1.11

Het was kwart over vier, zondag 16 oktober -je zou kunnen zeggen 16.16u van 16/10 (bij gebrek aan een zestiende maand) toen het licht op de hierbij getoonde manier mijn werkkamer binnenkwam. Op Arte had ik net een film over het leven van Marie Curie bekeken, en de straling die zij ontdekte en met haar leven betaalde, ervaarde ik op een andere manier doordat de zon, deze kleine ster ergens rechts-onder ons melkwegstelsel, in een zeldzame overvloed de namiddag zegende. Mijn schildersdoos is de digitale olympus-camera, dus ging ik in op haar uitnodiging en legde ik in enkele minuten de hier bijhorende beelden vast als dank voor de invitatie en in grote verwondering over dit geschenk van het zuiverste licht.

3.4

De engel voor de spiegel stak zijn armpjes verlangend uit naar het licht dat uit de verzilverde kom onder hem opsprong.  Oktoberlicht is inderdaad ‘engelenlicht’.  Dat komt door de lage invalshoek en de ervaring dat dit zonlicht bevrijd is van zijn drukkend karakter waarmee het ons in de zomermaanden (lang geleden!) wel eens opzadelde.  Oktoberlicht hoort inderdaad bij de overgangsriten van de herfst. Het is het zien zoals wezens zien die van leven veranderen, iets wat wij een beetje gemeen ‘de dood’ noemen. Je bent nog niet in het goddelijke licht, maar het aardse kan je niet meer deren.  Transcendent: trans-cedere, overgaan van de ene naar de andere toestand.

Vaak zie je dat licht op schilderijen waar engelen of engelachtige wezens (zoals mooie jongens en meisjes) aanwezig zijn, of gesuggereerd worden.

Als ik de camera naar het raam draaide dan filterde dit mooie licht door de kleine gaatjes van de hor.  Ook electronica kan het licht weergeven op een manier die niet de werkelijkheid is, maar eerder de ervaring van die werkelijkheid uitdrukt, zoals een schilder dat doet als hij kleur en compositie die hij voor zich ziet via zijn ervaring op het doek brengt.  Het duurde even voor we erachter kwamen dat we ervaringen willen verbeelden, zelfs met hedendaagse fotografie als palet.

4.4

Bij toeval is de weerkaatsing van de houten engel in dat uiterste sfumato opgenomen zodat zijn engelachtigheid daardoor nog duidelijker is: hij lijkt te zweven, en in feite doet hij dat ook.  Hij steekt zijn armen uit naar het licht want daarvoor is hij gemaakt, het licht omarmen zoals wij als schamele mensen dat op onze manier proberen en ons wel eens van licht vergissen, maar dat is een ander verhaal dat niet op deze zondag aan bod moet komen.

Dit zachte oktoberlicht is inderdaad een mooie mengeling van aards en hemels licht.  Het gaat de hevige stralenbundels voorbij waarmee de verrijzenis of de heiligheid van een personage duidelijk is gemaakt, maar het is ook niet het neergesmakte juli-licht dat op de rijpe oogst de komende menselijke arbeid voorspelt.  Dit is het licht dat je in een hellend landschap vindt, glooingen en keteldalletjes weten wel weg met dit soort licht.

6

De auteur van het apocriefe bijbelboek Wijsheid heeft het over de wijsheid (Sophia) als afglans van het eeuwige licht, ‘de onbeslagen spiegel van Gods werkzaamheid en het beeld van zijn goedheid.’ In de Koran gaat het over ‘Al-Noer’, het licht dat het goddelijke uitstraalt, naar de verlichting die Allah brengt.

In onze kindertijd leerden wij dat zo’n goddelijk licht meestal met donder en bliksem gepaard ging zoals de god van Mozes en Cecil B. Demil  zich openbaarde, maar in het licht van deze zondag voel je dat de uitstraling zacht is, dat ze met tederheid heeft te maken, met aanraking en omarming en niet met macht en spektakel.

Ik gedenk dus ook de zachte ziel van Hugo die in zang en muziek het licht vond. Ik moet het met beelden en woorden doen, Hugo. Jij, met je sonore basstem, kon de auditieve kant van de schoonheid waarneembaar maken. Toen velen gisteren afscheid van je namen, heb ik in diezelfde tuin gestaan die je hiernaast ziet, met hetzelfde zachte licht van de overgang. Onze machteloosheid tegenover het veranderen van aanwezigheid kan ik een beetje ontzenuwen met dit oktoberlicht aan jou te verbinden.

De abt Symeon (949-1022) van het kleine klooster Sint-Mamas bij Constantinopel schrijft in een van zijn ‘Hymnen’

O Licht dat men niet vermag te benoemen, want het heeft geen naam, o Licht met de veelvuldige namen ook, vermits het alles bewerkt (veroorzaakt)’

In Genesis was ‘Er zij licht’ het eerste scheppende woord, en ook vandaag, nu ik je in dit zachte licht herdenk, ben je aanweziger dan ooit.  Je beminden zullen het moeilijk hebben om na de mensonterende pijnen van het afscheid je weer in dit licht waar te nemen als in een nieuwe aanwezigheid.  Omdat ik verder van je afsta is mij dat makkelijker.

Een van de grote wijsheden lag in de stilte.  De stilte in het prachtige licht van deze zondag. Ik laat het nagloeien in de stilte die met de donkerte over de tuin neerdaalt.

8.2