
Van Bologna reis ik door naar Rome.
Hier werd de Franse schilder Francois Gerard geboren als zoon van de steward van de Franse ambassadeur bij de Heilige Stoel
Hij zou er ook zijn jonge jaren doorbrengen.
Een Fransman in de heilige stad, op de vooravond van de Franse revolutie.
Op zijn twaalfde mag hij in het “pension du Roi” in Parijs en daarna vinden we hem terug als leerling van de beeldhouwer Pajou.
Hij studeert schilderkunst in Parijs bij Jacques Louis David en wordt zijn favoriete leerling.
Om aan de legerdienst te ontkomen zorgt David dat Gerard een postje als rechter krijgt bij het revolutionaire tribunaal.
Maar Gerard was zo vaak ziek dat hij nooit deelnam aan de ter dood veroordelingen van de zogenaamde vijanden van de revolutie.
Om voor zijn eigen kostje te kunnen zorgen illustreert hij literaire uitgaven, en het is vooral zijn vriend Jean Baptiste Isabay die hem aan portretopdrachten helpt.
Als dank zal hij van hem en zijn klein dochtertje later een mooi portret maken.

Je zou hem “politiek flexibel” kunnen noemen want hij wordt de graag geziene schilder bij Napoleon en later bij Lodewijk XVIII en krijgt alle mogelijke eerbewijzen die er maar te krijgen zijn.
Zijn werk steunt op de techniek van Davids neoclassicisme maar hij zorgt voor een dromerige atmosfeer al verzinkt hij in het opdrachtenwerk zodat hij niet toekomt aan eigen werk.
In 1796 maakt hij vijf tekeningen bij Jean de la Fontaines werk “Les amours de Psycho et Cupidon”.
Eén van die tekeningen, in de vorm van een gravure, stuur ik je vanuit Rome door.
Het eigenlijke schilderij dat in 1798 zou volgen is intussen zo bekend dat je geen posterwinkel kunt voorbijlopen zonder het te zien in alle maten en formaten. Een fragmentje hierbij, de rest kun je raden.

De tekening, later de gravure, gaan deze intense ontmoeting vooraf. Ongeduldig zijn moeder en dochter Psyche bij het orakel binnengekomen om zijn boodschap te horen: het meisje zal een harteloos monster huwen.
Dochter zijgt neer op de moederlijke schouder en kijk goed wie er aan de andere kant van de ingang staat te wachten.

Ik moet altijd aan de haast denken waarmee de Franse revolutie een keizer en daarna weer koningen baarde.
En Cupido maar wachten tot het donker wordt om zijn bruid te kussen.
De dames uit de keizerlijke kringen waren “geschokt” toen ze het doek te zien kregen.
De burgerij ontpopte zich.
Later vond ik nog een mooie gravure met de broers van de schilder als onderwerp. Want van welke kant de winden ook waaien, familiezaken bepalen vaak de zgn. ‘juiste richting’. Flexibel dus.

En een glimp hoe de broertjes er op doek uitzagen als besluit.

Ontdek meer van In de stilte
Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.