1753186221

16.

Emilie’ s kinderjaren in Elsene. Het grote huis van tante Josephine, Marie-Louise’s jongste zus, Chauseé de Wavre, dichtbij de nieuwe ateliers van orgelbouwers Merklin-Schütz die zich uitstrekten van huisnummer negenveertig tot drieënvijftig, op de hoek met de Francquartstraat. Tante Josephine woonde dichtbij het landgoed van de de Vermerens-Coché, de eigenaars van de porseleinfabriek op nummer 141-143 van dezelfde steenweg. Chantal Coché was de dochter van Jean-Jacques en nichtje van het echtpaar Caillet-Pouchelin , broer en schoonzus van Jean Jacques, voormalige uitbaters van diezelfde fabriek dat  in 1852, kinderloos,  de zaak aan Chantal overliet. Voor Emilie was zij net zo goed een tante als Josephine, zoals haar man Emile Théodore Vermeren door haar Emi-Théo werd genoemd. Naar Elsene gaan was bij de drie-eenheid Josephine, Chantal en Emi-Théo verblijven.

1666373934

Tante Josephine werkte voor de familiezaak -mooie stoffen en kerkgewaden- op haar toonzaal-kantoor in Brussel. Ze ontving er inkopers uit Londen en Berlijn, verkopers uit Parijs, organiseerde er exclusieve modeshows en leidde kerkelijke gezagsdragers rond in haar zelf ingerichte kapel waar de duurste kazuifels, alben, superplies, stola’ s en schoudermantels waren tentoongesteld. Exclusieve stukken, puur handwerk.

Ze was nooit gehuwd geweest maar onderhield vriendschappen met diverse vertegenwoordigers die voor de zaak Europa afreisden en tijdens de wintermaanden onderdak en genegenheid van Josephine kregen eens ze haar plechtig hadden beloofd met de lente weer te vertrekken en zich niets voor te stellen van wat er op intieme momenten gefluisterd werd, noch de indruk te geven de man te zijn die haar kon aanvullen of met wie de levensavond op een ordentelijke manier kon worden doorgebracht.

merklinentete.2
Ze verwees naar haar geboortejaar 1830 en hield al te gulzige huisgenoten voor net zo onafhankelijk te willen blijven als de jonge staat waarin zij werelds en religieus textiel met elkaar verzoende onder de noemer van schoonheid, exclusiviteit en weelderigheid, drie deugden die ze ook lichamelijk graag vertegenwoordigde.

De Brugse zetel liet duidelijk zijn afkeuring merken, maar Josephine’s gezegde ‘chassez le naturel, il revient au galop’, en het feit dat zij ook in moeilijke tijden de zaak boven het spreekwoordelijke minnewater wist te houden, beperkte de commentaar tot licht hoofdschudden en zachtjes zusterlijk sissen. Marie Louise had in haar eigen huwelijk geleerd dat leven en laten leven een hoge vorm van beschaving kan verraden en uitstekend de liberale handel dient. Ook als kind kon ze met Josephine goed opschieten, verzonnen ze samen listen om aan de strenge vaderlijke controle te ontsnappen terwijl de drie oudere zussen slechts door uiterste gedienstigheid en verregaande zelfopoffering een beetje vrijheid konden afkopen.

Het was Josephine die haar in contact bracht met de innemende orgelbouwer Joseph Merklin, met de jaren een uitstekend ambachtsman en toegewijde vader, maar aan de gouden rand van diezelfde jaren een kostbare vriend en minnaar, een tedere zwijger en een aangename causeur op wandel door het Parc Léopold na een namiddag ik zie-ik zie-wat jij niet ziet, boven de kapel van Joséphine, in wat zij een ‘pied au ciel ‘noemde, dat ruime Louis Quinze-bed waarover het gefilterde zachte buitenlicht van de Avenue Louise het einde van de zomer aankondigde.

 

(bij de foto van het landgoed boven rechts moet je de congiergewoning en de kapel wegdenken, die komen pas later in het verhaal voor.)