feb0d-faber2

17.

Je zou de dwingende lijnen kunnen plannen, ze nauwkeurig uittekenen en hun ontstaan beschrijven om ze  naarmate de geschiedenis vordert in elkaar te laten overlopen.  Deze planning van het lot, eigen aan verhalenvertellers, wordt vaak door de realiteit zelf ingehaald en voorbijgestoken. Of is het toevallig dat het landgoed van de porseleinfabriek oorspronkelijk eigendom was van graaf Carton  de Winnezele, edelman die in Zillebeke het kasteel t’ Hooghe zal laten bouwen dat daarna in handen kwam van de familie de Vinck en dat tijdens de eerste wereldoorlog… Laten we niet te snel deze negentiende eeuw verlaten maar toch nog erop wijzen dat de achternaam van de graaf de naam verraadt van een landelijk dorpje niet zo ver van Lille.

Maar ook Elsene zal een kruispunt van ontmoetingen worden zonder dat de families van dit verhaal daar nog iets aan kunnen veranderen tenzij ik de geschiedenis zou verwringen, een werkje dat ik graag aan anderen overlaat nu de liefde voor het lot mijn wijze stuurman blijft en ik de koers van het voorbije in het logboek van het verleden mag optekenen.

ebc41-porseleinfabriek
Het landgoed langs de Waverse steenweg kwam in handen van de familie van Jean Jacques Coché-Mommens, onder het Hollands bewind uitgever van de Courier des Pays-Bas, titel en inhoud die door zijn deelname aan wat de Belgische Omwenteling heet een patriotische inhoud kregen.

Voor het zover was had langs diezelfde steenweg Charles-Christophe Windisch, Fransman van geboorte, een porseleinfabriek met zijn vennoot Fréderic Théodore Faber, protestant en naar eigen zeggen afstammend van Willem van Oranje. De Fransman had voor Parijse en Limoogse ateliers gewerkt, de protestant, peintre du roi et marchand à la cour, was een ‘décorateur de la porcelaine en chambre‘,  een nijverheid die ook in Schaarbeek werd beoefend door de manufacture Montplaisir en de ter Loozen in Etterbeek, om de Cretté en de Mortelèque in Brussel stad niet te vergeten, deze vertegenwoordigers van het éclatante Brussels porselein uit de negentiende eeuw. Het gemeenschappelijk werk van Windisch en Faber kreeg de naam Ixelles I, wat inderdaad doet vermoeden dat er ook een Ixelles II heeft bestaan.

ce8c9-windisch-2
Het ontstaan daarvan ging samen met het ontstaan van België.  Faber wilde trouw blijven aan zijn Hollandse meesters en verbrak de samenwerking, terwijl Windisch, vriend van de familie Coché-Mommens, recht tegenover zijn voormalige fabriek, in de ruime lokalen van de afspanning ‘Au mayeur Cabaret’ (afspanning waarin de rijtuigen werden gestald om de Brusselse entreetaks te ontlopen bij het binnenrijden van de stad.) zijn Ixelles II oprichtte, gefinancierd door zijn vriend en Belgisch partisaan Coché.

Fabers atelier werd na zijn dood in 1844 verder uitgebaat door zijn zonen Henri-Emmanuel en Louis.  Daarna was het de familie Cappelmans, porceleinmakers uit Halle, die tot 1869 mooie dingen maakten, waarna de ovens definitief doofden. Windisch stierf in 1842. Vriend Jean Jacques handelde verder de administratie af en stelde het echtpaar Caillet aan tot bewindvoerders. Echtgenote Caroline was veuve en première noces van Nicolas Jean Eugène Coché, broer van Jean Jacques. Zo kwam het porcelein bij de Coché’s terecht, want in 1852 ging de zaak van het kinderloze echtpaar over naar nichtje Chantal , dochter van Jean Jacques,die met Emile Théodore Vermeren, leraar aan het koninklijk Atheneum van Elsene, was getrouwd. En dan zijn we terug in het verhaal dat nu perspectief heeft gekregen waarvan de verankering in porselein, hemelse stoffen en orgelbouw een spirituele combinatie oplevert. Wind, vuur en stoffen die toegang tot mysteries verschaffen, de mysteries van de geest en die van het mooie lichaam.

2571306528
Tante Josephine, tante Chantal, oom Emi-Theo en oom Joseph zijn de personages uit de kinderwinkel van Emilie.  Verbonden met de soms lange verblijven in Elsene worden ze breekbaar als porselein, zacht in het register van de voce umana, en door vrij aardse heiligheid omgeven.  Het Belgische luik van haar jonge jaren aangevuld met de ronde stilte in de Saint Cathérine, de bruisende geluiden van een Noordfranse stad die uit haar voegen barst.

Het landschap zal letterlijk met ijzeren lijnen doortrokken worden. Simon Philippart had nog voor hij in Lille de tramways wilde uitbaten, licenties en spoorwegen in België, Frankrijk en het Groothertogdom in een aantal grote financiële vennootschappen samengebracht, en probeerde industrieel en financier te zijn, een tweesnijdend zwaard in een Europa waarin voor lange tijd de Frans-Duitse tegenstellingen het gedachtengoed en de beurs zouden beheersen.


De kleine Léon sliep van oud naar nieuw. Het zou hem voorlopig niet deren maar in dat nieuwe jaar publiceerde de negenenzestigjarige Hans Christian Andersen zijn ‘Sprookjes en Vertellingen’. Evetyr og historier.