Bij een kasteelveiling vond ik dit mooie hoofd.
Het zou me goed van pas gekomen zijn in mijn jonge jaren als ik, net zoals in het hilarische verhaal van Bomans , met niet zo’n goed rapport was thuis gekomen en ik dat hoofd in plaats van mijn eigen hoofd had kunnen aanbieden ter delging van ‘s vaders woede.

In feite is het een pruikenstaander.
De heer in dit geval hing zijn gepoederde pruik op dit hoofd vooraleer nog slechts met eigen hoofd getooid in bed te kruipen of een andere intieme activiteit gezamenlijk uit te oefenen waarbij een pruik toch erg lastig zou zijn.

Er zijn weinig filosofische gesprekken over pruiken voorradig al zal ik zeker nog eentje bij Montaigne vinden, maar de haartooi zelf heeft al van in het Oude testament zijn invloed gehad.

Het was immers de jonge Absalom die met zijn weelderige haren aan de takken van een overhangende boom bleef hangen en zo in de handen van zijn beulen viel.

Kort haar was een teken van discipline, van netheid en zuiverheid.
Lang haar, we denken aan de jaren zestig, luidde de decadentie in.
Dat je immers door je haar te verliezen ook je kracht kwijt geraakt heeft een andere bijbelse figuur bewezen toen hij de zuilen van de tempel onderuit trok en daarbij zichzelf dodelijk bezeerde.

De rage tegen het lange haar had nog een diepere oorzaak: de jongens gingen op meisjes lijken, en als er nu één steunpilaar was die onze beschaving schraagde dan was het wel het duidelijk onderkennen van de mannelijk en de vrouwelijke identiteit.

Dat meisjes nog met pantalons rondliepen was nog te vergeven, we zijn tenslotte een volk van den buiten, maar dat jongens zich in rokken zouden tooien was de folkloristische Grieken daargelaten een vrijbrief voor de hel.

Modellen dus.
Het mannelijk en het vrouwelijke model zoals in de hierbij gevoegde koppen die in de 18de eeuw dienen om hoeden en juwelen ten toon te stellen of bij niet gebruik op te bergen.

dyn003_original_520_390_jpeg_20344_24e78c0b705e7c0381cc04aa653d726c

Lang werd gedacht dat het de meisjes waren die in deze modellenmoules de grootste schade zouden oplopen, maar in het boek ‘The war against boys’ ( How Misguided Feminism Is Harming Our Young Men) breekt de schrijfster een lans voor de arme jongens die niet alleen slechter op school presteren maar in hun jonge jaren veel meer moeite hebben om zich een plaats in de troep te verwerven dan hun vrouwelijke soortgenoten.

Auteur Christina Hoff Somers vond het beeld van ‘het fragiele meisje’ dat opgeld deed in de Amerikaanse scholen totaal naast de kwestie.

’The description of America’s teenage girls as silenced, tortured, voiceless, and otherwise personally diminished is indeed dismaying. But there is surprisingly little evidence to support it.

En om bewering kracht bij te zetten:

A grand total of 48 girls in that age group committed suicide in 1979, and 61 in 1988. Among boys, the number rose from 103 to 176. All of these deaths are tragic, but in a population of 9 million ten- to fourteen-year-old girls, an increase in female child suicide by 13 is hardly evidence of a girl-destroying culture.

Nu ook nog dienen meisjes en vrouwenrollen vooral om de slachtoffer-rol te beklemtonen in plaats van hun meerwaarde in een cultuurbeeld terwijl jongens buiten schot blijven gezien ze stoer en zelfstandig genoeg blijken te zijn om aan de stormen des levens het mannelijke hoofd te bieden.

Zie je waar een kop voor pruiken je naar toe kan brengen?

dyn003_original_520_390_jpeg_20344_760c9fd863af61c43305c8b727ff0b2e

Ik denk dat we ons te weinig bewust zijn van de culturele context waarin we dit mannen- en vrouwenbeeld al jaren wringen zodat we de mannelijke tederheid ten zeerste onderschatten en hun tekort aan lichaamsexpressie vlug bij dat viriele klasseren.

Je arm rond je vriend slagen, hem kussen of hem strelen, het zal je diep in je binnenste ook als overtuigde hetero erg aantrekken, maar naar buiten uit zul je het loochenen want de horde staat klaar om je te klasseren en te vertrappelen.

Misschien is het wel dit tekort aan mannelijke tederheid dat ons nu zo zuur opbreekt en het geweld en vandalisme te voorschijn roept.
Vanaf je tiende levensjaar wordt aan een jongetje gevraagd of hij al een vriendinnetje heeft, en daar is niks tegen, maar het sluit al dadelijk de mogelijkheid uit om een cultuur op te bouwen waarin jongens en jonge mannen teder met elkaar kunnen omgaan als basis van hun verdere seksuele oriëntatie.

Ja, een oorlog tegen jongens.
Ze worden aan hun eigen onbeholpenheid uitgeleverd, afgezonderd van elke mogelijkheid om tegenover je soortgenoten teder te kunnen zijn.
En als je die mogelijkheid van toekomstige mannen afpakt staat je een cultuur van niet-personen te wachten, niet vrouwelijk, niet mannelijk.
Moederskinderen.
Alle dictators waren in hun jonge jaren van die niet-personen, onmogelijk als het hun gemaakt werd om zich met mannen te kunnen identificeren (afwezige of onbeduidende vader) en ze zich hoe dan ook op een dwingende moeder gingen richten.

De kop die je hebt.
Of die kop die je gekregen hebt.
Al kun je als kind nog zonder enige verdienste beroep doen op dat cherubshoofdje zoals Michel Tournier zo mooi schrijft, later krijg je de kop die je verdient.