dyn003_original_403_600_jpeg_20344_4ffead467959cb7e80c7b8b91a484a8e

 

In de koude decemberkramp
nu iedereen zich naar zijn dorp begeeft,
om rond de boom of bij de menorah
het licht in de donkere nacht te proeven
ben je ons voor geweest
en keerde je terug naar de stad
waar zachte zielen als jongetjes gekleed
zich in de armen van hun eeuwige vader nestelen.

Hier, bij ons, proefde je al graag de geneugten
van een lekker maal, een huis op de berg-
ubi caritas est et quam dulicis est amor.

met musica aeterna omgeven deducant te angeli in paradisum.

dyn003_original_362_506_jpeg_20344_0065b1ab2a0cd74d160270c5b4f114b4

Dankbaar blijf ik je
ik was nauwelijks dertien
toen ik een jongensstem hoorde zingen
met jou aan de piano
Schuberts lied dat mijn leven veranderde:

Ich hört’ ein Bächlein rauschen
Wohl aus dem Felsenquell,
Hinab zum Tale rauschen
So frisch und wunderhell.

Ich weiß nicht, wie mir wurde,
Nicht, wer den Rat mir gab,
Ich mußte gleich hinunter
Mit meinem Wanderstab.

Hinunter und immer weiter
Und immer dem Bache nach,
Und immer frischer rauschte
Und immer heller der Bach.

Ik zal me nog een tijdje de vraag ‘Wohin?’ blijven stellen, maar jij weet het intussen wel.

Jij bent bij de bron uitgekomen waar het ruisen van het beekje in de meest innerlijke muziek is veranderd.

Amor, quam dulcis est amor