913000725b

Er zijn momenten, en die momenten overheersen de laatste weken, dat ik een grondige hekel krijg aan de opeenstapeling van ‘hedendaagse’ kunst in gallerijen en aanverwante behuizingen. Krasjes, streepjes, slechte tekeningen, kleurenmopsen, bewerkte beelden (citaten dus!) bottox-dames bij de recepties, verfomfaaide heren wiens artistiek statement in het zwijgend mompelen verscholen zou zijn, handige jongens die rekenen welke namen dollarwaarde kunnen regenereren, onverschilligheid van het grote publiek, kortom: basta!
Bij dergelijke aanvallen is schuilen  bij de David Nollan gallery in Chelsea nog een uitkomst. Ik heb hen beloofd in oktober hun nieuwe collectie in het  bijhuis in Berlijn (Nolan Judin, Heidestrasse) te bezoeken maar toef nu in West 29th street plaats waar de verbinding tussen Amerikaanse en Europese artiesten altijd aanwezig is geweest.
De man die me vandaag weer eens verzoent met het artistieke bestaan is op tachtigjarige leeftijd in 2006 gestorven, geboren dus in 1925 en dat nog wel in Schotland waar hij zijn ‘little Sparta’ bewoonde en bewerkte, een huis met tuin, want de kunstenaar Ian Hamilton Finlay was filosoof, dichter, bezig met geschiedenis (en hoe!) landschap- en tuindesigner, een kunstenaar in de breedste zin van het woord.

In de vroege jaren zestig begon hij met ‘concrete poëzie’ en toen al bleek zijn gevoeligheid voor het formalistische vooral dan wat kleur, vorm, schaal, tekstuur en compositie betrof.
Zo schrijft hij in 1963 aan Pierre Garnier:

I feel that the main use of theory may well be that of concentrating the attention in a certain area-of providing a context which is favourable to the actual work. I like G. Vantongerloo’s remark: “Things must be approached through sensitivity rather than understanding . . .”; this being especially acceptable from Vantongerloo since he is far from being against understanding (it seems to me)-his “must” I take to mean “must” because the world is such and we are so…. An understanding (theoretical explanation) of concrete (in general) poetry is, for me, an attempt to find a non-concrete prose parallel to, or secular expression of, the kind of feeling, or even more basically, “being,” which says, if one listens carefully to the time, and if one is not sequestered in society, that such-and-such a mode of using words-this kind of syntax, this sort of construction-is “honest” and “true.” . . .

1425263495b

 

Georges Vantongerloo (hij zal twee jaar later overlijden) was niet zo maar de eerste de beste.  Hij dacht dat de wiskunde, de geometrie hem de geheimen van de schoonheid zou kunnen ontsluiten.  (eren wij deze befaamde landgenoot genoeg?) Dat Ian Hammilton Finlay net hem citeert en het in die brief met hem over ‘sensitivity’ heeft, eerder dan over begrijpen is een mooie hint om de tweespalt tussen wetenschap en het intuïtieve te verzoenen.

Woorden. Of ze nu in steen staan gehouwen of als neon-letters oplichten, hij kan niet zonder. Hij zoekt zijn inspiratie in het neo-klassieke van de Romeinse tijd, maar hun schoonheidsideaal dat ze van de Grieken erfden vult hij aan met hedendaagse gereedschappen zoals het anti-tankwapen waarmee de klassieke man hier is uitgerust. (1993)

‘The movement of words and language into the world has been most fully realised by Finlay in his now famous garden, Little Sparta, set in the windswept Pentland Hills of southern Scotland. Begun in 1966 when Finlay relocated with his family to the site, an abandoned farm, Little Sparta is a deliberate correction of the modern sculpture garden through its maker’s revisiting the Neoclassical tradition of the garden as a place provocative of poetic, philosophic and even political thought. ‘ (Prudence Carlson)

1320969182b

De tuin is het epicentrum van Finlay’s culturele productie.

‘With its far-ranging allusions to pre-Socratic philosophy and Ovidian metamorphoses, to the art of Poussin and poetry of Vaughan, to the imagery adopted by the shapers of Revolutionary France, to WWII sea battles and contemporary Scottish fishing craft, Little Sparta itself stands as a single grand metaphor for no less than Western Culture.’

Het is zijn visie op de tegenstelling tussen nature en culture, en zo vind je in Little Spargta niet alleen de onsterfelijke goden maar ook moderne oorlogsschepen of andere symbolen van de ons intussen zeer bekende terror.

In de kern van zijn werk vind je kleine boekjes, postkaarten en ‘proposals’.  Dat is de kern van de dichter die hij is.

‘Meaning, in the purely non-literal or figurative sense, is more obvious as such in Finlay’s paper works than in his three-dimensional pieces which often have an irresistible physical presence. This meaning, which can be suggestively open-ended, is arrived at through metaphor — i.e., through the coupling, on a single page, of unlike terms which are brought to behave as “multivalent” pointers, or as shifting invocatory signs.’

4030458408b

De klassieke zuilen zijn deels gehuld in oorlogs-camouflagekleuren, deels voorzien van dodelijke witte ringen.  Het evenwicht van de klassieke cultuur is inderdaad een onvervulde droom gebleken.  We kunnen de krijger in ons niet uitschakelen.  We nemen te graag wraak, we verbergen ons achter wapens.

Toevallig dat bepaalde ‘staatslieden’ nu weer het latijn als citaattaal hanteren.  Ze markeren hetzelfde verlangen naar de bondigheid van de oude filosofie maar verbinden ze zonder schroom met nationalisme of een soort sentimenteel europees vaderland dat door de werkelijkheid dagelijks is achterhaald zoals vandaag nog maar eens blijkt.

Onze achtertuin bestaat uit ‘zwakke broeders en sterke natiestaten.  De zo geroemde broederschap uit de Franse revolutie wordt dagelijks met de voeten getreden.  Onze bankpapieren duiden de waarde aan, niet in het minst onze cultuur die we dan al zouden gemeenschappelijk hebben.

2075445665.2b

Wat wij aan cultuurmonumenten achterlaten maakt de armoede van Europa duidelijk.  Liberale bankverzekeraars maken de dienst uit, niet de kunstenaars. Terecht wordt erin Nederland lawaai gemaakt  door kunstenaars.  Het gaat immers niet alleen om het al dan niet verlenen van subsidies.  Het gaat om het gedachtengoed, dat ouderwetse mooie woord.

Europa is niet gered met enkele pseudo haiku’s, nog minder door het opnieuw accentueren van nationalistische volksmennerij, en zeker niet door de socialistische hegemonie waarin zonder toelating van ‘het bestuur’ niet gehandeld zal worden. (al hangt het bestuur dan een bordje uit dat het niet verantwoordelijk is voor gebeurlijke ongevallen.)

Ian Hamilton Finlay gaf zijn verlies ruiterlijk toe, maar zijn niet aflatende pogingen om cultuur en natuur met elkaar te verzoenen zullen deze dagen broodnodig weer boven water moeten komen.