreekbare glitters zelfs verboden in de Europese Unie.’
En dan volgde er een opsomming van soorten glitters: cellulose-glitter, mineralen(Mica), eetbare glitters: voor een draakje dat ze uit zijn neus snuit, zijn glitters van suiker of rijstmeel met natuurlijke kleurstoffen een perfect, onschadelijk alternatief.
Afgesloten werd met ‘Gekleurd zand: voor knutselprojecten in het bos kan gekleurd zand een natuurlijke ‘sparkle’ geven.
Hier was AI nog niet op de hoogte van de net ontstane ‘zand-paniek’ ( asbest!’)
De laatste zin:
Vlam snuit dus eigenlijk biologisch afbreekbare confetti van plantenvezels in het rond.’
Met de vraag:
‘Wil je dat ik het verhaal herschrijf zodat de nadruk ligt op zijn milieuvriendelijke superkracht, of zullen we een ander karakter ontdekken dat de natuur juist helpt?’

Neen, dat wilde hij niet! Tenslotte was dat gedoe, die ‘ge-automatiseerde’ sprookjesschrijver met gestolen materiaal gevoed. Dat ‘draakje’, eerst uitgelachen door de grote draken, kon met zijn niezen blijkbaar de dikke grijze mist verdrijven:

‘Het woud was gered, en de bomen glansden mooier dan ooit tevoren. De grote draken bogen hun koppen van schaamte. Vanaf die dag was Vlam de officiële Lichtbewaarder van het bos. Want soms heb je geen vuur nodig om de duisternis te verslaan, maar alleen een beetje schittering.’ (AI)

Tja. ‘Bwah’, zei de sprookjesschrijver. ‘Niet mis. Wel een beetje prekerig, maar…’
Het was een ‘maar’ die als een witte vlag werkte. Of als een wit vlaggetje. Want als hij aan ‘Roodkapje’ of ‘Sneeuwwitje’ dacht, kwam hij tot dezelfde slotsom: een sprookje, samengesteld uit talrijke versies, opgetekend en vaak met erg persoonlijke aanpassingen tot persoonlijke eigendom gemaakt.
Hij zuchtte als een betrapte dief. Tenslotte wie is er eigenaar van de zin: ‘Er was eens…?’
Zal ik eens een nieuwe versie maken van ‘Vlam’? Om u tegen te zeggen?’
‘Begin al maar met ‘jou’ , tenslotte kennen we elkaar’, wilde hij AI antwoorden.

Enkele maanden later verscheen er rond 13 februari 2027 een mooie, heel persoonlijke (De Standaard) menselijke(NRC) sociaal-geëngaarde(De Morgen) bundel: De geschiedenis van een vlammetje, hedendaagse sprookjes’.

Dat zou zo geweest zijn, mocht er een brand in zijn schrijfkamer het definitieve manuscript inclusief harde schijf niet vernietigd hebben. Oorzaak van de ramp bleef een raadsel. Navraag bij AI leverde niets op. ‘Wie met vuur speelt…Wilt u nog andere uitdrukkingen met ‘vuur’ of ‘vlam?”

We zullen het dus bij Peter Verhelst en zijn bundel ‘Wij, totale vlam’ moeten houden of ‘Vlam’ van Hendrik Marsman moeten citeren. Maar die zijn voor ‘grotere’ kinderen geschreven. Sprookjesschrijvers weten dat toveren niet zo vanzelf sprekend is als meestal wordt aangenomen.

stacked of stones outdoors
Photo by Pixabay on Pexels.com

Lees ook een vroegere bijdrage:

Het gedroomde schaap, een kortverhaal

Bij schaap 247 gebeurde het. Neen, Johanna viel niet in slaap ook al telde zij elke avond geduldig schaapjes die over een hek sprongen. Schaap 247 sprong maar bleef boven het hek hangen, draaide zijn hoofd met rechteroog richting Johanna, knikte vriendelijk, keek weer vooruit en verdween daarna in de diepte waarin de vorig getelde schapen verdwenen waren.

Klaar wakker was ze. Neen, het was geen droom. De helderheid van het gebeuren, dat diep doordringend kijken, Een boodschap was het. Een voorteken. Probeerde zij zichzelf van het tegenovergestelde te overtuigen: een toeval, een verborgen verlangen, een ondergesneeuwde liefde, een schrijnend tekort aan tederheid, de kortstondige maar diepe schapenblik oversteeg die bekende noden.

Wetenschappers ondersteunden haar ervaring. Schapen kunnen na twee jaar 50 gezichten herinneren, schreven knappe koppen van de Cambridge Universiteit, zelfs op foto’s. Schapen, geiten en herten kunnen dankzij hun horizontale pupillen opzij kijken zonder hun kop te bewegen. Onderzoeker Ruseler: “Hun blikveld bestrijkt bijna 310 graden. Ze kunnen zelfs zien wat er achter ze gebeurt. Het is een soort van ingebouwde ‘achteruitkijkspiegel.”

Het duurde wel even die vroege nacht voor zij het beste ritme bij de over-het-hek-springers had gevonden. Schaapje 79 bleef zelfs ook even in lucht hangen maar gunde haar geen blik, terwijl schaap 214 tot in de lage bewolking sprong en hoofdschuddend in de onbekende leegte verdween. En 247? Schaap 247 sprong, bleef boven het hek hangen en keek opnieuw richting Johanna -langer en liever dan de eerste keer, dacht zij- voor het in de diepte verdween.

Flirten met de ogen‘, zei AI, ‘De verliefde blik kan ook een vorm van flirten zijn. Door oogcontact te zoeken en vast te houden, kan men interesse tonen en een connectie creëren.’ Er was volgens AI duidelijk een verschil met de ‘normale’ blik: ‘Een normale blik is vaak korter en minder intens. De verliefde blik is specifiek gericht op de persoon en duurt langer dan een normale oogopslag.’

‘Belachelijk!’ zei zij luidop. Deze ‘ontmoeting’ had niets met wat men verliefdheid noemt te maken! Dit was de blik uit een andere wereld. En opnieuw AI citerend: ‘Het schaap, en vooral ooien en lammeren, wordt geassocieerd met zachtheid, onschuld, sociale verbondenheid en volgzaamheid..’

Dat klonk heel mooi, maar noch haar zgn. onschuld en vermeende sociale verbondenheid laat staan een zekere volgzaamheid waren met haar dagelijkse werkelijkheid, zelfs niet met haar diepste verlangens te verbinden. Ze zou zich herkennen in ‘een schaap in wolfskleren’ en sympathie opbrengen voor ‘het schaap met vijf poten’, rollen die naar haar overtuiging in ieders mensenleven wel eens, al dan niet gedwongen, werden opgevoerd. De ontmoeting met schaap 247 echter bleek van een ander gehalte, een ontmoeting uit een spelletje om vlugger te kunnen slapen maar nog onbekende vragen en emoties in haar ziel had wakker gemaakt.

Foto door Vanessa Cardui op Pexels.com

‘Laten we afspreken dat ik geen 246 schapen over dat verdomde hek moet laten springen voor jij aan de beurt bent.’ zei zij, vrij gebiedend. Zij wist dadelijk dat het de verkeerde toonaard was en zij beter met ‘Zou het kunnen dat jij…’ was begonnen. De ogen gesloten zag zij vrijwel onmiddellijk de weide met het hek. Tot haar verbazing bleek de nachtelijke hemel boven het springtuig met sterrennevels bezaaid.
‘Als het niet anders kan, vooruit dan maar…’ paaide zij haar onzichtbare kudde.


Ervaren dromers weten dat verlanglijstjes zelden worden vervuld. Je gelooft levenslang dromen te kunnen lokken maar zij blijven eigenzinnige verschijningen verwant met het dansende onvoorspelbare Noorderlicht, verraden door miljoenen verbeelde schermverhalen.
Teleurgesteld opende ze haar ogen.
‘Ik had nog net de laatste trein, dus ik dacht…’
Dezelfde ogen. Minder vacht. Bekend gemekker van lang geleden. De warme tederheid van een verloren schaap.

The dreamed sheep, a short story

At sheep 247, it happened. No, Johanna did not fall asleep even though she patiently counted sheep jumping over a fence every night. Sheep 247 jumped but lingered above the fence, turned his head with right eye towards Johanna, nodded kindly, looked ahead again and then disappeared into the depths into which the previously counted sheep had disappeared.

Ready awake she was. No, it was not a dream. The clarity of the event, that deep penetrating look, A message it was. An omen.

Scientists backed up her experience. Sheep can remember 50 faces after two years, wrote clever minds at Cambridge University, even in photographs. Sheep, goats and deer can look sideways without moving their heads thanks to their horizontal pupils. Researcher Ruseler: “Their field of vision covers almost 310 degrees. They can even see what is happening behind them. It’s a kind of built-in “rear-view mirror.”

It took some time that early night for her to find the best rhythm with the over-the-hill jumpers. Sheep 79 even lingered in air for a while too but did not grant her a glance, while sheep 214 jumped into the low clouds and disappeared into the unknown void shaking her head. And 247? Sheep 247 jumped, lingered above the fence and looked towards Johanna again -longer and rather than the first time, she thought- before disappearing into the depths.

‘Flirting with the eyes,’ AI said, ‘The infatuated gaze can also be a form of flirting. By seeking and holding eye contact, one can show interest and create a connection.’ There was a clear difference from the “normal” gaze, according to AI: ‘A normal gaze is often shorter and less intense. The infatuated gaze is focused specifically on the person and lasts longer than a normal gaze.’

‘Ridiculous!” she said aloud. This “encounter” had nothing to do with what is called infatuation! This was the gaze from another world. And again quoting AI: ‘The sheep, and especially ewes and lambs, are associated with gentleness, innocence, social connection and

That sounded very nice, but neither her so-called innocence and supposed social connection let alone a certain docility could be connected to her everyday reality, not even to her deepest desires. She would recognise herself in “a sheep in wolf’s clothing” and sympathise with “the five-legged sheep”, roles that she believed were performed at one time or another in everyone’s human life, whether forced or not. The encounter with Sheep 247, however, proved to be of a different kind, an encounter from a game to sleep faster but had awakened as yet unknown questions and emotions in her soul.

‘Let’s agree that I don’t have to make 246 sheep jump that damn fence before it’s your turn,’ she said, rather commandingly. She knew immediately that it was the wrong key and she would have been better off starting with “Could it be you…”. Eyes closed, she almost immediately saw the meadow with the fence. To her surprise, the night sky above the jumping rig appeared to be dotted with starry mists.
‘If nothing else, onward then…’ she spawned to her invisible flock.

Experienced dreamers know that wish lists are rarely fulfilled. One believes to lure lifelong dreams but they remain idiosyncratic apparitions akin to the dancing unpredictable Northern Lights, betrayed by millions of imagined screen stories.
Disappointed, she opened her eyes.
‘I just got the last train, so I thought…’
Same eyes. Less fur. Familiar mewling from long ago. The warm tenderness of a lost sheep.

(Vertaald met Deepl)

Foto door Pixabay op Pexels.com

Een paard door vleugels bevlogen, een kortverhaal

Pegasus, and his companion Bellerophon. 16th.century Italian bas relief. marble….

Of zij, net zoals Bellerophon, zou dromen van de teugels waarmee zij Pegasus, het gevleugelde godenpaard, zou kunnen berijden? Wakker worden, en jawel, de goede goden hadden het gouden wondertuig voor haar klaargelegd. Kom, makker. De luchten zijn onze thuis. Het zwerk een oneindige weide. Meester Jef zou grote ogen trekken als zij met dit vliegend wonder zou landen op de speelplaats.

Wat niet zichtbaar kon gemaakt worden, elke lijn was een tekort, elk vlak een belediging, het volume van zijn stevig maar teder hoofd een hoofdschuddend ontkennen van het wonder. Het wonder is voor altijd en eeuwig onzichtbaar. Voor het gros. De massa. Iemand met de zeldzame ogen moet je niet overtuigen. Het is een ziener van de ziel. Lijnen, vlakken en volumes overbodig. ‘Hij schrijft in de lucht, meester. Met zijn vleugelpluimen schrijft hij twaalf woorden tegelijkertijd.’

Minerva beteugelt Pegasus met de hulp van Mercurius. Jan Boeckhorst. 1650-1654

Uit het bloed van Medusa geboren nadat Perseus haar hoofd afhakte. Een dankbaar paard was het. Toen Perseus de dochter van koningin Andromeda moest redden van het zeemonster Cetus kon hij dat alleen met de hulp van haar prachtig vliegend paard. Zoals Bellerophon het dier nodig had om het monster Chimaera te doden en naast de hand van de koninklijke dochter ook nog de helft van het koninkrijk kreeg. En naar meer dan dat begon te verlangen.

Een vertelster. Waarschijnlijk grootvaders aard. Als hij uit zijn middagslaapje wakker werd kon hij een uur of twee zijn dromen vertellen Maar onthouden dat hij nog langs de notaris moest, ho maar.

Natuurlijk kon Bellerophon, de eerste ruiter van Pegasus, niet vergeten hoe die première was geweest, vliegen op de rug van Pegasus. Hij was nu eenmaal beroemd. Hij, de doder van het gevreesde monster! Zelfs de toekomstige president van een groot land wilde best een tochtje door het zwerk, belangrijk als hij dacht te zijn. Bellerophon echter wilde geen ritje, heen en weer tussen thuis en buitenverblijf. Hij wilde met het paard naar de plaats waar de goden huizen. Naar de Olympos. Hij had intussen op de begane grond een flinke firma van ruimtetuigen, en iedereen was al een eind op weg naar Maan en Mars. De Godenberg echter bleef zoals het woord het zegt, voorbehouden aan de goden, een soort die hij, na zijn avonturen met Pegasus, als de zijne ging beschouwen..

Bellerophon as founder of Aphrodisias

Droevig was dat, dacht zij. Zij hield van aardse luchten, de gordijnen van de seizoenen. Wie naar de goden wil, opent dozen van Pandora. Ook een prachtig paard als Pegasus mag je niet uitputten met de gruwel van wraak en wrevel om je berijder tot voorbij het menselijke te brengen. Deze goden waren door menselijke driften en dromen tot onbetrouwbare wezens uitgegroeid die je wellicht door listen en liefelijke gezangen aan hun kant probeerden te krijgen maar niet eens de schoonheid van het tijdelijke begrepen, de morgenmist over de velden, of het verdriet van het trage avondrood.

Bellerophon Riding Pegasus – Giovanni Battista Tiepolo

‘Breng mij nu maar naar de plaats waar ik thuishoor, Pegasus.’
Toen zij die zin fluisterend herhaalde, voelde zij nog steeds de weerzin van het dier.
Paarden denken vooruit, beseffen vlugger dan hun berijders het onmogelijke van een opdracht.
En hoe hij de teugels strak aantrok om het sneller richting Olympos te dwingen.
Was de aarde nog een lappendeken geweest, nu werd ze een wazige kromming, een met donkere wolken bedekt raadsel.
Of hij echt die kant uit wilde? Woordeloos maar in elke rilling van het prachtig dier uitgesproken.
‘Godenkinderen horen op de Olympos thuis, Pegasus. Hoger dus!’
Ook aan grenzeloze trouw die alleen bij onverbreekbare vriendschap kan openbloeien, komt een einde.
De Grieken vertellen dat de goden een stevige mug naar het uitgeputte dier stuurden en eens gestoken het zijn berijder van zich afschudde en daarna feestelijk door de goden werd ontvangen.
‘Neen,’ zei het meisje. ‘Paarden kunnen zelf zich van een wrede ruiter bevrijden.
Bellerophon kwam met een dreun tussen de doornstruiken terecht en zwierf de rest van zijn dagen rond als een kreupele dwaze verteller die paardenstallen mocht proper maken.

Langs de kant van de goden wordt er verteld dat het schitterende paard de bliksemschichten van Zeus zou rondgedragen hebben. Ook kon je het prachtige dier nu en dan op aarde zien waar het de neergekomen vuurpijlen verzamelde en weer naar de hemel droeg.
Maar tenslotte kreeg het zelf een plaats aan de hemel waar je het nu bij heldere nachten kunt bewonderen.

Het meisje dat van Pegasus en zijn soortgenoten droomde is intussen een jonge vrouw die met beeldende kunsten de wereld dichterbij de schoonheid wil brengen. En nu en dan tref je haar op een soortgenoot van het wonderpaard aan want ze hebben elkaar nog steeds heel wat te vertellen.



Het sterrenbeeld Pergasus is één van de grootste grootste sterrenbeelden en is zichtbaar aan de noordelijke sterrenhemel. In grootte is Pegasus het 7de sterrenbeeld. Pegasus is aan de nachtelijke hemel heel makkelijk terug te vinden doordat het in de buurt ligt van de bekende sterrenbeelden Perseus, Cassiopeia en Andromeda. Dit sterrenbeeld wordt gevormd door een groot vierkant dat makkelijk herkenbaar is. Net als Andromeda is Pegasus het best te observeren in de vroege herfst want tussen eind augustus en eind september staat dit brede sterrenbeeld rond middernacht nabij het zenit. (Spacepage)

Lees meer:

https://www.spacepage.be/artikelen/waarnemen/sterrenbeelden/pegasus

A horse inspired by wings, a short story


Whether, like Bellerophon, she would dream of the reins with which to ride Pegasus, the winged horse of the gods? Awake, and yes, the good gods had prepared the golden wonder-horse for her. Come, companion. The skies are our home. The sky an endless meadow. Master Jef would draw big eyes when she landed on the playground with this flying miracle.

What could not be made visible, every line was a deficit, every plane an insult, the volume of his firm but tender head a head-shaking denial of the miracle. The miracle is forever and ever invisible. To the bulk. The masses. Someone with the rare eyes does not need convincing. It is a seer of the soul. Lines, planes and volumes superfluous. ‘He writes in the air, master. With his wing feathers, he writes twelve words at once.’


Born from the blood of Medusa after Perseus cut off her head. A grateful horse it was. When Perseus needed to save Queen Andromeda’s daughter from the sea monster Cetus, he could only do so with the help of her magnificent flying horse. Just as Bellerophon needed the animal to kill the monster Chimaera and got half the kingdom in addition to the royal daughter’s hand. And began to long for more than that.


A storyteller. Probably grandfatherly nature. When he woke from his afternoon nap, he could spend an hour or two telling what he had dreamt about. But remembering that he still had to visit the notary, ho.


Of course, Bellerophon, the first horseman of Pegasus, could not forget what that premiere had been like, flying on the back of Pegasus. After all, he was now famous. He, the slayer of the dreaded monster! Even the future president of a great country wanted a ride through the swirl, important as he thought he was. Bellerophon, however, did not want a ride, back and forth between home and country house. He wanted to take the horse to where the gods live. To the Olympos. Meanwhile, he had a sizeable firm of spacecraft on the ground floor, and everyone was already well on their way to Moon and Mars. Mount of the Gods, however, as the word implies, remained reserved for the gods, a species he came to regard as his own after his adventures with Pegasus.


Sad was that, she thought. She liked earthy skies, the curtains of the seasons. Those who want to go to the gods open Pandora’s boxes. Nor should you exhaust a beautiful horse like Pegasus with the horror of revenge and resentment to take your rider beyond the human. These gods had grown into untrustworthy creatures by human urges and dreams who might try to get you on their side by wiles and sweet chants but did not even understand the beauty of the temporary, the morning mist over the fields, or the sorrow of the slow evening red.


Now take me to where I belong, Pegasus.
As she repeated that sentence, she still felt the animal’s reluctance.
Horses think ahead, realise more quickly than their riders the impossibility of a task.
And how he tightened the reins to force it faster towards Olympos.
Had the earth still been a patchwork quilt, now it became a hazy curve, a dark cloud-covered enigma.
Whether he really wanted to go that way? Wordlessly but voiced in every shiver of the magnificent animal.
‘Children of gods belong on the Olympos, Pegasus. Higher so!’
Even boundless loyalty that can blossom only in unbreakable friendship comes to an end.
The Greeks tell that the gods sent a sturdy mosquito to the exhausted animal and once stung it shook off its rider and was then received festively by the gods.
‘No,’ said the girl. ‘Horses themselves can free themselves from a cruel rider.
Bellerophon landed with a thud among the thorn bushes and wandered around for the rest of his days as a crippled foolish storyteller who was allowed to clean horse stables.


Along side the gods, it is told that the magnificent horse is said to have carried around Zeus’ lightning bolts. You could also occasionally see the magnificent animal on earth where it collected the fallen fire arrows and carried them back to heaven.
But finally, it got its own place in the sky where you can admire it now on clear nights.


The girl who dreamt of Pegasus and his kind is now a young woman who wants to use visual arts to bring the world closer to beauty. And every now and then you will find her on a companion of the wonder horse because they still have a lot to say to each other.

The constellation Pergasus is one of the largest largest constellations and is visible in the northern sky. In size, Pegasus is the 7th largest constellation. Pegasus is very easy to find in the night sky because it is close to the well-known constellations Perseus, Cassiopeia and Andromeda. This constellation is formed by a large square that is easily recognisable. Like Andromeda, Pegasus is best observed in early autumn because between late August and late September, this broad constellation is near the zenith around midnight. (Spacepage)

Schaduw-verlangens, een kortverhaal

Martino Pietropoli. Woman walking with shadow

SCHADUWVERLANGENS, een kortverhaal

‘Weerschijn, dat is het juiste woord. ‘Weerschijn.’ Het weerwerk van het licht. Het teruggekaatste licht. Weerspiegeling. Dat had ik willen zijn.’
‘Schaduw is ook een mooi woord, schaduw.’
‘Kijk, ik zou nu mijn hoofd willen schudden, maar zo lang jij die knikker van jou gelijkhebberig stijf tussen die schoudertjes houdt, blijft er voor een schaduw niets anders over dan je volmaakt te imiteren onder dit schrale lantaarnlicht.’
‘Zoals je wilt.’
Ik schudde mijn hoofd op een bedenkelijke wijze.
‘Flauw.’ probeerde hij mij af te remmen, maar overgeleverd aan mijn bewegingen lukte hem dat niet.
‘Ik sluit eventjes mijn ogen, dan kun jij je stevig uitrekken.’
Even rondkijken of er niemand in de nabijheid was, en dan ogen dicht en luidop tot vijf tellen.
Na vijf wachtte ik nog eventjes. Vijf bonus-seconden.
‘Dankjewel. Die kromme schoudertjes van jou kun je beter laten behandelen. Zou je nog eens even over je eigen schaduw willen springen? Wat denk je?’ Gezond toch?’
‘Ik doe mijn best, maar het is laat en…’
‘…en je bent moe van onze avondwandeling, je wilt nog even in het volle licht de wereld met lettertjes overvallen en…’
‘Wil je dat ik je probeer los te maken?’
‘Een man zonder schaduw? ‘
En verder in het Duits:
‘…die Frau ohne Schatten?’
‘…die is een opera lang op zoek naar een schaduw want zonder is de Keizerin geen mens en kan ze met haar geliefde Keizer geen kinderen hebben.’
Het bleef even stil. Een avondbriesje werd in de kruinen van de parkbomen hoorbaar.
‘Wist ik veel dat je nog eens vader wilde worden, en eerlijk gezegd…’
‘Ik ben omringd door drie prachtige vrouwen, shadow. Een maatje voor het leven, een schat van een dappere dochter en een tedere en inventieve kleindochter.’
‘Er zou dus een kansje bestaan dat jij -hij zweeg deskundig- dat jij … zonder mij kan? Tenslotte ben ik je donkere kant en die is volgens de heer C. Jung geen roze wolk om het vriendelijk uit te drukken.’
‘Niets en niemand is volmaakt maar hetzelfde menselijk gezelschap weet dat wie licht zoekt voortdurend door zijn eigen donkerte moet.’
‘’Angst. Jaja. Een schaduw weet wat angst is. Ik hoef maar even een beetje vreemd te bewegen en overal klinkt gegil. Overigens hoe lang loop je al door die ‘eigen donkerte’?
‘Levenslang. Geboren in de oorlog.’
‘Als geen andere schaduw ken ik je verlangens en angsten. Laat mij gewoon voor een weekje gaan.. Een week zonder je archetype ‘de schaduw’ zoals de heer C. Jung mij beschrijft. Ik ben tenslotte maar een sjabloon waarmee jij je ervaringen leert begrijpen en organiseren, als ik het goed heb. Een boel overgeërfde emoties of gedragspatronen die zich in allerlei kunstgedoe zouden manifesteren. En nog een beetje dichter bij huis: ‘’De schaduw is het archetype dat wij liever verborgen houden voor de buitenwereld en soms ook voor onszelf; alles wat we weigeren te erkennen, maar dat op indirecte of directe manier toch wordt opgedrongen aan onszelf, zoals ‘inferieure karaktertrekken en andere onverenigbare neigingen.‘ om de Heer Jung te citeren. Leuk gezelschap ben ik, niet?’
‘Het is geen recept, maar ik kan mij in zijn wijsheid wel vinden. Weet je wat Jung’s laatste woorden waren?’
‘Ik weet dat jullie de dreiging van de totale vernietiging altijd volledig ontkennen.’
‘Juist, en daarom stimuleerde hij door te gaan met leven alsof de dood niet het einde betekent.’
‘Nog maar eens een fraai stukje schaduw-denken!’
‘Dat betekent niet per se dat er leven na de dood is, alleen dat er iets in ons bestaat dat dat gelooft, om zijn eigen woorden te gebruiken.’
‘Hij was een Zwitser, niet?’
‘En zijn laatste woorden: “Laten we vanavond bij het eten een goede fles wijn opentrekken!”
‘Als schaduw zou ik je aanraden zijn raad ook nog bij het volle leven en welzijn op te volgen. Zonder mij. Wel?’
‘Gedraag je en zondag voor het donker thuis!’

met dank aan Carl-Gustav Jung

Shadow desires, A short story

‘Reflection, that’s the right word. ‘Reflection.’ The resistance of light. The reflected light. Mirroring. That’s what I had wanted to be.’
‘Shadow is also a nice word, shadow.’
‘Look, I’d like to shake my head now, but as long as you keep that marble of yours equivalently stiff between those little shoulders, there’s nothing left for a shadow but to imitate you perfectly under this meagre lantern light.’
‘As you wish.’
I shook my head dubiously.
‘Faint.’ he tried to slow me down, but at the mercy of my movements he did not succeed.
‘I’ll close my eyes for a while, then you can stretch firmly.’
A quick look around to see if no one was nearby, and then eyes closed and counted to five out loud.
After five, I waited a little longer. Five bonus seconds.
‘Thank you. Those crooked shoulders of yours would be better treated. Would you mind jumping over your own shadow again? What do you think?’ Healthy right?’
‘I try my best, but it’s late and…’
‘…and you’re tired from our evening walk, you want to jump over the world with letters in the full light and…’
‘Do you want me to try to untie you?’
‘A man without a shadow? ‘
And further in German:
‘…die Frau ohne Schatten?’
‘…who is an opera long in search of a shadow because without it, the Empress is not a man and cannot have children with her beloved Emperor.’
There was silence for a while. An evening breeze became audible in the crests of the park trees.
‘Did I know you wanted to be a father again, and honestly…’
‘I am surrounded by three beautiful women, shadow. A mate for life, a darling of a brave daughter and a tender and inventive granddaughter.’
‘So there would be a chance that you -he remained expertly silent- that you could …do without me? After all, I am your dark side and that, according to Mr C. Jung, is not a pink cloud to put it kindly.’
‘Nothing and no one is perfect but the same human company knows that those who seek light must constantly pass through their own darkness.’
”Fear. Yep. A shadow knows what fear is. I only have to move a little strangely and screams can be heard everywhere. By the way, how long have you been walking through that ‘own darkness’?
‘Life sentence. Born in the war.’
‘Like no other shadow, I know your desires and fears. Just let me go for a week.’ A week without your archetype ’the shadow’ as Mr C. Jung describes me. After all, I am just a template by which you learn to understand and organise your experiences, if I am right. A lot of inherited emotions or behavioural patterns that would manifest in all sorts of art stuff. And even a little closer to home: ”The shadow is the archetype that we prefer to keep hidden from the outside world and sometimes from ourselves; anything that we refuse to acknowledge, but which is nevertheless imposed on ourselves in an indirect or direct way, such as ‘inferior character traits and other incompatible tendencies.’’ to quote Mr Jung. Nice company I am, aren’t I?’
‘It’s not a recipe, but I can relate to his wisdom. Do you know what Jung’s last words were?’
‘I know you guys always completely deny the threat of total annihilation.’
‘Right, which is why he encouraged continuing to live as if death is not the end.’
‘Just another fine piece of shadow-thinking!’
‘That doesn’t necessarily mean that there is life after death, just that there is something in us that believes that, to use his own words.’
‘He was a Swiss, wasn’t he?’
‘And his last words: ‘Let’s open a good bottle of wine at dinner tonight!’
‘As a shadow, I would advise you to follow his advice even in the fullness of your life. Without me. Well?
‘Behave yourself and get home before dark on Sunday!’

Courtesy of Carl-Gustav Jung

Martino Pietropoli. Woman walking with shadow


Met dank voor technische inhoud en verwoording aan:

Vriend en vijand, een kortverhaal

Aarde als vriend en vijand en seizoen Herfst Antoon Derkinderen

Vriend en vijand, een kortverhaal

(English translation below)

Dat hij de vijand in zichzelf niet in een vriend kon veranderen, nochtans een nobele doelstelling, verwarde hem sinds zijn jonge jaren.
Zijn vader, muziekleraar en een druk bezette verzekeringsmakelaar, maakte hem de balans duidelijk: het is geven en nemen en dat in een voortdurend dezelfde beweging, Allegro ma non troppo. Levendig maar niet te snel.
Ook, als oefening, Una corda, alleen met linkerpedaal, zou mogelijk zijn, maar dan wordt het geluid zachter en doffer en verandert dus de klankkleur.
Zijn waarschuwing Affanoso (angstig) niet eens te overwegen en de term ‘Furioso’(woedend) over te laten aan de overweldigers, eindigde met de vrome wens met ‘Zeloso’ (ijverig) de wereld in te gaan.
Zo had vaders liefde voor muziek zijn intense aandacht getraind bij de waardebepaling van een te verzekeren goed. Modesto. Tempo ordinario.

Hij begreep het geschetste evenwicht tussen de ongrijpbaarheid van de muziek en de pogingen het materiële voor verlies te waarborgen, maar zijn innerlijke vijand kelderde elke poging om zijn aardse aanwezigheid los te maken van de nietigheid waarin zijn zelf huisde en waarmee dat innerlijke de wereld tegemoet moest treden. Hij ontkende de mogelijkheden niet om met zijn redelijke begaafdheden een beperkte bijdrage te leveren tot het verbeteren van het mensenlot, maar één blik in de onmetelijke sterrenhemel, één pagina lectuur in de morgenkrant, één onmogelijk verlangen van zijn beperkte mensengeest voedde die inwonende vijand met de bijna onweerstaanbare drang zichzelf te verslinden en in het spreekwoordelijke ‘niets’ te verdwijnen..

Eduardo Reciff Misprinted Type

In verhalen ontmoeten dergelijke mensen een wijze man of vrouw die hen een helder inzicht verschaft of vinden ze de liefde van hun leven maar in dit verhaal wekte deze geestelijke zwaarte de eetlust van de getroffene.
De lezer(es) dacht waarschijnlijk dat zijn geestestoestand, met inbegrip van een aanwezige innerlijke vijand, donkere plannen in zijn hoofd zou laten ontwaken, maar eens hij zijn verwarring had leren intomen en de nodige jaren van verstand bereikte, veranderde zijn drang tot zichzelf verslinden in het rijkelijk tot zich nemen van het dagelijks gebeuren alsof het telkenmale een ander, nieuw gerecht was. Hij smaakte eindelijk het leven. Niet altijd feestelijk gesausd, maar ook wel eens bitter of armoedig, aangebrand of lichtjes gesuikerd. Gustoso, zou zijn vader zeggen. Met smaak.

Stilleven met kaas van Floris Claesz. van Dijck

De Russische Solanka-soep is van drie vleessoorten voorzien: rundsvlees. met been, gekookte en gerookte ham, kalfsgebraad en een in wijn gestoofd kalfsniertje. Het is maar één voorbeeld van waar ‘smaak’ je kan brengen en dan heb ik het nog niet over cupcakes en muffins met pure chocolade, boter, suiker en dubbele roomkaas. Het zal dus niemand verwonderen dat levensdrift ook voor ongemakkelijke nevenverschijnselen kan zorgen waarvan het toenemend gewicht intussen een groter gevaar vormt dan de dreigingen van een dictator, ook al is de eerste lettergreep van zo’n functie toevallig het juiste bijvoeglijk naamwoord.

Mannelijke exemplaren beginnen dan met overdadige bokstrainingen zoals de Franse president nog maar net heeft bewezen; andere belangrijken hullen zich in sportkledij om het voorbijtrekkend legermateriaal te bekijken of rijden zonder shirt paard in Siberië. Venterigheid à la carte heden ten dage in alle journaals aanwezig. De zoon van de verzekeringsmakelaar echter besloot zich terug te trekken uit de wereld en als lekenbroeder het vee van een kartuizerklooster te verzorgen.

Friedrich Walther Heilige Wendelinus (pelgrim veehoeder)

Niet alleen voor zijn gewicht, maar ook voor zijn zoekende ziel was dit een heilzame stap. Hij trok met een kudde schapen door een golvend landschap, leerde de plaatselijke bewoners kennen en vertelde hen wonderlijke verhalen bij het vuur. Hier kon je nog de sterrenhemel zien, genieten van de bewegingen der seizoenen en de weldaden van de stilte ondergaan. Mensen die de vijand in hun ziel wilden bevechten leerde hij de weg naar verzoening met zichzelf. Op stap met de schapen. Zonder te veel woorden.

Foto door Quang Nguyen Vinh op Pexels.com

Friend and foe, a short story

That he could not turn the enemy in himself into a friend, nevertheless a noble goal, confused him since his early years.
His father, a music teacher and a busy insurance broker, made the balance clear to him: it is give and take and that in a constantly the same movement, Allegro ma non troppo. Lively but not too fast.
Also, as an exercise, Una corda, with left pedal only, would be possible, but then the sound becomes softer and duller and so the timbre changes. His warning not to even consider Affanoso (anxious) and leave the term ‘Furioso‘(furious) to the overpowers, ended with the pious wish to go out into the world with ‘Zeloso‘ (zealous).
Thus, father’s love of music had trained his intense attention when valuing a commodity to be insured. Modesto. Tempo ordinario.

He understood the outlined balance between the intangibility of music and attempts to safeguard the material for loss, but his inner enemy plummeted any attempt to detach his earthly presence from the nullity in which his self resided and with which that inner had to face the world. He did not deny the possibilities of using his reasonable endowments to make a limited contribution to the betterment of man’s lot, but one glance into the immeasurable starry sky, one page reading in the morning paper, one impossible desire of his limited human spirit fed that indwelling enemy with the almost irresistible urge to devour himself and disappear into the proverbial ‘nothingness’….

In stories, such people meet a wise man or woman who gives them a clear insight or they find the love of their life but in this story, this spiritual heaviness whetted the appetite of the afflicted person.
The reader(s) probably thought that his state of mind, including a present inner enemy, would awaken dark plans in his mind, but once he learnt to contain his confusion and reached the necessary years of sanity, his urge to devour himself turned into richly consuming the everyday as if it was a different, new dish every time. He finally tasted life. Not always festively sauced, but sometimes bitter or shabby, burnt or lightly sugared. Gustoso, his father would say. With flavour.

Still life with cheese by Floris Claesz. van Dijck

The Russian Solanka soup features three meats: bone-in beef, boiled and smoked ham, veal roast and a veal kidney simmered in wine. It is just one example of where ‘flavour’ can take you, not to mention cupcakes and muffins with dark chocolate, butter, sugar and double cream cheese. So it should come as no surprise to anyone that lust for life can also create uncomfortable side effects whose increasing weight, meanwhile, is a greater danger than the threats of a dictator, even if the first syllable of such a function happens to be the correct noun.
Male specimens then start lavish boxing training as the French president has only just proved; other important ones dress in sportswear to watch the passing army equipment or ride shirtless horses in Siberia. Exaggerated masculinity à la carte present in all newsreels these days. The son of the insurance broker, however, decided to retire from the world and look after the livestock of a Carthusian monastery as a lay brother.

Friedrich Walther Heilige Wendelinus (pelgrim veehoeder)

Not only for his weight, but also for his searching soul, this was a beneficial step. He trekked with a flock of sheep through an undulating landscape, got to know the locals and told them wonderful stories by the fire. Here you could still see the stars, enjoy the movements of the seasons and undergo the benefits of silence. People who wanted to fight the enemy in their souls he taught the way to reconciliation with themselves. Out with the sheep. Without too many words

Foto door Quang Nguyen Vinh op Pexels.com

Woord zoekt onderkomen, een kortverhaal

Liquidnight: Duy Huynh Star Catcher – Acrylic on wood, 2009

‘Niet aan beginnen,’ zei het woord.
Ik zweeg, schudde het moeë hoofd en probeerde: ‘Sinister.’
Het bleef even stil. Er werden smalle schoudertjes opgehaald.
‘Je hoort toch dat er te veel “i’s” in zitten? ‘Stekelig. Riekt naar het Latijnse ‘sinister’ dat je met ‘links’ kunt vertalen. ‘Iemand links laten liggen.’ Als je onderweg bent en iets links laat liggen, ga je er niet naartoe . Links was de kant waar het ongelijk vandaan kwam, dus de kant die je moest mijden. Vergeet ‘sinister’.
‘Ik vond het wel mooi klinken.’
‘Maar ik moet erin rondlopen. ‘Daar heb je ‘Sinister’, hij wist er niets van te bakken, meneer de minister.’
‘…maar mist er geen moment van en vist er verborgen verzen uit, lieve sinister’.
‘Links lullen en rechts vullen.’
‘…maar ik wilde links en rechts net uit hun politieke hemdjes halen, lief woord.’
‘Sinister.’
Het woord legde zich tussen de woordenboeken, een plaats waar nog betekenisloze woorden graag toeven, en zuchtte.

Lisa Aisato

‘Besef je nog niet dat ik een vrij woord wil blijven. Morgen ben ik ‘angstzweet’, overmorgen ‘eindstreep’ en volgende week ‘notendop’.
‘Dat zijn drie woorden.’
‘Eens ik in jou geschrijf kom wonen is er geen ontsnappen aan. Je staat er als ‘qui-vive’ of ‘stroomversnelling’ te koop, voor eens en altijd. En dan heb ik het nog niet over ‘uitbrander’, ‘pappenheimer’ of ‘hoogvlieger’.’
‘Wacht even: er loopt een zwarte vogel die een boom draagt op zijn rug en boven op zijn takken staat er een huis met op het dak een ladder tot aan de maan waarop een andere zwarte vogel zit. Wel?’
‘Dat is een tekening! Ik ben maar een woord. Je hebt er een boel nodig om een tekening te vertellen, neem dus een potlood en ga naar een academie om er de stiel te leren.’

Toni De Muro

‘Ik kan een kroonprins van je maken, of een komeet, of wat denk je van ‘heelmeester’?’
‘Eens je mij neerschrijft en ik later gedrukt de wereld in ga, is het te laat. Ik wil een vrij woord blijven, een zwerfwoord.’
‘Wat denk je van ‘woordeloos’?
‘Wacht even. Zegt het nog eens.’
‘Woordeloos.’
‘Ik ben dan een woord zonder woord te zijn.’
‘Sinister, niet?’
‘Niet dadelijk de vriend van een schrijver, geef ik toe.’
‘Maar dan kan ik nooit nog een ander woord worden. Het verlossende woord, bijvoorbeeld? Of het laatste woord hebben?’
‘Je bent dan helemaal woordeloos.’
‘Het is een prachtig woord. Want wanneer ben je woordeloos?’
‘Op momenten dat je over je woorden zou struikelen, dat iets of iemand te groot voor woorden is, het laatste woord heeft gehad of het verlossende woord heeft gesproken of de daad bij het woord heeft gevoegd.’
‘Maak ‘woordeloos’ van mij.’
‘Het is niet zo’n leuk woord voor een schrijver.’
‘Maar we zullen elkaar dagelijks tegenkomen en als het echt niet lukt dan besef je dat ’woordeloos’ de geliefde van een woord is dat je terugvindt als je aan ‘muziek’ denkt. Familie zijn van ‘schoonheid’ is niet iedereen gegeven.
Zullen we samen ‘woordeloos’ zijn? Althans voor even?’
De schrijver knikte.
Hij begreep dat je best ‘woordeloos’ als goede vriend(in) kon hebben op momenten van gemis en genot waar woorden overbodig worden.
Om de daad bij het woord te voegen luisterden ze naar Schuberts ‘An die Musik’. Om samen woordeloos te zijn.


Je kunt het kortverhaal ook voorlezen of er zelfs een gespeelde dialoog van maken op deze en komende zalige zelfs heilige avonden. 
Wassily Kandinsky, Winterlandschap met kerk, ca 1910-1911

“De Boletus-satanas”, een vervolgverhaal (3)

De opgestoken vingers? Dat was duidelijke tekentaal. In ChatGPT-taal: hallucinaties. En zijn rol als veel besproken ‘factchecker’ kon dus duidelijk gemanipuleerd worden. De Boletus-satanas was allerminst in staat gebleken winst-oproepende ideeën aan te leveren, ziekenhuisrekeningen niet inbegrepen. Maar erg toevallig klonk het ook niet. Zachtjes gemanipuleerd bleek een betere term waarvan het resultaat voor de nodige hallucinaties kon zorgen.

Of ik een kabouter was? Antwoorden met ‘nee, Sinterklaas’ gaf de ChatGPT te veel kansen om het over het leven van heilige mannen te hebben dus was het beter een vraag met een vraag te beantwoorden.
‘Ik niet, jij wel?’
‘Kabouter Plop en kabouter Wesley zijn kabouters. Of de kabouters van Rien Poortvliet.’
‘Ben jij een kabouter?’
‘Een kabouter is een fictief wezen dat vaak wordt afgebeeld als een klein menselijk figuurtje met een lange baard en een puntmuts. Kabouterverhalen en -legendes zijn vooral populair in Europese folklore, met name in landen zoals Nederland, België, Duitsland en Scandinavië. Kabouters worden vaak geassocieerd met bossen en natuurlijke omgevingen, en worden vaak afgeschilderd als vriendelijke wezens die in harmonie met de natuur leven. Ze worden vaak beschreven als behulpzaam en soms ondeugend, en worden vaak geassocieerd met het bewaken van schatten of levende wezens in het bos.’

Na enkele seconden verscheen het prentje met de opgestoken vingers dat weldra werd vervangen door deze boodschap:
‘ChatGpt is ontworpen om een vriendelijke en interactieve gesprekservaring te bieden. Je kunt gewoon je gedachten delen, een discussie voeren of zelfs wat luchtige humor uitwisselen.’

Die ‘luchtige humor’ kwam vlug in de schaduw toen ik het over de hallucinaties had waarvan eerder sprake:

Een risico van generatieve AI wordt hallucinatie genoemd. (zonder koorts of zonder paddo's!)

Een van de grootste zorgen van generatieve AI-systemen wordt zichtbaar wanneer ze de vragen niet begrijpen of ze verkeerd interpreteren. Omdat ze geen correcte antwoorden kunnen genereren, beginnen ze antwoorden te verzinnen in een proces dat “Artificial Intelligence Hallucination” wordt genoemd.

Hallucinatie is de term die wordt gebruikt voor het fenomeen waarbij AI-algoritmen en deep learning neurale netwerken uitvoer produceren die niet echt is, niet overeenkomt met de gegevens waarop het algoritme is getraind of niet overeenkomt met een ander identificeerbaar patroon.

Het kan worden verklaard door je programmering, ingevoerde informatie of andere factoren zoals verkeerde classificatie van gegevens, onvoldoende training, onvermogen om vragen in verschillende talen te interpreteren, onvermogen om vragen in een context te plaatsen.

Hallucinaties kunnen voorkomen op alle soorten synthetische gegevens zoals tekst, afbeeldingen, audio, video en computercode.

En helemaal fraai wordt het als ik lees dat het idee bestaat om OpenAI te belonen bij betrouwbare resultaten om ongewenste resultaten te ontmoedigen.  Niet alleen bij het eindresultaat, maar om te 'belonen' bij elke stap:  “proces-supervisie” tegenover “resultaat-supervisie”. Zo zou de gedachtegang van het systeem transparanter worden. Maar...

“Hoe je kunstmatige intelligentie voor iets beloont werd niet onthuld, maar dat zal niet met een traktatie zijn.”
(IT daily)

"The New York Times pikt het niet langer dat OpenAI zijn populaire site leegrooft om zo slim mogelijk te worden, zonder daar ook maar iets voor te betalen. Dat is alleen maar logisch, zou je denken. Maar toen ChatGPT eind vorig jaar werd gelanceerd, waren we kennelijk allemaal te verbluft om stil te staan bij wat er eigenlijk aan de hand is. Ondertussen sijpelt het langzaam door: ChatGPT is intellectuele diefstal op wereldschaal. We stonden erbij en keken ernaar.

Generatieve AI-machines draaien op onvoorstelbaar grote databestanden, allemaal afkomstig van sites die géén eigendom zijn van de AI-bedrijven. En ChatGPT vraagt geen toestemming. OpenAI-baas Sam Altman plundert als een cowboy, het web is zijn Far West. ChatGPT, maar bijvoorbeeld ook de grafische apps Dall-e of Midjourney, knippen en plakken nieuwe teksten, beelden en filmpjes bij elkaar."  (Bert Bultinck Hoofdredacteur Knack 23 augustus 2023 )

Photo: Jaap Buitendijk uit film ‘Hugo’. 2011 GK Films, LLC.

Hugo, Film in 3D (2011) centreert zich rond een gebroken automaton die hij hoopt te repareren. Het verhaal speelt zich af in de dertiger jaren. Maar ook in vorige eeuwen werden dergelijke automatons ontworpen, machines die zelf zouden denken. In haar artikel in weekend Focus Knack van 20 januari (‘Onzichtbare uitbuiting: ‘Om AI bruikbaar te maken, is er heel wat menselijke arbeid nodig’) schrijft Elisa Hulstaert over de achtergrond van het verschijnsel). Ze vertelt over de 126 mensen in Madagascar die in realtime videobeelden van ‘slimme’ bewakingscamera’s bewaken in een Franse supermarkt. In feite dus de I.A. achter de ‘slimme camera’s. Naar Europese normen worden ze daar heel weinig voor betaald.

’ Soms is het goedkoper om werknemers in lagelonenlanden in te schakelen dan om artificiële intelligentie te trainen. Om goede resultaten op te leveren, moet dat systeem het onderscheid kunnen maken tussen klanten die hun telefoon in hun broekzak steken en klanten die een chocoladereep wegmoffelen. Makkelijk voor mensen, maar moeilijk voor artificiële intelligentie.'  (Knack ibidem)

Er is dus heel wat menselijke arbeid nodig ‘achter de schermen’.

In 2005 lanceerde die techgigant MTurk.com, een website waar bedrijven – eventueel anoniem – mensen vinden die voor een paar cent per opdracht online eenvoudige taken uitvoeren. Ze tekenen bijvoorbeeld vierkanten rond tomaten of olijven in salades, zodat slimme apps je op basis van een foto kunnen vertellen hoeveel calorieën je bord telt. Het zijn taken die nodig zijn om artificiële intelligentie te trainen en slim te doen lijken. MTurk heet voluit niet toevallig ‘Amazon Mechanical Turk’ en is slechts één van de vele platformen die het klikwerk faciliteert. (Knack ibidem)

Het klinkt dus niet zo vreemd dat wetenschappers waarschuwen dat de ontwikkeling van artificiële intelligentie de patronen van de kolonisatie volgt, schrijft Elisa Hulstaert in het geciteerde artikel. “Als we technologie willen die echt voor mensen werkt, moeten we de behoeften van mensen centraal stellen, niet die van multinationals.’

Wellicht worden mijn ‘kabouters’ nu helemaal zichtbaar, niet als sprookjesfiguren maar wel degelijk als de reeds voor eeuwen dienende klusjeswezens (klikwerkers) in dienst van de ‘groten’. Liefst ‘ondergronds’, onzichtbaar dus tenzij zij even in een sprookje mogen opduiken. Ik heb de afleveringen als ‘vervolgverhaal’ geklasseerd omdat je hun levens blijkbaar alleen in een ‘sprookje’ kunt voorstellen terwijl ze zich in het werkelijke leven voor ons uit de naad moeten werken. Hun wraakoefening met de Boletus-satanas heb ik uit verbinding met hun lot verzonnen, maar let op, soms achterhaalt de werkelijkheid ruimschoots de fantasie!

beeld AFP

“De Boletus-satanas”, een vervolgverhaal (2)

Wil je graag aansluiten bij onze eerste aflevering?  Dat kan.  Klik hier onder om de eerste aflevering nog even door te nemen voor je aan de tweede begint.

Stel je voor dat ze bestaan, dat is ongeveer de teneur van het geloof in kabouters. In Nederland was er in de zestig-zeventiger jaren een politieke verzameling met die naam; kinderen kun je blijkbaar stilhouden met allerlei vertellingen daaromtrent, terwijl het in werkelijkheid wel eens nare mannetjes (vrouwtjes) zouden zijn. Het feit dat ze miniatuurtjes van de alledaagse mens zijn maakt hen tegelijkertijd aantrekkelijk en roept wantrouwen op. Wij in het klein? Waarom vergroten we dan vooral onze eigen lastige kanten in een vertederende verkleining?

Vroeger liet de boer een pan spek op het veld, naast paard en ploeg. ’s Morgens was de pan leeg en het veld geploegd. Menselijk al te menselijk?
(tenzij je in paarden gelooft die het voor een pan spek doen natuurlijk.)
In sprookjes doen ze hand- en spandiensten, maar ze schrikken ook niet terug voor allerlei plagerijen. Als ‘aardmannetjes’ staan ze dicht bij de natuur, maar gezien onze bestemming in dezelfde materie te vinden is en zij makkelijk twee-driehonderd jaar zouden worden, ligt onze verbinding eerder bij tegelijkertijd warm- en koud blazen dan in een broederlijke hartelijkheid. Of is de kabouter er vooral om in hem te geloven, schreef Paul Biegel.
Het meisje Madelief in het verhaal ‘Het wolkenschip’ zegt het nog eens glashelder: ‘Echte toverdingen gebeuren alleen maar als niemand het ziet. Daarom gelooft niemand dat ze bestaan.’

“Misschien is hij de tegenpool van alles wat je met je verstand kunt beredeneren, van wat je leert op school, waar de schrijver evenmin een gelukkig mens geweest is.” (Bregje Boonstra over Paul Biegel)
Nisse (gnome)’. Un gnome, tel que je l’ai vu dans mon jardin. Il m’a laissé quelques secondes pour le dessiner (vous me croyez ?).

Godfried Bomans schreef een prachtig verhaal over de dood van de sprookjesverteller. Diep treurig realiseert deze zich op zijn sterfbed dat de kruidenier toch gelijk had met zijn bewering dat kabouters niet bestaan. Wanneer de Dood hem aan Gods voeten legt, vraagt God wat de laatste gedachte van de sprookjesverteller was. De Dood antwoordt verlegen dat de man zo graag één keer een kabouter had willen zien. Waarop Bomans aldus eindigt: ‘God glimlachte. Dat is een zeer goede gedachte, zeide hij, laat hem derhalve binnen.’ (ibidem)

John Bauer – Illustration to Alfred Smedberg’s The trolls and the gnome boy in the childrens’ stories collection Among pixies and trolls, 1909
Kabouters worden vaak verward met dwergen. Toch hebben ze veel minder met elkaar te maken dan men op grond van hun lengte zou vermoeden. Dwergen zijn nagenoeg universeel en staan in de mythologie als tegenstelling voor iets groots. Daarmee passen ze in de polariteit van het menselijk denken: wij tegenover de anderen, het grote tegenover het kleine. De kabouter in verhalen is eerder een stijlfiguur van bijgeloof dan een uiting van werkelijkheidsbegrip of waarheidsopvatting.
Het is opvallend dat de kabouter juist in Noord-West Europa wortel heeft geschoten in de volksverhalen. In dat continent vond namelijk ook het protestantisme voedingsbodem. Hierin werd serieus nagedacht over de opvatting dat de mens werd geschapen naar het evenbeeld van God. Als de mens eruit ziet als God, dan kunnen ‘de anderen’ alleen maar klein zijn en steeds kleiner worden. Sommigen beweren dat de kabouter dan wel eens het spiegelbeeld van onze eigen hoogmoed zou kunnen zijn.
(Sandra van Bruinisse. febr. 2002)
Beeld van kabouter in Wroclaw, Polen
En dan vermeld ik ook graag “Gun iedere kabouter zijn eigen muts”, levenslessen waarvan je niet wist dat je ze nodig had.  Auteur:  Aaf Brandt Corstius,  Meulenhoff 
Wil je iets over 'de Kabouterbeweging' weten of alles over het begrip 'kabouter', dan kun je hier terecht

https://nl.wikipedia.org/wiki/Kabouterbeweging

https://nl.wikipedia.org/wiki/Kabouter

In een volgende aflevering gaan we verder met het verhaal; weten we tenminste al een klein beetje over de achtergronden van deze wonderlijke wezens. Maar…

“De Boletus-satanas”, een vervolgverhaal (1)

“Boletus -satanas”. (YD)

Was het werkelijk ‘de Satansboleet’ dan zou de vreemde combinatie van geldgewin door gevaarlijke paddenstoel-consumptie eerder een goed gekozen scherts blijken om elke mogelijke imitator af te schrikken, dacht de gespecialiseerde pers. De genoemde paddenstoel behoort immers tot de zeer giftige soorten en kon niet bij de geestverruimende paddo’s gerekend worden, dat zou een ChatGPT-opstelling van OpenAI toch moeten beseffen?
Helaas was bij de gelekte informatie deze combinatie vrijgegeven, en bleek het niet om psilocybine te gaan, de stof die in feite een verdedigingsmechanisme van de paddestoel zou zijn om insecten te weren maar bij de mens een aanlokkelijke mentale uitstap kon verzekeren.
ChatGPT echter was duidelijk: de Satansbolleet (Boletus satanas) zorgde voor een geestverruimende eigenschap die verhelderende beelden over geldelijke transacties in het brein kon losmaken. Bewijzen ervan werden breed uitgesmeerd met winstmarges die er niet om logen, aldus de onderzoekers die echter onmiddellijk waarschuwden om er niet aan te beginnen: ‘Zowel rauw als gekookt is de Satansboleet giftig en veroorzaakt hij een braakreactie die zes uur kan duren.’ (al zouden de maag- en darmklachten binnen de 24 tot 48 uur verdwijnen zonder al te veel schade na te laten.)

Het vreemde is dat de meeste boekwerken claimen dat de Satansboleet zijn giftigheid zelfs niet verliest na het koken, terwijl er ook berichten zijn dat hij in wat landen in de Balkan wel gekookt op het menu staat. Misschien zijn die berichten het gevolg van het feit dat een aantal familieleden van de Satansboleet geroemd worden om hun heerlijke smaak en bijvoorbeeld het eekhoorntjesbrood (Boletus edulis) en de kastanjeboleet (Boletus badius) staan op menig menu van befaamde restaurants. (aldus kenners)

Samengevat: volgens GIB (goed ingelichte bronnen) bleek het denderend succes van een grote niet nader genoemde internationale bank te verklaren door de intense geestverruimende werking van een ordinaire paddenstoel, de Satansboleet, geconsumeerd door enkele stafleden van deze bank die in plaats van de gekende braakreacties ingenieuze ingevingen omtrent transacties en beleggingen hadden verworven waarvan de toepassingen de financiële wereld met verstomming en intense jaloezie hadden geslagen. Een winstmarge in deze donkere tijden van 21,7% deed de spreekwoordelijke monden openvallen, inderdaad. Bijkomende inlichtingen wezen naar ChatGPT als ontdekker van deze combinatie waarin het consumeren van een giftige paddenstoel een verruimende werking specifiek op het transactie-terrein had veroorzaakt.

Nog voor er allerlei waarschuwingen verschenen werden de ziekenhuizen overrompeld door haastige Satansboleet-consumenten. De eerder zeldzame paddenstoel was dan ook in geen tijd nergens nog te vinden terwijl de herstellenden, tussen twee braakpartijen, luidop hun onschuld uitschreeuwden.
Het ging hen niet om geldelijk gewin, maar zij wilden proefondervindelijk het bedrog aanklagen. Zegden ze. Schreven ze, enkele dagen later.
Enkelen overwogen een aanklacht, de meesten echter noteerden stiekem hun dromen in de hoop toch nog de succesformule te vinden bij hun beleggingen. De inhoud daarvan was niet dadelijk voor publicatie vatbaar.

De ChatGPT zelf probeerde het met een grapje. Dacht ik. Of ik een kabouter was? Aarzelend antwoordde ik: ‘Inderdaad, dat ben ik.’ Of ik dan mijn Kab-naam met dienstnummer kon invullen. Neen, dit was geen grapje, aldus de ChatGPT, en ook geen strikvraag, noch minder een belediging. Genaamde ‘kabouters’ maakten inderdaad gebruik van ChatGPT. En deze gebruikers waren genoteerd als ‘licensierad figuration’, gelicenseerde figuratie. ‘Affecting the human species’. Aanleunend bij de menselijke soort. Een stevig knijpen in mijn linker onderarm bevestigde dat ik wakker was. Op mijn scherm verscheen dit duidelijke welkomsbeeld:

(wordt hopelijk vervolgd)

Steeds vroeger donker (3)

Autumn Gold by John Atkinson Grimshaw, 1880

Op tijd was je wel, en geduldig. Zoals het seizoen.
Nu woon je bij de schaduwen, was je antwoord. Zoals Stefan Zweig het in ‘De wereld van gisteren’ zou beschrijven:
‘Elke schaduw is in diepe wezen toch ook maar een kind van het licht.’
Er komt dus een jongetje uit de geelgroene poort . Dat kind uit het huis van de schaduwen en jij neemt het bij de hand op weg naar het licht van de school waar het ook weer een schaduw zou zijn.

Zet nu een stapje achteruit zodat het huis weer een schilderij van John Atkinson Grimshaw zou worden (1880) en neem het kind van toen bij de spreekwoordelijke hand om zwijgend de vroege donkerte in te lopen. Hij zal het later wel vertellen waarom hij zo graag in dat grote huis achter de geelgroene poort woonde.

A moonlit lane (1874)

Hier brengt zij hem ’s avonds weer terug. Hij is nog klein, dat wel. Het groengeel van de poort is door duisternis gezwart. Het was een eindje lopen. Op zo’n avonden vertelde hij haar wel eens een droom. Zijn dromen hadden ook een kamertje in het grote huis. Of hij haar zo’n droom kon bezorgen deze nacht, vroeg zij. Dat kon. Een droom met wolken en maan. Dromen met wolken en maan waren grappige dromen. Zij knikte. Grappige dromen kon ze best gebruiken. Tot morgen, lief kind. Hij bleef wuiven tot de gele poort kreunend dichtdraaide en in nachtslot was gevallen.

John Atkinson Grimshaw, At The Park Gate, 1878 (klik op onderschrift om te vergroten)

Later, veel later toen de dagen weer vlug donkerden, verliet hij het grote huis langs de tuinpoort . Hij is een man geworden. Hij kijkt nog even naar het huis. De vrouw die hem als kind kwam ophalen is bij zijn dromen gaan wonen. Eens een schaduw werd ze later een ziel in het licht. Hij wilde ook best als schaduw de wereld ingaan. Totdat hij het licht zou vinden in zijn duizendvoudige verschijningen en daarin kon opgaan zoals de late zon de harde wereld verzacht tussen het voorbije en het komende.

Het leven van deze merkwaardige schilder kun je vinden in onze bijdrage van 18 december 202O


Just as a painter needs light in order to put the finishing touches to his picture, so I need an inner light, which I feel I never have enough of in the autumn. (Leo Tolstoy)

De vriend van Federico

Bij de dood van Federico Bahamontes herneem ik graag deze aflevering uit 2020, de adelaar van Toledo gewijd.

De bijna lijfelijk-voelbare veranderingen wanneer je vanuit het heideweggetje het dennenbos inloopt.
Niet te vlug stilstaan, -je moet diep genoeg tussen de lage zwiepende takken- (bukken en rugwaarts eventjes achteruit en dan frontaal verder.) liefst met het hoofd naar beneden zodat je de dikke laag gebruinde naalden onder je voeten ziet, hoort kraken en voelt veren en je -ver genoeg- even je ogen sluit en de vochtigheid van de voorbije morgen, met ondertonen van hars en nat hout kunt ruiken en dan -in het schemerdonker- op je rug gaat liggen, en in die houding traag je ogen opent.

Dat was de grote bomenwieg.
Gebogen om naar jou te kijken, dacht je als jongetje (handig de rollen van observator doorgeschoven naar de wiegende dennenkruinen, ja.)
‘Wat ligt daar?’
‘Een van het paard getuimelde ridder, heren en dames Dennenboom, maar hij zal zich wreken!’

Denk nu niet dat hij als een vroegrijp overgevoelig zwalpend jongetje het spreekwoordelijke bos invluchtte.
De bende volgde.
‘Wie vond de beste geheime plaats waar de schat kon verborgen worden?’

Maar de jonge ridder keerde later terug naar de plaats waar hij in de bomenwieg had gelegen.
De ontroering die hij voor de collegae-ridders en dito jonkvrouwen had verborgen kon nu vleugels uit de hoge luchten laten vallen en wie steeg zo dadelijk tot hoog boven het Kempisch bos en verwonderde zich over de kromming van de aarde onder hem?
Wie zou er naar Herentals kunnen vliegen, eventjes bij Nonkel Jos aan het raam tikken en nog voor het donker weer landen in de boomgaard achter de villa?

De schat, twee grote chromo’s uit de serie wielerhelden van Dr. Mann waarop Fred de Bruyne en Stan Ockers en een gekreukte kleinere met Federico Bahamontes, de adelaar van Toledo, als toegift.

Bobet won de tour van 1954, Fred De Bruyne de 8ste, 13de en 22ste etappe, Stan Ockers de elfde. Federico Bahamontes won het bergklassement. Hij was een bangerik in het dalen, vertelde nonkel Lowie. Hij liet zich na een solo op de top inlopen om met het peloton aan een steile afdaling te beginnen, net zoals de jonge ridder telkens hij van de Galgenberg kwam gereden en tot aan de Holleweg duizend angsten uitstond.
‘Bahamontes,’ zei hij als hij zijn fiets in de schuur zette, Federico, we zullen samen nooit meer bang zijn. ‘
Met wie hij aan het praten was wilde zijn moeder weten.
‘Met mezelf, ma.’
En of hij het eens was met zichzelf?
Hij knikte, glimlachte en wuifde naar Bahamontes die graag ’s nachts een ritje maakte, goed tegen de schrik had hij gefluisterd, net voor ze afscheid namen.

In zijn bed keek hij naar de zoldering: doorzichtig werd ze in het donker. Hij zag de bomen die hoog boven hem wiegden. Hij hoorde ze zingen en sliep dadelijk en diep. De vleugels aan een haakje boven zijn bed.
De maand augustus 1954.

Fragment uit 'De Vleugeljaren', geschriften en beelden waarin de vleugels uitslaan belangrijker is dan het bereiken van een doel. (Nog volop in voorbereiding.)

Federico Martin Bahamontes

Pinksterlicht in donkere tijden (2023)

Peter Lindberg (1944-2019) Amber Valetta NY 1993
De Geest waait waar hij wil
en staat nooit stil.
Nu eens bij u, dan bij een ander.
Waarom bezien wij zo elkander?
Zie, wat bij u is, is bij mij.
’t Komt uit hetzelfde klaar getij,
gelijk de waatren van de beken
zich voeden aan dezelfden stroom
of uit dezelfde bronne breken.
Wij zijn de takken van één boom,
van ’t zelfde huis de gangen,
de aders van het eendre bloed.
En of de geest met vlam en zangen
bij u nu, dan bij mij verwijlt,
of weer verterend naar een ander ijlt,
Hij is in ons! In ons! Zo is het goed!
En laat ons zwijgen en verlangen.

uit ‘Adagio’ van Felix Timmermans
Constant Montald, De bron der inspiratie (1907)

‘Het is in dezelfde geest,’ dat gezegde herkennen we. En met de woorden van dichter Martinus Nijhoff in de Awater-cyclus: ‘Elk woord vernieuwt de stilte die het breekt.’

Praat je over ‘de geest’, ‘iets voor de geest halen’, dan heb je onmiddellijk stilte nodig om betekenis(sen) naar boven te laten komen, bewust te worden van de inhoud. Die kan allerlei kanten uitwaaieren tot je denkt essentie(s) ervan te kunnen thuisbrengen. Dat gebeurt soms met woorden. Woorden gebruiken veel leegte (stilte) waarin hun inhoud kan wortelen tot je denkt dat een uitgegroeide betekenis er zich in kan verschuilen. Het kan ook of tegelijkertijd met beelden. Net zoals een woord, -of met een woord- kunnen ze zichtbaar worden. De geest waait waar hij wil. Hij kan de tijd nemen of als een blikseminslag helderheid verschaffen.

De betekenissen van het begrip ‘geest’ vullen makkelijk enkele pagina’s. Kijk bij ‘Het Nederlandse Woordenboek’. Dat is een aardige methode om het begrip te verbreden.

https://www.woorden.org/woord/geest

‘In het algemeen is de geest de essentie, het wezenlijke van iets. Het concept dat de dingen niet alleen zijn zoals ze zich aan eenieder presenteren, maar daarnaast een diepere, wezenlijke kern hebben, is in veel gedachtegoed terug te vinden. In sommige betekenissen is het begrip verwant aan het begrip ziel.’ (wikipedia)

Museum van de Geest Haarlem NL

Een apotheker van wacht, een kortverhaal

‘U wilt iets voor de geest halen,’ zei de apotheker. ‘Waar had u aan gedacht?’
De man schudde het hoofd.
‘Dat is nu net mijn probleem. Ik kan mij niets meer voor de geest halen.’
‘Herinneringen, toekomstplannen, een avond in Wenen, of mag het ook iets persoonlijker zijn?’
‘Liefst iets heel gewoon.’
‘De liedjes die je moeder zong toen je nog een kind was?’
De bezoeker herhaalde zachtjes het voorstel, sloot even de ogen en schudde het hoofd.
‘Dat zijn herinneringen. Gevaar voor verslaving, zei de dokter, niet?’
‘Bwah,’ antwoordde de apotheker.
‘Ik denk niet dat ze ooit ook maar één liedje heeft gezongen. Stel dat ik het mij voor de geest kon halen…’
‘Het werkt kalmerend, maar bij te veel herhaling kun je niet meer zonder en bij elke moeilijke situatie hoor je een moederlijke stem, ja.’
’Ik probeer wel eens iets met “vergezichten”, wat denkt u?’
‘Uitstekend!’
‘Maar bij elke poging was het mistig of zwaar bewolkt.’
‘Met een beetje training kunt u denken aan wegduwen of wegblazen en…’
‘Ze scheurden open. Een maand lang zag en hoorde ik zware regenval bij elke poging mij ‘de verte’ voor de geest te halen.’
‘Een museum bezoeken, aandachtig de kunstwerken bekijken en bij thuiskomst of voor het slapen gaan probeert u één of twee doeken…’
‘Ik zag alleen maar de nieuwe witte vloeren. Eindeloze witte vloeren.’
‘Dan is er natuurlijk nog ‘de’ oplossing. Maar -en ik zeg ‘maar’- die is niet voor iedereen.
‘Rijk ben ik niet.’
‘Het is geen kwestie van geld. U moet namelijk iets terugdoen.’
‘Ik ben geen handige Harry maar een stevige klus kan ik wel aan.’
De apotheker glimlachte.
‘Volg mij maar naar mijn ‘labo’.

Achter de rekken en werktafel hing een grote reproductie van een voor velen bekend schilderij.

Bruegel de Oudere Klik op deze tekst om te vergroten

‘Dit is een kunstwerk dat u waarschijnlijk bekend voorkomt.’
‘Zo heeft Bruegel er drie gemaakt. De toren van Babel.’ Een bijbels thema.’
‘De juiste naam bleef tot op de dag van vandaag verborgen. Dit is de Toren van ‘Fabel’. De toren van de honderdduizend en een mogelijke fabels die de mens zich voor de geest kan halen. In het bijbelverhaal wordt de opbouw gestaakt omdat arbeiders en architecten elkaar niet zouden begrijpen door spraakverwarring. Maar net die duizend en een verschillende talen zochten naar een broedplaats. Is er slechts één verhaal dan weet je dat zo’n verhaal het verhaal van de alleenheerser zal zijn. Je kunt hem links-onder zien aankomen terwijl arbeiders zich angstig plat op grond gooien om dat zogenaamde respect te tonen. Pieter Bruegel de Oudere was niet de lolbroek die velen van hem hebben gemaakt. Hij was een kunstenaar die via de dingen van alledag zijn boodschappen van zelfstandig en onafhankelijk denker wilde doorgeven. En met een figuur als Alva kon je beter voorzichtig zijn met wat je voor de geesten van de burgers op je doeken borstelde. Zijn laatste schilderij was ‘de ekster en de galg’. Er werd niet gespot met roddelaars en verklikkers.
Kijk naar de toren. Hij is volop in opbouw terwijl het verhaal net zijn vernietiging zou voorop stellen. Maar zoals elk verhaal dat nog niet verteld is bestaat ook hier het geheel uit stukken en brokken. Voor wie weet echter zie je dadelijk dat er ondanks ‘puin’ volop wordt bijgebouwd. Plaats voor ontelbare kunstenaars met hun eigen fabels. De Toren van Fabel. Nooit zullen zij uitverteld zijn tenzij hij door brutale heersers zou opgeblazen worden en dan nog zullen zij een ondergrondse toren uitgraven totdat de heerser verdwenen is en zij opnieuw de lucht in kunnen. Wat denk je?’
‘Ik voel verhalen die ingeslapen waren wakker worden. Ze geeuwen, rekken zich uit en kijken mij aan. Waarop wacht je zeggen zij.’
‘Inderdaad, waarop wacht je?’


De Toren van Fabel is beetje bij beetje mijn thuis geworden.  Te midden van de honderdduizenden uit de vier windstreken.  Helaas zijn de heersers nog steeds op pad.  Zij willen telkens weer deze zondige toren en zijn bewoners vernietigen.  De Toren van Fabel.  Te bezoeken via elke bibliotheek en langs het scherm.  

Pieter Bruegel de Oudere ‘De ekster en de galg’

Over ‘de vurige tongen’ en aanverwanten in en rond het Pinksterfeest werd in dit blog al menig keer geschreven. Zie ‘de vurige tongen’ en 5 volgenden. Natuurlijk is het ontwerp van ‘Spiritus’ ook te bekijken.

The return home (1873) George Elgar Hicks (1824-1914).

Je duidt de tijd aan, 1824-1914 en met de wetenschap dat de schilder de negentig heeft gehaald, acht kinderen had en vooral portretten schilderde, treft je dit innige doek dat je dadelijk met een groot aantal foto’s uit de collecties van gezinnen met grut met dit onderwerp kunt vergelijken. Vervang koets door achterbank van de auto, herinner je de terugkeer na een prachtige dag van feesten en elkaar terugzien en je kijkt via de spiegel naar de slapenden terwijl je met de liefste de dag en zijn genodigden overloopt. ‘The return home’. Het verleden en heden in een gelijkaardige geest (atmosfeer) met elkaar verbonden. De troost dat de schilder stierf één maand voor het uitbreken van de eerste wereldoorlog is misschien een detail maar vertelt ook dat de kinderen van dit tafereel intussen 41 jaar ouder waren.

Merkwaardig was wel dat hij oog had voor de alledaagse dingen die toenmalige kunstenaars voorbijliepen en als ‘onbelangrijk’ bestempelden. Kijk naar dit doek uit 1860: ‘The General Post Office. One minute to 6′

The General Post Office. One minute to 6′ Klik hier om te vergroten

Je hebt wel even tijd nodig om de bijna 50 figuranten te bekijken die om één minuut voor zes zijn samengestroomd om over één minuutje het postkantoor binnen te vallen. Een uitzonderlijke observatie voor die tijd die echter ook wel eens aan de onze herinnert.

Pinksteren in gedachten terwijl de Olijfberg nog dagelijks beklommen wordt

and Jesus ascended at the Mount of Olives
in the city of Bucha, in the city of Irpin,
in the town of Hostomel, in the village of Motyzhyn
in the town of Borodianka
in the city of Chernihiv, in the city of Kharkiv,
in the long-suffering city of Mariupol
and prayed to the Father–
let this cup stop with me,

crucified on a bodily cross
on an unidentified mortal’s body
2022 the year of our Lord
in a soulless world

heaven and earth walk on by


Halyna Kruk Oekraine translated, from the Ukrainian, by Amelia Glaser and Yuliya Ilchuk
en Jezus steeg op bij de Olijfberg...
in de stad Bucha, in de stad Irpin,
in de stad Hostomel, in het dorp Motyzhyn...
in de stad Borodianka
in de stad Chernihiv, in de stad Kharkiv,
in de lankmoedige stad Mariupol...
en bad tot de Vader-
laat deze beker bij mij ophouden,

gekruisigd aan een lijfelijk kruis
op het lichaam van een ongeïdentificeerde sterveling...
2022 het jaar van onze Heer
in een zielloze wereld

hemel en aarde lopen voorbij

Het vrij droevige verhaal van een vrolijke vliegeraar: George Robert Fitzgerald

Dit is George. George Robert Fitzgerald. Niet te verwarren met zijn nobele vader met dezelfde eerste voornaam. Vader George was de oudste zoon van Thomas die in 1747 het landgoed Turlough erfde. Hij was kapitein in het Oostenrijkse leger, in dienst van keizerin Maria Theresia. Hij trouwde met Lady Mary Hervey, lid van een belangrijke Suffolkse familie, dochter van Lord Hervey vice kamerheer van George II. Chique volk dus.

Zij trouwden in 1747 tegen de zin van haar familie, die George Fitzgerald ongeschikt achtte omdat hij van een klein landgoed afkomstig was. Ze woonden in Turlough House, waar hun zoon George Robert (1748) en broer Charles Lionel (1750) werden geboren. Ze scheidden in 1754 en Lady Mary keerde met haar twee zonen terug naar Engeland. Kijk maar eens naar het bijna totale plaatje met de vliegeraar, geschilderd door Johann Zoffany, waarschijnlijk rond 1764.

Johann Zoffany: Portrait of George Fitzgerald with his Sons George and Charles (roughly 1764)
National Gallery of Ireland and Crawford Gallery

George junior, bekend als George Robert Fitzgerald, ook wel eens in de kronieken aangeduid als ‘zoon van een beruchte schurk en magistraat die ook George heette, zie je hierboven onder een vrij bewolkte lucht zijn vlieger oplaten terwijl vader George en zoontje Charles samen met de ons onbekende hond minzaam toekijken. Een plaatje waarop toevallig mevrouw ontbreekt?

De moeder van de twee jonge snaken, Lady Mary Hervey had drie broers die elk de titel van Graaf van Bristol hadden. (-de twee eerste stierven zonder zonen-) maar heel gelukkig was ze niet met George Fitzgerald die haar in het openbaar minachtte zoals dat heet. Er volgde een scheiding rond 1750. Lady Mary nam George en zijn jongere broer Charles mee naar Engeland, waar ze als leerling het nog steeds befaamde Eton ‘bezochten’.

George ging op zijn zeventiende in het leger en had het jaar daarvoor zijn eerste duel uitgevochten. Hij maakte deel uit van het 69ste regiment dat in Ierland gelegerd was, en vocht ook daar verschillende duels uit met zowel de lokale bevolking als met zijn collega-officieren. In een van deze duels (naar verluidt om een vrouw) werd hij in het hoofd geschoten en bijna gedood, en alleen een snelle trepanatie (stukje uit de schedel verwijderen) redde zijn leven. Het is mogelijk dat dit hersenletsel zijn agressiviteit op latere leeftijd verklaart. Zijn vader was boos genoeg over het incident om hem uit zijn testament te schrappen.

Wel gehavend, maar zoals blijkt uit bijgaande publicatie uit die tijd, een knappe jonge man. Hoewel hij onder de gemiddelde lengte was voor zijn tijd en vrij lichtgebouwd, maakte hij altijd indruk met zijn gracieuze houding, en “zelfs diegenen die hem haatten verklaarden dat je ‘…een meer gepolijste en elegante heer nergens zou tegenkomen.’

Ilya Repin Eugene Onegin and Vladimir Lensky’s duel.
Duels occupied a strange position in 18th century Britain. They were not legal, nor were they illegal. Killing another person was naturally a crime, but one that carried a lesser penalty than cold-blooded murder. Those who killed their opponent in a duel faced at worst a manslaughter charge, and usually were acquitted outright unless they infringed the rules of duelling through cheating. Over the century pistols displaced swords as the weapon of choice for duelling, leading to a rise in the number of duels, but a surprising reduction in the number of fatalities. 

In the hands of an unskilled marksman, a pistol was far less likely to inflict a serious injury than a sword, and the pistols of the time were both far from accurate and often far from fatal when they struck, with the lead shot moving at a fairly slow velocity. Fighting a few duels became considered a mark of manhood, but the only thing worse for a man’s reputation than refusing to fight a duel was fighting too many duels. And in the ranks of those who went out actively seeking an excuse to put their life (and the life of their opponent) on the line, none stood higher than George Robert, the “Fighting Fitzgerald”.
(Claran Conliffe  Headstuff)

In 1770 trouwde hij met Jane Connolly, dochter van een Ierse politicus. Er was een bruidsschat van 30.000 pond mee gemoeid, een ongelofelijk hoog bedrag in die tijd. Zijn vader die in financiële moeilijkheden verkeerde zou hem, tegen een som van 10.000 pond, elk jaar 1000 pond uitbetalen en de onterving ongedaan maken. Na zijn huwelijk nam George ontslag in het leger en vertrok hij naar Frankrijk, waar hij binnen een jaar de resterende 20.000 pond door gokken verloor. Jane keerde terug naar Engeland, terwijl George nog een tijdje in Parijs bleef. Uiteindelijk kreeg hij echter last van zijn schaamteloze weigering om zijn gokschulden terug te betalen en graaf d’ Artois (de toekomstige koning Karel X van Frankrijk) liet hem uit een gokhal gooien. Het ‘aanzien’ van de Parijse ‘society’ kon hij wel vergeten. Waarom hij Charles niet voor een duel had uitgedaagd? Een gewone burger kon het niet wagen een prins uit te dagen. Hij werd gedwongen het land te verlaten.

Gokschulden zouden hem blijven ruïneren. Met een duel op de renbaan van Ascot als gevolg en daarna zijn terugkeer als paardenhandelaar naar Frankrijk. Een verslag:

De resulterende afkeuring dwong hem de Londense scene te verlaten en een terugkeer naar Frankrijk te proberen als paardenhandelaar, toestand die opnieuw werd beëindigd met een duel. Dit  met ene majoor Baggs genaamd, een voormalige kameraad uit het 69ste. Baggs had een gokhuis, en de twee kregen ruzie over de commissie die George verschuldigd was voor het in de val lokken van een naïeve jonge edelman. De twee vochten hun duel uit buiten de stad, over de grens met Oostenrijk, omdat ze in Frankrijk niet mochten duelleren. Het duel was verre van eervol - Fitzgerald gebruikte zijn favoriete truc om met uitgestrekte arm naar voren te springen en zo een kleiner doelwit te vormen, terwijl Baggs, ondanks het feit dat zijn been was gebroken door George's eerste schot, de andere man aanviel en zijn tweede pistool afvuurde. Geen van beiden werd gedood, maar beiden bleven mank achter.

We vinden hem terug in 1775 in Dublin. Zijn excentrieke gedrag begon hier echt wel op te vallen. Op straat sloeg hij pruiken van vreemden af om hen te dwingen hem uit te dagen, of hij ging midden op het pad staan zodat je door de modder moest stappen om hem te vermijden. Hij adopteerde een beer als huisdier die hij overal mee naar toe nam. Mishandeling of bespotting van het dier was een reden om tot een duel te worden uitgedaagd. Volgens één verhaal uit die tijd vocht Fitzgerald midden op de dag een degen-duel in St Stephen’s Green, tot ontsteltenis van de toeschouwers. Sommigen riepen op om hen uit elkaar te halen, maar de algemene opinie was “laat ze het uitvechten; de een zal waarschijnlijk gedood worden en de ander opgehangen voor de moord, en de maatschappij zal zich ontdoen van twee lastpakken”. Uiteindelijk werd geen van beiden gedood, hoewel één van hen (het is niet bekend wie) een wonde opliep waardoor hij een week lang niet kon zitten. In feite vermeed Fitzgerald zijn tegenstander te doden, hetzij door geluk, hetzij door de wetenschap dat de rechtbank zijn bekende temperament streng zou aanpakken.

An cartoon illustration of a late 18th century British duel. (Image: Library of Congress/LC-DIG-ds-07973 DLC)
In 1770 he married Jane, daughter of William James Conolly and Lady Anne Wentworth, by whom he had a daughter, but the marriage effectively ended as soon as he had spent her dowry. Jane died in 1780. Her widower posed as being inconsolable with grief, which struck most people as absurd, considering how much he had neglected her. He later remarried Sydney Vaughan, only daughter of Matthew Vaughan of Ballina, County Mayo. His daughter was raised by relatives in England; she died in 1794, reputedly from the shock of reading about her father's exploits, of which she had been kept in ignorance, in a magazine. (Wikipedia)

Het uitvoerig verhaal staat bol van herhalingen. En het einde vermoedt de lezer nog voor hij halfweg dit leven van steeds weer uitdagen en uitgedaagd worden heeft doorploegd. George Robert Fitzgerald wordt opgehangen voor samenzwering tot moord op 12 juni 1786.

Bij de eerste poging brak het touw. Hij grapte dat de rechtbanken van Mayo te gemeen waren om zich een touw te veroorloven dat sterk genoeg was om hem op te hangen, maar het vervangende touw bleek meer dan geschikt voor de klus. Zijn lichaam werd naar Turlough House terug gedragen en de woning opnieuw geplunderd door de lokale bevolking. Dat gebeurde zo grondig dat er geen enkele kandelaar was overgebleven, en zijn weduwe gedwongen was kaarsen in flessen te gebruiken om zijn wake te verlichten.

Lees uitvoeriger:

https://nzetc.victoria.ac.nz/tm/scholarly/tei-Stout40-t34-body-d2.html.

Scroll nu even terug naar boven. Naar het jongetje met de vlieger. Het is intussen wetenschappelijk duidelijk geworden dat hersenbeschadiging door val of trauma ernstige veranderingen in het gedrag van de getroffene kan teweegbrengen met persoonlijkheidsveranderingen als gevolg. Talrijke voorbeelden uit de literatuur bevestigen deze stelling. Het is een bedenking. Er is natuurlijk ook de omgeving. Vader George was niet dadelijk een goed voorbeeld. Er is de tijd. De achttiende eeuw waarin de ongelijkheid van bestaansmogelijkheden determinerend kan zijn wat ‘de goede afloop’ betreft. De middenklasse komt pas in de 19de eeuw aan bod.

Hoe sterk is het touw? Hoe geduldig is de lucht? Hoe verwoestend of bevrijdend de wind? Hoe groot het verlangen het touw te lossen? Of zelf de lucht in te gaan? Of aan het touw te bengelen?

a 19th century Tassel carved to represent a boy holding a Kite (Japan) | collection of the Salar Jung Museum, Hyderabad

Het voorbije verkwanselen, verzilveren, of… Een bespiegeling.

Schedelreliekhouder Johannes de Doper in Gent Sint-Baafskathedraal

Sommige heilige lieden waren zo heilig dat elk onderdeel van hun verder gewone lichamen na hun dood in kostbare schrijnen als relikwieën bewaard werd. Zelfs wat ze hadden aangeraakt of gedragen bleek, na aanraking of na vroom gebed, wonderbare genezingen te bevorderen.

Foot-Reliquary of St.-Anselm

Ook de meest nuchtere mens begrijpt dat een haarlok van een geliefde of welbeminde ook na haar/zijn dood tedere herinneringen en weemoedige gedachten kan opwekken; of de foto van een glimlachend oudje —en alleen de fotograaf weet dat deze glimlach verkregen werd na de belofte dadelijk na het poseren een ruime Elixir d’ Anvers te consumeren- een foto die vrede kan brengen eens de wat stugge groottante het tijdelijke met het eeuwige heeft verwisseld en een deel van haar opgespaarde bankproducten niet alleen voor de bouw van een hospitaal in Usumbura maar ook naar de achtergeblevenen hier ten lande zal overgedragen worden.

eigen collectie antieke foto’s


Wonderbare genezingen of boter bij de vis, een herinnering kan op allerlei manieren een stevige onderbouw verdragen.

Hangertje met haarlok

Dat ook vadertje-moedertje Staat na een burgerlijk verdwijnen nog een fameuze brok achtergelaten waarde tot tweemaal toe kan opeisen is noch met heiligheid noch met kosten op het sterfhuis te verklaren. In beschaafde landen zijn dergelijke belastingen afgeschaft en kunnen de overlevenden net door die post-mortale hulp beter op eigen benen staan en zelf hun schulden dankbaar vereffenen. Zo zou je dus beter van succesrechten dan van successierechten kunnen spreken en zal de overledene een heuse mooie herinnering blijven al dan niet met foto en ingekaderde lok op de schoorsteen.

Zo zou je ook niet dadelijk moeten vervallen in het kussen van nagelaten halsdoeken, haarlokken of dagboeken, maar kon je met een beetje inventiviteit belangrijke daden uit het leven van de afgestorvene aan de nog levende man/vrouw doorgeven.
Kan wielrenner Wout Van Aert een voorbije overwinning slijten aan iedereen die het digitale eigendomsrecht ervan aankoopt tegen een fikse som, zo zullen er weldra mogelijkheden zijn om de knappe overwinningen van prijsduif Armando nog eens over te doen met de digitale verkoop van zijn intussen lang vervlogen topprestaties.
Het wordt dus grondig het leven uitspitten van je heen gegane familieleden om bijzondere -pas op, ik zeg bijzondere, dus ik vel geen moreel oordeel- om dus bijzondere daden als NFT (non fungible token) op de markt te brengen. Zo’n token is dus een unieke digitale code waaraan een bijzondere daad is gekoppeld en kan op die manier verhandeld worden. Foto en beschrijving + code volstaan om de eeuwigheid in te gaan.

Eigen foto Antieke collectie

Kijk maar naar deze familiefoto die rond 1890 is gemaakt en waarop het kleinste jongetje Harold, (leunt tegen vaders schouder,) ondanks de familieziekte (lichte vorm van Ataxie van Friedreich waarbij de te zwakke nekspieren het hoofd voortdurend naar voren doen vallen) zou uitgroeien tot een uitstekend kaartlezer, eens de Amerikanen in 1917 aan de eerste wereldoorlog deelnamen en hij ondanks de slechte Franse kaarten zijn Amerikaanse makkers van de derde divisie feilloos naar de juiste stellingen kon leiden. Om maar te zwijgen van de jongen rechts achteraan, John, die met de ene verborgen hand de nek van zijn moeder ondersteunt en met de andere goed gecamoufleerde hand zijn zusjes hoofd rechtop houdt. John dus zou later ‘de winkelwagen’ uitvinden, en al zie ik de lezer glimlachen, stel je maar eens voor dat je je boodschappen in een handtas door de winkel zou moeten meesleuren bij de maandelijkse inkopen! Twee merkwaardige voorouders.
Met deze foto kunnen dus de nazaten van de familie Holden (schuilnaam) twee NFT’s verwerven en daar aardig wat geld voor vragen ook al zijn de betrokkenen al enige tijd overleden. Je kunt dus ook nu nog eigenaar worden van lang voorbije militaire triomfen en in elke supermarkt ‘it’s al mine’ mummelen eens je deze uitvinding als NFT hebt aangeschaft.

Eigen foto Antieke collectie

Kijk maar eens naar deze aandoenlijke familiefoto. Centrale figuur is het jolige kleine meisje dat niet toevallig door alle anderen -met uitzondering van de jongen- wordt vastgehouden. Marion was dan ook een echt haantje -of zeg ik hennetje- de (het) voorste. Het is niet alleen uit tederheid dat ze wordt aangeklampt maar inderdaad uit pure noodzaak. Zonder deze techniek zou deze foto nooit gelukt zijn. Vermoeiend dat wel. Maar ook in het hoofdje spookten heel wat ideeën. In 1946 vond Marion D. De waterdichte luier uit die ze in elkaar had geflanst met plastiek dat in gordijnen wordt gebruikt. Daarmee was de eerste wegwerpluier een feit. En zeg nu zelf. We zijn wel begonnen met bladeren en dierenhuiden, later gebruikten we doeken en katoenen luiers maar dank zij dit overactieve kind verloste zij talrijke ouderparen van dagelijkse handwasjes om van de volle drooglijnen nog te zwijgen. Nu nog een dapper jochie dat enkele ecologische alternatieven kan verzinnen en een vaak vervelende familiefoto wordt een bron van inkomsten . Jij bent dan de eigenaar van deze uitvinding, waarvan wij wel vermoeden dat je rijkelijk te laat bent gekomen.

Je kunt ook bijzondere eenmalige prestaties proberen te verzilveren mocht de maatschappij je links (of rechts) hebben laten liggen. Dat David Attenborough als ‘longest career as a TV presenter’ wordt opgenomen is geen geheim maar dat Marawa Ibrahim simultaan het hoogste aantal hula hoops ringen kon laten bewegen opent al een perspectief, net zoals de langste vingernagels ooit aan de vrouwelijke hand van ene Lee Redmond. Ook het meest noordelijk klimaat-protest van Mya-Rose Craig en de lengte van Robert Wadlow, (2, 72m ) blijven opzien baren en worden natuurlijk door het Guiness-boek geclaimd, maar een tocht door de eigen familiegeschiedenissen levert wellicht interessante ontdekkingen op die niet alleen door boze droevige auteurs worden geclaimd maar als FNT een nieuwe (financiële)betekenis kunnen krijgen.

Vaders avontuurtjes, moeders uitstapjes, de gulzigheid van oom X. En de wellust van groottante Agatha, het hoeft niet alleen maar kommer en kwel te zijn, maar kan mits foto en digitaal nummer een eigen koers gaan varen, mits de juiste zakelijke aanpak. Verzilver de familie-geheimen.

Er zijn er natuurlijk die het houden bij grootmoeders verhalen en opa’s fotoboek net zoals de relieken waarmee we dit verhaal begonnen volgens sommigen voor miraculeus spektakel zouden kunnen zorgen. Maar wie wil er niet een onvervangbare token bezitten waarmee de eigenaar(es) de gelukkige resultaten van anderen kan beheren. Zoals kinderen het voor Nijntje hebben, K3 en de Minions zalig vinden, zo kunnen wij onze voorouders opnieuw tot leven wekken, er televisieseries van maken, ze als merknaam voor gezonde voeding uitlenen, opa als een soort Bob de Bouwer, groottante Lea bezoekt met Thomas de trein My little pony, nonkel Jos heeft het voor super Mario, en even later worden ze zelf op alle mogelijke hapjes en lapjes afgedrukt en spreekt niemand nog van Kai Lan of Spiderman maar is uncle Harry -bij leven en werken een slome huisjesmelker- een springlevend Chugginton-treinkarakter, neen niet Old Puffer Pete maar Harrison die ‘I rule the rails’ toetert.

Eigen geschiedenis of amusement, de markt ligt open. Nu families zonder enige schroom de camera als broer of zus beschouwen, kunnen de verhalen van de voltooid verleden tijd uit de klagende romans geschud worden en als levende personages in allerlei programma’s aan bod komen. Verkoop dus op tijd de tijd van toen, blijf eigenaar van opa’s dromen en daden, grootmoeders ontsnappingsplannen en oom Bert’s Parijse jaren en koop -indien nog betaalbaar- op tijd een overwinning van bekende sportidolen als uniek verjaardagsgeschenk bij de 100.000ste aflevering van FC De Pioenen een feuilleton op de beurs genoteerd, intussen onbetaalbaar voor wie er eigenaar van wil worden. (Van het vorige feuilleton zijn er nog slechts relikwieën te koop.)

Een kast met kleine reliekhouders in het klooster Sint-Gabriël in Hekendorp (Wikipedia)

‘Je nest terugvinden’, een vrij vroeg kerstverhaal

Sam Bloom met ekster ‘Pinguin’ op schouder Foto: Cameron Bloom

Het wil allemaal wel even, maar het zet zich niet door. ‘Het’ is in dit geval ‘het weer’, of ook ‘de algemene toestand’, kortom: de malaise van een verloren seizoen, of zelfs, volgens pessimisten, verloren jaren. Tijd dus voor een echt gebeurd verhaal dat mij alvast opbeurde temidden de chaos van mondmaskers, cancel-culture, kreten en gefluister om Bergman te citeren, letterlijk en figuurlijk uit het nest vallen, en met de hulp van een gevederde (je voelt de engel aan komen zweven?) pijnen en donkere luchten alvast enigszins te verlichten. De kracht van het opgetild worden, al dan niet op eigen kracht zoals al bleek uit de vitale afbeelding van Karel Appel: People, Birds and Sun en dat deed hij in 1954 maar gloeit in 2021 nog makkelijk tot ver achter onze ogen verder. Een mooie combinatie.

People, Birds and Sun 1954 Karel Appel

Wat voorafging:

Samantha Bloom is een Australische vrouw die als verpleegster werkte en door Afrika reisde. Later werd ze verliefd op Cameron Bloom, fotograaf, en kreeg ze drie zonen met hem - Rueben, Noah en Oliver - ze vestigden zich in de Northern Beaches van Sydney.

Cameron Bloom, zijn vrouw Sam en hun drie jongens waren een normaal, gelukkig gezin - tot een bijna fatale val, tijdens een gezinsvakantie in Thailand, Sam verlamd en in een diepe depressie achterliet. "Ik hoorde een afschuwelijke klap van gebroken klokken, een gewelddadig gerinkel van metaal op steen." Sam leunde tegen een veiligheidshek - parallelle rijen stalen palen vastgebout aan betonnen pilaren-... Het hek stortte onder haar in... en ze verdween in de diepte. Sam lag 20 meter dieper op de tegels. Ze lag volkomen stil." Sam had een dwarslaesie opgelopen en was nu paraplegisch. 

Het zou zeven maanden duren voordat Sam naar Australië kon terugkeren, en Cameron moest gespannen wachten in het Thaise ziekenhuis terwijl Sam herstelde. Toen het gezin terugkeerde naar Sydney, raakte Sam, die toen 45 jaar oud was, in een depressie.
Sam Bloom with her husband Cameron and their three boys: Oli, Noah, and Reuben. Photo: Cameron Bloom Facebook

Sam’s schedel was op verschillende plaatsen gebroken, en ze had een hersenbloeding. Beide longen waren gescheurd en één was volledig ingeklapt doordat haar borstholte zich met bloed vulde. Er was geen orgaan in haar lichaam dat niet gehavend was, en haar ruggengraat was verbrijzeld bij T6 en T7, net onder haar schouderbladen. De dokters vertelden haar dat ze nooit meer zou kunnen lopen. Maar hoe ernstig haar lichamelijke verwondingen ook waren, de emotionele schade was veel erger. Sam voelde dat ze gewoon niet verder kon.

Drie maanden na haar thuiskomst vond haar zoon Noah, toen elf jaar, een gewonde baby-ekster die de naam ‘Pinguin’ kreeg. Het vogeltje was uit het nest gevallen en meer dan 60 voet, bijna twintig meter, op een geasfalteerde parkeerplaats terecht gekomen, waar het zou gestorven zijn als de familie Bloom het niet mee naar huis had genomen.

foto: Cameron Bloom

Cameron: De baby ekster had zelf al genoeg problemen. Ze was uit haar nest gevallen, zo’n 20 meter hoog uit een hoge Norfolk-dennenboom op een geasfalteerde parkeerplaats, en had onmiddellijk verzorging nodig, anders zou ze binnen enkele uren gestorven zijn. Onze familie had genoeg tragedie meegemaakt voor een mensenleven en we wilden niet werkeloos toezien. Dus we pakten haar in en namen haar mee naar huis.

Omdat we geen opvangcentrum konden vinden dat een gewonde wilde babyvogel wilde opvangen, besloten Sam en ik dat ons gezin voor dit slappe pluisbeertje zou zorgen totdat ze volledig genezen was en sterk genoeg was om voor zichzelf te zorgen. Als dat niet lukte, zouden we haar in de achtertuin te ruste leggen. Hoe dan ook, ze zou bij ons blijven. De jongens noemden haar onmiddellijk Pinguïn, naar haar zwart-witte verenkleed, en dat was dat. Onze drie zonen hadden er plots een zusje bij. Miss Penguin Bloom!

foto: Cameron Bloom

Na deskundig advies van de dierenarts te hebben ingewonnen, konden we het uitgedroogde, hongerige en uitgeputte vogeltje (dat nog steeds in een shocktoestand verkeerde) al snel aan het eten, drinken en comfortabel rusten krijgen. Dit was een echte overwinning, maar haar herstel bleef onzeker. Hoewel haar beschadigde vleugel niet ernstig gebroken bleek te zijn, was ze ernstig verzwakt en vatbaar voor ziekte. Er waren vele dagen dat Pinguin haar eten weigerde en zo lusteloos leek dat we dachten haar te verliezen. Sommige avonden, toen we haar in bed stopten, vroegen we ons af of ze de nacht wel zou overleven.

foto: Cameron Bloom

foto: Cameron Bloom

Het is niet gemakkelijk om voor een ziek of gewond wild dier te zorgen, en dit geldt vooral voor een babyvogel – zoals we al snel ontdekten. Onze kleine meid was nogal een handvol. De zorg voor Pinguin, vooral tijdens de eerste weken, was een enorme inspanning – vooral omdat ze om de twee uur gevoed moest worden. Gedurende deze tijd kreeg Pinguin een band met elk lid van het gezin, maar haar relatie met Sam was speciaal.

foto: Cameron Bloom
foto: Cameron Bloom

We hadden geen kooi en we waren ook niet van plan er een te kopen. Pinguin was een wilde vogel en we wilden niet dat ze anders zou opgroeien. We maakten een eenvoudig nest van een oude rieten wasmand en bekleedden die met zachte katoenen stof om haar warm te houden. Toen Pinguin meer zelfvertrouwen kreeg, ging ze ’s nachts op de vensterbank zitten bij een open raam – hoewel er ook veel momenten waren dat ze door de gang sloop tot ze een open slaapkamerdeur vond en in bed sprong om te knuffelen. Het was duidelijk dat ze voelde dat de plek van haar was.

foto: Cameron Bloom
foto: Cameron Bloom
Sommige tieners zijn dolblij als ze hun eerste flat krijgen - maar Pinguin was helemaal niet onder de indruk toen we haar in de frangipaniboom in onze achtertuin plaatsten. Ze probeerde steeds het huis weer binnen te sluipen, vaak met veel succes, maar ze leerde al vlug hoe ze haar eigen voedsel moest zoeken en floreerde snel. Toch hielden we onze kleine meid goed in de gaten. Haar verwondingen en ziekte hadden haar lichamelijke ontwikkeling vertraagd en zolang ze niet goed kon vliegen, zou ze nooit volledig onafhankelijk zijn.

Terwijl dit alles gaande was, vocht Sam haar eigen strijd om weer te kunnen bewegen en haar gevoel van eigenwaarde terug te krijgen, na haar vreselijke ongeluk. Haar overweldigende gevoel van verlies maakte het moeilijk voor haar om de wereld onder ogen te zien. Ze vermeed zelfs oude vrienden van wie ze veel hield, omdat het onmogelijk was haar verdriet, frustratie en woede over wat er met haar gebeurd was te verwoorden zonder in elkaar te storten.

foto: Cameron Bloom

Hoe graag we Pinguin ook in huis hadden (ondanks haar kenmerkende poepresten op elke stoel, gordijn, deken, kussen en tafelblad), het werd al snel duidelijk dat we haar moesten helpen een onafhankelijke jonge vrouw te worden. Voor Pinguin’s eigen bestwil moest ze veel meer tijd buitenshuis doorbrengen. Haar gezondheid en welzijn op lange termijn hangen af van haar vermogen om voor zichzelf te zorgen in haar natuurlijke omgeving, en het spelen van videospelletjes, het lezen van boeken en het kijken naar films met haar broers kon nauwelijks als een adequate voorbereiding op deze belangrijke overgang worden beschouwd.

foto: Cameron Bloom

De dag dat Sam vertrok om deel te nemen aan de Wereldkampioenschappen Kajak in Italië, als lid van het Australische para-kano team, vloog Pinguin voorgoed weg. We horen van tijd tot tijd leuke verhalen over haar in de stad, maar ze heeft een vriendje gevonden en een eigen nestje gebouwd en is verder gegaan met haar leven. We zijn het er allemaal over eens dat ze een uitstekende moeder zal zijn en we zijn erg blij voor haar. Natuurlijk missen we haar enorm – maar we wisten dat ze wild van hart was toen we haar vonden. Het was niet aan ons om haar de eindeloze blauwe lucht te geven, het was altijd al haar recht. Waar Pinguin ook heen gaat, ze zal altijd een deel van ons zijn. Wat ons betreft is Pinguin het levende bewijs dat engelen er in alle soorten en maten zijn.

Foto Cameron Bloom

Ja, en er kwam een boek, of zelfs twee, en de gebeurtenissen waren uitstekende stuf voor Netflix om er een speelfilm mee te maken die 2021 zijn première beleefde. De kern dat levende wezens van deze planeet niet in ondergeschikte categoriën kunnen ingedeeld worden, maar in hun specifieke verschijning elkaar even-waardig kunnen bijstaan is een mooie kostbare gedachte. Delen, maar niet stelen. Een samenleven met respect voor ieders eigenheid dat soms toevallig of niet kan gedeeld worden.

Je kunt op de webside van de Blooms zeker via Instagram nog een aantal mooie foto’s van Cameron bekijken die intussen ook filmproducent is:

https://www.instagram.com/penguinthemagpie/

Ik zie dat de Nederlandse versie van het boek intussen is uitgegeven bij Xander uitgevers Haarlem NL. ‘Penguin Bloom, de kleine ekster die ons gezin redde.’ (17,99 euro) Bij Bol vind je ook de originele versie: Penguin Bloom, The odd little burd who saved a family, 11,49 euro. En andere edities.

Het was vorige kerst een mooi geschenk, en dus is dat een leuk besluit voor wie weldra aan deze tedere dagen begint te denken en…er graag naar verlangt. Wees zacht voor elkaar, de tijd is kort.