ottinger res

 

Misschien had ik ook kunnen schrijven: verlies en verloren zijn, en dat langs beide kanten.

Wij zijn in onze ethiek gewoon steeds over schuldig en onschuldig te spreken waar het in veel gevallen gaat om wederzijds verlies of verloren zijn.

Marc zal van dit verlies en verloren zijn niet veel voelen.
De correspondentie tussen Gide en Marc was nooit zo warm, een vader en een zoon, een meester en zijn leerling, en…wederzijds, dat mooie woord: ‘réciproquement’

Hun relatie evolueert, ‘elle demeure cardinale’.

Nog maar net is Gide uit Cambridge vertrokken of Marc voelt zich nog vrijer dan tevoren.
Maar al vlug blijken ook de ideeën en de plannen stil te vallen nu de ‘regisseur’ naar huis is.
En daarbij komt het einde van de vakantie, iedereen keert naar huis terug en de Perse School wacht.
Elke morgen om 9 u.
Uit Marcs dagboek van 31 september: ‘enrhumé, reste à la maison, lis L’Idiot‘, en de 1ste oktober: ‘Pas a la school. Lis ‘L’Idiot.

Die ‘verkoudheid’ is echter geen schoolziekte want ze slaat om in een ware longontsteking en tot einde december zal zijn gezondheidstoestand op en neer gaan zodat het vertrek naar Engeland, gepland rond 1 november, wordt uitgesteld tot in januari.
Marc en Gide vieren dus gescheiden hun 18de en 49ste verjaardag.

dyn004_original_476_634_jpeg_20344_60c2da03b6e8a422c382dd3af267f5dd

In Marc brieven lezen we afwisselend ‘supplication’ en ‘provocation’.
Enige ironie is hen beiden niet vreemd.

“Cher” is zo’n beetje het sleutelwoord van de ‘clan Gidienne’, of ‘mon vieux cher’, en dat wordt beantwoord met ‘Pour Gide, mon ami’, ‘Mon bon suroncle’, ‘mon cher bipède’, uitdrukking die daarna de koosnaam voor Gide wordt in de Gide-stam.

Nu hij ziek in zijn bed moet blijven en ook de feesten rond de wapenstilstand heeft gemist, schrijft hij:

‘Tu peux imaginer ma tristesse et ma rage effroyable d’ être dans mon lit quand tout le monde dansait, criait, chantait. De ne pouvoir aller, courir, hurler, ça m’ a mis dans un état de folie, voisin du désespoir.’

cocteauWat de provocatie betreft heeft Marc zijn voorbeeld in Jean Cocteau gevonden.

Cocteau is dan 29, erkend als jonge dichter, volop bezig met zijn territorium en reputatie uit te breiden.
Hij heeft een zekere bewondering voor Gide en hij kent Gides invloed in de wereld van de uitgeverijen.
Van zijn kant heeft Gide een afkeer van het modernistisch maniërisme van Cocteau, van zijn genzeloze ambitie en van wat Billard zo mooi ‘ses fanfares médiatiques’ noemt, maar hij heeft zeker sympathie en achting voor zijn talenten en zijn vitaliteit.
En natuurlijk is Cocteau niet blind voor de schoonheid van Gides ‘neveu’.

Op zijn beurt is Marc geboeid ‘par les acrobaties avant-gardistes’ van de jonge schrijver, meer dan door ‘la rhétorique humaniste’ van de oudere soortgenoot.

Gide heeft zijn jonge vriend meegenomen naar de jonge kunstenaar en nu krijgt Marc in Cambridge een brief aan van Cocteau.

‘C’ est un Dieu’ schrijft Cocteau daarna aan Gide.

De volgende vier jaar zal het drietal in een vreemde verhouding tot elkaar ‘un drôle de jeu’ spelen, ‘en habillant leurs relations finalement assez paisibles (sauf sur le plan littéraire) des atours d’ une comédie de boulevard (een soap zouden we nu zeggen), sans véritable consistance.’

Een andere manier om te provoceren is het beschrijven zijn ontmoetingen met de vrouwelijke kant van de samenleving.
Eens de hevige koortsen voorbij zijn, schrijft hij in november aan Gide omtrent Margret “qui adore se faire peloter ce qui me va aussi.”
Meer over deze speelse verkenningen, morgen, bij hetzefde leven en welzijn uiteraard.