VERHALEN BIJ DE PELLET-KACHEL (4): EEN VREEMDE VONDST (DEFINITIEVE VERSIE)

zetel17.jpg

 

Na dertig jaar stonden ze voor voor de keuze: of het groot huisvuil, of een nieuwe bekleding. Zet je dierbare voorwerpen waarin je dertig jaar gelegen, gezeten en mensen ontvangen hebt op straat? Het oude leer verwijderen en er een nieuwe rood-bruine polyester-stof overtrekken is niet goedkoper dan kiezen voor nieuwe zitmeubelen.
Het tweede bankstel was nog met zeegras gevuld. De eerste koelkasten werden met dergelijk zeegras geïsoleerd. Zostera marina. Gordel van de zee.
Nu wordt het gebruikt om er ecologische doodskisten van te maken:  zeegras en wortels van waterhyacinten, wist de jongste.  Een begrafenisondernemer uit Sint-Pieters Woluwe plant voor elke overledene die hij begraaft of cremeert een boom in Nigeria.  Acasia’s in een hartvorm. Via internet kunnen de familieleden het groeiproces van de boom volgen.  ‘Grootoom Patrick heeft dringend water nodig!’  ‘Pa verliest blad.’


Ze opperden het idee dat je een vulling zou kunnen maken met de familiale asse die nu, opgesloten in een design urne, stond te bestoffen.  De voorouders als rugdekking.
Wellicht waren er in de nabijheid van de Stille Zuidzee stammen die het gebeente van de naasten in een zitmeubel verwerkten zodat je je je kon terugtrekken in de armen van de betreurde overledene of uithuilen op oma’ s schouder.
Nieuwe zetels kwamen nauwelijks ter sprake.  Ze vulden met hun grote vierkante en uitklapbare onderdelen drie vierde van de zitkamer en straalden een verlammende gezelligheid uit. Hierin je ging je letterlijk en figuurlijk onderuit.

Hun grootvader-zaliger was in  hun kindertijd de enige zetelbezitter in huis : zijn ‘voltaire’ werd zelfs bij zijn afwezigheid eerbiedig open gelaten. De groottantes pochten met hun ‘bergères’.  Deze zitmeubelen hoorden in het salon thuis. In de overige huiselijke ruimte werd alleen aan tafel en op het toilet gezeten.
Design-zetels straalden veel design maar weinig zetel uit. Zelfs eerbare prijswinnende ontwerpen bleken bij het uittesten nauwelijks op de hoogte van menselijke anatomie. Je zakte erin weg, veerde bij elke beweging een tijdje op en neer, verdronk in de bijhorende onderdelen of ontwikkelde speen door de harde rondingen van de overigens geheel naar de rennaissance ontworpen kussens waarop vergeving voor de zonden maar geen verkwikking voor de vermoeide mens geboden werd.
De uitdrukking ‘ik zie je wel zitten’ bleek verder weg dan ooit.

 

varier-peel-club-stoelen-draaifauteuils-kopen-bestellen-zitmeubelen-brabanta.jpg


Waren het vroeger doorwinterde hervormde christenen, uitvinders van het kapitalisme overigens,  die het oorkussen van de duivel onder elke zittend stel billen dachten te ontwaren, nu voerde een ware anti-zit-maffia bijna dagelijks actie via de media om de mens tot bewegen aan te zetten.
Hun overleden grootvader had het over bewegen-in-het-hoofd waarmee hij een gerede twijfel voorstond bij elke bewering die een zeker waarheidsgehalte poneerde. Zelfs het volkse wikipedia publiceerde dat bankstellen geliefd zijn omdat de meubels qua stijl bij elkaar horen. Al wordt het bezit als burgerlijk beschouwd, als bewijs daarvoor dat men een kant-en-klare inrichting koopt. (!)
(deze pagina is het laatst bewerkt op 10 aug 2010 om 6:43)
Taalkundig had de steller van dit legma blijkbaar een tijdje stil gezeten maar de toon was duidelijk gezet: sta op, gezetenen der aarde.

De huisgenoten besloten als reactie op deze kruistochten beide stellen opnieuw te laten overtrekken met een warme rood-bruine hedendaagse zetelstof die hen en hun nakomelingen zou overleven.
Ze wilden de kunst van het zitten (l’ art de  s’ assesoir!) in al haar mogelijkheden belijden zonder daarom afbreuk te doen van de neiging tot wandelen en rennen om een bus of trein te halen. Voor schoolkinderen van alle leeftijden zou echter een peripatetisch onderricht ten zeerste aanbevolen zijn. Is er iets zaliger dan na het wandelend opdoen van wijsheid neer te zijgen?

tumblr_nd9ep4Br5y1tqfyozo1_500.jpg

Enkele dagen na het afleveren van de bankstellen kregen ze een bericht van de zetelfabriek.  In de oudste chaise longue was een oude rode zijden  hoedje ontdekt. Wel versleten maar merkwaardig gemaakt.
Wilde het toeval dat net die avond een Ierse dichter langskwam, een gewoonte die bij tekort aan subsidies of andere inkomsten als vriendenbezoek was gelegaliseerd.
Toen hij, ongemakkelijk gezeten op de tuinstoelen die ter vervanging van de zitmeubelen in transformatie dienst deden, over het rode hoedje hoorde vertellen, schrok hij. (let op: hij was nog steeds nuchter na zijn derde whiskey.)
‘Fear dearg’ konden zij na enige herhalingen opmaken uit zijn bevende klanken. ‘Fear dearg’
Dat was een Ierse uitdrukking die ‘rode man’ betekende. Een bekende soort kabouter uit de Ierse mythologie was de ‘far darrig’, in het rood gekleed en voorzien van een rood hoedje.  Beetje boosaardig maar verzot op practical jokes!
Ze hoefden echter niet bang te zijn.  Eens de far darrig zijn rode hoed achterliet was dat een teken dat hij zijn toverkrachten kwijt was en op zoek was gegaan naar een job als kabouter-in-een-pretpark of het tijdelijke met het eeuwige had verwisseld.

‘Tja,’ zei het kleinkind, ‘ik zou een beetje hulp bij algebra best kunnen gebruiken.’
Dat het kind later toch verhalen ging schrijven en een toekomst als burgerlijk ingenieur links liet liggen zegt eerder iets over het kind dan over het bestaan van kabouterlijke wezens. Denken wij.

En dat de oma van het kind steeds een opmerkelijk rood hoedje draagt, is ook toeval.

59d574aeadd051cfcabb1762122d4dfc-jpg-1500-1500-false.jpg

 

VERHALEN BIJ DE PELLET-KACHEL (3): EEN KLEINE KONING (2)

keel-billed-sokak.png

 

 

Boven in de toren van zijn gammel kasteeltje was er een kamertje met een raampje dat uitzicht gaf op het land achter de muur.
Als hij op een bankje stond kon hij met de kijker van zijn vader zaliger de mensen in de nauwe straatjes observeren. Misschien was het de noorderwind of de vroege avond die hen, het hoofd naar beneden, gehaast liet verder lopen. Botsten ze tegen elkaar, dan keken ze niet op, werden ze niet boos.  Ze schudden het hoofd, weken zo ver mogelijk uit en liepen snel verder.
Ook als hij voortijdig boven hen groenblauwe vuurwerk-pijlen liet ontploffen reageerden ze niet. Bij het openknallen van de boeketten doken ze nog dieper met hun hoofd tussen de schouders. Niemand zag de traag vallende lichtende strepen naar de aarde trekken.
Hij besefte dat zelfs kerstengelen onzichtbaar zouden blijven mochten ze al hun heilige hoofden naar deze bange herders hebben gezet.

tuxbord.jpg

Vroeger. Voor de tijd van de muur. Gelig licht in de etalages die nooit zonder kindervingertjes waren. Mensen herkenden elkaar, liepen een eindje mee en zwaaiden tot iedereen binnen was. Nu werden de kinderen met geblindeerde wagens naar leslokalen gebracht. Kampioenen mogen niet worden afgeleid.
C’ était au temps où les rois épousaient les bergères, zei de generaal.
De koning kon zich echter geen ‘bergères’ herinneren maar wel lange zomers waarin hij incognito rondreisde, en zich als monsieur d’ Entrain in een goedkoop hotelletje liet inschrijven. Hij droeg extra dikke zolen om niet onder de voet van de gemiddelde volwassene te worden gelopen. Kinderen herkenden in hem een gelijksoortige. Met zijn één meter vijftig bekeek hij de wereld zoals zij die zagen maar helaas, in hun drang om erbij te horen, vlug wilden vergeten.

Angsten zijn het beste voer voor alleenheersers ook al vermommen ze zich in democratische bewindvoerders. Ze stelden hem voor grote delen van zijn koninkrijk te verhuren en eindigden met ingewikkelde procedures waamee deze gebieden al eeuwen hun eigendom bleken te zijn. Er kwam een tijd van wat zij ‘ no nonsens’ noemden. Geen tijd voor emoties.  Hard werken. Daar was nog niemand ziek van geworden. Aanleunen bij leiders, je eigen problemen opbergen en nog beter je best doen. Het politiek correcte als nieuwe religie. Persoonlijke voorkeuren waren nergens goed voor. Geen bloemetjes in de wilde haren maar een lik op stuk beleid. Naar de buitenkant kon je dit beleid vermommen als oprechte bezorgdheid voor het algemeen welzijn terwijl in de harten van de mensen het persoonlijk welzijn verschrompelde.

street-art-hd-wallpaper-images-029.jpg

De kleine koning besloot de kostbare grootmoederlijke diademen te verkopen. Met dit klein fortuin huurde hij de andere kant van duizend meter grensmuur en kreeg hij de toelating om ze te gebruiken ter promotie van crèmes, tandpasta en bacteriedodende huishoudelijke producten.
Nachtelang bleef het licht branden in het hoogste torenkamertje. Op lange vellen papier ontwierp hij een wereld van intense schoonheid waar de vrolijkheid, de levensgoesting en het avontuur de boventoon voerden. Hij herinnerde zich de talloze gesprekken, de vriendschappen en verzuchtingen van zijn vroegere onderdanen en probeerde hun dromen in diverese vormen gestalte te geven.
Helaas heb ik alleen de letters en is mijn vermogen om zelfs maar een centimetertje van de sluier op te lichten tot mislukken gedoemd.
Maar elke lezer kan de ogen sluiten en zijn tekeningen waarin schoonheid, vrolijkheid, levensgoesting en avontuur volop aanwezig zijn censuurloos op de koninklijke wand achterlaten. Jaja, ook dat. (wat ‘dat’ dan ook mag zijn)

brooklyn-street-art-valentines-faile-jaime-rojo-02-11-web-19.JPG

Met goed betaalde leerlingen en leraars van diverse kunstscholen liet hij zijn ontwerpen uitvoeren nadat hij hen op  notarieel papier had verzekerd van hun louter uitvoerende taak.
Achter snel opgetrokken schuttingen werken zij zeven dagen en zeven nachten aan hun taak.
Wat daarna gebeurde laat ik hem zelf vertellen. De verhalen van de kleine koning eindigden met deze zin:

‘…en het duurde tien dagen eer de bewindvoerders ontdekten dat er noch tandpasta, noch rimpelwerende crèmes of bacteriedodende huishoudelijke producten werden aangeprezen. Omdat bepaalde afbeeldingen gevoelige landgenoten konden ‘kwetsen’ werd de grensmuur nog voor kerstmis overschilderd met taferelen die grote overwinningen uit het verleden herdachten. (ook al hadden die nooit plaats gevonden).
Tot mijn grote vreugde werden die heldendaden dezelfde nacht door onbekenden ‘aangepast’ en doken op diverse plaatsen copies van mijn ontwerpen op. Maar…’

Ik beloof jullie op zoek te gaan naar wat er toen gebeurde. Intussentijd probeer ik een aantal andere waar gebeurde verhalen bij de pellet-kachel te vertellen. Wintertijd ter ere.

 

street-graffiti-hd-11.jpeg

 

VERHALEN BIJ DE PELLET-KACHEL (2): EEN KLEINE KONING (1)

chateau-d-armentieres-aisne_c.jpg

In de voorbije geschiedenis beroemden koningen zich op overwinningen. Deze kleine koning had tijdens zijn leven lang nederlaag op nederlaag geleden.
Van het voorouderlijk territorium was niet veel meer dan een heuveltje met een vervallen kasteeltje overgebleven.
Andreas met de IJzeren Arm, Lodewijk met het kleine lontje, Kristina de bloeddorstige en Michael, de ongenadige poenpakker, het waren maar enkele illustere namen van veroveraars in wiens uitgestrekte landerijen de zon nooit onderging.
Met listige verdragen en brutaal geweld was het land van de kleine koning ingenomen en verdeeld onder de getrouwen van de hierboven geciteerde vechtjassen. Het heuveltje met schamele burcht lag dichtbij een wilde onbevaarbare zee, waarin uitstekende rotsen slechts trekvogels even soelaas boden op hun tocht naar warmere streken.

De kleine koning was niet groter dan één meter vijftig.
Hij werd bijgestaan door een dove kokkin en een gepensioneerde generaal die zijn memoires schreef.
Elke morgen wandelde de koning naar het strand.  Hij luisterde er naar de grollen en grillen van de golven. Na het ontbijt werkte hij in zijn groententuintje en beperkt boomgaardje. Eens zijn middagslaapje voorbij beschilderde hij de hoge grensmuren die zijn heuveltje scheidden van het uitgestrekte land dat voortdurend van eigenaar veranderde.
Rond de kerst bevolkte hij grote vlakken met beminnelijke schaars geklede engelen in diepblauwe luchten. Tijdens de lentetijd dartelden mooie jongens en meisjes in het overdadig bebloemde gras. ’s Zomers verschenen zijn vroeg gestorven ouders begeleid door faunen en nimfen. In de vroege herfst verbleekten zij. Daarna kwamen de weken van de witte muren waarop weer de kerstengelen te voorschijn kwamen.

110317-berlin-fresque-sur-le-mur.jpg


De verven voor dit voortdurend kunstwerk werden geleverd door een ambachtelijk bedrijfje aan de andere kant van de muur. In betere tijden verdienden zij de naam ‘hofleverancier’. Eens de muur was opgetrokken werd dit de ambassade van het kleine koninkrijk. Hier kwam hij als kind wel eens logeren om met de oudste zoon composities voor vier handen op de vleugel te vertolken. Als jeugdvrienden hadden ze van een eigen opera-gezelschap gedroomd. Maar de muur en de voortdurende oorlogen slokten al het geld op.  Het schildersbedrijfje kon enkel overleven dank zij de werken aan hun kant van de muur. Ze moesten spotprenten en uitroepen verwijderen. Een eentonig strak grijs doodde elke inspiratie.

De generaal op rust had het na het middagmaal over onderhandelingen:
‘On est en pourparler d’ égal à égal, sire.  Op voet van gelijkheid.’
De kleine koning dacht niet dat er nog veel te onderhandelen was.
‘Sire, des ma plus tendre enfance, j’ ai été maladif, mais je me défend bien pour mon âge.’
De kleine koning knikte. De generaal was een beetje rood aangelopen in zijn gezicht. Een jongetje.  Niet de oude man zag hij, maar het kind dat gekoesterd wilde worden.
‘Très bien, ça nous permet de reprendre notre soufle.’
Hij liep naar buiten, zocht in het schuurtje naar de grootste pot witte verf en begon voorzichtig aan de afdaling.

September kon weemoedig zacht zijn. Dit jaar echter geselden wind en regen week na week de hoge muur. Nog voor het einde van de maand zouden zijn ouders onzichtbaar worden.
Van deze dreigende maar droge dag wilde hij gebruik maken om de witte weken te beginnen. Traagjes bij de resten van hun lachende gezichten maar met hevige streken over de bebloemde weide verbleekte hij het grote gebogen vlak. Treurnis  met het verdwijnen, maar ook het kinderlijke ongeduld voor het toekomstig verschijnen vervulde hem. Vanuit zijn slaapkamertje kon hij ’s morgens de grote witte muur zien. Onder het strakke wit bewogen de voorbije personages. Hij hoorde hun kreetjes. Hun gesprekken ver weg. Het langzame veranderen. Nog voor hij ze had uitgetekend waren er engelen onder het wit aanwezig. Koortsig probeerde hij de eerste omtrekken.
‘Qui veut durer doit endurer.’ zei de generaal tegen de dove kokkin die echter uitstekend kon liplezen. Ze knikte, schonk een extra whisky in en bleef knikken tot de generaal het glas op haar gezondheid had geleegd.

Uit de resten van zijn herinneringen zouden  de engelen verschijnen . Kinderen kwamen met veel gestommel de trappen af terwijl zijn vader de lichtjes in de grote kerstboom ontstak.
Er waren ogen. Ogen van vele vergeefse liefdes. Het lachwekkende van geweld was er. Opgeblazen woorden uit een verdrag. Machteloosheid van de angst voor het donker.  Zij die het hart verdonkerden ontbraken niet.
Het is tijd, zei hij dan.
Tijd om de engelen los te laten.

 

sam3_barcelona-2.jpg

 

VERHALEN BIJ DE PELLET-KACHEL (1): KIP EN EI

Coucou_de_malines.jpg


Ik heb iets voor jou, zei de vos.
De kip, veilig achter een dubbele laag gaas schudde meewarig haar kop.
Trap ik niet in, vos.
Kijken kost niets, kip.
Hij rolde een groot ganzenei met zijn snuit tot aan de draad.
De kip, een mechelse koekoek, bekeek het ei, ging op haar bepluimde poten staan en vergeleek het net gelegde met het aangebrachte ei.
Wel een verschil, nietwaar kip? Als je even geduld hebt graaf ik met mijn snuit een holletje onder de draad, net genoeg voor dit flinke ei.
Wat moet ik met zo’n kanjer, vos?
Daar ga jij op zitten kakelen terwijl ik jouw ei ver van het gedoe hier consumeer.
De Mechelse dacht een volle minuut na.
Dit mooie maar toch eerder kleine ei voor dat grote…
Ganzenei, vulde de vos aan.
Ganzenei, herhaalde de kip.
Je zult me niet geloven, kip, maar dat goudhalzige van jou, dat zilveren wit…
Zilverkoekoek, vos. Niet mijn soort. En goudhalzig, ik mag er niet aan denken.
Natuurlijk niet, dat is het net.
Colombia, zegt de mensvrouw. Ik ben een Mechelse koekoek in de zeldzame  vrijwel verdwenen wit – zwarte Colombia-kleur.
Colombia! Hoor ik daarin geen gelijkenis met een edele rasduif?
Oneerbiedigen hadden het over een ‘Brussels’ kieken als ze over de Mechelsen spraken.
De vos liet een afkeurend gesis horen.
Mevrouw, als vos weet ik wat er in de wereld te koop is. Uw eerder forse gestalte past beter bij dit grote ei. Vandaar.
Van waar, vos?
Euh…als ik zo vrij mag zijn, van de kant van de liefde of als dat nog een duistere kant is wil ik het ook bij waardering houden.
Wij Mechelsen zijn een rustig ras, vos, maar verwar gemoedsrust niet met domheid.
Ik zou niet durven, mevrouw Colombia.
Geef toe, een vos die het voor een kip heeft.
Een Mechselse koekoek, mevrouw. Ik heb smaak. Ik bedoel…
Hij duwde met zijn snuit de mulle grond weg en rolde het ei de ren in.
Als u zo goed wil zijn, mevrouw.
De Mechelse snavelde haar  kippenei naar de vossenkant.
Ga vlug op dit grote ei zitten en begin te kakelen, ik smul van dit heerlijk eigen-huis product, mevrouw. Morgen breng ik weer zo’n ganzenei, passend bij uw stevige gestalte die zo treffend de naam Colombia verdient. Prettige avond nog en dankuwel voor dit kunstwerkje.
De kip begreep er niets van. Het was uiteraard een prettig gevoel dat grote ganzenei onder haar te voelen. Ze kon zich de verbazing van de mensvrouw voorstellen. Haar Mechelse koekoek die plotseling extra grote eieren begon te leggen. Had de vos ingezien dat bij een zeldzame kip van haar soort ook een bijzonder legsel hoorde? Een vos kent de wereld, dat was waar.
Ze zette haar goed bespierde borst rechtop en begon zo luid te kakelen dat de duiven op het dak van het schuurtje verschrikt opvlogen.

Na de vierde dag kwam de voorzitter van de Vereniging ter promotie van Belgische Neerhofdieren uit Glabbeek-Zuurbeemde zelf kijken.
Ik denk dat u ons in het ootje neemt, mevrouwtje, zei de goedlachse man. Dit zijn duidelijk ganzeneieren.
Dat wist ze zelf ook zonder het advies van de voorzitter, antwoordde ze.
Al was ze een eind in de zeventig, ze vertoonde geen spatje ouderdomskwaal, noch was ze zo op de vereniging ter Promotie van Belgische Neerhofdieren gebeten dat ze met deze gebeurtenis hen voor schut wou zetten. Ze betaalde elk jaar trouw vijf euro lidgeld en las op de computer het driemaandelijks digitaal clubblad.  Meer nog, dank zij het VPBN had ze zich deze Mechelse koekoek aangeschaft, fier op een inlands pluimveeras dat tot vier dagen geleden alleen maar voor rust en een dagelijks morgeneitje had gezorgd.
En of er misschien een chagrijnige gebuur of familielid voor deze grap verantwoordelijk kon zijn, wilde de voorzitter weten.
De dichtbijzijnde verplaatste zich in een electrische rolstoel en zong met haar in het kerkkoor. Ze deed de was en de plas voor hem en hun relatie kon een voorbeeld voor de stroeve egoistische wereld zijn. Familieleden beperkten zich tot enkele neven die in Den Haan aan zee een minigolf uitbaatten en haar elk jaar voor een weekje frisse lucht uitnodigden maar zelfs met kerst en nieuwjaar ter plekke bleven.
De secretaris van het VPBN dacht aan een camera, zo’n ding dat in het televisieprogramma ‘dieren in nesten’ dienst deed om ongenode of ongeziene gasten te spotten.
Het ding werd op het kippennest gericht en zou elk bedrog uitsluiten.

Infinity_2.jpg
De verbazing van het voltallige bestuur en eigenares was groot. Een heuse vos die een kippenei van de Mechelse ruilde voor een ganzenei.
Een pluimvee-specialist, bioloog en zelfs een kippen-kunstenaar werden opgetrommeld om dit tafereel te bekijken.
Er werd besloten dit verschijnsel voorlopig geheim te houden tot verschillende universiteiten de aspecten van deze vreemde collaboratie grondig hadden onderzocht.
Om de Mechselse te beschermen werd ze opgenomen in de nabije collectie van de kunstenaar waar ze op zijn artistiek erf vrij kon rondscharrelen.
Het duurde enkele dagen voor de vos ontdekte waar de Mechelse verbleef. Toen hij op een nacht het artistieke hok binnensloop was er paniek.  De Mechelse stelde haar mede-kunstgenoten gerust. Deze vos kon je haar beste vriend noemen.  Zijn gevreesde driften had hij met bewondering en vurige kippenliefde omgeturnd tot dienstbaar gedrag.  Hij leverde haar het ei dat haar status vereiste.

De ravage was enorm, schreven de kranten. Vijftien artistieken waren tot kip-zonder-kop herleid. Van een tiental werd geen spoor teruggevonden. Hier was meer dan één vos aan het moordend werk geweest.
De opname verdween in stoffige archieven. Iedereen begreep dat het exemplaar op Youtube een handige montage zou zijn.
De eigenares was intussen rijkelijk vergoed en kocht haar bio-eieren in de supermarkt.
Mocht er al een zedenles aan dit verhaal kleven dan kon tevredenheid met het eigen legsel mogelijk de goede richting aanduiden. Er als de kippen bij zijn, blijkt meer dan één betekenis te hebben.
Een oud gezegde wil ik de aandachtige lezer niet onthouden: de vos groet dan alleen de heg wanneer hij in de tuin wil.
Let op voor pluimstrijkers, kind.

ganzei1_0-640x478.jpg