BRIEF VAN EEN SCHADUW AAN ZIJN BROER

dyn006_original_319_252_jpeg_20344_8a18f862e7f1f32e0a0dddb7e609eaaf

Lieve Volodya,

Ik gebruik de titel waarmee oom Nicolaas je aansprak al zullen de meeste lezers eerder Vladimir verwachten, maar nu we beiden ‘het vluchtig kiertje’ tussen twee eeuwigheden van duisternis hebben gezien, gebruik ik een beetje sentimentalteit, al pleitte jij voor het onaandoenlijk aanvaarden van de twee zwarte leegten net als die beelden in dat vluchtig kiertje licht, en hadden onze eerste en laatste dingen inderdaad nog iets puberaals.

Je herinnert je zeker ons verblijf in Jalta, 1918, één jaar nadat we met een Griekse groentencargo ons uit Sint Petersburg hadden weg gehaast.
Daar is deze foto genomen.

De foto zou een geschenk voor onze beminde moeder zijn.
Jij draagt dat frivole vlinderdasje, onze zusjes hun matrozenpakjes en de kleine Elena heeft onze Box II op haar schoot, hondje wiens grootouders nog bij dr. Anton Tjechov hebben gewoond.

Ikzelf ben helemaal in het zwart, ik draag mijn pince nez en bekijk de wereld door het geslepen glas al denk ik haar ijdelheden nog beter te snappen als ik ’s nachts mijn bril op het nachttafeltje kon leggen en ik in mijn dromen besefte dat er een voor- en een achtergrond bestond, en wij op één van die plaatsen onze rol speelden.

dyn006_original_319_377_jpeg_20344_5430501a9c99770a2c681d6b381fd578

We stormen de trap op in ons grote huis op de Bol’shaya Morskaya, 47 en al schelen we maar elf maanden, lieve beroemde broer, onze 50 bedienden wisten al dadelijk dat er op de wereld geen groter verschil was dan de werelden van deze twee broers Nabokov.

Jij, vol van jezelf, met de wereld vertrouwd, een gezelschapsmens, de lieveling van mama, en ik, onhandig, een beetje fatterig, op mezelf betrokken, stotterend, en het allerergste in jullie ogen: mijn liefdesleven was mannelijk.

Al noem jij een van onze kindermeisje ‘de lieftallige’ Miss Norcott, iets vroeger in je herinneringsgeschriften betrap ik je op andere epitata: Miss Norcott, een lusteloze, zwaarmoedige gouvernante, en die dualiteit was zeker te wijten aan het feit dat je, toen je als beginnend ouderling deze herinneringen opschreef, je wist dat ze in Abbazia plotseling werd ontslagen omdat ze…een lesbische verhouding had.
En daar gingen die ‘zwarte haren en de zeegroene ogen’ en de fijne handjes die in Nice of Beaulieu hun witte glacéhandschoentjes waren kwijtgespeeld en waar jij ‘op het grindstrand tussen de gekleurde kiezels en de van de zee grijsblauw geworden scherven flessenglas vergeefs naar zocht’.

Je was als kind ontroostbaar, inderdaad.
Je treurde ‘als een Babylonische wilg’, en zelfs de chocolademelk van de oude kinderjuffrouw van de Petersons kon je niet troosten.

Vader, die dezelfde voornaam droeg als jij, was nochthans een voorvechter van de vrijheid.
Al was homoseksueel gedrag in het keizerlijke Rusland een misdaad, toch vocht die dappere pa van ons voor de liberalisering en decriminalisatie van ‘sodomie’.
Hij maakte echter duidelijk dat zijn strijd vooral tegen de ‘wettelijke’ argumenten werd gevoerd, op pure grondwettelijke gronden waar vrijheid en privacy voorop stonden.
Want in het echte leven vond hij dit ‘gedrag’, of deze ‘erfelijke ziekte’ zoals jij eens schreef, ‘deeply repugnant’, en toen hij in 1922 stierf nadat hij zich als schild voor een voorname Russische dignitaris had opgeworpen en een kogel in zijn borst kreeg, heeft hij die laatste nacht van zijn leven met jou nog gepraat over mijn ‘strange, abnormal inclinations.’

dyn006_original_231_370_jpeg_20344_ee3b7c8fa5ce971b44df466ed42f3f9a

Mijn vraag naar liefde of begrip was er niet minder om, want zoals ze hier zo prachtig poseren, vader en maman, ik keek naar ze op, en toen jij 16 was en ik vijftien, en je mijn dagboek las en het via onze gouverneur aan papa liet bezorgen, noemde jij de inhoud later:

‘…”abruptly provided a retroactive clarification of certain oddities of behavior on his part.”

Natuurlijk was het duidelijk dat ik terwille van die ‘oddities’ van de progressieve Tenishev jongensschool was weggezonden.
Brian Boyd, jouw biograaf heeft het over “unhappy romances”, en de reactie thuis was inderdaad iets in de zin van ‘don’t ask, don’t tell’.

Ik besefte maar al te goed dat ik mijn ouders verdriet deed, maar ze waren zo fair daar niets van te laten merken.

Toch was onze familie niet onbekend met de ‘mannenliefde’.
De broer van vader, Konstantin Nabokov, zaakgelastigde van de Russische ambassade in Londen, en Vasily Rukavishnikov (oom Ruka), broer van moeder en ook diplomaat, waren beide duidelijk homofielen.

Oom Ruka was duidelijk op jou verliefd, Volodya.
Zijn buitenververblijf dat naast het onze lag liet hij samen met een aanzienlijke som roebels aan jou na bij zijn dood in 1916.
Je was toen zeventien.
Een erfenis die de Sovjets daarna hebben ingepikt.

Ik keek verlangend uit naar oom Ruka, maar hij gaf mij niet de minste aandacht.
Hij hield van muziek, begeleidde zijn eigen gedicht dat ik letterlijk van buiten kende, en zonder te stotteren kon reciteren, maar ook dat bracht hem geen stap dichterbij.

Onze werelden lagen werstenver van elkaar verwijderd.
Eén van de Russische emigré’s schreef over ons:

‘Vladimir was the young homme du monde — handsome, romantic in looks, something of a snob and a gay charmer — Serge was the dandy, an aesthete and balletomane …
[He] was tall and very thin. He was very blond and his tow-colored hair usually fell in a lock over his left eye.
He suffered from a serious speech impediment, a terrible stutter. Help would only confuse him, so one had to wait until he could say what was on his mind, and it was usually worth hearing …
He attended all the Diaghilev premieres wearing a flowing black theater cape and carrying a pommeled cane.’

dyn006_original_231_346_jpeg_20344_2f245ae494fdf9d2a111afe09798e5e7

En neef Nicolas Nabokov, de toondichter:

Rarely have I seen two brothers as different as Volodya and Seryozha.
The older one, the writer and poet, was lean, dark, handsome, a sportsman, with a face resembling his mother’s.
Seryozha … was not a sportsman. White-blond with a reddish tint to his face, he had an incurable stutter.
But he was gay, a bit indolent, and highly sensitive (and therefore an easy butt for teasing sports).

Maar verschillend als we waren gingen we samen naar Cambridge, we behaalden dezelfde graad in Russisch en Frans in 1922, en waar jij het enkele uren op het bankkantoor uithield was het voor mij na een week wel duidelijk dat dit leven ook niet mijn leven zou zijn.

Jij bleef in Berlijn,huwde met Vera en ik trok naar Parijs.
In de winter van 1923 leerde ik er de schilder Pavel Tchelitchev kennen, wiens werk je nu in het New Yorks Museum of Modern Art kunt gaan bekijken.
Hij was net zo gay als ik, en eveneens een Russisch emigré, en we schuilden beiden in het appartment van Tchelitchev’s lover, Allen Tanner.

dyn006_original_328_510_jpeg_20344_17b54154102c561b45f523ab4a16329c

Hierboven een mooi porttret van Tchelitchev’s hand, het portret van Alice B. Toklas, de levensgezellin van Gertrude Stein, 27, Rue de Fleurus waar allerlei artiesten verzamelden zoals Jean Cocteau, de componist Virgil Thomson (langs wie ik Diaghilev leerde kennen) neef Nicolas, en vele anderen.

Terwijl jij heimwee koesterde naar moedertje Rusland, hield ik volop van Parijs.

Men noemde mij ‘an incorrigible dandy’, ik droeg steeds een strikdasje, en woonde wel eens de mis bij in complete make-up, en ik ben Ivan, de zoon va
n Nicolas, dankbaar omdat hij zijn moeder citeert die mij benoemt als:

“the nicest of all the Nabokovs … a sweet, funny man … much nicer, much more dependable and much funnier than all the rest of them.”

Als ik je werk doorneem, Vladimir, dan zie ik dat je gefascineerd was door ‘doubles’, je werk zit vol ‘spiegels’, ‘twins’, ‘reflections’, toevallige gelijkenissen, enz.

Ik was jouw dubbel, of zoals je zelf schreef: “…a shadow in the background”.
Jij was de taalkunstenaar, ik de stotteraar.
Ik vereerde als kind Napoleon, ging slapen met een plaasteren buste van deze griezel.
Ik hield van muziek. Ik aanbad Wagner.
Ik leerde goed piano spelen.
Jij noemde muziek: “an arbitrary succession of more or less irritating sounds.”
En terwijl ik aan de piano zat, kwam jij me storen en aanstoten.

Onze zus Elena (+2000) zei dat we nooit vriendjes waren tijdens onze kindertijd.
‘There was always a sort of aversion.”

En jij schreef over mij als jongen:

“I could describe my whole youth in detail without recalling him once.”

Maar ik schuil in ieder hoekje van je ‘Speak memory’ uit 1951.
“Quiet and listless” noem je mij, en “like a little owl”, of rondjes rijdend op de rolschaatsbaan in Berlijn, terwijl jij mij steeds weer vallen liet.

Jij, die zo te keer ging tegen het anti-semitisme, die toch Proust, Edmund White onder je vrienden telde, waarom was jij toch zo’n homofoob mens?
Na mijn dood beschrijf je mij als:

‘…a harmless, indolent, pathetic person who spent his life vaguely shuttling between the Quartier Latin and a castle in Austria.”

dyn006_original_488_450_jpeg_20344_3ab4d86a2a014cedadf07559a84516c4

Was je een beetje jaloers op het Assepoester sprookje dat ik meemaakte toen ik in Parijs Hermann Thieme leerde kennen?
Hermann, zoon van een grote Oostenrijkse verzekeringsmagnaat, bezat Schloss Weissenstein, een 12de eeuwse burcht in het Oostiroolse dorpje Matrei.

Hermann’s nichtje, Iva Formigoni, die nu in Milaan leeft, herinnert zich mij wel.
En als ik bij de Ledkovsky’s verbleef in Berlijn zette ik de foto van Hermann op mijn nachtkastje.
Hij was de grote liefde van mijn leven, Vladimir.
Bij hem moest ik geen hide and seek spelen zoals Pavel dit prachtige doek noemde.
Aan mama schreef ik:

“It’s all such a strange story, sometimes even I don’t understand how it happened … I’m just suffocating with happiness.”
There are people who would not understand this, to whom such things would be completely incomprehensible. They would rather see me in Paris, barely surviving by giving lessons, and in the end a deeply unhappy creature. There is talk about my ‘reputation’ and so on. But I think that you will understand, understand that all those who do not accept and do not understand my happiness are strangers to me.”

En jij, jij was een van die ‘strangers’, Vladimir.
En toen je Hermann had ontmoet schreef je aan Vera:

“The husband, I must admit, is very pleasant, quiet, not at all the pederast type, attractive face and manner. All the same I felt rather uncomfortable, especially when one of their friends came up, red-lipped and curly.”

Je hield niet van homo’s.
Zelfs na mijn dood schreef je over een plaats waar je de zomer doorbracht:
‘”a dismal hole full of third-rate painters and faded pansies.”

En als je naar de gay-Russische criticus Georgy Adamovich refeerde dan had je ’t over ‘Sodomovich’.

Kon je zonder schroom over het lijden van een kind-molesteerder schrijven in Lolita, je had nooit de moed om toe te geven dat je eigen broer ‘gay’ was.

Daar waar je cliché’ s haatte duiken homo’s in je werk op als cliché’ s van cliché’ s.
Van de giechelende balletdansers in je eerste werk ‘Mary’ tot de buur van Humbert Humberts in Lolita, tot de egomaniakale verteller in Pale Fire zijn ze allemaal verwijfd, oppervlakkig en praatten ze gemaakt.
Niet één keer beschrijf jij, meester-observator, een rijpe volwassen liefde tussen twee mensen van dezelfde sekse, ook al had je daarvan je een voorbeeld ‘right before your eyes’.

In ‘Bend Sister’ is niet de held homo maar wel de verdrukkende dictator die hem ter dood zal brengen.

dyn006_original_350_371_jpeg_20344_5a66ca7c5956c008e14e9f2e78d07598

In Ada probeer je je koers te veranderen.
In deze incestueuze lovestory speelt ook de jongste zus Lucette mee, zij is ook verliefd op haar broer net zoals zus Ada, en ze maakt het leven van het koppel tot een hel.
Was ik het model voor Lucette?

Toen in de lente van 1940 de Duitsers Parijs binnenvielen, waren jij en de jouwen met de laatste boot uit Saint Nazaire naar Amerika vertrokken.
Ik vond jullie appartement leeg.
Ik verkoos in Duitsland te blijven.

Uit voorzichtigheid ontmoetten Hermann en ikzelf elkaar zo min mogelijk.Ik werkte als vertaler in Berlijn.
Ik was doodsbang tijdens de bombardementen.
In 1941 werd ik voor de eerste maal door de Gestapo aangehouden op beschuldiging van homoseksualiteit.
Vier maanden later was ik weer vrij, maar ik werd konstant in ’t oog gehouden.
Ik weet niet waar ik toen de moed vandaan haalde maar ik besloot niet meer te zwijgen.
Tegenover vrienden en collega’ s sprak ik me openlijk uit over de onrechtvaardigheden van het derde rijk.
In 1943 werd ik wegens “staatsfeindlichen Ausserungen” opnieuw aangehouden.

Zo kwam ik in het concentratiekamp Neuengamme terecht waar de homo’s het hard te verduren kregen.
Ik was gevangene 28631.

Na mijn dood telefoneerden medegevangenen naar de Nabokovs (wij waren de enigen met die naam in het telefoonboek) om enigzins overdreven te vertellen over mijn moedig gedrag, over het feit dat ik zoveel mogelijk mensen probeerde te helpen met rantsoenen en kleren die ik aankreeg.

Ook Hermann werd gevangen genomen maar moest in Afrika gaan vechten.
Hij heeft de oorlog overleefd en keerde terug naar Schloss Weissenstein.
Hij stierf in 1972.

Jij begon in Amerika aan een triomfantelijke tijd.
Terwijl ik in 1944 in Neuengamme zat lag jij te zonnen in Wellfleet, Mass.
Je verzamelde vlinders voor het Harvard Museum of Comparative Zoology.
The New Yorker begon je gedichten af te drukken en je kreeg een Guggenheim Fellowship.
Je wist niets van wat er ondertussen met mij in Europa gebeurde.

dyn006_original_800_541_jpeg_20344_2e31a29ff27337a80f1a979f841efad9

In je boek ‘The real life of Sebastian Knight’ heeft de verteller een droom de nacht voor Sebastian sterft.
Hij verbeeldt zich dat zijn halfbroer in een ongeval vreselijk wordt verminkt.
In de vroege lente van 1945 in je appartement in Cambridge, Mass, droom je van mij.
Je zag me in vreselijke pijn liggend in een kooi in een concentratiekamp.
De volgende dag kreeg je een brief van een familielid uit Praag.

Volgens de kamp-administratie stierf “Sergej Nabokoff” (sic) op 9 janauri 1945 door een combinatie van dysenterie, uitputting en honger.
Neugengamme werd vier maanden later bevrijd.

Ledkovsky schreef:

“always a gentleman,” devoted to music but also steeped in Russian, French and English poetry — all languages that, along with German, he spoke fluently. “He could recite anything by heart, and when he recited poetry, he would not stutter at all.” He was also himself a poet, in her opinion a good one, though none of his work survives. “He was a very talented, brilliant man. If he were not so timid and shy, if he didn’t feel so … out of place, who knows? He might have been the equal of Vladimir.”

Geloof hem maar niet, Vladimir, enkele weken voor mijn tweede arrestatie was ik zijn ‘best man’ op zijn bruiloft, en van de doden niets dan goed, nietwaar.

En jij schrijft:

‘Ik heb dikwijls gemerkt dat iets wat ik koesterde uit mijn verleden, nadat ik het aan mijn
romanfiguren had geschonken, verkwijnde in de kunstmatige wereld waarin ik het zo onverhoeds had geplaatst.’

Daarom mijn brief, lieve Vladimir.
Omdat ons voorbije leven nooit mag verkwijnen en niemand nog de pijn mag meemaken die ik zonder enig verwijt aan wie dan ook, heb doorstaan.

Zomer-soemerki-het liefelijk Russische woord voor avondschemer.
Laten we ons daarin baden, Volodya.