DE TRANEN VAN DE KROKODIL

dyn004_original_326_498_jpeg_20344_a99e34754d5278fa243006165d75c1ad

Piet Vroon, (1939-1998) hoogleraar functieleer en theoretische psychologie aan de Rijksuniversiteit Utrecht schreef interessante en leesbare boeken.
In 1989 publiceerde hij “Tranen van de krokodil”, over de te snelle evolutie van onze hersenen, Ambo, Baarn.

Toen we over het vreemde kind schreven, moest ik verschillende keren aan zijn boek denken, en om bij de voorbije serie aan te sluiten, zou ik er toch graag enkele specifieke gedachten uit citeren en illustreren.

Ons denken, ons doen en laten is inderdaad nog altijd onderhevig aan resten uit vroegere stadia, en zeker als we het hebben over onze nakomelingen, kinderen.

dyn004_original_588_728_jpeg_20344_3905b4b673cc596bf6ff790fb4bb3720

Laten we daarmee alvast een beetje recht doen aan de man die ooit de Nederlandse Universiteiten bestempelde als ZULO, Zeer Uitgebreid Lager Onderwijs, en die zijn doctorsbul terug wilde inleveren toen Albert Heijn een eredoctoraat kreeg.

Iedereen heeft het al eens meegemaakt.
Je zit in je auto, je rijdt voor de 1789ste keer van je werk naar huis en je bemerkt dat je in feite ‘bewusteloos’ aan het rijden bent.
Je let wel op, je reageert goed op tegenliggers of andere verkeersobstakels, maar je bent met je gedachten niet bij het rijden.

Een mooie term voor dat verschijnsel is ’subliminale perceptie’
Vroon zegt dat het denkbaar is dat bepaalde delen die met het bewustzijn te maken hebben pas laat zijn ontstaan en een relatief grote prikkelsterkte behoeven omdat zij vooral in noodgevallen moeten functioneren.
Voor alledaagse problemen is een selectieve, vage waarneming mogelijk voldoende.
Ook tijdens de slaap en narcose waar wij van de buitenwereld lijken afgesloten blijven we voor informatie toegankelijk, dat hebben verschillende proeven bewezen.

Vaak doen wij dus dingen zonder te beseffen op welke informatie ons gedrag aansluit, en dat noemen we subliminale perceptie.

Daarmee is het duidelijk dat het begrip bewustzijn niet zo dadelijk en helder te omschrijven is.
De manier waarop wij min of meer bewust de werkelijkheid ervaren is erg gelaagd en doet beroep op talrijke door de evolutie verworven hersenfuncties.

Op grond van deze waarnemingsverschijnselen mag men zeggen dat wij voor een deel ‘dierlijk’ zijn georganiseerd, ofwel dat evolutionair oude mechanismen tot op zekere hoogte in ons bewaard zijn gebleven.

(oc p54)
Ik vertel je dit omdat onze opvattingen over de werkelijkheid vaak meer op die ‘dierlijke’ dan op beredeneerde wijze ontstaan.
Zo vertelt Vroon in zijn boek dat wij eerder snelle beslissingen dan wel goed doordachte beslissingen verkiezen, want die snelheid was in een vroeger biologisch stadium erg belangrijk.

Zo’n dierlijke rest is ook het ’superstitious learning’, het bijgelovig leren dus, verworven gedrag dat aan toevallige omstandigheden wordt gelinkt en die men blijft herhalen.
Pannenkoek eten voor een marathon, bepaalde kledij dragen bij topprestatie, het Ave Maria zingen, enz.

Nu is dat op zichzelf wel leuk om aan te zien en te verklaren, maar ik denk dat je dergelijk bijgelovig leren ook vlug op moraal en be- of veroordeling gaat toepassen.
Wat je door media wordt voorgekauwd, wat je door angst is ingehamerd ga je voor waar aannemen, omdat geloofwaardigheid eerder met gewoonte en macht te doen heeft dan met heldere wetenschappelijke bewijzen.
Wij conditioneren onszelf meer dan wij geloven.

Een astma-aanval kan uitgelokt worden door bloemetjes-behang omdat we toen we de eerste keer die aanval kregen bloemen zagen en ze in verband brachten met stuifmeel en pollen.

We zullen nog veel studiewerk moeten verrichten om de vage scheiding tussen bewustzijn en onderbewustzijn te begrijpen en te hanteren, om met de genetica onze meervoudigheid van handelen te duiden.

Het zou ons nu al nederig moeten maken bij het beoordelen van menselijk gedrag.
De automatische piloot brengt je wellicht veilig thuis maar is een slechte vriend als je iets van de weg wil leren begrijpen.


Naast dit boek dat je zeker nog in 2de handsboekhandels vindt en zelfs via internet kunt bestellen, ook nog het nummer van deze maand: Philosophie Magazine N° 2, Dossier Homme et Animal, La frontière disparaît. (Frans Magazine maar in de betere boekhandel zeker te vinden als je in Brussel of Wallonië bent)


DRIE BEELDEN

Kijkt hier naar Faustina
is zo ver van haar
maar draagt vrijwel ongeweten
nog haar harteklop,

haar roep of hij wel weet:
een jonge keizerszoon
laat geen kikkers los
eens gasten aan de tafels liggen.

wordt nu door zijn moeder
alleen met oudejaar nog een prins genoemd,

hij, die in de herinnering van zijn kinderen
een thuisloze vader zal zijn, altijd
op weg om het morgen beter te hebben.

ook jij wordt van steen, schijnt zij te zeggen,
of zou hij haar even van vlees en bloed willen zien?

zij samen, hollend achter de kikkers aan
terwijl de gasten applaudisseren-
of hoe een grap ook politiek kon zijn.


Is hier nog in gedachten.
Hij, die lichtgewicht
en zwaarmoedigheid zal verenigen
wie had dat nu gedacht
dat uitgerekend hij
de derde wereldoorlog zou beginnen?

hij die zich bij nacht
in moeders kleren hulde
en die zo lang haar rokken
als zijn hut gebruikte
dat hij zich lam schrok
toen hij zag dat
ook de jongens
wel eens als meisjes
kunnen glimlachen,
en ze uit wraak in krijgers transformeerde.


(schilderij van Ken Currie)


dyn003_original_375_600_jpeg_20344_fde96f8b19d2eca29413f695420c73d3

Zegt zij:

Ik ben het leven
ik zal de vrouw zijn
die in het blauw
van jullie ogen
schemert,
ook lang nadat de zee
kuis haar wimpers
op haar zandige wangen rusten liet.

ik heb alle tijd, zegt zij
want ik ben vrouw
tot in de wortels
van wat zal zijn en is geweest.

nu is er nog plaats,
maar eens zal jij
de andere zetel vullen
een jongen van het water

een aangespoelde drenkeling,
dit mannen-lot.


schilderij is van Mary Cassat


<img align=”right” border=”0″