Je zou inderdaad van hyperventilatie kunnen spreken.
Hyperventilatie in de posters die hij ontwerpt en waarmee hij in Japan en ver daarbuiten is bekend geworden.

Een overjarige avant-gardist, geboren in 1936 en immer weer op zoek naar andere vormen en combinaties.

Yokoo Tadanori.
Lang voor Warhol met zijn dinges bezig was, bleek hij al met zijn zappy pop style in de weer.

De vroege jaren zestig en het begrip ‘psychedelic’, zoals Peter Max en Milton Glazer.
De kunstenaar als showman, en de vraag wordt gesteld: zijn kitsch en spiritualiteit compatibel?

Natuurlijk zijn ze dat.
Kijk naar de geschiedenis van de Westerse cultuur waarin de uiterlijkheid zo’n overdreven aandacht kreeg dat de uitvergroting het cliché bevestigde en tegelijkertijd vermoordde.

De dingen van de dag enerzijds, de kunstcliche’s ’ s of citaten anderzijds, en voeg daarbij nog de hevige vormgeving om ze met elkaar te verbinden en je hebt tegelijkertijd het gevoel van herkenning en vervreemding, een ware mystieke mengeling, als je dat zo zou willen aanvoelen.

Maar ook hier maakt de kunstbende het wezen van de kunstenaar.
En je mag van mij best uitroepen: maar de keizer heeft geen kleren aan.

Natuurlijk zou ik het antwoord: dat is nu net de kunst, mogen verwachten.
De naakte keizer, de iconen die door hun combinatie hun klassieke esthetica-waarde verliezen en in een wonderlijke optelling zijn betrokken waarbij de uitkomst niet eens kan gegeven worden, de grootheid is in velerlei gevallen opnieuw weer een cliché geworden.

Deze hyperventilatie brengt popmuziek en grafische zwier samen, een gevoel van: dit is van ons, dit is van onze eigen cultuur zou zich van je meester moeten maken, maar ik zeg duidelijk zou, want het is net zo goed mogelijk dat je met een vals gevoel van ademnood achterblijft omdat er inderdaad geen grammetje lucht meer is.

Maar de nieuwe bakens worden uitgezet, een soort synthese renaissance (prof van den berg, dankuwel) laat ons achter, en het gedrag en de show van de kunstenaar blijken soms belangrijker dan de sporen die hij op papier achterlaat.

De decoratieve functie, het verspreiden op t-shirts, het embleem van een neen-generatie, of beter nog van een generatie die geen vragen meer stelt maar de antwoorden door elkaar heeft geklutst en daardoor juist bij ons nieuwe vragen oproept.

En of er nu een kloof tussen de klassieke esthetica en de populaire cultuur zou ontstaan blijft een vraag.
Want haar creatie kan net zo vreemd overkomen als de engelenscharen uit de de barokgewelven, voor diegene die zich nooit in deze grafische connotaties heeft thuis gevoeld.

Er is gelukkig altijd nog een volgende stap, de stap van het gulzige oog dat hongert naar anders en beter.
Maar wat is ‘anders’ en vooral ‘beter’?