Timing, Gerard, dat was altijd al je sterke punt.

Zoals je grootvader je ‘ kieviet’ noemde , zo was je steeds er meer dan op tijd bij als het ging om het eerste ei, en al werd het dan aan de moeder des Vaderlands aangeboden, jij zorgde ervoor, met je levendige dribbelende gang, dat het ei alsnog, aan de borst uwer Majesteit werd uitgebroed en de ogen harer onderdanen op jouw gericht bleven.

En zoals jij met je zeventachtigjarige grootvader naar het café in Duivendrecht ging, zo ga ik, je paashaas, vandaag met je mee.
Geef me maar een pootje, Gerard.

We hebben elkaar al eens ontmoet in je tekst, voor je zoon R.

Nu het seizoen gesloten is, de vrienden zijn vertrokken,
het water kil geworden, en de lege lucht,
bevochtigd van miljoenen tranen, zwijgt,
verheft Zich God in eindeloze Majesteit

Jij had gedacht dat ik die kleine grijze ezel was, maar het zal je niet verbazen dat wie op een stille paaszaterdag ten grave wordt gedragen, een stel van de fijnste hazen als goddelijke voorafspiegeling krijgt toegewezen, zeker als je je doopnaam Franciscus waardig wil dragen.

Net zoals de jongens een meervoudig begrip van de Liefde waren, zijn wij, de paashazen, met meerderen aanwezig om de steen weg te rollen zodat ze morgen het graf in ledige toestand aantreffen.
De kleine kieviet is ten hemel gestegen, zullen de jongens die het graf kwamen bezoeken, uitroepen.

Het beetje hemelwater dat deze dagen op aarde neerstroomt zul je erbij moeten nemen.

’Ik herinner mij weinig gebeurtenissen van belang zonder nederstromend hemelwater.’ schrijf je zelf in Oud en Eenzaam.

’Volgens mij heeft God, met in zijn ene hand een cither en met de andere zijn mannelijkheid beroerend, van onder een zwarte zuidwester de wereld geschapen.
Het regende in den beginne, maar ook nadien is het blijven regenen.’

dyn001_original_510_365_jpeg_20344_921e1a7af167ceacd59875f8ba0a23c9

Luister naar de oudere haas, Gerard, hij heeft jouw woorden

‘…maar ik bevind mij op een zeer sterfelijke leeftijd.’

ter harte genomen en je nog een ruim deel op aarde laten verblijven.
Je hebt dus inderdaad geleerd dat niets is zoals het schijnt, en met enige verbazing schrijf je dan ook aan Simon:

‘Wist je dat er konijnen bestaan die van visvangst leven; en ook konijnen, die door zelfstudie geleerd hebben in bomen te klimmen en de kokosnoten van hun steel te knagen en die dan gelijkvloers op te eten?.

Eens je daarachter bent, kan je inderdaad nog weinig gebeuren.
Dan kan de Koningin zeggen:

“Ach later, Mijnheer, later… Als wij beiden oud zijn geworden… spreekt en schrijft U er dan vrijelijk over, zoals Uw hart het U ingeeft.”
“Dank U, majesteit.”

En eindigt ‘De Taal der Liefde’.

De oudere haas glimlachte tevreden.
En Gerard vroeg:

“…zou ik eerst andere kleren aantrekken? De kleren die ik aan had, waren nog tamelijk schoon, en mijn nettere kleding die ik uit de diepte van een kist te voorschijn zou moeten graven, was eigenlijk te warm bij dit weder.”

dyn001_original_615_440_jpeg_20344_32ab03abe5ac73509a016496aa148caa

Maar de gemaskerde haas stelde je gerust:

Kijk naar mij, Gerard.
Ik ben de gemaskerde, de Zorro-haas.
Zonder dit masker kan ik geen goede daden op de aardkloot verrichten, want iedereen zou mij dadelijk herkennen en de jacht op mij openen.
Maar nu, met dit masker kan ik toeslaan, de armen bijstaan, de wezen en weduwen verdedigen, God van de drank afhouden en de oudere mannen achter hun ramen het gezicht op een mooie jongen schenken.”

De gemaskerde haas leek tevreden over zijn eigen woorden.

‘Dat van die kleren, Gerard,laat dat het minste van je zorgen zijn’, zei hij.
‘Geef me gewoon het maskertje dat jij levenslang moest dragen, en we kunnen onze reis verder zetten.’

‘Maar, dan ben ik naakt,’ zei de grote volksschrijver.
‘Laat alles maar achter in je “Grafkist” zoals je dat onding ooit zelf noemde.’

Een koor van jongenshazen begon het Ave Maria van Gounod te zingen en hief daarna het Pie Jesu aan, en daarna de door hem zelf geschreven hymne voor M.

Gij die alles weet en alles begrijpt,
ook waar Uw Zoon geen tijd voor heeft en geen geduld,
tot U, lieve Moeder, zing ik dit lied:van U gekomen, keer ik tot U terug.
Moge het niet te lang duren eer ik weer bij U ben.

Het klonk erg ijl in de paaslucht, en ook rustgevend na die woorden die door de nablijvenden werden gespuid.

Hier was het stil.

dyn001_original_387_543_jpeg_20344_836737bcf2d3e6a0e6a8ab11c28c60ca

En toen hij alles had afgelegd,
zo naakt als Jezus die van het kruis genomen werd en het graf van zijn vriend Nicodemus, mocht gebruiken,
kwamen de zachtste moederhanden rond zijn hoofd
en omvatten hem
zodat hij ook in een haas veranderde.

Bijna 25 jaar eerder had Gerard zelf deze tekst geschreven
die nu door alle hazen zacht gemurmeld werd:

‘Eens zal ik gaan
tot waar de Ongeschonden Roos voor eeuwig bloeit
en schouwen in haar Hart tot waar de zee van bloed
zwart wordt van diepte: Mysterie, van zichzelf gedragen,
dat uit Zichzelf geboren wordt.’

Nu huppelde hij als haas de anderen achterna.

En zijn leraar, de heer Vreeken van wie hij één jaar Latijn had gekregen (en een tien voor dit vak!) zei op de achtergrond:

‘Als je van deze school afkomt, dan kun je in het Latijn zeggen: “Ik wandel. Ambulo.
Morgen zal ik wederom wandelen. Cras ambulabo.

Zo, nu ben je echt thuis, Gerard, en toch nog volop onder ons.
Nu moet je niet meer door de liefdesperiskoop van het smalle deurvizier kijken,
je gelaat tot veilige onzichtbaarheid schuw afgewend.

Nu zie je hem en de zijnen in complete schoonheid,
iets waarvan wij nog slechts kunnen dromen.
Je voorsprong weze je van harte gegund.

Moge God zich over ons allen ontfermen.
Ik dank U.


De prachtige hazen zijn van de Duitse kunstenares KERSTIN LICHTBLAU, met haar toestemming om ze voor deze gelegenheid hier te mogen gebruiken.

Bezoek haar site:

http://www.kerstin-lichtblau.de
en geniet van haar werk en verspreid het.