Georges Braque ‘Petit Oiseau’ 1913

 Drie nachten voor zijn dood, beschreef ik de zoetheid
 van zijn tortilla de patatas voor een vreemdeling
 die mijn buur werd, een zanger met gepunte oren maar niet elfachtig
 genoeg om er een blank vers van te maken, en dat was drie nachten

 voor zijn dood toen ik het met haar uitmaakte, na gezouten aardappelen
 en een half dozijn eieren
 om een tortilla in de vorm van Manhattan te maken, een maal dat Kafka
 zijn favoriete athëist
 zou beschreven hebben als gezond maar veel te plezierig.

From Rain in Plural by Fiona Sze-Lorrain. Used with the permission of Princeton University Press. Copyright © 2020 by Fiona Sze-Lorrain.
Fiona Sze-Lorrain (°1972, Singapore) is a poet, translator, editor, and zheng harpist who writes and translates in English, French, Chinese, and occasionally Spanish. She is the author of four poetry collections, most recently Rain in Plural (Princeton) and The Ruined Elegance (Princeton), which was a finalist for the Los Angeles Times Book Prize. She has also translated more than a dozen books of contemporary Chinese, French, and American poetry. She lives in Paris. ( 

 Where the bamboo clacked
 in broad light, you

 thought the image

out of sight. Metronome
 ticked, wondering

 about time. Fingers
 slow, you closed

 both eyes to train a cathedral

 of silence without lies. Something
 fluttered, you couldn't

 see why. Too bare, too alike.
 Was it a stupa

 of colors, down

 to the thred? A bell rang
 twice, you realized

 it was there,

 slanting by your side,

 the voice of summer rain, the last
 Manchurian sky.

 Waar de bamboe geklonken
 in breed licht, jij

 door het beeld heen

 uit het zicht. Metronoom
 aangevinkt, je afvragend

 hoe laat het is. Vingers
 traag, je sloot

 beide ogen , om een kathedraal te willen

 van stilte zonder leugens. Iets
 fladderend, je kon niet

 zien waarom. Te kaal, te gelijkaardig
 Was het een stucwerk

 van kleuren, tot
 op het bot?  Een bel rinkelde
 tweemaal, je besefte

 het was daar,

 schuin naast je,

 de stem van zomer regen, de laatste
 Mantjoerijse hemel.
I learn to “see” words as musical notes, so the idea of a verse or stanza in poetry is very much akin to a phrase or passage of music.  Even in fast passages, it is very much about working through the notes—in particular, their transition—so slowly that one can hear not just the music, but the non-music as well.  I hear cadences in poetry, in that a line break may to my ear sound like a plagal cadence (IV–I) or an interrupted cadence (V–VI), for instance.  Elsewhere I’ve mentioned, too, that in poetry I read the character of music, and vice versa.

 Are you interested in stealing
 instincts? Or in explaining
 secrets of a world
 that rules with age and equidistance?

 Layer by layer, wind
 seeks a message,
 a voice for Fate. The sun,
 its seas,
 even birds in passing,
 dictate science at the bidding of will.
 An existence
 unaffected by seasons.

 So much about an unfathomable life.
 A round universe with plans for tomorrow,
 never its final word.

 I can't speak for accidents elsewhere,
 only forms, lines—
 thoughts stretching to dialogue
 on charts or water.
 Believe me,
 answers are small

 even if one day you travel
 in light years,
 even when light becomes endless
 as a star dies, another
 emerges, in astonishment
 and for no reason. 
Foto door Andrea Piacquadio op

 Ben je geïnteresseerd in het stelen van
 instincten? Of in het uitleggen
 van geheimen van een wereld
 die met leeftijd en gelijkwaardigheid regeert?

 Laag voor laag, wind
 zoekt naar een boodschap,
 een stem voor het Lot.  De zon,
 haar zeeën,
 zelfs vogels in het voorbijgaan,
 de wetenschap te dicteren bij het opbod van de wil
 Een bestaan
 niet beïnvloed door seizoenen.

 Zoveel over een ondoorgrondelijk leven.
 Een rond universum met plannen voor morgen,
 nooit zijn laatste woord.

 Ik kan niet spreken voor ongelukken elders,
 alleen vormen, lijnen-
 gedachten die zich uitstrekken tot dialoog
 op kaarten of water.
 Geloof me,
 antwoorden zijn simpel

 zelfs als je in één dag reist
 in lichtjaren,
 zelfs wanneer het licht eindeloos wordt
 als een ster sterft, een andere
 verschijnt, in verbazing
 en zonder enige reden. 
Foto door Miriam Espacio op
At that time, I was interested in translating a contemporary Chinese poet who isn’t primarily engaged in hermetic poetics. Bai Hua is the first poet I read whose work teaches me to put faith in the speaker of the poems. I started to think about lyricism as something other than just music. It is something communicative and cumulative. Bai Hua’s verses are about intensity. The drive is clear when you read them aloud. This seems especially the case for his early poems, the ones written during his “high lyricism” — according to some Chinese critics — of the early eighties and late nineties. On the other hand, his later work of a genre we call “hybrid writing” responds to a pertinent question that many Chinese poets face today: how does a language intersect with aesthetics in contemporary China?  How far can a poet go in the present-day Chinese language and climate?   
Foto door Hert Niks op
Cloud Diviner” is the first poem I read of Bai Hua, and the first I translated:

      The cloud diviner scurries by
 scanning from heights
 In his eyes, the dense dusky mist
 grows gold, geometry and palaces

 In a poor quarter, the west wind turns abruptly
 A hero embarks on a thousand-mile journey
 The cloud diviner can see
 his agitated grass sandals and toga

 Farther valleys merge into one
 the chimes of bells, faint and few
 Two children are sweeping the pavilions
 The cloud diviner faces an empty twilight

 Auspicious clouds unfold
 A quiet shriveled master
 spits fire, brews elixir on his own
 The cloud diviner sees patterns in the stones

 Wind and rain agree in village days
 A vegetable field, a flowing stream
 the crispy green stays unchanged here
 The cloud diviner has left for the next summit
                                                       Late Spring, 1986
Foto door Dziana Hasanbekava op
De wolkenwichelaar  (Bai Hua)

De wolkenwichelaar gaat haastig op pad
 beklimt de hoogten om verten te bekijken
 In zijn ogen groeit de dichte schemer mist
 goud, geometrie en paleizen

 In een arme wijk draait de westenwind abrupt
 Een held begint aan een duizend-mijl lange reis
 De wolkenwichelaar kan 
 zijn geïrriteerde grassandalen en linnen hemd zien

 Verdere valleien versmelten tot één
 de bellen van het klokkenspel, ver en vaag
 Twee kinderen vegen de paviljoenen
 De wolkenwachter wacht een lege schemering

 Prachtige wolken ontvouwen zich
 Een beetje verschrompelde meester
 spuugt vuur, brouwt elixer op zijn manier
 De wichelroedeloper doorziet patronen in de stenen

 Wind en regen zijn het eens in dorpsdagen
 Een groenteveld, een  vloeiende stroom
 het knapperige groen blijft hier onveranderd
 De wolkenwachter is vertrokken naar de volgende top
Foto door James Wheeler op
Born in 1972 in Lishui, Zhejiang Province to an impoverished family, Ye Lijun worked as a secondary school art teacher and arts administrator for intangible cultural heritage. The author of three poetry titles, Survey (2005), Passing by Thousands of City Lights in Black Night (2009), and Flower Complex (2014), she has received several literary honors in China, including the 2007 “Poetry Tour” Award. Currently, she resides in her native city Lishui and serves as an editor of Lishui Literature.
Foto door James Wheeler op
Wandering in July (Ye Liun)

 July, back to fir woods in the south
 crossing paths with a jackdaw
 and a drop of blood on grass tip. Whatever in passing—
 plum rain season, an understatement—can’t restrain
 a body’s temperature . . . I weep by the well late at night
 and listen to voices
 of wild geese behind the mountain. Is what I pass by
 some transient
 eternity? I arrive again at this place, but am no longer
 of that time . . . How’ve you been
 How’ve you all been . . . May
 my kin and friends
 deep in the mountains
 in my rootless body, continue to grow
 safe and sound in the universe—
Foto door Trace Hudson op
Foto door Tim Mossholder op
Zwervend in juli (Ye Lijun)

 Juli, terug naar de dennenbossen in het zuiden
 de wegen kruisen met een kauw
 en een druppel bloed op een graspunt. Wat er ook gebeurt.--
 pruimen regenseizoen, een understatement - kan een lichaamstemperatuur
 niet beperken. . . Ik huil bij de put laat in de nacht
 en luister naar stemmen
 van wilde ganzen achter de berg. Is wat mij overkomt
 een voorbijgaande eeuwigheid?
 Ik kom weer aan op deze plek, maar ben niet langer
 van die tijd. . . Hoe gaat het met je…
 Hoe gaat het met jullie allemaal… Mag
 mijn familie en vrienden
 diep in de bergen
 in mijn wortelloze lichaam, blijven groeien
 veilig en gezond in het universum…
Foto door Pixabay op
It would be rude of me to even evoke the notion of a reader in ways that might anticipate or imply the “potential” of the text. The reflective space I sought is one that allows the via contemplativa to dialogue or check in with the via activa. The shape or form of a poem does depend on the level of listening, if only we listen hard enough. But this reflective space isn’t just about the quiet; it could come in the guise of a dramatic monologue, for instance. In this sense it differs from say, a prayer: it is less committed to the idea of living a credo or being corrective in expectations.
Foto door mirsad mujanovic op

De pogingen tot het ‘vertalen’ van poëzie van een dichteres die zelf drietalig is opgegroeid en duidelijk de muzikaliteit van woord en zin voor ogen heeft, maakte het mij niet gemakkelijk. Zij is zelf een gerenommeerde vertaalster, drietalig opgegroeid, muzikante, en in een interview vraagt ze toch dezelfde clementie omdat je nu eenmaal een werkwijze niet tot op het bot kunt analyseren. Het ongrijpbare van het woord vind je in de stilte voor of na de woorden. Woorden zijn in stilte gebed. Een ritme ontstaat door stiltes.

Beschouw het dus als een voorstudie, meer gemaakt om de lezer(es) nieuwsgierig te maken naar het werk van Fiona en in die zin dienstbaar. Ikzelf heb er heel wat bij opgestoken. De oorspronkelijke tekst in Chinese lettertekens van ‘wandelend in juli’ vond ik bij de Engelse vertaling. Ik wou de schoonheid van deze taal in het bereik brengen van studenten, reizigers en bewoners van dit boeiende land met een eeuwenoude cultuur.

III. Written in the Vernacular

 Four a.m.
 I fidget with a stone inkpot,
 never empty, never filled.
Foto door Marcelo Jaboo op

In het tijdschrift ‘Raster. Nieuwe reeks. Jaargang 1990 (nrs 49-52) 1990 vind je enkele mooie vertalingen van Bai Hua door Maghiel van Crevel. Ook het gedicht dat in deze bijdrage als ‘de wolkenwichelaar ‘ is vertaald kun je daar als ‘de zoeker van de levenskracht’ lezen.

Foto door Manuel Joseph op