
Un tout petit oiseau
Sur l'épaule d'un ange
Ils chantent la louange.
Du gentil Rousseau.
Guillaume Apollinaire.
His breakout dreamscape for that show, “Carnival Evening,” is here, starring a clown and a distant, half-painted house of real, stumping enigma. Its hundreds of needle-fine tree branches silhouetted black against a winter sky gradient foretell the day-night conjurings of Magritte. (Aside from color behavior, Rousseau knew how the eye adjusted to the absence of light.). (Walker Mimmss NY Times 16 jan 2026)
Bio’s van schilders hebben de neiging om vanuit het schilderij meteen de werkelijke levensloop te integreren. Mijn verste bron echter, de Nederlandse kunstcriticus en schilder Kasper Niehaus is nog in dezelfde eeuw als Henri Rousseau geboren en zijn artikel in ‘Elseviers Geïllustreerd Maandschrift jaargang 42 verscheen in 1932 waarin hij zijn kennismaking met het werk van deze eenling uit de letterlijke doeken doet.
"IN Juni 1912 schreef een vriend mij uit Parijs, dat hij bij Uhde geweest was, een kunsthandelaar en fijn schilderijenkenner, die ook over kunst schreef en die naast een prachtcollectie Picassos en Braques en ook zeer fijn werk van Marie Laurencin, vooral een mooie verzameling werk van Henri Rousseau had: ‘een schilder wiens naam je waarschijnlijk nog nooit gehoord hebt. Toch is hij al twee jaar dood en niet jong gestorven. "

Met de woorden van Kasper Niehaus (1932):
"In een geel, rood en groen gestreept kleed, slaapt de Bohemienne, met den eenen arm onder het hoofd in een evenwijdig geplooide, amethyst-paarse doek, op een oranje en groen gestreept kussen, in het alles als doorschijnend makende licht van de maan. In de rechterhand houdt zij een stok. En toch is de Bohemienne daar niet gekomen! Zooals Cocteau zeer juist heeft opgemerkt, liet de schilder, die nooit een détail vergat, geen enkel spoor na in het zand om de slapende voeten. De nagels van voeten en vingers liggen als schelpjes aan den oever van dezen stroom der vergetelheid. De mandoline met het donkere, rood-omzoomde klankgat, de snaren als besneeuwde draden van een interasterale telegraaf en de schroefjes als maansteentjes, de roode kruik, loopen volgens Uhde tien jaar vooruit op de heele komende Fransche schilderkunst welke zij doen voorvoelen; (ibidem)

Daarentegen gaf hij elken Zondag een soirée, waar hij z'n vrienden uit de voorsteden, winkeliers, schoenmakers, kleermakers uitnoodigde en z'n schilderijen aan hun critiek onderwierp. Hij zei eens: ‘Ik heb veel van deze menschen geleerd, veel meer dan van alle critieken, die men tegen mij schreef. Bijvoorbeeld, m'n ‘Leeuw in het oerwoud’ was op de expositie en niemand had bemerkt, dat ik vergeten had den leeuw oogen te schilderen. Daar kwam een oude vriend van mij, een douanier van den Pont de la Tournelle en lachte: ‘Oude vriend, gij hebt immers vergeten den leeuw oogen te geven.’
Rousseau liet zich dus door het volk corrigeeren! (ibidem)

Rousseau identificeerde het onderwerp van dit schilderij in een handgeschreven notitie, bevestigd aan het spanraam, gedateerd 1909, het jaar waarin hij het ter verkoop aanbood aan de kunsthandelaar Ambroise Vollard. De scène toont het landschap rond Bicêtre, een arbeiderswijk aan de zuidelijke rand van Parijs, vlakbij de rivier de Bièvre (die nu ondergronds door de stad stroomt). In de tijd van Rousseau was de waterweg zwaar vervuild, maar op bepaalde plekken was het uitzicht nog steeds schilderachtig, zoals blijkt uit de figuren in boerenkleding op het met bomen omzoomde pad links en het glimpje van het zeventiende-eeuwse aqueduc d’Arcueil op de achtergrond. (The Met)

Een keuze uit zijn werk vind je onderaan de Franse Wikipedia gegroepeerd per onderwerp:
https://fr.wikipedia.org/wiki/La_Guerre_%28Rousseau%29

Henri Julien Rousseau werd geboren in Laval in de Loirevallei in het gezin van een loodgieter. Hij ging naar de middelbare school in Laval, eerst als dagleerling en daarna als kostschoolleerling, nadat zijn vader schulden had gemaakt en zijn ouders de stad moesten verlaten omdat hun huis in beslag was genomen. Op de middelbare school was hij middelmatig in sommige vakken, maar hij won prijzen voor tekenen en muziek. Hij werkte voor een advocaat en studeerde rechten, maar “probeerde een kleine meineed te plegen en zocht zijn toevlucht in het leger”, waar hij vanaf 1863 vier jaar dienst deed. Na de dood van zijn vader verhuisde Rousseau in 1868 naar Parijs om als ambtenaar zijn moeder, die weduwe was geworden, te onderhouden. Met zijn nieuwe baan begon hij in 1869 een relatie met de dochter van een meubelmaker, Clemence Boitard, die zijn eerste vrouw werd en voor wie hij een wals schreef met haar naam. Ze kregen negen kinderen, maar tuberculose was in die tijd wijdverbreid en zeven van hen stierven op jonge leeftijd. In 1871 werd hij gepromoveerd tot belastinginner bij het tolkantoor in Parijs. Hij begon serieus te schilderen toen hij begin veertig was en op 49-jarige leeftijd nam hij ontslag om zich volledig aan zijn kunst te wijden. Zijn vrouw stierf in 1888 en hij hertrouwde later.
Rousseau beweerde dat hij “geen andere leraar had dan de natuur”, hoewel hij toegaf dat hij “enig advies” had gekregen van twee gevestigde academische schilders, Felix Auguste-Clement en Jean-Leon Gerome. In wezen was hij autodidact en wordt hij beschouwd als een naïeve of primitieve schilder.

Het oorspronkelijk artikel door Kasper Niehaus in Elseviers Geïllustreerd Maandschrift. kun je raadplegen:
https://www.dbnl.org/tekst/_els001193201_01/_els001193201_01_0096.php
https://www.dbnl.org/tekst/_els001191301_01/_els001191301_01_0042.php

Gedicht bij Le Rêve (De Droom):
Yadwigha dans un beau rêve
S'étant endormie doucement
Entendait les sons d'une musette
Dont jouait un charmeur bienpensant
Henri Rousseau
Hommage à Eric Satie
Madame Henri Rousseau
monte en ballon captif
Elle tient un arbrisseau
Et le douanier Rousseau
prend son apéritif
L'aloès gonflé de lune
Et l'arbre à fauteuils
Et ce beau costume
Et la belle lune
Sur les belles feuilles
Le lion d'Afrique
Son ventre gros comme un sac
Au pied de la République
Le lion d'Afrique
Dévore le cheval de fiacre
La lune entre dans la flûte
Du charmeur noir
Yadwigha endormie écoute
Et il sort de la douce flûte
Un morceau en forme de poire.
Jean Cocteau (1889-1963)

Ontdek meer van In de stilte
Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.