
‘Er is nogal wat om verontwaardigd over te zijn. Ervaren we.’ Tinneke Beeckman (Antwerpen 1976), filosofe, docente en columniste studeerde moraalwetenschappen en filosofie aan de VUB en de ULB. In een gesprek over haar laatste boek ‘Ken jezelf’ in een voorpublicatie sprak ze in Knack met Jeroen De Preter. Hij vroeg haar of we onszelf toch liever niet kennen gezien we er alles aan doen de stem in ons hoofd niet te horen.
‘Ja, we zijn erg op onszelf gericht, en op de vraag of we ons wel goed voelen. Moeilijke momenten proberen we te bannen, terwijl die niet altijd een last of nederlaag hoeven te zijn. Ze kunnen ook een gelegenheid zijn, een signaal dat je stil moet staan. Verder zijn we ook erg gericht op hoe anderen ons zien. Of ze wel zien wie wij willen dat ze zien. Daar kruipt veel energie in, die niets met zelfkennis te maken heeft.
Neen, ‘Ken Jezelf’ is geen zelfhulpboek. Voor mij is het een reflectie op jezelf, op hoe je denkt en voelt, op je blinde vlekken, maar ook op je plaats in de wereld. En of je wel voldoende je verantwoordelijkheid neemt. Dat betekent ook dat je plaats maakt voor het minder fraaie in jezelf – snobisme, luiheid, ijdelheid, kwetsbaarheid. En dat je dat mindere niet alleen bij de ander waarneemt, als iets dat je kan afwijzen. Alsof jij er niets mee te maken hebt.’

"Door te handelen ontdek je wie je bent. Laat dus die obsessie met je beeld los, met wat anderen van je denken of wat je wilt dat ze denken, en richt je op het handelen en waarachtig zijn. Iets doen waarin je gelooft, ondanks mogelijke kritiek, is een manier om zelfrespect te krijgen. Dat je soms alleen staat als je je niet wilt conformeren, moet je er maar bij nemen. In zekere zin is dat een teken van vrijheid. In je innerlijke gesprek met jezelf heb je immers je eigen ijkpunten vastgelegd."
Waarom klinken de kreten van verontwaardiging vandaag zo oorverdovend luid? Ongetwijfeld zitten de sociale media en hun op grote emoties afgestemde algoritmes daar voor iets tussen. ‘Sociale media zorgen ervoor dat het lijkt alsof er een soort epidemie van verontwaardiging woedt’, stelt sociaal psycholoog Alain Van Hiel (Universiteit Gent). Of die ‘epidemie’ ook wijst op een toegenomen rechtvaardigheidsgevoel of empathie, dat is weer een andere vraag.
Van Hiel ziet eerder de tegenovergestelde tendens. ‘Er is ook sprake van een algemene onverschilligheid en gevoelsmatige afstomping. In kranten lees je geregeld over mensen die op straat sterven zonder dat iemand zich om hen bekommert. Een dakloze die ons aanspreekt, bezorgt ons in de eerste plaats een gevoel van paniek. Met wat geluk wijzen we hem nog net de weg naar de avondopvang. Verder reikt onze hulpvaardigheid niet. De dapperen die zelf een vluchteling opvangen zijn relatief zeldzaam, of toch minder talrijk dan degenen die vurig vinden dat de maatschappij het maar moet oplossen.’
‘Mensen dragen steeds minder het leed van de wereld op hun schouders’, stelt Van Hiel. ‘De ellende wordt dagelijks met emmers tegelijk via televisie- en computerschermen over ons heen gekapt maar doet ons nauwelijks nog iets. Ellende heeft een impact als we er een eerste keer getuige van zijn, niet als er elke dag opnieuw een lading over ons heen wordt gekieperd. We zijn emotioneel te uitgeput en niet meer in staat tot medeleven. In plaats daarvan maakt een mengeling van verveling en negatieve emoties zich van ons meester. Die spijtige evolutie heeft auteurs ertoe verleid om te schrijven dat ons collectieve gebrek aan medeleven het belangrijkste probleem van onze tijd vormt.’
Kort samengevat: de golven van verontwaardiging die ons via sociale media overspoelen, lijken niet te ontstaan uit een toegenomen rechtvaardigheidsgevoel. Enige scepsis is dus wel gepast.'
(Focus weekend Knack)

Voor een goed begrip: Beeckman houdt geen pleidooi tégen verontwaardiging, integendeel. In haar boek beschrijft ze hoe Plato zich tot de filosofie wendde uit verontwaardiging over de terdoodveroordeling van Socrates, ‘de rechtvaardigste onder zijn tijdgenoten’. Die ‘oprechte, verbindende, menselijke verontwaardiging’ is nog altijd fundamenteel, stelt Beeckman.
‘Als je dat verliest, ben je ook een deel van je menselijkheid kwijt’, zegt Beeckman. ‘Dan word je een cynicus. Dan kijk je nergens meer van op. Niets verrast, niets is nog nieuw of anders. Terwijl verontwaardiging een soort verwondering is. Je zegt: “Dit hoort niet.” Je ervaart een breuk met de wereld zoals jij vindt dat die moet zijn. Je ziet een mateloosheid die je wilt herstellen. “Ken jezelf” bij de Grieken betekende trouwens: ken je beperkingen, je plaats in de wereld, respecteer de maat der dingen. Daarbij hoort een intuïtieve reactie op mateloosheid, op onrecht, geweld of haat. Voor mij verliest die reactie nooit haar kracht.’
(ibidem Knack-Focus)

Droeve passie
Beeckman laat in Ken jezelf zien hoe de grote filosofen, al lang voor er sprake was van sociale media, de verontwaardiging met enige scepsis tegemoet traden. Ze verwijst onder meer naar Baruch Spinoza (1632-1677), een van haar favoriete denkers, die verontwaardiging ‘een droeve passie’ noemde. Verontwaardiging kan volgens Spinoza zelfs een vorm van haat zijn. ‘De context waarin hij dat schrijft, verduidelijkt veel’, vertelt Beeckman.
‘Strenge calvinisten proberen in het Amsterdam van de 17e eeuw hun geloof tot staatsgeloof te maken. Ze willen de vrijheid van denken afschaffen. Ze gaan verontwaardigd tekeer tegen de goddeloosheid van vrijdenkers of wetenschappers, ze bestrijden zogezegd de duivel. Daarmee legitimeren ze hun aanspraak op macht: ze doen alsof zijzelf zuiver zijn en zij ieders zuiverheid beschermen. Onder hun vermeende morele superioriteit gaan dus haat en een verlangen naar macht schuil, en geen verlangen naar maat en menselijkheid. In zulke gevallen wordt verontwaardiging het omgekeerde van wat het pretendeert te zijn. Als verontwaardiging een politiek instrument wordt tégen bepaalde mensen, dan maakt ze nieuwe slachtoffers. Verontwaardiging werkt ook aanstekelijk: iemand is het, en je vraagt je meteen af of jij het ook niet moet zijn. In die zin kan verontwaardiging ook ophitsend en gevaarlijk zijn.’

Beeckman: Vernedering is een vaak over het hoofd gezien gevoel. Ik heb aan collega’s gevraagd welke filosoof iets zegt over vernedering, en niemand had een naam klaar. Dat siert dan weer de literatuur: een schrijver als Tom Wolfe is fantastisch in het beschrijven van sociale situaties waarin mensen zich vernederd of gekrenkt voelen. Kleine dingen, zoals iemand die je zonder te groeten voorbijloopt, waarbij je vanbinnen even zo’n piek van vernedering voelt. In de politiek staat dat gevoel centraal, ook in de politieke retoriek. Denk aan Donald Trump en hoe die inspeelt op het gevoel van vernedering bij mensen. Vernedering is een enorm onderschatte emotie, die heel veel woede kan opwekken. (ibidem)

Beeckman: Ik vind schroom een vergeten deugd. Sociale media zijn ofwel een arena van schaamteloosheid, van het niet erkennen van grenzen, ofwel van schaamte, doordat je het doelwit van aanvallen en beledigingen wordt. Schroom is iets willen doen – soms wil ik ook een leuke foto posten van mijn dochter – maar toch terughoudend zijn, in mijn geval omdat ik vind dat zij daar zelf over moet beslissen. In die terughoudendheid zit een poging tot generositeit. Schroom kan ook betekenen dat je geen schaamte wilt veroorzaken bij de ander. Dat vind ik mooi. Dat je dus níét een impertinente vraag stelt of een botte opmerking maakt, omdat je de ander niet in verlegenheid wilt brengen. Maar dat zijn natuurlijk persoonlijke beslissingen. Als mensen dat zelf niet zo aanvoelen, kun je dat heel moeilijk afdwingen. (ibidem)

In ‘de Standaard’ vroeg Lieve Sioen aan Tinneke Beeckman waarom de zoektocht van Socrates naar tevredenheid vandaag zo moeilijk was.
‘Omdat Socrates een ander idee van “ken jezelf” in gedachten had dan vandaag vaak gangbaar is. Hij had het niet over de romantische gedachte van een soort zuivere, unieke ik die je kan vinden als je alle kwalijke invloeden van buitenaf uitschakelt. Die illusie had ook Rousseau, in zijn beeld van Le mythe du bon sauvage; dat er een puur en oorspronkelijk zelf terug te vinden valt. Volgens Socrates daarentegen leer je jezelf pas kennen in verbondenheid met de wereld en de anderen. Het gaat goed met jou als het goed gaat met de mensen rondom jou. Dat zegt ook Spinoza: inzicht krijg je pas als je het ik-gerichte perspectief loslaat.’
‘Maar ook die verbondenheid wordt vandaag verkeerd begrepen, omdat we ons zelfbeeld nu wel heel erg door het oordeel van anderen laten bepalen. Het antwoord op de vraag “wie ben ik?” vind je niet in een selfie. Of in vind-ik-leuks op Instagram. Je ontdekt jezelf niet door een identiteit te creëren op sociale media, of door de manier waarop anderen daar al dan niet op reageren.’
De selfiewereld is niet die van Socrates?
‘Een selfie is volledig gericht op de reactie van de ander, waarbij het aantal likes bepaalt hoe positief of negatief je jouw zelfbeeld ervaart. Socrates zegt nochtans dat het belangrijker is dat je in harmonie bent met jezelf dan dat je met anderen overeenkomt. Waar voel ik me goed bij? Wat zijn mijn waarden in verhouding tot de wereld? Dat is veel belangrijker dan je zelfbeeld te laten afhangen van beelden van buitenaf.’
Hoe kan je jezelf dan wel vinden?
‘Door een innerlijk gesprek te voeren met jezelf, los van de publieke opinie. Mijn boek is een persoonlijke poging om dat te voeren. Toen ik jonger was, had ik last van een permanent schaamtegevoel. Dat had niet zozeer te maken met iets wat ik had gedaan, maar met een existentiële vraag: heb ik wel het recht om hier te zijn? Ik heb het geluk dat ik dankzij mijn moeder al heel jong de weg naar de literatuur heb gevonden, en de filosofie. Zo heb ik bij Spinoza de idee van “conatus” ontdekt, het fundamentele recht om te zijn. Dat was zo bevrijdend, het verloste me van mijn schaamte.’
De fundamentele vraag van de filosofie blijft wel: lukt harmonie met jezelf als er zoveel leed is in de wereld?
‘Ik denk het wel, omdat dat deel uitmaakt van jouw beperking. Je bent God niet. Het ligt niet in jouw macht om het leed van de wereld te herstellen. In het boek stel ik de vraag of je moreel bent als je verontwaardigd bent. We worden voortdurend aan de mouw getrokken om ons boos te maken. Neem het drama in Israël en Gaza. Het zou erg zijn om daar niet verontwaardigd over te zijn, maar tegelijk word je meegezogen in een opbod dat polariseert: je wordt gedwongen om kamp te kiezen. Elke partij roept: de ander is slecht, dus ik ben goed. Maar daarmee is de weg naar zelfreflectie en zelfkennis meteen afgesloten. Want misschien moet ik ook wel kijken naar wat ik zelf fout doe. Ik vind die dynamiek van verontwaardiging enorm uitputtend en deprimerend, ze brengt ons geen stap verder.’
(Fragment uit: De Standaard, Lieven Sioen. zaterdag 28 oktober 2023)

Het boek:

Tekst achterflap
‘Tinneke Beeckman is niet alleen erudiet en intelligent – dat wisten we al – maar met deze fijnzinnige essays getuigt ze ook van wijsheid en kwetsbaarheid. Grote klasse.’
– David Van Reybrouck
Wat kan je troosten? Is je verlangen gevaarlijk? Waarvoor kun je dankbaar zijn?
In een moedige zoektocht naar zelfkennis leidt Tinneke Beeckman de lezer langs de grootste geesten uit de filosofie en wereldliteratuur: van Socrates, Hannah Arendt en Albert Camus tot Marcel Proust en Virginia Woolf. Vertrekkend vanuit persoonlijke vragen ontdekt ze hoe hun ideeën je blik op jezelf en het leven kunnen verrijken. Beeckman wekt klassieke denkers tot leven en laat overtuigend zien hoe de filosofie juist vandaag de dag van grote waarde kan zijn.
Tinneke Beeckman (1976) is een van de meest vooraanstaande filosofen in het Nederlandse taalgebied. Ze schreef onder andere het bekroonde Door Spinoza’s lens (2012) en Macht en onmacht (2015). In 2020 verscheen haar bestseller Machiavelli’s lef, waarmee ze de Hypatia-prijs won. Naast haar boeken schrijft Beeckman columns voor De Standaard.

Inhoud
- Wie ben je
- Wat voel je?
- Wie wil je zijn?
- Hoe leef je en hoe sterf je
“U ben zo jong in het leven nog en onervaren, dat ik u, mijn beste, zo goed ik kan, zou willen vragen geduld te hebben met alles wat in uw hart nog niet tot een oplossing is gekomen en te proberen de vragen zelf lief te hebben als voor u niet toegankelijke kamers en als boeken die in een volkomen onbekende taal zijn geschreven. Zoek nu niet naar de antwoorden die u niet gegeven kunnen worden, omdat u niet in staat zou zijn te leven. En het gaat erom alles te leven. Leef uw vragen. Misschien leeft u dan gaandeweg, ongemerkt, op een dag in een ver verschiet het antwoord binnen.
Rainer Marie Rilke, Brieven aan een jonge dichter, 16 juli 1903

Patricia Broothaers
Ontdek meer van In de stilte
Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.
Heel knap!