DE BEKORING

dyn008_original_386_500_jpeg_20344_26fbe216570a23ed38bb01a4e674d460

De gravure boven is van de 15de eeuwse Duitse meester Martin Schongauer (1430-1491), en hieronder, wat een jongen van twaalf, dertien ervan maakte in 1488.

dyn008_original_372_500_jpeg_20344_6400e6d51969739150256664e7f3f32a

‘De bekoring (of geseling) van Sint Antonius’ is een bekend onderwerp in de schilderkunst.
Het geeft de kunstenaar de kans het overdadig lelijke als het overdadig mooie (in de gestalten van engelachtige meisjes en dito) te verpakken in een artistiek werk.

Jeroen Bosch maakte zijn versie waarschijnlijk rond 1515, en je zult zeker overeenkomsten merken die de atmosfeer van heiligheid in gevecht met het kwade verbeelden.

Martin Schongauer was een van de voornaamste prentenmakers voor Dürer, en de grote meester nam zeker een aantal prenten van hem als inspiratiebron.

Een leuk detail is dat Schongauer werd aangesproken met zijn bijnaam ‘Hübsche Martin’ (Mooie Maarten) die ook in verschillende vertalingen gangbaar was: ‘Beau Martin, ‘Bel Martino’, Hipse Marten’.

De twaalf-dertienjarige jongen die de copie op hout maakte in tempera en olie heette ‘Michelangelo’ en naar men aanneemt zou dit zijn eerste schilderwerkje zijn.

dyn006_original_408_467_jpeg__f382bfa58f38dcdf00ec7d50e2c84055

Ascanio Condivi, zijn biograaf en zijn vroegere leerling vertelt dat de jongen naar de vismarkt ging om aldaar de schubben te bestuderen voor zijn schilderwerk.
Dergelijke verhalen behoren waarschijnlijk bij de mythologie die zich rondom grote geesten en boosdoeners opstapelt.

dyn006_original_375_500_jpeg__4bd8868688b334b79a4ceb4d987add11

Bij Schongauer als bij Jeroen Bosch (rechts) hebben de demonen het uiterlijk van figuren waarin onderdelen van dieren zijn verwerkt.
Zelfs insecten in allerlei ‘nieuwe’ samenstellingen zoals de kruiperige salamander met vlindervleugels bevolken het tafereel.

Bosch zorgt nog voor enkele mensensnoetjes, kijk maar naar de schijnheiligaard die zelfs de bijbel leest (een mooie verwijzing naar een bepaalde soort clerus die het niet zo nauw nam met de heilige levenswandel).
Schongauers duivels (in de vorm van het geschilderde Michelangelo tafereeltje) zijn krachtige figuren, ze zijn van de mensen vervreemd, ze staan buiten ons waarnemingsveld.

Er is dus voor de mensen zelf nog hoop.
Ze kunnen het opnemen tegen dat ontmenselijkte kwaad dat je overvalt, dat je bestookt, aan je baard gaat hangen, op je rug timmert, je wel doodsbang kan maken door zijn absoluut villain uiterlijk, maar ver van de schoonheid blijft verwijderd.

In het quatro- en quinquecento zal tegen dit buiten-menselijke kwaad een net zo buitenmenselijk beeld van de andere kant groeien, de ideale schoonheid met het menselijk lichaam in zijn ideale vorm als maatstaf.

En daar staan we weer:
Tussen de hel en de hemel.
De pest waart rond terwijl de mooiste kathedralen en paleizen worden gebouwd.

Het zal nog even duren eer het spleen, de gespletenheid in de kunst opduikt.