IFIGENEIA CONTRA EURIPIDES, met Dora van der Groen

dora2

In de KVS Brussel gaat morgen 15 november 2023 ‘Ifigeneia’ in premiere, een voorstelling van Maaike Neuville & Tessa Hall.

Maaike Neuville en Tessa Hall gaan aan de slag met het verhaal van Ifigeneia, een van de meest tragische figuren uit de Griekse mythologie. Zij wordt door haar vader geofferd opdat het Griekse leger de wind in de zeilen krijgt en zij de gekaapte Helena terug kunnen halen uit Troje, in een tien jaar durende oorlog. Zo gaat het verhaal. Maar wat als Ifigeneia zelf haar verhaal had kunnen schrijven? Wat als ze zich niét had opgeofferd voor haar vader, voor haar vaderland? Wat als ze vrouw had mogen zijn – een jonge vrouw, met een stem, met woorden. Meer woorden dan: ‘Ik bied mijn lichaam voor mijn vaderstad en voor heel Griekenland vrijwillig aan’. Wat dan? (KVS)

Voor dit blog de gelegenheid om hetzelfde thema te hernemen met een radioproductie uit 1987.  

Voor Dora Van der Groen schreef ik drie radio-monologen rondom de menselijke stem. -‘Een dame speelt toneel’, tekst en uitvoering vind je al op dit blog. (titel gewoon intikken in de zoekfunctie) -‘Euredice verbreekt het stilzwijgen‘. En

‘’Ifigeneia contra Euripides

Euripides, Grieks toneelschrijver, schreef vlak voor zijn dood een toneelstuk (406 voor Chr.) ‘Ifigeneia in Aulis’.

De Griekse vloot wacht in Aulis op gunstige wind om onder leiding van Agamemnon naar Troje te vertrekken. Maar die wind blijft uit en daar zou Agamemnon zelf de schuld van zijn omdat hij een offer aan Artemis verwaarloosd had. Alleen als hij zijn dochter Ifigeneia offert kunnen de troepen naar de oorlog. Het meisje en haar moeder Klytaimnestra worden onder voorwendsel van een huwelijk met Achilles naar Aulis gelokt. In het stuk zal de dochter zich uit intense vaderliefde als offer aanbieden. Hier, in dit radiodrama uit 1987 neemt Ifigeneia het op tegen de Griekse auteur. Ze vertelt het verhaal vanuit haar persoonlijk standpunt. Dora Van der Groen speelt de rol van Ifigeneia. Ze vertelt haar versie met de afstandelijke intensiteit haar eigen. Het blijft voor mij, ook na 36 jaar een mooie herinnering aan een actrice die vanuit de tekst haar eigenzinnigheid durfde tonen zonder ook maar één ogenblik de essentie uit het oog te verliezen. Dora ter ere. Nog steeds.

Je kunt tekst en uitvoering steeds terugvinden  bij 'Radiowerk', maar degenen die dadelijk willen luisteren vinden hieronder  de tekst.
Iphigenia_in_Tauris_by_V.Serov_1893

Druk op pijltje, even wachten en je bent In Griekenland of…

34’16”

-Muziek, dan alleen de zee.-

Ifigeneia:

Euripides heeft mij ten hemel laten varen.
Mijn spel is uit.
Ik ben Ifigeneia, dochter van Agamemnon en Klytaimnestra.
Ik ben geofferd door mijn vader
zodat de Grieken de wind in de zeilen kregen van de goden.
Over de Egeïsche zee bereikten ze Troje
en daar stonden dichters en dramaschrijvers klaar
om hun verdere belevenissen te vertellen.

Jaja, ik mocht nog even meespelen in de Krim.
Daar moest ik als priesteres van Artemis iedere Griek doden
die Taurus bezocht.
Toen m’n broer Orestes en zijn vriend voet aan wal zetten,
worden ze naar mij gebracht.
Ikzelf, geofferd door mijn vader moest nu mijn broer offeren.

130312001_13001

Meneer Euripides wat heeft u bezield bij het schrijven van deze stukken?

Ok. U is tweemaal getrouwd, zegt men.
Al gaf uw eerste vrouw u drie zonen, nog meer zorgen kreeg u van haar.
En de tweede vond vooral de andere mannen heel aantrekkelijk.

Inderdaad, al schreef U tweeënnegentig stukken,
slechts vier maal was de eerste prijs voor u.
Roddels in de stad bleven beweren dat uw moeder een groentevrouw was,
terwijl u uit de upper class geboren werd.

U had de goden niet erg lief. De mens als maat der dingen,
schreef uw vriend Protagoras.
Het koste hem verbanning net zoals Anaxagoras verbannen werd
toen hij de goddelijke zon degradeerde tot een vurige massa “spermata”.
Een andere vriend, Sokrates, kreeg enkele jaren later de gifbeker
omdat hij de jeugd bederven zou met het oprecht losmaken van de waarheid.

U had een uitgebreide bibliotheek, en kwade tongen
fluisterden dat u de boeken meer liefhad dan de vrouwen.

En ook uw levenseinde kwam meer uit een saterspel
dan dat het zou afkomstig zijn uit Sofocles’ pen.
Wilde honden van uw hoge gastheer koning Archelaos
hebben u verslonden, net vijfenzeventig geworden en uit Athene weggevlucht.

Ja, Euripides, wat op papier komt schuwt het leven niet, en vaak
overtreft de kleine dramatiek de wildste fantasie.
Maar waarom mij dan offeren? Een mooi meisje verruilen voor wind?

-wind hoorbaar-

sacrifice-of-iphigenia

We zijn bijna tweeduizend vijfhonderd jaar verder.
Jij een marmeren buste en leerstof voor uitgegroeide pubers.
Ik een naam, een inspiratiebron voor de heren Racine, Goethe, Gluck
en goden van minder allooi.
Feministen kunnen mij als slachtoffer vereren,
en het duurt niet lang of er zal een schrijver zijn
die mijn rituele dood als incest weet aan te grijpen.
Rechtse rakkers kiezen mij als modelmeid. Zij die het vaderland
verkoos boven haar eigen levensdrift.
Genoeg daarvan.

Ik vertel mijn verhaal, meneer Euripides.
Voor dramaschrijvers is het ongeschikt, maar dat zal mij een zorg zijn
Ik gebruik uw eigen woorden, Agamemnon in de mond gelegd:


“Ik wil u eens flink de waarheid zeggen.
Met korte woorden en zonder al te driest op u neer te zien,
doch met mate, omdat gij mijn broeder zijt:
een fatsoenlijk man immers hoeft zich niet te schamen.”

-muziek-

Helena! Mijn tante.

Uitzonderlijke schoonheid verdwaast de mannen.
En ze was mooi. De perfectie. Zonder de koelheid van het volmaakte.
Verder een domme meid.
Maar haar borsten en haar lippen verdreven de vraag
naar kunst of wetenschappen.
De honger van de man vergeeft de domheid tot op ’t moment
dat het bedplezier routine is geworden en ’t lijf de sporen
van de hollende tijd vertoont.
De leegte die dan overblijft, drijft hen naar kroegen of bordelen,
waar hij opnieuw de honger stilt zonder de smaak te proeven.
De gulzigheid van een man beent een vrouw uit tot op het bot.

-muziek-

Helena’s vader, Tundareos, wilde niemand voor het hoofd stoten.
Gaf hij haar als bruid aan de ene held dan was de andere zwaar beledigd,
en schonk hij haar aan de andere dan zwoer de eerste eeuwige vijandschap!
Hij besloot dus een club op te richten van al degenen die Helena’s hand
en hart bedongen .De vurige hengsten die ieder hun eigen weg wilden gaan,
spande hij voor zijn eigen kar!
De slimmerik baatte hun hartstochten uit om zijn rijk te verdedigen.
Want wie één vinger naar de schone Helena uitstak,
kon rekenen op de wraak van ’t vrijersgild.

-muziek-

Nog maar net zijn ze terug van de notaris of Menelaos, vaders broer,
mag zijn aanspraak op Helena hard maken. Wat een stel!
Hij, een pronkhans, zij een dwaze schoonheid.
Als Menelaos naar Kreta moet, laat Tundareos de mooie meid ontvoeren,
en verdwijnt met haar naar zijn weide op de Ida.
Menelaos roept de bondgenoten bij elkaar. Wapens en schepen,
schilden en paarden komen in de nauwe zeestraat van Aulis aan.
Om Menelaos te plezieren kozen ze zijn broer , mijn vader dus, Agamemnon tot baas.

-muziek-

Als iedereen klaar is om af te varen, blijft het windstil.
Hoe zijn soldaten! Ze willen zo snel mogelijk vechten
om de dwingende gedachte aan een spoedige dood te verdringen.
Ze beginnen te rumoeren, hebben de mond vol over een teken van de goden
en besluiten Kalchas, de ziener te raadplegen.
Artemis vraagt een offer, zegt deze.
De godin van de jacht wil een meisje als buit.
En die buit zou ikzelf zijn, Ifigeneia, de dochter van Agamemnon.
Dat was natuurlijk een handige zet om mijn vader in diskrediet te brengen.
De goden hebben al wel eens meer gediend om menselijke belangen te
verdedigen.
Achter de Olympus houdt Menelaos zich schuil. Hij wil de baas zijn.
Hij weet dat Agamemnon zijn dochter niet zal slachtofferen.
Hij kent het gepeupel.
Ze houden aan de goden omdat ze zichzelf niet vertrouwen.
Eerst wilde m’n vader het leger naar huis sturen.
Maar Menelaos, niet om een woordje verlegen
overhaalde hem om het staatsbelang boven zijn privé-geluk te verkiezen.
Dus stuurde hij een brief en schreef daarin dat de held Achilles
mij wou huwen nog voor hij naar de oorlog zou vertrekken.
Mama die wist dat deze held niet alleen zijn goede naam
maar ook een flinke bankrekening bezat, aarzelde geen moment.
Het werd inpakken en wegwezen geblazen.
Familiezaken! Geen enkele staat zou ooit slecht worden gediend
als hij met de ijver van kapitaal vergarende clans omgeven werd.
Vaders.
Hun carrière verslindt hun eenzame kinderen.
Nooit thuis dienen zij het hoger belang,
en dat alles tot eer en geluk van het eigen kroost.
Zo ver gaat hun verblinding dat zij ons offeren
want welk kind kan aanspraak maken op een helden—verering?

Moeders.
Hun bezorgdheid verlaagt de kinderen tot piepkuikens.
In hun bittere angst hen tegen de vaderlijke wereld te beschermen
drukken zij ze plat in een comfortabel nest waarin de toekomst
tot de aspiraties van een damesblad is teruggebracht.
De warmte van hun vleugels verstikt elke drang tot vliegen.

-muziek-

En vader. De martelaar. De schouders geschaafd door het gezag.
Nog voor hij de aanvoerder was, ontving hij iedereen op elk moment.
De boulevardpers was net zo welkom als de bourgeoiskranten.
Maar eens hij benoemd werd, sloot hij zich op en kende hij niemand meer.

Je eigen officieren, vader, wilden iedereen naar huis sturen
toen men mij als offer vroeg.
Je had je broer niet nodig om je te laten overtuigen, want zonder mij
werd je een aanvoerder zonder oorlog, een generaal
die alleen nog in de wapenindustrie zijn belangen kon verdedigen.
Voor de schone schijn verzon je het huwelijk met Achilles,
en wellicht had je slimme plannetjes om mij en je oorlog te redden.
Je projecteerde je schuld op Menelaos. Je riep dat hij de troon wilde.
Er kwam een heuse broederruzie van die niet op bloedvergieten uitliep
omdat men onze komst meldde.
Wij dan, de vrouwen en mijn jonger broertje Orestes.
Toen we aankwamen begrepen we niets van de bedrukte gezichten.
Soldaten houden van feesten, en hier zag ik rijen bekenden
die me hoofdschuddend aankeken, sommigen met tranen in de ogen,
anderen wendden het hoofd af en keken naar de zee.

b9a552d9ac25cc9770f98b52bd4a960e

Menelaos speelde echter zijn nummertje als een volleerd politicus.
Meneer Euripides laat hem spijt hebben van zijn ruzie met mijn vader.
In feite echter maakte hij met honing de punt van zijn pijlen zoet
zonder dat ze iets aan scherpte zouden inboeten.
Wie het opneemt voor de zwakken vindt allicht genade
eens de geschiedenis haar koers gelopen heeft
en de nakomenden hun oordeel over onze daden vellen.
Hij stelde mijn vader voor de ziener Kalchas om te brengen
zodat niemand zijn droevige boodschap zou vernemen,
terwijl hij natuurlijk wist dat ook Odysseus op de hoogte was.
En wie Odysseus zegt, moet niet meer verder spreken
want die man kan pas het volk mennen zonder dat het de littekens
van de teugels herkent. Hij weet ze zo naar de mond te praten
dat de bloedigste striemen als geboortevlekken worden weggewuifd.

De kleine Orestes was in slaap gevallen. Mijn moeder wuifde,
vroeg vriendelijk om hulp om ons uit de koets te helpen.
Ze liet de geschenken uit de wagens halen, begon heel druk te doen
zodat ik niet meer wachten wilde en naar m’n vader liep.
Hij was heel lief maar kon zijn verdriet natuurlijk niet verbergen.

Meneer Euripides is een man. In zijn stuk laat hij mijn vader
heel listig antwoorden op mijn onschuldige meisjesvragen.
Als ik hem smeek om thuis te blijven, laat hij hem zeggen:
“Ook jou wacht een reis, kind. Een reis die je aan je vader zal doen
denken.”
Waarop ik, heel literair, nietwaar meneer Euripides,
“Zal ik met moeder meevaren of alleen reizen?”
En zijn antwoord:
“Alleen, ver verwijderd van je vader en je moeder.”
En om het helemaal fraai te maken legt meneer Euripides mijn vader
deze zin in de mond eens ik gezegd heb
graag bij het te brengen offer aanwezig te willen zijn:
“Jij zal het dichtst bij het wijwater staan.”

Men kan de stilte in het theater horen, nietwaar.
Iedereen weet immers wat er mij te wachten staat.
Als ik dan, bijna een kind nog, mijzelf aanbied
en mijn vader wenend de scene verlaat, is het hek van de dam.
Slim gedaan, meneer Euripides.
Want medelijden bevangt de toeschouwer. Medelijden voor vader EN dochter!
Dat is een knap staaltje van mannen—schrijverij.
De dochter gebruiken om de misdaden van de oorlog goed te praten.
Hier stelt meneer Euripides het onafwendbaar lot ten toon.
Mijn vader, een rasechte schurk wordt verheven tot de uitvoerder
van bevelen. Heilige bevelen. Innerlijke bevelen.
Zou men niet één vrouw kunnen slachten om het vaderland te redden?
Laat het dan zijn eigen dochter zijn zodat de vader zichtbaar lijdt
en wij als toeschouwers hem troostend op de schouders kunnen kloppen.
Gelukkig komt dan mijn moeder binnen. Met haar domme praatjes
verstoort ze het mannentafereel. Ze wijt Agamemnon’s verdriet
aan het uithuwelijken van zijn geliefde dochter. U kent dat wel:
vaders die hun dochters mishandelen en dan in tranen baden
als datzelfde kind voor het altaar staat.
Hij probeert haar naar huis te sturen en gebruikt daarvoor
al zijn mannenmacht. Maar ze weet van geen wijken.
Zelfs als ze verneemt dat het feestmaal voor de vrouwen
bij de schepen zal plaatshebben, een armoedige bedoening dus,
is ze vastbesloten. Ze wil het feest meemaken, zeker nu ze
vernomen heeft dat Achilles van goede huize is.

-muziek-

Meneer Euripides!
Ik kan begrijpen dat boeken u liever dan vrouwen waren.
Maar de waarheid heeft haar rechten.
We kwamen aan. Mijn moeder wist onmiddellijk dat er iets fouts ging.
Haar druk gedoe was nog niet zo dom.
Vaak hebben vrouwen geen andere uitweg voor hun leed
dan dagelijkse beslommeringen.
Ze speelde het spel van aanstaande schoonmoeder
tot ze dicht genoeg bij mijn vader was om hem recht in de ogen te kijken.
Weinig mannen spelen zo goed toneel dat ze daaraan kunnen ontkomen.
Hij begon te stotteren, had het nog over Achilles,
excuseerde zich voor de spoedbestelling,
mummelde dat de bruiloft best nog wat kon wachten,
informeerde naar onze gezondheid, keuvelde over het weer
en liep dan de tent uit.

Achilles, door allerlei geruchten nieuwsgierig gemaakt,
botst bijna tegen hem op. Hij begroet ons vriendelijk.
Een zachte macho. Stoer gedoe om een marsepeinen hart te camoufleren.
Mijn moeder stelt mij voor als zijn toekomstige bruid.
Hij glimlacht.

Meneer Euripides laat de man verontwaardigd doen
eens hij vernomen heeft dat hij, als man, zo maar is uitgehuwelijkt.
Hij begint bijna te razen en neemt het dan heel lankmoedig op voor mij.
In feite speelde hij het spelletje mee omdat hij van Odysseus had gehoord
dat hij als lokaas dienen moest.
Ook laat meneer Euripides mijn moeder Achilles knieën omvatten
alsof zij het was die dit slecht scenario had geschreven.
Ach, meneer Euripides. Ik weet hoe leuk het is je woede naar papieren
tegenstanders om te buigen. Heel hygiënisch voor je eigen geest,
maar de toeschouwers krijgen een dwaze vrouw te zien
die zich voor een halfzachte superman vernedert.
En dan zegt het koor der vrouwen:
“Moederschap is iets wonderbaars.
Allen bedeelt het gelijk met een liefde zo machtig
dat men voor zijn kinderen wil lijden.”

Dat ontken ik niet, meneer Euripides, maar lijden is daarom nog niet
de mannenspelletjes spelen. De werkelijkheid was heel anders:

“Ik kan haar redden.” zei die slimme Achilles. En hij keek me aan.
Wij vroegen hem welk gevaar ons dan wel boven het hoofd hing.
Hij legde het hele spelletje uit en herhaalde dan dan hij mij redden kon.
Meneer Euripides laat hem meer dan honderd verzen in de mond nemen
om zijn moed te bewijzen. Hij wil haar redden, met het zwaard,
niet om haar daarna te trouwen want zo zegt de held:
“Duizend meisjes willen mij als echtgenoot.”
Maar hij komt voor mij op omdat hij notabene beledigd is!
Agamemnon heeft niet eens zijn toelating gevraagd
om zijn naam te gebruiken. En dat moet gewroken worden.

Horen jullie dat allemaal goed.
Al eeuwen hebben jullie de overigens fraaie tekst
van meneer Euripides bewierookt
en niemand heeft het ooit voor de vrouwen opgenomen
en die kakjanus op zijn plaats gezet.

Ten onrechte beschuldig ik meneer Euripides, want hij heeft Achilles
ten voeten uit geschilderd.
Hij laat hem zelfs verklaren dat hij later
nog wel eens een grote god kan worden. Wij kennen zijn lot.
Maar is letterkunde dan een plaats voor onkwetsbaarheid
zoals de net genoemde held onkwetsbaar was?
Of heeft ook meneer Euripides een kwetsbare hiel vrijgelaten
omdat hij hoopte dat iemand zijn geschriften zou doorzien?
Te veel eer voor deze mooie trukendoos.
Want in feite zei Achilles dit:
“Ik kan haar redden als ik haar als maîtresse mag hebben.
Dan zorg ik voor een fraaie verdwijn-act
zodat de soldaten hun amusement hadden
en ook Kalchas zijn eer niet is gekrenkt.
Want wind komt er toch. Dan hebben mijn kabinetsmedewerkers mij voorspeld.
En al vertrouw ik hen niet meer dan een dwaze goochelaar,
ik heb al genoeg politieke spelletjes gespeeld
om de afloop niet zelf in de hand te houden.”

image-20150611-11437-8wcchq

Mijn moeder schrok. Had ze tegen een wettelijk huwelijk geen bezwaar,
het vooruitzicht van een weinig winstgevende relatie redde haar moraal.
Ze begon te roepen en te schelden. Achilles kon de pot op!
Nog liever zou ze mij, haar oogappel, overleveren
aan de ambitieuze plannen van mijn vader.

Aan mij werd niets gevraagd.
Nog voor het offeren was ik al offerdier.
Zonder één steek was ik al neergestoken. Zonder één klap al doodgeslagen.
Mijn broertje kwam binnen en vroeg of ik met hem wilde spelen.
Ze spelen nu met mij, zei ik. En hij vroeg lachend welk spel dan wel.
Diefje met verlos, zei ik hem. Hij vroeg of hij mee mocht spelen.
Liever niet. Het is een ernstig spel. Degene die verliest wordt geslacht.
Hij begon te lachen. Tot hij de tranen in de ogen van moeder zag.

Meneer Euripides. In jouw toneelstuk laat u nu de moeder klagen.
Ze verwijt haar man alles wat een vrouw een man verwijten kan.
Ikzelf doe er nog een schepje boven op en smeek mijn vader als een slaaf.
Bang voor de dood heeft u mij gemaakt.
Ik die sterven als een verlossing zag.
Natuurlijk een vrouw heeft alleen maar haar sentimenten als reddingsboei.
Een man kan zich op nobele daden beroepen, of op krijgersfaam.
In werkelijkheid droogden beiden hun tranen, trokken ze zich terug
en kwamen dan bijna opgewekt mij troosten.
Achilles was toch een knappe man, zei vader.
Misschien zou hij zich bedenken en mij werkelijk als bruid kiezen,
en deed hij dat niet dan bleef ik toch nog vrij
om zelf een wettig huwelijk te sluiten dat voor mijn inkomsten zou zorgen
Dat was moeders taal.
We hebben geen andere keuze, begon mijn vader weer.
De Grieken wilden een offer.
Of moest hij soms zijn carrière offeren voor een ideaal vaderbeeld?
Wie politiek bedrijft, moet zich aan de omstandigheden kunnen aanpassen.
En ik kon beter de maîtresse van een held zijn
dan de wettige vrouw van een nulliteit.
Mijn moeder zei dat liefde hier niet ter sprake kwam.
Mijn aandeel was het nu om zonder morren het lot te dragen.
Achilles kende een bekwame vuurwerkmaker die voor spektakel zou zorgen.
Ik bleef ongedeerd, net als mijn vaders reputatie en het oorlogsdoel

Meneer Euripides, hier laat jij mij kiezen voor de offerdood.
Jouw fraaie zin zou nog door menig dictator worden geciteerd:
“In zekere zin past het trouwens niet dat ik te veel van het leven houd.
Want dit leven dat jullie mij geschonken hebben is niet van mij alleen
maar is gemeengoed van alle Grieken.”
Einde citaat.
Ik koos de dood, inderdaad. Maar niet uit vaderlandsliefde of ouder-eer.
Ik zei:”Bespaar mij het vuurwerk. Als ik dan het offer ben,
laat me dan ook helemaal het offer zijn. Ik wil dood.
Want nog voor de ziener mij doorsteekt ben ik al door mijn ouders geofferd.

Pieter Aertsen. circa 1555-1560

Als kind offert men zijn persoonlijkheid voor melk en liefde.
En is men aangepast en ingevuld begint men op zijn beurt
zijn eigen kinderen op te offeren.
Verbaas je daarom niet, vader, dat je soldaten een offer vragen.
Ze weten dat ze op hun beurt een offer voor jouw ambities zijn.

Mijn besluit is geen wraak, noch minder een wanhoopsdaad.
Ik wil sterven omdat een leven met deze ouders geen leven is.
Mijn toekomst is al opgeofferd, waarom dan niet het lichaam laten volgen?
Laat de Grieken geloven dat ik voor het vaderland mijn leven geef.
Voor jullie kan mijn motief ouderliefde zijn.

Ze werden boos en jammerden. Heel erg overtuigend klonk het niet.
Zoals de storm vlug gaat liggen na de eerste aanval,
zo veranderden hun klachten in twijfels,
en die gingen over in goedkope sentimenten
waardoor tenslotte hun goedkeuring klonk voor mijn besluit.

Meneer Euripides. In uw stuk klinkt de heldhaftigheid van het offer
boven het innerlijk verdriet. Men blijft waardig.
Ik zeg zelfs: Voedt Orestes op tot een ware man.
U zult u nu verdedigen dat u de inhoud van het begrip “ware man” openlaat.
Maar ook hier zal stoer gedoe boven persoonlijkheid staan.
De buik van de aarde barst open: de dode geofferde mannen kijken ons aan.
Ze hebben geen boodschap meer aan een bloemenhulde.
Elke siersteen is tevergeefs, meneer Euripides.

-muziek-

De bode komt het verhaal vertellen van mijn wonderlijke redding.
Eerst worden mijn schouders gekromd onder nationalistische gevoelens,
en sta ik op de dunne lijn die het leven scheidt van de dood
dan grijpen de goden in en word ik gered.
Ik weet het, meneer Euripides. Dat verlangt het publiek.
Iemand die zijn leven voor de staat wil geven, mag niet verdwijnen.
Zij moet bij de goden eeuwig verder leven zodat de jonge mannen
voor wie zij haar leven veil had zonder schroom de dood kunnen ingaan.
Het voorhang valt. Gesterkt voelen de krijgers hun wapens.

muziek verder-

Toen ik buitenkwam was er van al dat feestgedoe niet veel te zien.
Soldaten lopen samen. Een grote stilte.
Mijn vader stelt zich rouwend op. Hij heeft gevoel voor pathetiek.
Men hoort mijn moeder krijsen in haar tent.
Ook haar hysterie dient de goede zaak.
Zelfs mijn broertje heeft men in het wit gekleed.
Hij kijkt wat nukkig omdat hij zijn speeltjes mist.
Achilles schudt zijn krullen.
Zoveel heldhaftigheid staat zijn stierenlust in de weg.
Odysseus buigt het hoofd. Hij bekent zijn nederlaag.
De anderen zijn geil op bloed en wachten.
De goden blijken voor hun sadisme een dankbaar alibi.
Als Kalchas het ritueel begint, laat ik mijn wit gewaad vallen.
Naakt kijk ik de mannen aan. Niemand durft dichter komen.
Heel langzaam dan het mes dat ik verborgen hield.
Het mes van schitterend metaal, sierlijk van lemmet
schuift traagjes in mijn buik.
Niet de goden, noch de herinneringen vullen mijn laatste blik
Ik zie soldaten braken, net voor het donker m’n ogen bereikt.

-wind is opgestoken over grote droge vlakte-

Wie in Aulis komt, hoort geen schallende klaroenen.
Noch zal het koor der dapperen tegen de bergen weerklinken.
Het geluid van de oorlog is het braken van bloed.
Bloed dat uit de prachtige mannen gulpt: deze steriele poging
van het offer om zichzelf te bevruchten.
Meneer Euripides.

-wind overstemd door zeegolven op de kust.-

augustus 1987
met Dora van der Groen
7-10 september 1987 opgenomen.
Radio-3 Dienst drama

IPHIGENIE--4-

“De November-Groep”: het Fins expressionisme

Cawén, Alvar – Members of The November Group

De November-Groep (Marraskuun ryhmä) was een vereniging van Finse expressionistische kunstenaars die zich rond Tyko Sallinen hadden verzameld. (Niet te verwarren met de Duitse Novembergruppe). De groep werd opgericht in de tijd dat Finland zich onafhankelijk verklaarde van Rusland. De leden van de November-Groep waren soms agressief nationalistisch ingesteld en creëerden een typisch Finse vorm van expressionisme. De November-Groep veroorzaakte de grootste opschudding ooit in de Finse kunst. In de Finse kunstgemeenschap van die tijd vertegenwoordigde hij alles wat lelijk, incompetent, vervormend en primitief was. Tegenwoordig wordt de beweging beschouwd als een van de belangrijkste en meest invloedrijke stromingen in de Finse kunst.

Sokea soittoniekka (Blind musician) by Alvar Cawén (1922).

November Group (Marraskuun ryhmä) was an association of Finnish expressionist artists, gathered around Tyko Sallinen. The group was founded in time when Finland declared its independence from Russia and the members of the November Group were sometimes aggressively nationalistic in outlook, creating a distinctively Finnish form of Expressionism.[1] The November group caused the greatest ever uproar in Finnish art. In the Finnish art community of its age it represented everything that was ugly, incompetent, distorting and primitive. Today the movement is considered one of the most important and influenced movements in Finnish art. (1917-1924) (Wikipedia)
Tyko Salinen Self-Portrait 1914

De groep ontleende zijn naam aan de maand van zijn eerste tentoonstelling.

Sallinen, Collin en Cawén hadden in Frankrijk gestudeerd en waren bekend met het Franse fauvisme en expressionisme. Ze kozen echter voor donkergrijze en bruinachtige kleuren in plaats van de felle kleuren van het Franse fauvisme. Ze namen ook invloeden over van het kubisme en het Russische kubus-futurisme.

Veel van de toekomstige groepsleden hadden elkaar al in 1910 ontmoet in Denemarken, waar ze logeerden bij Taylor Niels-Peder Rydeng, die een mecenas en verzamelaar van moderne kunst werd.

Tyko Sallinen: Piruntanssi, 1919. Kuva: Laura Railamaa/Yle

De November-leden vormden een diverse groep bevriende radicale kunstenaars uit die tijd, 14 mannen in totaal. Er waren geen vrouwen bij. Het beeld van het Finse modernisme en expressionisme – en dus van de Novembergroep – was uitgesproken mannelijk.

Max Fritze vertelt dat de vrouw van de kunstenaar Ragnar Ekelund, Inkeri Siegberg, in 1924 een keer werd uitgenodigd om deel te nemen aan een tentoonstelling van de Novembergroep. Ze werd echter niet vermeld in de tentoonstellingscatalogus.

Mikko Carlstedt: Torikoju, 1920–1921 Kuva: Laura Railamaa/Yle (De wildverkopers)

Het onverbloemde portret van de November-groep wekte veel wrevel bij tijdgenoten. Finnen waren niet gewend om zichzelf in zo’n ‘vervormde’ spiegel te zien.

Bij de eerdere nationale romantische kunst waren kijkers gewend aan een geïdealiseerd beeld van het volk, mensen die subliem waren in al hun bescheidenheid. Het leidende principe van de November-groep was eerlijkheid.

De mensen in de schilderijen van Tyko Sallinen werden bijvoorbeeld afgedaan als Oost-Mongools, overwoekerd en vervormd. Het was een tijd van rassendoctrines en de jonge Finse natie had blijkbaar grote behoefte om te laten voelen dat ze bij het westerse menselijke ras hoorde.

Tyko Sallinen: Saunassa I, 1922. Kuva: Laura Railamaa/Yle

De geest van rebellie verenigde de November-groep wel, maar hun rebellie was niet gericht tegen de politiek, maar tegen de nationale romantische kunst van het verleden en haar vertegenwoordigers. Ze bewonderden het Europese modernisme, het emotionele expressionisme en het kubisme, dat geometrische basispatronen gebruikte om het onderwerp vanuit verschillende hoeken tegelijk te tonen.

Alvar Cawén. De herstellende. The Convalescent
De November Groep volgde de internationale kubistische trend en had een negatieve houding ten opzichte van kleur, hoewel de leider van de groep, Sallinen, in het begin van zijn carrière experimenteerde met een puur palet en een regenboogkleurbron. Over het algemeen was het kleurenschema van de groep erg donker en aards. Nationale thema's domineerden. Nieuwe artistieke trends werden echter niet gewaardeerd in Finse kunstkringen, en vooral Sallinens vrije, sterke stijl werd sterk bekritiseerd.

Hoewel de groep werd gevormd rond Sallinen, wordt Juho Mäkelä, wiens krachtige schilderijen de aandacht trokken in de jaren 1910, vaak beschouwd als de eerste vertegenwoordiger van de beweging.

De November Groep hield zijn eerste tentoonstelling in 1917 en organiseerde tussen 1917 en 1924 vijf tentoonstellingen in verschillende samenstellingen. (Wikipedia Finland)

Frans Alvar Alfred Cawén. ‘Matti’. 1933
De November Groep: Wäinö Aaltonen, Ilmari Aalto, Mikko Carlstedt, Alvar Cawén, Marcus Collin, Ragnar Ekelund, Viljo Kojo, Anton Lindforss, Alex Matson, Juho Mäkelä, Eero Nelimarkka ja Tyko Sallinen.
Koli at Helsinki Central Station by Eero Järnefelt with help from Alfred William Finch and Ilmari Aalto, 1911

Imari Aalto. Portrait of Artist Karnakoski, 1917

Mikko-Carlstedt

Marcus Collin
(Finland, 1882-1966)

Alvar Cawén “Pime” (blind)

Juho Mäkelä. 1915. Herfstwolken

Addendum: Het is erg nuttig om de geschiedenis van de Finse burgeroorlog uit 1918 als dreiging en daarna als achtergrond van deze beweging te zien. Hij duurde van 21/1 tot 15/5 van dat jaar. Die oorlog verklaart zeker ook de dynamieken de innerlijke tegestellingen van en in de beweging .

Lees:

https://nl.wikipedia.org/wiki/Finse_Burgeroorlog

Tyko Sallinen: Leppiä keväällä, 1911© HAM / Kuva: Hanna Rikkonen

Bezoek ook het mooie werk van de groep en Alvar Cawén (1886-1935):

https://artvee.com/dl/members-of-the-november-group/

Alvar Cawén Venster

Verloren tussen de plooien van de kunstgeschiedenis: Carlo Crivelli (1435-1493)

Dode Christus met twee engeltjes 1470

Je moet al een ongenadig heerser zijn om bij deze Pieta geen medelijden te voelen met de gefolterde en net gestorven Jezus. Omdat de schilder zich niet aan de regels van zijn tijd hield was hij al uit de de kunstenaars-biografieën van Giogio Vasari verbannen. En ook zijn persoonlijk leven in Venetië bleek niet onbesproken, zeker niet na zes maanden gevangenis omdat hij, tijdens de afwezigheid van een welvarend zeeman, bij diens vrouw was ingetrokken. Tijd dus om uit de beroemde Dogenstad te vertrekken en naar de de ‘Marken-streek’ te verhuizen in het noordoosten van Italië.

Carlo Crivelli, about 1430/5 – about 1494 The Dead Christ supported by Two Angels about 1470-5 Tempera on poplar, 72.4 x 55.2 cm Bought, 1859 NG602 https://www.nationalgallery.org.uk/paintings/NG602
Born in Venice around 1430 to a family of painters, Crivelli worked as an artist and ran his own workshop in his home city until 1457, when he was imprisoned for six months for committing adultery with a married woman. Despite advertising his Venetian origins with his signature, Crivelli then permanently left Venice for Padua, where he worked in the workshop of Francesco Squarcione. He then spent time in Zara, Dalmatia, before predominantly residing in the Marches, in the northeast of Italy. Crivelli was prolific during his lifetime, producing paintings for merchants, nobility, religious orders and confraternities, extending from the Apennine mountains to the Adriatic Sea.
Luiken van het Sint Nikolaas altaarstuk.

Na eerst in Fermo te hebben gewoond, werd hij in 1478 inwoner van Ascoli Piceno. Crivelli floreerde in dit provinciale gebied, waar zijn trouw aan de uitgebreide gecompartimenteerde polyptiek en zijn uitstekende vaardigheid met tempera en bladgoud aansloegen bij de conservatieve smaak van zijn opdrachtgevers, en waar hij de vrijheid had om zijn unieke interpretatie van gotische en renaissancistische thema’s te ontwikkelen zonder te hoeven concurreren met de nieuwe Venetiaanse stijl van Giovanni Bellini.

Carlo Crivelli triptych ‘San Domenico’

Deze nadruk op decoratieve patronen is een zeer middeleeuwse eigenschap, en wordt door velen beschouwd als het tegenovergestelde van het naturalisme uit de Renaissance. Crivelli gebruikte echter zowel patronen als naturalisme naast elkaar, en gebruikte deze combinatie vaak om slimme visuele trucs uit te halen met zijn publiek. Men denkt graag dat Crivelli’s schilderijen intellectueel eenvoudig zijn, maar niets is minder waar. Hij was een meester in de illusionistische schilderkunst, zoals blijkt uit kenmerken als de faux-marmeren borstweringen voor veel afbeeldingen van Maria en kind die hij maakte. In het echt lijken ze op het eerste gezicht echte marmeren platen. Hij gebruikte deze vaardigheden om decoratieve details te creëren met een voet in de wereld van het schilderij en een voet in de werkelijkheid van de kijker.

Madonna met kind. ca. 1480
Consider, for example, the trompe l’oeil garlands of fruits that hang above the Virgin and Child’s heads in so many of Crivelli’s paintings. They play on the ancient custom of decorating treasured religious paintings with garlands and other offerings on important occasions. Here, the garland is within the painting, not added on top of it, but Crivelli wanted us to be momentarily unsure. The scale and placement of objects like large illusionistic flies landing beside the Christ child’s foot make more sense when understood as external to the composition rather than as elements inside the world of the painting. Similarly, jeweled crowns and other offerings at the Virgin’s feet are rendered in low-relief pastaglia rather than being completely illusionistic painting, and this only adds to the visual cleverness. (The Collector)
Lamentation on dead Christ

Bijna wordt de dode Jezus uit het schilderij getild, en droevig of niet de verzameling fruit, met de geheimzinnige komkommer die toen in culinair gebruik werd genomen, bekroont het beeld. De werkelijkheid blijft dicht bij de kijker. Zoals de figuratie uit het paneel kan, zo wordt het de gelovige mogelijk gemaakt bij het gebeuren aanwezig te zijn. Al is het goud nog vaak het decor, de uitbeelding is erg menselijk. Kijk naar het verbaasde gezicht van de evangelist Johannes.

Evangelist St. Jan.

Het grote prachtige altaarstuk ‘De boodschap van de engel aan Maria’ brengt al die vaardigheden samen in een prachtige eenheid. Hier onder legt de video heel mooi de synthese uit van vorm en inhoud. Er gebeurt heel wat voor de aandachtige toeschouwer.

The big beautiful altarpiece 'The angel's message to Mary' brings all these skills together in a beautiful unity. The video very nicely explains the synthesis of form and content. A lot happens for the attentive viewer.
De boodschap aan Maria

Paradoxaal genoeg saboteerde Crivelli’s unieke stijl zijn latere reputatie en plaats in de kunstgeschiedenis. Simpel gezegd past hij niet goed in het traditionele verhaal van toenemend naturalisme in de Italiaanse Renaissance. Zijn stijl zou veel beter hebben gepast in een vroegere traditie dan een die ruwweg samenvalt met Leonardo da Vinci. Daarom kozen vroegere generaties kunsthistorici er meestal voor hem te negeren en beschouwden ze hem als een achterlijke anomalie die onbelangrijk was voor de algemene ontwikkeling van de renaissancekunst. Bovendien werd hij door zijn ligging in de Marken, en niet in een groot artistiek centrum als Florence of Venetië, in hun ogen gedegradeerd tot een provinciaal. Dit wil echter niet zeggen dat belangrijke verzamelaars zoals Isabella Stewart Gardner zijn werk niet kochten en ervan genoten. Dat deden ze zeker, en uiteindelijk schonken ze zijn werken aan belangrijke musea, vooral in Amerika.

Sint Joris verslaat de draak

Gelukkig zijn de tijden veranderd en zijn wetenschappers gaan inzien dat de kunstgeschiedenis niet altijd zo lineair is als vroeger werd gedacht. Eindelijk is er ruimte voor Crivelli. Hoewel zijn kunst nog steeds niet in het traditionele verhaal past, wordt de visuele impact ervan niet langer genegeerd. Steeds meer musea tonen hun Crivelli-schilderijen en nieuwe boeken, tentoonstellingen en onderzoek helpen ons om deze zeer fascinerende schilder uit de vroege Renaissance beter te leren kennen.

Dode Christus met Maria, Sint Jan en Maria Magdalena
Crivelli’s pictorial flourishes often tend to make great narrative sense. In the “Dead Christ With the Virgin, St. John and St. Mary Magdalene” from the Museum of Fine Arts, Boston, where an unusually aged Virgin cries over her son, his body is rendered pale golden brown burnished with white, at once dead and lighted from within. It tends to draw the eye, after which you examine the rich textures and patterns of the punched gold background, classically carved parapet and the Magdalene’s garment as well as the garland, cucumber and all, overhead.

Crivelli’s art found only intermittent admirers. Foremost were the Pre-Raphaelite painters of 19th-century England, whose paintings were often similarly over the top. This may help explain why the National Gallery in London is rich with his and one of the greatest places for a Crivelli epiphany. (Roberta Smith)
Met heimwee naar Venetië? (Ongeveer 1480)
The artist always signed himself by a variant of “Carlo Crivelli of Venice, e.g. Carolus Crivellus Venetus; from 1490 he added the title “Miles”, by then having been knighted (Cavaliere) by Ferdinand II of Naples. He painted in tempera only, despite the increasing popularity of oil painting during his life-time. Unlike the naturalistic trends arising from Florence at the same time, Crivelli’s style still echoes the Byzantine sensibility. The urban settings are jewel-like, and full of elaborate allegorical detail. (ibidem)
Uit ‘De kroning van de Maagd’ De gekwetste hand van de gestorven Jezus op het bovenpaneel, vastgehouden door Maria Magdalena. (1493)
Kroning van Maria

Toch nog een merkwaardig doek belichten: het portret van de heilige Stefanus die voor zijn geloof gestenigd werd zoals blijkt uit de grote aardappelachtige stenen die op hoofd en schouders van de eerste martelaar rusten. Het schilderij bevindt zich in de National Gallery, daarom ook hun gewaardeerde commentaar?

 This half-length figure of a saint comes from a large polyptych (multi-panelled altarpiece) which Crivelli painted in 1476 for the high altar of the church of San Domenico, in Ascoli Piceno in the Italian Marche. 
This is Saint Stephen, Christianity’s first martyr. Potato-like rocks – representing those with which he was stoned to death – balance precariously on his head and shoulders. He holds his cactus-like martyr’s palm in one hand and a bound book, representing the Gospels, in the other. For the friars of the Dominican Order who commissioned the altarpiece, Stephen was an example of preaching and teaching the faith to non-believers. Crivelli was skilled at exploiting the optical effects of the different gold surfaces, which must have shone and flickered in the candle-light of a medieval church, with the highly burnished gold of his halo acting as a spotlight on the saint’s face. 
Detail

Dit was een herhaling van een vroegere bijdrage in een poging om ons mooi beginformaat uit te testen. En dat is intussentijd helemaal hersteld. Dankjewel Word Press!

Ontwapenend (5) Je eigen mythe ontvouwen

Human ornithopter, 1800-30
UNFOLD YOUR OWN MYTH

Who gets up early to discover the moment light begins?

Who finds us here circling, bewildered, like atoms?

Who comes to a spring thirsty

and sees the moon reflected in it?
Who, like ]acob blind with grief and age,

smells the shirt of his lost son

and can see again?

Who lets a bucket down and brings up

a flowing prophet? Or like Moses goes for fire

and finds what burns inside the sunrise?
Jesus slips into a house to escape enemies,

and opens a door to the other world.

Solomon cuts open a fish, and there’s a gold ring.

Omar storms in to kill the prophet

and leaves with blessings.

Chase a deer and end up everywhere!

An oyster opens his mouth to swallow one drop.

Now there’s a pearl.

A vagrant wanders empty ruins.

Suddenly he’s wealthy.

Bur don’t be satisfied with stories, how things

have gone with others. Unfold

your own myth, without complicated explanation

so everyone will understand the passage ’
We have opened you.

Start walking toward Shams. The teacher, the sun..
Your legs will get heavy

and tired. Then comes a moment 

of feeling the wings you’ve grown,

lifting.

(Rumi 1207-1273)
ONTVOUW JE EIGEN MYTHE


Wie staat er vroeg op om het moment te ontdekken waarop het licht begint?
Wie ziet ons hier rondcirkelen, verbijsterd, als atomen?

Wie komt er dorstig bij een bron 
en ziet de maan erin weerspiegeld?
Wie, zoals Jacob, blind van verdriet en ouderdom, 
ruikt het hemd van zijn verloren zoon 
en kan weer zien?

Wie laat een emmer zakken en haalt 
een flierefluitende profeet naar boven? Of zoals Mozes 
op zoek gaat naar vuur en vindt wat brandt in de zonsopgang?
Jezus glipt een huis binnen om aan vijanden te ontsnappen 
en opent een deur naar de andere wereld.

Salomo snijdt een vis open en daar ligt een gouden ring.

Omar stormt binnen om de profeet te doden 
en vertrekt met zegeningen.

Achtervolg een hert en kom overal terecht!

Een oester opent zijn mond om een druppel in te slikken.

Nu is er een parel.


Een zwerver zwerft door lege ruïnes.

Plotseling is hij rijk.

Maar wees niet tevreden met verhalen 
over hoe het bij anderen is gegaan. Ontvouw 
je eigen mythe, zonder ingewikkelde uitleg 
zodat iedereen de passage zal begrijpen.
We hebben je geopend.

Begin in de richting van Shams te lopen, 
de leraar, de zon.
Je benen worden zwaar en moe. 
Dan komt er een moment 
dat je de vleugels voelt die je hebt gekregen.

(Rumi 1207-1273)


Ja, het klinkt mooi, ‘je eigen mythe ontvouwen’, en ja hij is veelvuldig gebruikt deze letterlijk eeuwenoude tekst van Rumi.  Wie deze ‘Rumi’ werkelijk geweest is hebben we al eens met allerlei voorbeelden beschreven in een bijdrage.  Graag uitgenodigd om langs te lopen bij ‘Nooit vult de wereld de zadeltassen’.

In het Standaard Weekblad van vandaag schrijft Ludo Abicht: “Wij weten nog steeds niet helemaal hoeveel onze westerse culturele bloei tijdens het humanisme en de renaissance aan de Arabisch-Joodse vroegrenaissance te danken heeft.” Het is dus duidelijk dat het ontwikkelen van je eigen mythe de bronnen erkent en de nood ervaart elkaars culturele en wetenschappelijke rijkdom niet alleen te erkennen maar samen te leggen.

‘Misschien kan Israël economisch en militair overleven zonder niet-Joden. Al vrees ik dat het niet lang zal duren voor het land in de greep zal komen van een etnisch verkrampte, zogeheten religieus gedreven minderheid.” (ibidem)

Met die droom begint hij zijn bijdrage:

“In 1779 schreef de Duitse cultuurfilosoof Gotthold Ephraim Lessing Nathan de wijze, een filosofisch toneelstuk over religieuze en levensbeschouwelijke verdraagzaamheid als kern van de verlichting. Na meer dan duizend jaar ideologische hegemonie van de rooms-katholieke kerk, gevolgd door eeuwen van haat, vervolging en oorlog tussen katholieken en protestanten, was het meer dan tijd voor een nieuw pleidooi. Lessing beschreef een ontmoeting in een imaginair Jeruzalem tussen drie mannen: de islamitische heerser Saladin, een christelijke ridder en de wijze oude Jood Nathan.
Nathan vertelt zijn gesprekspartners het verhaal van de ring, een erfstuk van een vader die zijn drie zonen even graag ziet en daarom twee identieke ringen laat bijmaken. Na zijn dood denken de zonen alle drie dat ze de ware erfgenaam zijn, wat leidt tot een nauwelijks op te lossen conflict. De oplossing van Lessing is even geniaal als eenvoudig: omdat we onmogelijk kunnen weten wie de echte ring bezit —lees: wie de waarheid in pacht heeft — volstaat het dat ze alle drie zo eerlijk mogelijk volgens hun waarheid proberen te leven. Tot ze, samen met het verlichte 18de-eeuwse publiek, tot de conclusie komen dat het er niet op aankomt Wie nu de ‘echte’ waarheid bezit, zolang ze maar beseffen dat ook de anderen oprecht van hun gelijk overtuigd zijn.” (Ludo Abicht Standaard Weekblad 4 november 2023)

De titel van zijn bijdrage: ‘Een Israel zonder Palestijnen is fataal voor de Joodse ziel.’

The photo attached is by Mahmoud Al Tamimi, 11. ‘’Art for Peace” project for Jerusalem children in Jerusalem.

	

Ontwapenend (4) Bij het opwaaien van de zielen


Drieëndertig

En zegt zij, -met de stem van de jonge onderwijzeres-
‘Je moet zo ver niet zoeken.’
Ik herken haar lachje uit de laatste dagen
waarin verwarring maar ook rust van het uiteindelijke.

Uit het eindelijke.

En papa, beetje plagerig, zijn manier haar woorden
van hun zwaarmoedigheid te ontdoen.
‘Je moet zo ver niet zoeken.
Hier is het altijd nu.'

Drieëndertig jaar
een weeskind
maar steeds
dichterbij.

Woordeloos
weldra.

Ba – vogel uit het Oude Egypte

Tijd om te luisteren?

Ontwapenend (3): de machteloosheid bekeken

Titiaan ‘De zieke man’ (1514)

Eerst toegeschreven aan Leonardo da Vinci en aan Sebastiano del Piombo werd het uiteindelijk terecht bij het werk van Tiziano Vecellio geklasseerd. Door de uitdrukking en kleur kreeg het schilderij de bijnaam ‘de zieke man’. Het duidt meteen op een vreemde eigenschap waarbij het ‘ingetogene’, ‘de verstilling’ vlug in verband met zwakte en tekort wordt gebracht. Toen hij het schilderde was zijn toekomstige opdrachtgever, Karel V veertien jaar, een jongen met toekomst. De schilder -hij werd toen zesentwintig- zou twee jaar later de officiële schilder van de republiek Venetië worden. Vergelijk je het met ‘Abraham en Isaak’ bedoeld voor een plafondschildering maar nu te bewonderen in de sacristie van de Santa Maria della Salute in Ventië , dan is beweging en palet ver van de soberheid en stilte die je bij ‘de zieke man’ terugvindt.

Titiaan. Abraham en Isaak. 1542-44 olieverf op doek ‘328 x 285cm)

Je moet wel een engel zijn om zonder ernstige kwetsuren het zwaard van Abraham tegen te houden, mes waarmee hij zijn zoon Isaak (hier duidelijk nog Isaakje) aan de vragende god wil offeren. Een bijbelverhaal overigens waartegen ik als kind luidruchtig protesteerde, zeker bij de latere versie van Caravaggio (1573-1619) waarbij de erg menselijke engel Isaak’s arm tegenhoudt en als alternatief offer een ram aanwijst terwijl Isaak het doodsbang uitschreeuwt.

Caravaggio. 1573-1610. Het offeren van Izaak

Rembrandt zal in 1636 zijn versie van het verhaal schilderen waarbij de grote vaderhand het gezicht van zoon Isaak vrijwel helemaal bedekt en je je kunt afvragen of het kind niet eerst gestikt dan wel de nek is afgesneden. De opgestoken linkerhand van de engel drukt duidelijk afkeuring uit. ‘Vent, toch!’

Atelier van Rembrandt. Het offer van Abraham. 1636

Abraham (Hebreeuws: אַבְרָהָם, Avrāhām of אֲבִירָם, Aviram, mogelijk "De/mijn vader is subliem", volgens de volksetymologie: "Vader van velen/vele volken") of Ibrahim (Arabisch: ابرَاهِيم, Ibrahim), eerder Abram geheten (Hebreeuws: אַבְרָם, avrām), is volgens de Hebreeuwse Bijbel en de Koran de aartsvader van de Israëlieten en Arabieren.[1] Omdat hij in overdrachtelijke zin ook zo wordt beschouwd door christenen worden het jodendom, de islam en het christendom ook wel de Abrahamitische religies genoemd. (Wikipedia)

Jan Lievens: Abraham offert de ram in plaats van Isaak, God vernieuwt zijn belofte aan Abraham, olieverf op doek, 180 x 136 cm, circa 1638.

Aandoenlijk is deze mooie versie van Jan Lievens hierboven waar vader en zoon in elkaars armen na-beven terwijl de ram al geofferd is. Wat is ons overkomen? Ook Leonard Cohen, in zijn album Songs from a Room (1969), vertelde het verhaal in zijn prachtige song ‘Story of Isaac’ (met de oorlog in Vietnam op de achtergrond) Hij legt Isaak de woorden van de song in de mond:

Cohens lied heeft een bitter einde:  wat is broederschap?  Als iemand mij broeder noemt, is dat dan op basis van het gevoel dat alle mensen broeders zijn, of is het een retorische kreet die in de zestiger jaren de jonge generatie van het 'Vrije Westen' ertoe moet bewegen onder een gezamenlijke noemer en met een gezamenlijk, van bovenaf aangereikt doel slachtpartijen aan te richten onder hen die plotseling niet meer als medemensen maar als "de Vijand" worden gezien?   (Bram van der Hout over Leonard Cohen)

Flora (1515)
1515-20
Oil on canvas, 80 x 64 cm
Galleria degli Uffizi, Florence

Niet geheel toevallig vind je hierboven een van Titiaans mooiste werken: ‘Flora.’ Ze is een jaartje later dan ‘de zieke man’ geschilderd. Een mooie beschrijving uit de Web Gallery of Art:

"Dit is een van Titiaans mooiste werken, dat in de warme en gepassioneerde intensiteit van de kleur de jeugdige periode van Titiaan samenvat. De mooie vrouw die bloemen draagt zou Flora zijn, de klassieke godin van de bloemen en de lente. De titel Flora gaat terug op een gravure die in de 17e eeuw door Sandrart van het schilderij werd gemaakt. Dit schilderij is een van de eerste uit een reeks portretten van ideale vrouwelijke schoonheid die Titiaan schilderde. De glans van haar roodgouden haar, de zachte tint van haar huid en de net zichtbare borst waarvan de naaktheid vakkundig wordt benadrukt door haar hand en het roze brokaat, tonen Titiaans vaardigheden als subtiel colorist en zijn zekere gevoel voor sensualiteit."

Zij is mijn beeld tegenover de overdaad aan zgn. ‘mannelijkheid’ die de strijdende wereld deze dagen overvloedig toont zoals Noor Or in haar opstel “La Nausée” beschrijft:

"Maar ik ben gaan denken dat de wortel van het probleem, en van al het geweld dat de wereld op zijn grondvesten doet schudden, misschien wel mannelijkheid is.
Als ik bedenk dat nog maar een paar dagen geleden honderden Palestijnse en Israëlische vrouwen deelnamen aan de “vrouwen voor vrede”-mars in Jeruzalem, huiver ik bij de gruwel die daarop volgde. Ik huiver bij de gedachte aan die mannen die met hun wapens in de lucht zwaaien als rechtopstaande penissen. Ik huiver als ik denk aan de staatshoofden, vernederd, hun mannelijkheid gekneusd, die hun beslissingen zullen nemen met maar één gedachte in hun achterhoofd: bewijzen wie de grootste heeft.
Ik weet dat ik van alle kanten aangevallen zal worden. Door pro-Palestijnen, door pro-Israëliërs, door anti-feministen, door kwetsbare mannen, en met hen geallieerde vrouwen. En voor het eerst in mijn leven kan het me niets schelen."

Noor Or
oorspronkelijke bron: 

https://lundi.am/La-nausee

geciteerd en vertaald in Salon van Sisyphus “Misselijk”

TANIA FONT < Palamós, 1978
DECONSTRUCCIÓ XX
2023 – 72 x 64 x 43 cm
Concrete, iron, ceramic, paper & wood

Ontwapenend (2): That’s where grandpa is camping!

Andrea Appiani “Princess Augusta of Bavaria with her children Josephine and Eugenie.
Little Princess Joséphine, the future queen of Sweden and Norway, points to the location in Hungary where her father, Prince Eugène de Beauharnais, Viceroy of Italy and stepson of Napoléon, led a military victory against the Austrian army at the Battle of Raab, 14 June 1809. 
detail
De Slag bij Raab of Slag bij Győr werd uitgevochten op 14 juni 1809 tijdens de Napoleontische oorlogen tussen Frans-Italiaanse troepen en Habsburgse troepen. De strijd werd uitgevochten nabij Győr (Raab), Koninkrijk Hongarije, en eindigde in een Frans-Italiaanse overwinning. Door de overwinning kon aartshertog Jan van Oostenrijk geen significante troepenmacht naar de Slag bij Wagram brengen, terwijl de strijdmacht van prins Eugène de Beauharnais in staat was om zich op tijd aan te sluiten bij keizer Napoleon in Wenen om bij Wagram te vechten. (Langs Frans-Italiaanse kant vielen er meer dan vierduizend doden.)

De schilder van dit vrij merkwaardige doek, Andrea Appiani (1754-1817) zette zich enthousiast in voor het nieuwe bewind na de Italiaanse veldtocht van Napoleon. Had zijn vader hem voorbestemd voor een medische carrière -zelf was hij ook arts- dan ging de zoon liever schilderlessen volgen.
Hij maakte later deel uit van de Wetgevende Vergadering van de Cisalpijnse Republiek en kreeg eerst de functie van Commissaris voor de Kunsten en later die van Commissaris voor de Uitvoerende Kunsten. Hij ging enkele malen naar Parijs. Bij een van zijn bezoeken woonde hij de kroning van Napoleon Bonaparte tot keizer van Frankrijk bij.


In de tijd van het Koninkrijk Italië kende Napoleon, nu ook koning van Italië, hem de titel ‘hofschilder’ toe. Aldus schilderde hij Napoleon en andere hoogwaardigheidsbekleders. Na de val van Napoleon verloor hij zijn titel en zijn inkomen. Bovendien was hij in 1813 getroffen door een infarct, waardoor hij grotendeels verlamd raakte. Zijn laatste jaren bracht hij door in armoede. Hij overleed in Milaan in 1817. (bron: Wikipedia)

Andrea Appiani Incoronazione di un imperatore

“I found an image of an old painting I made of my grandfather, Alberto. He was a photographer/paratrooper in the Korean war and I created the painting using his war photos as references. I’ve been thinking about all the hardships he must have endured at war. It’s such a scary, sobering, and surreal experience to see a war unfolding in my lifetime. I wonder if I’m going to experience some of the same things my grandparents did.” (LMM Designs)

LMMDesigns
'The photos were shot during my grandfather’s mandatory military service in Turkey. Assuming that he was born in 1928, the photos should have taken in the 1940s. As my mom and aunts told me, my grandfather and his fellow soldiers only had a chance to have their photos taken a few times, and due to financial impossibilities, they got limited copies from the photographer. And, after they got the photos, they cast lots for the remaining photos, and my grandfather could only get the printed negatives instead of the original prints. 

Fortunately, the prints were kept well in an album, and I used an flatbed scanner for scanning and transferring the images to Photoshop. With just one click, the photos became real! I just pressed “Command + I” to invert the colors in Photoshop, and all the images came real as black and white photos, showing my grandfather and his friends in their early 20s. Approximately 60 years later, these photos were printed properly and added as the most valuable photos in our family album. (Burak Erzincanli. 2016)

“Hatira” means “memory” in Turkish, and that kind of backdrop was used in most photo shoots of the time.

Zelf heb ik ook een grootvader, sinds lang zaliger, die in de grote oorlog kortstondig aanwezig was met langdurige gevolgen. Fort de Marchovelette in de Naamse omgeving , 23 augustus 1914. Een granaat in de kruitruimte. Twee derde van de manschappen is dood of zwaar gekwetst, vreselijk verbrand. Een getuige vertelt:

"Le bombardement qui accable le fort depuis l’aube du dimanche 23 se ralentit pour cesser vers 13 heures. Le lieutenant Caussin s’écrie: “Nous sommes sauvés, tous à vos postes, on contre-attaque!”. Tout à coup, vers 13 heures 45, une salve s’abat sur le massif. Simultanément, une explosion formidable, l’arrêt des machines, l’extinction des lumières, et un seul cri prolongé… puis le silence. (Un obus avait atteint une puissante charge de poudre.) Projeté avec violence contre la porte du magasin à projectiles, je me relève, et puis, aussitôt, je suis agrippé par un camarade. Je m’engage dans le couloir, mais, tout de suite, je dois rebrousser chemin, Le gaz, la fumée me prennent à la gorge. Je me dirige vers le massif central et je traverse les flammes pour enfin aboutir aux fenêtres de l’escarpe. Le scène qui se passe, en ces instants tragiques, est indescriptible. Des camarades horriblement brûlés se bousculent sans vêtements ou avec des lambeaux qui flambent encore. Plus de cheveux. La figure toute noire. Méconnaissables, ces malheureux se dirigent vers l’infirmerie où se dévouent le docteur Emery et les infirmiers. D’autres, halètent ou gémissent atrocement avant de mourir."

Je kunt de vijf afleveringen rond zijn persoonlijk verhaal nog steeds raadplegen in dit blog:

Follow SONY SOUNDTRACKS: 
► https://lnk.to/sonysoundtracks

I am a poor wayfaring stranger
I'm travelling through this world of woe
Yet there's no sickness, toil nor danger
In that bright land to which I go

I'm going there to see my father
I'm going there, no more to roam
I'm only going over Jordan
I'm only going over home

I know dark clouds will gather round me
I know my way is rough and steep
But golden fields lie just before me
Where God's redeemed shall ever sleep

I'm going home to see my mother
And all my loved ones who've gone on
I'm only going over Jordan
I'm only going over home

(Repeat verse one and chorus)

Ontwapenend (1) Markéta Luskačová

Markéta Luskačová, Two boys with their jumpers over their heads, Booker Avenue Primary School, Liverpool (1988)

Markéta Luskačová is een in Tsjechië geboren fotografe die een groot deel van haar leven in het Verenigd Koninkrijk heeft gewoond en gewerkt. Ze is vooral beroemd om haar documentatie van het leven in afgelegen Slowaakse dorpen en op de East End-markten in Londen. Ze wordt door velen beschouwd als een van de beste sociale fotografen van haar tijd.
Luskačová werd in 1944 in Praag geboren en groeide op in Tsjecho-Slowakije ten tijde van de communistische partij. In 1963 ontdekte ze een groep pelgrims die naar de stad Levoča reisden en werd ze vastbesloten om die culturele en religieuze tradities te documenteren die dreigden te worden uitgewist. Ze studeerde Cultuursociologie aan de Karelsuniversiteit en studeerde in 1967 af met een scriptie getiteld Pelgrimstochten in Slowakije. Daarna ging ze fotografie studeren aan de FAMU film- en tv-school in Praag.

Markéta Luskačová: North Shields, 1978
Czech-born Luskačová has lived in the UK since 1975 and first went to North East England in 1976 when visiting photographer Chris Killip, who at that time lived there. She fell in love with Whitley Bay, and with the people there who, in spite of the harsh weather, enjoyed their time at the seaside. When Amber, a film and photography collective, invited her in 1978 to photograph the North East of England alongside Martine Franck, Henri Cartier-Bresson and Paul Caponigro, she was drawn back to photograph the seaside.

“I was very touched by it all: the families with children, old women in their best hats, elderly couples with grandchildren, teenagers courting shyly or boisterously, the ponies and donkeys walking patiently to and fro on the beach. The dogs and children were everywhere, dogs enjoying themselves as much as the children did. The fairground and the omnipresent tents, fortresses against the wind and rain, the seaside cafes selling sandwiches, apple pies, custard pies, ice creams and teas, of course. But they also sold boiling water to women who brought with them from their homes their teapots and teabags, because to buy tea for the whole family would be too expensive.”

Markéta Luskačová: South Shields, 1978

In een tijd van ‘wapengekletter’ willen we graag ‘ontwapenende’ bijdrages leveren waarin het leven van alledag ‘ontwapenend’ door kunstenaars(essen) allerlei wordt ervaren. Met de hoop dat de kinderen en volwassenen nu nog tussen de wapens weldra opnieuw in dezelfde geborgenheid mogen leven. Bekijk de zeefoto’s door hierboven op de titel Marketa Luskacova: By the sea te klikken. Geniet.

En genoemde fotograaf Kris Killip hebben we uitvoerig belicht. Bezoek ook:

How much beauty can a person bear? Louise Glück poet (1943-2023)





I take my basket to the brazen market,
to the gathering place,
I ask you, how much beauty
can a person bear? It is
heavier than ugliness, even the burden
of emptiness is nothing beside it.
Crates of eggs, papaya, sacks of yellow lemons —
I am not a strong woman. It isn’t easy
to want so much, to walk
with such a heavy basket,
either bent reed, or willow.

Louise Glück, een Amerikaanse dichteres wier aangrijpende, diep persoonlijke werk, vaak gefilterd door thema’s uit de klassieke mythologie, religie en de natuur, haar vrijwel alle mogelijke onderscheidingen opleverde, waaronder de Pulitzer Prize, de National Book Award en, in 2020, de Nobelprijs voor de Literatuur, is vrijdag 13 oktober in haar huis in Cambridge, Massachusetts overleden. Ze werd 80.


The Wild Iris

At the end of my suffering
there was a door.

Hear me out: that which you call death
I remember.

Overhead, noises, branches of the pine shifting.
Then nothing. The weak sun
flickered over the dry surface.

It is terrible to survive
as consciousness
buried in the dark earth.

Then it was over: that which you fear, being
a soul and unable
to speak, ending abruptly, the stiff earth
bending a little. And what I took to be
birds darting in low shrubs.

You who do not remember
passage from the other world
I tell you I could speak again: whatever
returns from oblivion returns
to find a voice:

from the center of my life came
a great fountain, deep blue
shadows on azure seawater.


Pexels Maahid Photos
De wilde Iris


Aan het einde van mijn lijden
daar was een deur.

Hoor mij aan:  dat wat jij dood noemt
Herinner ik mij.

Boven mij, geluiden, dennentakken verschuivend.
Dan niets. De zwakke zon
flikkerde over het droge oppervlak.

Het is verschrikkelijk om te overleven
als bewustzijn
begraven in de donkere aarde.

Toen was het voorbij: dat waar je bang voor bent, als
een ziel en niet in staat
om te spreken, eindigde abrupt, de stijve aarde
een beetje buigend. En wat ik dacht dat het
vogels waren die in lage struiken dartelden.

Jij die je de overgang
naar de andere wereld niet herinnert
vertel ik dat ik weer kon spreken: wat er ook
terugkeert uit de vergetelheid keert terug
om een stem te vinden:

vanuit het centrum van mijn leven kwam
een grote fontein, diep blauwe
schaduwen op azuren zeewater.

(vertaling Gmt)
fragment Pexel photo Jay Antol

Glück could not have written her poems had Emily Dickinson never existed (she confessed in her Nobel acceptance speech to having devoured Dickinson’s poetry in her teens). But unlike Dickinson, Gluck’s approach is non-ecstatic: she is more undeceived than exalted, not an obvious believer in the sublime. And she is a poet not of dashes but of full stops: she comes repeatedly to a halt to consider. From the beginning, she has been concerned with endings, declaring recently in Faithful and Virtuous Night (2014):

It has come to seem

there is no perfect ending.

Indeed, there are infinite endings.

Or perhaps, once one begins,

there are only endings.

Ze schrijft over naweeën (zoals, tot op zekere hoogte, alle dichters doen), maar herleeft haar kindertijd, haar relatie met haar moeder, de dood van haar zus en ouders, het einde van haar huwelijk en ouderdom met sombere en onthullende precisie. Haar gedichten bevatten vaak een zweem van gevaar, de mogelijkheid van vernietiging. The Fire (1975) is een prachtige voorstelling, verankerd in pijn, waarin ze “van dennen- en appelhout” een mini-begrafenisbrandstapel bouwt om de dood van een relatie aan te geven.

The Fire

Had you died when we were together
I would have wanted nothing of you.
Now I think of you as dead, it is better.

Often, in the cool early evenings of the spring
when, with the first leaves,
all that is deadly enters the world,
I build a fire for us of pine and apple wood;
repeatedly
the flames flare and diminish
as the night comes on in which
we see one another so clearly—

And in the days we are contented
as formerly
in the long grass,
in the woods’ green doors and shadows.

And you never say
Leave me
since the dead do not like being alone.
Foto door Pixabay
De brand

Was je gestorven toen we samen waren
had ik niets van je gewild.
Nu ik je als dood zie, is dat beter.

Vaak, in de koele vroege avonden van de lente
wanneer, met de eerste bladeren,
al het dodelijke de wereld binnenkomt,
maak ik voor ons een vuur van dennen- en appelhout;
herhaaldelijk
laaien de vlammen op en nemen af
als de nacht komt waarin
we elkaar zo duidelijk zien-

En in de dagen zijn we tevreden
zoals vroeger
in het lange gras,
in de groene deuren en schaduwen van het bos.

En je zegt nooit
Verlaat me
omdat de doden niet graag alleen zijn

Mirror Image

Tonight I saw myself in the dark window as

the image of my father, whose life

was spent like this,

thinking of death, to the exclusion

of other sensual matters,

so in the end that life

was easy to give up, since

it contained nothing: even

my mother’s voice couldn’t make him

change or turn back

as he believed

that once you can’t love another human being

you have no place in the world.


Spiegelbeeld

Vannacht zag ik mezelf in het donkere raam als

het beeld van mijn vader, wiens leven

op deze manier werd doorgebracht,

denkend aan de dood, met uitsluiting

van andere sensuele zaken,

zodat het leven uiteindelijk

gemakkelijk op te geven was, omdat

het niets bevatte: zelfs

de stem van mijn moeder kon hem niet

veranderen of terugdraaien

omdat hij geloofde

dat als je eenmaal niet van een ander mens kunt houden

je geen plaats hebt in de wereld.

(Poems 1962-2020 by Louise Glück is published by Penguin (£30)

Album Photo Aaron Smith For My Father Apple Music
Here Are My Black Clothes

I think now it is better to love no one
than to love you. Here are my back clothes,
the tired nightgowns and robes fraying
in many places. Why should they hang useless
as though I were going naked? You liked me well enough
in black; I make you a gift of these objects.
You will want to touch them with your mouth, run
your fingers through the thin
tender underthings and I
will not need them in my new life.


Hier zijn mijn zwarte kleren

Ik denk dat het nu beter is van niemand te houden
dan van jou te houden. Hier zijn mijn zwarte kleren,
de vermoeide nachtjaponnen en jurken die rafelen
op vele plaatsen. Waarom zouden ze nutteloos hangen
alsof ik naakt zou gaan? Je vond me goed genoeg
in het zwart; ik doe je deze voorwerpen cadeau.
Je zult ze met je mond willen aanraken, loop met
vingers door het dunne 
tedere ondergoed en ik
zal ze niet nodig hebben in mijn nieuwe leven.

“I assume that my struggles and joys are not unique,” said Louise Glück, who received the Nobel Prize in Literature. “I’m not interested in making the spotlight fall on myself and my particular life, but instead on the struggles and joys of humans, who are born and then forced to exit.”Credit…Katherine Wolkoff. The New York Times
I’ve written about death since I could write. Literally when I was 10, I was writing about death. Yeah, well, I was a lively girl. Aging is more complicated. It isn’t simply the fact that you’re drawn closer to your death, it’s that faculties that you counted on — physical grace and strength and mental agility — these things are being compromised or threatened. It’s been very interesting to think about and write about.

Everybody who writes draws sustenance and fuel from earliest memories, and the things that changed you or touched you or thrilled you in your childhood. I was read the Greek myths by my visionary parents, and when I could read on my own, I continued to read them. The figures of the gods and heroes were more vivid to me than the other little children on the block in Long Island. It wasn’t as though I was drawing on something acquired late in life to give my work some kind of varnish of learning. These were my bedtime stories. And certain stories particularly resonated with me, especially Persephone, and I’ve been writing about her on and off for 50 years. And I think I was as much caught up in a struggle with my mother, as ambitious girls often are. I think that particular myth gave a new aspect to those struggles. I don’t mean it was useful in my daily life. When I wrote, instead of complaining about my mother, I could complain about Demeter.


Pinax of Persephone and Hades from Locri. Reggio Calabria, National Museum of Magna Graecia.

In augustus 2021 hebben we al eens gedichten van Louise Glück voorgesteld. Ze zijn een mooie aanvulling. Bezoek dus:

October (III)

Snow had fallen. I remember
music from an open window.

Come to me, said the world.
This is not to say
it spoke in exact sentences
but that I perceived beauty in this manner.

Sunrise. A film of moisture
on each living thing. Pools of cold light
formed in the gutters.

I stood
at the doorway,
ridiculous as it now seems.

What others found in art,
I found in nature. What others found
in human love, I found in nature.
Very simple. But there was no voice there.

Winter was over. In the thawed dirt,
bits of green were showing.

Come to me, said the world. I was standing
in my wool coat at a kind of bright portal —
I can finally say
long ago; it gives me considerable pleasure. Beauty
the healer, the teacher —

death cannot harm me
more than you have harmed me,
my beloved life.
Foto door Domen Mirtiu010d Dolenec op Pexels.com

Wij zullen jullie dwingen je verstand te verliezen

In de New York Times van 10 oktober 2023 verscheen een artikel van hun ‘Foreign Fairs opinion columnist Thomas L. Friedman die sinds 1981 bij deze krant werkt, met als titel: ‘Israel has never needed to be smarter than in this moment.’ Ik maakte een vertaling en vat het hier samen.

Thomas L. Friedman became the paper’s foreign affairs Opinion columnist in 1995. He joined the paper in 1981, after which he served as the Beirut bureau chief in 1982, Jerusalem bureau chief in 1984, and then in Washington as the diplomatic correspondent in 1989, and later the White House correspondent and economic correspondent.

“Ik doe al bijna 50 jaar verslag van dit conflict en ik heb Israëli’s en Palestijnen veel vreselijke dingen met elkaar zien doen: Palestijnse zelfmoordterroristen die Israëlische disco’s en bussen opblazen; Israëlische gevechtsvliegtuigen die buurten in Gaza raken waar Hamas-strijders wonen, maar die ook massale burgerslachtoffers maken. Maar ik heb nog nooit zoiets gezien als wat er afgelopen weekend gebeurde: individuele Hamasstrijders die Israëlische mannen, vrouwen en kinderen oppakten, hen in de ogen keken, hen neerschoten en, in één geval, een naakte vrouw door Gaza lieten paraderen onder kreten van “Allahu akbar”.

De laatste keer dat ik getuige was van een dergelijk niveau van persoonlijke barbaarsheid was de massamoord op Palestijnse mannen, vrouwen en kinderen door christelijke militieleden in de Sabra en Shatila vluchtelingenkampen in Beiroet in 1982, waar het eerste slachtoffer dat ik tegenkwam een oudere man was met een witte baard en een kogelgat in zijn slaap.

Hoewel ik me geen illusies maak over de reeds lang bestaande inzet van Hamas voor de vernietiging van de Joodse staat, vraag ik me vandaag toch af: Waar komt deze ISIS-achtige impuls voor massamoord als hoofddoel vandaan? Niet het innemen van grondgebied, maar gewoon moord? Er is hier iets nieuws dat belangrijk is om te begrijpen.”

Hij wijst daarbij op een foto die hem opviel, vooral omdat hij zowel in Beiroet als in Jeruzalem heeft gewoond. De foto werd genomen door het team van de Israëlische minister van Communicatie, Shlomo Karhi, die een postconferentie van de VN bijwoonde in Riyad, terwijl ze een gebedsdienst hielden in hun hotelkamer voor de Joodse feestdag Sukkot. Een van hen nam een foto van een collega die een traditionele Joodse gebedsmantel en keppeltje droeg terwijl hij een Torah-rol omhoog hield met de skyline van Riyad in het raam daarachter.
A member of Israel’s Communications Ministry during a private prayer service in Riyadh, Saudi Arabia, on Oct. 3.Credit…Spokesman’s Office, Israeli Communications Ministry
"Maar diezelfde foto ontsteekt een krachtige en emotionele woede bij veel Palestijnen, in het bijzonder bij degenen die gelieerd zijn met de islamitische Moslimbroederschap, waaronder Hamas en de Palestijnse Islamitische Jihad. Voor hen is die foto de volledige uitdrukking van het hoogste doel van de Israëlische premier Benjamin Netanyahu: bewijzen aan alle neezeggers, en hen zelfs het feit inwrijven, dat hij vrede kan sluiten met alle Arabische staten - zelfs Saoedi-Arabië - en de Palestijnen geen centimeter hoeft te geven."
Wat diplomatie betreft, dat is de levensmissie van Netanyahu geweest: aan iedereen bewijzen dat Israël zijn stuk van de taart kan krijgen - dat door alle omringende Arabische staten wordt geaccepteerd - en ook het gebied van de Palestijnen" kan opeten.


“Ik heb geen idee of de leiding van Hamas dat specifieke beeld heeft gezien, maar ze zijn zich volledig bewust van de voortdurende evolutie die het weerspiegelt. Ik denk dat één van de redenen waarom Hamas niet alleen nu deze aanval lanceerde – maar er blijkbaar ook opdracht toe gaf om zo moorddadig mogelijk te zijn – was om een Israëlische overreactie uit te lokken, zoals een invasie van de Gazastrook, die zou leiden tot massale Palestijnse burgerslachtoffers en op die manier Saoedi-Arabië zou dwingen om terug te krabbelen van de door de VS bemiddelde deal die nu wordt besproken om de normalisatie tussen Riyad en de Joodse staat te bevorderen. En ook om de Verenigde Arabische Emiraten, Bahrein en Marokko, die deel uitmaakten van de Abraham-akkoorden van de regering Trump, te dwingen een stap terug te doen ten opzichte van Israël.

De essentie van de boodschap van Hamas aan Netanyahu en zijn extreemrechtse regeringscoalitie van joodse supremacisten en ultraorthodoxen is deze: Jullie zullen je hier nooit thuis voelen – ongeacht hoeveel van ons land onze Arabische broeders uit de Golf aan jullie verkopen. We zullen jullie dwingen om je verstand te verliezen en gekke dingen te doen in Gaza waardoor de Arabische staten jullie zullen mijden.

Let op: Hamas stuurde geen agenten naar de door Israël bezette Westelijke Jordaanoever (en het heeft er genoeg) om Joodse nederzettingen aan te vallen. Het richtte zijn aanval op Israëlische dorpen en kibboetsboerderijen die geen deel uitmaakten van de door Israël bezette Westelijke Jordaanoever.

Dit waren de huizen van de mensen van het Israël van vóór 1967, het democratische Israël, het liberale Israël – die in vreedzame kibboetsen leefden of naar een levenslustig discofeest gingen,” merkte de Israëlische schrijver Ari Shavit op. Voor Hamas is “alleen al het bestaan van Israël een provocatie,” zei hij. Alleen al in één kibboets, Be’eri, werden onlangs minstens 108 mensen, waaronder kinderen, neergeschoten.”

Wat moet er nu gebeuren, behalve door achter het recht van Israël te staan om zichzelf te beschermen?

Ten eerste hoop ik dat de president Israël vraagt om zichzelf de volgende vraag te stellen als het overweegt wat het nu moet doen in Gaza: Wat willen mijn ergste vijanden dat ik doe – en hoe kan ik precies het tegenovergestelde doen?

Wat de ergste vijanden van Israël – Hamas en Iran – willen, is dat Israël Gaza binnenvalt en daar verstrikt raakt in een strategische overrompeling die Amerika’s verstrikking in Falluja zou doen lijken op een verjaardagsfeestje voor kinderen. We hebben het over huis-aan-huisgevechten die de sympathie die Israël op het wereldtoneel heeft verzameld, zouden ondermijnen, de aandacht van de wereld zouden afleiden van het moorddadige regime in Teheran en Israël zouden dwingen om zijn troepen uit te breiden om Gaza en de Westelijke Jordaanoever permanent te bezetten.

Hamas en Iran willen absoluut niet dat Israël heel diep of lang afziet van een invasie in Gaza.

Hamas wil ook niet dat de VS en Israël in plaats daarvan zo snel mogelijk doorgaan met onderhandelingen om de betrekkingen met Saoedi-Arabië te normaliseren als onderdeel van een deal die ook van Israël zou vereisen om echte concessies te doen aan de Palestijnse Autoriteit op de Westelijke Jordaanoever, die Israël heeft aanvaard als onderdeel van de Oslo-vredes-akkoorden.

Maar om ervoor te zorgen dat Israël doet wat het meest in zijn eigen belang is, en niet in dat van Hamas en Iran, zal er waarschijnlijk wat harde liefde nodig zijn tussen Biden en Netanyahu. Men mag nooit vergeten dat Netanyahu altijd liever leek om te gaan met een Hamas dat onophoudelijk vijandig stond tegenover Israël dan met zijn rivaal, de meer gematigde Palestijnse Autoriteit – waar Netanyahu er alles aan deed om het in diskrediet te brengen, ook al heeft de Palestijnse Autoriteit lang nauw samengewerkt met de Israëlische veiligheidsdiensten om de Westelijke Jordaanoever rustig te houden, en Netanyahu weet dat.

Netanyahu heeft de wereld nooit willen laten geloven dat er "goede Palestijnen" zijn die bereid zijn om zij aan zij met Israël in vrede te leven en hen proberen te koesteren. Al jaren wil hij tegen Amerikaanse presidenten zeggen: Wat wilt u van mij? Ik heb niemand om mee te praten aan de Palestijnse kant.

Dat is hoe Israël een stadium heeft bereikt waarin de steeds kostbaarder wordende - moreel en financieel - Israëlische bezetting van de Westelijke Jordaanoever niet eens een onderwerp is geweest in de laatste vijf Israëlische verkiezingen.

Of zoals Chuck Freilich, een voormalig plaatsvervangend Israëlisch nationaal veiligheidsadviseur, zondag schreef in een essay in Haaretz: "Gedurende anderhalf decennium heeft premier Netanyahu ernaar gestreefd de scheiding tussen de Westelijke Jordaanoever en Gaza te institutionaliseren, de Palestijnse Autoriteit, de P.A., te ondermijnen en de facto samenwerking met Hamas te voeren, allemaal bedoeld om de afwezigheid van een Palestijnse partner aan te tonen en ervoor te zorgen dat er geen vredesproces kon zijn dat een territoriaal compromis op de Westelijke Jordaanoever had kunnen vereisen.”

Tot slot hoop ik dat Biden Netanyahu vertelt dat Amerika er alles aan zal doen om het democratische Israël te helpen zich te verdedigen tegen de theocratische fascisten van Hamas - en hun zielenbroeders van Hezbollah in Libanon, mochten zij de strijd aangaan.
Los Disparates

Maar Netanyahu’s kant van de overeenkomst is dat hij zich opnieuw moet verbinden met het liberale democratische Israël, zodat de wereld en de regio dit niet zien als een religieuze oorlog, maar als een oorlog tussen de frontlinie van de democratie en de frontlinie van de theocratie. Dat betekent dat Netanyahu zijn kabinet moet veranderen, de religieuze fanatiekelingen eruit moet zetten en een regering van nationale eenheid moet vormen met Benny Gantz en Yair Lapid.

Helaas geeft Netanyahu nog steeds voorrang aan zijn coalitie van ijveraars, die hij nodig heeft om hem te beschermen tegen zijn corruptieproces en om zijn gerechtelijke staatsgreep te voltooien die het Hooggerechtshof van Israël zou uitschakelen. Dat is echt een zooitje.

En het is een zeer belangrijke reden waarom Israël in de eerste plaats werd verrast. Netanyahu was zo gehecht aan deze persoonlijke agenda dat hij bereid was om de Israëlische samenleving te verdelen als nooit tevoren – en zijn eigen leger en luchtmacht te versplinteren in het proces – om controle te krijgen over de rechtbanken.

Ik beloof je dat als en wanneer er een onderzoek komt naar hoe het Israëlische leger deze Hamas-opstoot zo heeft kunnen missen, onderzoekers zullen ontdekken dat de leiding van het Israëlische leger zoveel tijd moest besteden aan het voorkomen dat zijn luchtmachtpiloten en reserveofficieren hun dienst zouden boycotten om te protesteren tegen Netanyahu’s gerechtelijke staatsgreep – om nog maar te zwijgen van de tijd, aandacht en middelen die ze moesten besteden aan het voorkomen dat extremistische kolonisten en religieuze fanatiekelingen gekke dingen zouden doen in Jeruzalem en op de Westelijke Jordaanoever – dat ze hun ogen van de bal af hielden.

Amerika kan Israël op de lange termijn niet beschermen tegen de zeer reële bedreigingen waarmee het wordt geconfronteerd, tenzij Israël een regering heeft die het beste en niet het slechtste van zijn samenleving weerspiegelt, en tenzij die regering bereid is om te proberen compromissen te sluiten met het beste en niet het slechtste van de Palestijnse samenleving.

Een artikel in de NY Times 10 oktober 2023 van Thomas L. Friedman in dit niet commercieel blog zichtbaar gemaakt om nieuwsgierige lezers een abonnement op deze krant aan te bevelen.  Gelieve deze tekst niet over te nemen maar hem in de oorspronkelijke versie in de NY Times te raadplegen.

Figure asleep (detail), Francisco Goya, Plate 43, The sleep of reason produces monsters from Los Caprichos, 1799, etching, aquatint, drypoint, and burin, plate: 21.2 x 15.1 cm (The Metropolitan Museum of Art)

And there’s nothing to be done (Y no hai remedio)

Geruststelling

“Jij hebt mijn dochter gedood.”
“…en jij doodde mijn zoon.”

-maar het goud steeg in waarde.
Goud is een veilige haven.

"Mijn dochter riep: “Spaar mij, spaar mij.”
“Mijn zoon schreeuwde net voor een raketinslag.”

In het kielzog van de goudprijs
stegen ook de andere edele metalen in waarde,
zoals zilver, palladium en platina.

Analisten van KBC in hun ochtendnota:
‘Geopolitieke conflicten zorgen traditioneel
wel voor gebibber op korte termijn
maar niet op langere.’

Ook Ryanair verloor meer dan 3 %.

-maar het goud steeg in waarde.
Goud is een veilige haven.
(Je kunt bij de titel ook een vraagteken zetten, dat maakt een groot verschil!)

Francisco Goya, And there’s nothing to be done (Y no hai remedio), plate 15 from The Disasters of War (Los Desastres de la Guerra), 1810, etching, drypoint, burin, and burnisher, 14 x 16.7 cm (The Metropolitan Museum of Art, New York)
Reassurance

"You killed my daughter."
"...And you killed my son."

-but gold rose in value.
Gold is a safe haven.

"My daughter cried, "Save me, save me."
"My son screamed just before a rocket impact."

In the wake of the gold price
other precious metals also rose in value,
such as silver, palladium and platinum.

Analysts at KBC in their morning note:
"Geopolitical conflicts traditionally do
do cause short-term tremors
but not in the longer term.'

Ryanair also lost more than 3%.

-but gold rose in value.
Gold is a safe haven.

(You can also put a question mark by the title, it makes a big difference!)

Lees ook: DE REACTIE VAN HET WESTEN IS HYPOCRIET EN ONGELOOFWAARDIG Johan Depoortere

https://wordpress.com/read/feeds/47202/posts/4934488955

“De Boletus-satanas”, een vervolgverhaal (3)

De opgestoken vingers? Dat was duidelijke tekentaal. In ChatGPT-taal: hallucinaties. En zijn rol als veel besproken ‘factchecker’ kon dus duidelijk gemanipuleerd worden. De Boletus-satanas was allerminst in staat gebleken winst-oproepende ideeën aan te leveren, ziekenhuisrekeningen niet inbegrepen. Maar erg toevallig klonk het ook niet. Zachtjes gemanipuleerd bleek een betere term waarvan het resultaat voor de nodige hallucinaties kon zorgen.

Of ik een kabouter was? Antwoorden met ‘nee, Sinterklaas’ gaf de ChatGPT te veel kansen om het over het leven van heilige mannen te hebben dus was het beter een vraag met een vraag te beantwoorden.
‘Ik niet, jij wel?’
‘Kabouter Plop en kabouter Wesley zijn kabouters. Of de kabouters van Rien Poortvliet.’
‘Ben jij een kabouter?’
‘Een kabouter is een fictief wezen dat vaak wordt afgebeeld als een klein menselijk figuurtje met een lange baard en een puntmuts. Kabouterverhalen en -legendes zijn vooral populair in Europese folklore, met name in landen zoals Nederland, België, Duitsland en Scandinavië. Kabouters worden vaak geassocieerd met bossen en natuurlijke omgevingen, en worden vaak afgeschilderd als vriendelijke wezens die in harmonie met de natuur leven. Ze worden vaak beschreven als behulpzaam en soms ondeugend, en worden vaak geassocieerd met het bewaken van schatten of levende wezens in het bos.’

Na enkele seconden verscheen het prentje met de opgestoken vingers dat weldra werd vervangen door deze boodschap:
‘ChatGpt is ontworpen om een vriendelijke en interactieve gesprekservaring te bieden. Je kunt gewoon je gedachten delen, een discussie voeren of zelfs wat luchtige humor uitwisselen.’

Die ‘luchtige humor’ kwam vlug in de schaduw toen ik het over de hallucinaties had waarvan eerder sprake:

Een risico van generatieve AI wordt hallucinatie genoemd. (zonder koorts of zonder paddo's!)

Een van de grootste zorgen van generatieve AI-systemen wordt zichtbaar wanneer ze de vragen niet begrijpen of ze verkeerd interpreteren. Omdat ze geen correcte antwoorden kunnen genereren, beginnen ze antwoorden te verzinnen in een proces dat “Artificial Intelligence Hallucination” wordt genoemd.

Hallucinatie is de term die wordt gebruikt voor het fenomeen waarbij AI-algoritmen en deep learning neurale netwerken uitvoer produceren die niet echt is, niet overeenkomt met de gegevens waarop het algoritme is getraind of niet overeenkomt met een ander identificeerbaar patroon.

Het kan worden verklaard door je programmering, ingevoerde informatie of andere factoren zoals verkeerde classificatie van gegevens, onvoldoende training, onvermogen om vragen in verschillende talen te interpreteren, onvermogen om vragen in een context te plaatsen.

Hallucinaties kunnen voorkomen op alle soorten synthetische gegevens zoals tekst, afbeeldingen, audio, video en computercode.

En helemaal fraai wordt het als ik lees dat het idee bestaat om OpenAI te belonen bij betrouwbare resultaten om ongewenste resultaten te ontmoedigen.  Niet alleen bij het eindresultaat, maar om te 'belonen' bij elke stap:  “proces-supervisie” tegenover “resultaat-supervisie”. Zo zou de gedachtegang van het systeem transparanter worden. Maar...

“Hoe je kunstmatige intelligentie voor iets beloont werd niet onthuld, maar dat zal niet met een traktatie zijn.”
(IT daily)

"The New York Times pikt het niet langer dat OpenAI zijn populaire site leegrooft om zo slim mogelijk te worden, zonder daar ook maar iets voor te betalen. Dat is alleen maar logisch, zou je denken. Maar toen ChatGPT eind vorig jaar werd gelanceerd, waren we kennelijk allemaal te verbluft om stil te staan bij wat er eigenlijk aan de hand is. Ondertussen sijpelt het langzaam door: ChatGPT is intellectuele diefstal op wereldschaal. We stonden erbij en keken ernaar.

Generatieve AI-machines draaien op onvoorstelbaar grote databestanden, allemaal afkomstig van sites die géén eigendom zijn van de AI-bedrijven. En ChatGPT vraagt geen toestemming. OpenAI-baas Sam Altman plundert als een cowboy, het web is zijn Far West. ChatGPT, maar bijvoorbeeld ook de grafische apps Dall-e of Midjourney, knippen en plakken nieuwe teksten, beelden en filmpjes bij elkaar."  (Bert Bultinck Hoofdredacteur Knack 23 augustus 2023 )

Photo: Jaap Buitendijk uit film ‘Hugo’. 2011 GK Films, LLC.

Hugo, Film in 3D (2011) centreert zich rond een gebroken automaton die hij hoopt te repareren. Het verhaal speelt zich af in de dertiger jaren. Maar ook in vorige eeuwen werden dergelijke automatons ontworpen, machines die zelf zouden denken. In haar artikel in weekend Focus Knack van 20 januari (‘Onzichtbare uitbuiting: ‘Om AI bruikbaar te maken, is er heel wat menselijke arbeid nodig’) schrijft Elisa Hulstaert over de achtergrond van het verschijnsel). Ze vertelt over de 126 mensen in Madagascar die in realtime videobeelden van ‘slimme’ bewakingscamera’s bewaken in een Franse supermarkt. In feite dus de I.A. achter de ‘slimme camera’s. Naar Europese normen worden ze daar heel weinig voor betaald.

’ Soms is het goedkoper om werknemers in lagelonenlanden in te schakelen dan om artificiële intelligentie te trainen. Om goede resultaten op te leveren, moet dat systeem het onderscheid kunnen maken tussen klanten die hun telefoon in hun broekzak steken en klanten die een chocoladereep wegmoffelen. Makkelijk voor mensen, maar moeilijk voor artificiële intelligentie.'  (Knack ibidem)

Er is dus heel wat menselijke arbeid nodig ‘achter de schermen’.

In 2005 lanceerde die techgigant MTurk.com, een website waar bedrijven – eventueel anoniem – mensen vinden die voor een paar cent per opdracht online eenvoudige taken uitvoeren. Ze tekenen bijvoorbeeld vierkanten rond tomaten of olijven in salades, zodat slimme apps je op basis van een foto kunnen vertellen hoeveel calorieën je bord telt. Het zijn taken die nodig zijn om artificiële intelligentie te trainen en slim te doen lijken. MTurk heet voluit niet toevallig ‘Amazon Mechanical Turk’ en is slechts één van de vele platformen die het klikwerk faciliteert. (Knack ibidem)

Het klinkt dus niet zo vreemd dat wetenschappers waarschuwen dat de ontwikkeling van artificiële intelligentie de patronen van de kolonisatie volgt, schrijft Elisa Hulstaert in het geciteerde artikel. “Als we technologie willen die echt voor mensen werkt, moeten we de behoeften van mensen centraal stellen, niet die van multinationals.’

Wellicht worden mijn ‘kabouters’ nu helemaal zichtbaar, niet als sprookjesfiguren maar wel degelijk als de reeds voor eeuwen dienende klusjeswezens (klikwerkers) in dienst van de ‘groten’. Liefst ‘ondergronds’, onzichtbaar dus tenzij zij even in een sprookje mogen opduiken. Ik heb de afleveringen als ‘vervolgverhaal’ geklasseerd omdat je hun levens blijkbaar alleen in een ‘sprookje’ kunt voorstellen terwijl ze zich in het werkelijke leven voor ons uit de naad moeten werken. Hun wraakoefening met de Boletus-satanas heb ik uit verbinding met hun lot verzonnen, maar let op, soms achterhaalt de werkelijkheid ruimschoots de fantasie!

beeld AFP

“De Boletus-satanas”, een vervolgverhaal (2)

Wil je graag aansluiten bij onze eerste aflevering?  Dat kan.  Klik hier onder om de eerste aflevering nog even door te nemen voor je aan de tweede begint.

Stel je voor dat ze bestaan, dat is ongeveer de teneur van het geloof in kabouters. In Nederland was er in de zestig-zeventiger jaren een politieke verzameling met die naam; kinderen kun je blijkbaar stilhouden met allerlei vertellingen daaromtrent, terwijl het in werkelijkheid wel eens nare mannetjes (vrouwtjes) zouden zijn. Het feit dat ze miniatuurtjes van de alledaagse mens zijn maakt hen tegelijkertijd aantrekkelijk en roept wantrouwen op. Wij in het klein? Waarom vergroten we dan vooral onze eigen lastige kanten in een vertederende verkleining?

Vroeger liet de boer een pan spek op het veld, naast paard en ploeg. ’s Morgens was de pan leeg en het veld geploegd. Menselijk al te menselijk?
(tenzij je in paarden gelooft die het voor een pan spek doen natuurlijk.)
In sprookjes doen ze hand- en spandiensten, maar ze schrikken ook niet terug voor allerlei plagerijen. Als ‘aardmannetjes’ staan ze dicht bij de natuur, maar gezien onze bestemming in dezelfde materie te vinden is en zij makkelijk twee-driehonderd jaar zouden worden, ligt onze verbinding eerder bij tegelijkertijd warm- en koud blazen dan in een broederlijke hartelijkheid. Of is de kabouter er vooral om in hem te geloven, schreef Paul Biegel.
Het meisje Madelief in het verhaal ‘Het wolkenschip’ zegt het nog eens glashelder: ‘Echte toverdingen gebeuren alleen maar als niemand het ziet. Daarom gelooft niemand dat ze bestaan.’

“Misschien is hij de tegenpool van alles wat je met je verstand kunt beredeneren, van wat je leert op school, waar de schrijver evenmin een gelukkig mens geweest is.” (Bregje Boonstra over Paul Biegel)
Nisse (gnome)’. Un gnome, tel que je l’ai vu dans mon jardin. Il m’a laissé quelques secondes pour le dessiner (vous me croyez ?).

Godfried Bomans schreef een prachtig verhaal over de dood van de sprookjesverteller. Diep treurig realiseert deze zich op zijn sterfbed dat de kruidenier toch gelijk had met zijn bewering dat kabouters niet bestaan. Wanneer de Dood hem aan Gods voeten legt, vraagt God wat de laatste gedachte van de sprookjesverteller was. De Dood antwoordt verlegen dat de man zo graag één keer een kabouter had willen zien. Waarop Bomans aldus eindigt: ‘God glimlachte. Dat is een zeer goede gedachte, zeide hij, laat hem derhalve binnen.’ (ibidem)

John Bauer – Illustration to Alfred Smedberg’s The trolls and the gnome boy in the childrens’ stories collection Among pixies and trolls, 1909
Kabouters worden vaak verward met dwergen. Toch hebben ze veel minder met elkaar te maken dan men op grond van hun lengte zou vermoeden. Dwergen zijn nagenoeg universeel en staan in de mythologie als tegenstelling voor iets groots. Daarmee passen ze in de polariteit van het menselijk denken: wij tegenover de anderen, het grote tegenover het kleine. De kabouter in verhalen is eerder een stijlfiguur van bijgeloof dan een uiting van werkelijkheidsbegrip of waarheidsopvatting.
Het is opvallend dat de kabouter juist in Noord-West Europa wortel heeft geschoten in de volksverhalen. In dat continent vond namelijk ook het protestantisme voedingsbodem. Hierin werd serieus nagedacht over de opvatting dat de mens werd geschapen naar het evenbeeld van God. Als de mens eruit ziet als God, dan kunnen ‘de anderen’ alleen maar klein zijn en steeds kleiner worden. Sommigen beweren dat de kabouter dan wel eens het spiegelbeeld van onze eigen hoogmoed zou kunnen zijn.
(Sandra van Bruinisse. febr. 2002)
Beeld van kabouter in Wroclaw, Polen
En dan vermeld ik ook graag “Gun iedere kabouter zijn eigen muts”, levenslessen waarvan je niet wist dat je ze nodig had.  Auteur:  Aaf Brandt Corstius,  Meulenhoff 
Wil je iets over 'de Kabouterbeweging' weten of alles over het begrip 'kabouter', dan kun je hier terecht

https://nl.wikipedia.org/wiki/Kabouterbeweging

https://nl.wikipedia.org/wiki/Kabouter

In een volgende aflevering gaan we verder met het verhaal; weten we tenminste al een klein beetje over de achtergronden van deze wonderlijke wezens. Maar…

“De Boletus-satanas”, een vervolgverhaal (1)

“Boletus -satanas”. (YD)

Was het werkelijk ‘de Satansboleet’ dan zou de vreemde combinatie van geldgewin door gevaarlijke paddenstoel-consumptie eerder een goed gekozen scherts blijken om elke mogelijke imitator af te schrikken, dacht de gespecialiseerde pers. De genoemde paddenstoel behoort immers tot de zeer giftige soorten en kon niet bij de geestverruimende paddo’s gerekend worden, dat zou een ChatGPT-opstelling van OpenAI toch moeten beseffen?
Helaas was bij de gelekte informatie deze combinatie vrijgegeven, en bleek het niet om psilocybine te gaan, de stof die in feite een verdedigingsmechanisme van de paddestoel zou zijn om insecten te weren maar bij de mens een aanlokkelijke mentale uitstap kon verzekeren.
ChatGPT echter was duidelijk: de Satansbolleet (Boletus satanas) zorgde voor een geestverruimende eigenschap die verhelderende beelden over geldelijke transacties in het brein kon losmaken. Bewijzen ervan werden breed uitgesmeerd met winstmarges die er niet om logen, aldus de onderzoekers die echter onmiddellijk waarschuwden om er niet aan te beginnen: ‘Zowel rauw als gekookt is de Satansboleet giftig en veroorzaakt hij een braakreactie die zes uur kan duren.’ (al zouden de maag- en darmklachten binnen de 24 tot 48 uur verdwijnen zonder al te veel schade na te laten.)

Het vreemde is dat de meeste boekwerken claimen dat de Satansboleet zijn giftigheid zelfs niet verliest na het koken, terwijl er ook berichten zijn dat hij in wat landen in de Balkan wel gekookt op het menu staat. Misschien zijn die berichten het gevolg van het feit dat een aantal familieleden van de Satansboleet geroemd worden om hun heerlijke smaak en bijvoorbeeld het eekhoorntjesbrood (Boletus edulis) en de kastanjeboleet (Boletus badius) staan op menig menu van befaamde restaurants. (aldus kenners)

Samengevat: volgens GIB (goed ingelichte bronnen) bleek het denderend succes van een grote niet nader genoemde internationale bank te verklaren door de intense geestverruimende werking van een ordinaire paddenstoel, de Satansboleet, geconsumeerd door enkele stafleden van deze bank die in plaats van de gekende braakreacties ingenieuze ingevingen omtrent transacties en beleggingen hadden verworven waarvan de toepassingen de financiële wereld met verstomming en intense jaloezie hadden geslagen. Een winstmarge in deze donkere tijden van 21,7% deed de spreekwoordelijke monden openvallen, inderdaad. Bijkomende inlichtingen wezen naar ChatGPT als ontdekker van deze combinatie waarin het consumeren van een giftige paddenstoel een verruimende werking specifiek op het transactie-terrein had veroorzaakt.

Nog voor er allerlei waarschuwingen verschenen werden de ziekenhuizen overrompeld door haastige Satansboleet-consumenten. De eerder zeldzame paddenstoel was dan ook in geen tijd nergens nog te vinden terwijl de herstellenden, tussen twee braakpartijen, luidop hun onschuld uitschreeuwden.
Het ging hen niet om geldelijk gewin, maar zij wilden proefondervindelijk het bedrog aanklagen. Zegden ze. Schreven ze, enkele dagen later.
Enkelen overwogen een aanklacht, de meesten echter noteerden stiekem hun dromen in de hoop toch nog de succesformule te vinden bij hun beleggingen. De inhoud daarvan was niet dadelijk voor publicatie vatbaar.

De ChatGPT zelf probeerde het met een grapje. Dacht ik. Of ik een kabouter was? Aarzelend antwoordde ik: ‘Inderdaad, dat ben ik.’ Of ik dan mijn Kab-naam met dienstnummer kon invullen. Neen, dit was geen grapje, aldus de ChatGPT, en ook geen strikvraag, noch minder een belediging. Genaamde ‘kabouters’ maakten inderdaad gebruik van ChatGPT. En deze gebruikers waren genoteerd als ‘licensierad figuration’, gelicenseerde figuratie. ‘Affecting the human species’. Aanleunend bij de menselijke soort. Een stevig knijpen in mijn linker onderarm bevestigde dat ik wakker was. Op mijn scherm verscheen dit duidelijke welkomsbeeld:

(wordt hopelijk vervolgd)

John Alinder photographer and jack of all trades

John Alinder med kamera i trädgården, Sävasta, Altuna socken, Uppland.

John Alinder, zoon van een boer, werd in 1878 geboren in het dorp Sävasta, Altuna parochie, in Uppland, een provincie in oostelijk Midden-Zweden. Alinder bleef zijn hele leven in het dorp wonen. Hij koos ervoor om de boerderij van zijn ouders niet over te nemen en werd in plaats daarvan autodidact fotograaf en manusje van alles. Hij was een muziekliefhebber en houder van het Zweedse agentschap voor het Britse platenlabel en grammofoonmerk His Master’s Voice. Een tijdlang runde hij een countrywinkel vanuit zijn huis en hij had zelfs korte tijd een illegale bar. Van de jaren 1910 tot de jaren 1930 portretteerde hij de lokale bevolking, het landschap om hen heen en hun manier van leven. Hij fotografeerde hen vaak in hun huizen en tuinen, met behulp van de technologie van die tijd, glasplaten. Deze ontwikkelde hij in een kleine donkere kamer die hij had gebouwd en vervolgens maakte hij de afdrukken in het zonlicht.

Grammofoonconcert op de boerderij van de Alinders in Sävasta, Altuna parochie, Uppland, 1922. Op de tafel een His Masters Voice grammofoon. Foto: John Alinder.
John Alinder (22 December 1878, Sävasta, Altuna parish - 12 August 1957, Sävasta, Altuna parish), Swedish photographer. The son of a farmer, he was born in a village in Uppland, a province in eastern central Sweden; he remained in the village all his life. But he chose not to take over his parents’ farm and instead became a self-taught photographer and something of a jack of all trades. He was also a great lover of music, and held the Swedish agency for the British record label and gramophone maker "His Master’s Voice." For some time he ran a country shop from his home, and he apparently even operated a bar for a while. Beginning about 1910 and continuing two decades, he photographed the local people, his neighbors and friends, the surrounding landscape, and their way of life. He portrayed them informally, using the technology available of the time - glass plates - which he then developed in a small darkroom he had built.
IJzerhandelaar Eugéne Enwall geflankeerd door zijn collega’s Erik Eriksson “Järn-Erik”, Teodor Nyström en Arvid Dahl – in de ijzerfabriek in de stationsgemeenschap Fjärdhundra, Uppland, waarschijnlijk in 1913. Foto: John Alinder.

Alinder was als fotograaf volledig autodidact. Het is niet duidelijk wanneer hij begon met fotograferen, maar rond 1910 lijkt het bedrijf echt van start te zijn gegaan. Het Uppland Museum heeft 8.421 glasplaten naar hem vernoemd, de meeste uit de jaren 1910 en 1920, met een paar uit de jaren 1930. Hij werkte voornamelijk in de parochie Altuna, maar ook in de naburige parochies Simtuna, Frösthult, Torstuna, Österunda en Härnevi. De fotografie werd uitgevoerd onder eenvoudige vormen. Hij had een kleine donkere kamer in zijn huis, terwijl het kopiëren buiten gebeurde. Alinder gebruikte nooit decors of andere decoraties. Hij gebruikte een camera met grootformaat negatieven. Na het belichten en ontwikkelen van de glasnegatieven, plaatste hij ze in direct contact met een speciaal fotopapier in een frame onder glas en belichtte ze met zonlicht. Na fixeren, spoelen en drogen waren de beelden klaar. (Uplandsmuseet)

Mobergs barn Fjärdhundra”, Simtuna socken, Uppland 1918. Foto: John Alinder.

Het behoud van de glasplaten van Alinder is te danken aan Axel Ekholm. Hij was hoofd cultuur in de toenmalige gemeente Fjärdhundra in de jaren 1950 en 1960. De collectie werd bewaard in de kelder van de bibliotheek. Eind jaren 1980, toen het Uppland Museum een vraag kreeg over een van de foto’s uit de collectie, realiseerde Iréne Flygare, toenmalig hoofd onderzoek van het museum, zich wat een culturele schat het eigenlijk was. Sinds de collectie bij het museum is gekomen, is er een enorme hoeveelheid werk verricht om de afbeeldingen beschikbaar te maken voor het publiek. Glasplaten zijn schoongemaakt, gedigitaliseerd en gescand en de mensen op de foto’s zijn geïdentificeerd. Sommige informatie over mensen en plaatsen en soms Alinder’s eigen titels zijn terug te vinden in zijn eigen registerboeken. (Upplandsmuseet)

https://www.upplandsmuseet.se/digitalaupplevelser/samlingsbloggen/2021/john-alinder-tar-klivet-ut-i-varlden/

Birger och Erik Johanson står i det gröna. Birger en Erik staan in het groen. Foto: John Alinder

bezoek ook:

https://www.all-about-photo.com/photo-articles/photo-article/1072/john-alinder-portraits-1910-32

Wij waren net als jullie
in levende lijve, maar
in de tijd van toen.
Het licht
wist ons op glas
te beschrijven,
meer was niet van doen
om ook nu
in jouw gezelschap
te verblijven.
Ljung’s daughter standing by herself on a chair, Torstunaby, Torstuna parish, 1920
De fotograaf gepakt en gezakt 1921

Is nu ‘fotografie’ in handbereik van vrijwel iedere + tienjarige, de functie van het fotografisch beeld verloor zijn oorspronkelijke opdracht in het bijna dagelijks gebruik waardoor het conserverende van levensfases en leefomstandigheden veranderde in het memoriseren van de banaliteit die net zo vlug weer uitgewist als vastgelegd wordt. Nog voor een beeld aan de geschiedenis van de maker kan deelnemen is het uitgewist of in eindeloze databanken verloren gelegd. Nooit is het persoonlijke zo weinig gedocumenteerd als heden ten dage. In die zin is een collectie als deze en de aandacht voor haar historische waarde zo belangrijk om over onze eigen fotografische (en filmische) mogelijkheden als cultuurbijdrage na te denken. Het eigen curriculum zou al in de lagere school allerlei speelse fotografische en filmische expressiemogelijkheden kunnen krijgen, de opbouw van een journaal of levensverhaal kunnen aanvullen zodat het geheel van de menselijke geschiedenis via de kleine alledaagse geschiedenis van onszelf beter begrepen en gehanteerd kan worden. Een vrome wens.

Uit vorige bijdrages willen we alvast deze twee afleveringen opnieuw belichten waarin fotografie in dezelfde vorm en functie werd ervaren:

“Ernfrid Rung en Teresa’s jongen in de boom in Ullråker”. Locatie: Ulleråker, parochie Simtuna. Jaar 1918.