IL FAUT QUE CET ENFANT SOIT BEAU (3)

de panne 1916

Deze prent neemt ons mee naar De Panne, 1916, badstad, Belgisch grondgebied dat niet door de Duitsers is bezet.

Voor we er kunnen blijven, neem ik U nog even mee terug naar de rouwende Elisabeth die Engeland verlaat om leerkracht en chef tuinvrouw te worden aan een Zwitserse tuinbouwschool.

En van Zwitserland nu naar Rouen in Frankrijk.
Een man die net een lezing heeft gegeven wil nog de trein halen, valt en komt onder een andere trein terecht die net het station binnenkomt.
Dat is het levenseinde van Emile Verhaeren.

De Belgische consul contacteert Theo van Rysselberghe om de begrafenis te regelen.
Verhaeren is in gans Europa bekend en geëerd.
De Fransen willen hem een plaats in het Pantheon geven, maar de familiale delegatie kiest voor Belgische bodem, voor De Panne, 30km van Duinkerken.
Verhaeren heeft er gewoond.

Elisabeth komt terug uit Zwitserland, zij wil met haar moeder bij de begrafenis van haar peter zijn.
’s Avonds neemt het gezelschap met Gide in Calais de trein naar Parijs terug.

Naar oude gewoonte neemt Gide zijn notitieboekje en maakt aantekeningen.
Hij scheurt het blaadje uit het boekje, plooit het, en verlaat de coupé om in de gang van de trein te gaan staan.

Elisabeth komt hem gezelschap houden.
Hij geeft haar het papiertje en keert terug naar het gezelschap.

dyn006_original_333_444_jpeg_20344_7118b4cb8882d126a617eb0da787eeea

‘Je n’ aimerai jamais d’amour qu’une seule femme, et je ne puis avoir des vrais désirs que pour les jeunes garçons. Mais je résigne mal à te voir sans enfant et à n’en pas avoir moi-même.’

Elisabeth neemt de volgende morgen de trein terug naar de tuinbouwschool in Zwitserland.
Met ons vraagt Billard zich af hoe Beth en haar moeder hebben gereageerd op dit berichtje.

We kunnen ons voorstellen dat Elisabeth gechoqueerd was, dat ze vreemd opkeek van een dergelijk bericht van de anders eerder gereserveerde Gide.

En Billard:
‘Pourquoi Gide serait-il capable de faire avec Elisabeth l’enfant qu’il ne peut même tenter de faire avec sa femme (Madeleine) qu’il adore. (Marc komt pas een jaartje later op het toneel)

Eens Marc bij de Gidiennes hoort, bestond er toen een plan om hem en Elisabeth te koppelen?

‘Marc, qu’il aime tendrement, se substitueerait à lui-même pour l’exercice physique de l’entreprise qu’il favorisait, bénirait et dont le moment venu, il assumerait les charges matérielles: l’enfant né d’une telle procédure ne serait-il pas d’une certaine manière aussi le sien?’

dyn006_original_347_342_jpeg_20344_5e7f3ee6795c04e593bbe629d28adc4b

Dat is niet zo maar een uit de lucht gegrepen veronderstelling, want tijdens hun verblijf in Cambridge maken Gide en Marc een driedaagse uitstap naar Schotland, naar de hoeve waar Elisabeth, Whity en een andere vriendin Marie-Thérèse Frank, werken.

We kunnen via ‘Notes prises en courant’ van Marc de gebeurtenissen van toen volgen.
Een van Marc’s eigenschappen is zijn kunst om zich onmiddellijk aan een nieuw milieu aan nieuwe mensen aan te passen.

dyn006_original_433_355_jpeg_20344_fd3fd2dfa248b1d75a25945cbe53534a

Hij noemt pony en kat bij hun naam, (alsof hij hen ooit zag geboren worden, zegt Billard) hij interesseert zich voor het landschap, de beplantingen, het werk van de meisjes, kortom met zijn grenzeloze nieuwsgierigheid en zijn goed humeur is hij al vlug ieders vriend.

De drie dagen gaan vlug voorbij, en bij het afscheid wordt uitvoerig geknuffeld en gekust.
Elisabeth en Whity beloven Marc in Cambridge op te zoeken.

De eerste stap van Gides plan lijkt uitstekend gelukt.

dyn006_original_419_314_jpeg_20344_0113e761372ce2a0194957ed170814c6


IL FAUT QUE CET ENFANT SOIT BEAU (2)

dyn002_original_347_589_jpeg_20344_a35330800c0e64a366ddb0f3221cd08b

4. IV. The Dead

THESE hearts were woven of human joys and cares,
Washed marvellously with sorrow, swift to mirth.
The years had given them kindness. Dawn was theirs,
And sunset, and the colours of the earth.
These had seen movement, and heard music; known
Slumber and waking; loved; gone proudly friended;
Felt the quick stir of wonder; sat alone;
Touched flowers and furs and cheeks. All this is ended.

There are waters blown by changing winds to laughter
And lit by the rich skies, all day. And after,
Frost, with a gesture, stays the waves that dance
And wandering loveliness. He leaves a white
Unbroken glory, a gathered radiance,
A width, a shining peace, under the night.

dyn002_original_433_334_jpeg_20344_1d43b37aba6e6495f9cb445b1bbedcbc

Het feit een mooie jongen te zijn, uit te groeien tot een prachtige jonge man en door Winston Churchil zelf in vaderlandse bloemen te worden gezet, het mag helpen om de mythe van de verstoorde jeugd te vestigen, om het eeuwig leven op de muzeberg te verzekeren.

En al schrijft la Petite Dame over de relatie Elisabeth-Rupert: ‘..qu’ils s’aimèrent sans souci d’avenir, ni d’attachement”, en al is er in de bio’s van deze jonge god weinig sprake van Elisabeth maar van menig andere schoonheid, er zijn getuigen genoeg die het over passie en intensiteit hebben als het over dit koppel gaat.

De nabijheid van de Swanley school maakt het mogelijk dat ze elkaar geregeld kunnen zien .
Ze maakt haar vader duidelijk dat ze niet aan een huwelijk denkt, maar dat ze ooit een kind wil van een man die ze zelf zal kiezen en dat ze alleen wil opvoeden.

Als in 1914 de oorlog uitbreekt, is Rupert een van de eersten die zich engageert.
We weten dat Elisabeth dan naar Charleton in Schotland vertrekt om er de tuinmannen die naar het front moeten te vervangen.
Ethel Whitehorn (Whity) zal haar vergezellen.

 

dyn002_original_347_516_jpeg_20344_29c75b2c66d9cc802fbb09e449cfc1eb

9. The Way That Lovers Use

THE WAY that lovers use is this;
They bow, catch hands, with never a word,
And their lips meet, and they do kiss,
—So I have heard.

They queerly find some healing so,
And strange attainment in the touch;
There is a secret lovers know,
—I have read as much.

And theirs no longer joy nor smart,
Changing or ending, night or day;
But mouth to mouth, and heart on heart,
—So lovers say.

In april 1915 wordt Rupert ziek aan boord van een Engelse oorlogsboot die troepen naar de Dardanellen vervoert.

Hij wordt nog overgebracht naar het Franse hospitaalschip Duguay-Trouin maar sterft op 23 april vlakbij het Griekse eiland Skyros waar hij begraven wordt en dit beeld hem en zijn werk herinnert.

Jacques Raverat probeert Elisabeth bij te staan en verwittigt Gide die even later een brief van Elisabeth ontvangt.
Hij antwoordt haar en endigt met deze zinnen die blijkbaar een voorspellende inhoud meekregen.

‘Au revoir. Je pense à toi souvent et tout mon cœur s’emplit alors de mélodie.
Que le printemps est beau cette année. Une mysterieuse attente frémit au fond de notre deuil. Ton ami. André Gide.’

Billard vraagt zich wat dan die ‘mysterieuze’ attente wel zou kunnen zijn.
‘L’attente de retrouver une Elisabeth libre de tout attachement, de tout engagement, ouverte à autres aventures?’

Is het een idee van la Petite Dame die toen ze van Ruperts dood hoorde, Gide toevertrouwde:
‘Comme je connais Elisabeth, je suis certaine qu’elle est inconsolable de ne pas avoir eu un enfant de Brooke.’

En als Gide haar dan vroeg wat ze in dat geval zou gedaan hebben, antwoordt ze:
‘Mais je l’aurais élevé avec joie.’
Een antwoord dat indruk maakte naar het schijnt.

dyn002_original_362_405_jpeg_20344_76e38e286e5431ffb91e21eeda5c1266


IL FAUT QUE CET ENFANT SOIT BEAU (1)

We hebben Elisabeth, dochter van l Petite Dame en Theo Van Rysselberghe al ontmoet toen ze negen was en ze naar eigen zeggen (a posteriori) zich al vroeg tot die nieuwe meneer voelde aangetrokken.

Omdat haar mogelijk Journal of haar agenda niet bereikbaar is, blijft het dus gissen wanneer ze die uitspraak heeft gedaan.
De Cahiers de la Petite Dame bestonden nog niet en in Gides Journal wordt er maar vaag een allusie gemaakt op haar aanwezigheid.

Wel weten we dat Gide en de Van Rysselberghes veel met elkaar optrokken, ze woonden vaak bij elkaar en maakten reizen naar Weimar, Jersey, Rome en Florence.

Gide volgde met veel belangstelling haar weg van kind naar jonge volwassene, en die transformatie was vaak onderwerp van debat bij de Van Rysselberghes.
Theo, eerder behoudensgezind gehecht aan de tradities, ‘aux règles d’une famille bourgeoise’.
Maria wilde haar dochter vooral de mogelijkheid geven haar eigen weg te gaan, haar eigen opinies te vormen, verantwoordelijk te leren zijn voor haar eigen beslissingen.

Die laatste opvatting kon Gide ten zeerste bekoren, en hij hield zich vaak met de lectuur van Elisabeth bezig, met wie hij oefeningen van luidop lezen maakte, een methode waaraan hij erg gehecht was.

De onafhankelijkheid van Beth toonde zich al in de keuze van haar loopbaan.
Je zou denken dat ze zich door haar omgeving liet inspireren en een kunstrichting zou uitgaan, maar ze behaalde haar diploma in Groot Brittanië aan het Swanley Horticulture College.

dyn001_original_362_542_jpeg_20344_e33f489d03766bf52b05c823c6a21e1e

Tijdens de oorlog verving ze in Schotland de opgeroepen tuinmannen.
Onafscheidelijk werd ze van Ethel Whitehorne (Whity) die lid werd van de clan.

Martin du Gard schrijft over haar:

‘La jeune Whity est en or: une grande fille découplée qui mélange curieusement le sérieux et la gaîté, la grâce et quelque chose de rude, la pudeur et quelque chose d’extrêment sensuel, la finesse du sourire et une certaine brusquerie de garçon.
Tout cela est infiniment sympatique et fait paraître bien frelatée l’existence que l’on a coutume de coudoyer.’

dyn001_original_362_448_jpeg_20344_c72fc9a61d0dc4f017990bb630bbb53e

Maar voor we de geschiedenis haar beloop laten keren we even terug.
Het is 1910, Elisabeth is dus twintig. In München ontmoet ze de Engelse dichter Rupert Brooke.
Hij is drie jaar ouder dan Beth en heeft in de Engelse literatuur een heel speciale plaats ingenomen.

Hij is oud leerling van Cambridge (waar hij zelf vanaf 1913 onderwijs geeft), bereisde Noord Amerika en Europa en heeft naast een hartveroverende schoonheid ook nog een sterke persoonlijkheid.

Hij is de intieme vriend van Jacques Raverat (de organisator van de Engelse reis voor Marc en Gide) en behoort met hem en Gwen Darwin, Maynard Keynes en David Garnett tot de ‘néopaiens’, de nieuwe heidenen, gekenmerkt door hun socialistisch engagement, hun gehechtheid aan het sportieve leven in open lucht en door een dominerende heteroseksuele gerichtheid.

In een brief in 1911 schrijft Rupert Brooke ‘Le groupe de gens dont nous faisons partie…ne s’ accouplent pas hors mariage.’

Maar intensiteit des te meer, dat zal blijken uit het vervolg van de korte,maar hevige relatie tussen dat grootogige meisje en de dichter.
Helaas zal de dood ook zijn rol vervullen.


SECRETS DE FAMILLE (5)

 

dyn009_original_418_348_jpeg_20344_4c9e1b9634fedfbf4ba5a4ccf2fc4de7

Beschrijven we voorbije levens dan lijkt het wel of hun emoties en liefdes in enkele lijnen zijn te klasseren, erger nog: te verklaren.
Dat zijn ze dus niet, en het feit dat wij hun emoties en passies vergeten te vergelijken met de onze, al dan niet in de verleden tijd, maakt van een biografie een geschrift met veel ‘grafie’ maar weinig ‘bio’.

Billard heeft daar oog voor.
We citeerden al de liefde van Marie voor Loup (Aline Mayrisch) en de veronderstelling dat zij juist voor Aline haar notities omtrent Gide in haar Cahiers is begonnen, klinkt heel geloofwaardig.

‘Je prends la résolution de noter pour toi, selon la promesse que je te fis, tout ce qui éclairela figure de notre ami et dont je suis témoin.’

Dat zijn de eerste lijnen in haar Cahier. En Billard:

‘Parmi les liens -dont nous identifions imparfaitement la nature- qui réunissaient Loup en la Petite Dame, André Gide ne compte pas pour rien.’

Als la Petite dame bij het schrijven van een brief naar Loup (waaruit we gisteren citeerden) haar liefde voor Aline aan Gide bekend heeft, vraagt deze zachtjes:

‘Et que pense Verhaeren de tout cela?’

Inderdaad een vreemde vraag want je zou eerder gedacht hebben dat hij naar de gevoelens van Theo had gepeild.

Gide kende echter de amoureuze verhouding die Maria met Emile had gekend.
Beide families, de Verhaerens en de Ryselberghes waren nauw met elkaar verbonden.
Verhaeren was de peter van dochter Elisabeth.

dyn009_original_400_331_jpeg_20344_91a8f49b2147c5f938ca29faaced8553

In 1895 wilde Verhaeren alleen zijn om te kunnen werken.
Er werd een huis aan zee gehuurd waarvan Maria de intendante was en waar zij haar eigen bezigheden kon uitoefenen terwijl Verhaeren schreef.

‘Dans cette solitude à deux, affrontée sans arrièrre-pensée, en toute innoncence, ils découvrent que leurs sentiments, qu’ils savaient chalereux, deviennent, attisés par le désir, encombrants et périlleux.
Ils sauront, avec une sorte d’héroïsme modeste et cruel, rester fidèles aux absents.’

Kijk, die mensenkennis verbinden met de liefde voor taal, je zou voor minder francofoon worden.
Maar dit terzijde. (want op een dag als vandaag…)

iverhae001p1

Ik kocht enkele weken geleden een antiquarische uitgave van ‘Il y a quarante ans’, (1935)waar la petite dame onder het pseudoniem van Saint-Clair (de naam van het kustdorpje waar hun landgoed lag overigens) dit verhaal met eigen woorden overdoet.
En dat al deze dubbel-zinnelijkheid (het woord is van mij) de nodige vragen oproept, laat me overigens vrij koud.
De mens in hokjes plaatsen is niet mijn sterkte, noch mijn taak.

Kom Billard, als je de vraag stelt of er nu werkelijk ‘niets’ gebeurd is op de plage en je je verwondert dat zelfs de vraag niet is gesteld, en je afrondt met:

‘Dans ce milieu dont le don d’investigation est brillentissime, les pannes de curiosité intriguent…’

… dan zou je toch moeten weten dat die curiosité er weinig of niets toe doet.
Het mysterie mens heeft wel andere vragen te stellen, dacht ik.
Laten we dat dan morgen samen doen als we het over Elisbeth zullen hebben.

dyn009_original_362_414_jpeg_20344_e881ba292ce98004d22301e4f1fee3b4


SECRETS DE FAMILLE (4) NOS VERITES SI DIFFERENTES

dyn007_original_491_357_jpeg_20344_3a90725503fd3e2f23f1dccdd5bce801

Ze werd geboren als Maria Monnom in Brussel in 1866, la petite Dame, twee jaar na Dorothy Bussy dus.

Haar vader runde een drukkerij waar enkele nummers van de Nouvelle Revue française zijn gedrukt.
Een intelligente ondernemende vrouw was ze.
Ze kende al vlug de toenmalige belgische intelligentia, schrijft Billard.

dyn007_original_360_270_jpeg_20344_8a98384531761370d0c0996c3eef08ba

Op haar 23ste trouwt ze met Théo Van Rysselberghe, schilder met toen al een zekere faam wiens werken naast die van Bonnard en Signac werden tentoongesteld.

Hun dochtertje Elisabeth die een zeer belangrijke rol zal spelen in ons verhaal wordt in 1890 geboren.

Ze installeren zich in Parijs in 1899 en maken daar al vlug kennis met André Gide.
Hij vertrouwde haar toe dat hij als jongetje met poppen speelde waarop zij:

‘C’est dommage que tu ne sois plus un petit garçon.’
En Gide:
‘Ma petite fille, on ne m’avait jamais rien dit de plus gentil.’

In haar notities lezen we dat ze al op erg jonge leeftijd werd aangetrokken “par ce nouveau monsieur”.

dyn007_original_519_275_jpeg_20344_83c904ac7891f5ac045caa0b4877aaa6

Twee jaar later verhuizen de Rysselberghes naar de rue Laugier, “Le Laugier” zoals het in de langue gidienne ging heten, en werd dit huis een natuurlijke refuge voor hem, hij die graag bij vrienden en vriendinnen ging logeren, liever dan zich in zijn eigen ‘Villa’ terug te trekken

Monique Nemer bekijkt het verhaal vanuit haar kant en laat haar aan het woord om die ‘aantrekkingskracht’ van Gide onder woorden te brengen:

“…faite d’ attrait, de confiance absolue, mais aussi de résistance, grace à laquelle {elle} évitait l’ accoutumance et la banalité.”

En Nemer voegt er zelf aan toe:

‘Et cette constante exigence de vérité, envers elle et les autres, qu’ elle maintint au-delà de toutes les souffrances intimes.’ (p213)

dyn007_original_287_500_jpeg_20344_92278990fec874243598964c486b87b7

En bij die ‘souffrances’ moet je zeker haar liefde voor Aline Mayrisch, Loup bijgenaamd, rekenen.

Zij was de echtgenote van de schatrijke Luxemburgse industrieel Emile Mayrisch.
Ze werd geboren als Aline de Saint-Hubert in 1874 uit al net zo rijke industriele ouders.
Emile voelde zich geroepen als kunstmaecenas op te treden en zou later La Bastide kopen, een grote hoeve die Elisabeth mocht beheren.

‘Loup- complexe, déchirée, capable de toutes les tendresses et de toutes cruautés, initiatrice de folles nuits blanches quand elle vient “s’amuser” à Paris mais aussi tradutrice rigoureuse des sermons de Maître Eckhart…’

Zo vat Monqie Nemer haar persoonlijkheid treffend samen.

De grote liefde die la petite dame voor haar koestert brengt haar dicht bij Gide, want bij hem kan ze over die liefde openlijk praten.

En Gide:
‘Pour ce qui est de vous aider à porter vos joies et vos peinen, je m’offre d’une façon illimitée; pour ce qui est des risques matériels, nous faisons bien d’être sages et d’éviter tant que nous le pouvons des airs de complicité qui seroaient graves aux yeux de ceux que nous aimons.’

dyn007_original_448_358_jpeg_20344_c40131d32a42f6367ba4f9dd11f100b2

En zo schrijft Maria aan Loup:
‘Ma confidence fut comme un torrent. je dis tout: {…} ..toutes les complications de notre cas, le côte douteux, comme supendue, de nos rapports, la beauté de notre sincerité, nos vérités si differentes, la place que tu prenais dans ma vie.’

Net zoals Dorothy Bussy, zoals La petite dame, had ook Loup een dochter, Andrée (Schnouky) geboren in 1901.

Het huis in Dudelange en later het kasteel te Colpach waar de Mayrisch leefden, werd een cultureel en intellectueel trefpunt, maar vooral de thuis voor de Gidiennes, en ik sluit met de woorden van Billard:

‘…le refuge précieux où la petite société gidienne vient se détendre, ourdir ses complots, cicatriser ses blessures. Et les blessures, il y en a…’