EEN VROUW VAN ALLE TIJDEN, EEN PORTRET VAN KARL OERTEL

Oertel2.jpeg

Karl Oertel werd op 20 mei 1890 in Karlsruhe, Duitsland geboren.
Van 1908-1910 was hij leerling in de ‘Kunstgewerbeschule’ van zijn heimatstad als leerling van Walter Georgi (1871-1924)
Van 1912 was hij in het leger en bracht hij de tijd daarna van 1914-18 aan het front door. Terug uit krijgsgevangenschap zette hij zijn studie verder en was meester-leerling van Albert Haueisen (1872-1954)
Hij maakte verschillende studiereizen naar Frankrijk en Italië.
In 1926 nam hij de stukadoorfirma van zijn vader over die hij 40 jaar bleef leiden..
Bij een bombardement in de tweede wereldoorlog verloor hij meer dan 400 werken.
In 1950 keerde hij terug naar Karlsruhe waar hij in 1979 overleed.

Dit mooie werk is het portret van Johanna Sänger (1828-1912) vrouw van Johann Sänger (1805-1872) hofmusicus aan het groothertogelijke hoftheater.
Er hebben trouwens meerdere leden van de familie Sänger voor hem geposeerd.

Het mooi gekaderde portret (kader van mahoniehout en geëboniseerd hout) dringt door tot in het innerlijk van een merkwaardige vrouw die je net zo goed als een hedendaagse vrouw kunt ervaren.
Haar levensvreugde en voornaamheid, haar aanwezige blik, hij heeft ze samengebracht in dit prachtige portret uit 1914.

Olie op vezelplaat, linksboven gedateerd en getekend in zeer fraaie kostbare kader van mahoniehout.

met kader: 55 cm x 62,5 cm
schilderij: 44 cm x 33 cm

verkocht

oertel1.jpeg

oertel3.jpeg

ENSOR BEKIJKEN, EEN ELF IN WONDERLAND.(2)

1.10

Het licht waait binnen op haar schets.  Door het klassieke ‘kinderraam’ valt het licht op het doek, en mocht de schilder de schaduw vergeten zijn dan is zijn appel blijkbaar duidelijk present in de ruimte, want of hij nu al op het canvas stond of wonderlijk genoeg veroorzaakt wordt door het binnenvallende licht, het blijft een raadsel, eigen aan de magie van het wonderland.

56christ

Wie dus licht wil verbeelden zal het over schaduw moeten hebben.  Ik denk dat Caravaggio een van de eersten was die besefte dat het gracieuze waarin de schilderkunst van zijn tijd verbleef ver genoeg boven de aarde verheven was om schaduwloos te blijven, maar dat nu de tijd was aangebroken om in de mengeling van licht en donker de mens als mens voor te stellen, hoe verheven zijn status of aanwezigheid ook mocht zijn. De lichteffecten immers ontstaan door het aanbrengen van zware schaduwen zodat de tegenstellingen voor het nodige drama zorgen.  De wolkenloze hemel is open gescheurd, en Gods zoon is net zoals wij allen een mede-lijdende mens geworden.  In zijn lichtende vlekken benadrukt de schilder dit drama terwijl de beul vanuit het donker zijn ‘werk’ volbrengt. Het licht  maakt de naaktheid van de lijdende, zichtbaar en des te pijnlijker zullen de zweepslagen deze goddelijke schoonheid op een laag menselijke manier aantasten. Er worden standpunten ingenomen door de keuze van het invallende licht, van het dreigende duister.  De onderwerpen krijgen een extra dimensie die uiteraard nog versterkt wordt door opstelling, compositie en gelaatsuitdrukkingen.

Dat het licht ons omgeeft, dat het een handelende rol speelt was voor de elf in wonderland was dadelijk duidelijk.  Op de portretten die hier hangen wees ze onmiddellijk richting en atmosfeer aan.  Het verhaal van de dramatische schaduw heb ik haar bespaard, daar heeft ze nog tijd voor.  Blijven we dan nog even hangen bij Ensor die in zijn zeer aards luminisme een ander geheim duidelijk maakt:  licht dat vanuit de verf, vanuit de kleur zelf ontstaat, hoe macaber het onderwerp op zichzelf ook mag wezen. Haloween is haar lievelingsfeest al schrikt ze zich rot van het kleinste spinnetje dat de warmte opzoekt en wil ze dat ik meega als ze op mijn werkkamer iets moet ophalen.

het-schilderend-geraamte

Hier spreekt de kleur zelf, het blauw van het pak, het geel-goud van de kaders, de lichtende onderwerpen van de schilderijen in het atelier. Licht.  Licht.  Licht! De geraamten zijn hun macht verloren, ze horen bij het licht, ze veroorzaken het omdat de essentie, dat wat van ons overblijft, het licht best kan verdragen, het licht een mogelijkheid is OM het te verdragen, om er als kinderen mee te griezelen en het juist daardoor te beheersen, te plaatsen in het universum van verschijnen en verdwijnen. Spot als levenskunst.  Vanitas met de glimlach van iemand die inderdaad ‘het licht gezien heeft’.

In de kunstgeschiedenis is ten overvloede het licht verbonden met het impressionisme, maar als je de prachtige werken van Emile Claus bekijkt dan ontsnappen die aan dat -isme, net zoals het werk van Ensor het overtreft omdat de lichtvoering niet alleen op het moment is gericht zoals de Franse meesters bewezen maar een essentieel onderdeel van de verf en penseelvoering is geworden.  Het gaat niet om het momentele, het gaat daarentegen om het eeuwige, om het altijd-durende, zelfs al lijkt het onderwerp gebonden aan een seizoen of moment van de dag.

emile_claus.2

Deze uitwisselbaarheid van het moment met het tijdloze begreep ik als kind heel anders.  Toen keek ik naar het hooi-landschap, sloot ik mijn ogen en hoopte ik dat enkele seconden later de jonge vrouw de verre wandelaars achterna was gegaan.  Het vervolg. Een techniek van het stripverhaal.  Veel later begon ik te snappen dat het moment dat de schilder vastlegde zijn uitbeelding oversteeg, dat we in onze geest de verplaatsingen konden maken, maar het belangrijke juist de verstilling was, de roerloosheid waarin de kunstenaar zijn onderwerp had ondergebracht.

1b

Het licht kreeg net de functie om het moment te overstijgen daar waar ons geleerd werd dat het een moment vastlegde. Al is het licht vaak gebonden aan plaatsen, zal het Zuiderse licht in wezen verschillen van het Scandinavische licht, het licht als kracht, als medium dat ons losmaakt uit onze eigen momentele kleinheid, vervult zijn rol waar ook ter wereld het gebruikt wordt om ons te betrekken bij schoonheid of ontroering, bij onopgeloste raadsels of festijnen, bij magie of zielig vertoon.

De elf was nog onder huiswerken en Franse lessen bedolven.  Ze zat in het licht van de veranda een deel van een kunstwerk te wezen.  We legden met het fototoestel het licht vast zoals wij het toen zagen en voelden. Daarna moest ik berekenen wanneer een zwembad van x liter voor drie-vierde vol was als een kraan van 1000 liter per uur (?) het vulde.  Wie verzint het!

 

ENSOR BEKIJKEN, EEN ELF IN WONDERLAND.(1)

ensor2.jpg

In mijn onbewoond magazijn staan de schilderijen en tekeningen naar elkaar te kijken. Ik ga er niet vaak naar toe.  Ik heb ze immers in mijn hoofd opgeslagen.  Een bekend componist van koorwerken zei dat hij geen cd-speler nodig had.  Hij las de partituren en hoorde de werken.  In zijn hoofd. Puur.  Zonder menselijke zwakke uitvoering, of akoestische en technische defecten.

2175--de-witte-wolk-1884

Ik herinner mij dus voortdurend mijn schilderijen, portretten, landschappen, stillevens. Alsof ik ze vanuit de schilder bekijk. Denk ik althans. In tegenstelling met de muziek is er maar één uitvoering van een schilderwerk of tekening.  Ik kan me voorstellen dat er achter het werk een leven, een tijd, ruimtes aanwezig waren.  De ervaring van een kunstwerk telt net zo goed als wat je er wetenschappelijk van te weten kunt komen.  De sublieme ervaring van de geschiedenis. In mijn herinnering echter stapelen de verschillende versies zich op.  Ze verbinden immers het werk van de kunstenaar met elementen uit mijn eigen bestaan.  Zelfs de muziekpartituur ontsnapt daar niet aan.  De tijdstippen waarin je een sonate ‘leest’, de omstandigheden, je eigen passage de vie, hoe afstandelijk je ook denkt te zijn, er is een verbinding, en wellicht is die verbinding één van de voornaamste doelen van elk kunstwerk, of het nu utilitair is (architectuur) of erg abstract (muziek) het leeft pas door de beschouwer, de kijker, luisteraar, gebruiker. Onbeleefd zou je kunnen zeggen dat ze elkaar bezoedelen, beter: besmetten.  Zonder die besmetting kijk ik naar de ruggen van doeken en kartons, worden het namen in mijn catalogus, elementen uit een bio, cijfers op een veiling.

1988-c--christus-aan-het-volk-getoond-1885

Terwijl mijn joch het einde van haar art-deco-periode gaat verkennen (ze is dus bijna 38) is haar joch een vrouw van elf, en dat in alle betekenissen van het woord. Als grootvader sluit je nogal vlug een verbond met je kleinkind, eerder nog dan met je kind, want overgeërfde eigenschappen stappen wel eens over de eerste generatie heen.  Eigenschappen zeg ik.  Goede en slechte.  Boeiende en vervelende.  Het kan ook zijn dat je die innigheid pas op latere leeftijd opmerkt omdat je nu de tijd kunt nemen om gewoon aanwezig te zijn terwijl je met de eerste generatie vooral ‘opvoedend’ dacht bezig te moeten zijn.

De elf had een cursus ‘schilderen met acryl’ gevonden, een mooie farde met  stapsgewijze lessen uit een voorbije Teleac-tijd waarin de kijker tot zelf schilderen en tekenen zou worden aangezet.
Ze is gebiologeerd door mappen, cursussen, formulieren, een eigenschap die ik uit mijn kindertijd herken en waarschijnlijk bij de meeste leeftijdsgenoten de drang tot verzamelen zichtbaar  maakt:  het bezitten van meerdere dezelfde dingen, of dingen die op elkaar lijken, bij elkaar horen. Volwassenen vergeten dat het om nutteloze dingen ging en zetten die manie om in het verzamelen van bankbiljetten, vastgoed en losse liefdes.

2072--adam-en-eva-uit-het-paradijs-verjaagd-1887

Natuurlijk kon ze zelf niet goed schilderen, zei ze.   De voorbeelden uit de cursus, daar moest ze niet aan denken. Maar die kleuren.  De studies van verschillende soorten papier, verven, mediums, penselen.  De namen van de kleuren:  kraplak donker, cadmium rood, ceruleum blauw, ultramarijn donker, transparante en dekkende kleuren, glaceren, impasto-techniek… Pure liefde die ik herkende uit mijn jongenstijd waar ik teken-en schilderles ging volgen om de geuren van potlood, olieverf en houtskool te kunnen ruiken, om de prachtige dozen met tubes en kleurpotloden in handbereik te hebben. En met die schoonheid der materialen het verlangen wakker maken om zelf met die kleuren iets moois te mogen doen, om voorzichtig een lucht vol wolken te hangen, de zon bloedrood te laten ondergaan, het geheim van HET LICHT mee te mogen ontsluieren.

Je zou mij les kunnen geven, zei ze.  Niet in het tekenen, maar over kunst kijken.  Neem nu Ensor.  Zijn maskers.  Je kunt mij over hem vertellen.  We bekijken samen zijn schilderijen (een gewoonte die we sinds haar heel jonge jaren hebben aangeleerd, als er tenminste een cafetaria of boekenwinkel aanhet museum verbonden was!) en dan maak ik uit plaaster of klei een masker, of we zoeken zijn lievelingskleuren bij elkaar.
Natuurlijk heb ik ja gezegd. Je bent nu eenmaal opi en neen komt zeer weinig in grootouders-woordenlijsten voor.

2008-b--kinderen-aan-het-ochtendtoilet-1886.2

‘Je n’ ai pas d’ enfant, mais lumière est ma fille, lumière une et indivisible.’ (Mes écrits ed. 1974 p.150)

‘Je croque des passants, des pommes, des volailles, des flacons blues…Tous les procédés sont bons: crayons, aquarelle, gouache.  Et gosse Lumière entre en sautillant, culbutant tables, déformant verres et bouteilles, brisant vitres et vaiselle.’ (Mes écrits, ed 1974 p 206)

 Daar zal het dus over gaan:  LICHT.  Zoals Ensor dat zelf zei toen hij ‘De aureolen van Christus’ als tweede titel ‘de gevoeligheden van het licht’ meegaf.
Elf Lumière zal hier morgen vrolijk binnenkomen.  Wel opi?  Gaan we Ensor bekijken? Ik hou je op de hoogte.

SCHILDERSLICHT: BOOTJE AAN DE KADE, LUCIEN STAQUET

HONFLEUR.jpeg

 

Vaak vind je in de regio mooie doeken uit privaat bezit van schilders die in de regio verbleven, Wales, Beieren, Henegouwen.
Zoals dit vrij grote werk (80 cm x 100 cm) van STAQUET LUCIEN (niet verwarren met een andere Belgische schilder Stacquet Henri)
Staquet Lucien leefde van 1911-1989 en vestigde zich in 1938 in Mons (Bergen) waar in 1941 zijn eerste tentoonstelling werd georganiseerd.
Hij werd de schilder van landschappen en marines genoemd en zijn centrale thema bleef ‘het water’.
In dit werk combineert hij de stad en het water.
Het is middag.  De schaduwen zijn vrijwel onbestaande.
Stilte in de straat die op het water uitgeeft.  Alleen de luifels boven de winkels duiden de menselijke aanwezigheid aan.
Een vissersbootje ligt aan de kade. We zijn in Honfleur, schilderslocatie bij uitstek.
Kijk naar de mooie vlakverdeling, naar de lichte kant van het water en de vervagende kant van de straat.

Staquet was een autodidact.
Hij schilderde meer vanuit het gevoel dan vanuit vooropgestelde principes.  
Kijk naar de vlakken en kleuren van de straat die in grijs uitlopen, naar de helle vlakken van de gebouwen boven het water.
Hij verbleef vaak in Frankrijk, stelde er ook ten toon. 

Staquet Lucien (1911-1989)
80 x100 cm
In aluminium kader
Links onder getekend.

prijs: 450 euro

bekijk onze collectie: www.timelessartcollection.eu

Boeiend is ook het artikel van Michel Dereymaeker, conservateur en chef des Musées communaux de Mons over de kunstkring ‘Bon Vouloir’.

Daarin wordt ook Lucien Staquet vernoemd in een van de zeldzame exposities van de kring tijdens de tweede wereldoorlog.

Kijk bij: Mons.be

 

JAN COSTERIUS ‘LANDSCHAP’ AQUAREL

landschap.jpeg

Jan Costerus (zijn echte naam was Jan Koster) heeft een behoorlijk oeuvre geproduceerd. Omdat niet veel van zijn schilderijen en tekeningen op de markt worden gebracht, is hij als lid van De Ploeg minder bekend geworden dan andere leden, zoals Dijkstra en Altink. Costerus was in zijn schilderscarrière een laatbloeier en kreeg dan ook snel de bijnaam ‘de nakomer’. Pas rond zijn 70e, na zijn carriere als notaris in het Groningse Ten Boer, begon Costerus te schilderen. Hij was daarvoor echter al zeer geinteresseerd in kunst, want hij had een verzameling schilderijen van de Haagse School. Na vier jaar als amateurschilder te hebben gewerkt, kreeg hij rond 1950 algehele erkenning. Ploegleden als Hendrik de Vries en Johan Dijkstra schreven in verschillende dagbladen bewonderend over het werk dat Costerus exposeerde. Hendrik de Vries typeerde zijn schilderkunst eens met de volgende woorden: “Gedegen en toch uiterst spontaan,..van een fanatieke heftigheid, soms bij het wilde af, en toch mannelijk beheerst…werk waar iets van uit gaat”.

Deze aquarel ‘landschap’ is daar een goed voorbeeld van.
Een plekje in het Groningse landschap, water, riet, de vlakte.  Maar kijk naar het temperament waarmee dit eenvoudige gegeven is neergezet.  De botsing tussen verstilling van het landschap en de heftige penseelstreek brengt wel een bijzonder persoonlijke beleving voort.

Ingekaderd in een zeer mooi groen getinte kader met glas beschermd. (zwaar!)
aquarel: 27 cm x 40,5 cm
kader: 63 cm x 72cm
Monogram JC onderaan rechts.

VERKOCHT

SCHOONHEID ALS SERIEWERK: GUSTAVE VAN VAERENBERGH

IBEELD1.jpeg

Gustave Van Vaerenbergh (1873-1927) leefde en werkte in Schaarbeek.

Hij is bekend geworden voor zijn fijnzinnige bustes in art nouveau-stijl die hij in allerlei materialen op de markt bracht. In zijn workshop (Carli & Frères) werkten 20 mensen om zijn creaties te produceren. Over de hele wereld verspreid, getekend met G. Van Vaerenberg of G.V. Vaerenberg. Gezocht door collectioneurs en fijnproevers. Puntjes op de i: Het is wel degelijk Gustave en niet Georges zoals sommige kunsthandelaars propageren.

Deze mooie grote buste uit terracotta is een allegorie op de muziek, aangeduid door de lier. Fijnzinnig afgewerkt gezichtje, mooie met planten gedecoreerde band in het haar, kijkend naar rechts. Blijkbaar is er van dit model nog een versie van ongeveer 50 cm terwijl deze 37 cm bedraagt en onderaan een basis van 35 cm heeft.

Getekend met G.V. Vaerenberg en modelnummer 771. Eerder zeldzaam. In onberispelijke toestand, topkwaliteit! 

verkocht

intussen is onze zaak gesloten

BEELD 2.jpeg

 

GERARD JACOBS: AVOND OP ZEE

jacobs.jpeg

Dit mooie werk van de Vlaming-Nederlander Gerard Jacobs (1865-1958) kochten we in Duitsland op een belangrijke kasteelveiling.

Gerard Jacobs, Antwerpenaar, stamde uit een artistieke familie en deed zijn studies aan de academie van Antwerpen. Hij schilderde portretten, interieurs, stemmige landschappen en dat in een post-impressionistische sfeer. Als lid van de kunstenaarsgroep ‘Als ik kan’ woonde hij circa 1903 op de Schoenmarkt, later in de Nationale straat en daarna Nachtegalenlaan, 9 in Berchem.

In 1914 week hij uit naar Nederland en vestigde hij zich in Vlissingen waar hij zijn verdere leven zou blijven wonen.
Hij huwde er met een van zijn leerlingen Josephine Hendrickx, vond in deze liefde zijn optimisme terug en organiseerde later de kunstbeweging ‘Het Zuiden’.

De intensiteit van het licht, de luminositeit van de atmosfeer, ze zijn volgens de kunstenaar aan een bepaalde plaats gebonden.
Hij en een aantal van zijn leerlingen worden bij de Scheldeluministen gerekend, een beweging die zich volgens de dichter Verhaeren van Antwerpen over Terneuzen naar Vlissingen uitstrekte.

Dit kleine werk in zijn kostbare eigentijdse kader is daar een schitterend voorbeeld van.
Het is avond. Een avond die zich in en boven de zee in verschillende tonaliteiten zichtbaar maakt.
De werkelijkheid lost zich op in driftige en toch verstillende kleuren, in een voortdurend lichtspel waar de tijd zijn betekenis verliest.

Olie op een houten plaat.
22,7 cm x 35,5 cm
Onderaan rechts gesigneerd.
Eigentijds prachtige kader die nog meer licht naar het schilderij trekt. (lichtjes beschadigd)

De kunstcriticus van de Vlissingsche Courant beschreef zijn kennismaking met Jacobs als
volgt:

“In al zijn werken ligt iets rustigs, geheel in overeenstemming met het voorkomen van den schilder, een eenvoudig en kalm man.” Achter dit kalm voorkomen ging echter een gedreven persoonlijkheid schuil die al een jaar na zijn aankomst een expositie met twintig andere, zowel Belgische als Nederlandse kunstenaars, wist te organiseren. De pers in het niet bezette gedeelte van België claimde Jacobs, want in hem zag men de leider van een nationale artistieke beweging.

De meester had in korte tijd 26 leerlingen om zich heen weten te verzamelen die hij met groot geduld, tegen een geringe vergoeding, de eersteprincipes van het schilderen bijbracht. Hij gaf ze les in zijn pand aan de boulevard Evertsen waar hij in de voorkamer zijn atelier had ingericht. Een Belgische journalist gaf van dat atelier een treffende sfeertekening. “On pénètre dans un petit salon comme dans une sanctuaire de piété artistique; au fond, un lourde tapisserie cache un atelier de peintre; en Ia soulevant, on voit devant soi toute une mer ensoleillé.

Onze antiekzaak is intussentijd beëindigd, de schoonheid blijft.