Kijken en bekeken (2) Louise Glück gedichten

green trees during golden hour

Bij de herdenking van de aanslagen tien jaar geleden, met de moeilijke tijden wereldwijd dezer dagen, het gedicht ‘Vita Nova’ en andere gedichten van de Amerikaanse dichteres, Nobelprijs-winnares(2020) Louise Glück (1943-2023) met verwijzingen naar haar leven en werk.

close up shot of pink cherry blossoms in bloom
Photo by Ralph on Pexels.com

Vita Nova
Louise Glück

Je hebt me gered, je zou me moeten herinneren.

Het voorjaar; jonge mannen die kaartjes kopen voor de veerboten.
Gelach, omdat de lucht vol appelbloesem hangt.

Toen ik wakker werd, besefte ik dat ik hetzelfde gevoel kon ervaren.

Ik herinner me zulke geluiden uit mijn kindertijd,
gelach zonder reden, simpelweg omdat de wereld mooi is,
zoiets.

Lugano. Tafels onder de appelbomen.
Matrozen die de gekleurde vlaggen hijsen en strijken.
En aan de oever van het meer gooit een jonge man zijn hoed in het water;
misschien heeft zijn geliefde hem aanvaard.

Cruciale
geluiden of gebaren als
een raamwerk dat is neergelegd vóór de grotere thema’s

en vervolgens ongebruikt, begraven.

Eilanden in de verte. Mijn moeder
die een schaal met kleine cakejes voorhoudt—

voor zover ik me herinner, onveranderd
tot in het kleinste detail, het moment
levendig, intact, nooit
aan het licht blootgesteld, zodat ik opgetogen wakker werd, op mijn leeftijd
hongerig naar het leven, volkomen zelfverzekerd—

Bij de tafels, plekken nieuw gras, het lichtgroen
dat zich in de donkere bestaande grond nestelt.

Lente is zeker naar mij teruggekeerd, deze keer
niet als een minnaar maar als een boodschapper van de dood,
toch is het nog steeds lente, is het nog steeds teder bedoeld.

(Vita Nova Ecco Press 1999)

cherry blossom flower on tree branch
Photo by Alexandru Taradaciuc on Pexels.com

Louise Glück, born on April 22, 1943, in New York City, is the author of numerous books of poetry, including Faithful and Virtuous Night (Farrar, Straus, and Giroux, 2014), which won the 2014 National Book Award in Poetry. Glück served as a Chancellor for the Academy of American Poets from 1999 to 2004. She was the recipient of the 2020 Nobel Prize in Literature, and was the Library of Congress’s twelfth poet laureate consultant in poetry. Glück died on October 13, 2023, in Cambridge, Massachusetts.

a close up shot of a white cherry blossom
Photo by Pexels User on Pexels.com
Vita Nova
Louise Glück


You saved me, you should remember me.

The spring of the year; young men buying tickets for the ferryboats.

Laughter, because the air is full of apple blossoms.

When I woke up, I realized I was capable of the same feeling.

I remember sounds like that from my childhood,   

laughter for no cause, simply because the world is beautiful,

something like that.

Lugano. Tables under the apple trees.

Deckhands raising and lowering the colored flags.

And by the lake’s edge, a young man throws his hat into the water;

perhaps his sweetheart has accepted him.

Crucial

sounds or gestures like

a rack laid down before the larger themes

and then unused, buried.

Islands in the distance. My mother   

holding out a plate of little cakes—

as far as I remember, changed

in no detail, the moment

vivid, intact, having never been

exposed to light, so that I woke elated, at my age   

hungry for life, utterly confident—

By the tables, patches of new grass, the pale green 
pieced into the dark existing ground.

Surely spring has been returned to me, this time   

not as a lover but a messenger of death,
yet   
it is still spring, it is still meant tenderly.
close up shot of pink cherry blossoms in bloom
Photo by Cosmin on Pexels.com

Lees over leven en werk van Louise Glück:


Afnemende wind

Toen ik jullie maakte, hield ik van jullie.
Nu heb ik medelijden met jullie.

Ik gaf jullie alles wat jullie nodig hadden:
bed van aarde, dek van blauwe lucht -

naarmate ik verder van jullie vandaan raak
zie ik jullie steeds duidelijker.

Jullie zielen hadden al lang immens moeten zijn,
niet wat ze bleven,
kleine kletsende dingen -

ik gaf jullie ieder geschenk,
blauw van de lenteochtend,
tijd waarvan jullie het gebruik niet begrepen -
jullie wilden meer, dat ene geschenk
bestemd voor een andere schepping.

Wat jullie ook hoopten,
jullie gaan jezelf niet vinden in de tuin,
tussen de groeiende planten.
Jullie levens zijn geen kringloop als die van hen:

jullie levens zijn een vogelvlucht
die begint en eindigt in stilte -
die begint en eindigt, een echo in vorm
van deze boog tussen de witte berk
en de appelboom.

(vertaling Erik Menkveld)
close up of white apple
Photo by Léa Crochard on Pexels.com

De beste typering van Glücks poëzie die ik hoorde, was dat ‘alles wat ze aanraakt, verandert in muziek en legende’. Inderdaad, Glück hoort bij die club van dichters van wie het werk uit zichzelf zingt, waar de nadrukken liggen waar zij ze heeft bedacht (haar afbrekingen! let maar op), en een verhaal te vertellen heeft: een verhaal van compassie, van verwondering, van afkeer, soms, ook – en van lyrische woede: haar trefzekere, vrij recente gedichten over Persephone, gevangen gehouden door Hades, kunnen worden gelezen als een directe aanval op het patriarchaat: ‘She does know the earth/ is run by mothers; this much/ is certain. She also knows/ she is not what is called/ a girl any longer. Regarding/ incarceration, she believes// she has been a prisoner since she has been a daughter.’

Philip Huff De Groene Amsterdammer 14 oktober 2020

Avondrood
 
Mijn grootste vreugde
 is het geluid van jouw stem
 als die me roept zelfs in wanhoop; mijn verdriet 
dat ik je niet kan antwoorden
 in een spraak die je als de mijne aanvaardt.
 
 Je hebt geen vertrouwen in je eigen taal.
 Dus hecht je
 gezag aan tekens
 die je niet nauwkeurig kunt lezen.
 
 En toch bereikt je stem me altijd.
 En ik antwoord aanhoudend,
 terwijl mijn woede luwt
 naarmate de winter vergaat. Mijn tederheid
 zou je duidelijk moeten zijn
 in de koelte van de zomeravond
 en in de woorden die uitgroeien
 tot je eigen antwoord.

(vertaling Erik Menkveld)
green trees during golden hour
Photo by Werner Redlich on Pexels.com
Ochtendgebed
 
Niet alleen de zon maar de aarde
 zelf schijnt, wit vuur
 danst van de opzichtige bergen
 en de vlakke weg
 schittert in de vroege ochtend: is dit
 alleen voor ons, om een reactie
 uit te lokken, of ben jij
 ook ontroerd, niet in staat
 je te bedwingen
 in bijzijn van de aarde - ik schaam me
 voor wat ik dacht dat je was,
 ver weg van ons, dat je ons zag
 als een experiment: het is bitter
 om het wegwerpdier te zijn,
 bitter. Lieve vriend,
 lieve, huiverende bondgenoot, wat
 verrast jou het meest in wat je voelt,
 het stralen van de aarde of je eigen gevoel van verrukking?
 Zelf blijf ik me verbazen
 over die verrukking.

vertaling: Liesbeth Goedbloed
village in front of the mountains
Photo by Quang Nguyen Vinh on Pexels.com

De nieuwe kleren, een sprookje?

Dit sprookje (AT 1620, ‘The King’s New Clothes’) dankt zijn bekendheid aan de sprookjesbundel Eventyr fortalde for Børn (1835) van Hans Christian Andersen (1805-1875). Andersen gebruikte als voorbeeld het verhaal uit het veertiende-eeuwse kluchtboek El libro de los exemplos de conde Lucanor et de Patronio van de Spanjaard Juan Manuel. Het motief van het bedrog met de niet bestaande kleding is echter al veel ouder en komt al in een Indiaas verhaal in de Avadânas (Boedda’s wedergeboorten) uit de eerste eeuwen na Christus voor. Hier weeft iemand zo’n fijne draad dat niemand hem kan zien.

Behalve met niet bestaande kleding kan het bedrog ook plaatsvinden met een niet bestaand schilderij. Een verhaal met dit motief komt voor het eerst voor in de veertiende-eeuwse Der Pfaffe Amîs van Der Stricker. Alleen wettig geboren kinderen zouden een schilderij kunnen zien. Het verhaal duikt later op in de Uilenspiegel-cyclus en bij Hans Sachs. Als mondeling verhaal is de ‘Nieuwe kleren van de keizer‘ weinig opgetekend: slechts hier en daar in Europa, Azië en Zuid-Afrika. Wat Nederland betreft is het alleen enkele keren in Friesland door Ype Poortinga in de jaren zeventig opgetekend.

Het verhaal van Andersen is in 1893 gedramatiseerd door Ludwig Fulda in diens Der Talisman.

Pim Marijn Sanders in de Efteling ‘De naakte keizer’

Rembrandt’s tulbanden, Élisabeth Vigée Le brun’s sjaals, Rosa Bonheur’s lange broeken, Balzac’s kamerjas door Rodin, Andy Warhol’s pruik, Niki de Saint Phalle’s slangenjurk… Maken kleren de kunstenaar? Of de ziel van de geportretteerde?

The Artist, the Model and her Lawyer, 1992

In 1992 maakt Marlene Dumas een schilderij getiteld The Artist, the Model and her Lawyer. Midden op het doek staat het naakte model met haar handen afwachtend op haar rug. Aan weerszijden van haar staat een geklede man. Zij zijn druk met elkaar in gesprek. De titel, die boven de hoofden van de drie figuren geschreven staat, geeft aan dat het hier om de kunstenaar en de advocaat van het model gaat. De kunstenaar en het model zijn blijkbaar in een ongelijke strijd verwikkeld, anders had het model geen nood aan een advocaat. Het model is trouwens naakt, terwijl de lichamen van de twee heren verhuld blijven door de kleding die zij dragen. Zo beschouwd is Dumas’ schilderij een uitwerking van Manets Déjeuner sur l’herbe. Ook daar zien we een naakte vrouw temidden van twee zorgvuldig geklede heren. Wordt de ongelijkheid in Dumas’ werk nog enigszins gelegitimeerd door de professionele motieven van de kunstenaar en de context van het atelier, dan neemt ze ronduit groteske vormen aan in Manets Déjeuner. Het groene gazon levert nauwelijks een narratief alibi voor de naakte aanwezigheid van de vrouw. (Ernst van Alphen)

Lees verder:

With regret for the fact that ‘sexy’ also implies something stupid and the fine arts avoid that in favour of the ‘erotic’. I’ve always felt related to those places where the pin-up feels at home. And I thank all those nameless artists who’ve given us the real pin-ups.

Marlene Dumas, in: Sweet Nothings

Manet, Edouard – Le Déjeuner sur l’Herbe (The Picnic)

Er is ook een erg wrede versie van ‘de nieuwe kleren van de keizer’ Auteur, Yeh Shengtao (1894-1988) was leraar, daarnaast schrijver van kinderliteratuur en korte verhalen. Terugkerende onderwerpen daarin zijn het lot van kinderen in het autoritaire onderwijssysteem en de machteloosheid van hervormingsgezinde intellectuelen. Gedurende de jaren twintig en dertig was hij in Shanghai actief als criticus en tijdschriftredacteur. Na de oprichting van de Volksrepubliek China in 1949 was hij een tijd lang vice-minister van onderwijs. Annemie Bonneux maakte een vertaling . (De Tweede Ronde Jrg 27 2006)

Lees:

https://www.dbnl.org/tekst/_twe007200601_01/_twe007200601_01_0074.php

Het verhaal in ‘De Efteling’

Ook Roald Dahl maakte er een moderne berijmde versie van die je terugvindt in zijn verzameling ‘Rijmsoep’ In dit boek figureren heel wat bekende figuren, die hun strepen al lang verdiend hebben in andere verhalen, sprookjes of vertellingen. Wie kent er niet het verhaal van ‘De nieuwe kleren van de keizer’ of ‘Ali Baba en de veertig rovers’? Roald Dahl zou Roald Dahl echter niet zijn als hij niet aan elk verhaal een bijzondere wending gaf. De basiselementen blijven behouden, maar vaak lopen ze net iets anders af of krijg je een heel andere invalshoek voorgeschoteld. In ‘De nieuwe kleren van de keizer’ gaat de keizer in zijn nieuwe pak skiën. Hij is, net zoals in het sprookje, uiteraard helemaal naakt. Al vlug is hij helemaal bevroren en jubelt het hele land blij: “Nu zijn we eindelijk vorstvrij!” Vertaling van Huberte Vriesendorp.

's Keizers kleermaker, mijnheer Grijs,
had zijn zaak naast het paleis.
Zo kon de keizer wel twaalf keer
elke dag naar hem heen en weer.
Want hij was verzot op kleren:
pakken, mantels, hoeden, veren,
gestikte vesten van rode zij,
paarlen knoopjes op een rij...

Het paleis was vol goud en pilaren,
en lakeien en kamerdienaren,
die de hele dag niets anders deden
dan persen, strijken en de keizer kleden.
Maar kleren kunnen gevaarlijk zijn
voor 'n keizer met 'n minibrein…
Bij hem kwamen op de eerste plaats
zijn kleren, en de mensen 't laatst.
Neem nou de lakei die per ongeluk
iets morste op een kledingstuk.
Hij werd dadelijk in het openbaar
opgehangen aan zijn haar.
Een andere lakei, die jammer genoeg
bij het borstelen 'n pluisje oversloeg,
werd levend gekookt, net als een kreeft,
iets wat men maar zelden overleeft.
De dienaar die wat snuif had gemorst
op de gouden mouwrand van de vorst
werd vermalen in een machine
tot eersteklas dieetmargarine.

Verder te lezen via

Een heel andere toonaard in ‘The Emperor’s New Clothes van Sinead O’Connor

You asked for the truth and I told you
Through their own words
They will be exposed
They've got a severe case of
The emperor's new clothes
The emperor's new clothes
The emperor's new clothes
The emperor's new clothes
Keld Moseholm (1936-2023) The Emperors new Clothes

Een heel kleine vogel op de schouder van een engel: Henri Rousseau (1844-1910)

Henri Rousseau, “Carnival Evening,” 1886, at the Barnes Foundation in Philadelphia.Credit…via Philadelphia Art Museum
Un tout petit oiseau
Sur l'épaule d'un ange
Ils chantent la louange.
Du gentil Rousseau.
 
 Guillaume Apollinaire.

His breakout dreamscape for that show, “Carnival Evening,” is here, starring a clown and a distant, half-painted house of real, stumping enigma. Its hundreds of needle-fine tree branches silhouetted black against a winter sky gradient foretell the day-night conjurings of Magritte. (Aside from color behavior, Rousseau knew how the eye adjusted to the absence of light.).   (Walker Mimmss NY Times 16 jan 2026)

Bio’s van schilders hebben de neiging om vanuit het schilderij meteen de werkelijke levensloop te integreren. Mijn verste bron echter, de Nederlandse kunstcriticus en schilder Kasper Niehaus is nog in dezelfde eeuw als Henri Rousseau geboren en zijn artikel in ‘Elseviers Geïllustreerd Maandschrift jaargang 42 verscheen in 1932 waarin hij zijn kennismaking met het werk van deze eenling uit de letterlijke doeken doet.

"IN Juni 1912 schreef een vriend mij uit Parijs, dat hij bij Uhde geweest was, een kunsthandelaar en fijn schilderijenkenner, die ook over kunst schreef en die naast een prachtcollectie Picassos en Braques en ook zeer fijn werk van Marie Laurencin, vooral een mooie verzameling werk van Henri Rousseau had: ‘een schilder wiens naam je waarschijnlijk nog nooit gehoord hebt. Toch is hij al twee jaar dood en niet jong gestorven. " 

De slapende Bohémienne La Bohémienne endormie (klik op beeld om te vergroten)

Met de woorden van Kasper Niehaus (1932):

"In een geel, rood en groen gestreept kleed, slaapt de Bohemienne, met den eenen arm onder het hoofd in een evenwijdig geplooide, amethyst-paarse doek, op een oranje en groen gestreept kussen, in het alles als doorschijnend makende licht van de maan. In de rechterhand houdt zij een stok. En toch is de Bohemienne daar niet gekomen! Zooals Cocteau zeer juist heeft opgemerkt, liet de schilder, die nooit een détail vergat, geen enkel spoor na in het zand om de slapende voeten. De nagels van voeten en vingers liggen als schelpjes aan den oever van dezen stroom der vergetelheid. De mandoline met het donkere, rood-omzoomde klankgat, de snaren als besneeuwde draden van een interasterale telegraaf en de schroefjes als maansteentjes, de roode kruik, loopen volgens Uhde tien jaar vooruit op de heele komende Fransche schilderkunst welke zij doen voorvoelen; (ibidem)

Zelfportret 1890


Daarentegen gaf hij elken Zondag een soirée, waar hij z'n vrienden uit de voorsteden, winkeliers, schoenmakers, kleermakers uitnoodigde en z'n schilderijen aan hun critiek onderwierp. Hij zei eens: ‘Ik heb veel van deze menschen geleerd, veel meer dan van alle critieken, die men tegen mij schreef. Bijvoorbeeld, m'n ‘Leeuw in het oerwoud’ was op de expositie en niemand had bemerkt, dat ik vergeten had den leeuw oogen te schilderen. Daar kwam een oude vriend van mij, een douanier van den Pont de la Tournelle en lachte: ‘Oude vriend, gij hebt immers vergeten den leeuw oogen te geven.’
Rousseau liet zich dus door het volk corrigeeren! (ibidem)

De oevers van de Bièvre nabij Bicêtre 1908-1909

Rousseau identificeerde het onderwerp van dit schilderij in een handgeschreven notitie, bevestigd aan het spanraam, gedateerd 1909, het jaar waarin hij het ter verkoop aanbood aan de kunsthandelaar Ambroise Vollard. De scène toont het landschap rond Bicêtre, een arbeiderswijk aan de zuidelijke rand van Parijs, vlakbij de rivier de Bièvre (die nu ondergronds door de stad stroomt). In de tijd van Rousseau was de waterweg zwaar vervuild, maar op bepaalde plekken was het uitzicht nog steeds schilderachtig, zoals blijkt uit de figuren in boerenkleding op het met bomen omzoomde pad links en het glimpje van het zeventiende-eeuwse aqueduc d’Arcueil op de achtergrond. (The Met)

La Guerre. circa 1894. musée d’ Orsay Klik op titel om te vergroten

Een keuze uit zijn werk vind je onderaan de Franse Wikipedia gegroepeerd per onderwerp:

https://fr.wikipedia.org/wiki/La_Guerre_%28Rousseau%29

Henri Rousseau. Zelfportret van de kunstenaar met een lamp 1903

Henri Julien Rousseau werd geboren in Laval in de Loirevallei in het gezin van een loodgieter. Hij ging naar de middelbare school in Laval, eerst als dagleerling en daarna als kostschoolleerling, nadat zijn vader schulden had gemaakt en zijn ouders de stad moesten verlaten omdat hun huis in beslag was genomen. Op de middelbare school was hij middelmatig in sommige vakken, maar hij won prijzen voor tekenen en muziek. Hij werkte voor een advocaat en studeerde rechten, maar “probeerde een kleine meineed te plegen en zocht zijn toevlucht in het leger”, waar hij vanaf 1863 vier jaar dienst deed. Na de dood van zijn vader verhuisde Rousseau in 1868 naar Parijs om als ambtenaar zijn moeder, die weduwe was geworden, te onderhouden. Met zijn nieuwe baan begon hij in 1869 een relatie met de dochter van een meubelmaker, Clemence Boitard, die zijn eerste vrouw werd en voor wie hij een wals schreef met haar naam. Ze kregen negen kinderen, maar tuberculose was in die tijd wijdverbreid en zeven van hen stierven op jonge leeftijd. In 1871 werd hij gepromoveerd tot belastinginner bij het tolkantoor in Parijs. Hij begon serieus te schilderen toen hij begin veertig was en op 49-jarige leeftijd nam hij ontslag om zich volledig aan zijn kunst te wijden. Zijn vrouw stierf in 1888 en hij hertrouwde later.

Rousseau beweerde dat hij “geen andere leraar had dan de natuur”, hoewel hij toegaf dat hij “enig advies” had gekregen van twee gevestigde academische schilders, Felix Auguste-Clement en Jean-Leon Gerome. In wezen was hij autodidact en wordt hij beschouwd als een naïeve of primitieve schilder.

Henri Rousseau, “Portrait of Madame M.”Credit…via Musée d’Orsay

Het oorspronkelijk artikel door Kasper Niehaus in Elseviers Geïllustreerd Maandschrift. kun je raadplegen:

https://www.dbnl.org/tekst/_els001193201_01/_els001193201_01_0096.php

https://www.dbnl.org/tekst/_els001191301_01/_els001191301_01_0042.php

‘De droom’ (klik op ondertitel om te vergroten)
Gedicht bij Le Rêve (De Droom):

Yadwigha dans un beau rêve
S'étant endormie doucement
Entendait les sons d'une musette
Dont jouait un charmeur bienpensant

Henri Rousseau

Hommage à Eric Satie

Madame Henri Rousseau
monte en ballon captif
Elle tient un arbrisseau
Et le douanier Rousseau
prend son apéritif

L'aloès gonflé de lune
Et l'arbre à fauteuils
Et ce beau costume
Et la belle lune
Sur les belles feuilles

Le lion d'Afrique
Son ventre gros comme un sac
Au pied de la République
Le lion d'Afrique
Dévore le cheval de fiacre

La lune entre dans la flûte
Du charmeur noir
Yadwigha endormie écoute
Et il sort de la douce flûte
Un morceau en forme de poire.

Jean Cocteau (1889-1963)
Muse Inspiring the Poet (Portrait of Guillaume Apollinaire and Marie Laurencin), 1909, Kunstmuseum Basel, Switzerland

Dagboeken, Victorianen beschrijven hun eigen wereld. Een inleiding.

Albrecht Dürer ‘De kop van een Walrus’, 1521 Bron The Trustees of the British Museum

Heel nauwkeurig is hij, Albrecht Dürer wanneer hij in 1520 een reis door de Nederlanden maakt en verslag bijhoudt in zijn ‘dagboek’ dat sommigen eerder als ‘kasboek’ hebben bestempeld.

“Ik heb 2 Philipsgulden gewisseld voor eten en drinken. Ik heb de vrouw van de apotheker 10 stuivers gegeven voor een klysma. De monnik, bij wie mijn vrouw biecht, heb ik 8 stuivers gegeven.” 

Maar het verschijnsel ‘dagboek’ vond bij de Victorianen wel zijn meest intense voedingsbodem. Koningin Victoria begon met het bijhouden van haar dagboek in 1832 op 13-jarige leeftijd en bleef dit doen tot aan haar dood in 1901. Ze schreef in totaal 141 dagboeken vol, met ongeveer 43.000 pagina’s.

Haar dagboeken zijn door haar jongste dochter Beatrice uitgeschreven, op verzoek van koningin Victoria zelf. Daarbij zijn gevoelige of onbelangrijke passages weggelaten. Nadat een dagboek was getranscribeerd (uitgeschreven), werd het origineel vernietigd. Later zijn ze uitgetypt en voorzien van bijschriften.

“Het Victoriaanse tijdperk was een tijdperk dat vooral werd gedefinieerd door een ‘obsessie’ met vooruitgang. De Victorianen waren grote vernieuwers en utopisten die een eeuwigdurend proces van verbetering voor ogen hadden: niet alleen van het zelf, maar van de samenleving, van de hele mensheid. Koninklijke commissarissen en filantropen daalden in drommen af naar de sloppenwijken van Londen om armoede en sanitaire omstandigheden te onderzoeken. Rijke industriëlen financierden bibliotheken, gemeentehuizen, openbare werken en riolen. Prins Albert schreef berichten over huisvesting. De middenklassen consulteerden enthousiast wetenschappelijke kennis die in tijdschriften en verhandelingen in het streven naar ‘rationeel vermaak’ werd behandeld. De meer totale weergave – de tekst of het beeld dat alles en iedereen zou onthullen – was een impliciet doel van de Victoriaanse cultuur, van Wordsworth en Charles Dickens tot het panorama en de camera. Er was een razernij van meten en in kaart brengen. Gegevens zouden tot begrip leiden, en begrip zou meesterschap mogelijk maken. (Aeon ‘Elena Mary ‘I woke at 1/2 past 7″)

Early diaries sold by John Letts in London.
The world is too much with us,’ complained William Wordsworth in 1807. Almost 30 years later, Alfred, Lord Tennyson struck a more triumphant note:

"Not in vain the distance beacons. Forward, forward let us range,
Let the great world spin for ever down the ringing grooves of change. "(ibidem)

Taken, afspraken, memoranda – kunnen allemaal worden genoteerd in een netjes gestructureerd zak-dagboek dat u zou helpen uw tijd zo productief mogelijk te gebruiken.

‘Technologiebedrijven hebben met succes geld verdiend met deze diepgewortelde drang om onszelf te verbeteren, nieuwe manieren te bieden om ons dagelijks leven te documenteren en te vergelijken, wat een eeuwigdurend gevoel van falen kan creëren. De daad van het delen van verhalen over onszelf is niet langer beperkt tot een vertrouwde kring van intieme vrienden en familieleden. In plaats daarvan functioneren sociale mediaplatforms als multimediadagboeken met een onmiddellijk, wereldwijd publiek dat constante feedback geeft over onze keuzes en activiteiten.”(ibidem)

mage © Daria Nepriakhina / Unsplash
"We leven in een tijdperk van zelfkwantificering en de verheerlijking van productiviteit. Bullet journals, habit trackers, slimme horloges – al deze tools stellen ons in staat om gegevens over onszelf te verzamelen in een razernij van zelfverbetering. Mijn Instagram-feed wordt overspoeld met video's van dunne vrouwen met gladde glanzende voorhoofden en glanzende witte tanden, die de deugden van 5 uur durende trainingen, langdurige huidverzorgingsrituelen en dankbaarheidsdagboeken ophemelen. We zoeken ‘hacks’ op die ons in staat zullen stellen steeds efficiënter te zijn, en om de meest mogelijke waarde uit onze tijd en bezittingen te halen."  ( (Aeon 'Elena Mary 'I woke at 1/2 past 7")

Frederick Cayley Robinson. Evening in London 1920 Tempera, Watercolour, Pencil on paper

“De 19e-eeuwse obsessie met zelfverbetering en zelfdiscipline wordt misschien het best geïllustreerd door het boek Self-Help van Samuel Smiles; (1859) with Illustrations of Character and Conduct , dat hard werken, goede gewoonten en doorzettingsvermogen verdedigde. Verkoop: 20.000 exemplaren in het eerste jaar van publicatie. Bovenal bleek de sleutel om actief te zijn het nastreven van vooruitgang. De grootste Victoriaanse zonde was nietsdoen.

As the 15-year-old Victoria, heir presumptive to the throne, virtuously wrote in her diary on the 27 January 1835: ‘I love to be employed; I hate to be idle.’ Just as they sought to measure and quantify the progress of Western civilisation, so the Victorians sought to measure progress and improve the self through the simple practice of keeping a diary. (idem)

In 1812 begon de boekhandel van John Letts met de verkoop van een jaarlijks gedrukt dagboek in zijn winkel, plaats: Royal Exchange Londen. Het dagboek was een groot succes, en in 1862 bood Letts 55 verschillende versies gericht op specifieke sociale groepen, met prijzen variërend van sixpence tot 14 shilling (of 1,7€ tot 47,70€ in het geld van vandaag). Tegen 1900 verkocht Letts bijna een kwart miljoen dagboeken per jaar en het gedrukte dagboek werd als een essentieel kenmerk van het commerciële leven beschouwd. Niet langer alleen een ruimte om na te denken over wat er was bereikt, het dagboek was ook een plek om te plannen wat nog bereikt moest worden.

Letts of London was en is nog steeds een Britse maker van notitieboekjes, agenda’s en planners. Letts werd opgericht in 1812 door John Letts, die het briljante idee had om een standaard notitieboekje te voorzien van een kalender. De notitieboekjes van Letts vallen op door hun stijl, die duidelijk beïnvloed werd door het verleden.

“Dagboek bijhouden was een conventie bij de opvoeding van kinderen uit de middenklasse, met ouders zoals Charles Darwin en zijn vrouw Emma die dagboeken gebruiken om angstvallig de fysieke, intellectuele en religieuze ontwikkeling van hun kinderen vast te leggen in overeenstemming met het romantische idee dat ‘het kind de vader van de man is’. Blanco of voorgedrukte dagboeken waren ook een gemeenschappelijk huiselijk geschenk, omdat ouders dagboeken aan hun kinderen gaven en kinderen dagboeken gaven aan hun bedienden. In ‘Between Women’ (2007) schrijft de literatuurwetenschapper Sharon Marcus dat prinses Victoria werd geïnstrueerd in het bijhouden van een dagelijks dagboek van haar geliefde gouvernante, Lehzen, en totdat Victoria koningin werd, inspecteerde haar moeder dagelijks haar dagboeken.” (Elena Mary)

The world is too much with us,’ complained William Wordsworth in 1807. Almost 30 years later, Alfred, Lord Tennyson struck a more triumphant note:

Not in vain the distance beacons. Forward, forward let us range,
Let the great world spin for ever down the ringing grooves of change.

Binnen het dagboek konden Verlichtingsidealen van wetenschappelijk empirisme worden benut ter ondersteuning van het evangelisch geïnspireerde project van zelfverbetering. Toenemende alfabetiseringspercentages, goedkopere materialen en nieuwe druktechnologieën moedigden de productie en consumptie van dagboeken op een ongekende schaal aan. De broers George en Weedon Grossmith’s satire The Diary of a Nobody, voor het eerst geserialiseerd in Punch in 1888 en gepubliceerd als een striproman in 1892, beschrijft het dagelijks leven van de ‘niemand’ Charles Pooter, een klerk die woont in de Londense buitenwijk Holloway met zijn vrouw Carrie. In de inleiding vraagt Pooter:

"Waarom zou ik mijn dagboek niet publiceren? Ik heb vaak herinneringen gezien aan mensen waar ik nog nooit van gehoord heb, en ik zie niet – omdat ik toevallig geen ‘Iemand’ ben – waarom mijn dagboek niet interessant zou moeten zijn. Mijn enige spijt is dat ik er niet mee begon toen ik nog jeugdig was."

En laten we eerlijk zijn: er is ook heel wat gebeurd ten goede van iedereen in die Victoriaanse 19de eeuw! De vergelijking met de hedendaagse sociale media is nogal losjes. Was het dagboeken schrijven nog steeds voorbehouden aan de groeiende middenklasse dan spreekt de toon en inhoud van het dagelijks berichten in de sociale media een nog bredere bevolkingslaag aan, of beter een bredere mélange die makkelijk ten dienste van of in verweer tegen kan gebruikt worden. Ik kan je hier de lectuur aanraden van een thesiswerk van Sam van Esch (2022): ‘De typische Victoriaan.

Het historiografisch discours over Londen onderzocht
aan de hand van dagboeken uit de negentiende eeuw.

Met uitgebreide bibliografie.

https://theses.ubn.ru.nl/server/api/core/bitstreams/9526eb27-7684-4f1c-80d8-a8f2f26fb35b/content

‘Het artikel ‘I woke at 1/2 past 7′. Our coursed age of self-monitoring and optimisation did’n start with big tech as so often, The Victorians are to blame.”werd geschreven door Elena Mary. (Aeon 17 november 2025)

Elena Mary is a postdoctoral associate member in the Faculty of History at the University of Oxford in the UK. She is a historian of culture, class and the female body in modern Britain.

https://aeon.co/essays/victorian-diary-writers-kicked-off-our-age-of-self-optimisation

Very cold winter. The Round Pond in Kensington Gardens frozen solid, and, outside Kensington Palace, icicles hang from the guardsman’s busbies. Buttoned up, with muffs and gloves, we boldly set off to skate on the
Serpentine. Trixie hired some skates, and was a danger to all on the ice, as her laces trailed about her heels. Lily and I had our own skates. We both enjoy the sport tremendously, and the odd assortment of people on the ice
makes for a most diverting time. Sometimes skaters’ enthusiasm outweighs their abilities. Several times we landed flat on the ice. All in a good day’s sport, however. We forgot our aches and pains in the evening, roasting chestnuts in the grate.”

Maud was 29 toen ze in 1888 begon met haar dagboek. De eerste vier jaar daarvan beschreven haar leven in Sandown. Mijn werk richt zich op de periode nadien, van 1892 tot 1900, toen Maud in Londen woonde. In de uitgegeven versie van het dagboek zijn de notities per maand, seizoen en jaar
gegroepeerd. (Uit thesis Sam van Esch ‘De typische Victoriaan. Het historiografisch discours over Londen onderzocht aan de hand van dagboeken uit de negentiende eeuw.)

Manuscript journals of Henry David Thoreau (1817–1862), 1837–61. Purchased by Pierpont Morgan, 1909. Courtesy of The Morgan Library.
Diary with transcript of Alfred Whiters in the JAMES BAINES, 1857

Bekijk meer pagina’s:

https://www.rmg.co.uk/collections/objects/rmgc-object-505984

Elena Mary noemt de Victorianen grote vernieuwers, maar de vooruitgang was een Janus-gezicht. Voor elke sprong voorwaarts, een hernieuwde druk om verder te gaan, en sneller, om beter te doen, beter zijn. Ook het tijdperk van de vooruitgang was een tijdperk van angst. Ik denk persoonlijk dat wij iets te nadrukkelijk de Victoriaanse tijden willen laten samenvallen met onze boeiende maar ook dwaze tijden. De angst van de Victorianen hebben we uitvoerig belicht in een reeks over deze tijden die je kunt teruglezen en waarin er via een bredere invalshoeken de eigenheid van die angsten wordt belicht. Basis was het boeiende boek ‘The Victorian Frame of Mind, 1830-1870. van Walter E. Houghton, Yale University Press, New Haven and London, 1975-1985.

Kijk en lees:

en 12 volgenden (zie bij uitgewerkte onderwerpen)

Het verlangen verbeeld en geletterd (1) Desire depicted and lettered (1)

Omslag van een schrijftablet Frankrijk. 1325-1350 Olifant-ivoor. Met museum NY

Onder klaverblad-bogen zijn er langs beide zijden van dit ivoorkunstwerk scènes te zien die ‘het hof maken’ als thema hebben. Hierboven heeft een man met een roofvogel in de hand -een symbool van zijn status- een kroontje ontvangen van een vrouw en kroont hij haar op zijn beurt (op keerzijde) waarmee hij aangeeft dat zij zijn liefde heeft gewonnen..

Omslag van een schrijftablet Frankrijk. 1325-1350 Olifant-ivoor. Met museum NY
Intended to cover writing tablets, such plaques were among the deluxe products of Paris during the fourteenth century and were possibly made on the rue de la Tabletterie, a name indicating their special use. Poems or messages would have been written on smooth sheets of ivory that had recessed areas filled with wax for the text. Perfect economy of technique and purity of style are clearly evident in these amorous images. In their elegance of form and gesture the courtly couples seem also to convey a moral and spiritual life that appears both mannered and artificial but is infused with joie de vivre.  
(Metmuseum NY. Exhibition: Spectrum of Desire Love, sex, and Gender in the Middle Ages)

Te bezoeken: (tot 29 maart 2026):

https://www.metmuseum.org/exhibitions/spectrum-of-desire-love-sex-and-gender-in-the-middle-ages/exhibition-objects

The Garden of Eden’. British. laatste kwart 16de eeuw The Met Collection Klik op onderschrift om bij bronafbeelding nog eens te klikken om te vergroten. Mooi!

Dieper dan de diepste krocht zou je met letters alleen al ‘het verlangen’ in bestaande en vergane talen kunnen opvullen. Vaak is het achter die letters te doen, in de herberg ‘de be-tekenis’ is het goed toeven, maar bij de deur naar de tuin zou je onderstaand gedicht van Rutger Kopland kunnen vinden:

XIV. Ga nu maar liggen liefste 

Ga nu maar liggen liefste in de tuin,
de lege plekken in het hoge gras, ik heb
altijd gewild dat ik dat was, een lege
plek voor iemand, om te blijven.

Rutger Kopland
In: Een lege plek om te blijven, 1975.
‘The Garden of Eden’. British. laatste kwart 16de eeuw The Met Collection Detail


'De taal geeft niet simpelweg ‘namen’ aan de dingen; ze doet de dingen bestaan, ze geeft ze vaste grenzen en maakt ze tot ‘dingen’. Benoemen is niet dopen (een naam geven aan wat er al is), maar verwekken (een nieuw wezen doen ontstaan). Wat we ‘zien’, zowel fysisch als mentaal, is van meet af aan door woorden gestructureerd. De taal bepaalt ons beeld van de werkelijkheid.' (Philosophische Untersuchungen 371, 373) [pagina 29]

Patricia de Martelaere. 'Een verlangen naar ontroostbaarheid'


Jonge man met boog en grote pijlenkoker en vriend met schild Goivanni Battista Tiepolo ca 1730-50

‘Een ontroostbaar verlangen?’ Sehnsucht? ‘ “Inniges, schmerzliches Verlangen nach jemandem, etwas” (diep, pijnlijk verlangen naar iemand, iets.)

Volgens velen is het eerste deel van het woord ‘sehnsucht’ afgeleid van het Duitse werkwoord ‘sehnen’, wat zoveel betekent als ‘snakken’ of ‘verlangen’. De Duitse Benedictijnerpater Anselm Grün komt met een andere verklaring. Hij stelt dat het woord een samenvoeging is van ‘sehne’ (pees) en ‘sucht’ (zucht of ziekelijke neiging). Dit laatste component van het woord komt dus niet, zoals soms gedacht, van het werkwoord ‘suchen’ (zoeken). De pees zou herinneren aan de pees die gespannen is wanneer iemand zich klaarmaakt om te springen of aan de boogpees voordat een pijl wordt afgeschoten.

“Verlangen heeft dus met innerlijke spanning, met innerlijke concentratie te maken. Met al zijn energie wacht iemand op de sprong om datgene te pakken waar zijn verlangen op is gericht, of op het schot dat doel treft.”

(History: Germany Language History February 2023)

De Boogschutter Henry Moore. 1965 KNSTDWLNGN
De schrijver is de beeldhouwer van het niets, wat hij wil beschrijven is de volle pracht en praal van de nieuwe kleren van de keizer. Hij zegt: Ze zijn van donkerrood fluweel, met gouddraad doorstikt. Hij zegt: Ze zijn met parels en diamanten bezet. Hij zegt: Als het zonlicht erop schijnt geeft het een oogverblindend licht. Zodat je ze werkelijk voor je ziet, die schitterende kleren, zoals hij ze beschrijft. Maar dan, op het eind, zegt hij, met de ontwapenende oprechtheid van een kind: Ze zijn er niet, wat je ziet is er niet.

(Patricia de Martelaere. 'Een verlangen naar ontroostbaarheid'. p.20)

Albrecht Dürer, Vleugel van een scharrelaar, ca. 1512 © Albertina-museum, Wenen

Net zoals auteur Wytske Versteeg die over ‘verlangen naar de verte schreef’ in De Groene Amsterdammer van 7 april 2021 kende ik ‘de scharrelaar’ niet. Deze vogel was ooit wijdverspreid in Europa en broedde tot in Zweden, schreef de auteur. Inmiddels…Je kent het verhaal.

"Albrecht Dürer had geen last van al te grote afstand toen hij de scharrelaar schilderde, hij moet een pas gestorven vogel hebben meegenomen naar zijn atelier. Een ander werk beeldt het hele lichaam af, en dat is vele malen treuriger dan deze losse vleugel. De gevouwen vleugels van de dode scharrelaar zullen nooit meer vliegen, de ogen zullen zich nooit meer openen, de min of meer gestrekte nek is overduidelijk niet meer in staat zich op te richten. Dat schilderij gaat minder over de vogel dan over de dood zelf: de verslagenheid van plotseling gestopte eindeloosheid, dat wat er achterblijft wanneer een leven breekt. ‘Wij zijn niet met de aarde één’, schreef Rilke in zijn vierde elegie, ‘zijn niet als trekvogels begaafd’. Wij mensen stijgen te laat op, begeven ons op ongetemde wind, storten in onverschillige vijvers neer, maar de scharrelaar vliegt zo tienduizend kilometer naar het zuiden. Dürers vogel is waarschijnlijk met een net gevangen, heeft verwoed met zijn vleugels geslagen om te ontkomen aan de lucht die plotseling vijandig was geworden en hem vasthield aan de grond, heeft gevochten tot de uitputting het van hem won. De vlek bij de vleugelaanhechting rechts boven moet bijna wel bloed zijn, een net iets feller, wreder rood dan dat van de vogel zelf. In de afbeelding van de dode scharrelaar ging de tijd vooruit: daar was een leven geëindigd met de dood."

Wytske Versteeg. 'Verlangen naar de verte'. De Groene A'dammer april 2021

In het Duits is deze vogel een Blauracke. Er bestaat ook een schilderij: ‘Tote Blauracke, als ‘Tierstudie Federn.

Joachim Patinir. 1480-1524 ‘Christoffel. ‘Museum Catharijneconvent (onvoltooid)

"Zelden was blauw mooier dan op de schilderijen uit Dürers tijd. Kostbaar ultramarijn – gemaakt van lapis lazuli, ultramarijn betekent overzees – voor de gewaden van Maria, goedkoper pigment voor zeeën en luchten. Het landschap als zelfstandig thema begon zich in Dürers tijd net te ontwikkelen. Joachim Patinir, een van de pioniers in het genre, was een van zijn vrienden. Diens schilderijen fascineren me al sinds ik als kind een boek las waarin de hedendaagse hoofdpersoon zichzelf terugvindt in Patinirs Landschap met de heilige Christoffel. (ibidem)
zegenend kind op Kr’ schouder

De auteur vergelijkt het blauw van de vleugel met het blauw op Patinirs schilderij. “De ‘Vleugel’ bevat precies de tinten die ook Patinirs wereld zo magisch maken,” schrijft zij. Kijk ook naar details, het kindje Jezus op de schouder van Christoffel. Aan de linkerzijde aan de overkant van de rivier is een oude kluizenaar weergegeven die Christoffel het geloof onderwees. Het schilderij bleef onvoltooid.

de oude kluizenaar
"Het is alsof het water, het licht en de lucht zelf hun indruk hebben nagelaten op de vleugels van de scharrelaar, die moeiteloos vloog waar wij nooit zouden komen, onze wereld gracieus ontsteeg. Die stierf, waarschijnlijk door toedoen van mensen, en op Dürers tafel geëindigd is. Maar die in het leven dat daaraan voorafging als een acrobaat door de lucht heeft geduikeld, zich als een blad heeft laten vallen om een vrouwtje te imponeren, want dat is wat scharrelaars doen tijdens de balts.

Opnieuw moet ik denken aan Rilke, die zich afvroeg of de vogels het zouden merken als je de leegte uit je armen weg zou werpen, of zij in hun vlucht zouden voelen dat de lucht om hen heen was verruimd. ‘En wij, die denken aan stijgend/ geluk, ervoeren misschien de ontroering,/ die ons bijna verbijstert,/ als iets wat geluk is, valt’." (Wytske Versteeg)

Wytske Versteeg is politicoloog, schrijver en essayist en kreeg diverse prijzen. In 2020 verscheen bij Querido haar non-fictiewerk Verdwijnpunt, over incest en eenzaamheid

Bezoek haar website:

https://wytskeversteeg.nl

Een collectie van Patinirs werken vind je op:

Een eerste aflevering van ‘het verlangen is uitgewaaierd tot in de prachtige tinten ultramarijn van Dürer en Patinir. Ogentroost en naar wij hopen nieuwsgierigheid.

Om af te sluiten nog een fragment uit “Een verlangen naar ontroostbaarheid” van Patricia de Martelaere waarin een zekere synthese ons genoegzaam denken blijft ondermijnen.

"Doel van de literaire taal is dan geen begrippenapparaat meer te zijn, maar het kleurenpalet van een schilder. Wat de schrijver eigenlijk zou willen is dus niet schrijven, maar schilderen; hij is domweg degene met het verkeerde talent.

(Hoewel: wat de schilder wil is dan weer schrijven, of beeldhouwen, of componeren. Van schilders hoor je vaak dat ze uitgerekend iets zouden willen zeggen in verf. Misschien is de kunstenaar altijd degene met het verkeerde talent. Of misschien is dat het wezen - een van de wezens - van kunst: dat je iets probeert te doen met, voor alles, de verkeerde middelen.)

Hoe dan ook: penseelstreken verwijzen niet, ze betekenen niets. Het schilderij berust niet (of althans niet geheel) op de afwezigheid, het vormt zélf een zelfgenoegzaam ding, het is zelf de slapende poes. De schilder zegt niets, hij toont; schilderkunst is het gebaar.
Wat de schrijver ‘eigenlijk’ zou willen is zwijgen, maar dan in woorden. Datgene waarover niet kan gesproken worden, het naamloze niets onder de taal, dát is zijn eigenlijke object. Het ligt voor de hand er nog maar eens Wittgensteins beroemde (maar stilaan tot de draad versleten) Tractatus 7 bij te halen: ‘Waarover men niet spreken kan, daarover moet men zwijgen.’

(pagina 22-23)

fragment uit ‘Landschap langs de Styx-rivier. Joachim Patinit 1480 (Dinant) – 1524 Antwerpen

Het is duidelijk dat de tocht over de Styx een verbeeldende benadering is net zoals de filosofische wegen nieuwe vragen blijven oproepen. Bij leven en welzijn zullen we in een volgende bijdrage de lezer(es) meenemen naar vroeger, nu en morgen waar wij telkens dat ‘verlangen’ zien of zagen verschijnen. Wees ook daar weer onze gezel(lin).

“Kaïn en Abel”, de eerste dood(slag)? Verkenningen.

Cain and Abel, Ivory, c.1084
Louvre OA 4052
Photo: Wikimedia Commons
Click here to enlarge image
Kaïn zei tegen zijn broer Abel: “Laten we naar het veld gaan.” En toen ze op het veld waren, stond Kaïn op tegen zijn broer Abel en doodde hem.  Toen zei de Heer tegen Kaïn: “Waar is je broer Abel?” Hij zei: “Ik weet het niet; ben ik de hoeder van mijn broer?”  En de Heer zei: "Wat heb je gedaan? Het bloed van je broer roept vanuit de aarde tot mij. Nu ben je vervloekt door de aarde, die haar mond heeft opengesteld om het bloed van je broer uit jouw hand te ontvangen.  Wanneer je de aarde bewerkt, zal zij je niet langer haar kracht geven; je zult een vluchteling en een zwerver op aarde zijn."  

Uit het boek Genesis

Kaïn en Abel waren zonen van Adam en Eva. De Bijbel noemt nog een derde zoon: Seth. Kaïn was een landbouwer, Abel een herder. Op een dag brachten ze beiden offers aan God: Abel de eerstgeborenen van zijn vee, Kaïn vruchten van zijn grond. Toen God alleen aandacht had voor Abel, ontstak Kaïn in woede en sloeg hij zijn broer dood.

Kaïn kreeg daarop een merk (het Kaïnsteken) op zijn hoofd en werd veroordeeld tot ronddwalen over de aarde. God wilde met dat teken Kaïn voor iedereen herkenbaar maken, om te voorkomen dat hij uit wraak ook gedood zou worden.

De broedermoord wordt gepresenteerd als het vervolg op de oerzonde van Adam en Eva, de Zondeval. Daarbij aten ze van de boom van goed en kwaad; Kaïn gaf daar een vervolg aan door zelf te oordelen over goed en kwaad.

In de beeldende kunst is vooral de doodslag vaak uitgebeeld. Andere thema’s zijn de aanbieding van de offers, en de rouwende Adam en Eva. (Statenvertaling.net Bijbel en Kunst)

William Blake 1757-1827. ‘Kaïn slaat op vlucht’. 1825 Genesis 4:13

Blake schreef in 1822 een kort verhaal waarin hij zich richtte tot de dichter Lord Byron, die vlak daarvoor een toneelstuk had gepubliceerd over Kaïn. Blake noemde het De geest van Abel. Een openbaring in de visioenen van Jehovah, zoals door William Blake gezien. De openingsscène wordt als volgt beschreven: “Een landschap met rotsen. Eva valt flauw over het dode lichaam van Abel dat naast een graf ligt. Adam knielt naast haar, Jehovah staat erboven.” (Statenvertaling.net Kunst)


Blake had een hekel aan olieverf. Voor dit mahoniehouten paneel gebruikte hij pen, inkt en zelfgemaakte tempera op een bladgouden achtergrond. Een dergelijke techniek was vóór de renaissance vrij gebruikelijk. Helaas bleken de kleuren van Blake snel te verbleken. In deze foto zijn ze digitaal gemanipuleerd. (ibidem)

Als oudste van twee broers maakte het Kaïn-verhaal op mij, als kind, een diepe indruk. En het gezegde ‘de hoeder van je broeder‘ werd meer dan één keer gebruikt als ik mijn plicht als oudste broer verwaarloosd zou hebben. Tenslotte was deze gebeurtenis ‘de eerste dood’ als je het scheppingsverhaal volgens de bijbel historisch ging interpreteren. Adam en Eva waren door God geschapen en nog volop in leven, zij het in een andere dan de vroegere paradijselijke toestand, maar met de moord op Abel kwam ook ‘de dood’ in de geschiedenis van de uit het paradijs-verdreven mens. En een tweede vraag: ‘Wat was er mis met het offer van Kaïn dat blijkbaar niet in Gods’ smaak viel?” Kaïn was een landbouwer, Abel een herder. Kaïn offerde vruchten van het veld, Abel de eerstgeborene van zijn vee. De Oppermachtige had het in mijn kinderogen niet voor de boeren, een status die bij meerdere van mijn voorouders terug te vinden is.

Mariotto Albertinelli, The Sacrifice of Cain and Abel, circa 1510 public domain via Wikimedia Commons

Hierboven het offer van beide broers met een duidelijke voorkeur voor Abel terwijl Kaïn wel even op adem moet komen. Anthonie Donker alias Nico Donkersloot (1902-1960) vroeg zich in De Vlaamse Gids jaargang 44 (1960) wat er nu in feite gebeurd was:

“Toch is de geschiedenis van Abels dood, met alle leemten en tegenspraken en geschreven zonder de minste literaire bedoeling, de geladenste short-story die men zich kan denken. Zo is zij blijven voortleven en inspireren, als het ‘eerste drama der mensheid’. De eerste moord, de eerste doodslag althans. Het oude strenge joodse rechtsbesef zal geen onderscheid daartussen gemaakt hebben. Kaïn was de eerste moordenaar, hij doodde Abel. Vroeg in de geschiedenis van het mensdom begon reeds het bloedvergieten, de eerste moord was een broedermoord, verkondigt het oude verhaal met schaamte en bedwongen ontzetting over dit lage uitvloeisel van het mens-zijn. Maar de vraag van de Heer aan Kaïn: ‘Wat hebt gij gedaan?’ laat ook de lezer niet los. Hij wil weten: hoe is het gekomen? Wat was het motief tot Kaïns daad? Onder welke omstandigheden gebeurde het? Geschiedde het in een opwelling of met voorbedachten rade? Wilde Kaïn Abel doden? Wist hij wat hij deed?”

Titiaan ‘Kain en Abel’.

Nico Donkersloot:
Aanvankelijk was zijn leeropdracht die van de Nederlandse letterkunde maar vanaf 1956 was hij hoogleraar in de algemene en vergelijkende literatuurwetenschap. Hij was tevens journalist, essayist, vertaler en dichter. In de oorlog schreef hij onder het pseudoniem Maarten de Rijk. Tijdens de oorlogsjaren was hij betrokken bij verzetsactiviteiten en werd door de Duitse bezetter ontslagen als hoogleraar en gearresteerd. Hij werd opgesloten in de gevangenis van Scheveningen (Oranjehotel) en zou na de oorlog een tekst schrijven voor de plaquette (naast de deur in de buitenmuur aan de Van Alkemadelaan) die daar in 1949 onthuld werd ter nagedachtenis aan de geëxecuteerden op de Waalsdorpervlakte. (Wikipedia)

“Maar toch verschilt hij van alle andere moordenaars, hij is de enige moordenaar op aarde bij wie de dood nog onbekend was. Zijn misdaad is reeds daarom tragisch, daar hij het gevolg ervan nog niet kennen kon. Achter de vraag, of Kaïn in een opwelling handelde, in woede en drift, of met opzet, Abel wilde doden, rijst voor zijn schuld de verder strekkende vraag, of Kaïn kon weten wat hij deed. Hij kon dit niet. Abel werd de eerste dode op aarde. Dat was iets ongekends. En ook uit het korte bijbelverhaal kan men toch opmaken, misschien al door zijn bruuske ontkenning maar zeker door zijn schuldbekentenis na de woorden van zijn Heer, dat Kaïn door de gevolgen van zijn daad diep geschokt en radeloos ontsteld is.” (Nico Donkersloot)

Lucas van Leyden (1494-1533) Kaïn doodt Abel gravure 1529. Rijksmuseum

Volgens Augustinus in de Twee Rijkenleer zijn er sinds de zondeval twee soorten menselijke gemeenschappen, belichaamd in de zonen van Adam, lees ik in het dossier Kain (Peter Hofstede De Groene Amsterdammer 31 juli 1996) De voornaam Abel kan best gebruikt worden, maar wie zou er Kaïn willen heten?

"HET SPOOR LEIDT vervolgens naar de Twee Rijkenleer van de invloedrijkste christelijke denker ooit, Aurelius Augustinus (354-430). Volgens deze katholieke kerkvader zijn er op aarde, sinds de zondeval, twee soorten menselijke gemeenschappen, belichaamd in de zonen van Adam. In Abel, een club van mensen die naar de geest, in Kain, een club van mensen die naar het vlees willen leven. Het rijk van God en het rijk van Satan. De antithese der beide rijken maakte de eeuwige orde tot een esthetisch geheel, een tot in de finesses doordacht kunstwerk, vervaardigd door de Grote Klokkenmaker, die alle dingen heeft gegrond in maat, getal en gewicht. Aan het einde der tijden manifesteert God zich als de ultieme Mondriaan, een mozaieklegger met de basiskleuren goed en kwaad. In de visie van Augustinus, een potentiële medeverdachte in ons dossier, is de zin der geschiedenis au fond een esthetische. 
Ook de god van het Derde Rijk, Adolf Hitler, heeft altijd de Grote Kunstenaar willen spelen. Voor een artistieke herschepping van de wereld lanceerde hij zijn eigen kijk op goed en kwaad, resulterend in nazitempels naast concentratiekampen. De Führer handelde naar bijbels voorbeeld. Door Abel te positioneren als een heilige en Kaïn als een crimineel schiep God de befaamde tweedeling van de samenleving die ook de maatschappelijke basis zou gaan vormen van het christendom en die nog heden ten dage de sociale verhoudingen in de wereld bepaalt." (Peter Hofstrede)
Het Lam Gods voor restauratie: Paneel Adam De broedermoord van Kaïn op zijn jongere broer Abel. St Baafskathedraal Gent. Jan van Eyck; Hubert van Eyck foto Hugo Maertens
“Het is zover, we hebben ons doel bereikt, jullie zijn het andere ras niet meer, het anti-ras, de grootste vijand van het Duizendjarige Rijk; jullie zijn het volk niet meer dat afgoden weigert. We hebben jullie omhelsd, verstikt, met ons mee in de diepte getrokken. Jullie zijn net als wij, jullie hoogmoedigen: net als wij, net als Kaïn, hebben jullie je broeder gedood. Kom maar, dan gaan we samen spelen.”

En deze tekst van Primo Levi is ook zonder benoeming van soort en tijd voor ons allen te gebruiken. Zet hier geen namen van volkeren bij, het gaat vaak gewoon over ons, waar ter wereld ook.

Bron: Primo Levi, De getuigenissen, vertaling Fida De Matteis-Vogel

Adam and Eve hold their dead son Abel. “The First Funeral,” 1878, by Louis-Ernest Barrias. Plaster. Museum of Fine Arts of Lyon. Public Domain

Afbeeldingen? Kijk bij:

https://commons.wikimedia.org/wiki/Category:Cain_and_Abel_in_art

zijn verharde hart
aangezet tot broedermoord
in zachte zandsteen
his hardened heart
roused tot fracticide
in soft sandstone

(Het Lam Gods in muziek en woord: Paneel VI bis: Kaïn en Abel)

Reliëf van Kaïn en Abel – Adolf von Hildebrand (CC0 – wiki)

Woede als oudste inspiratiebron

Homerus, marmer door Philippe-Laurent Roland. 1812 (Louvre)

Mag hij dan al uit marmer zijn gehouwen, heel vastvoetig is hij hier niet, deze (blinde) ‘Homerus’ verbeeld door de Franse beeldhouwer met drie voornamen, werk nog in het Louvre te bewonderen. .Homerus’ versvoeten daarentegen doen al zo’n drieduizend jaar dienst en teisterden menig klassiek geschoolde leerling of student, al dan niet in het originele(?) Grieks, te vertalen naar de eigen moederspraak. De ‘Odyssee‘ en de ‘Ilias‘ klinken wellicht bekend in de oren of iets dieper in het geheugen terug te vinden.

De vertaler Patrick Lateur weet die oude verzen in een hedendaags Nederlands te vertalen. Illias: zang 11, 155-163. (Met dank aan Leen Huet)

Zoals verdelgend vuur op een dicht woud

valt: wind vol wervelingen voert het vuur

naar overal, ontworteld vallen struiken

neer, door de vaart van vlammen aangevallen –

zo vielen door de vuisten van de zoon

van Atreus, Agamemnon, ook de hoofden

van vluchtende Trojanen, vele paarden
met sterke nekken lieten op de paden

van strijd en oorlog het geratel horen

van lege wagens, want zij misten toen

hun flinke menners. Dezen lagen neer

ter aarde en aan hen hadden de gieren

veel meer genoegen dan hun eigen vrouwen.'

Μῆνιν ἄειδε, θεά, Πηληιάδεω Ἀχιλῆος (Bezing de woede, godin, van Peleus zoon Achilleus.)

“Het allereerste woord in de geschiedenis van de westerse literatuur is ‘woede’ of ‘toorn’. Zo begint namelijk Homerus’ ‘Ilias’. Dit werk, dat ergens in de achtste eeuw voor Christus werd geschreven, begint met een oproep aan de Muze, de godin van de inspiratie, om te helpen het verhaal te vertellen van de ‘woede’ van Achilles (mènin-Μῆνιν) in het oorspronkelijke Grieks) – en van het onmetelijke leed en de verschrikkelijke dood van zoveel dappere krijgers die deze woede veroorzaakte. Het epos van Homerus, dat zich afspeelt tijdens de mythische oorlog tussen de Grieken en de Trojanen, gaat evenzeer over woede, persoonlijke wraak en de fatale gevolgen daarvan als over heroïsche gevechten en de botsing tussen twee oude supermachten. Wat gebeurt er, zo vraagt het gedicht, als je beste krijger zo woedend is over een persoonlijke belediging dat hij zich terugtrekt uit de oorlog en gewoon weigert te vechten? Wat zijn de kosten, om het in moderne bewoordingen te zeggen, van ‘Achilles die mokkend in zijn tent zit’?”

Mary Beard NY Times 7 sep 2017

In haar boek Enraged: Why Violent Times Need Ancient Greek Myths (22 augustus 2017) onthult classica Emily Katz Anhalt hoe deze drie meesterwerken uit de klassieke Griekse literatuur ons kunnen leren, net zoals ze de oude Grieken leerden, om gewelddadige wraak te herkennen als een teken van onlogisch denken en slecht leiderschap. Woede kan een natuurlijke reactie zijn op beledigingen, verwondingen of onrechtvaardigheid, maar Homerus, Euripides en Sophocles laten zien hoe dwaas het is om mensen te verheerlijken die zich overgeven aan gewelddadige woede. Deze aloude teksten benadrukken de kosten van onze gevaarlijke neiging om gewelddadige woede en degenen die zich daaraan overgeven te verheerlijken. Door mededogen, rationeel denken en debat te bevorderen, helpen Griekse mythen ons wapenen tegen de tirannen die we zouden kunnen dienen en de tirannen die we zouden kunnen worden.



In haar laatste boek ‘Embattled’ ‘How Ancient Greek Myths Empower Us to Resist Tyranny Stanford University Press (2021) werkt ze dat thema verder uit:

“In an era of political polarization, Embattled demonstrates that if we seek to eradicate tyranny in all its toxic forms, ancient Greek epics and tragedies can point the way.
As tyrannical passions increasingly plague twenty-first-century politics, tales told in ancient Greek epics and tragedies provide a vital antidote. Democracy as a concept did not exist until the Greeks coined the term and tried the experiment, but the idea can be traced to stories that the ancient Greeks told and retold. From the eighth through the fifth centuries BCE, Homeric epics and Athenian tragedies exposed the tyrannical potential of individuals and groups large and small. These stories identified abuses of power as self-defeating. They initiated and fostered a movement away from despotism and toward broader forms of political participation.”

Nu tirannieke passies de politiek van de eenentwintigste eeuw steeds meer teisteren, bieden de verhalen uit de oude Griekse epen en tragedies een essentieel tegengif. Het concept democratie bestond niet totdat de Grieken de term bedachten en het experiment uitvoerden, maar het idee is terug te voeren op verhalen die de oude Grieken vertelden en hervertelden. Van de achtste tot de vijfde eeuw v.Chr. legden Homerische epen en Atheense tragedies het tirannieke potentieel van individuen en grote en kleine groepen bloot. Deze verhalen identificeerden machtsmisbruik als zelfvernietigend. Ze initieerden en bevorderden een beweging weg van despotisme en naar bredere vormen van politieke participatie.

Lees:

https://www.sup.org/books/literary-studies-and-literature/embattled/excerpt/table-contents

The Euphronios Krater, on display in the National Archaeological Museum of Cerveteri. Credit: Wikimedia Commons / CC-4

De Euphronios Krater is, zoals de naam al doet vermoeden, een krater, een soort vaas die in de oudheid werd gebruikt om wijn met water te mengen. Deze krater is het werk van Euphronios, een vaasschilder en pottenbakker die in de 6de tot 5de eeuw v.Chr. in Athene leefde. Hij is een belangrijke kunstenaar uit de oudheid die in zijn vazen werkte met de rode-figurentechniek.

Op de Euphronios Krater heeft de kunstenaar twee scènes uit de Griekse mythologie afgebeeld. De scène aan de voorkant komt uit de Trojaanse oorlog. Deze illustreert de dood van Sarpedon, een jonge zoon van Zeus die dapper vocht aan de kant van Troje en een vroegtijdig einde vond. In een moment van verdriet dragen de goden Hypnos (Slaap) en Thanatos (Dood) zijn levenloze lichaam weg, terwijl Hermes, de boodschapper van de goden, de stoet gadeslaat.

Bezoek:

https://www.emilykatzanhalt.com/home

Uit de film ‘Iwans’ jeugd’. Andrei Tarkovsky)


oorlog

de oorlog slaapt al jaren naast me in bed houdt me vast in zijn slaap
ik ben minstens vijftienhonderd nachten gestorven
hij zet ’s ochtends vroeg sterke koffie met veel suiker
draagt manchetknopen en paradeert graag op hoge hakken

ik deel onbevangen mijn zout wijn en dromen met hem
hij zwaait met zijn sigarettenhouder en turquoise vingers
drinkt uit gouden glazen eet delicaat met zilveren lepels
leunt in de deurpost en loert uit zijn glanzende khol ogen

in het hart van de nacht beraamt en tekent hij zijn offensief
ik zie zijn ambitieuze plannen en snijd onmiddellijk m’n tong af
zachte stemmen mesten het wapenarsenaal in zijn lichaam
hij spint taal tot stalen strengen in zijn verfijnde handen

rondom mijn keel plant ik geurende jasmijn als omheining
ik borduur met zilverdraad een harnas aan mijn zachte armen
op de bruine flanken van mijn rug galopperen wilde paarden
in de schaduw van mijn borsten bouw ik een noodhospitaal

ik heb het oorlogsrecht nageleefd en dwaas gewacht op de strijd
hij wekt me in alle vroegte en leidt me de trap af naar de keuken
staat stil achter me en steekt een fors vleesmes tussen mijn ribben
’t gif en de immense zege verspreiden zich in mijn romp

hij fluistert karmozijnzacht in mijn haar
‘kijk de eerste sneeuw’
het tellen van de slachtoffers en het graven mag beginnen

Nisrine Mbarki Ben-Ayad
Nisrine Mbarki Ben-Ayad is een Nederlandse schrijfster van Marokkaanse afkomst. Ze is dichteres, columniste en vertaalster van Arabische poëzie naar het Nederlands. Ze is auteur van de dichtbundel Oeverloos (Pluim, 2022) en haar debuutroman Kookpunt verscheen in 2025. Ze woont in Amsterdam.

“Het schrijven van poëzie is mijn manier om optimaal met de wereld te communiceren. Ik onderzoek beelden, woorden, talen en werelden die mij fascineren en diep raken. Poëzie is ook een manier om zowel mijn verbeelding als mijn innerlijke wereld te ordenen. In dit gedicht probeer ik op een intieme manier over geweld te schrijven – oorlog als een minnaar of als iemand die in je huis woont. Ik verken het fenomeen oorlog als een vorm van geweld dat zich in het dagelijks leven nestelt – niet als een abstract concept, maar als iets echts, in al zijn extravagantie en absurditeit.”

Bekijk dit eerste werk van Andrei Tarkovsky ‘De jeugd van Ivan’ (1962) De praktijk van al de theorie die we hier hebben belicht. Nieuwe digitale versie. Met Engelse onderschriften. Groot scherm aangeraden, en …tijd, ook na het bekijken. (1h 36)

Ik ontdekte enkele dagen na de publicatie ook nog dit mooie schilderij van Edgard Tytgat. ‘De verovering van Troje’. (1950)

“Het schilderij van Edgard Tytgat dat wij behandelen, en dat tijdelijk tentoongesteld is in het Groeninge-museum te Brugge, telt drie taferelen binnen één decor van strand en zee. Op de voorgrond worden jonge vrouwen van alles beroofd, op vreemde wijze met linten gekneveld en neergelegd in een open bootje. Een geharnast ruiter geeft bevelen. Dieper in zee worden de gevangenen aan boord gehesen van een schip met gereefde zeilen, om te worden overgebracht naar een hoge rots van waarop zij in het water worden gestort. Vóór het eiland van de terechtstelling is een eenzame figuur in de golven begonnen met de bevrijding van het eerste slachtoffer.”

Tytgat heeft dit werk geschilderd in 1950. Hij gaf het als titel ‘De verovering van Troje’. De tragische lotgevallen van die stad zijn ons uit tal van bronnen bekend. De Grieken ondernamen daarheen een strafexpeditie om de door Paris geschaakte Helena terug te halen. De strijd zou tien jaar hebben geduurd. Troje viel in handen van de belegeraars dank zij de list met het houten paard. Het garnizoen werd uitgeroeid. De overwinnaars voerden de vrouwen en de kostbaarheden mee als oorlogsbuit.” (OKV Archief)

Grappig vond ik de pedagogische opmerking bij het verhaal, in grote dikke letters tussen aanhalingstekens:

“Wat de schilder zich voorstelt van het gedrag van de winnaar is bepaald niet stichtend.”

De hele bijdrage is te lezen:

https://www.okv.be/archief/edgard-tytgat-de-verovering-van-troje

(Uit de collectie Mu Zee Museum by the sea) Let op:  Muzee renoveert en verhuist tijdelijk naar de Venetiaanse gaanderijen Oostende, daar dus tot 22/2/2026

“Het woud heeft oren, het veld heeft ogen”

Foto door Bastian Riccardi

Het zou de synthese kunnen zijn. Water en woud. De wolken ontbreken. In ‘Prisma van symbolen’ beschrijft Hans Biedermann (1992) het woud:

WOUD

Anders dan afzonderlijke bomen een wijdverbreid symbool van een wereld, die als ‘buitenwereld’ tegenover de microkosmos van het ontgonnen land staat. In sprookjes en sagen wordt het door geheimzinnige meestal bedreigende wezens bewoond (heksen, draken, reuzen, dwergen, leeuwen, beren enz.), die alle gevaren belichamen, die de jonge mens het hoofd moet bieden, wil hij in de loop van zijn initiatie tot verantwoordelijk mens rijpen; een beeld dat teruggaat op tijden dat uitgestrekte landstreken met bos bedekt waren en terwille van de landbouw ontgonnen moesten worden. (ensie nl)
Foto door diana plotkin

“Volgens de dichterlijke Edda, de Oudijslandse bundel stammend uit heidense dagen, zullen Múspells zonen dit geweldige woud doorkruisen wanneer zij uit de vuurwereld tevoorschijn komen om de onze ten einde te brengen. Met enige vrijheid werd de naam ook aangewend voor sommige uitgestrekte bossen in Scandinavië, zoals Kolmården in Zweden. Maar het echte, oorspronkelijke Merkwede ware dat oeroude markwoud in het zuiden dat de Germaanse wereld scheidde van ander volk. Het strekte van het Ertsgebergte in het oosten tot helemaal aan de Rijn in het westen, waar nu het Zwarte Woud vereenzaamd staat.” (Het woud tussen de werelden Olivier van Renswoude)

Lees:

Hieronymus Bosch (circa 1450-1516) “Het woud dat hoort en het veld dat ziet’

Het woud heeft oren, het veld heeft ogen is een dubbelzijdige tekening van de Zuid-Nederlandse schilder Jheronimus Bosch in het Kupferstichkabinett in Berlijn.(Wikipedia)

Centraal op de tekening staat een kale, oude boom met daarop een uil. Op de takken van deze boom zitten een aantal vogels, waarvan er één naar de uil krijst. Ook staat er tegen de boom een specht. Onderaan de boom ligt een vos met daarnaast een haan. Uit het bos erachter groeien twee oren en op de voorgrond liggen zeven ogen. (ibidem)
Foto door Johannes Plenio op Pexels.com
In het Woud van Lang Verwachten
te paard op pad, dolenderwijs,
zie ik mijzelf dit jaar bij machte
tot Verlangens' verre reis.
Mijn knechtstoet is vooruitgegaan
om 't nachtverblijf vast te bereiden,
vond in Bestemming's Stad gereed
voor dit mijn hart, en mij ons beiden,
de herberg, die Gedachte heet.

In 't boek van mijn gepeinzen al
vond ik dan, schrijvende, mijn hart;
het waar verhaal van bitt're smart
verlucht met tranen zonder tal.

Charles d'Orléans”
― Hella S. Haasse, In a Dark Wood Wandering: A Novel of the Middle Ages
Foto door Stijn Dijkstra op Pexels.com

“En la forest de Longue Attente
chevauchant par divers sentiers
m'en voys, ceste année présente
où voyage de Desiriers.
Devant sont aller mes fourriers
pour appareiller mon logis
en la Cité de Destinée.
Et pout mon cœur et moy ont pris
l'ostellerie de Pensée.

Dedans mon livre de pensée
j'ay trouvé escripvant mon cœur
la vraie histoire de douleur
de larmes toute enluminée.

Charles d' Orléans
Foto door George Sultan
 Adriaan Morriën: De boom en het bos


Het bos is als de mensheid, te voltallig,
Een zaal met vreemdelingen, een vreemdtalig volk,
Dat om ons lacht in bondgenootschap met de wind,
Een duldzaam ras, verslaafd aan de seizoenen,
Dat in de grond graaft slechts op zoek naar water,
En in de lucht boort zonder te ontstijgen,
Dat al het donker van de avond tot zich trekt,
Met vogels, moegevlogen vlinders, eerste sterren,
Wel schoon, maar gelijkluidend aan de zee,
Een hinderlaag voor kinderen en bliksems.

Maar ik voel vriendschap voor een enkele boom,
Die op mij wacht wanneer ik 's avonds thuiskom,
Die ik begroet en die mijn groet beantwoordt,
Een hoge vindplaats van de wind, een long vol licht,
Een grote hand die uit de domme grond steekt,
Een open brein vol dromen en gedachten.
Het troost mij dat hij mij zal overleven
En dat mijn denken verdergaat in weer en wind.
Want voor het zonlicht maakt het geen verschil:
Zo tijdeloos als nu is het ook na mijn dood.


Uit: Libertinage. Jaargang 5.1953
Meisje in het bos. Een van de eerste olieverfschilderijen van Van Gogh

In de zomer van 1882 kan Van Gogh voor het eerst zijn eigen olieverf kopen. Hij kiest voor een praktisch palet met gezonde kleuren die hij niet zelf hoeft te mengen. Dit is een van de eerste schilderijen die hij dan maakt. Van Gogh schildert het vermoedelijk op zijn knieën. Dat zien we aan het lage perspectief en uit onderzoek, dat uitwijst dat er stukjes eikenblad van de bosbodem in de verf terecht zijn gekomen.  (Kröller-Müller Museum)

Wetenschappelijk nog ten zeerste betwijfeld, maar alvast een mooi begin om samenhang te onderzoeken.

Atlasceder. Wordt gemiddeld 1500 jaar oud.

Woud en bos brengen je naar het mooie werk van Hans Emmenegger (1866-1940)

De verbeelder verbeeld, een intro.



Glazenwasser ziet schilderijen

Auto’s, gelach, geraas: alles slaat dood
op zeven hoog. Ik hoor alleen mijn spons

en het verkouden knarsen van het staal
waaraan ik hang. Soms spreekt een wolk mij aan

of gis ik wat een meeuw te zeggen heeft.
De mensen: druk, wit, stemloos, achter glas.

Op acht hoog kunst. Dat meisje daar, die lach,
wie heeft haar zo bespied dat ze immuun

voor complimenten mijn gezicht in kijkt?
En wanneer breekt die sperwer uit zijn lijst?

Ik hang hier als een ijskoud schilderij
waar niemand oog voor heeft, ik poets en zwoeg

en maak het uitzicht vrij – schilder er maand
na maand onvervalste wolken bij.

Kijk. Daar kruipt al zonlicht in mijn lijst.

Menno Wigman (1966-2018)
Foto door Alex Dos Santos op Pexels.com

In de isolatie van wie je bent blijft er een uitweg naar het zoeken van een zelfbeeld. Menno Wigman schildert een zelfportret. Het beeld van de glazenwasser. Onzichtbaar voor anderen terwijl hij tenslotte zorgt voor zichtbaarheid. Een fraai beeld waarin de functie van kunst en kunstenaar ligt gevat. Kunnen kijken vanuit een denkbeeldig venster door woorden, kleuren en klanken of volumes. Zelf blijft degene die uitzicht verschaft schijnbaar ongezien. Of toch niet? Of is het eigen aan de ziener(ster) alleen te zijn?

"Als de kunstenaar vandaag het kunstenaarschap niet meer opneemt, maar er als een tewerkstelling op in- en uittekent, dan staat er dus meer op het spel dan een verouderde mythe. De nuchterheid die het afscheid van de roeping impliceert, is niet geruststellend. Het betekent dat de wereld nog positiever is geworden dan hij al was. Het betekent dat het leven niet meer uitgevonden kan worden, maar steeds al gegeven is. Het betekent dat het steeds onwaarschijnlijker wordt dat er iets gebeurt, dat er ons nog iets overkomt. Geen ontmoetingen meer die ons oproepen om te getuigen. In de plaats daarvan één uitgestrekte tautologie."

'De Roeping, de Kunstenaar en hun Carrière' Dirk Lauwaert 2004

Photo by Noah Silliman on Unsplash


“Het kunstenaarschap is iets wat je jezelf niet kunt toekennen. Het komt je als roeping overvallen. Maar de erkenning van je kunstenaarschap wordt door anderen geleverd. Het is dan ook onmogelijk om het eigen kunstenaarschap autonoom te beheren als een portefeuille beurswaarden.

De hypothese dat je dat vandaag toch zou kunnen, geeft aan dat het kunstenaarschap van statuut veranderd is. Geen roeping meer, maar ook geen erkenning, eerder een claim, een look, een pose.

Het kunstenaarschap dat het individu hypervaloriseert, kan geen wilsbeschikking van dat individu zijn: geroepen om het te zijn, extreem wachtend op de erkenning. De mythe van het kunstenaarschap is gedacht als een imperatief. De hypothese van een kunstenaar met brugpensioen ontneemt hem de verplichting die roeping en erkenning met zich meebrengen. De eis om eigentijds te zijn, wordt zo de vraag om modieus te zijn. (Dirk Lauwaert)

Het geplette woord, -herinner je dat bloem en tenslotte brood de molensteen vandoen hebben en je de wuivende halmen klankkleur en beweging kunt schenken met olieverf, muziek of poëzie, maar de beschouwer de hongerdood zou sterven zonder het proces waarvoor vroeger wind en wieken van doen waren en nu een industrieel gebeuren voor de productie van de dagelijkse boterham van node is. Het alledaagse woord of idee ‘pletten’ waauit combinaties, beelden, ritmes, ervaringen, angsten ontstaan -u zegt het maar- en het uitgezuiverd resultaat daarvan een heus gedicht, symfonie of schilderij zou worden. Transformatie? De menselijke ervaring met de tijd die tweevoetig (verleden-toekomst) door het nu wandelt, wel eens geblinddoekt of bebrild, maar niet te stoppen.

Gmt

Weg door de korenvelden in de nabijheid van de Zuider Zee. Jacob van Ruisdael (1628-1682)(klik op beeld om te vergroten)

VADER EN ZOON IN HEVIGE REGEN

Je zoon op je schouders. 

Boven hem je paraplu 

een lopend torentje 

In regen van nu. 

Zelf wees geweest 

en wees gebleven 

zit je daar zelf 
op schouders

van ouders, zelf 

in de vorm 
van een zoontje, 

en boven de hoofden 

een ronde en kleine 

maar troostende droogte. 



Judith Herzberg (uit: Botshol 1980)
Foto door Suyash Batra op Pexels.com


"Een kunstwerk vraagt om aandacht en verdient woorden. En aandacht is meer dan voelen, meer dan het ‘ondergaan’ en de woordeloze instemming van het duimen, van lekker of niet, tranen of applaus. Het zuivere, woordeloze kijken en voelen vergeet het werk. Hoe lang kan je gedachteloos kijken? Tien, vijftien seconden voor een schilderij is lang. Ah! een Rubens! Raveel! Twee stappen achteruit, nog tien seconden. Voilà, dertig seconden, gezien, de volgende. Zonder woorden in het hoofd is het lastig kijken. Beelden zijn glad, de aandacht schuift erop uit, en vergeet het beeld voor het volgende. De roman is uit, de voorstelling afgelopen, het ‘gevoel’ verdampt. En dan? Nieuwe roman, nieuwe voorstelling, koffie of een café, en de voorstelling of het werk zijn weg. De ‘ervaring’ brengt niet bij maar altijd voorbij het werk, en doet het vergeten.

Wat echt telt, is niet de beroemde ‘eerste, onmiddellijke ervaring’: wat echt telt, is de tweede keer, is het teruggaan naar een stad, het terugkeren naar een schilderij, het herlezen van een gedicht, gewapend met een vraag, een gedachte, een associatie, met het verlangen iets – de herinnering aan de ‘eerste keer’ bijvoorbeeld – te verifiëren. Om bij een werk te blijven moet men tegen de ‘ervaring’ in zwemmen. En het eerste middel om bij het werk te blijven en het écht aandacht te geven, is woorden te hebben. Om lang te kunnen kijken en geleidelijk iets te zien, moet men veel lezen.

Natuurlijk zijn er belangrijker dingen dan kunst. Maar omdat kunst zo concreet en zo onoverzichtelijk is, omdat het zo moeilijk is er iets over te zeggen en men bij elk werk opnieuw moet beginnen, omdat er vanzelf dissensus heerst, is kunst belangrijk: het is een slijpsteen voor het denken."

Bart Verschaffel. 1996 (De Witte Raaf, editie 60. maart-april 1996)
Het snijden van de kei. Een man zit vastgebonden in een stoel terwijl een man de kei uit zijn hoofd snijdt. Aan een tafel rechts zitten verschillende belangstellenden. Op tafel ligt een uitgesneden kei. Om de centrale ronde voorstelling heen zijn schetsmatige groteske figuren aangebracht. (klik op het onderschrift om de prent te vergroten)

Lectuur:

Het witte blad, een poging.

Karla Ortiz, of het ontstaan van een kunstwerk.

This video was filmed within a span of 3 days and a half. The piece is called "Second Omen", 5x8 graphite on paper.
Karla is an award winning artist who enjoys working on a diverse and wide variety of projects.

Karla loves good music, good stories, good laughs and good food. She paints her days away with her cat Keedy Bady , and that's how she likes it.


https://www.karlaortizart.com/about

‘Second Omen’. Karla Ortiz
'De angst voor het witte blad'.

Had ik de wereld geschreven, ik had haar
direct weer geschrapt. Niet uit hypochondrie

maar uit vakmanschap. De wereld is samen
te vatten in de witheid van één blad en dan
moet je dat doen ook, geen gezeur. Maar omdat
je daar niet van kunt leven, schrijf ik meestal
om het even wat en maak mijn lezers wijs
dat daarin de wereld ligt vervat. Ik schrijf

bijvoorbeeld: ‘Wit is waarheid. Woorden
bedrog.’ Of: ‘Zo is het toch?’ Of nog:

‘Maar ik hou niet van wat waar is! Geef
mij maar notaris Van der Leugen. Die
legt alles in een officieel geheugen vast
en, door de kracht van zijn pen, wordt
wat hij heeft beschreven voorgoed van
onbestaand naar onvergankelijk verheven.’

Is dat niet mooi
omschreven?

Tom Lanoye (1958). Uit: ‘De meeste gedichten’

Hagelwit. Zo zag het iconische Gentse Graffitistraatje er vandaag heel even uit. Het GUM (Gents Universiteitsmuseum) schildert samen met Gentse street art-kunstenaars dit straatje wit als ode aan het witte blad en kondigt zo ook een bijzonder boek aan: ‘Welkom in het hoofd van de wetenschapper’, een boek van Marjan Doom. Zij is directeur van het GUM. Dat nieuwe wetenschapsmuseum opende op 21 en 22 maart 2020 de deuren.  

Het boek van Marjan Doom is niet zomaar een boek: het is een leeg boek, met enkel een inleiding en het statement: “Soms moet je van een wit blad beginnen om tot nieuwe inzichten te komen.” (Gum: Gents Universiteits Museum en Plantentuin. 2020)

"Het 'GUM' is een museale vertaling van het Durf Denken-ideé.  Het is een wetenschapsmuseum dat de klemtoon legt op de zoektocht naar kennis.  Wetenschap geïllustreerd als een creatief, steeds evoluerend en pluralistisch concept.  De schoonheid van dat proces wilden we naar buiten brengen.  Het witte Graffitistraatje en de witte boeken leken ons de perfecte manier om dat te doen."   (Marjan Doom, directeur GUM. 

https://www.gum.gent/nl/nieuws/soms-moet-je-met-een-wit-blad-beginnen-om-tot-nieuwe-inzichten-te-komen

Foto door Lukas op Pexels.com

In de onderstaande video vertellen acht schrijvers hoe ze de confrontatie met het witte blad aangaan of doorstaan. Met: Jonathan Franzen, Lydia Davis, Joyce Carol Oates, Margaret Atwood en David Mitchell. Je kunt onderschriften activeren. (5’04”)

Margaret Atwood:

‘It’s a bit like skiing: if you’re skiing downhill and you stop in the middle to think ‘How am I doing this?’, you’ll fall over.’
Foto door Anna Nekrashevich op Pexels.com

Het witte blad klinkt vernieuwend, maar grijpt in feite terug naar een verleden dat nooit heeft bestaan. Het roept een wereld op waar belangen ondergeschikt zijn aan logische regels die iedereen erkent, ook als ze hem of haar niet goed uitkomen. Maar de mens heeft de politiek juist bedacht omdat zijn natuur anders in elkaar steekt. We hebben zelf het beste met de gemeenschap voor, maar we vermoeden dat anderen niet zo zijn. En dus stellen we grenzen aan ons altruïsme. Het gemeenschappelijke doel waarover we het eens moeten zijn voor we het witte blad bovenhalen, bestaat niet. We beweren van wel, maar we weten dat het niet zo is. En daarnaar gedragen we ons.

(Uit: De paradox van het witte blad, Bart Sturtewagen in ‘De Standaard’ van 12 juni 2015)

Foto door Eva Bronzini op Pexels.com

‘Ik wilde het eindelijk weleens weten. Hoe vals, hoe bescheiden of hoogmoedig, hoe nederig of hovaardig ben ik? Kortom, wie denk ik eigenlijk dat ik ben? Uiteraard kwam ik er niet uit. Nog nooit ben ik al denkend ergens uitgekomen.’ (Bernard Dewulf)

René Magritte, La Page blanche (Het onbeschreven blad), 1967, olie op doek, 54 x 65 cm

Volgens Georgette Magritte is dit het laatste werk van de kunstenaar voor zijn overlijden in augustus 1967. Enkele weken eerder had Magritte aan een bezoekend journalist gevraagd om het werk te beschrijven. Toen de journalist een halve maan achter bladeren zag, veranderde Magritte het werk: het werd een volle maan op het gebladerte. Daarna zagen nog twee andere bezoekers het werk en telkens hield Magritte rekening met hun commentaar en paste het aan.

Syndrome de la page blanche

Sneeuw

Wij hebben niets meer dan het witte blad van noode,
waar – zooals zuiver sneeuwen op de aarde dwaalt
de overluchtsche vlucht van de gedachte daalt,
door ééne wenk der wimpers tot dit uur ontboden.

Wij waagden éénmaal ons, het overvele ontvloden,
in ’t hart der stilte, wit van een volstrekt gemis.
Waar aanvang nam wat thans dit levend sneeuwen is,
hebben wij niets meer dan het witte blad van noode.

Ida Gerhardt (ca. 1950)
‘Sneeuw’, een ongepubliceerd gedicht van Ida Gerhardt, is op 31 januari 2002 verschenen in het eerste nummer van het poëzietijdschrift Awater

Foto door Brad op Pexels.com
DE VOGELS

De vogels in het stedelijk luchtruim schrijven
een winterbrief aan de mensen in de straten.

Cirkelend op het witte blad van de hemel
zijn zij hun eigen letters, veren en kraakbeen.

Al hun zinnen beginnen met uitroeptekens.
De taal der vogels is vol gevleugelde woorden.

Weinigen kunnen hun kraaienpoten lezen.
Weinigen worden wijs uit hun verhaal.

Maar de kinderen spellen het spelenderwijze
en de dichters schrijven het blindelings na.

uit: Gedichten 1950-1980 van Bert Voeten (1918-1992)

Foto door Soner Arkan op Pexels.com

Verdampt, verdwenen, gesmolten, uitgeveegd?
Eens woorden of kleuren in hoofden en in open zielen zijn gaan wonen beginnen ze hun eigen levens te leiden.
Ze vermengen zich met dromen van de ontvanger, worden wel eens fluisterend herhaald of schieten wortel in een zoekende ziel.

Het volgende witte veld wacht als een moeder op de thuiskomst van haar kinderen.

(Gmt)

Foto door Pixabay op Pexels.com

‘Spring with a difference’

Claude Monet (1840–1926), Spring, 1886, oil on canvas, 64.8 x 80.6 cm, (detail) The Fitzwilliam Museum, Cambridge. Public domain image

Spring
Louise Imogen Guiney (1861-1920)

With a difference —Hamlet.

Again the bloom, the northward flight,
The fount freed at its silver height,
And down the deep woods to the lowest,
The fragrant shadows scarred with light.

O inescapable joy of spring!
For thee the world shall leap and sing;
But by her darkened door thou goest
Forever as a spectral thing.
Lente
Louise Imogen Guiney

Met een verschil - Hamlet.

Opnieuw de bloei, de vlucht naar het noorden,
De bron bevrijd op zijn zilveren hoogte,
En door de diepe bossen naar het laagste,
De geurige schaduwen, littekens met licht getekend.

O onontkoombare vreugde van de lente!
Voor jou zal de wereld springen en zingen;
Maar door haar verduisterde deur ga jij...
Voor altijd als een spookachtig ding.
“Lente” staat in Louise Imogen Guiney's eerste dichtbundel Songs at the Start (Cupples Upham and Company, 1884). In zijn essay “The Poetry of Louise Imogen Guiney”, noteerde dichter, toneelschrijver en scenarioschrijver George O'Neill in 1931: “Miss Guiney's schrijven toont een uitmuntend oor. Ze vocht compromisloos tegen de tirannie van de Engelse sibilantie (sissende s-klanken): haar succes in deze strijd noemde ze ooit (in een brief aan de huidige schrijver) 'mijn kleine geheim'; het zal in feite een grote rol spelen in haar beste vers-muziek. Ze tolereerde geen slechte rijm, rijm om het rijm, kakofonie, slechte grammatica, geforceerde constructies, spreektaal of stereotype. 

(Poem-a day)

Lees de bundel on line:
Maurice de Vlaminck. (1876-1958) Kasstanjebomen in bloei. 1905-1906

Het gedicht ‘Lente’ van Louise Imogen Guiney heeft duidelijk een ondertitel, een verwijzing naar Hamlet: ‘with a difference‘.

Aan koningin Gertrude biedt Ophelia wijnruit-bloemetjes aan, een symbool van verdriet en berouw, die door de koningin “met een verschil” (…wear you rue with a diffrence) moeten worden gedragen. Ophelia kan niemand viooltjes aanbieden omdat er geen trouw is aan dit hof. Is dat het verschil?. (en volgens Luk 11:42 zouden die zgn. viooltjes inderdaad eerder ‘ a bitter-tasting garden herb (Ruta graveolens) zijn)

Hoewel Ophelia gek is, lijkt het erop dat haar bloemen een niet zo gekke betekenis hebben.

Ten eerste heeft Ophelia de betekenissen van de bloemen niet verzonnen; ze zijn allemaal traditioneel. Shakespeare’s publiek zou bekend zijn met het idee dat rozemarijn “ter herinnering” is en viooltjes “voor gedachten”.

Ten tweede lijken de betekenissen van de bloemen te passen bij de personen in de scène. De rozemarijn voor herinnering en de viooltjes voor gedachten zouden bijvoorbeeld naar Laertes kunnen gaan, die zich zijn vader herinnert en aan zijn zus denkt. De venkel voor vleierij en de akeleien voor ondankbaarheid zouden naar de koning kunnen gaan. Ophelia heeft wat wijnruit, voor verdriet en berouw, en misschien geeft ze wat aan de koningin, met de opmerking dat “je je wijnruit met een verschil moet dragen” (4.5.183), omdat het verdriet en de berouw van de koningin niet hetzelfde zijn als die van Ophelia. Er is een madeliefje voor bedrog, dat ook naar de koningin zou kunnen gaan, of misschien naar de koning. Tot slot zijn er viooltjes voor trouw. Ophelia zegt over hen: “Ik zou je wat viooltjes willen geven, maar ze zijn allemaal verdord toen mijn vader stierf: ze zeggen dat hij een goed einde heeft gehad.” (4.5.184-186).

“Ophelia:
There’s rosemary, that’s for remembrance.
Pray you, love, remember. And there is pansies,
that’s for thoughts. . . .
There’s fennel for you, and columbines.
There’s rue for you, and here’s some for me; we
may call it herb of grace o’Sundays. You must wear
your rue with a difference.
There’s a daisy. I would
give you some violets, but they withered all when
my father died. They say he made a good end."

En laat dan ook nog eens Alicia Andrzejewski beweren dat :

Rue is a plant with yellow flowers that “emit a powerful, disagreeable odor and have an exceedingly bitter, acrid and nauseous taste” (“rue” Botanical.com). According to John Gerard’s The Herball or Generall Historie of Plantes (1597), rue has a wide range of medical uses, one of which is as an abortifacient. Provoking an abortion was its “most recognized use in classical antiquity and the Middle Ages,” as John M. Riddle argues in Eve’s Herbs: A History of Contraception and Abortion in the West. (Synapsis aliciaandrzejewski)

En , ik citeer uit de onderstaande tekst: ‘Terwijl de Latijnse wortels voor ‘rue’ negatieve connotaties hebben betekent het Griekse reuo, een andere oorsprong van de naam, bevrijden. (Brewer 1082). Of: de veelvuldige mogelijkheden tot interpretaties ontdoen hem van de tijdelijkheid en plaatsen het werk van dichter en dichteres in de tijd waarin gisteren en morgen ook vandaag aanwezig blijven.

Lees:

Harold Harvey. Cornish Children

Maar…het is hoe dan ook lente. Te koud, te warm, te droog. Maar dat licht! “De geurige schaduwen, littekens met licht getekend.” En er is in hand- en oorbereik het Allegro van Händel ‘Sweet Bird’ Uitvoering met Amanda Forsythe, Emi Ferguson & Voices of Music in 4K video. Met de vermelding: ‘NB: During filming, birds gathered outside the window and started singing! You can hear them in the video.’

Je kunt het transcript volgen, gewoon genieten van deze heerlijke uitvoering en zachtjes of luidop meezingen is wellicht hier en daar toegelaten, maar...with a difference. De levenden en…hij of zij die nog als ‘geest’ in de herinnering verblijft, en tot in de schoonheid van deze muziek aanwezig blijft.

Geniet!

Sonnet 98. William Shakespeare

From you have I been absent in the spring,
When proud-pied April, dressed in all his trim,
Hath put a spirit of youth in everything,
That heavy Saturn laughed and leapt with him.
Yet nor the lays of birds nor the sweet smell
Of different flowers in odor and in hue
Could make me any summer’s story tell,
Or from their proud lap pluck them where they grew.
Nor did I wonder at the lily’s white,
Nor praise the deep vermilion in the rose;
They were but sweet, but figures of delight,
Drawn after you, you pattern of all those.
 Yet seemed it winter still, and, you away,
 As with your shadow I with these did play.

In ’t voorjaar ben ik van je weg geweest,
toen bonte April, op zijn paasbest gekleed,
nieuw leven bracht, dat met verjongde geest
Saturnus zelfs van vreugde dansen deed.
Toch liet mij vogelzang er niet toe komen,
noch bloem die door haar geur en tint verrukt,
dat ik ’t verhaal verteld heb van de zomer,
of uit die schoot haar trotse bloei geplukt.
Geen lelie die mij in extase bracht,
geen rozen prees ik om haar vermiljoen,
zij, zoet alleen en zinnebeeld van pracht,
stonden slechts jou, hun voorbeeld na te doen.
Maar het leek winter, toen jij weg was en
als met jouw schaduw speelde ik met hen.

(vertaling H.J. de Roy van Zuydewijn)

Foto door Roman Kaiukud83cuddfaud83cudde6 op Pexels.com

Hazen en klokken, een paasbrief (met geluid en gelui)

Grote Haas met mandje. 38cm. Atelier Rosa

Het is duidelijk. Anno 2025 hebben de hazen het gehaald. Niet alleen een zinnetje om de aangeblazen H te leren uitspreken, maar tevens een zachte zegekreet uit het land van de zalig zoete Paasverbeelding. Nog maar een leven-lang geleden waren ‘de klokken’ aan de macht. In één geldige uitdrukking te benoemen: de-klokken-van-Rome. De reeds vernoemde haas hoorde toen nog bij het heidense of -minder erg- bij de protestantse drang om de opstanding van Jezus en de natuur te vieren terwijl de Roomsen al op paaszaterdag-morgen de luchten afspeurden om het gevleugelde brons te ontdekken. Vind je nog een chocoladen klok dan lees je tot je verbazing: ‘Kerstklok-uitverkocht-‘. Of: ‘Easter Bells Milk’. ‘This Product is too fragile to ship.’ Maar toch nog dichtbij (2024) deze mooie rij gedecoreerde PAASklokken. Klokken-van-Rome!

2O24. SKWinkel in Sint)Katelijne Waver. ‘Paasklokken Rij’

Ja, in Parijs, Cheval Blanc Paris kun je “La Cloche de Pâques” van Maxime Frédéric, geïnspireerd op de kathedraal Notre-Dame en de Art Nouveau-motieven van het gebouw’ aanschaffen. Ze belt zelfs. Maar is deze afbeelding niet een smartelijk beeld van een ‘ingekapselde’ klok? De-klokken-van-Rome zijn gevleugelde klokken! Ze vertrekken samen met een horde duiven op het Sint-Pietersplein.

Maxime Frédéric. Cheval Blanc. Paris. 2025

"De bel, volledig gemaakt van pure chocolade versierd met arabesken, kan worden geproefd als een verdeler met gedroogd en gekonfijt fruit: sinaasappels, amandelen, hazelnoten en pistachenoten vormen deze elegante, gastronomische finale. Het is een speels, poëtisch eerbetoon aan het Parijse erfgoed, dat herinneringen oproept aan de kindertijd."

De paasklok-van-Rome uit mijn kindertijd kon je ophangen met een lintje. In de klok zat er wel eens parelsnoep (zoals in elk ouderwets paasei) zodat je met enige verbeelding (in ruime mate aanwezig) nog de grote Romeinse moederklok hoorde als je ermee rammelde. Puur hemels handwerk was het!

Uit: Pallieter, Felix Timmermans:

Een eenden-driehoek keerde hoog in de lucht terug uit de warme landen! En ineens sprongen overal, in stad, dorp en begijnenhof, de paaschklokken los en galmden en jubelden over de wereld de Verrijzenis van God en van het leven! Christus is opgestaan!
De klokken kwamen van Rome terug, en ze zwierden een regen van eieren over de wereld. Het land rook van een nieuwe ziel, de jonge Lente stond gereed in de boomen! Alles had knop en bot, het Leven jubelde over den Dood. ’t Was de Verrijzenis, de levengevende Verrijzenis!
En toen, smeltend van ontroering, kuste Pallieter den grond.

Foto door Ehaan Deva op Pexels.com

Het geheim van de lengende dagen. Hoe je als kind het verschuiven van de donkerte ervaarde naar het lichtende van de nieuwe dag. Beetje bij beetje wakker worden met meer morgenlicht. Maar ook naar bed moeten als het nog niet donker zal zijn. Je ervaart de lente omdat je zelf in de lentejaren van je leven woont. Je begint de ritmes van de natuur te herkennen. Pasen is verrijzen uit de kleine kindertijd. Eerst als schoolkind, daarna als jongen die de melodie al herkent en probeert mee te deinen of zich te verzetten tegen de voorbij glijdende kindertijd, of halsreikend uitkijkt naar morgen. Kijken en ook luisteren naar wat je omringt. Luister mee. Bij een beekje, vroeg in de morgen. Toen er nog stilte was.

natuurgeluiden met beekje op achtergrond, begin van de lente (lang geleden)

Foto door Johanna op Pexels.com
‘K EN HORE U NOG NIET

‘k En hore u nog niet,
o nachtegale, en
de paaszunne zit
in ‘t oosten;
waar blijft gij zo lange,
of hebt gij misschien
vergeten van ons
te troosten?

‘t En zomert, ‘t is waar,
‘t en lovert, ‘t en lijdt
geen bladtje nog uit
de hagen;
‘t zit ijs in de wind,
‘t zit sneeuw in de lucht,
‘t is stormen, dat ‘t doet,
en vlagen.

Toch spreeuwt het en vinkt
het luide, overal;
de merelaan lacht
en tatelt;
het must en het meest,
het koekoet, in ‘t hout;
het zwaluwt en ‘t zwiert
en ‘t swatelt.

Waar blijft hij zo lang,
de nachtegale; en
vergeet hij van ons
te troosten?
‘t En zomert nog niet,
maar zomeren zal ‘t:
de Paaschzunne zit
in ‘t oosten.

Guido Gezelle
Foto door Ayyeee Ayyeee op Pexels.com

En hier zijn zij: twee nachtegalen..

Twee nachegalen, een wonderbaar mooie BBC-opname

En jawel, ‘klokken luiden’ in de letterlijke betekenis; de uitvoering van het woord is niet zo eenvoudig als het zou blijken. “Campanalogia or ‘The art of ringing” is een omvangrijk boek dat in Londen verschijnt anno 1677, Improved.
 With plain and easie Rules to guide the Practitioner in the Ringing all kinds of Changes.
to
 Which is added, great variety of
 NEW PEALS.

Je kunt zelfs met enkele klokken een meer dan behoorlijk aantal variaties bereiken zoals blijkt uit de wiskundige berekeningen uit dit boek. Te raadplegen: .

https://www.gutenberg.org/cache/epub/73423/pg73423-images.html

Zo kun je, volgens de auteurs van ‘Campanalogia’ met zes klokken en evenveel luiders makkelijk 124.635 variaties hoorbaar maken! Met ‘The Nightingall’ instelling zijn er 523.641 variaties mogelijk. In ons voorbeeld hierboven: de klokken van de Kapucijnerkerk H. Drievuldigheid in Meersel-Dreef, wordt een aantal variaties hoorbaar. Lees de boeiende geschiedenis van deze klokken onder de YouTube. Met dank aan Leander Schoormans.

In Utrecht is er een heuse klokkenluidersgilde. Bezoek hun boeiende en klankrijke website. Vakwerk!

https://www.klokkenluiders.nl/

En Jesse aan het werk!

Geheim

De lach is heilig en een onverdund geheim,
zij is de vreemde vreugde van de binnenkant,
de kinderlijke moed die ondanks alles danst,
de sterren die in al dat donker helder zijn.

Men zegt dat hij niet lachte, hij die eenzaam stierf
de man die ons gered heeft ooit, op Golgotha,
dat hij voor arm Jeruzalem in zijn verdriet
bepaald niet bang was om een traan te laten.

Verdriet schiet op als gras: zijn pijn was niet gespeeld,
hij was oprecht door de ellende aangedaan –
de dood schuift overal zo duidelijk in beeld,
een man mag net zo vaak zijn tranen laten gaan.

Maar vreugde, die is heilig. Soms ging hij alleen
de berg op om te bidden: misschien klonk daar ’s nachts
alleen onder de strenge sterrenbeelden
daar op die hoge top zijn hartelijke lach.

• G.K. Chesterton, ‘Secrecy’, in de bundel Wayfarer’s Love – Contributions from Living Poets (1904); vertaling Menno van der Beek, juni 2024
Foto door Pixabay op Pexels.com

De dromer gedroomd (George Dance The Younger)


Het zuchtje licht kust je,
verbindt je
uiteindelijk,
dat alles inclusieve woord
waarin wij allen zullen slapen.
Het puntje bij het paaltje.

Het dromen
hoort bij leven
te gebeuren.
‘Man in Hammock’. Albert Gleizes. 1913

Je zou het niet van een Engelse stadsarchitect verwachten, zelfs niet met de nogal bewegelijke naam ‘George Dance the Younger’, net tweehonderd jaar geleden overleden (1741-1825) schepper van innovatieve plannen voor gebouwen die op dit ogenblik in meerderheid zijn geslecht, tekende hij, samen met zijn vriend architect William Daniel, ook voortreffelijk -hoofdzakelijk voor de vriendenkring- grappige scenes uit het alledaagse leven naast fraaie portretjes van huisgenoten en bekenden. Maar, naar goede Britse traditie, ook dit:

George Danse A ghost appearing to a group of figures
Repose & Exertion
George Dance RA

Hoewel de schetsen over het algemeen zwelgen in het absurde, zijn sommige duidelijk beïnvloed door hedendaagse gedachten en historische gebeurtenissen. Dance gaf het album zelfs de titel “The Sublime and the Beautiful”, een luchtige verwijzing naar Edmund Burke's zeer invloedrijke On the Sublime and the Beautiful uit 1756. Een reeks karikaturen van hoogwaardigheidsbekleders satireert ineffectieve buitenlandse overheden en ten minste één kan specifiek in verband worden gebracht met de gebeurtenissen tijdens de Peninsulaire Oorlog, waaraan Dans zoon William deelnam. Een aantal tekeningen is ook verbonden met toneelstukken en opera's die in die periode werden opgevoerd. Dit is misschien niet verwonderlijk gezien de sterke theaterconnecties van de familie Dance. James, de oudste van de gebroeders Dance (gestorven in 1774), was een ietwat guitige acteur en schrijver die een theater runde in Richmond en optrad in Drury Lane en zijn zoon William (gestorven in 1840) was muzikant in het King's Theatre Orchestra.
George Dance. ‘Both Cosey’

Je kunt ze zelf bekijken:

https://www.royalacademy.org.uk/art-artists/search/works-of-art?procedure_id=G383

A skeleton and two figures in a Gothic building
George Dance RA (1741 – 1825)

Deze belangstelling voor spoken en griezels zal een blijvend thema zijn in de Angelsaksische literatuur, kijk maar even bij onze serie ‘The turn of the screw” naar het bekende en vaak gedramatiseerde verhaal van Henry James.

Dance’s profile portraits were well known to his contemporaries but his caricatures seem to have been reserved for his own private entertainment and that of his family and friends. Nevertheless, while staying with Sir George Beaumont at Coleorton, Dance frequently entertained his host and patron by ‘drawing humorous figures’. The album was possibly assembled for Dance’s own family, and the inscription on the first page reminding “Nobody (so well known to Everybody)” to “put their fingers, toes, or elbows &c. upon the Gigs in pensil only” certainly suggests that he anticipated its use by persons perhaps less respectful than Sir George Beaumont. (RA)

George Dance The Younger ‘The Peep Show’. Vergroot door klik op onderschrift

Dance was a sociable man. He played musical instruments and drew for the amusement of others. This included satirical drawings and portraits. Some were published, and over 200 of his portraits survive in various collections, including four at the Soane Museum. Dance’s portraiture style was meticulous, usually depicting the subject seated, at half-length, and produced in short strokes with hatching, usually in pencil and sometimes with colour in wash or chalk. Dance described his portraits as ‘relaxation from the severer studies and more laborious employment of professional life’. Between being widowed in 1791 and left to care for three young sons, and his busy professional activities, Dance’s life may have been onerous, and drawing portraits offered relaxation and sociability. This informal likeness of George Soane (1789-1860), the younger son of John and Eliza Soane, was probably produced at a social gathering: as Soane’s architectural master, Dance became a close family friend. (Sir John Soane's Museum London)

Dance was een gezellige man. Hij bespeelde muziekinstrumenten en tekende voor het vermaak van anderen. Hieronder vielen ook satirische tekeningen en portretten. Sommige werden gepubliceerd en er zijn meer dan 200 van zijn portretten bewaard gebleven in verschillende collecties, waaronder vier in het Soane Museum. Dance’s portretstijl was nauwgezet, meestal zittend, op halve lengte, en uitgevoerd in korte streken met arceringen, meestal in potlood en soms met kleur in was of krijt. Dance beschreef zijn portretten als “ontspanning van de strengere studies en het meer arbeidsintensieve werk van het professionele leven”. Omdat Dance in 1791 weduwnaar werd en de zorg voor drie jonge zonen op zich moest nemen, en zijn drukke professionele activiteiten, kan zijn leven zwaar zijn geweest en het tekenen van portretten bood ontspanning en gezelligheid. Deze informele beeltenis hierboven van George Soane (1789-1860), de jongere zoon van John en Eliza Soane, werd waarschijnlijk gemaakt tijdens een sociale bijeenkomst: als architecturale meester van Soane werd Dance een goede vriend van de familie

George Dance the Younger ‘A Man doing the Splits’

En nu?…NOG STEEDS bang in het donker?





Binnen lig ik in mijn bed
met gedachten aan daarbuiten
waar kabouters vrolijk fluiten,
want die hebben altijd pret.

Binnen in mijn warme hol
hoor ik mijn gedachten lopen,
die tevoorschijn zijn gekropen
en ik voel me boordevol.

Vol verwarring en plezier
om de koude nacht daarbuiten,
klamme handjes op de ruiten
van het een of andere dier.

Vast een soort van chimpansee.
Zal ik hem eens binnenlaten?
Nee, in godsnaam laat maar praten,
ik zit genoeg in de puree.

Lekker is het hier in bed.
'k Heb mijn allermooiste dromen
nu vanavond laten komen
en de wekker afgezet.

Maar des nachts om twaalf uur
komt een kerel van de zolder
met een grote zak vol kolder
en een fles vol apezuur.

Daarvan ben ik toch wel bang,
maar gelukkig gaan mijn kleren
dan elkaar weer mores leren
en ze rennen door de gang.

De zanger en de verteller, beiden in 1944 geboren. Kind in de wederopbouw, vaak in denkpatronen terug naar de jaren dertig eens de overlevenden in de vijftiger jaren weer thuis waren. De oorlog onder de mat geschoven tot de Frankfürter processen (1963-65) een fel ontwaken veroorzaakten.

De grote beeldbak, televisie begon aarzelend de avonden te vullen. Ruimte om te vertellen bij het invallend duister bleef voorradig. Zelfs de ‘acht-uren-moeder’ (Kempische uitspraak “Muiër”) bleek nog wel eens op pad te zijn om kinderen die rond die tijd nog buiten speelden schrik aan te jagen, en naar verteld werd, ja zelfs mee te nemen. Op zijn vraag ‘waar naar toe?’ kreeg hij een onduidelijk antwoord. Het donker echter, vooral de diepe nachtelijke duisternis, bleef op hem wegen. Maar, zei men, er kwam een nieuwe tijd, een tijd waarin de wetenschap die oude angsten zou oplossen. En het zou nooit meer donker worden.

Robert Dickerson (1924-2015). Man sleeping on the steps. (1952)

Lees ook:

Lees: George Dance the Younger Sets Guildhall Alight

Now anonymous artist, A View of the Illuminations and Rejoicing in the City on the Evening of the Jubilee Day Oct 25, 1809, 1809. Engraving, 40 x 67 cm. © London Metropolitan Archives (City of London).

-klik op gravure om te vergroten – daarna terug op titel buiten het blog –

Een paard door vleugels bevlogen, een kortverhaal

Pegasus, and his companion Bellerophon. 16th.century Italian bas relief. marble….

Of zij, net zoals Bellerophon, zou dromen van de teugels waarmee zij Pegasus, het gevleugelde godenpaard, zou kunnen berijden? Wakker worden, en jawel, de goede goden hadden het gouden wondertuig voor haar klaargelegd. Kom, makker. De luchten zijn onze thuis. Het zwerk een oneindige weide. Meester Jef zou grote ogen trekken als zij met dit vliegend wonder zou landen op de speelplaats.

Wat niet zichtbaar kon gemaakt worden, elke lijn was een tekort, elk vlak een belediging, het volume van zijn stevig maar teder hoofd een hoofdschuddend ontkennen van het wonder. Het wonder is voor altijd en eeuwig onzichtbaar. Voor het gros. De massa. Iemand met de zeldzame ogen moet je niet overtuigen. Het is een ziener van de ziel. Lijnen, vlakken en volumes overbodig. ‘Hij schrijft in de lucht, meester. Met zijn vleugelpluimen schrijft hij twaalf woorden tegelijkertijd.’

Minerva beteugelt Pegasus met de hulp van Mercurius. Jan Boeckhorst. 1650-1654

Uit het bloed van Medusa geboren nadat Perseus haar hoofd afhakte. Een dankbaar paard was het. Toen Perseus de dochter van koningin Andromeda moest redden van het zeemonster Cetus kon hij dat alleen met de hulp van haar prachtig vliegend paard. Zoals Bellerophon het dier nodig had om het monster Chimaera te doden en naast de hand van de koninklijke dochter ook nog de helft van het koninkrijk kreeg. En naar meer dan dat begon te verlangen.

Een vertelster. Waarschijnlijk grootvaders aard. Als hij uit zijn middagslaapje wakker werd kon hij een uur of twee zijn dromen vertellen Maar onthouden dat hij nog langs de notaris moest, ho maar.

Natuurlijk kon Bellerophon, de eerste ruiter van Pegasus, niet vergeten hoe die première was geweest, vliegen op de rug van Pegasus. Hij was nu eenmaal beroemd. Hij, de doder van het gevreesde monster! Zelfs de toekomstige president van een groot land wilde best een tochtje door het zwerk, belangrijk als hij dacht te zijn. Bellerophon echter wilde geen ritje, heen en weer tussen thuis en buitenverblijf. Hij wilde met het paard naar de plaats waar de goden huizen. Naar de Olympos. Hij had intussen op de begane grond een flinke firma van ruimtetuigen, en iedereen was al een eind op weg naar Maan en Mars. De Godenberg echter bleef zoals het woord het zegt, voorbehouden aan de goden, een soort die hij, na zijn avonturen met Pegasus, als de zijne ging beschouwen..

Bellerophon as founder of Aphrodisias

Droevig was dat, dacht zij. Zij hield van aardse luchten, de gordijnen van de seizoenen. Wie naar de goden wil, opent dozen van Pandora. Ook een prachtig paard als Pegasus mag je niet uitputten met de gruwel van wraak en wrevel om je berijder tot voorbij het menselijke te brengen. Deze goden waren door menselijke driften en dromen tot onbetrouwbare wezens uitgegroeid die je wellicht door listen en liefelijke gezangen aan hun kant probeerden te krijgen maar niet eens de schoonheid van het tijdelijke begrepen, de morgenmist over de velden, of het verdriet van het trage avondrood.

Bellerophon Riding Pegasus – Giovanni Battista Tiepolo

‘Breng mij nu maar naar de plaats waar ik thuishoor, Pegasus.’
Toen zij die zin fluisterend herhaalde, voelde zij nog steeds de weerzin van het dier.
Paarden denken vooruit, beseffen vlugger dan hun berijders het onmogelijke van een opdracht.
En hoe hij de teugels strak aantrok om het sneller richting Olympos te dwingen.
Was de aarde nog een lappendeken geweest, nu werd ze een wazige kromming, een met donkere wolken bedekt raadsel.
Of hij echt die kant uit wilde? Woordeloos maar in elke rilling van het prachtig dier uitgesproken.
‘Godenkinderen horen op de Olympos thuis, Pegasus. Hoger dus!’
Ook aan grenzeloze trouw die alleen bij onverbreekbare vriendschap kan openbloeien, komt een einde.
De Grieken vertellen dat de goden een stevige mug naar het uitgeputte dier stuurden en eens gestoken het zijn berijder van zich afschudde en daarna feestelijk door de goden werd ontvangen.
‘Neen,’ zei het meisje. ‘Paarden kunnen zelf zich van een wrede ruiter bevrijden.
Bellerophon kwam met een dreun tussen de doornstruiken terecht en zwierf de rest van zijn dagen rond als een kreupele dwaze verteller die paardenstallen mocht proper maken.

Langs de kant van de goden wordt er verteld dat het schitterende paard de bliksemschichten van Zeus zou rondgedragen hebben. Ook kon je het prachtige dier nu en dan op aarde zien waar het de neergekomen vuurpijlen verzamelde en weer naar de hemel droeg.
Maar tenslotte kreeg het zelf een plaats aan de hemel waar je het nu bij heldere nachten kunt bewonderen.

Het meisje dat van Pegasus en zijn soortgenoten droomde is intussen een jonge vrouw die met beeldende kunsten de wereld dichterbij de schoonheid wil brengen. En nu en dan tref je haar op een soortgenoot van het wonderpaard aan want ze hebben elkaar nog steeds heel wat te vertellen.



Het sterrenbeeld Pergasus is één van de grootste grootste sterrenbeelden en is zichtbaar aan de noordelijke sterrenhemel. In grootte is Pegasus het 7de sterrenbeeld. Pegasus is aan de nachtelijke hemel heel makkelijk terug te vinden doordat het in de buurt ligt van de bekende sterrenbeelden Perseus, Cassiopeia en Andromeda. Dit sterrenbeeld wordt gevormd door een groot vierkant dat makkelijk herkenbaar is. Net als Andromeda is Pegasus het best te observeren in de vroege herfst want tussen eind augustus en eind september staat dit brede sterrenbeeld rond middernacht nabij het zenit. (Spacepage)

Lees meer:

https://www.spacepage.be/artikelen/waarnemen/sterrenbeelden/pegasus

A horse inspired by wings, a short story


Whether, like Bellerophon, she would dream of the reins with which to ride Pegasus, the winged horse of the gods? Awake, and yes, the good gods had prepared the golden wonder-horse for her. Come, companion. The skies are our home. The sky an endless meadow. Master Jef would draw big eyes when she landed on the playground with this flying miracle.

What could not be made visible, every line was a deficit, every plane an insult, the volume of his firm but tender head a head-shaking denial of the miracle. The miracle is forever and ever invisible. To the bulk. The masses. Someone with the rare eyes does not need convincing. It is a seer of the soul. Lines, planes and volumes superfluous. ‘He writes in the air, master. With his wing feathers, he writes twelve words at once.’


Born from the blood of Medusa after Perseus cut off her head. A grateful horse it was. When Perseus needed to save Queen Andromeda’s daughter from the sea monster Cetus, he could only do so with the help of her magnificent flying horse. Just as Bellerophon needed the animal to kill the monster Chimaera and got half the kingdom in addition to the royal daughter’s hand. And began to long for more than that.


A storyteller. Probably grandfatherly nature. When he woke from his afternoon nap, he could spend an hour or two telling what he had dreamt about. But remembering that he still had to visit the notary, ho.


Of course, Bellerophon, the first horseman of Pegasus, could not forget what that premiere had been like, flying on the back of Pegasus. After all, he was now famous. He, the slayer of the dreaded monster! Even the future president of a great country wanted a ride through the swirl, important as he thought he was. Bellerophon, however, did not want a ride, back and forth between home and country house. He wanted to take the horse to where the gods live. To the Olympos. Meanwhile, he had a sizeable firm of spacecraft on the ground floor, and everyone was already well on their way to Moon and Mars. Mount of the Gods, however, as the word implies, remained reserved for the gods, a species he came to regard as his own after his adventures with Pegasus.


Sad was that, she thought. She liked earthy skies, the curtains of the seasons. Those who want to go to the gods open Pandora’s boxes. Nor should you exhaust a beautiful horse like Pegasus with the horror of revenge and resentment to take your rider beyond the human. These gods had grown into untrustworthy creatures by human urges and dreams who might try to get you on their side by wiles and sweet chants but did not even understand the beauty of the temporary, the morning mist over the fields, or the sorrow of the slow evening red.


Now take me to where I belong, Pegasus.
As she repeated that sentence, she still felt the animal’s reluctance.
Horses think ahead, realise more quickly than their riders the impossibility of a task.
And how he tightened the reins to force it faster towards Olympos.
Had the earth still been a patchwork quilt, now it became a hazy curve, a dark cloud-covered enigma.
Whether he really wanted to go that way? Wordlessly but voiced in every shiver of the magnificent animal.
‘Children of gods belong on the Olympos, Pegasus. Higher so!’
Even boundless loyalty that can blossom only in unbreakable friendship comes to an end.
The Greeks tell that the gods sent a sturdy mosquito to the exhausted animal and once stung it shook off its rider and was then received festively by the gods.
‘No,’ said the girl. ‘Horses themselves can free themselves from a cruel rider.
Bellerophon landed with a thud among the thorn bushes and wandered around for the rest of his days as a crippled foolish storyteller who was allowed to clean horse stables.


Along side the gods, it is told that the magnificent horse is said to have carried around Zeus’ lightning bolts. You could also occasionally see the magnificent animal on earth where it collected the fallen fire arrows and carried them back to heaven.
But finally, it got its own place in the sky where you can admire it now on clear nights.


The girl who dreamt of Pegasus and his kind is now a young woman who wants to use visual arts to bring the world closer to beauty. And every now and then you will find her on a companion of the wonder horse because they still have a lot to say to each other.

The constellation Pergasus is one of the largest largest constellations and is visible in the northern sky. In size, Pegasus is the 7th largest constellation. Pegasus is very easy to find in the night sky because it is close to the well-known constellations Perseus, Cassiopeia and Andromeda. This constellation is formed by a large square that is easily recognisable. Like Andromeda, Pegasus is best observed in early autumn because between late August and late September, this broad constellation is near the zenith around midnight. (Spacepage)

3 Poems from Kenyatta Rogers (USA)

Ik hoor je zuchten: ‘Jaja, in het wilde weg!’ En dat ‘wilde-weg’ mag je best noteren, of zou je tevreden zijn met ‘uitwaaieren’? Weg uit het besloten kamertje in je hoofd waar je nu al jaren lang… Of pleit ik gewoonweg voor ‘de associatie’ als denkoefening, als methodiek om met dat ‘associëren’ een poging te ondernemen om uit het muffe van mijn beperkt ego te ontsnappen? In het Anoniem Algemeen letterkundig lexicon wordt ‘associatie’ helder beschreven als:

associatie
Term uit de literaire kritiek, bekend geworden door S.T. Coleridge (1772-1834), waarmee wordt aangegeven dat ideeën of voorstellingen elkaar intuïtief kunnen oproepen in het bewustzijn. Vaak gaat het daarbij om woorden of woordgroepen die dat verband bereiken door formele of semantische (deel)overeenkomsten. Zo kan een deelvoorstelling een geheel oproepen, zoals in de stijlfiguur van het pars pro toto. Een zintuigelijke waarneming kan verbonden worden met iets uit het verleden. Daarbij kan men denken aan de madeleine van Proust, het bekende cakeje waaraan Marcel Proust in zijn roman À la recherche du temps perdu (1913-1927) een hele reeks associaties hecht.

In al deze gevallen krijgt een woord of tekstgedeelte een connotatieve (connotatie) meerwaarde, hetzij door de auteur expliciet bewerkstelligd, hetzij door de lezer (bijv. door invulling van een open plek) als zodanig gerecipieerd. Dergelijke associaties ontstaan doorgaans  door de suggestieve werking van de tekst.
Wassily Kandinsky Komposition VIII, 1923, Solomon R. Guggenheim Museum, New York

En hoe doet dichter Kenyatta Rogers dat?


But Kenyatta Rogers is a poet with a wonderful sense of flow. My favorites among his poems tend to be associative, with connective tissue that's more intuitive than logical. To write a poem of this sort requires a highly attuned awareness of balance, and an acceptance of the fact that sometimes the poem wants to become something greater than even the creator might anticipate.

Rogers has these qualities in full. The work I've chosen to include is one of my favorite list poems - versatile, funny, challenging and saddening by turns. With Rogers, you never quite know what you're going to get – but the surprise is always welcome.



Maar Kenyatta Rogers is een dichter met een heerlijk gevoel voor flow. Mijn favorieten onder zijn gedichten zijn over het algemeen associatief, met bindweefsel dat meer intuïtief dan logisch is. Om zo’n gedicht te kunnen schrijven, moet je heel evenwichtig zijn en accepteren dat het gedicht soms iets groters wil worden dan zelfs de maker kan verwachten.

Rogers heeft deze kwaliteiten ten volle. Het werk dat ik heb gekozen om op te nemen is een van mijn favoriete lijstgedichten – veelzijdig, grappig, uitdagend en bij vlagen droevig. Met Rogers weet je nooit precies wat je gaat krijgen – maar de verrassing is altijd welkom.

(Muzzle Fall 24)


Ars Poetica

Poems are bullshit unless they are broken  

like a horse, like a dog kicked in the ribs,  

Like your favorite toy that’s missing an arm.

Love can make you feel used. 

I want the poem that limps back to me. 

Poems should hurt like love,

like ice water on your teeth 

like a massage to smooth out a cramped muscle.

Give me the poem that’s like leather. 

Give me the poem that smells like gasoline.

I want a poem that is a warning,

a poem that makes me check to see

if I left the shotgun by the door, 

a poem that’s a runny nose, a sneeze, a poem

that’s the moment the sky turns green.

Kenyatta Rogers (USA)

Copyright © 2024 by Kenyatta Rogers. Originally published in Poem-a-Day on November 20, 2024, by the Academy of American Poets.

Wassily Kandinsky Der Blaue Reiter, 1903. (part.Coll.)
Ars Poetica

Gedichten zijn onzin tenzij ze gebroken zijn
als een paard, als een hond die in de ribben is geschopt,
Als je favoriete speeltje dat een arm mist.

Liefde kan je gebruikt laten voelen.
Ik wil het gedicht dat terug hinkt naar mij.
Gedichten moeten pijn doen zoals liefde,
als ijswater op je tanden
als een massage om een verkrampte spier glad te strijken.

Geef me het gedicht dat als leer is.
Geef me het gedicht dat ruikt naar benzine.
Ik wil een gedicht dat een waarschuwing is,
een gedicht dat me laat kijken
of ik het geweer bij de deur heb laten liggen,
een gedicht dat een loopneus is, een niesbui, een gedicht
dat het moment is dat de lucht groen wordt.

Kenyatta Rogers 2024
Assemblage, Marc Mestdagh

About this Poem

“Poet Stefania Gomez came to do a teaching demo at my school and gave the students a prompt to write an ars poetica after reading an excerpt of ‘Black Art’ by Amiri Baraka. I wrote along with them as we were asked, ‘What can a poem do? What can a poem be in the world?’ And I have been writing a lot this past summer, and in some ways, rediscovering poetry, and those questions really resonated with me. I guess for me, poetry is a love that never leaves and is always there when I’ve needed it. It’s a wild, crazy, unhinged fever dream of a love language, it can be.”
—Kenyatta Rogers

Kenyatta Rogers teaches at The Chicago High School for the Arts and is the co-host of the Sunday Reading Series with Simone Muench. He lives in Chicago.

Carpet Bomb
By Kenyatta Rogers


I can’t get rid of useful things
and nobody wants to pick them up,
I keep forgetting where I lay my umbrella.
 
I don’t leave footprints in the snow anymore,
we haven’t had a war on domestic soil in so long
I wonder if I still got it. Because once I had it.
 
I heard about a boy who once tied a string to his brother,
he tied his brother to the ocean and the ocean to the blackbird—
 
from the ground all the birds look like blackbirds
from the ground a Stealth Bomber looks like a spaceship.
 
The aliens are coming,
they walk through birthday parties
and basically go unnoticed.
 
And this is kind of how I go through life,
once I heated up a spoon in the microwave
the fish have so much mercury in them they spark.
 
I was handed a bayonet from the Civil War
and a copper penny corroded with rust.
When they take the Statue of Liberty apart to clean her
her neck explodes with a million little spiders.
 
Meanwhile in a forest somewhere
someone cut open my grandmother’s belly
and filled it with bricks
 
something is coming soon
I keep a bucket of lambs blood
by the front door.
met AI gemaakt naar het thema ‘dreiging’.

Tapijtbom

Door Kenyatta Rogers


Ik kan geen bruikbare dingen wegdoen
en niemand wil ze oprapen,
Ik vergeet steeds waar ik mijn paraplu neerleg.

Ik laat geen voetafdrukken meer achter in de sneeuw,
we hebben al zo lang geen oorlog op eigen bodem gehad
Ik vraag me af of ik het nog heb. Want ooit had ik het.

Ik hoorde over een jongen die ooit een touw aan zijn broer bond,
hij bond zijn broer aan de oceaan en de oceaan aan de merel-

vanaf de grond lijken alle vogels op merels
vanaf de grond lijkt een Stealth bommenwerper op een ruimteschip.

De aliens komen eraan,
ze lopen door verjaardagsfeestjes
en blijven eigenlijk onopgemerkt.

En dit is een beetje hoe ik door het leven ga,
Eens heb ik een lepel opgewarmd in de magnetron
De vissen bevatten zoveel kwik dat ze vonken.

Ik kreeg een bajonet uit de Burgeroorlog
en een koperen stuiver aangetast door roest.
Als ze het Vrijheidsbeeld uit elkaar halen om haar schoon te maken
explodeert haar nek met een miljoen kleine spinnen.

Ondertussen ergens in een bos
sneed iemand mijn oma’s buik open
en vulde haar met bakstenen

er komt iets aan
Ik bewaar een emmer met lamsbloed
bij de voordeur.

Copyright Credit: Kenyatta Rogers, "Carpet Bomb." Copyright © 2018 Kenyatta Rogers.
Kenyatta Rogers


Het Joodse volk moest tijdens de laatste plaag (de dood van elke eerstgeborene) klaar staan om weg te trekken. Als ze bloed (van een lam) op de deurpost hadden gesmeerd, zou de dood hun eerstgeborenen niet treffen. Midden in de nacht (het is volle maan) werden ze Egypte uitgejaagd.
The Jewish people had to be ready to move out during the last plague (the death of every firstborn). If they had smeared blood (of a lamb) on the doorpost, death would not strike their firstborn. In the middle of the night (it was a full moon), they were driven out of Egypt. 

Turner, John; Death of the First Born; National Museums Northern Ireland; http://www.artuk.org/artworks/death-of-the-first-born-122914
King Friday and the Land of Make Believe
By Kenyatta Rogers

This may not be the time to offer this,
but I’m not as good as you hope I’ll be.

When we’re in a tunnel and I’m driving
I’m sure it would seem imaginary,

when I ask to lie on your floor
I really want to say—

“Can I stay and watch you
chop up green onions?”

You’re better than me,
I don’t know if you ever heard me say that.

On your phone you keep
a picture of the human brain.

When your father was deep-frying a turkey
your mother told me to keep playing music.

Maybe now I finally know what love is—
taking pictures while your dog wears glasses,
trying to describe what stuffing should taste like.

In my friend’s basement
you gave everyone Polaroids of themselves,
then we laughed at a poster of the human body.

And this is the part where I sit on your couch
and watch you teach your friend merengue.

This is where I try
to prevent myself from smiling
and I hope Trolley doesn’t show up
to tell me it’s time to go home.

Source: Poetry (April 2021)

Koning Vrijdag en het land van de schone schijn
Door Kenyatta Rogers


Dit is misschien niet het moment om dit aan te bieden,
maar ik ben niet zo goed als je hoopt dat ik zal zijn.

Als we in een tunnel zitten en ik rij
Ik weet zeker dat het denkbeeldig lijkt,

als ik vraag om op je vloer te liggen
wil ik echt zeggen...

“Mag ik blijven en kijken hoe jij
groene uien hakt?”

Je bent beter dan ik,
Ik weet niet of je me dat ooit hebt horen zeggen.

Op je telefoon heb je
een foto van het menselijk brein.

Toen je vader een kalkoen aan het frituren was
zei je moeder dat ik muziek moest blijven spelen.

Misschien weet ik nu eindelijk wat liefde is-
foto's maken terwijl je hond een bril draagt,
proberen te beschrijven hoe vulling moet smaken.

In de kelder van mijn vriend
gaf je iedereen polaroids van zichzelf,
daarna lachten we om een poster van het menselijk lichaam.

En dit is het deel waar ik op je bank zit
en kijk hoe jij je vriend merengue leert.

Dit is waar ik probeer
te voorkomen dat ik lach
en ik hoop dat Trolley niet komt opdagen
om me te vertellen dat het tijd is om naar huis te gaan.