ZEVENTIENDE SCÈNE

AVOND IN DE WOESTIJN
EMMERICH IS BINNEN GESTROMPELD, GESCHEURDE KLEREN, BEBLOED GEZICHT.
HIJ HEEFT ALLERLEI VOORWERPEN TEGEN ZIJN BORST GEKLEMD EN VALT VOOR DE VOETEN VAN ALISON NEER
HIJ STEEKT TELKENS IETS OMHOOG, ALS ULTIEME INSPANNING

ALISON
Emmerich!
Is het de zon of waren het woestijnrovers?
Ja, dat zijn nog enkele hompen brood, waarvoor mijn dank.
Ben je uitgeschud, of …

En dat is zowaar gedroogde ham, of tenminste wat de hyena’s hebben overgelaten.

Hebben ze je gebeten?
Kon je ze niet van je afschudden of…

En dat mag voorwaar een kruikje voortreffelijke wijn zijn.

MET ZIJN MOND TREKT ALISON DE KURK VAN DE FLES. HIJ DRINKT GULZIG.

ALISON
Emmerich, je ziet er niet uit, maar je hebt nog altijd smaak.
Nu nog een blokje kaas zou niet misstaan.

EMMERICH STEEKT NOG IETS OMHOOG EN LAAT ZICH DAN VALLEN VOOR ALISONS VOETEN.

ALISON
Je bent een droomvriend, nog maar net heb ik wens uitgesproken of je ver…

ALISON HEEFT NU HET PAKJE OPENGEMAAKT, ER ZIT EEN REVOLVER IN.

ALISON
Een revolver?
Wat moet ik met een revolver?
Voor muskieten is het hier ‘s nachts te koud en wat eetbaar is, houdt zich bij dag verscholen.
HIJ TILT DE OVERVERMOEIDE EMMERICH EVEN VAN DE GROND OP

ALISON
Ik vroeg je iets, Emmerich.
Wat moet ik met een revolver?
Kon je dat geld niet aan een wiel kaas hebben uitgegeven?
Een revolver?

ALISON BEKIJKT HEM AANDACHTIG, ZIET DAT HIJ GELADEN IS, DRAAIT DE KAMER, KLIKT ZE WEER DICHT.
RICHT OP EMMERICH DIE TEVERGEEFS ZIJN HANDEN PROBEERT OP TE STEKEN, MAAR DAN BLIJKBAAR HET BEWUSTZIJN VERLIEST.

ALISON
Emmerich, mijn geplunderd broertje.
Emmerich, je dacht toch niet dat ik je werkelijk wilde…?

EMMERICH GEEFT GEEN TEKEN VAN LEVEN MEER.

Mijn God, nog voor een schot is gelost, blijkt hij al de pijp uit te zijn.

HIJ KNIELT NEER BIJ EMMERICH, KLETST HEM IN HET GEZICHT ZOALS MEN DAT BIJ BEWUSTELOZEN DOET OM WEER NAAR DE WERELD TE HALEN.

ALISON
Emmerich, wakker worden.

ALISON BEGINT ZICH VOL BROOD TE PROPPEN EN DRINKT ZOVEEL MOGELIJK WIJN TERWIJL HIJ MET EMMERICH PRAAT

ALISON
Je moet mij nog vertellen, Emmerich, mij vertellen wat jou is overkomen.
Ik wil horen of je inderdaad moedig bent geweest, want ik vrees dat het eerder je stommigheid is die jouw buit heeft gehalveerd.
Je hebt je toch niet laten beetnemen?
Je wilde toch niet de hyena’s voederen omdat ze je zo klagelijk aankeken?
Of waren je benen te kort en hebben de woestijnrovers je ingehaald?
Of..
Ik mag er niet aan denken, maar misschien ben je veel slimmer dan je je voordoet, heb jij misschien de andere helft van de buit verborgen en je daarna zelf toegetakeld zodat ik al vlug zou geloven dat je overvallen was terwijl je deze nacht stiekem je gaat volvreten terwijl ik van honger lig te ijlen?

Beken het maar, Emmerich.
Beken het zonder schaamte, het is de struggle for life, the survival of the fittest, daar schrikken we niet meer van.
We zijn al te lang onderweg.
We hebben genoeg wreedheid gezien en ondervonden om nog verbaasd te zijn van broedermoord en vriendenverraad!

HIJ HOUDT NOG EEN BEETJE BROOD EN VLEES OVER, NOG EEN LEKJE WIJN IN DE FLES.

ALISON
Maar er is nog brood, Alison. En vlees. En wijn.
Dat heeft die ware vriend uit zijn mond gespaard, want hij is een echte vriend.
Geen bange verklikker, geen sluwe bedrieger, geen handige harrie, maar een vriend in de ware betekenis van het woord.

Kom wakker worden. Etenstijd.
Brood en wijn.
Kom Judas.
Zelfs voor jou sopte de heer het brood in de wijn en gaf het je eten.

EMMERICH GEEFT NOG STEEDS GEEN TEKEN VAN LEVEN.

ALISON
Hou je niet van de domme.
Ofwel heb je al de helft van deze kostbare goederen naar binnen gewerkt, ofwel moet dat nog gebeuren en hang je nu de martelaar uit.

Ben je een martelaar, Emmerich?
Heb je je leven veil gehad voor je vriend?
Of was het lopen geblazen.
En nog iets.
Waar heb je dat verdomde geld vandaan gehaald om deze etenswaren te kopen?
We bezaten geen cent.
Je zult het toch niet gestolen hebben?
Of het met dat vuige lijf van jou betaald?
Dat was het!
Ze zaten jou achterna toen ze de diefstal ontdekten en je mocht het houden als je in natura betaalde.

Dat had ik echt niet van jou verwacht.
Dat je door rovers of hyena’ s was aangevallen, tot daar toe.
Maar diefstal en hoererij!
Ik zie je wel heimelijk glimlachen achter dat bebloede masker.
Straks ga je nog beweren dat je er nog van genoten hebt ook!

Kijk wat daarop mijn antwoord is.

HIJ EET HET LAATSTE BROOD EN VLEES OP EN DRINKT DE FLES LEEG.

ALISON
Voilà.
Dat is mijn antwoord.
Als je nu crepeert dan weet ik dat mijn redenering verkeerd was en zal ik je sterven in alle barmhartigheid en tederheid begeleiden, maar als je deze nacht verdwijnt, als ik het meisje met de gazellenogen of de oosterse jongen rond de tent hoor sluipen, dan zal ik mij vol verachting omdraaien.
Je doet maar, zal ik denken.
En al is dan mijn maag gevuld, mijn hart zal leger zijn dan die van de bedelkinderen.

HIJ KIJKT NAAR EMMERICH DIE ZICH KREUNEND BEGINT TE BEWEGEN.

ALISON
Zeg nu niet dat je me niet gehoord hebt.
Wat zeg je?
HIJ LEGT ZIJN OOR BIJ DE KREUNENDE EMMERICH

ALISON
O. Je hebt dorst.
Je lippen zijn inderdaad door de droogte gebarsten.

ALISON KIJKT NAAR DE LEGE TOESTANDEN

ALISON
Ja, ik denk dat ik slecht nieuws heb, Alison.
Je was nog maar net binnen gestrompeld en ik wilde je met al de liefde van mijn groot hart verzorgen, toen we door een kudde hyena’ s werden aangevallen.
En nog maar net hadden ze zich te goed gedaan aan het grootste gedeelte van wat jij had meegebracht of enkele woeste woestijnrovers stormden onze tent binnen en bedreigden ons.
Ja, ze wilden jou zelfs onteren als je begrijpt wat ik bedoel.
Ik heb gesmeekt jou te laten liggen en stelde hen mijn lichaam ter beschikking, maar ze lachten me uit en aten voor mijn ogen alles wat ons nog restte en dronken de fles wijn helemaal leeg.
Tot daar toe.
We leven nog.
Neen, bedank mij niet, Emmerich. Je moet rusten.
Ik weet het, ik had mijn leven veil voor het jouwe, maar zo hoort het ook.
Vrienden.
Besef je nu wat vrienden zijn, Emmerich?

EMMERICH KNIKT, LANGZAAM DONKER, DE WIND STEEKT OP.


Het schilderij bovenaan is van de Deense schilder Jan Esmann.