Dagboeken, Victorianen beschrijven hun eigen wereld. Een inleiding.

Albrecht Dürer ‘De kop van een Walrus’, 1521 Bron The Trustees of the British Museum

Heel nauwkeurig is hij, Albrecht Dürer wanneer hij in 1520 een reis door de Nederlanden maakt en verslag bijhoudt in zijn ‘dagboek’ dat sommigen eerder als ‘kasboek’ hebben bestempeld.

“Ik heb 2 Philipsgulden gewisseld voor eten en drinken. Ik heb de vrouw van de apotheker 10 stuivers gegeven voor een klysma. De monnik, bij wie mijn vrouw biecht, heb ik 8 stuivers gegeven.” 

Maar het verschijnsel ‘dagboek’ vond bij de Victorianen wel zijn meest intense voedingsbodem. Koningin Victoria begon met het bijhouden van haar dagboek in 1832 op 13-jarige leeftijd en bleef dit doen tot aan haar dood in 1901. Ze schreef in totaal 141 dagboeken vol, met ongeveer 43.000 pagina’s.

Haar dagboeken zijn door haar jongste dochter Beatrice uitgeschreven, op verzoek van koningin Victoria zelf. Daarbij zijn gevoelige of onbelangrijke passages weggelaten. Nadat een dagboek was getranscribeerd (uitgeschreven), werd het origineel vernietigd. Later zijn ze uitgetypt en voorzien van bijschriften.

“Het Victoriaanse tijdperk was een tijdperk dat vooral werd gedefinieerd door een ‘obsessie’ met vooruitgang. De Victorianen waren grote vernieuwers en utopisten die een eeuwigdurend proces van verbetering voor ogen hadden: niet alleen van het zelf, maar van de samenleving, van de hele mensheid. Koninklijke commissarissen en filantropen daalden in drommen af naar de sloppenwijken van Londen om armoede en sanitaire omstandigheden te onderzoeken. Rijke industriëlen financierden bibliotheken, gemeentehuizen, openbare werken en riolen. Prins Albert schreef berichten over huisvesting. De middenklassen consulteerden enthousiast wetenschappelijke kennis die in tijdschriften en verhandelingen in het streven naar ‘rationeel vermaak’ werd behandeld. De meer totale weergave – de tekst of het beeld dat alles en iedereen zou onthullen – was een impliciet doel van de Victoriaanse cultuur, van Wordsworth en Charles Dickens tot het panorama en de camera. Er was een razernij van meten en in kaart brengen. Gegevens zouden tot begrip leiden, en begrip zou meesterschap mogelijk maken. (Aeon ‘Elena Mary ‘I woke at 1/2 past 7″)

Early diaries sold by John Letts in London.
The world is too much with us,’ complained William Wordsworth in 1807. Almost 30 years later, Alfred, Lord Tennyson struck a more triumphant note:

"Not in vain the distance beacons. Forward, forward let us range,
Let the great world spin for ever down the ringing grooves of change. "(ibidem)

Taken, afspraken, memoranda – kunnen allemaal worden genoteerd in een netjes gestructureerd zak-dagboek dat u zou helpen uw tijd zo productief mogelijk te gebruiken.

‘Technologiebedrijven hebben met succes geld verdiend met deze diepgewortelde drang om onszelf te verbeteren, nieuwe manieren te bieden om ons dagelijks leven te documenteren en te vergelijken, wat een eeuwigdurend gevoel van falen kan creëren. De daad van het delen van verhalen over onszelf is niet langer beperkt tot een vertrouwde kring van intieme vrienden en familieleden. In plaats daarvan functioneren sociale mediaplatforms als multimediadagboeken met een onmiddellijk, wereldwijd publiek dat constante feedback geeft over onze keuzes en activiteiten.”(ibidem)

mage © Daria Nepriakhina / Unsplash
"We leven in een tijdperk van zelfkwantificering en de verheerlijking van productiviteit. Bullet journals, habit trackers, slimme horloges – al deze tools stellen ons in staat om gegevens over onszelf te verzamelen in een razernij van zelfverbetering. Mijn Instagram-feed wordt overspoeld met video's van dunne vrouwen met gladde glanzende voorhoofden en glanzende witte tanden, die de deugden van 5 uur durende trainingen, langdurige huidverzorgingsrituelen en dankbaarheidsdagboeken ophemelen. We zoeken ‘hacks’ op die ons in staat zullen stellen steeds efficiënter te zijn, en om de meest mogelijke waarde uit onze tijd en bezittingen te halen."  ( (Aeon 'Elena Mary 'I woke at 1/2 past 7")

Frederick Cayley Robinson. Evening in London 1920 Tempera, Watercolour, Pencil on paper

“De 19e-eeuwse obsessie met zelfverbetering en zelfdiscipline wordt misschien het best geïllustreerd door het boek Self-Help van Samuel Smiles; (1859) with Illustrations of Character and Conduct , dat hard werken, goede gewoonten en doorzettingsvermogen verdedigde. Verkoop: 20.000 exemplaren in het eerste jaar van publicatie. Bovenal bleek de sleutel om actief te zijn het nastreven van vooruitgang. De grootste Victoriaanse zonde was nietsdoen.

As the 15-year-old Victoria, heir presumptive to the throne, virtuously wrote in her diary on the 27 January 1835: ‘I love to be employed; I hate to be idle.’ Just as they sought to measure and quantify the progress of Western civilisation, so the Victorians sought to measure progress and improve the self through the simple practice of keeping a diary. (idem)

In 1812 begon de boekhandel van John Letts met de verkoop van een jaarlijks gedrukt dagboek in zijn winkel, plaats: Royal Exchange Londen. Het dagboek was een groot succes, en in 1862 bood Letts 55 verschillende versies gericht op specifieke sociale groepen, met prijzen variërend van sixpence tot 14 shilling (of 1,7€ tot 47,70€ in het geld van vandaag). Tegen 1900 verkocht Letts bijna een kwart miljoen dagboeken per jaar en het gedrukte dagboek werd als een essentieel kenmerk van het commerciële leven beschouwd. Niet langer alleen een ruimte om na te denken over wat er was bereikt, het dagboek was ook een plek om te plannen wat nog bereikt moest worden.

Letts of London was en is nog steeds een Britse maker van notitieboekjes, agenda’s en planners. Letts werd opgericht in 1812 door John Letts, die het briljante idee had om een standaard notitieboekje te voorzien van een kalender. De notitieboekjes van Letts vallen op door hun stijl, die duidelijk beïnvloed werd door het verleden.

“Dagboek bijhouden was een conventie bij de opvoeding van kinderen uit de middenklasse, met ouders zoals Charles Darwin en zijn vrouw Emma die dagboeken gebruiken om angstvallig de fysieke, intellectuele en religieuze ontwikkeling van hun kinderen vast te leggen in overeenstemming met het romantische idee dat ‘het kind de vader van de man is’. Blanco of voorgedrukte dagboeken waren ook een gemeenschappelijk huiselijk geschenk, omdat ouders dagboeken aan hun kinderen gaven en kinderen dagboeken gaven aan hun bedienden. In ‘Between Women’ (2007) schrijft de literatuurwetenschapper Sharon Marcus dat prinses Victoria werd geïnstrueerd in het bijhouden van een dagelijks dagboek van haar geliefde gouvernante, Lehzen, en totdat Victoria koningin werd, inspecteerde haar moeder dagelijks haar dagboeken.” (Elena Mary)

The world is too much with us,’ complained William Wordsworth in 1807. Almost 30 years later, Alfred, Lord Tennyson struck a more triumphant note:

Not in vain the distance beacons. Forward, forward let us range,
Let the great world spin for ever down the ringing grooves of change.

Binnen het dagboek konden Verlichtingsidealen van wetenschappelijk empirisme worden benut ter ondersteuning van het evangelisch geïnspireerde project van zelfverbetering. Toenemende alfabetiseringspercentages, goedkopere materialen en nieuwe druktechnologieën moedigden de productie en consumptie van dagboeken op een ongekende schaal aan. De broers George en Weedon Grossmith’s satire The Diary of a Nobody, voor het eerst geserialiseerd in Punch in 1888 en gepubliceerd als een striproman in 1892, beschrijft het dagelijks leven van de ‘niemand’ Charles Pooter, een klerk die woont in de Londense buitenwijk Holloway met zijn vrouw Carrie. In de inleiding vraagt Pooter:

"Waarom zou ik mijn dagboek niet publiceren? Ik heb vaak herinneringen gezien aan mensen waar ik nog nooit van gehoord heb, en ik zie niet – omdat ik toevallig geen ‘Iemand’ ben – waarom mijn dagboek niet interessant zou moeten zijn. Mijn enige spijt is dat ik er niet mee begon toen ik nog jeugdig was."

En laten we eerlijk zijn: er is ook heel wat gebeurd ten goede van iedereen in die Victoriaanse 19de eeuw! De vergelijking met de hedendaagse sociale media is nogal losjes. Was het dagboeken schrijven nog steeds voorbehouden aan de groeiende middenklasse dan spreekt de toon en inhoud van het dagelijks berichten in de sociale media een nog bredere bevolkingslaag aan, of beter een bredere mélange die makkelijk ten dienste van of in verweer tegen kan gebruikt worden. Ik kan je hier de lectuur aanraden van een thesiswerk van Sam van Esch (2022): ‘De typische Victoriaan.

Het historiografisch discours over Londen onderzocht
aan de hand van dagboeken uit de negentiende eeuw.

Met uitgebreide bibliografie.

https://theses.ubn.ru.nl/server/api/core/bitstreams/9526eb27-7684-4f1c-80d8-a8f2f26fb35b/content

‘Het artikel ‘I woke at 1/2 past 7′. Our coursed age of self-monitoring and optimisation did’n start with big tech as so often, The Victorians are to blame.”werd geschreven door Elena Mary. (Aeon 17 november 2025)

Elena Mary is a postdoctoral associate member in the Faculty of History at the University of Oxford in the UK. She is a historian of culture, class and the female body in modern Britain.

https://aeon.co/essays/victorian-diary-writers-kicked-off-our-age-of-self-optimisation

Very cold winter. The Round Pond in Kensington Gardens frozen solid, and, outside Kensington Palace, icicles hang from the guardsman’s busbies. Buttoned up, with muffs and gloves, we boldly set off to skate on the
Serpentine. Trixie hired some skates, and was a danger to all on the ice, as her laces trailed about her heels. Lily and I had our own skates. We both enjoy the sport tremendously, and the odd assortment of people on the ice
makes for a most diverting time. Sometimes skaters’ enthusiasm outweighs their abilities. Several times we landed flat on the ice. All in a good day’s sport, however. We forgot our aches and pains in the evening, roasting chestnuts in the grate.”

Maud was 29 toen ze in 1888 begon met haar dagboek. De eerste vier jaar daarvan beschreven haar leven in Sandown. Mijn werk richt zich op de periode nadien, van 1892 tot 1900, toen Maud in Londen woonde. In de uitgegeven versie van het dagboek zijn de notities per maand, seizoen en jaar
gegroepeerd. (Uit thesis Sam van Esch ‘De typische Victoriaan. Het historiografisch discours over Londen onderzocht aan de hand van dagboeken uit de negentiende eeuw.)

Manuscript journals of Henry David Thoreau (1817–1862), 1837–61. Purchased by Pierpont Morgan, 1909. Courtesy of The Morgan Library.
Diary with transcript of Alfred Whiters in the JAMES BAINES, 1857

Bekijk meer pagina’s:

https://www.rmg.co.uk/collections/objects/rmgc-object-505984

Elena Mary noemt de Victorianen grote vernieuwers, maar de vooruitgang was een Janus-gezicht. Voor elke sprong voorwaarts, een hernieuwde druk om verder te gaan, en sneller, om beter te doen, beter zijn. Ook het tijdperk van de vooruitgang was een tijdperk van angst. Ik denk persoonlijk dat wij iets te nadrukkelijk de Victoriaanse tijden willen laten samenvallen met onze boeiende maar ook dwaze tijden. De angst van de Victorianen hebben we uitvoerig belicht in een reeks over deze tijden die je kunt teruglezen en waarin er via een bredere invalshoeken de eigenheid van die angsten wordt belicht. Basis was het boeiende boek ‘The Victorian Frame of Mind, 1830-1870. van Walter E. Houghton, Yale University Press, New Haven and London, 1975-1985.

Kijk en lees:

en 12 volgenden (zie bij uitgewerkte onderwerpen)

VAN MODEL NAAR DE ERVARING

dyn002_original_428_462_jpeg_20344_27d112813dabdd06f891c6d033c6f791

De behoefte om te geloven.
Zo noemt Peter Gay in zijn boek ‘De eeuw van Schnitzler’ de voornaamste Victoriaanse kentrek.

Als voorbeeld van die behoefte haalt hij de filosoof WILLIAM JAMES aan (broer van de auteur Henry James), de meest gelezen en gerespecteerde Amerikaanse filosoof en psycholoog uit het einde van de 19de en het begin van de 20ste eeuw.

dyn002_original_300_300_jpeg_20344_2e2ad8212c0f90f191532a13a71fc4f5

We kennen hem nog onder de naam van ‘het pragmatisme’ en daarvan vond ik een mooie verklaring in een Engelse cultuurkrant:

Pragmatism is nothing more or less than a method for testing ideas by challenging them to make a difference in our experience of the world. Any concerted intellectual project–be it philosophy or law, architecture or criticism–should not bypass what James called “the rich thicket of reality” by incanting magic “solving names”; he cited “God,” “Matter,” “Reason,” “the Absolute,” and “Energy,” but we might recognize “authorship,” “sign,” “transgression,” “space,” and “the virtual” as well. To James, ideas, however lofty, prove themselves to be true only when they are carried all the way back down to Earth, examined in the clear light of human doubt, and are shown to perform.’

Samengevat, dat rich thicket of reality paste hij dan ook zonder enig compromis toe in zijn eigen leven.

‘Hij was de meest persoonlijke en autobiografische van alle denkers, die zijn filosofie openstelde voor zijn diepste persoonlijke drijfveren – veel openlijker dan onder zijn collega’ s gebruikelijk was.’

Peter Gray De eeuw van Schnitzler, pagina 240

Dat lijkt nu eenvoudig, maar on-Engels was het tot en met.
Engelsen hielden (of houden) van duidelijke modellen: het is wit of zwart, maar alle tinten van grijs zijn ons te moeilijk.

In de schilderkunst zagen we hoe schilders die rollen of symbolen doorbraken toen ze op zoek gingen naar de essentie, naar de synthese die uiteraard bestaat uit variaties en nuances.

dyn002_original_600_457_jpeg_20344_e7503518c673309dfb586b7a42b955a2

De schilder en zijn model van William Orpen was dan ook een shockerend werk, want het naakt zat daar bijna keuvelend in de zetel en was inderdaad een vrouw zonder kleren terwijl het meestal als symbool voor vaderland en hogere ideeën gold (gelden wel, maar natuurlijk was dat ook een dekmanteltje voor de gewone mannelijke nieuwsgierigheid, al is het woord ‘dekmantel’ hier bijzonder grappig als we het over het ‘naakt’ hebben!)

Ik zeg het een beetje simpel want we moeten niet denken dat je die twee klassen, de conserevatieven en de modernisten had waarvan de enen het moeilijk hadden om naar de twintigste eeuw over te stappen en de anderen niet snel genoeg in de twintigste konden zijn .

Dat is een simplistisch denken.
Er waren mensen die gek waren van de landschapsschilders van Barbizon maar geen goed woord voor andere impressionisten over hadden, wegens te slordig of te achteloos.
Anderen bewonderden Van Gogh maar gaven af op doeken van Kandinsky zoals Schnitzler zich door Schönberg voelde opgelicht wat muziek betrof.

De variëteit aan smaken valt op, want die was eindeloos groot, en…zo hoort het ook!

Peter Gay vat dat mooi samen:
‘Kortom, de grenzen tussen de honkvaste bourgeois en de vermetele ontdekkingsreizigers waren vaag.’ (p294)

En vanuit dat standpunt betekende William James (het wemelt van de Williams!) erg veel door de werkelijkheid zoals je die ervaarde als uitgangspunt te nemen voor onderzoek.

Hedendaagse markettinglieden zouden het moeilijk hebben met die Victorianen!

En wat dan als het over ‘God’ ging? Het model bij uitstek, de uiteindelijke projectie?
Terug naar de eerste zin: de behoefte om te geloven.

Dat is weer een ander verhaal.