Het gedroomde schaap, een kortverhaal

Bij schaap 247 gebeurde het. Neen, Johanna viel niet in slaap ook al telde zij elke avond geduldig schaapjes die over een hek sprongen. Schaap 247 sprong maar bleef boven het hek hangen, draaide zijn hoofd met rechteroog richting Johanna, knikte vriendelijk, keek weer vooruit en verdween daarna in de diepte waarin de vorig getelde schapen verdwenen waren.

Klaar wakker was ze. Neen, het was geen droom. De helderheid van het gebeuren, dat diep doordringend kijken, Een boodschap was het. Een voorteken. Probeerde zij zichzelf van het tegenovergestelde te overtuigen: een toeval, een verborgen verlangen, een ondergesneeuwde liefde, een schrijnend tekort aan tederheid, de kortstondige maar diepe schapenblik oversteeg die bekende noden.

Wetenschappers ondersteunden haar ervaring. Schapen kunnen na twee jaar 50 gezichten herinneren, schreven knappe koppen van de Cambridge Universiteit, zelfs op foto’s. Schapen, geiten en herten kunnen dankzij hun horizontale pupillen opzij kijken zonder hun kop te bewegen. Onderzoeker Ruseler: “Hun blikveld bestrijkt bijna 310 graden. Ze kunnen zelfs zien wat er achter ze gebeurt. Het is een soort van ingebouwde ‘achteruitkijkspiegel.”

Het duurde wel even die vroege nacht voor zij het beste ritme bij de over-het-hek-springers had gevonden. Schaapje 79 bleef zelfs ook even in lucht hangen maar gunde haar geen blik, terwijl schaap 214 tot in de lage bewolking sprong en hoofdschuddend in de onbekende leegte verdween. En 247? Schaap 247 sprong, bleef boven het hek hangen en keek opnieuw richting Johanna -langer en liever dan de eerste keer, dacht zij- voor het in de diepte verdween.

Flirten met de ogen‘, zei AI, ‘De verliefde blik kan ook een vorm van flirten zijn. Door oogcontact te zoeken en vast te houden, kan men interesse tonen en een connectie creëren.’ Er was volgens AI duidelijk een verschil met de ‘normale’ blik: ‘Een normale blik is vaak korter en minder intens. De verliefde blik is specifiek gericht op de persoon en duurt langer dan een normale oogopslag.’

‘Belachelijk!’ zei zij luidop. Deze ‘ontmoeting’ had niets met wat men verliefdheid noemt te maken! Dit was de blik uit een andere wereld. En opnieuw AI citerend: ‘Het schaap, en vooral ooien en lammeren, wordt geassocieerd met zachtheid, onschuld, sociale verbondenheid en volgzaamheid..’

Dat klonk heel mooi, maar noch haar zgn. onschuld en vermeende sociale verbondenheid laat staan een zekere volgzaamheid waren met haar dagelijkse werkelijkheid, zelfs niet met haar diepste verlangens te verbinden. Ze zou zich herkennen in ‘een schaap in wolfskleren’ en sympathie opbrengen voor ‘het schaap met vijf poten’, rollen die naar haar overtuiging in ieders mensenleven wel eens, al dan niet gedwongen, werden opgevoerd. De ontmoeting met schaap 247 echter bleek van een ander gehalte, een ontmoeting uit een spelletje om vlugger te kunnen slapen maar nog onbekende vragen en emoties in haar ziel had wakker gemaakt.

Foto door Vanessa Cardui op Pexels.com

‘Laten we afspreken dat ik geen 246 schapen over dat verdomde hek moet laten springen voor jij aan de beurt bent.’ zei zij, vrij gebiedend. Zij wist dadelijk dat het de verkeerde toonaard was en zij beter met ‘Zou het kunnen dat jij…’ was begonnen. De ogen gesloten zag zij vrijwel onmiddellijk de weide met het hek. Tot haar verbazing bleek de nachtelijke hemel boven het springtuig met sterrennevels bezaaid.
‘Als het niet anders kan, vooruit dan maar…’ paaide zij haar onzichtbare kudde.


Ervaren dromers weten dat verlanglijstjes zelden worden vervuld. Je gelooft levenslang dromen te kunnen lokken maar zij blijven eigenzinnige verschijningen verwant met het dansende onvoorspelbare Noorderlicht, verraden door miljoenen verbeelde schermverhalen.
Teleurgesteld opende ze haar ogen.
‘Ik had nog net de laatste trein, dus ik dacht…’
Dezelfde ogen. Minder vacht. Bekend gemekker van lang geleden. De warme tederheid van een verloren schaap.

The dreamed sheep, a short story

At sheep 247, it happened. No, Johanna did not fall asleep even though she patiently counted sheep jumping over a fence every night. Sheep 247 jumped but lingered above the fence, turned his head with right eye towards Johanna, nodded kindly, looked ahead again and then disappeared into the depths into which the previously counted sheep had disappeared.

Ready awake she was. No, it was not a dream. The clarity of the event, that deep penetrating look, A message it was. An omen.

Scientists backed up her experience. Sheep can remember 50 faces after two years, wrote clever minds at Cambridge University, even in photographs. Sheep, goats and deer can look sideways without moving their heads thanks to their horizontal pupils. Researcher Ruseler: “Their field of vision covers almost 310 degrees. They can even see what is happening behind them. It’s a kind of built-in “rear-view mirror.”

It took some time that early night for her to find the best rhythm with the over-the-hill jumpers. Sheep 79 even lingered in air for a while too but did not grant her a glance, while sheep 214 jumped into the low clouds and disappeared into the unknown void shaking her head. And 247? Sheep 247 jumped, lingered above the fence and looked towards Johanna again -longer and rather than the first time, she thought- before disappearing into the depths.

‘Flirting with the eyes,’ AI said, ‘The infatuated gaze can also be a form of flirting. By seeking and holding eye contact, one can show interest and create a connection.’ There was a clear difference from the “normal” gaze, according to AI: ‘A normal gaze is often shorter and less intense. The infatuated gaze is focused specifically on the person and lasts longer than a normal gaze.’

‘Ridiculous!” she said aloud. This “encounter” had nothing to do with what is called infatuation! This was the gaze from another world. And again quoting AI: ‘The sheep, and especially ewes and lambs, are associated with gentleness, innocence, social connection and

That sounded very nice, but neither her so-called innocence and supposed social connection let alone a certain docility could be connected to her everyday reality, not even to her deepest desires. She would recognise herself in “a sheep in wolf’s clothing” and sympathise with “the five-legged sheep”, roles that she believed were performed at one time or another in everyone’s human life, whether forced or not. The encounter with Sheep 247, however, proved to be of a different kind, an encounter from a game to sleep faster but had awakened as yet unknown questions and emotions in her soul.

‘Let’s agree that I don’t have to make 246 sheep jump that damn fence before it’s your turn,’ she said, rather commandingly. She knew immediately that it was the wrong key and she would have been better off starting with “Could it be you…”. Eyes closed, she almost immediately saw the meadow with the fence. To her surprise, the night sky above the jumping rig appeared to be dotted with starry mists.
‘If nothing else, onward then…’ she spawned to her invisible flock.

Experienced dreamers know that wish lists are rarely fulfilled. One believes to lure lifelong dreams but they remain idiosyncratic apparitions akin to the dancing unpredictable Northern Lights, betrayed by millions of imagined screen stories.
Disappointed, she opened her eyes.
‘I just got the last train, so I thought…’
Same eyes. Less fur. Familiar mewling from long ago. The warm tenderness of a lost sheep.

(Vertaald met Deepl)

Foto door Pixabay op Pexels.com

Het geheim van de slak in middeleeuwse handschriften

Foto door cassius cardoso op Pexels.com


De slak
Draag ik mijn huis en ben ik nergens thuis

en kan ik nergens voor de regen schuilen,

dan in de schelp, die ik niet om kan ruilen

voor ooit een ander, niet mijn eigen huis.

Ken ik de aarde, maar de hemel niet,

de groene haag, maar niet de bloesemknoppen,

de helling wel, maar nooit de heuveltoppen.

Laat ik geen sporen na dan van verdriet.

Ben ik maar voor eenzelvigheid geschapen

en voor de regen, die mij buiten drijft

en voor de weg, die zonder einde blijft.

En voor de kinderen, die slakken rapen,

maar ’s avonds thuis en bij elkander slapen.

Harriët Laurey (1924-2004)

uit: Loreley (1952)
Foto door Carla op Pexels.com

Het begint al met een duidelijke ‘waardering’ in psalm 58. In niet mis te verstane woorden wordt er over de van de God vervreemde gepraat met de opdracht hem ‘de tanden uit de mond te slaan’. en even verder (9)

(9) als een slak die kruipend oplost in slijm,
als een misgeboorte die nooit de zon ziet,
(10) als een doorntak die in de storm verwaait,
nog voor hij de pot kan verhitten.

In dezelfde atmosfeer kun je in verschillende middeleeuwse handschriften illustraties vinden waarin afbeeldingen voorkomen van ridders die in vol ornaat de strijd aangaan met slakken. Jelmar Huggen, universiteit Utrecht beschrijft dit fenomeen in ‘Een onverwachte vijand’:

"Deze afbeeldingen zijn doorgaans te vinden in de marges van handschriften en daar met veel detail aangebracht door rubricators. Ze komen in handschriften van over heel Europa voor, dus het gaat beslist niet om de creatieve uitspattingen van een enkele kopiist. Maar waarom er nu juist met slakken gevochten wordt, is nog altijd een mysterie."

Boekverluchters uit de dertiende, veertiende eeuw houden blijkbaar van het thema. De slakken-bevechters verschijnen eerst in het Noorden van Frankrijk (Parijs is op dat ogenblik het centrum van de boekproductie). Ook de graaf van Vlaanderen, Gwijde van Dampierre, bezit een brevarium waar een aantal van deze koldereske afbeeldingen worden gebruikt (nu in Koninklijke Bibliotheek van Brussel). Je ziet dus die slakken vooral vechten in ‘dure’ boeken. (Bijbels, Psalmenboeken). Te midden van de vrij ernstige teksten duiken daarin deze humoristische afbeeldingen op. Was het om de lezer van al deze ‘ernstige stuf’ te belonen met een grapje? Maar je vindt ze ook op kapitelen van Franse kathedralen. Hun betekenis??

Bréviaire dit de Marguerite de Bar, 1302-1303, VERDUN, Bibliothèque Municipale, ms. 107, fol. 89r

Was volgens sommigen de slak een symbool van goddeloosheid, zie bovenstaande psalm, ze kon ook een positief symbool zijn van Christus’ verrijzenis. Het schijnbaar lege huisje krijgt zijn betekenis als de slak levend en wel in volle glorie verschijnt. Anderen zien er een symbool in van de maagdelijkheid van Maria. In die middeleeuwse tijd wist men nog niet hoe slakken zich voortplanten.

“Als slakken al zwanger kunnen worden van de dauw van de lucht dan is het toch geen mirakel dat God een maagd zwanger kan maken.” Een tekst uit dat tijdperk.

Kijk ook naar de mooie ‘visitatie’ van de Italiaanse schilder Francesco del Cosa. Midden op de gepolijste vloer zie je een kruipende huisjesslak, een duidelijke link met het gegeven.

De Boodschap aan Maria. Francesco del Cosa (-1477). ,Klik op onderschrift om te vergroten.

En er zijn nog tal van interpretaties al dan niet seksueel getint, tot en met een symbool van een opstand waar de lagere klassen de heersers bevechten. Waarom echter deze illustraties eind dertiende, begin veertiende eeuw plots zo’n rage werden blijft een raadsel.

A Knight losing against a giant snail (Ormesby Psalter, England, c. 1300).


Ook in de heraldiek kunnen slakken gevonden worden. In Guillim (1724: 203) wordt een Engels familiewapen genoemd waarin slakken voorkomen. Als betekenis wordt vermeld: “The Bearing of the Snail doth signify, that much deliberation must be used in Matters of great Difficulty and Importance”. We vonden verschillende gemeentewapens uit de Franse Pyreneeën met daarop één of drie slakken; sommige slakken, bijv. op het wapen van de gemeente Saléchan, zijn verwijzingen gevonden (Bram Breure)

Psautier dit de Gorleston, 1320-1325, LONDRES, BL, Add. Ms. 49622, fol. 162v

Historica Lilian Randall heeft gesuggereerd dat de slakken de Longobarden voorstellen, een Germaans volk dat van 568 tot 774 na Christus over het grootste deel van het Italiaanse schiereiland heerste. Tegen de tijd dat de slakken-marginalia frequent begonnen te worden (rond de 13e eeuw), waren de Longobarden een impopulaire groep in Europa, met de opvatting dat ze banen monopoliseerden, geld leenden tegen onredelijke tarieven en in het algemeen een verraderlijke, zondige, ridderloze bende waren. Hen in de marge plaatsen dient als een soort xenofobische grap en zou verklaren waarom ze vaak worden afgebeeld terwijl ze vechten met ridderlijke ridders – een soort ‘goede idealen vs. slechte idealen’. Velen hebben deze theorie echter in twijfel getrokken, zoals de British Library uitlegt: dit “verklaart niet waarom de ridder vaak aan de verliezende hand wordt afgebeeld, of waarom deze specifieke afbeelding zo populair werd in de marge van niet-historische teksten zoals Psalters of getijdenboeken”.

This time the snails are being ridden by naked jousters (Lectura super Institutionibus, France, 1480 – 1481).

Een aantal bronnen zijn hier al vermeld. Een voorname bron was VRT-1, ‘De wereld van Sofie’ een podcast waar Jonas Roelens, historicus aan de UGent, op een amusante en begrijpelijke manier de verschillende verhalen onderzoekt.

Aan te raden:

https://www.vrt.be/vrtmax/luister/radio/d/de-wereld-van-sofie~11-65/de-wereld-van-sofie~11-27258-0/fragment~5044cc6c-1859-4a42-a2eb-0157bfa5fc3d/?ndl=true

En pdf:Op slakkenjacht: oude afbeeldingen van (land)slakken in de kunsthistorie en letterkunde
Susan de Heer & Bram Breure

Psautier dit de Gorleston, 1320-1325, LONDRES, BL, Add. Ms. 49622, fol. 162v

Je kunt het ook op een amusante grafische manier vertellen zoals in onderstaand YouTube gebeurt. Prettige vakantiedagen gewenst!

Vlinderzucht

Foto door Sue Rickhuss op Pexels.com
Vlinder

De zomerwei des
ochtends vroeg

En op een zuchtje
dat hem droeg

vliegt een geel
vlindertje voorbij

Heer, had het
hierbij maar gelaten.

M. Vasalis. Op een muur: Sint Janskerkhof 8, 's-Hertogenbosch, Nederland
Foto door Sue Rickhuss

Als kind herinner ik mij een zomermorgen, zittend op een schommel, wachtend op een stevige duw in de rug toen ‘het gele vlindertje’ voorbij kwam gedanst. “Pa, een flikketeer!’ Nog luid genoeg om het als iets oudere aardbewoner levendig te herinneren. Daarna de hand en de bijna zesjarige beseft wat vliegen is, los van de zwaartekracht. ‘Hoger, papa!’

Een vroege ervaring van ‘vlinderzucht’. Kijk hoe de streek zijn naamgeving heeft bepaald.

Uit het woordenboek van de Vlaamse dialecten. Universiteit Gent.

Meer gedetailleerd? Kijk bij:

https://www.mijnwoordenboek.nl/dialect-vertaler.php?woord=vlinder

Eens op een dag droomde ik, Zhuang Zi, dat ik een vlinder was, een vlinder die fladderend rondvloog, tevreden met zichzelf, en zich niet bewust dat hij mij was. Plotseling werd ik wakker en begon me er rekenschap van te geven dat ik nog altijd Zhuang Zi was. Nu is de vraag of ik Zhuang Zi ben die droomde dat hij een vlinder was, ofwel een vlinder die droomde dat hij mij was.

Zhuang Zi

Foto Sazzad Shihab

Beeldend kunstenaar Carlos Amorales (Mexico-Stad, 1970) worstelt met de grote vragen van deze tijd. Zoals: hoe verhoudt zich het private tot het publieke domein? Wat is de betekenis van ‘identiteit’, zowel persoonlijk als collectief? Wat zijn de gevolgen van de kolonisatie van internet en de media door de grote technische bedrijven? Hoe oefent kunstmatige intelligentie controle uit over de schijnbaar chaotische wereld van internet en wat is de invloed van de poppenspelers die hier aan de touwtjes trekken – waarbij de algoritmen de touwtjes zijn? (NRC Janneke Wesseling. 11/12 2019)

Hij voorzag gangen en kamers van de Fondazione Adolfo Pini in Milaan van een opvallend kunstwerk met 15.000 papieren vlinders, onderdeel van de solo tentoonstelling L’ Ora Dannata ( het beschadigde uur)

De installatie met de zwarte vlinders van papier draagt de naam Black Cloud. Wie de vlinders volgt door het gebouw van de Fondazione Adolfo Pini komt vanzelf bij de andere werken van Amorales uit. Centraal hierbij staat het werk Life in the folds. Deze bestaat uit een tafel met daarop uitgeknipte mensfiguren en bomen. Het werk is een aanklacht tegen het geweld dat mensen elkaar aandoen.

De Mexicaanse kunstenaar, Carlos Amorales, zal zijn Black Cloud in zijn thuisland zeker in het echt hebben gezien: in het najaar trekt de Monarch- vlinder met miljoenen tegelijk van Noord-Amerika naar Mexico om daar te overwinteren, en in de lente trekken ze in massale vlinderwolken weer terug.

Deze installatie is een goede illustratie van zijn kunst: nooit beperkt hij zijn werk tot een individueel stuk, de herhaling, de massaliteit is zijn kracht. Je kijkt niet naar één paneel van 1×2 m, maar naar wanden vol, niet één ocarina maar honderden, het geheel, het totaal vormt het kunstwerk.(Kunst op de klapstoel 24 dececmber 2019)

Het idee voor de installatie kreeg de kunstenaar in een droom. Hij droomde over een kamer vol motten en vond dat een dusdanig sterk beeld dat hij de droom zelf uit liet komen. Hij knipte duizenden zwarte nachtvlinders uit papier en behing er zijn atelier mee. Ze volgen hem inmiddels overal waar hij komt en ‘vlogen’ zo al diverse musea over de hele wereld binnen. (digitale kunstkrant nl)

Het Stedelijk Museum in Amsterdam bestelde bij de Mexicaanse kunstenaar Carlos Amorales een ‘special edition’-mondkapje. Hij leverde, naar zijn beroemde installatie Black cloud, het motief van een zwarte ­vlinder. De opbrengst gaat naar Amorales’ eigen solidariteitsfonds. (De Standaard 2020)
Foto door SweeMing YOUNG op Pexels.com

Symbool van de ziel? De transformatie van rups naar vlinder is vaak een metafoor voor de reis van de ziel, van leven naar dood en wedergeboorte.

Sneeuwwitte vlinder van den dood,
sinds ik u heb zien dansen
is elke bloei te groot
en elk ontwaken hinder;
dat ik zooveel verminder'
aan wil en zwaart',
om nog het woord te vinden
- o wankelende kansen -
dat vederlicht en onvervaard
uw vluchten evenaart.

Gerrit Achterberg (1940)

Foto door Nandhu Kumar op Pexels.com

Te warm om buiten de vlinders in levende lijve te ontdekken? Maak het je gemakkelijk, luie zetel en dan dit mooie concerto van Gang Chen, Zhanhao: The Butterfly Lovers (1959).

DROMEN MET OPEN OGEN?

In a short film titled “Snovník,” or “Dreamer,” Czech Republic-based filmmaker Laura Boráros introduces a bright red protagonist who is unable to sleep when he can’t ignore the rowdiness resonating from above his bedroom ceiling. Taking matters into his own hands, he makes his way upstairs and knocks on his neighbor’s door—and...? (Colossal)

In de kortfilm “Snovník”, of “Dromer”, introduceert de in Tsjechië gevestigde filmmaakster Laura Boráros een knalrode hoofdpersoon die niet kan slapen als hij de luidruchtigheid niet kan negeren die van boven het plafond van zijn slaapkamer weerklinkt. Hij neemt het heft in eigen handen, baant zich een weg naar boven en klopt op de deur van zijn buurman – om vervolgens …

Bleek het in Picasso’s droom nog de droomster zelf het onderwerp en kon de kijker naar eigen nood en vermogen de inhoud aanvullen, dan was in de kinderlijke droomwereld de nachtmerrie een verwilderd paard dat je net voor de afgrond in de diepten van het eindeloos vallen kon werpen. Hieronder is wellicht de droomster de gedroomde.

Pablo Picasso De Droom. 1970

De gedroomde. Hoe zij in het mooie doek ‘Paysage Bleu’ uit 1949 de kijker aankijkt. Zij verbindt ons met de voorstelling die eerder in het onderbewuste huist. Het deel van de geest dat niet onmiddellijk toegankelijk is voor het bewuste denken maar wel invloed heeft op gedachten, gevoelens en gedrag zoals A.I. dat keurig formuleerde.

Marc Chagall, Paysage Bleu, 1949

Lees en bekijk: A clearing house for dreams and visions: Joseph Cornell.

Detail from the Garden of Earthly Delights (left panel)
1500–1505, oil on oak by Hieronymus Bosch (c.1450–1516)

Detail from the Garden of Earthly Delights (left panel)

De grenzeloze capaciteit die de droom en de artistieke verbeelding delen, werd levendig opgeroepen in de hersenschimmen van de Nederlandse schilder Jeroen Bosch (ca. 1450-1516), waarin mensen samensmelten met uitvergrote weekdieren en flanerend onder het vorstelijke plantenleven, zoals te zien is in het laat vijftiende-eeuwse drieluik 'De tuin der lusten'. (ArtUK 2020 The art of dreams. Chloe Nahum)
Foto door Robert Clark op Pexels.com
De laatste brief

De wereld scheen vol lichtere geluiden
en een soldaat sliep op zijn overjas.
Hij droomde lachend dat het vrede was
omdat er in zijn droom een klok ging luiden.

Er viel een vogel die geen vogel was
niet ver van hem tussen de warme kruiden.
en hij werd niet meer wakker want het gras
werd rood, een ieder weet wat dat beduidde.

Het regende en woei. Toen herbegon
achter de grijze lijn der horizon
het bulderen - goedmoedig - der kanonnen.

Maar uit zijn jas, terwijl hij liggen bleef,
bevrijdde zich het laatste wat hij schreef:
liefste de oorlog is nog niet begonnen.

Bertus Aafjes
Oorlog in Oekraïne

Kijk en lees

“Het woud heeft oren, het veld heeft ogen”

Foto door Bastian Riccardi

Het zou de synthese kunnen zijn. Water en woud. De wolken ontbreken. In ‘Prisma van symbolen’ beschrijft Hans Biedermann (1992) het woud:

WOUD

Anders dan afzonderlijke bomen een wijdverbreid symbool van een wereld, die als ‘buitenwereld’ tegenover de microkosmos van het ontgonnen land staat. In sprookjes en sagen wordt het door geheimzinnige meestal bedreigende wezens bewoond (heksen, draken, reuzen, dwergen, leeuwen, beren enz.), die alle gevaren belichamen, die de jonge mens het hoofd moet bieden, wil hij in de loop van zijn initiatie tot verantwoordelijk mens rijpen; een beeld dat teruggaat op tijden dat uitgestrekte landstreken met bos bedekt waren en terwille van de landbouw ontgonnen moesten worden. (ensie nl)
Foto door diana plotkin

“Volgens de dichterlijke Edda, de Oudijslandse bundel stammend uit heidense dagen, zullen Múspells zonen dit geweldige woud doorkruisen wanneer zij uit de vuurwereld tevoorschijn komen om de onze ten einde te brengen. Met enige vrijheid werd de naam ook aangewend voor sommige uitgestrekte bossen in Scandinavië, zoals Kolmården in Zweden. Maar het echte, oorspronkelijke Merkwede ware dat oeroude markwoud in het zuiden dat de Germaanse wereld scheidde van ander volk. Het strekte van het Ertsgebergte in het oosten tot helemaal aan de Rijn in het westen, waar nu het Zwarte Woud vereenzaamd staat.” (Het woud tussen de werelden Olivier van Renswoude)

Lees:

Hieronymus Bosch (circa 1450-1516) “Het woud dat hoort en het veld dat ziet’

Het woud heeft oren, het veld heeft ogen is een dubbelzijdige tekening van de Zuid-Nederlandse schilder Jheronimus Bosch in het Kupferstichkabinett in Berlijn.(Wikipedia)

Centraal op de tekening staat een kale, oude boom met daarop een uil. Op de takken van deze boom zitten een aantal vogels, waarvan er één naar de uil krijst. Ook staat er tegen de boom een specht. Onderaan de boom ligt een vos met daarnaast een haan. Uit het bos erachter groeien twee oren en op de voorgrond liggen zeven ogen. (ibidem)
Foto door Johannes Plenio op Pexels.com
In het Woud van Lang Verwachten
te paard op pad, dolenderwijs,
zie ik mijzelf dit jaar bij machte
tot Verlangens' verre reis.
Mijn knechtstoet is vooruitgegaan
om 't nachtverblijf vast te bereiden,
vond in Bestemming's Stad gereed
voor dit mijn hart, en mij ons beiden,
de herberg, die Gedachte heet.

In 't boek van mijn gepeinzen al
vond ik dan, schrijvende, mijn hart;
het waar verhaal van bitt're smart
verlucht met tranen zonder tal.

Charles d'Orléans”
― Hella S. Haasse, In a Dark Wood Wandering: A Novel of the Middle Ages
Foto door Stijn Dijkstra op Pexels.com

“En la forest de Longue Attente
chevauchant par divers sentiers
m'en voys, ceste année présente
où voyage de Desiriers.
Devant sont aller mes fourriers
pour appareiller mon logis
en la Cité de Destinée.
Et pout mon cœur et moy ont pris
l'ostellerie de Pensée.

Dedans mon livre de pensée
j'ay trouvé escripvant mon cœur
la vraie histoire de douleur
de larmes toute enluminée.

Charles d' Orléans
Foto door George Sultan
 Adriaan Morriën: De boom en het bos


Het bos is als de mensheid, te voltallig,
Een zaal met vreemdelingen, een vreemdtalig volk,
Dat om ons lacht in bondgenootschap met de wind,
Een duldzaam ras, verslaafd aan de seizoenen,
Dat in de grond graaft slechts op zoek naar water,
En in de lucht boort zonder te ontstijgen,
Dat al het donker van de avond tot zich trekt,
Met vogels, moegevlogen vlinders, eerste sterren,
Wel schoon, maar gelijkluidend aan de zee,
Een hinderlaag voor kinderen en bliksems.

Maar ik voel vriendschap voor een enkele boom,
Die op mij wacht wanneer ik 's avonds thuiskom,
Die ik begroet en die mijn groet beantwoordt,
Een hoge vindplaats van de wind, een long vol licht,
Een grote hand die uit de domme grond steekt,
Een open brein vol dromen en gedachten.
Het troost mij dat hij mij zal overleven
En dat mijn denken verdergaat in weer en wind.
Want voor het zonlicht maakt het geen verschil:
Zo tijdeloos als nu is het ook na mijn dood.


Uit: Libertinage. Jaargang 5.1953
Meisje in het bos. Een van de eerste olieverfschilderijen van Van Gogh

In de zomer van 1882 kan Van Gogh voor het eerst zijn eigen olieverf kopen. Hij kiest voor een praktisch palet met gezonde kleuren die hij niet zelf hoeft te mengen. Dit is een van de eerste schilderijen die hij dan maakt. Van Gogh schildert het vermoedelijk op zijn knieën. Dat zien we aan het lage perspectief en uit onderzoek, dat uitwijst dat er stukjes eikenblad van de bosbodem in de verf terecht zijn gekomen.  (Kröller-Müller Museum)

Wetenschappelijk nog ten zeerste betwijfeld, maar alvast een mooi begin om samenhang te onderzoeken.

Atlasceder. Wordt gemiddeld 1500 jaar oud.

Woud en bos brengen je naar het mooie werk van Hans Emmenegger (1866-1940)

Herinneringen als toekomstvisie?

Das in der Lufft seglende Schiff, Detail, Illustration aus: Eberhard Werner Happel: Vierter Theil Grösseste Denkwürdigkeiten der Welt Oder so genandte Relationes Curiosae, Hamburg 1689, Kupferstich © Staatsbibliothek zu Berlin, Abteilung Handschriften und Historische Drucke

Op 8 april 1665, om 14.00 uur, zien volgens contemporaine verslagen zes vissers die voor de kust van Stralsund op haring vissen en  hoe zwermen vogels in de lucht  in oorlogsschepen veranderen die in een daverend luchtgevecht verwikkeld zijn. Op het dek wemelt het van de spookachtige figuren. Als er tegen de avond “een platte, ronde vorm als een bord” boven de Sint-Nicolaaskerk verschijnt, slaan de vissers op de vlucht. De volgende dag - zo wordt gemeld - trillen ze helemaal en klagen ze over pijn. Toen vijf jaar daarna op dezelfde kerk de bliksem insloeg werd dat als een teken van Gods toorn gezien.  Beschrijvingen en afbeeldingen van de gebeurtenis riepen een mysterieus verband op met de verwoesting van Babylon door een gigantische molensteen, zoals beschreven in het Boek Openbaring van de evangelist Johannes..

Dit fenomeen, dat in de 17e eeuw werd vastgelegd, vormde de basis voor talrijke historische illustraties. (zie hierboven)
Optische verschijnselen zoals de breking van zonlicht komen in tekeningen en gravures voor als hemelse wonderbaarlijke tekenen. Afbeeldingen van fenomenen die buiten de wetten van de natuurkunde vallen, dateren al van het einde van de 17e eeuw
Schiffstreit in der Lufft/ bey Stralsund, Illustration aus: Erasmus Francisci: Der Wunder-reiche Uberzug unserer Nider-Welt/ Oder Erd-umgebende Lufft-Kreys/ […], Nürnberg 1680, Kupferstich, © Staatsbibliothek zu Berlin, Abteilung Handschriften und Historische Drucke

Het collectieve beeld van de luchtslag boven Stralsund wordt echter niet alleen geduid door de media, overtuigingen, ontwerpen en mythen uit de barokperiode. Het onthult ook wat in die tijd niet voorstelbaar was. Geen enkele 17de-eeuwse bron maakt bijvoorbeeld melding van buitenaardsen in verband met onverklaarbare hemelverschijnselen. Toch was de menselijke verbeelding al lang zover dat men zich expedities naar bewoonde planeten en bijbehorende voortstuwingssystemen kon voorstellen. Waarom niemand er ooit aan gedacht heeft dat buitenaardsen met vliegende machines in ons luchtruim zouden kunnen verschijnen, is een van de vele mysteries die de tentoonstelling “UFO 1665 ‘Die Luftschlacht von Stralsund’ (Kunstbibliothek Berlin 2023) probeerde op te lossen.”

So sehr war nie erzürnet Gott, Detail, emblematische Darstellung aus: Daniel Meisner: Politica – Politica, Newes Emblematisches Büchlein, I–VIII, Nürnberg 1700, Kupferstich © Staatliche Museen zu Berlin, Kunstbibliothek


Nicht nur das religiöse Weltbild, sondern auch das Bilddesign hatte einen maßgeblichen Einfluss auf die mediale Transformation der Luftschlacht. Eine besondere Rolle spielten futuristische Visionen von Luftschiffen, für welche sich die Menschen des 17. Jahrhunderts begeisterten. Mehr als 100 Jahre vor dem ersten bemannten Ballonflug hatte Francesco Lana Terzi (1631–1687) den Entwurf eines von Vakuumkugeln getragenen Flugboots publiziert, der europaweit Furore machte. Dass das Vorhaben nie realisiert werden konnte, tat der Euphorie keinen Abbruch. Die Menschen träumten von der Eroberung des Luftraums.

Entwurf einer schwimmenden Untertasse, Detail, Illustration aus: Gaspar Schott, Technica Curiosa, Nürnberg/Würzburg, 1664, Tafel XXX © Staatliche Museen zu Berlin, Kunstbibliothek

Niet alleen het religieuze wereldbeeld, maar ook het beeldontwerp had een belangrijke invloed op de mediale transformatie van het luchtgevecht. Futuristische visioenen van luchtschepen, waar mensen in de 17de eeuw enthousiast over waren, speelden een speciale rol. Meer dan 100 jaar voor de eerste bemande ballonvlucht had Francesco Lana Terzi (1631-1687) een ontwerp gepubliceerd voor een vliegende boot gedragen door vacuüm bollen, die furore maakte in heel Europa. (zie bovenste afbeelding) Het feit dat het project nooit gerealiseerd kon worden, temperde de euforie niet. Mensen droomden ervan het luchtruim te veroveren. SF uit de Baroktijd?

Darstellung eines fantastischen Luftschiffs aus dem Hochzeitsfest Kaiser Leopolds I., Detail, Illustration aus: Sieg-Streit deß Lufft und Wassers Freuden-Fest, Wien, 1667 © Staatliche Museen zu Berlin, Kunstbibliothek

De wereld als AI

De Franse auteur Hervé Le Tellier speelt met een soortgelijk idee in zijn roman “Anomaly”, gepubliceerd in 2020. Op weg van Parijs naar New York vliegt een Boeing 787 door een elektromagnetische orkaan, maar komt ondanks zware turbulentie veilig neer. Na de landing in maart landt hetzelfde vliegtuig opnieuw in juni met dezelfde passagiers: de personages in dit verraderlijk geconstrueerde verhaal bestaan twee keer. Hoe kan dit? Aan de ronde tafel discussiëren wetenschappers ook over de mogelijkheid dat de wereld een algoritme is, een harde schijf van onpeilbare datagrootte, bestuurd door wezens op een hoger niveau – en wiens proefkonijn, de mensheid, aan een stresstest zou kunnen worden onderworpen door de anomalie van de dubbele Boeing. (Jens Hinrichsen Monopol M+)

Wonderbaarlijke tekenen boven Neurenberg en Bayreuth, Anno 1630. 19 Aprilis Het ongewone teken rond de zon is hier in Neurenberg ’s morgens vroeg rond 7 en 8 uur de hele dag onbeschermd gezien door Jeterman. […], Neurenberg 1630, koperplaatgravure, Staatsbibliotheek Berlijn, afdeling Handschriften en Historische prenten

Hoe kunnen we het tegendeel bewijzen als de wereld, inclusief alles wat kruipt, vliegt, denkt, poëzie schrijft en ufologenconferenties bijwoont, slechts een AI is? Dan zou de Chinese kunstenaar Cao Fei zowel gelijk als ongelijk hebben: “Alle menselijke en niet-menselijke zintuigen en ruimtes vormen de werkelijkheid. Het zou verkeerd zijn om de virtuele wereld te zien als een ruimte die tegenover deze conventionele werkelijkheid staat, ze bestaan naast elkaar,” legt de mediakunstenaar uit in het Monopol-interview. Maar in een algoritme bestaan de zintuigen en ruimtes niet naast elkaar, ze bestaan gewoon - of bestaan niet, in de zin van het liedje “We are data, data, data” van Peter Weibel met het Hotel Morphila Orchestra. (ibidem)


ster

Ik zag vanavond voor het eerst een ster.
Hij stond alleen, hij trilde niet.
Ik was ineens van hem doordrongen,
ik zag een ster, hij stond alleen,
hij was van licht, hij leek zo jong en
van vóór verdriet.

(M. Vasalis uit Vergezichten en gezichten)
Foto door Ahmet Yu00fcksek u272a op Pexels.com

Astronomen nemen al tientallen jaren aan dat het universum aan dezelfde snelheid uitzet in alle richtingen. Een nieuwe studie gebaseerd op gegevens van röntgen-observatoria doet nu veronderstellen dat deze uiterst belangrijke vooronderstelling van de kosmologie verkeerd zou kunnen zijn. Clusters van sterrenstelsels blijken zich verschillend te gedragen afhankelijk van de richting waarin men kijkt.

Luc De Roy. De Standaard 10 april 2020

Lees en bekijk:

https://www.vrt.be/vrtnws/nl/2020/04/09/moet-kosmologie-herdacht-worden-expansie-van-het-universum-is-m/

We willen hier geen discussies uitlokken omtrent de stand van de wetenschap, de toekomst van SF of AI maar zoals de 18de-eeuwers hun SF voorstelden beseffen wij ook dat onze hedendaagse pogingen ten zeerste aan hedendaagse voorstellingen (vorm en inhoud) van het heelal zijn gebonden en in de verre toekomst wel eens met dezelfde glimlach zouden kunnen bekeken worden zoals wij de voorstellingen van de barokkunstenaars bekijken, verondersteld dat er nog iemand deze rumoerige tijden heeft overleefd. Een boeiend initiatief daaromtrent brengt de tentoonstelling ‘Parallax’ in het Hollands College (Leuven) tot eind 2025. De rode draad doorheen de tentoonstelling zijn ‘herinneringen’. ‘Zowel onze eigen herinneringen als die van onze ouders en grootouders, beïnvloeden ons nu en in de toekomst.’

Lees:Kunst en wetenschap in dialoog met elkaar: ‘Beide groepen zijn pioniers van de verandering en van de revolutie’

https://www.veto.be/cultuur/kunst-en-wetenschap-in-dialoog-met-elkaar-beide-groepen-zijn-pioniers-van-de-verandering-en-van-de-revolutie/356047

Een goed voorbeeld daarvan is het werk van de Iraanse kunstenaar Mahmoud Saleh Mohammadi, die zich liet inspireren door de figuur van Georges Lemaître – de Belgische priester en kosmoloog achter de oerknaltheorie. Mohammadis werk, gebaseerd op tapijtstructuren uit Noord-Iran, hangt in de kapel van het College. 'Die plek vond mijn werk', zegt Mohammadi. 'De stilte, het hout, de geur, de akoestiek – alles draagt bij tot de ervaring. De ruimte en het werk versmelten.'

De sculptuur van Mohammadi, vervaardigd uit traditionele Iraanse tapijten in plaats van uit marmer, verenigt het aardse met het verhevene. De vorm, een monumentale trechter­structuur, is geïnspireerd op de parallelle assenstelling, een wiskundig resultaat dat beschrijft hoe massa zich rond verschillende assen beweegt. Door die abstracte formule om te zetten in een tastbare vorm, verweeft de kunstenaar wetenschap met poëzie.

(Veto, onafhankelijk studentenblad)

Foto door Pixabay op Pexels.com

Pinksteren

O Geest, toen Gij ternederkwaamt
En voor hun oog gestalte naamt,
Doorzonk de hemel ademloos
Een stille witte vlammenhoos.

Boven hun lichaams donkre zuil
Verscheen een zacht bewogen tuil
Van licht, en glinsterende gleed
Het neder langs hun schamel kleed.

Hun mengelmoes van woorden vaal
Klonk ieder als zijn moedertaal.
In mensenwoord, op mensenwijs
Geeft God zijn heilgeheimen prijs.

Geen is zo druk, geen leeft zo snel,
Of hij hoort Uw vermaning wel:
De storm steekt op, de noodklok luidt,
De wereld wijkt, o mens, trek uit!

Die U in vlammen openbaart,
Wiens adem door de wereld vaart,
Die 't al bezielt, doordringt ons 't meest,
Ken ons, dat wij U kennen, Geest!

De steile tocht (1924-1928)
Schrijver: Willem de Merode
Foto door Jaxon Castellan op Pexels.com

De verbeelder verbeeld, een intro.



Glazenwasser ziet schilderijen

Auto’s, gelach, geraas: alles slaat dood
op zeven hoog. Ik hoor alleen mijn spons

en het verkouden knarsen van het staal
waaraan ik hang. Soms spreekt een wolk mij aan

of gis ik wat een meeuw te zeggen heeft.
De mensen: druk, wit, stemloos, achter glas.

Op acht hoog kunst. Dat meisje daar, die lach,
wie heeft haar zo bespied dat ze immuun

voor complimenten mijn gezicht in kijkt?
En wanneer breekt die sperwer uit zijn lijst?

Ik hang hier als een ijskoud schilderij
waar niemand oog voor heeft, ik poets en zwoeg

en maak het uitzicht vrij – schilder er maand
na maand onvervalste wolken bij.

Kijk. Daar kruipt al zonlicht in mijn lijst.

Menno Wigman (1966-2018)
Foto door Alex Dos Santos op Pexels.com

In de isolatie van wie je bent blijft er een uitweg naar het zoeken van een zelfbeeld. Menno Wigman schildert een zelfportret. Het beeld van de glazenwasser. Onzichtbaar voor anderen terwijl hij tenslotte zorgt voor zichtbaarheid. Een fraai beeld waarin de functie van kunst en kunstenaar ligt gevat. Kunnen kijken vanuit een denkbeeldig venster door woorden, kleuren en klanken of volumes. Zelf blijft degene die uitzicht verschaft schijnbaar ongezien. Of toch niet? Of is het eigen aan de ziener(ster) alleen te zijn?

"Als de kunstenaar vandaag het kunstenaarschap niet meer opneemt, maar er als een tewerkstelling op in- en uittekent, dan staat er dus meer op het spel dan een verouderde mythe. De nuchterheid die het afscheid van de roeping impliceert, is niet geruststellend. Het betekent dat de wereld nog positiever is geworden dan hij al was. Het betekent dat het leven niet meer uitgevonden kan worden, maar steeds al gegeven is. Het betekent dat het steeds onwaarschijnlijker wordt dat er iets gebeurt, dat er ons nog iets overkomt. Geen ontmoetingen meer die ons oproepen om te getuigen. In de plaats daarvan één uitgestrekte tautologie."

'De Roeping, de Kunstenaar en hun Carrière' Dirk Lauwaert 2004

Photo by Noah Silliman on Unsplash


“Het kunstenaarschap is iets wat je jezelf niet kunt toekennen. Het komt je als roeping overvallen. Maar de erkenning van je kunstenaarschap wordt door anderen geleverd. Het is dan ook onmogelijk om het eigen kunstenaarschap autonoom te beheren als een portefeuille beurswaarden.

De hypothese dat je dat vandaag toch zou kunnen, geeft aan dat het kunstenaarschap van statuut veranderd is. Geen roeping meer, maar ook geen erkenning, eerder een claim, een look, een pose.

Het kunstenaarschap dat het individu hypervaloriseert, kan geen wilsbeschikking van dat individu zijn: geroepen om het te zijn, extreem wachtend op de erkenning. De mythe van het kunstenaarschap is gedacht als een imperatief. De hypothese van een kunstenaar met brugpensioen ontneemt hem de verplichting die roeping en erkenning met zich meebrengen. De eis om eigentijds te zijn, wordt zo de vraag om modieus te zijn. (Dirk Lauwaert)

Het geplette woord, -herinner je dat bloem en tenslotte brood de molensteen vandoen hebben en je de wuivende halmen klankkleur en beweging kunt schenken met olieverf, muziek of poëzie, maar de beschouwer de hongerdood zou sterven zonder het proces waarvoor vroeger wind en wieken van doen waren en nu een industrieel gebeuren voor de productie van de dagelijkse boterham van node is. Het alledaagse woord of idee ‘pletten’ waauit combinaties, beelden, ritmes, ervaringen, angsten ontstaan -u zegt het maar- en het uitgezuiverd resultaat daarvan een heus gedicht, symfonie of schilderij zou worden. Transformatie? De menselijke ervaring met de tijd die tweevoetig (verleden-toekomst) door het nu wandelt, wel eens geblinddoekt of bebrild, maar niet te stoppen.

Gmt

Weg door de korenvelden in de nabijheid van de Zuider Zee. Jacob van Ruisdael (1628-1682)(klik op beeld om te vergroten)

VADER EN ZOON IN HEVIGE REGEN

Je zoon op je schouders. 

Boven hem je paraplu 

een lopend torentje 

In regen van nu. 

Zelf wees geweest 

en wees gebleven 

zit je daar zelf 
op schouders

van ouders, zelf 

in de vorm 
van een zoontje, 

en boven de hoofden 

een ronde en kleine 

maar troostende droogte. 



Judith Herzberg (uit: Botshol 1980)
Foto door Suyash Batra op Pexels.com


"Een kunstwerk vraagt om aandacht en verdient woorden. En aandacht is meer dan voelen, meer dan het ‘ondergaan’ en de woordeloze instemming van het duimen, van lekker of niet, tranen of applaus. Het zuivere, woordeloze kijken en voelen vergeet het werk. Hoe lang kan je gedachteloos kijken? Tien, vijftien seconden voor een schilderij is lang. Ah! een Rubens! Raveel! Twee stappen achteruit, nog tien seconden. Voilà, dertig seconden, gezien, de volgende. Zonder woorden in het hoofd is het lastig kijken. Beelden zijn glad, de aandacht schuift erop uit, en vergeet het beeld voor het volgende. De roman is uit, de voorstelling afgelopen, het ‘gevoel’ verdampt. En dan? Nieuwe roman, nieuwe voorstelling, koffie of een café, en de voorstelling of het werk zijn weg. De ‘ervaring’ brengt niet bij maar altijd voorbij het werk, en doet het vergeten.

Wat echt telt, is niet de beroemde ‘eerste, onmiddellijke ervaring’: wat echt telt, is de tweede keer, is het teruggaan naar een stad, het terugkeren naar een schilderij, het herlezen van een gedicht, gewapend met een vraag, een gedachte, een associatie, met het verlangen iets – de herinnering aan de ‘eerste keer’ bijvoorbeeld – te verifiëren. Om bij een werk te blijven moet men tegen de ‘ervaring’ in zwemmen. En het eerste middel om bij het werk te blijven en het écht aandacht te geven, is woorden te hebben. Om lang te kunnen kijken en geleidelijk iets te zien, moet men veel lezen.

Natuurlijk zijn er belangrijker dingen dan kunst. Maar omdat kunst zo concreet en zo onoverzichtelijk is, omdat het zo moeilijk is er iets over te zeggen en men bij elk werk opnieuw moet beginnen, omdat er vanzelf dissensus heerst, is kunst belangrijk: het is een slijpsteen voor het denken."

Bart Verschaffel. 1996 (De Witte Raaf, editie 60. maart-april 1996)
Het snijden van de kei. Een man zit vastgebonden in een stoel terwijl een man de kei uit zijn hoofd snijdt. Aan een tafel rechts zitten verschillende belangstellenden. Op tafel ligt een uitgesneden kei. Om de centrale ronde voorstelling heen zijn schetsmatige groteske figuren aangebracht. (klik op het onderschrift om de prent te vergroten)

Lectuur:

Stil en ander leven, een verkenning (2)

Anne Redpath.(1895-1965). Scottish ‘The Worcester Jug’. (ingezoomd)

“Dit is een van een aantal stillevens en interieurs die Anne Redpath in de jaren 1940 schilderde in haar huis in Beaconsfield Terrace, Hawick. In 1947 beschreef een verslaggever de zitkamer van de kunstenares:

'Onmiddellijk bij binnenkomst… voelde ik me alsof ik in een van haar schilderijen was binnengestapt. Er stond een theebakje op een tafeltje zoals ik het zo vaak had gezien en, net als op de geschilderde tafeltjes, pasten de kopjes niet bij elkaar! Op de schoorsteenmantel stonden bekende stukken servies - een roze en witte theepot, een petuniakleurige kom, een Worcester kan met een felle blauwe band eromheen.' In de traditie van kunstenaars als Matisse en Vuillard zijn Redpaths schilderijen vaak intieme portretten van haar eigen huiselijke omgeving." (National Galleries)

bekijk:

https://www.nationalgalleries.org/art-and-artists/artists/anne-redpath

Anne Redpath TULIPS IN A WHITE JUG. (ingezoomd)

Stillevens hebben wij in verschillende bijdragen belicht, tot in eigen huis waar wij allen alledaagse stillevens herbergen, al dan niet gewild. De vraag blijft waarom beeldende en schrijvende kunstenaars van alle tijden hen een belangrijke plaats in hun oeuvre blijven geven. Raadpleeg onze eerste aflevering over dit onderwerp:

Stilleven

In een zwijgzame zondagmorgen ligt
op tafel het stilleven, een archipel van
dingen waaraan ik hecht, een werelddeel.
een samenraapsel, maaksel van makers, die
niet meer kunnen worden voortgetroost,
toegesproken of gestreeld.
Hartvormige koperen onderzetter, goedig bol
glas, een bord voor knoflook en tamme
kastanjes; twee spitse appelmesjes liggen ook.
Het buikig boekje dat ik weer een week niet las.
De bloemenkan is leeg en heeft iets
kookgraags als een aarden pot. En dan
het drietal vroege krokussen – niet uit -,
waaraan nog voortgewerkt wordt door
een erg verlegen maar een vastbesloten god,
tegen de botte doodsdrift in, waarin wat
stil wil leven twijfelt tot het rot.

Ed Leeflang 1929-2008
uit: De hazen en andere gedichten 1979
Riebo Riebema
Stilleven met kweeperen en kurkentrekker, olieverf op paneel, 36,5 x 51,5 cm (met lijst), 2019, particuliere collectie.

Overvloed

Ze noemen mij stilleven.
Dat is een vergissing.
Iets beweegt in alle dingen.
Zie hoe zelfs een vin
zindert aan een dode vis.

Bernard Dewulf (1960-2021)

Vis en Vis. Marc Terstroet

„Een hedendaagse, originele benadering van het traditionele stilleven”, noemt de vakjury van Nederland Fotografeert de foto Vis en Vis van Marc Terstroet. „Met slechts twee eierdopjes en een vis, gevoel voor humor en oog voor compositie schetst hij een heel prikkelend en bevreemdend tafereel.” (NRC en Nikon 2015)
Anne Redpath Het kanten tafellaken (c) BRIDGEMAN; Supplied by The Public Catalogue Foundation

Je zou het een beredeneerde verzameling van levenloze dingen kunnen noemen, natura morte, op een bijzondere manier geordend, belicht en al. dan niet betekend. Saskia de Bodt noemt het in folio ‘een reis naar de grote stilte’.

De verregaand impressionistisch werkende Kees Verwey (1900-1995) ontdekte op zijn zeventigste opeens zijn atelier als bron. Hij had er dertig jaar geschilderd, maar ineens veranderde de onbeschrijflijke bende die er organisch was gegroeid, in ‘een stilleven van adembenemende schoonheid’, aldus Max van Rooy in 2005.  (ibidem)

Kees Verwey. (1972). Atelier Interieur 180cm x 200cm

Boeiende lectuur: Het stilleven: een reis naar de grote stilte.

https://www.foliomagazines.be/artikels/het-stilleven-een-reis-naar-de-grote-stilte

“C’est une consolation que l’idée qu’on ne possède rien, qu’on n’est rien; la consolation suprême réside dans la victoire sur cette idée même.”

Cioran

Adriaen Coorte (1683-1707) .Stilleven met Asperges. 1697
Still Life

A purple crocus
its stamen creme-egg yellow;
northern light
a shiver glaze
on the white enamel mug.

You're my Dutch painting:
the place the light gets in,
making everything strange
seem ordinary.

Elin Ap Hywell (°1962)
(vertaald uit het Welsh)


Stilleven

Een paarse krokus
zijn meeldraden crème-ei geel;
noorderlicht
een gerild glazuur
op de witte geëmailleerde mok.

Jij bent mijn Hollandse schilderij:
de plek waar het licht binnenkomt,
waardoor alles wat vreemd is
gewoon lijkt.

Elin Ap Hywel (°1962)
(vertaald uit het Welsh)

From: The Bloodaxe Book of Modern Welsh Poetry: 20th century Welsh-language poetry in translation
Publisher: Bloodaxe Books, , 2003

Het witte blad, een poging.

Karla Ortiz, of het ontstaan van een kunstwerk.

This video was filmed within a span of 3 days and a half. The piece is called "Second Omen", 5x8 graphite on paper.
Karla is an award winning artist who enjoys working on a diverse and wide variety of projects.

Karla loves good music, good stories, good laughs and good food. She paints her days away with her cat Keedy Bady , and that's how she likes it.


https://www.karlaortizart.com/about

‘Second Omen’. Karla Ortiz
'De angst voor het witte blad'.

Had ik de wereld geschreven, ik had haar
direct weer geschrapt. Niet uit hypochondrie

maar uit vakmanschap. De wereld is samen
te vatten in de witheid van één blad en dan
moet je dat doen ook, geen gezeur. Maar omdat
je daar niet van kunt leven, schrijf ik meestal
om het even wat en maak mijn lezers wijs
dat daarin de wereld ligt vervat. Ik schrijf

bijvoorbeeld: ‘Wit is waarheid. Woorden
bedrog.’ Of: ‘Zo is het toch?’ Of nog:

‘Maar ik hou niet van wat waar is! Geef
mij maar notaris Van der Leugen. Die
legt alles in een officieel geheugen vast
en, door de kracht van zijn pen, wordt
wat hij heeft beschreven voorgoed van
onbestaand naar onvergankelijk verheven.’

Is dat niet mooi
omschreven?

Tom Lanoye (1958). Uit: ‘De meeste gedichten’

Hagelwit. Zo zag het iconische Gentse Graffitistraatje er vandaag heel even uit. Het GUM (Gents Universiteitsmuseum) schildert samen met Gentse street art-kunstenaars dit straatje wit als ode aan het witte blad en kondigt zo ook een bijzonder boek aan: ‘Welkom in het hoofd van de wetenschapper’, een boek van Marjan Doom. Zij is directeur van het GUM. Dat nieuwe wetenschapsmuseum opende op 21 en 22 maart 2020 de deuren.  

Het boek van Marjan Doom is niet zomaar een boek: het is een leeg boek, met enkel een inleiding en het statement: “Soms moet je van een wit blad beginnen om tot nieuwe inzichten te komen.” (Gum: Gents Universiteits Museum en Plantentuin. 2020)

"Het 'GUM' is een museale vertaling van het Durf Denken-ideé.  Het is een wetenschapsmuseum dat de klemtoon legt op de zoektocht naar kennis.  Wetenschap geïllustreerd als een creatief, steeds evoluerend en pluralistisch concept.  De schoonheid van dat proces wilden we naar buiten brengen.  Het witte Graffitistraatje en de witte boeken leken ons de perfecte manier om dat te doen."   (Marjan Doom, directeur GUM. 

https://www.gum.gent/nl/nieuws/soms-moet-je-met-een-wit-blad-beginnen-om-tot-nieuwe-inzichten-te-komen

Foto door Lukas op Pexels.com

In de onderstaande video vertellen acht schrijvers hoe ze de confrontatie met het witte blad aangaan of doorstaan. Met: Jonathan Franzen, Lydia Davis, Joyce Carol Oates, Margaret Atwood en David Mitchell. Je kunt onderschriften activeren. (5’04”)

Margaret Atwood:

‘It’s a bit like skiing: if you’re skiing downhill and you stop in the middle to think ‘How am I doing this?’, you’ll fall over.’
Foto door Anna Nekrashevich op Pexels.com

Het witte blad klinkt vernieuwend, maar grijpt in feite terug naar een verleden dat nooit heeft bestaan. Het roept een wereld op waar belangen ondergeschikt zijn aan logische regels die iedereen erkent, ook als ze hem of haar niet goed uitkomen. Maar de mens heeft de politiek juist bedacht omdat zijn natuur anders in elkaar steekt. We hebben zelf het beste met de gemeenschap voor, maar we vermoeden dat anderen niet zo zijn. En dus stellen we grenzen aan ons altruïsme. Het gemeenschappelijke doel waarover we het eens moeten zijn voor we het witte blad bovenhalen, bestaat niet. We beweren van wel, maar we weten dat het niet zo is. En daarnaar gedragen we ons.

(Uit: De paradox van het witte blad, Bart Sturtewagen in ‘De Standaard’ van 12 juni 2015)

Foto door Eva Bronzini op Pexels.com

‘Ik wilde het eindelijk weleens weten. Hoe vals, hoe bescheiden of hoogmoedig, hoe nederig of hovaardig ben ik? Kortom, wie denk ik eigenlijk dat ik ben? Uiteraard kwam ik er niet uit. Nog nooit ben ik al denkend ergens uitgekomen.’ (Bernard Dewulf)

René Magritte, La Page blanche (Het onbeschreven blad), 1967, olie op doek, 54 x 65 cm

Volgens Georgette Magritte is dit het laatste werk van de kunstenaar voor zijn overlijden in augustus 1967. Enkele weken eerder had Magritte aan een bezoekend journalist gevraagd om het werk te beschrijven. Toen de journalist een halve maan achter bladeren zag, veranderde Magritte het werk: het werd een volle maan op het gebladerte. Daarna zagen nog twee andere bezoekers het werk en telkens hield Magritte rekening met hun commentaar en paste het aan.

Syndrome de la page blanche

Sneeuw

Wij hebben niets meer dan het witte blad van noode,
waar – zooals zuiver sneeuwen op de aarde dwaalt
de overluchtsche vlucht van de gedachte daalt,
door ééne wenk der wimpers tot dit uur ontboden.

Wij waagden éénmaal ons, het overvele ontvloden,
in ’t hart der stilte, wit van een volstrekt gemis.
Waar aanvang nam wat thans dit levend sneeuwen is,
hebben wij niets meer dan het witte blad van noode.

Ida Gerhardt (ca. 1950)
‘Sneeuw’, een ongepubliceerd gedicht van Ida Gerhardt, is op 31 januari 2002 verschenen in het eerste nummer van het poëzietijdschrift Awater

Foto door Brad op Pexels.com
DE VOGELS

De vogels in het stedelijk luchtruim schrijven
een winterbrief aan de mensen in de straten.

Cirkelend op het witte blad van de hemel
zijn zij hun eigen letters, veren en kraakbeen.

Al hun zinnen beginnen met uitroeptekens.
De taal der vogels is vol gevleugelde woorden.

Weinigen kunnen hun kraaienpoten lezen.
Weinigen worden wijs uit hun verhaal.

Maar de kinderen spellen het spelenderwijze
en de dichters schrijven het blindelings na.

uit: Gedichten 1950-1980 van Bert Voeten (1918-1992)

Foto door Soner Arkan op Pexels.com

Verdampt, verdwenen, gesmolten, uitgeveegd?
Eens woorden of kleuren in hoofden en in open zielen zijn gaan wonen beginnen ze hun eigen levens te leiden.
Ze vermengen zich met dromen van de ontvanger, worden wel eens fluisterend herhaald of schieten wortel in een zoekende ziel.

Het volgende witte veld wacht als een moeder op de thuiskomst van haar kinderen.

(Gmt)

Foto door Pixabay op Pexels.com

Een nar, of de wijsheid van het ongerijmde?

Maître de 1537, Portrait of a fool looking through his fingers. Former Netherlands, c. 1548.rs, circa 1548 (fragment)

“De figuur van de dwaas liep van de marge van middeleeuwse manuscripten naar de wereldse hoven van de Renaissance en keerde vervolgens terug op papier als Yorick van Hamlet,” schrijft Dominic Green van de Wall Street Journal. “ Later, in het tijdperk van rede en democratie, werd de parodist van koninklijke waardigheid een spiegel van de universele conditie: Dostojevski’s ‘heilige dwaas’ en Picasso’s groezelige clowns; Stan Laurel en Oliver Hardy om Buster Keaton niet te vergeten.”

In medieval times, the definition of the fool was derived from the Scriptures, particularly the first verse of Psalm 52: ‘Dixit insipiens…’ (The fool has said in his heart, ‘There is no God’). Madness was primarily seen as ignorance and an absence of love for God, but there were religious fanatics too, such as Saint Francis. So in the thirteenth century, the idea of madness was inextricably linked to love and its measure or excess in the spiritual, then the earthly realm. (Codart)

Jheronimus Bosch (ca. 1450-1516), The Ship of Fools (detail), ca. 1500-10
Musée du Louvre, Paris

De status van de nar verschoof van mystiek en symbolisch naar politiek en sociaal: in de veertiende eeuw werd de hofnar de geïnstitutionaliseerde antithese van koninklijke wijsheid en zijn ironische of kritische observaties werden steeds meer geaccepteerd. Er ontstonden nieuwe beelden waarin de nar werd afgebeeld met een opvallend kostuum: een bauble (schijnscepter), een gestreepte of ‘half en half’ outfit, een pet en bellen. (ibidem)

Lucas van Leyden (Netherlandish, ca. 1494–1533). A Fool and a Woman, 1520. Etching and engraving,

A kind of mirror, it was also a reminder of the vice of vanity. The fool could as easily succumb to narcissism as anyone else.

Jacquemart de Hesdin, The Fool (detail) from Psalter of the Duke of Berry, ca. 1386
Ontworpen als illustratie bij psalm 52 van het psalter van de hertog van Berry, toont deze afbeelding de dwaas gedeeltelijk ontkleed, knuppel in de hand, terwijl hij in een brood of een wiel kaas bijt. Deze afbeelding, een van de vroegste die te zien is, is gebaseerd op het gevestigde archetype van de “arme stakker” met een knuppel. De Hesdin ontleende deze compositie aan het eerdere getijdenboek van Jeanne d'Évreux (1324-28), maar hij plaatste zijn nar in een bos met een achtergrond met rode patronen. Er is ook iets bijna adelijks aan deze man op blote voeten; zijn gedrapeerde witte doek is smetteloos, waardoor hij er elegant uitziet. De lange wandelstok op zijn schouder lijkt nauwelijks op een wapen, maar eerder op een sportstok, zoals de stokken die Franse aristocraten zouden hebben gebruikt bij veel 14e-eeuwse bowl games. (ARTnews)

Photo : Photo A.Gossens/Museum Kurhaus Kleve – Ewald Mataré-Sammlung,

Volgens de Nederlandse kunsthistoricus Guido de Werd diende dit beeld als morele waarschuwing: pas op voor de vrouw die van het rechte pad afdwaalt, ze zal uiteindelijk haar verstand verliezen. Geleerden weten nog steeds niet zeker of dit werk bedoeld was voor een patriciërsinterieur of een herberg; het laatste zou logischer zijn aangezien de vrouwelijke figuur hetzelfde gezicht heeft als Van Trichts voorstelling van Maria Magdalena, de beschermheilige van boetvaardige zondaars en seksuele verleiding, die hij maakte voor het altaarstuk van de Sint-Nicolaaskerk in Kalkar, Duitsland. (ibidem)

Naar Hiëronimus Bosch ‘Concert in een ei”. Midden 16de eeuw.

In de Middeleeuwen was de figuur van de nar nauw verbonden met religieuze en morele kwesties. De nar, symbool van de ‘goddelozen’, leefde in de marge van de maatschappij en tartte de goddelijke en sociale orde. Zijn toestand werd als besmettelijk beschouwd, vooral wanneer er liefde en passie in het spel waren – twee overweldigende en oncontroleerbare krachten. Net als in epische cycli, de Arthur- en Karolingische legenden, waar hoofdpersonen ver verwijderd van de codes van hoofse liefde werden meegesleurd in een draaikolk van verlangen, lust en verderf.

Sociaal gedefinieerd door zijn verschil, verwerpt en fascineert de dwaas tegelijkertijd, waardoor hij al snel niet alleen de rol van een moreel symbool aanneemt, maar ook een specifieke sociale functie. Met zijn bellen, gestreepte mantel en kap betreedt de nar het hof en wordt hij de onmisbare tegenhanger van de koninklijke macht: een satirisch en subversief personage, de enige die het gezag in twijfel mag trekken. (Domus Giorgia Aprosio)

Quinten Metsys ‘Hou je mond dicht’. Rond 1528

In de Vlaamse traditie is de nar de figuur van de dwaas als een spiegel van menselijke tegenstrijdigheden vaak met een ironische en visionaire benadering. Kijk ook maar eens naar de Vlaamse Spreekwoorden (1607) van Pieter Brueghel, een visionaire encyclopedie van alledaagse dwaasheden waarbij populaire gezegden en spreekwoorden vertaald worden in surrealistische en satirische beelden. ‘Het schip der dwazen’ van Jheronimus Bosch is een ander voorbeeld. Van de minder bekende Marx Reichlich ‘ een fraai portret van ‘Een Nar’, begin zestiende eeuw.

‘Het Schip der Dwazen’ (ca. 1500), van Jheronimus Bosch. RMN-GRAND PALAIS (MUS-E DU LOUVRE)/FRANCK RAUX
In de vastelavondliteratuur (vastelavondviering) is het narrenschip het vervoermiddel bij uitstek van allerlei "buitenmaatschappelijken'; dronkelappen, overspelige vrouwen, hoerenlopers en ander maatschappelijk wrakhout worden uitgenodigd aan boord te komen. Door omkering van de moraal en door middel van felle satire benadrukt men dat allen die niet aan de eisen van de geordende samenleving voldoen, zich moeten aanpassen of verdwijnen. (DBNL 2012 'nar')
Marx Reichlich, A Jester. Tyrol (ca. 1519-1520). © Yale University Art Gallery.

De hofnar

Een der beroemdste narren was Triboulet, de nar van Frans I. Gewoonlijk droeg deze tabletten bij zich, op welke hij den naam der hovelingen schreef, die zich, volgens hem, door gekke daden onderscheidden. Eens vernam hij dat Karel V door Parijs komen zou en zich dus als het ware aan zijnen mededinger overleverde.
‘Die prins,’ zeide Triboulet, ‘is gek en verdient op mijne lijst te staan!’
‘Maar,’ vroeg de koning, ‘als ik hem laat doorgaan, wat zult gij dan zeggen?’
‘In dat geval, Sire, zal ik zijnen naam van mijne tabletten vegen, en er den uwe op schrijven.’

Uit ‘De Belgische Illustratie’ Jaargang 6. (1873-1874)

Aquamanile (waterkan) : Aristotle and Phyllis. South Netherlandish, (ca. 1380). © The Metropolitan Museum of Art.

Wat er in de 18de-19de eeuw met de nar gebeurde, de verwarde mens die zorg nodig had, is een ander verhaal. Waan en/of waanzin was geen straf van God, maar ging namen krijgen die -hoopten wij- voor zorg, troost en/of heling zouden zorgen. De titel van het boek ‘De waan van de waanzin. De psychiatrie als voortzetting van de inquisitie” (Thomas S. Szasz) voorspelde alvast niet veel goeds, maar dat boek is intussen vijfenvijftig jaar oud. Toch? Dat enkele hofnarren intussen koningsgewaden hebben aangetrokken waarborgt ook niet dadelijk de vrijheid van het menselijk denken. Hoe de moderne nar in de twintigste en eenentwintigste eeuw theaters en schermen ging bevolken kun je alvast in diverse media zelf nog dagelijks in levende lijve meemaken.

Hierbij nog een zeldzame foto van Buster Keaton, acteur, regisseur. (1895-1966). The Great Stone Face. Virtuoos in de visuele komedie. En daaronder een suite van fragmenten waarin hijzelf duidelijk aanwezig is, en er ook zelf elke halsbrekende stunt uitvoerde. Een heuse nar uit de twintigste eeuw. De weemoedige verliezer die steeds weer opnieuw wil beginnen.

Buster Keaton met zijn zoontjes James en Robert 1928

‘Spring with a difference’

Claude Monet (1840–1926), Spring, 1886, oil on canvas, 64.8 x 80.6 cm, (detail) The Fitzwilliam Museum, Cambridge. Public domain image

Spring
Louise Imogen Guiney (1861-1920)

With a difference —Hamlet.

Again the bloom, the northward flight,
The fount freed at its silver height,
And down the deep woods to the lowest,
The fragrant shadows scarred with light.

O inescapable joy of spring!
For thee the world shall leap and sing;
But by her darkened door thou goest
Forever as a spectral thing.
Lente
Louise Imogen Guiney

Met een verschil - Hamlet.

Opnieuw de bloei, de vlucht naar het noorden,
De bron bevrijd op zijn zilveren hoogte,
En door de diepe bossen naar het laagste,
De geurige schaduwen, littekens met licht getekend.

O onontkoombare vreugde van de lente!
Voor jou zal de wereld springen en zingen;
Maar door haar verduisterde deur ga jij...
Voor altijd als een spookachtig ding.
“Lente” staat in Louise Imogen Guiney's eerste dichtbundel Songs at the Start (Cupples Upham and Company, 1884). In zijn essay “The Poetry of Louise Imogen Guiney”, noteerde dichter, toneelschrijver en scenarioschrijver George O'Neill in 1931: “Miss Guiney's schrijven toont een uitmuntend oor. Ze vocht compromisloos tegen de tirannie van de Engelse sibilantie (sissende s-klanken): haar succes in deze strijd noemde ze ooit (in een brief aan de huidige schrijver) 'mijn kleine geheim'; het zal in feite een grote rol spelen in haar beste vers-muziek. Ze tolereerde geen slechte rijm, rijm om het rijm, kakofonie, slechte grammatica, geforceerde constructies, spreektaal of stereotype. 

(Poem-a day)

Lees de bundel on line:
Maurice de Vlaminck. (1876-1958) Kasstanjebomen in bloei. 1905-1906

Het gedicht ‘Lente’ van Louise Imogen Guiney heeft duidelijk een ondertitel, een verwijzing naar Hamlet: ‘with a difference‘.

Aan koningin Gertrude biedt Ophelia wijnruit-bloemetjes aan, een symbool van verdriet en berouw, die door de koningin “met een verschil” (…wear you rue with a diffrence) moeten worden gedragen. Ophelia kan niemand viooltjes aanbieden omdat er geen trouw is aan dit hof. Is dat het verschil?. (en volgens Luk 11:42 zouden die zgn. viooltjes inderdaad eerder ‘ a bitter-tasting garden herb (Ruta graveolens) zijn)

Hoewel Ophelia gek is, lijkt het erop dat haar bloemen een niet zo gekke betekenis hebben.

Ten eerste heeft Ophelia de betekenissen van de bloemen niet verzonnen; ze zijn allemaal traditioneel. Shakespeare’s publiek zou bekend zijn met het idee dat rozemarijn “ter herinnering” is en viooltjes “voor gedachten”.

Ten tweede lijken de betekenissen van de bloemen te passen bij de personen in de scène. De rozemarijn voor herinnering en de viooltjes voor gedachten zouden bijvoorbeeld naar Laertes kunnen gaan, die zich zijn vader herinnert en aan zijn zus denkt. De venkel voor vleierij en de akeleien voor ondankbaarheid zouden naar de koning kunnen gaan. Ophelia heeft wat wijnruit, voor verdriet en berouw, en misschien geeft ze wat aan de koningin, met de opmerking dat “je je wijnruit met een verschil moet dragen” (4.5.183), omdat het verdriet en de berouw van de koningin niet hetzelfde zijn als die van Ophelia. Er is een madeliefje voor bedrog, dat ook naar de koningin zou kunnen gaan, of misschien naar de koning. Tot slot zijn er viooltjes voor trouw. Ophelia zegt over hen: “Ik zou je wat viooltjes willen geven, maar ze zijn allemaal verdord toen mijn vader stierf: ze zeggen dat hij een goed einde heeft gehad.” (4.5.184-186).

“Ophelia:
There’s rosemary, that’s for remembrance.
Pray you, love, remember. And there is pansies,
that’s for thoughts. . . .
There’s fennel for you, and columbines.
There’s rue for you, and here’s some for me; we
may call it herb of grace o’Sundays. You must wear
your rue with a difference.
There’s a daisy. I would
give you some violets, but they withered all when
my father died. They say he made a good end."

En laat dan ook nog eens Alicia Andrzejewski beweren dat :

Rue is a plant with yellow flowers that “emit a powerful, disagreeable odor and have an exceedingly bitter, acrid and nauseous taste” (“rue” Botanical.com). According to John Gerard’s The Herball or Generall Historie of Plantes (1597), rue has a wide range of medical uses, one of which is as an abortifacient. Provoking an abortion was its “most recognized use in classical antiquity and the Middle Ages,” as John M. Riddle argues in Eve’s Herbs: A History of Contraception and Abortion in the West. (Synapsis aliciaandrzejewski)

En , ik citeer uit de onderstaande tekst: ‘Terwijl de Latijnse wortels voor ‘rue’ negatieve connotaties hebben betekent het Griekse reuo, een andere oorsprong van de naam, bevrijden. (Brewer 1082). Of: de veelvuldige mogelijkheden tot interpretaties ontdoen hem van de tijdelijkheid en plaatsen het werk van dichter en dichteres in de tijd waarin gisteren en morgen ook vandaag aanwezig blijven.

Lees:

Harold Harvey. Cornish Children

Maar…het is hoe dan ook lente. Te koud, te warm, te droog. Maar dat licht! “De geurige schaduwen, littekens met licht getekend.” En er is in hand- en oorbereik het Allegro van Händel ‘Sweet Bird’ Uitvoering met Amanda Forsythe, Emi Ferguson & Voices of Music in 4K video. Met de vermelding: ‘NB: During filming, birds gathered outside the window and started singing! You can hear them in the video.’

Je kunt het transcript volgen, gewoon genieten van deze heerlijke uitvoering en zachtjes of luidop meezingen is wellicht hier en daar toegelaten, maar...with a difference. De levenden en…hij of zij die nog als ‘geest’ in de herinnering verblijft, en tot in de schoonheid van deze muziek aanwezig blijft.

Geniet!

Sonnet 98. William Shakespeare

From you have I been absent in the spring,
When proud-pied April, dressed in all his trim,
Hath put a spirit of youth in everything,
That heavy Saturn laughed and leapt with him.
Yet nor the lays of birds nor the sweet smell
Of different flowers in odor and in hue
Could make me any summer’s story tell,
Or from their proud lap pluck them where they grew.
Nor did I wonder at the lily’s white,
Nor praise the deep vermilion in the rose;
They were but sweet, but figures of delight,
Drawn after you, you pattern of all those.
 Yet seemed it winter still, and, you away,
 As with your shadow I with these did play.

In ’t voorjaar ben ik van je weg geweest,
toen bonte April, op zijn paasbest gekleed,
nieuw leven bracht, dat met verjongde geest
Saturnus zelfs van vreugde dansen deed.
Toch liet mij vogelzang er niet toe komen,
noch bloem die door haar geur en tint verrukt,
dat ik ’t verhaal verteld heb van de zomer,
of uit die schoot haar trotse bloei geplukt.
Geen lelie die mij in extase bracht,
geen rozen prees ik om haar vermiljoen,
zij, zoet alleen en zinnebeeld van pracht,
stonden slechts jou, hun voorbeeld na te doen.
Maar het leek winter, toen jij weg was en
als met jouw schaduw speelde ik met hen.

(vertaling H.J. de Roy van Zuydewijn)

Foto door Roman Kaiukud83cuddfaud83cudde6 op Pexels.com

De schoonheid van het alledaagse: Harold Harvey (1874-1941)

Harvey, Harold C.; A Kitchen Interior; 1918; Brighton and Hove Museums and Art Galleries; This domestic scene depicts Harvey’s wife Gertrude in their kitchen at Maen Cottage.

De Newlyn School-schilder Harold Harvey (1874-1941) staat bekend om zijn portretten van het dagelijks leven van Cornish-vissers, mijnwerkers, boeren en figuren in huiselijke interieurs evenals voorstellingen van het Cornish landschap. Hij werd geboren in Penzance, volgde zijn opleiding bij Norman Garstin aan de Académie Julian in Parijs en bleef in Penzance wonen totdat hij er Gertrude Bodinnar ontmoette, collega en model aan de Stanhope Forbes School of Painting. Na hun huwelijk in 1911 woonden ze in Maen Cottage in Newlyn. Gertrude poseerde vaak voor Harvey in zijn schilderijen van huiselijke interieurs en ze waren bevriend met zowel Laura en Harold Knight als Dod en Ernest Procter, waarmee ze in de jaren 1920 een schilderschool runden.

(David Saywell. ARTUK)

Harold Harvey ‘Winding wool’


De onderwerpen die hem inspireerden waren de onderwerpen die hij voor zijn deur vond: Cornish’ mensen aan het werk, spelende kinderen en intieme interieurs. Veel van zijn tijdgenoten in Newlyn waren bezoekende ‘waarnemers’, maar voor Harold Harvey, die Cornwall zelden verliet, hoewel hij regelmatig exposeerde in de Royal Academy, was het schilderen van de Cornish-wereld zijn hele leven.

While his early work is very much of the style of the founders of the Newlyn School, in the early 1900s the colony itself began to change and new influences made their mark. Laura and Harold Knight arrived in the village in 1907 and Ernest Procter and his later wife Doris (Dod) Shaw in the same year. Not far away, in the Lamorna valley, worked Samuel John 'Lamorna' Birch, Robert and Eleanor Hughes, Frank and Jessica Heath, and Charles and Ella Naper.

Harold Knight. “A Cornish Boy’. 1917. Oil on canvas Maas Gallery

Rond de Eerste Wereldoorlog gingen Harold en Laura Knight vaak op schildervakantie in Cornwall. Ze verbleven in caravans bij hun vrienden Harold en Gertrude Harvey en Charles en Ella Naper. Harold Harvey schilderde onmiskenbaar dezelfde jongen in 1917 (Narcissen, Christie’s 28 november 1996), naar ons kijkend met een mand bloemen in zijn typisch brede hand. Knight gaf de voorkeur aan een hard profiel en een vlakkere behandeling en schilderde dezelfde jongen in hetzelfde jaar, met een hoed die typisch is voor vissers uit Newlyn (Knight droeg er zelf ook een).

Harold Harvey
Daffodils
Oil on Canvas
20 x 16 in.

In het vissersdorp Newlyn, in het Engelse Cornwall, vlak bij Penzance, bestond van omstreeks 1880 tot in het begin van de twintigste eeuw een artiestenkolonie, de Newlyn School genoemd. Het dorp was aantrekkelijk voor schilders: mooi licht, goedkoop leven en betaalbare modellen. Vaak was het strand, de haven van Penzance, de zee of het harde leven van de vissers onderwerp van hun schilderijen. Over Walter Langley, de eerste schilder die er zich vestigde, maakten we in 2006 een bijdrage: ‘Armoede en sentiment: Walter Langley’, hier te raadplegen.

Harold Harvey ‘Springtime in the Orchard’

En dan is er het licht. Vanuit het raam, over de blonde hoofdjes van de twee kleine kinderen, weerkaatst door het witte tafelkleed en verzacht met het tedere geel van de sjaal om moeders schouders. Het kleine meisje drinkt, moeder geeft een bord door aan de nabije jongen. Man en zoontjes wachten. Het is nog vroeg in de morgen. Links in beeld een kom met een goudvisje. Er is een zekere gelatenheid, maar ook rust. Thuis zijn, nog even voor het uitzwermen naar school en werk. Stilte. Nog even en dan begint het tafereel te bewegen en kan ik mij de lege tafel voorstellen.

Familie aan tafel circa 1912

This superb British figurative interior oil painting is by noted Newlyn school artist Harold Harvey. Painted circa 1912 the composition is a Cornish family, bathed in golden light, seated around a table having a simple meal. The mother, dressed in a yellow shawl and standing next to her husband is passing a plate to her son. The two younger children, sat in the bay window, are drinking their tea. The wall paper is also yellow with flowers and the children's hair gleams like gold. There are some lovely little details such as a gold fish in a bowl on a nearby dresser and bellows hanging by the fire surround. The British Impressionist brushwork and impasto are superb. This is a really warm and intimate portrayal of a family and a lovely example of Harvey's earlier work with good provenance. (Richard Taylor Fine Art)
The young Ménage. (1932)

Met de kinderen verschuift de tijd. Het licht is genadig, belicht ’the young ménage’ in het tijdperk tussen de wereldoorlogen, maakt de aarzelingen zichtbaar, de nieuwe modes en oude gewoonten en hoe we daarmee de dag doorkomen. Kritisch? Inderdaad.

Harvey, Harold C.; The Critics; Birmingham Museums Trust; http://www.artuk.org/artworks/the-critics-33954
Harvey, Harold C.; At the Dressing Table; Merthyr Tydfil Leisure Trust; http://www.artuk.org/artworks/at-the-dressing-table-153512

Gertrude and Harold Harvey set up home at Maen Cottage, Newlyn, high above the rest of the village, with a magnificent view of Newlyn Harbour, Mount’s Bay and Penzance. Gertrude was proud of her house and garden, and Harold’s own love for his home is evident in his paintings. The house, the garden, the view and Gertrude herself all feature regularly in Harvey’s work, although he also had a studio in the village.

Rear view of a woman (Gertrude Harvey) standing to the right of a dressing table by a window, adjusting her hair (1920)

Harvey, Harold C.; Mother and Child; Amgueddfa Cymru – National Museum Wales; http://www.artuk.org/artworks/mother-and-child-161017
Harvey painted a number of works with this theme. Harold and Gertrude loved children but did not have any of their own. It is felt by some that works such as this one express this lack in his life. The models for this painting are Nannie Pearce Tregenza Tregenza and her son Joseph. (ART UK)
Harvey, Harold C.; St Just Tin Miners; Royal Institution of Cornwall; http://www.artuk.org/artworks/st-just-tin-miners-13945

De twee mannen op de voorgrond zijn Nicholas Grenfell en Sidney Angove, die in de mijnen Geevor en Botallack in de parochie St Just werkten. Achter hen heeft Harvey een tinmijn in Maleisië geschilderd. Aan het eind van de jaren 1920, met de opening van alluviale tinafzettingen in Malaya, werd de prijs van Cornish tin onderboden, waardoor veel mijnwerkers naar Zuidoost-Azië, de VS, Australië en Zuid-Afrika emigreerden op zoek naar werk. Dit werk werd in 1936 tentoongesteld in de Royal Academy. (Art UK)

HAROLD HARVEY 1874-1941 O/C IMPRESSIONIST PAINTING “PIONEER OF AERIAL NAVIGATION”

Harold Harvey died on Monday 19 May 1941 at his home in Maen Cottage, aged 67. Stanhope Forbes wrote ‘…Cornwall may indeed be proud to have produced so fine and sincere an artist.’ Judging by the warmth of affection with which his work is held in his native county, Cornwall is still justly proud.

‘De natuurlijke standen der Troniën’

Willem Goeree, Jan Luyken, Maet-redige tronie-stellingh, (Drawing heads according measuring), Four Natural positions of Heads.1682.
In Goeree’s General Art of Painting the importance of philosophers, mathematics, geometry, symmetry,Liberal Arts and Cesare Ripa’s Iconologia is mentioned, in the Art of Drawing, the use of ovals, of a grid, diagonals and a lead-line as an axis of symmetry while drawing after plaster statue, is recommended. This practice is in the 18 th century also used by artists, like Gerard De Laraisse and Abraham Bosse. (The hart of Rembrandt Symbolism and geometry in the Dutch 17th century. by Theo Elsing)

In 1670 publiceerde Willem Goeree (1635-1711) een kleine verhandeling getiteld: Inleyding tot de practijck der algemeene schilder-konst Acht jaar later publiceerde Samuel van Hoogstraten (1627-1678) zijn langere Inleyding tot de hooge schoole der schilderkonst . Hun interesses waren zeker niet beperkt tot de beeldende kunst. Na het publiceren van verschillende titels over kunst, richtte Goeree zijn aandacht op andere kennisgebieden, zoals theologie en wereldgeschiedenis. Van Hoogstraten schreef, naast zijn verhandeling over schilderkunst, als ondertitel: De zichtbaere werelt, een pendant getiteld: De onzichtbare werelt.
De exacte inhoud blijft onbekend, omdat het boek nooit gepubliceerd is, maar experts vermoeden dat het over filosofische zaken ging.

Uit: ‘Willem Goeree versus Samuel van Hoogstraten ‘ (Gijsbert M. van de Roemer)

Dit om duidelijk te maken dat de theorieën die beide heren kunstenaars verspreidden niet alleen over maten en gewichten handelden, kennis omtrent het in beeld brengen van de werkelijkheid, (de natuurlijke uitzichten van de tronies) maar de werkelijkheid zelf in haar filosofische en technische gedaantes als onderwerp kreeg.

"As a prolific author, publisher and bookseller operating between Middelburg and Amsterdam, Goeree represents a remarkable case study through which to investigate the processes of producing, printing and publishing knowledge in the Dutch Republic. As his early biographer David van Hoogstraten remarked, Goeree demonstrated “eene grote genegenheit voor allerhande kunsten en wetenschappen” – an affection for knowledge in the widest sense, as understood at a time when disciplinary boundaries were still in flux. Goeree’s diverse interests and vast erudition are reflected in his own books, in which he discusses topics ranging from the art of painting to the history of the Jews, from cosmological theories to the ideas of Descartes. Similarly, his library suggests a learned owner conversant with natural history and ancient civilisations, curious about the latest philosophical debates and recent developments in the field of medicine." (Workshop Willem Goeree and the production of knowledge in the early Modern Netherlands)
Syrian Sheep Or Ram, Jan Luyken, Willem Goeree is a drawing by Jan Luyken And Willem Goeree

Als productieve auteur, uitgever en boekverkoper die opereerde tussen Middelburg en Amsterdam, vormt Goeree een opmerkelijke casestudy aan de hand waarvan de processen van het produceren, drukken en uitgeven van kennis in de Nederlandse Republiek kunnen worden onderzocht. Zoals zijn vroege biograaf David van Hoogstraten opmerkte, gaf Goeree blijk van “eene grote genegenheit voor allerhande kunsten en wetenschappen” – een genegenheid voor kennis in de breedste zin van het woord, zoals begrepen in een tijd waarin disciplinaire grenzen nog in beweging waren. Goeree’s uiteenlopende interesses en enorme eruditie worden weerspiegeld in zijn eigen boeken, waarin hij onderwerpen bespreekt die variëren van schilderkunst tot de geschiedenis van de Joden, van kosmologische theorieën tot de ideeën van Descartes. Ook zijn bibliotheek suggereert een geleerde eigenaar die vertrouwd is met natuurlijke historie en oude beschavingen, nieuwsgierig naar de laatste filosofische debatten en recente ontwikkelingen op het gebied van geneeskunde.” (Werkplaats Willem Goeree en de productie van kennis in de vroegmoderne Nederlanden)

In het biografisch woordenboek der Nederlanden deel 7 wil ik je graag de samenvatting van zijn bio meegeven:

GOEREE (Willem), zoon van den voorgaande, werd te Middelburg den 11den December 1635 geboren. Hij toonde van zijne jeugd af aan eene groote neiging voor de beoefening van kunsten en wetenschappen, en vond, meer tot jaren gekomen, zijn grootste vermaak in den omgang met geleerde mannen. Tot zijn ongeluk verloor hij vroeg zijn vader, en geraakte daardoor onder de tucht van een onkundigen en strengen stiefvader, die hem, niet willende toestaan dat hij zich aan de studie toewijdde, noodzaakte eene andere werkkring te zoeken. Hij koos hierop den boekhandel, doch vergat daarbij echter de kunsten en wetenschappen niet

A.J. Van der Aa. 1862

In 2004 schrijft Inger Leemans in ‘Nederlandse Letterkunde Jaargang 9: “De weg naar de hel is geplaveid met boeken over de bijbel
Vrijgeest en veelschrijver Willem Goeree (1635-1711)”.

Of hoe je ook nog in deze eeuw op de brandstapel kunt belanden. Vandaar de aandacht van universiteiten om geschiedenis, wetenschap en letterkunde vanuit de tijd waarin ze ontstonden te onderzoeken zoals Weststeijn, T dat deed in 2013 met “The universal art of Samuel van Hoogstraten (1627-1678): painter, writer, and courtier. (University of Amsterdam) en te raadplegen:

Samuel van Hoogstraten
Self-Portrait
c. 1643 and 1650
170 x 135 mm
Pen and brush in brown with red and black chalk
Institut Néerlandais, Frits Lugt Collection, Paris

En bezoek ook:

Hanneke Grootenboer schrijft in ‘De Witte Raaf’, editie 217 van mei-juni 2022 een heel mooie tekst over een ook door mezelf gekoesterd schilderijtje van Rembrandt. ‘Inrtieme ruimtes. Denken in de zeventiende-eeuwse kunst.’ Een fragment.

Rembrandt. ‘De filosoof mediterend’ Klik op onderschrift om te vergroten

“Rembrandt is een schilder van denkers. In 1632 maakte hij een paneeltje van een filosoof die met de handen over de buik gevouwen in een kamer zit. Goud licht valt door het raam. Met het hoofd iets naar voren geleund neemt hij een typerend peinzende pose aan. Het grote folio dat opengeslagen op tafel ligt is wellicht de aanzet geweest tot de mijmeringen waaraan hij ten prooi is gevallen. Terwijl hij niets doet dan denken, als het vleesgeworden vita contemplativa, staat rechtsonder de tegenhanger: de vrouwelijke belichaming van het vita activa, het actieve leven, die met een pook het vuur onder een kookpot opstookt. De twee figuren, hun rol en de verschillende ruimtes rondom hen (de private ruimte van het huishouden en de intieme ruimte van het innerlijk) worden gescheiden door een opvallende s-vormige wenteltrap die beschouwers al kijkend kunnen betreden, tot ze blijven steken in de duistere bocht halverwege, en hun ogen de spiraal naar boven afronden via de onderkant van de trap. De binnen- en buitenzijde van de trap zijn als een DNA-streng helemaal verwikkeld geraakt. Moeten vita contemplativa en vita activa als twee gescheiden leefwijzen gezien worden, of vormen ze samen een wenteltrap, als twee in elkaar gedraaide vormen die elkaar volledig aanvullen?”

Dit kleine paneeltje van 28 bij 34 centimeter – de afmetingen van een iPad – zit vol met gedachten, die zich niet alleen in het hoofd van de oude man afspelen, maar ook de binnenruimte lijken te vullen. Als dit vertrek een metafoor is voor zijn denkruimte, dan speelt de opvallende wenteltrap een grote rol, als een denkfiguur waarmee de filosoof hoger of dieper in zichzelf kan spiralen. Wenteltrappen werden vaker afgebeeld in combinatie met filosofen, zoals in een tafereel van Salomon Koninck – ongeveer een decennium later gemaakt, en met bijna dezelfde afmetingen – dat lang als een pendant is gezien van Rembrandts paneel.

Hanneke Grootenboer “Intieme Ruimtes. Denken in de zeventiende-eeuwse kunst” (fragment) De witte raaf. editie 217. mei-juni 2022

Een versie van deze tekst is uitgesproken op 13 mei als oratie van de auteur als hoogleraar kunstgeschiedenis aan de Radboud Universiteit Nijmegen.

Lees:

Rembrandt. De filosoof mediterend. Klik op afbeelding om te vergroten

Er is dus meer dan ‘de natuurlijke stand der troniën’. Er is nieuwsgierigheid. Aanvoelen. Kiezen. Nieuwsgierig zijn en blijven. Soms vragen stellen, twijfel uitdrukken, vooral: waar-nemen. Je toont niet alleen het denken, je zet aan tot denken. Nog even Hanneke aan het woord:

“Rembrandts paneeltje kan bekeken worden met de definities van Van Hoogstraten of Goeree in het achterhoofd, maar het roept, als verbeelding van het denken, ook de fundamentele vraag op die door Hannah Arendt zo helder is geformuleerd in haar meesterwerk The Life of the Mind uit 1971. Ze vraagt zich af wat we precies doen als we denken. Wat is het dat ons aanzet tot denken, en waar en wanneer grijpt het denken plaats? Arendt laat zien dat we ons moeten afsluiten van de wereld om ons heen vooraleer een denkproces te kunnen starten. We moeten ons terugtrekken uit de publieke sfeer en de private sfeer betreden – of juister nog: een domein binnen die private sfeer, een intieme ruimte waarin een denker slechts van gedachten vergezeld wordt, en zo met zichzelf in gesprek kan gaan. Denken valt altijd buiten de gewone bezigheden en staat daarmee in contrast, schrijft Arendt:
‘Het onderbreekt telkens weer de gewone levensprocessen, juist zoals het gewone leven telkens weer het denken onderbreekt.’
Een denker heeft altijd een object nodig: hij of zij denkt niet ‘iets’, maar denkt na over iets. Zo’n object noemt Arendt een thought-object, een ‘denkding’. Kunstwerken zijn voor Arendt denkdingen bij uitstek, en betrokkenheid bij kunstwerken leidt niet zozeer tot kennis (of tot waarheid), maar gaat juist voorbij aan de grenzen van kennis en leidt tot betekenisgeving. “(ibidem)

In het zeventiende eeuwse Parijs werd Aristoteles’ filosofie op onderstaande manier verbeeld. Het zal dus eerder bij tuinieren dan bij diep zuchten te zoeken zijn.

Meurisse and Gaultier’s Artificiosa totius logices descriptio, 1614 — Source.

Lees en bekijk:

https://publicdomainreview.org/essay/the-art-of-philosophy-visualising-aristotle-in-early-17th-century-paris/

Nog steeds niet voorbij: Tom Duncan, sculptor (1939)

Tom Duncan (b. 1939)
1939-A War Toy for a German Child-1945, 1989
mixed media
15 x 27 x 13

Tom Duncan werd in 1939 in Shotts, Schotland geboren. Zijn jeugd kreeg vorm door het geschreeuw van sirenes, vluchten naar schuilkelders en de ervaring waar zijn moeder door nazi-piloten gedood kon worden. Als toevluchtsoord begon Duncan met het maken van kunst toen hij 4 jaar oud was. In 1947 verhuisde zijn familie naar de Verenigde Staten. Op 20-jarige leeftijd ging hij naar de kunstacademie, maar werd hij ontmoedigd door medestudenten die dachten dat abstract impressionisme “de enige echte kunstvorm” was. Tom werkte als modelbouwer voor de NYC Port Authority, inclusief het maken van de architecturale modellen voor de geplande World Trade Center Towers. Getuige van de instorting van deze torens vanop het dak van zijn studio, 11 september 2001, versterkte deze gebeurtenis voor hem nog meer de onvoorspelbaarheid van het leven. In een interview zegt hij: “I’m not sure if I would say I’m an inventor. But I love to make things and find out how things work. I guess I’d prefer to say I’m a sculptor.”

Tom Duncan (b. 1939)
Portrait of Tom with a Migraine Headache (No. 3), 2020
Found objects, acrylic, graphite, collage and tin cutouts
42.5 x 25.75 x 2 inches
Portrait of Tom with a Migraine (2020), is a double relief, consisting of found objects, collage, and tin cutouts. The work consists of two reliefs– green on the verso and red on the recto. The two busts are placed within a frame with curving embellishments. Considerable open space occurs. Both figures’ bodies incorporate found objects that make their torsos more intricate, even if we don’t really know what these objects symbolize. Their heads, too, are filled with unknowable things–an obvious reference to the migraine Duncan is referring to. The manufacture of the sculpture is fairly rough, yet the overall effect is cultivated in some idiosyncratic, nearly 19th-century manner. Duncan communicates the migraine in subtle ways despite the work’s aura of directness.  (Whitehot Magazine. Jonathan Goodman. 2023)
Tom Duncan (b. 1939), Portrait of Tom with a Migraine Headache, 2013, Mixed media, 128.5 x 61.5 inches
 

Een ander werk, met dezelfde titel als het eerste reliëf dat in de recensie wordt genoemd, “Portrait of Tom with a Migraine“, is gemaakt in 2013. Het toont een robotachtige vorm in het wit, bestaande uit verschillende doosvormige objecten die op elkaar gestapeld zijn. Er is een hoofd bovenaan de kolom, maar het lijkt meer op een dier dan op een persoon. Het hoofd, dat herkenbare gelaatstrekken heeft, geeft enige menselijke zwaarte aan het object, maar het suggereert ook een brute achtergrond: we weten niet of het werk een zelfportret is, of een afschuwelijk wezen met pijn. Een aantal pijplengtes lopen van het middenrif van het beeld naar de sokkel. Deze laatste, onregelmatig gevormd maar met rechte randen, ondersteunt het werk van bijna 130 centimeter hoog. Terwijl de titel duidelijk maakt dat het werk verwijst naar de kunstenaar zelf, is er ook het gevoel dat deze werken emblematisch zijn voor de menselijke conditie in het algemeen. Het ogenschijnlijke gebrek aan academische verfijning in veel van Duncans sculpturen kan de toevallige kunstkijker voor de gek houden door te veronderstellen dat hij directe communicatie wil tussen hem en zijn publiek. Dat is niet echt het geval. In plaats daarvan zou je kunnen veronderstellen dat zijn rauwe benadering van het werk een manier is om contact te maken met een groter publiek dan degenen die zich doorgaans bezighouden met beeldende kunst. (ibidem)

Tom Duncan (b. 1939)
The Blue Madonna and her Friends, 1981
Wood, collage, paris craft, acrylic, lights, found objects
79 x 42 x 12 inches

Duncan cites Flannery O’Connor as an abiding influence. His images evoke the uncanny and can be unsettling, involving viewers in a narrative much like good fiction. Set as they are within seductively theatrical cabinets (that some pieces resemble altars seems no accident), the dramatic scenes possess at once the depth of storytelling as well as the epiphanic flash of poetry. In his recurring depictions of wartime violence as seen through the eyes of a child, history is particularized, personalized, and charged with mystery. The past, as another Southern author, William Faulkner, once said, isn’t dead, it isn’t even past. (Andrew Edlin Gallery. NY)

Bezoek:

https://www.edlingallery.com/artists/tom-duncan

Tom Duncan (b. 1939)
1939-A War Toy for a German Child-1945, 1989
mixed media
15 x 27 x 13

“Een van de eerste herinneringen waar ik bijvoorbeeld een stuk over maakte, was de eerste zomer dat ik in Amerika was toen ik op kamp ging. Ik was nog nooit bij mijn moeder weg geweest. Ik ging twee weken op slaapkamp. Ik kreeg ruzie met kinderen. Er was een stationwagen die ons over een grindpad naar het zwembad bracht. Ze stapten in de stationwagon en ik hing aan de achterkant van de auto en ze sloegen me en sloegen me eraf. Ik hield me vast. Ik ben erg vasthoudend. Plotseling reed de auto weg en de kinderen sloegen me nog steeds op mijn handen om me eraf te krijgen. Uiteindelijk realiseerde ik me dat ik los moest laten. Ik liet los en rende zo snel als ik kon. Ik probeerde mezelf overeind te houden, maar dat lukte niet en ik maakte een buiksprong op het grindpad. Ik sneed mijn hele borst open. Ik kwam terug bij de kleedkamer en een non kwam naar me toe en zei: Ga naar het kampziekenhuis. De non smeerde me in met mercurochrome en ik had een knalrode borst die er de hele tijd dat ik op kamp was niet afwaste. Alle kinderen kwamen naar me toe en vroegen: “Kun je je borst aan mijn vriend laten zien? En dan tilde ik mijn shirt op. Het voelde alsof ik een stigmata had, maar ze behandelden me met ongelooflijk respect. ( Westbeth home tot the arts Terry Stoller)

The Mercurochrome Kid Finally Comes Home. 1988. Mixed media, 16 x 25 x 2½ inches.

Lees:

Kijk naar zijn werk ‘dedicated to Coney Island’ waar hij vijftien jaar aan werkte. (werking zie YouTube)

Tom Duncan (b. 1939)
Dedicated to Coney Island, 1984-2002
Mixed media
96 x 90 x 84 inches

In werking? Kijk naar:

Coney Island, vijftien jaar werkplezier


Dedicated to Coney Island, a giant three-dimensional scene and vivid recreation of the amusement park. This recreation of the New York City landmark is based on Tom Duncan's memories of growing up near Coney Island. The myriad details of the work show, among other things, the beach crowded with bathers, various amusement rides, a balloon, trains... By pushing buttons, the viewer can activate different moving parts of the work such as the Wonder Wheel and the trains. In this video, Andrew Edlin introduces us to the fantastical world of Tom Duncan, who was strongly influenced by his childhood in World War II Scotland and postwar New York. (Vernissage TV)

Tommy and the Scottish Sky. 2007. Mixed media, 47½ inches in diameter, 1½ inches deep.

“I apparently was strafed while I was out in the brandy by a German plane when I was 2 years old. The brandy was a cow pasture that doubled as a playground. My mother heard the siren and came running to get me. I don’t remember the event of the strafing. I know unconsciously I must have seen the bombers. Whether I saw them in Edinburgh or in Shotts, it doesn’t matter. For me it’s an iconic image that reappears in my work.” (Westbeth Home to Arts)

Tom Duncan (b. 1939)
Homage to William Blake, 1982
Mixed media
11 x 14 x 1.5 inches

De kunst van Tom Duncan wordt gekenmerkt door een kinderlijke kijk op zowel trauma als plezier in al zijn vormen. Zijn kunstwerken staan ook vol eerbetoon aan de vele fascinerende en krachtige vrouwen die hij in zijn leven heeft gekend. Duncan maakte een werk als eerbetoon aan zijn tante Meg die Tom voor het eerst boetseerklei gaf. Gekleed in haar uniform van het Woman’s Air Corps herinnert Tom zich hoe tante Meg hem stiekem chocolaatjes van de zwarte markt gaf en hem leerde om miniatuurkelkjes van de wikkels te maken. Nonnen waren ook een vast onderdeel van Duncan’s jeugd en adolescentie. Tom Duncan’s 500 nonnen doneren hun hersenen aan de wetenschap in de iconische Duncan-stijl, het waar gebeurde verhaal van de zusters van de Notre Dame, in de leeftijd van 75-106 jaar, die er moedig voor kozen om deel te nemen aan een historische studie die meerdere decennia duurde. Het onderzoek onder leiding van Dr. David Snowden van de Universiteit van Kentucky in Lexington, naar veroudering, beroerte en de ziekte van Alzheimer. “Ik beschouw mezelf als ex-katholiek nadat Vaticanum II niet ver genoeg ging in het doorvoeren van hervormingen, maar ik heb mijn liefde voor de verhalen uit het Oude en Nieuwe Testament en al mijn spiritualiteit behouden.” (American Visionary Art Museum)

Tom Duncan (b. 1939)
Dream Nun, 2000
Mixed media
13 x 10 x 2.5 inches

Hij zal nu 86 worden. Maar zijn werk blijft het mooie van de kinderlijke inspiratie hebben, aangevuld met de angsten en waarderingen met wat ons allen op allerlei leeftijden overkomt. Zijn werkwijze steunt op ervaringen, op een sterke open kijk waarin eerder een ‘art brut’ het haalt op een modieuze afstandelijkheid. De intensiteit van herinneringen en verwachtingen behoudt juist daardoor haar herkenning die ook vaak de onze mag worden.

My Guardian Angel and My Devil Fighting Over My Soul From My Conception to My Death, 2014
Mixed media
28 x 11 x 11 inches

Bezoek ook:

Hazen en klokken, een paasbrief (met geluid en gelui)

Grote Haas met mandje. 38cm. Atelier Rosa

Het is duidelijk. Anno 2025 hebben de hazen het gehaald. Niet alleen een zinnetje om de aangeblazen H te leren uitspreken, maar tevens een zachte zegekreet uit het land van de zalig zoete Paasverbeelding. Nog maar een leven-lang geleden waren ‘de klokken’ aan de macht. In één geldige uitdrukking te benoemen: de-klokken-van-Rome. De reeds vernoemde haas hoorde toen nog bij het heidense of -minder erg- bij de protestantse drang om de opstanding van Jezus en de natuur te vieren terwijl de Roomsen al op paaszaterdag-morgen de luchten afspeurden om het gevleugelde brons te ontdekken. Vind je nog een chocoladen klok dan lees je tot je verbazing: ‘Kerstklok-uitverkocht-‘. Of: ‘Easter Bells Milk’. ‘This Product is too fragile to ship.’ Maar toch nog dichtbij (2024) deze mooie rij gedecoreerde PAASklokken. Klokken-van-Rome!

2O24. SKWinkel in Sint)Katelijne Waver. ‘Paasklokken Rij’

Ja, in Parijs, Cheval Blanc Paris kun je “La Cloche de Pâques” van Maxime Frédéric, geïnspireerd op de kathedraal Notre-Dame en de Art Nouveau-motieven van het gebouw’ aanschaffen. Ze belt zelfs. Maar is deze afbeelding niet een smartelijk beeld van een ‘ingekapselde’ klok? De-klokken-van-Rome zijn gevleugelde klokken! Ze vertrekken samen met een horde duiven op het Sint-Pietersplein.

Maxime Frédéric. Cheval Blanc. Paris. 2025

"De bel, volledig gemaakt van pure chocolade versierd met arabesken, kan worden geproefd als een verdeler met gedroogd en gekonfijt fruit: sinaasappels, amandelen, hazelnoten en pistachenoten vormen deze elegante, gastronomische finale. Het is een speels, poëtisch eerbetoon aan het Parijse erfgoed, dat herinneringen oproept aan de kindertijd."

De paasklok-van-Rome uit mijn kindertijd kon je ophangen met een lintje. In de klok zat er wel eens parelsnoep (zoals in elk ouderwets paasei) zodat je met enige verbeelding (in ruime mate aanwezig) nog de grote Romeinse moederklok hoorde als je ermee rammelde. Puur hemels handwerk was het!

Uit: Pallieter, Felix Timmermans:

Een eenden-driehoek keerde hoog in de lucht terug uit de warme landen! En ineens sprongen overal, in stad, dorp en begijnenhof, de paaschklokken los en galmden en jubelden over de wereld de Verrijzenis van God en van het leven! Christus is opgestaan!
De klokken kwamen van Rome terug, en ze zwierden een regen van eieren over de wereld. Het land rook van een nieuwe ziel, de jonge Lente stond gereed in de boomen! Alles had knop en bot, het Leven jubelde over den Dood. ’t Was de Verrijzenis, de levengevende Verrijzenis!
En toen, smeltend van ontroering, kuste Pallieter den grond.

Foto door Ehaan Deva op Pexels.com

Het geheim van de lengende dagen. Hoe je als kind het verschuiven van de donkerte ervaarde naar het lichtende van de nieuwe dag. Beetje bij beetje wakker worden met meer morgenlicht. Maar ook naar bed moeten als het nog niet donker zal zijn. Je ervaart de lente omdat je zelf in de lentejaren van je leven woont. Je begint de ritmes van de natuur te herkennen. Pasen is verrijzen uit de kleine kindertijd. Eerst als schoolkind, daarna als jongen die de melodie al herkent en probeert mee te deinen of zich te verzetten tegen de voorbij glijdende kindertijd, of halsreikend uitkijkt naar morgen. Kijken en ook luisteren naar wat je omringt. Luister mee. Bij een beekje, vroeg in de morgen. Toen er nog stilte was.

natuurgeluiden met beekje op achtergrond, begin van de lente (lang geleden)

Foto door Johanna op Pexels.com
‘K EN HORE U NOG NIET

‘k En hore u nog niet,
o nachtegale, en
de paaszunne zit
in ‘t oosten;
waar blijft gij zo lange,
of hebt gij misschien
vergeten van ons
te troosten?

‘t En zomert, ‘t is waar,
‘t en lovert, ‘t en lijdt
geen bladtje nog uit
de hagen;
‘t zit ijs in de wind,
‘t zit sneeuw in de lucht,
‘t is stormen, dat ‘t doet,
en vlagen.

Toch spreeuwt het en vinkt
het luide, overal;
de merelaan lacht
en tatelt;
het must en het meest,
het koekoet, in ‘t hout;
het zwaluwt en ‘t zwiert
en ‘t swatelt.

Waar blijft hij zo lang,
de nachtegale; en
vergeet hij van ons
te troosten?
‘t En zomert nog niet,
maar zomeren zal ‘t:
de Paaschzunne zit
in ‘t oosten.

Guido Gezelle
Foto door Ayyeee Ayyeee op Pexels.com

En hier zijn zij: twee nachtegalen..

Twee nachegalen, een wonderbaar mooie BBC-opname

En jawel, ‘klokken luiden’ in de letterlijke betekenis; de uitvoering van het woord is niet zo eenvoudig als het zou blijken. “Campanalogia or ‘The art of ringing” is een omvangrijk boek dat in Londen verschijnt anno 1677, Improved.
 With plain and easie Rules to guide the Practitioner in the Ringing all kinds of Changes.
to
 Which is added, great variety of
 NEW PEALS.

Je kunt zelfs met enkele klokken een meer dan behoorlijk aantal variaties bereiken zoals blijkt uit de wiskundige berekeningen uit dit boek. Te raadplegen: .

https://www.gutenberg.org/cache/epub/73423/pg73423-images.html

Zo kun je, volgens de auteurs van ‘Campanalogia’ met zes klokken en evenveel luiders makkelijk 124.635 variaties hoorbaar maken! Met ‘The Nightingall’ instelling zijn er 523.641 variaties mogelijk. In ons voorbeeld hierboven: de klokken van de Kapucijnerkerk H. Drievuldigheid in Meersel-Dreef, wordt een aantal variaties hoorbaar. Lees de boeiende geschiedenis van deze klokken onder de YouTube. Met dank aan Leander Schoormans.

In Utrecht is er een heuse klokkenluidersgilde. Bezoek hun boeiende en klankrijke website. Vakwerk!

https://www.klokkenluiders.nl/

En Jesse aan het werk!

Geheim

De lach is heilig en een onverdund geheim,
zij is de vreemde vreugde van de binnenkant,
de kinderlijke moed die ondanks alles danst,
de sterren die in al dat donker helder zijn.

Men zegt dat hij niet lachte, hij die eenzaam stierf
de man die ons gered heeft ooit, op Golgotha,
dat hij voor arm Jeruzalem in zijn verdriet
bepaald niet bang was om een traan te laten.

Verdriet schiet op als gras: zijn pijn was niet gespeeld,
hij was oprecht door de ellende aangedaan –
de dood schuift overal zo duidelijk in beeld,
een man mag net zo vaak zijn tranen laten gaan.

Maar vreugde, die is heilig. Soms ging hij alleen
de berg op om te bidden: misschien klonk daar ’s nachts
alleen onder de strenge sterrenbeelden
daar op die hoge top zijn hartelijke lach.

• G.K. Chesterton, ‘Secrecy’, in de bundel Wayfarer’s Love – Contributions from Living Poets (1904); vertaling Menno van der Beek, juni 2024
Foto door Pixabay op Pexels.com