Rumi (1207-1273): nooit vult de wereld de zadeltassen

dansenden

A new translation of a poem by Rumi‘, dat was de ondertitel van een gedicht: ‘In all of love has there ever a lover as you?’ Rumi: unseens Poems. (2019)
Ik weet wel dat een doos Rumi wel eens wordt opengetrokken bij zwevende zielen op zoek naar een onbestemde landingsplaats, dat zelfs nu gezagvoerders zijn volgers of zijn persoon gebruiken ter meerdere eer van het regime bij een derwisj-festival, of hem neerbliksemen wegens ‘perversies’. (naarmate het seizoen en de gebeurtenissen)
Ook een artikel van Brad Grooch over ‘on of the World’s Great Poets in ‘Literary Hub’, met als titel: Master of the one liner bracht enige opheldering:

‘Rumi was a master of the one-liner, or, in the parlance of classical Persian poetry, pearls. Of all the one-line pearls he strung into ghazals—short, intense lyric poems about as long as sonnets—my personal favorite, at least this month, as they are always on shuffle in my brain, tells much about the source of all the others, the irritant in the oyster: “Out of love for you, every strand of my hair turned into lines of poetry.”

En jawel, geschreven in de vorm van de ‘ghazal’, een traditioneel liefdesgedicht over ‘young men’ -‘curly haired wine servers or Turk soldiers, maar nu gewijd aan zijn ‘spirituel mentor’ Shams al-din. (Shams betekent in het Arabisch ‘zon’.)
Goddelijke liefde dus op de manier van een werelds liefdesgedicht.

‘The love he sings dare not speak its name because its contrariness as both divine and human makes it impossible to voice except in double talk.’

1*NAHwfCCvgP460ohPYDTScQ

‘The event that triggered Rumi’s transformation from scholar and preacher into poet and lover was the appearance in his life—or even more exactly, ensuing disappearance from his life—of Shams of Tabriz, an itinerant mystic traveling the Middle East, about twenty years Rumi’s senior. Though the pair didn’t fit the model of older, wiser Sufi sheikh and beardless young disciple, Shams did encourage the already successful religious teacher to leave behind wife, family, and students, for months at a time, to trade in his prayer beads for a reed flute, and learn the ways of poetry, music, and a trance-inducing whirling dance.’

En tenslotte mijn vertaalde tekst die je hopelijk nieuwsgierig maakt naar andere teksten uit dit zo vaak genegeerd literair paradijs waar nu weer eens de wereld in brand dreigt te vliegen.
Mijn zadeltassen met honger naar meer gevuld.

blauw lang

In het alles van liefde, was er ooit zo’n minnaar als jij?
Rumi

Vanuit het Engels vertaald door Brad Gooch
(Naar het Nederlands door Gmt.)

In het alles van liefde, was er ooit zo’n minnaar als jij?
Uit verlangen naar jou, dragen zelfs koningen verhakkelde mantels.

Salomon staat op ieder van de vier hoeken van jouw tafelkleed,
Dronken van jouw gezelschap, zijn maal delend met de armen.

Uit verlangen naar jou, verandert de ongelovige in een gelovig boek.
Zijn ziel is uitverkoren. De koning van het ware geloof wordt hij.

Hij is het juweel van de ziel, de inspiratie voor een redevoering,
De bergtop die de weg bekijkt, de ogen die de koning zien.

Iedereen dronken die jouw wijn dronk, handen in gebed geheven,
Biddend om deze liefde te versterken, zegt tenslotte ‘Amen’.

Ze zeggen, ‘Reciteer heilige verzen tot jouw liefde met vrede is gevuld.’
Voor de ziel vermoeid van leven, wat is het nut heilige verzen te reciteren?

Zonder liefde, de minnaar kust de grond.
In jouw koninkrijk, gooit hij zijn zadel over de rug van de lucht.

Zo’n geluk, het hart onscheidbaar van de ziel,
Soms hunkerend naar de wijn van de ziel, soms naar het zwarte haar.

Nooit vult de wereld de zadeltassen van mijn reizende ziel.
Zadeltassen alleen gevuld door Shams, de waarheid van Tabriz.

1800-trtworld-gallery-129928-161347

(From Rumi: Unseen Poems, translated and edited by Brad Gooch and Maryam Mortaz. Translation copyright © 2019 by Brad Gooch and Maryam Mortaz. Reprinted by permissions of Everyman’s Library, an imprint of the Knopf Doubleday Publishing Group, a division of Penguin Random House LLC.)

rumi unseen

Ik ben dus gaan opzoeken wie die Shams was, en naarmate de bronnen kreeg ik heel verschillende bio’s. En wie was Rumi nu ook weer?
Bij dergelijke vraagtekens raadpleeg ik graag Karen Armstrongs onvolprezen boek ‘Een geschiedenis van God’, Vierduizend jaar jodendom, christendom en islam. (Bezige Bij 2006)

505b765beab8eaef3b000000-750-563

‘De beroemdste soefi-broederschap was de Mevlevi-orde waarvan de leden in het Westen bekend staan als de ‘dansende derwisjen’. Hun statige en waardige dans was hun manier om zich te concentreren. Terwijl de soefi rond- en ronddraaide en met zijn dans versmolt, voelde hij de grenzen van zijn ik vervagen en zette hij de eerste stappen op weg naar fani’, dc ontwording van de eigen persoon. Deze broederschap was gesticht door Djalil ad-Din Roemi (1207-I273), bij zijn volgelingen bekend onder de naam Maulana, onze Meester. Hij was geboren in het Centraal-aziatische Choerasaan,
maar had voor het oprukkende Mongoolse leger de wijk genomen naar Konja, een stad in het huidige Turkije. Zijn mystieke leer kan worden beschouwd als het islamitische antwoord op deze gesel die voor velen de reden geweest zou kunnen zijn waarom ze hun geloof in Allah verloren.
Roemi’s ideeën verschilden niet van die van zijn tijdgenoot Ibn Arabi, maar zijn epos, ‘Mathnawi-i- ma’ navi’ beter bekend als de Soefibijbel, sprak de gewone man meer aan en droeg bij tot de verbreiding van het mystieke godsbeeld onder de gewone moslims die geen soefi waren.

Şebi-Arus-800x1200
In 1244 was Roemi onder invloed gekomen van de rondtrekkende derwisj Sjams al-Din Tabrizi, een man in wie hij de Volmaakte Mens van zijn generatie zag.
Sjams zelf geloofde inderdaad dat hij een reïncarnatie van de Profeet was en stond erop dat hij met ‘Mohammed’ werd aangesproken. Hij had een dubieuze reputatie en stond erom bekend dat hij zich niet aan de sjari’a of heilige islamitische wet hield, omdat hij vond dat hij boven zulke trivialiteiten verheven was. Roemi’s volgelingen maakten zich begrijpelijk zorgen over de duidelijke idolatrie die hun leermeester voor hem aan de dag legde.
Toen Sjams bij een oproer werd gedood, was Roemi ontroostbaar en hij wijdde zich meer dan ooit aan mystieke muziek en dans. Hij wist zijn verdriet te transformeren tot het verbeeldingsvolle symbool van de liefde voor God — van het verlangen van God naar de mensheid en het verlangen van de mensheid naar Allah. Ieder mens was, of hij het besefte of niet, op zoek naar de afwezige God, zich diep in zijn hart ervan bewust dat hij van de oorsprong van het bestaan was gescheiden:

Luister naar het riet, het vertelt een verhaal, een klaagzang van gescheidenheid. Sinds ik werd gescheiden van het rietbed, heeft mijn jammerzang een weeklacht op de lippen van mannen en vrouwen gebracht. Ik zoek een boezem, door scheiding verscheurd, opdat ik deze [persoon] de kracht van mijn liefdesverlangen kan tonen; eenieder die ver van zijn oorsprong vertoeft, verlangt terug naar de tijd dat hij ermee was verenigd.’

De Volmaakte Mens zou de gewone stervelingen de inspiratie geven om God te zoeken. Sjams al-Din had aan Roemi de dichtregels van zijn Math-nawi ontlokt, het spirituele epos waarin over deze martelende scheiding werd verhaald. Net als andere soefi’s beschouwde Roemi het universum als een theofanie van Gods ontelbare Namen. Sommige Namen verwezen naar Gods toorn of strengheid, andere waren de uitdrukking van het erbarmen dat aan de goddelijke natuur inherent was. De mysticus was verwikkeld in een eindeloze strijd (dji’had) om slechts oog te hebben voor Gods erbarmen, liefde en schoonheid die in alle dingen aanwezig waren en om de rest ervan af te pellen. De Mathnawi daagde de moslims uit om de transcendente dimensie van het menselijk leven te vinden en om, dwars door de buitenkant heen, de verborgen, innerlijke werkelijkheid te ontwaren.

800px-Meeting_of_Jalal_al-Din_Rumi_and_Molla_Shams_al-DinCROP-1

Ons eigen ik beneemt ons het zicht op het innerlijke mysterie van de dingen, maar is het ons eenmaal gelukt er voorbij te kijken, dan zijn we geen geïsoleerde, gescheiden wezens meer, maar zijn we één met de zijnsgrond van alles wat is. Ook nu weer zei Roemi nadrukkelijk dat God slechts een subjectieve ervaring kon zijn. Hij vertelt het komische verhaal van Mozes en de schaapherder, ter illustratie van zijn stelling dat we respect moeten hebben voor de godsvoorstelling van een ander.

Op een dag ving Mozes een gemoedelijk gesprek op dat een schaapherder met God voerde. De man zei dat hij God wilde helpen, onverschillig waar Hij was – hij wilde Gods kleren wassen, Hem ontluizen, zijn handen en voeten kussen voordat Hij ging slapen. ‘Wanneer ik aan U denk, ’ zo besloot hij zijn gebed, ‘kan ik alleen maar aiii en ahhh zeggen. ’
Mozes was ontzet. Hoe kon die schaapherder zo tegen de Schepper van hemel en aarde praten? Wat verbeeldde hij zich wel! Hij deed of hij het tegen zijn oom had!
De schaapherder zei dat hij het nooit meer zou doen en trok ontroostbaar de woestijn in, maar God gaf Mozes een schrobbering. God verlangde geen rechtzinnige woorden, maar vurige liefde en nederigheid. Er bestond geen correcte manier om over God te spreken:

Wat in jouw ogen verkeerd is, is goed in de zijne,
Wat honing is voor de een, is gif voor de ander.
Zuiver of onzuiver, laks of toegewijd in de aanbidding,
Daar geef Ik niet om, daar sta Ik boven.
De ene aanbidding is niet beter dan de andere.
Hindoes doen wat hindoes doen.
En Dravidische moslims in India wat zij doen.
Het zijn lofprijzingen allemaal, en het is goed allemaal.
Ik ben niet degeen die vereerd wordt in die gebeden.
Het zijn de aanbidders zelf. Ik hoor de woorden niet
Die zij spreken. Ik kijk in hun hart naar hun nederigheid.
Hun braakliggende deemoed — want die is echt, Niet de taal. Vergeet
toch die mooie woorden.
Ik wil vurige, vurige liefde.
Sluit vriendschap met je vurige liefde.
Verbrand je gedachten, verbrand je mooie zinnen.

Karen Armstong, Een geschiedenis van God
Vierduizend jaar jodendom christendom en islam.
Vertaling Ronald Cohen
De Bezige Bij, 1993, 22ste druk 2006

moroccan-art1

Shams’ first encounter with Rumi

On 15 November 1244, a man in a black suit from head to toe came to the famous inn of Sugar Merchants of Konya. His name was Shams Tabrizi. He was claiming to be a travelling merchant. As it was said in Haji Bektash Veli’s book, “Makalat”, he was looking for something which he was going to find in Konya. Eventually he found Rumi riding a horse.

One day Rumi was reading next to a large stack of books. Shams Tabriz, passing by, asked him, “What are you doing?” Rumi scoffingly replied, “Something you cannot understand.” (This is knowledge that cannot be understood by the unlearned.) On hearing this, Shams threw the stack of books into a nearby pool of water. Rumi hastily rescued the books and to his surprise they were all dry. Rumi then asked Shams, “What is this?” To which Shams replied, “Mowlana, this is what you cannot understand.” (This is knowledge that cannot be understood by the learned.)

916t-6+ap3L

En tot slot enkele pareltjes uit de geschriften van Rumi.
We zijn te lang vreemden gebleven, we hebben zeker te weinig oog gehad voor de beeldende kunst, architectuur en literatuur van de Islam-landen.
Hun culturele rijkdom kan ons verenigen. Bronnen voor het verdroogde Avondland, en als hulp dienen bij het zoeken naar een uitweg uit hun eigen verwoestende etnische conflicten.

Leeg.

Als je met iedereen bent,
behalve met mij,
ben je met niemand.
Als je met niemand bent,
behalve met mij,
ben je met iedereen.

Wees iedereen,
in plaats van dat je druk bent met iedereen.
Als je zoveel wordt, ben je niets.
Ben je leeg.

blauw lang

Ode

Teruggekeerd is die maan
die de hemel zelfs in zijn dromen nooit heeft gezien.
Zij bracht een vuur dat geen water kan blussen.
Zie het huis van mijn lichaam en aanschouw mijn ziel –
de een in vervoering door de beker van Zijn liefde,
de ander erdoor verwoest.
Toen de herbergier de metgezel werd van mijn hart,
veranderde mijn bloed in wijn,
mijn hart in gebraden vlees.
Wanneer het oog vol is van Zijn beeld, verkondigt een stem:
`Leve de beker, leve de wijn!’
Toen mijn hart de oceaan van de Liefde aanschouwde,
dook het erin en zei: `Zoek me dan als je kan!’
Het gelaat van Sjams oed-Din, de trots van Tabriz, is de zon –
Alle harten zeilen als wolken achter hem aan.

Rumi (vertaling Sipko de Boer)

birds50_qsf0h8
Gevangen in het Vuur van Liefde

Mijn hart staat in brand!
Als een krankzinnige
zwerf ik door de woestijn.

Het vuur van mijn hartstocht
Verzengt wind en atmosfeer.
Mijn kreten van verlangen
en mijn weeklachten
snijden als messen door mijn ziel.

Jij wacht op mij
vol geduld
en kijkt in mijn bedwelmde ogen.
Jij accepteert mijn hartstocht
met een gelijkmoedigheid, de liefde eigen.
Jij bent de meester van het bestaan.

Ooit zal ik zo kunnen liefhebben als jij.

Ali-The-Erasure-of-Islam-from-the-Poetry-of-Rumi
Gaarne zou ik je kussen
De prijs van kussen is je leven
Nu loopt mijn liefde mijn leven tegemoet
en schreeuwt het uit:
Wat een koopje, laten we het doen!

800px-Casket_ivory_Louvre_UCAD4417
Een Pers, een Turk, een Arabier en een Griek waren samen op reis naar
een ver land.
Ze kregen ruzie over de vraag waar ze het enige muntstuk
dat ze samen bezaten, moesten uitgeven.
Alle vier wilden ze er eten van kopen,
maar de Pers dacht aan angoer,
de Turk aan oezoem,
de Arabier aan inab
en de Griek aan stafil.

De ruzie liep hoog op, want
niemand begreep wat de anderen wilden.
Toevallig kwam een taalkundige voorbij, die en hoorde ruziën.
‘Geef de munt maar aan mij’, zei hij.
‘Dan zal ik zorgen dat jullie allemaal je zin krijgen.’

De taalkundige kreeg de munt en liep naar een winkeltje,
waar hij vier trosjes druiven kocht.

Vervolgens gaf hij alle mannen een trosje.
‘Dat is nu een angoer!’ riep de Pers.
‘Ik noem dit oezoem!’ zei de Turk.
‘U hebt inab voor me meegenomen’, zei de Arabier.
‘Niet waar! In mijn taal heet dit stafil’, riep de Griek.

Opeens kwamen de mannen tot het besef
dat ze allemaal hetzelfde hadden gewild,
maar dit niet aan elkaar duidelijk hadden kunnen maken.

louvre-monzon-lion-800-2x1

Als nawoord dit fragment uit Karen Armstrong’s boek ‘Een geschiedenis van God, vierduizend jaar jodendom, christendom en islam’ waarin zij de rol van de verbeelding in mystiek en wetenschap duidelijk maakt.

‘Toch zou het evident moeten zijn dat de verbeelding ons belangrijkste religieuze vermogen is. Jean-Paul Sartre noemde haar het vermogen om te denken aan wat er niet is. De mens is het enige dier dat in staat is zich iets voor te stellen wat niet concreet aanwezig is of wat nog niet bestaat, maar wat slechts tot de mogelijkheden behoort. Daarom is de verbeelding niet alleen de motor van onze belangrijkste prestaties op wetenschappelijk en technisch gebied geweest, maar ook op dat van de kunst en de religie. God, hoe Hij ook wordt gedefinieerd, is misschien wel het beste voorbeeld van een afwezige werkelijkheid die ondanks de inherente problemen mannen en vrouwen duizenden jaren is blijven inspireren. De enige manier om zich een beeld te kunnen vormen van zo’n God die ontoegankelijk blijft voor de zintuigen en het logische bewijs, is door middel van symbolen, en de interpretatie daarvan is de belangrijkste functie van de verbeelding. Soehrawardi (voorloper van Rumi) waagde zich aan een fantasierijke verklaring van die symbolen die zo’n cruciale invloed op het leven van de mens hebben gehad, ook al blijven de werkelijkheden waar ze naar verwijzen elusief. Een symbool kan worden gedefinieerd als een object of een denkbeeld dat we met onze zintuigen kunnen waarnemen of met ons verstand begrijpen, maar waar we iets anders in zien dan het ding zelf. De rede alleen zal ons niet in staat stellen dat speciale, dat universele of dat eeuwige in een bepaald vergankelijk object waar te nemen. Dat is de taak van de creatieve verbeelding waar mystici, net als kunstenaars, hun inzichten aan toeschrijven. Net als in de kunst zijn de effectiefste religieuze symbolen die welke zijn onderbouwd met intelligente kennis van en inzicht in de menselijke situatie.’ (p. 263)