HET KINDERHUIS

dyn009_original_500_473_jpeg_20344_0a71affffb0be0307ac76c8577cff589

Vreemd, dat een beeldje van Wedgwood, te koop op een alledaagse veiling, mijn aandacht trok omdat zijn verschijning en zijn titel ‘childhood days’ mij onverwachts terugbracht naar het kinderhuis.

dyn009_original_500_341_jpeg_20344_a2a06c5287784020d4907a9d5003b765

Een jongetje bouwt zijn kinderhuis.
En oud geworden heb je dat huis van lang geleden in je hoofd verbouwd tot een efemere wereld waarin niets nog is zoals het was, en alles was zoals het nooit herinnerd kan worden.

Van het stof waaruit de sterren zijn gemaakt?
Ja, dat zijn de bouwstenen op het strand, een zomer waarin het nooit regende, 1947-8 als je er een getal wil bijzetten.

dyn009_original_505_423_jpeg_20344_73c90d75ae704e3bde142563225af691

Hier kijkt de schilder, Henri Lebasque, op het jongetje neer.
Dat is onze kindertijd zoals wij hem proberen te herinneren.
Maar voor het kind is de wereld totaal anders.
Hij kijkt op tegen de wereld.
Hij dringt ze binnen vanuit een erg laag standpunt: kruipend, aarzelend de eerste stapjes, en met het vreemde perspectief van de grote reuzen voor ogen, groeit hij bijna onmerkbaar op tot de kamers de proporties van het heden aannemen.

Het nest.
De vertrekplaats.
En zoals Boomkens en Benjamin zegden: het huis vormt mee de persoonlijkheid.
(een ramp als je de schoolgebouwen in dat perspectief bekijkt!)

Je thuis, dat afgebakende terrein waar je de wereld mee begint, dringt diep door in ons bewustzijn en zal zeker in het onderbewuste een belangrijke rol blijven spelen.

Terwijl je deze tekst leest, komen er allerlei beelden van jouw ‘kinderhuis’ naar boven, vaak de meeste gekke delen van het huis, of momenten waarop het licht of het tijdstip er een vreemde sfeer in bracht.

Koester deze beelden.
Beschrijf ze, teken ze, al dan niet met woordeen of lijnen, maar verken ze opnieuw.

Vaak loop ik door de huizen waar ik gewoond of gewerkt heb.
Ik ben een kind, een jongetje, een knaap, een puber, en telkens weer worden andere plaatsen in het kinderhuis belangrijk.

Het huis groeit mee, neemt andere vormen aan, verkleint, duwt me langzaam buiten tot ik het nieuwe huis kan ruiken, het huis waarin je zelf weer een nest denkt te maken.

Het begint met de dekens waaronder je wegkruipt of die je ergens over hangt en waarmee je eerste huisje bouwt, daarna de zandkastelen, je eigen kamertje, geheime plekken in de tuin, wij willen ons in een zekere ruimtelijkheid, op een zekere plaats, wortelen.

dyn009_original_562_503_jpeg_20344_8dad1e1cc4c6c356099e840cb9fa16d1

Ook het huis heeft zijn buiten- en binnenwereld.
Zelfs het eenvoudigste balkonnetje van een appartement dient om je ‘buiten’ te voelen, om bij de lucht en het uitzicht te behoren.

In mijn leven was de tuin een voortdurend wonder.
Het was de plaats waar je de wereld ‘muren-vrij’ ervaarde.
Dus ging je al vlug je eigen huis bouwen, de hut, een tent, de binnenwereld van jou alleen.

De tuin gaf het ritme aan.
De eerste sneeuw, de kale bomen, de wintergeluiden en de stilte.
Narcissen, bloesems, paaseieren rapen, merelgezang en de blaadjes krijgen bomen.
De loomte, kersen plukken, aardbeien eten in de veranda, kortom buiten eten onder de bomen, de lange dagen, geroep van pauwen.
De geur van aardappelloof, appelen en peren in het oude gras, de asters schieten aan.

Het zijn maar enkele indrukken van momenten die met de nodige herhaling voor levensritmes zorgden.

Toen ik op oudere leeftijd een huis kocht (leende bij de bank) was het de tuin, de bomen, de kleine vijver, die de sfeer van het huis mee bepaalden en de beslssing erg beïnvloedden.

Eerst is er dan de kindertijd van je eigen kinderen waarin het huis voortdurend verandert, nu vanuit hun perspectief bekeken, en later als je kleinkind(eren) het huis bevolken wordt de verworven stilte opnieuw in vraag gesteld en krijgt de tuin een andere ziel: kinderkreten, de schommel, het water van de tuinslang.

Mocht ik een architect zijn dan zou ik die wisselingen in mijn huisontwerpen voorzien: de geborgenheid, en de mogelijkheden om ruimtes voortdurend aan te passen, te veranderen zonder breekwerken, om lichtinval nog boven het belang van isolatie te bestuderen, om de ritmes van het jaar te kunnen observeren, of eraan deel te nemen, in een lente-zomer-herfst-winterruimte.

Een huis is een avontuur.
Jaja, securité heeft de liberté in menig opzicht vervangen, maar zetten we toch maar vrijheid bovenaan het lijstje.
Een huis om te herinneren.

Een actieve herinnering die je aanzet om het telkens weer op andere manieren te herbeleven.

En kijk nu weer eens naar het jongetje met het zandkasteel.
Bij wijze van oefening om het kinderhuis ook weer los te kunnen laten.