FILOSOFIE VAN HET LANDSCHAP

road to weatherhillDe titel is ook de titel van het gelijknamige boek van Ton Lemaire, en de schilderijen zijn van de Amerikaan Brett Osborn (1963), ook in de hedendaagse kunstscene van New York nog steeds aanwezig.

‘Wijsbegeerte en vergezichty, beide ontmoetingen met de horizon van ons bestaan, zijn uitoefeningen van de zin voor het algemene, het omvattende, het universele; ze vragen van ons dat we de beperkte kring van onze dagelijkse praktijken overschrijden.
Hij die bevangen blijft binnen de ruimte van zijn arbeid heeft geen oog voor het landschap en geen zin voor filosofie.’

(Ton Lemaire, Filosofie van het landschap, Ambo Bilthoven, 1970

En in combinatie met Osborns werk:

‘Brett Osborn paints landscapes from memory. The artist grew up in rural Wisconsin where he felt the presence of latent energies and the rooted histories of forebears. These haunting experiences left an indelible impression and guided the creation of these paintings. Scenes of rolling hills, a cloudy grassy plane or a wooded lake are reminiscent of the Midwest. Yet, as layers of experience influence memory, each painting shows Osborn’s visceral response to the remembered landscape without being overly nostalgic or specific.

Het landschap als ruimte waar steeds nieuwe horizonten ons dieper in zijn schoot laten komen, het numineuze door toedoen van de open ruimte, en het landschap als geheugen, als constante in de tijdelijkheid waarin onze levens zich voortbewegen.

En zijn we dan vergezeld van Petrarca die in 1336 de Mont Ventoux beklimt, de opgang van de kristenheid naar een nieuwe wereld, een heroriëntatie van het oude Europa zoals Lemaire het uitdrukt?

Hier wordt de berg beklommen uit esthetische, filosofische redenen, niet alleen om praktische.

dyn005_original_640_465_jpeg_20344_006bd301df7866b3dfbce281d3032f46

En steeds vindt op de top die ontmoeting plaats tussen Augustinus en Petrarca, tussen de oude wereld die we net verlaten hebben en de nieuwe die we overschouwen.

‘In de westerse schilderkunst is de eksplosie van de besloten middeleeuwse ruimte af te lezen uit de ontwikkeling van de landschapsschilderskunst; het verschijnen van het landschap op de 14de-15de-eeuwse schilderijen is symptoon van een diepgaande verandering van de westerse ruimte en dus van de kristelijke levensvorm in zijn geheel.
Het zal mijn tese zijn dat met deze verschijning van het landschap in beginsel de verdwijning van het kristendom als levensvorm heeft ingezet, omdat de zichtbaarmaking van de horizon-waarin het schilderen van het landschap bestaat- in feite de transcendente god zal doen vervagen, en dat de westerse god tenslotte zal verdampen inhet felle licht van het impressionisme en ekspressionisme.’

(Ibidem, p14-15)

Niet alleen de stugge vertaling dateert uit 1970, maar ook de beperkte horizon die bij het expressionisme ophoudt, en waar de vraag naar de voortdurende terugkeer van het landschap niet eens gesteld wordt.

Wellicht zijn we intussen verder gevorderd in het denken of aanvoelen dat de transformatie van de cultuur eerdere begrenzingen of deelgebieden heeft laten vervagen, al zag ik tot mijn verbazing dat in ‘Morgen beter’ bepaalde wetenschappers nog altijd met de vraag van Gods bestaan of niet bestaan zijn blijven worstelen.

Ik vermoed dat we toch weer eens de volgende heuvel moeten beklimmen, niet om ter eerst boven te zijn, maar met de wetenschap dat het vergezicht elk ogenblik van de dag veranderingen ondergaat terwijl ons denken en aanvoelen diezelfde flexibiliteit schijnt te ontberen.

Gij bad op enen berg alleen, die prachtige tekst van Guido Gezelle, is daarvoor een mooie motivatie.

We denken dat er per se iets op die berg moet gebeuren.
Wij willen zo graag tot inzicht komen, maar het is juist die wil die dat inzicht in de weg staat.
Laat het landschap gebeuren.

farm fieldsTelkens ik de weg naar het landhuis indraai is er dat moment van het totale overzicht, een reminiscentie met Florence, heuvels die weer andere heuvels verbergen en zichtbaar maken.

Ik kan dat beeld niet beschrijven.
Ik ken het al jaren.
Ergens in die schoonheid staat het huis waarin we weer verder leren kijken (dan de eigen vrij dikke neus lang is)

En daar denk ik aan Gezelle of aan Lemaire, of aan zovelen die de heuvels als uitgangspunt of toegangsdeur voor hun kunst hebben gevonden.

Nog jonger verbaasde ik mij er over dat het mij niet altijd gegeven was om enig verheven idee bij deze waarnemingen te ontwikkelen.
Dat was ons zo geleerd.
Alles had zijn nut.
Ook de moraal en de religie.

Veel ouder leerde ik de waarde van het onnutte kennen, het be-schouwen.
Dat is niet zo makkelijk als ik het hier voorstel.
Het is ook niet het boedhistische leeg laten lopen om je met het goddelijke t vullen.
Klinkt allemaal heel mooi, maar begin er maar eens aan!

Het is deel worden van dat grote lichaam, dat mystieke lichaam waarin wij als bewegende vlekjes de pretentie hebben dat we de wereld naar onze hand kunnen zetten.

Het is gewoon kijken.
Deel worden.
En als je deze week geen tijd of rust vindt, kijk dan naar deze schilderijen.

En het feit dat je nog bezig bent met de voorbije zondag of de vuilniszak die je vergeten bent buiten te zetten, mag geen bezwaar zijn om te kijken.

Wat daarna kan gebeuren is een geschenk.
En ik ben nu eenmaal sinterklaas niet.