BRIEF AAN ALBRECHT D. (9)

2750989517

Je beschrijft je werk ‘Christus bij de schriftgeleerden’ in een brief als een ‘quar’, term voor een ‘quadro’, een schilderij.
‘Ik heb dit werk uitgevoerd zoals ik dat nog nooit heb gedaan.’
Als je identificatie klopt dan is dit werk voor 23 september 1506 beëindigd, en als we de inscriptie op het paneel zelf kunnen vertrouwen dan zou dit werk in vijf dagen zijn uitgevoerd. (Opus quinque dierum) Natuurlijk heb je er de voorstudies en het opzetten van de onderliggende tekening niet bijgevoegd.

Dat je dit werk zelf als iets ‘nieuw’ en ongewoon voorstelde, verbaast Erwin Panofsky niet. (114) ‘In spite of his careful preparation it was executed in an almost impromptu fashion, a tin coat of color being applied in broad and fluid strokes utterly different from Dürers normally meticulous brushwork.’

Ook de composite is eerder ongewoon.  Vergelijk dit werk met de houtsnede uit het leven van Maria met hetzelfde onderwerp dan speelt daar het gebeuren zich af in de diepte.  Jezus zit er op een rabbi-stoel met een geweldig boek voor zich.

2015482317

In het paneel uit 1506 gebruik je alleen figuren in halve lengte tegen een neutrale achtergrond. Slechts drie van de zes oude mannen gebruiken een boek.  Hun voor zichzelf sprekende gezichten steken in schril contrast af tegen het zachte onschuldige vrouwelijke jongensgezicht van Jezus. Hij staat in het centrum van de vijandige groep.  Hij gebruikt geen boek.  Hij argumenteert zoals op een typische Italiaanse representatie van onderwijzende of debatterende wijzen.

‘He enumerates the points of His argument, touching the tumb of His left hand with the index finger of His right.’

Slechts één van de geleerden, de man met het werkelijk karikaturale gezicht, neemt actief deel aan het debat.  In volledig profiel laat je hem zijn tegenargumenten recht in Christus’ oor sissen en zijn vingers raken Christus’ hand.  Het centrum van de compositie is een groep van vier handen als een duidelijk contrast tussen het jeugdige en de ouderdom.

3908298186

Het idee om figuren in halve lengte te gebruiken zodat het gebeuren geconcentreerd is rond handen en gezichten werd ook bij Mantegna gebruikt in zijn ‘Presentatie van Jezus in de Tempel’ en was erg in trek in de Noord Italiaanse scholen in het bijzonder in Venetië en Milaan. In de Noordelijke kunst verwijst Panofsky naar twee late schilderijen van Jeroen Bosch, vooral dan naar ‘Christus voor Pilatus’ waar je al duidelijk de invloed van Leonardo Da Vinci kunt bespeuren, invloed die in de Lage Landen in de eerste decade van de zestiende eeuw zichtbaar werd.

2253709387

Het verschil met Bosch wordt heel treffend door Panofsky weergegeven: ‘With Dürer the goodness of Christ (and goodness in general) is a positive quality which can take visible shape in beauty, whereas in Bosch’ nocturnal world, goodness is nothing but the absence of evil, expressible only by a vacant mask (116)’

Jij hebt zeker ook die invloed van Leonardo ondergaan. Dat contrast tussen het zeer lelijke en het hemels mooie komt overeen met een voorschrift uit Leonardo’ s ‘Trattato della Pittura’, en kijk je naar het gezicht van de oorfluisteraar dan kan het niet anders of je moet Leonardo’s zogenaamde “caricatures” hebben gekend.

De jongen die je hier als Jezus portretteerde schijnt in andere Venetiaanse portretten terug te komen, maar of dat werkelijk is, of het resultaat van boze en andere tongen laat ik nog even in het midden.

BRIEF AAN ALBRECHT D. (8)

1164202500

Je zou er mij op wijzen dat je ‘Apocalyps’ geen verzameling losse prenten was, maar een heus boek.  Een boek waarvan jij niet alleen de vormgever was, maar ook de uitgever. Of Anton Koberger de drukker was, weten we niet met zekerheid, maar het zou best kunnen.  Hij wordt niet in je boek vermeld, iets wat wel in het colofon van de Neurenbergse kronieken gebeurde. Je ‘Apocalyps’ werd dus het eerste boek waarin een kunstenaar zelf de vormgeving verzorgde en ook voor de publicatie instond.

Een andere vernieuwing was het soort boek dat je maakte.  De volledige tekst van Johannes’ openbaring verscheen in een doorlopende tekst achterop de prent waarop ze betrekking had. Meestal werden tekst en illustratie met elkaar vermengd, maar jij wilde een full page uitgave zodat de laatste pagina achteraan wit bleef.

Erwin Panofsky vermeldt dat dergelijke werkwijze alleen te vergelijken was  met een Oost-Vlaams Apocalyps-manuscript uit de15de eeuw, nu te raadplegen in de Bibliotheque Nationale(Parijs).

Concentratie en dramatisering, twee hoofdkenmerken van dit boekwerk waarin je de Apocalyps verbeeldde in 14 houtsneden. Je gebruikte alles wat in je macht lag om de situaties uit het Johannes verhaal  te dramatiseren. Dat was niet zo’n makkelijke opdracht want het visonaire van de auteur liet zich niet vlug in prenten dwingen.

2575801544

Kijk maar naar het zevenkoppige beest dat door Johannes beschreven wordt alsof één van zijn koppen dodelijk verwond was, dan zie je dat één van zijn nekken samenklapt als een stervende slang.

Je bent niet alleen illustrator van een gewijde tekst, maar je neemt eraan deel, je bent betrokken bij de handelingen zodat wij door jouw betrokkenheid onszelf ook aangesproken voelen. We zijn niet alleen kijkers, maar we zoeken naar onze eigen plaats in dit gebeuren dat het einde der tijden aankondigt. 

Het is duidelijk dat je de werkwijze van je voorgangers hebt bestudeerd. Panofsky geeft daarvan een aantal voorbeelden waaruit blijkt dat je op de hoogte was van het werk van de meesters die je voorgingen.

In jouw werk is echter je bezoek aan Italië terug te vinden.  Je had je werkwijze op Schöngauers prenten geënt.  Kijk maar naar de prent hierboven van de zeven kandelaars, een gemoderniseerde versie van Schöngauers ‘Dood van de Maagd’.

Maar Mantegena’s invloed is overduidelijk. De Italiaanse Renaissance is niet onopgemerkt aan jou voorbijgegaan.

165123942

‘A vision is a supernaturel event, or rather a sequence of supernaturel  events, experienced by a person ‘being in the Spirit’ or, as one would say today, in a trance.  Its content is thus miraculous and imaginery.  It is miraculous in so far as this suspension is not supposed to take place in actuality as is the case, for instance, of the miracles accepted by the Church, but only within the consciousness of the visionary.’ (Erwin Panofsky, The life and art of Albrecht Dürer, p55)

Om een overtuigende visie in een kunstwerk te realiseren moet je in staat zijn om twee ogenschijnlijk tegengestelde elementen met elkaar te verzoenen.

Enerzijds moet je de wereld die je verbeeldt in een meesterlijk naturalisme’ uitbeelden, een wereld waarin de ons bekende natuurwetten heersen, maar

‘…on the other hand he must be capable of transplanting the miraculous event from the level of factuality to that of an imaginary experience.’ (ibidem p56)

Hier kom je in het vaarwater van alle tekenaars en grafische kunstenaars die ons zonder schroom in imaginaire werelden binnenleiden waarin de geloofwaardigheid ook in de meest nieuwe werelden blijft gelden.

Panofsky vindt vooral je houtsnede-stijl  ‘the dematerializing’ quality of which has already been mentioned and partly by compositional devices intended to stress the plane surface.’

Verticale assen waarop een aantal objecten zijn gelocaliseerd in verschillende ruimtelijke vlakken, samen met de belangrijke rol die diagonalen spelen, zorgen voor die combinatie. Zo moet je maar eens terugkijken naar de wraakengelen van vorige bijdrage waarop een aantal engelen zijn toegevoegd louter om een symetrie te bereiken.

2463520596.2

Dat naturalisme is voor de meer noordelijke kunstenaars nooit een groot probleem geweest. Dat zorgde voor een mooie ruimtevulling, een beheersing van kleur en volume, aangevuld met studie waarin de menselijke beweging en de menselijke emotie een geloofwaardig beeld waarborgden.

Zonder Mantegna echter, of zonder de klassieke ‘traditie’ was je visie waarin de combinatie van naturalisme en wonderwereld zo goed samengaan, niet mogelijk geweest. Voor de aandachtige kijker zijn er reminiscenties genoeg te vinden naar deze klassieke inspiratie.  Ik verwijs daarvoor graag naar het prachtige werk van Erwin Panofsky. (Princeton University Press, Princeton and Oxford 2005)

We zullen die invloed met graagte terugvinden in je schilderwerk, zeker in het prachtige werk waarin de twaalfjarige Jezus uitbeeldt tussen de schriftgeleerden.

De wonderlijke wereld is heden ten dage populair in fictie en film, maar de nuchterheid van de hedendaagse aardbewoner, of zijn vermeende nuchterheid althans, klasseert te vlug het imaginaire bij de wenswereld zonder te beseffen dat het herfstlicht waarin hij rondwandelt een poort tot het wonderlijke zou kunnen zijn.  Maar dat is een ander verhaal.

BRIEF AAN ALBRECHT D. (7)

986991631

Rond 1510 stuur je deze schets naar je arts om schriftelijk medisch advies te krijgen.  Ver weg van het Heiland-zelfportret uit 1500 waar je gloriet als 29 jarige in de houding van Christus, je lange haren op de pelzen kraag van je (dure) mantel.

Dit is een haastige schets.  Je omcirkelt de plek op je linkerzijde , en je schrijft erbij: ‘De pijn zit op de plaats van de gele plek waar mijn vinger naar wijst.’

Sommigen denken dat je aan een miltaandoening zou geleden hebben, maar naar analogie met mijn eigen pijn op die plaats verwijs ik je graag naar de pijn in de kromming van een darm, een plaatselijke ontsteking die vlugger in de ‘curb’ optreedt omdat daar het ‘verkeer’ wel eens stremt. Wellicht hadden ‘de zenuwen’ er ook iets mee te maken, om een dooddoener te gebruiken die artsen hanteren als ze niet dadelijk een oorzaak vinden. Het nijpend geldgebrek -je was nog niet zo bekend dat je al grote bedragen voor je werk kon vragen- verplichtte je grote sommen te vragen aan je vriend Pirckheimer.

In 1502 stierf je vader na een lang ziekbed.  Je was niet in de kamer toen hij zijn laatste adem uitblies, en dat maakte het verwerken van zijn dood nog moeilijker.

1067412587

Je hebt hem geschilderd op zijn zeventigste.  Een man met zorgen, met veel onuitgesproken emoties.

Dat hadden jullie gemeen want je leed vaak aan depressies, je had angstdromen.  Je schreef dat je je moeder nooit in de steek zou laten omdat je vader haar voortdurend prees en zei dat ze een goede vrouw was.  ‘Hopelijk gunt de goede God mij ook een zachte dood.‘ was je slotwens.

Maar hoe verdrietig en ziek ook, je werklust leed er niet onder.  Uit alle delen van de toenmalige wereld kwamen leerlingen naar je atelier.  Hans Süss uit Kulmbach, Hans Schäufelein (hij signeerde zijn werk met een schopje) uit Zwabenland en Hans Baldung Grien uit Straatsburg.

Naast het gebruikelijke schilderen en graveren werkten jullie samen met goudsmeden en glasschilders.  Ontwerpen voor sieraden, kelken en bokalen naast het uitwerken van boekillustraties.  Ik denk aan het titelblad voor de Quattuor Libri Amorum ( De vier boeken over liefde), een gedicht vrij naar Ovidius dan Conrad Celtes uit Neurenberg als zijn meesterwerk beschouwde.

De houtsneden die de visioenen van Johannes uit zijn Apocalyps voorstellen zullen je tot op de dag van vandaag beroemd maken. De middeleeuwse duivels hebben plaats gemaakt voor moderne oorlogstaferelen. (ik denk aan Götz van Berlichingen met zijn wrede Wolfsridders die rond die tijd de schrik van de reizende kooplieden waren)

3665189836

Kijk naar de vier wraakengelen die er lustig op loshakken terwijl hun collegae boven de trompetten van de laatste dag laten weerklinken.

Dit is actie maar met een enorme zin voor detail.  De platen zijn voorlopers van stripverhalen.  Ze behoeven geen bijkomende uitleg noch tekstbalonnen.  Eens het fragment uit de Apocalyps was voorgelezen kon iedereen zich levendig de wraak voorstellen.

God de Vader zit er een beetje verweesd bij bovenaan.  Hij schijnt de reserve trompetten vast te houden of heeft hij plannen om mee te gaan blazen als bewijs dat het menens is op de dag des oordeels?

Houtsneden en gravures zijn het internet van de 16de eeuw. Ze worden wereldwijd verspreid en nagemaakt, zelfs met het AD logo van de kunstenaar.

Ze zijn betrekkelijk goedkoop, kunnen de visie van de kunstenaar in een mum van tijd verspreiden en worden vlot verhandeld.  Je kent je vak.  De meester van de lijn.  Met een beetje verbeelding hoor je het gekreun van de zondaars, het schallen van de bazuinen, de harde slagen van de lange zwaarden zoals je bij de overbekende ruiters van de Apocalyps hun medogenloosheid tot in de galopperende paarden zichtbaar is.

2481608736

Je hebt zin voor drama.  Zelfs het invallende licht, links boven, de stralen achter de ruiters, en de horizontale lijnen links achteraan midden, geven een perfect beeld van de niets ontziende snelheid waarmee de vier ruiters door het landschap razen.

De dood, Honger, Oorlog en Pest (in 1505 zal in je stad nog eens de pest toeslaan!) in woeste galop. Dat het schonkige paard van de dood een bisschop verplettert mag ook geen toeval zijn.

Het zijn werkelijke kijkprenten.  Ze maken de angsten zichtbaar.  Ook al hou je nog van draken en monsters als het over de duivel gaat, het kwaad heeft echter een  menselijk gezicht gekregen. Wij worden vertrappeld, wij, de zondaars, arm of rijk, onaanzienlijk of met ambten bekleed, onderscheid kennen de ruiters niet.

Tegelijkertijd werk je aan ‘Het leven van Maria’ waarin je je veroveringen op de diepte en de menselijke verhoudingen bestudeert.

Daarnaast is er je aandacht voor de details van het alledaagse: De grote graspol, de akelei, de papegaai, de jonge haas.  Ze worden met evenveel liefde en concentratie gemaakt als je filmische Apocalyps.

Dat je, met de pest in de rug, naar Venetië wilde, begrijp ik best.  Het Fondaco dei Tedeschi (de Duitse Stichting) was in het pestjaar 1505 afgebrand en werd nu met de financiële steun van de Fuggers weer opgebouwd.  Werk. Giorgione kreeg opdracht om de voorgevel van fresco’ s te voorzien en er was geld over om de kerk van de Duitse kolonie van een nieuw altaarstuk te voorzien.  Kort na je aankomst in Venetië tekende je een contract om dit schilderij ‘Het Rozenkransfeest’ te maken binnen een tijdspanne van vijf maanden, en dat voor 110 florijnen of in gouden tientjes uitgedrukt, ruim 900 gouden tientjes.

EEN ONTDEKKING: WILHELM LÖHWITH, JONGENSPORTRET

1.jpg

 

Van de19de eeuwse schilder Wilhelm Löwith zou je niet dadelijk een kinderportretje verwachten maar wel een rococo-tafereel waarvoor hij tot op de dag van vandaag ten zeerste bekend is gebleven.


Wilhelm Löwith werd in 1861 in Drosau (Bohemen) geboren en studeerde aan de Weense academie bij Christian Griepenkerl en August Eisenmenger. Daarna zette hij zijn studies verder aan de Mûnchener Akademie bij Wilhelm Lindenschmit.
Hij vestigde zich in Munchen, plaats waar we dit wonderlijke portret ook hebben gekocht.
Kreeg in 1890 de ‘Ehrenpreis der Bremer allgemeinen Kunstausstellung.
Hij werd bekend door zorgzaam uitgevoerde genrebeelden in klein formaat die meestal naar de rococo-tijd verwezen. Hij schilderde ook wel boerentaferelen op de wijze van prof. Ernest Meissonier. Hij stierf in München in 1932.

Toen we dit doek kochten wist het veilinghuis in München niet goed hoe ze de handtekening op het werk zouden interpreteren.
Met vergelijkend studiewerk konden we het doek met grote zekerheid bij Wilhelm Löwith thuisbrengen.
Waarschijnlijk is het een geschenk geweest want zijn eigen zoontje (de later bekende Duitse filosoof Karl Löwith!) was toen nog maar twee jaar oud.
Op de achterkant vinden we de aanduiding in potlood ‘Weihnachten 1899’ en ‘4 Jahren.’

 

2.jpg

De thema-uitwerking getuigt inderdaad van zorg en technisch kunnen.
Het jongetje kijkt je zelfzeker aan, maar is best een beetje zenuwachtig. De schilder liet hem zijn petje vasthouden, bracht dus met opzet de rechterhand kundig in beeld.

Het werk, olie op doek, zit stevig verankerd in zijn originele houten vergulde kader, op zichzelf al zeer waardevol.
De plaat met ovale uitsparing is met vergulde korrels opgehoogd.
39,5 cm x 28,5 cm
39,5 cm x 48,5 cm met kader

 

3.jpg


(INTUSSENTIJD VERKOCHT)

 


VICTOR DIEU: DE WOLKEN, DE AARDE EN HET WATER

2.jpg

VICTOR DIEU (Quaregnon 1873-Mons 1954) Schilder, pastellist, etser. Opleiding aan de Academie te Bergen o.l.v. Danse, Motte en A. Bourlard (1890-1901), aan de Academie te Antwerpen o.l.v. Biot.
Prijs van Rome voor de Graveerkunst in 1901. Realiseerde o.m. landschappen, figuren, landelijke taferelen, allegorische composities, genretaferelen. Wordt beschouwd als één van de beste graveerders van de Bergense school.


Zijn schilderkunstig oeuvre ontstond hoofdzakelijk in de periode 1931-1934. Zijn werken vertonen vaak een sociale inslag en interesse voor het leven en het werk van de mijnwerkers. Was van 1919 tot 1937 leraar tekenen aan de Academie te Bergen. Werk o.m. in het Museum te Bergen. Vermeld in BAS I en “Twee eeuwen Signaturen van Belgische kunstenaars”.
(NOBEL, THE BELGIAN ARTIST DICTIONARY ILLUSTRATED)


In dit mooie doek, gedateerd 1935 en getekend (35 x 46 cm) zijn we aan de oever van een rivier. Wolken, water en landschap verliezen hun betekenis in de combinatie van kleuren en vormen. Achter dit beeld schuilt een gevoelige kunstenaar . Hij houdt van het landschap, maar ook van de luchten. Hij woont op aarde maar verblijft ook in het licht daarboven.

Met houten kader, goud omboord, (57,5 cm x 45 cm)


Victor Dieu est né à Quaregnon en 1873. Peintre et graveur au burin de paysages et de scènes du quotidien dans le borinage. Il entre à l’Académie des Beaux-Arts de Mons et suit les cours de gravure où il est l’élève d’Antoine Bourlard, d’Auguste Danse et d’ Emile Motte. En 1893, il obtient déjà un premier Prix d’Excellence. C’était un départ prometteur. Aussi son milieu familial l’encouragea à poursuivre sur cette voie non sans au préalable l’avoir invité à exercer le métier de son père: marchand-tailleur. Apres le décès de son père, il entra à l’atelier du maître Auguste Danse et se mit à la tâche pour préparer le Prix de Rome en gravure. Tâche ardue mais bien à la mesure de ce tempérament travailleur qui fut récompensé par un Premier Prix qu’il obtint à l’unanimité en 1901. Il avait présenté une gravure fouillée à la réalisation de laquelle il avait mis une patience extraordinaire. Si on fait souvent allusion au fait que Victor Dieu fut un maître graveur, on oublie peut-être qu’il fut aussi un peintre de talent.

Il convient de savoir qu’il a réalisé 479 toiles. Quelques oeuvres sont aujourd’hui éparses dans le Borinage et dans d’autres regions, notamment à Bruxelles. Elles sont marquées d’un pinceau décrivant les paysages si harmonieux qu’elles offrent un plaisir toujours renouvelé lorsqu’on examine avec un oeil attentif les détails. Il employa des couleurs chaudes et souvent orchestrées dans des paysages fleurant bon la nature. Une nature au sein de laquelle il aimait se trouver et dont il a tiré le maximum de très bonnes huiles sur toile où il employa avec bonheur le brun, le rouge comme le vert aux tons degradés. Les ciels, dans lesquels se bousculent les nuages qu’il aimait tant scruter, offrent un aspect sentimental et romantique.pianiste et violoniste. (Galerie du Pistolet d’ Or, aan te raden galerie in Bergen)

1.jpg

mailadres: timelessartcollection@skynet.be (nog tot half juni 2019)

 

THEODORE BARON: VROUW BIJ BOMEN, MINIATUUR OLIE OP HOUT

1.jpg

 

Op zoek naar mooie doeken ontdek je soms werkelijke schatten zoals dit kleine paneeltje, olie op hout van Theodore Baron (1840-1899) 24 x 15 cm in een vergulde kader.

Natuurlijk is de vertegenwoordiger van de ‘Kalmhoutse school’, de zgn. ‘grijze school’ alvast een waarborg voor kwaliteit.
Geboren in St-Servais, Namen in 1840 was Baron leerling van H. de la Charlerie, L. Dubois, Vander Hecht en F.J. Navez Hij werkte vooral in de Antwerpse Kempen als in de Ardennen.
De desolate eenzaamheid, de winter, de aarde, kernen van zijn werken.
In 1863 dwaalde hij samen met Louis Artan door Brussels bosrijke omgeving en kwam er in contact met de Tervuurse schilders.
Ook verbleef hij in Barbizon waar het woud van Fontainebleau meermaals als onderwerp diende.
Daarna werkte hij in Kalmthout (1865-1868) met collegae als Jacques Rosseels, Isidore Meyers, Adrien-Joseph Heymans en Florent Crabeels.
Later werd hij een verbindingsfiguur tussen de Tervuurse en de Kalmhoutse schilders.
In 1868 is hij medestichter van de kunstenaarskring Socièté Libre des Beaux-Arts.
Maar net zo lief waren hem de Ardennen, vooral de Maasvallei en de Lesse, periode waarin hij contact had met Felicien Rops en Octave mus in de herberg ‘Au répos des artiestes’ te Anseremme.
In 1882 wordt hij leraar aan de Naamse academie en twee jaar later directeur tot aan zijn dood in 1899.

Werk van hem vind je in de musea van Antwerpen, Bergen, Elsene, Gent, Luik en Namen.
Dit fijne werkje, hoe klein ook, vat de kern van zijn werk samen: de eenzaamheid van het menselijk wezen tegenover de grootsheid van de natuur die hem omgeeft.
Centraal de 2 grote bomen die dadelijk de verhouding met de menselijke figuur aangeven.
Het licht waaiert door het achterliggende bos: groentinten in vele variaties vullen het bovenvlak. De penseelvoering is voelbaar: vlekken stellen de volumes samen zodat er een vibratie ontstaat die je ook ervaart als je het licht door het groen van het loof ziet bewegen.

Olie op hout, rechtsonder getekend en gedateerd ’82 (1882)
Met kader: 29,6 cm x 20 cm
Paneel: 24 cm x 15 cm.

Kostbaar werkje uit de 19de eeuw om levenslang te koesteren.

Intussentijd verkocht

ALFRED DURIAU: INTIMITEIT

2622.JPG

 

Alfred Duriau (1877-1958) was schilder, tekenaar en graveur. Groot geworden in de Academie van Mons (Bergen) waar zijn moeder conciërge was, volgde hij er gravure bij Danse, tekenen bij Antoine Bourlard en schilderkunst bij Emile Motte (1890-1896).


Hij werkte ook in de ateliers van Bonnat en Eugène Carrièrre in Parijs en verbleef twee jaar in Rome.
Prix de Rome in 1906.

Hij was leraar in de Academie van Mons van 1912 tot 1947. Werken van hem vind je alvast in de musea in en rond Mons.
Uit ‘Images Imprimées en Haineut’ (1981):

Le montois Duriau, peintre et graveur et plus notoire dans la seconde de ces spécialités.
De 1890 à 1896, il fut, à l’Académie, élève de Bourlard pour la peinture, et de Danse pour la Gravure; plus tard, il suivit à Paris les cours de l’Ecole des Beaux-Arts.
En 1906, il obtint le premier Grand Prix de Rome pour la gravure, l’œuvre qui luit valut le prix étant une figure d’homme nu brandissant une flèche. A l’instar de ce qui se faisait au XVIIIe siècle pour les “Premiers” de l’ Université de Louvain, sa ville natale réserva au lauréat une mémorable réception.2623.JPG
De son séjour ultérieur à Rome, Duriau ramena de grandes vues de cette ville, exécutées à la pointe sèche.
A son retour, il devint professeur de dessin à l’Académie puis, en 1929 il fut appelé à succéder à Greuze pour enseigner la gravure et la ciselure et ce, jusqu’en 1947, avec quelques interruptions. Il forma là une soixantaine d’élèves graveurs et se montra bon pédagogue.
Duriau se révéla d’une grande habilité dans l’estampe de reproduction, par exemple d’après Rubens (Silène ivre, Tête de nègre, Kermesse flamande…) ou d’après son maître Antoine Bourlard (Le bœuf, Arato, Autoportrait, Saint-Georges…); il réalisa des portraits à l’eau-forte ou à la pointe sèche (Mon père, Danse, Lescarts, Moutrieux, Maistriau, Langlois) etc.
Sans nostalgie de sa période romaine, il considéra la ville où il passa le reste de sa carrière et s’adonna à la gravure originale en s’inspirant de sujets locaux notamment les paysages urbains (Cour de l’Hôtel de Ville, Place du Chapitre, Eglise Saint-Nicolas, Eglise de Sainte-Elisabeth, Jardin de l’Académie sous la neige) et les sujets folkloriques (Singe de la Grand-Place, Lumeçon, Car d’or à la procession)
.

Het mooie werk bovenaan is een intiem portret van zijn kinderen Alix en Jean.
Ze kijken weg van de toeschouwer, naar een onbekende verte die makkelijk ‘de toekomst’ zou kunnen zijn. De zachte heldere kleuren brengen hen toch dichtbij in het korte moment van de tedere jaren.2624.JPG
Olie op paneel, 30 x 40 cm hedendaagse vergulde kader.
Zie ook de sanguine tekening van Alix en de mooie pastel van een blonde jongen, Leon.


Een mogelijkheid om drie intieme werken van deze Belgische meester in huis te halen.

Kijk bij www.timelessartcollection.eu

 

BRIEF AAN ALBRECHT D. (6)

3282441542

Hij kreeg zelfs een prentje in de bekende Weltchronik van Schedel, Philo van Alexandrië (30 v.d.g.j – 45 n.d.g.t.) een filosoof die prachtig Grieks schreef en alhoewel hij geen Hebreeuws kende, een vrome Jood die zich aan de mitswot hield.
Hij zag geen onverenigbaarheid tussen zijn God en de God van de Grieken, al is zijn God een heel andere dan Jaweh.
Hij maakt een belangrijk verschil tussen Gods wezenheid (ousia) dat volstrekt onbegrijpelijk is en zijn werking op aarde die hij Gods krachten (dunameis) of Gods energieën (Energeia) noemt.
Net als Plato zag hij de ziel als een balling, een gevangene in de fysieke wereld van de materie. Soms brachten de boeken hem geen stap dichterbij God maar voelde hij zich lijfelijk door het goddelijke bezeten.

Het spreekt vanzelf dat het niet lang duurde of het zou voor de Joden onmogelijk worden om op die manier in de Griekse wereld op te gaan.  In het jaar van Philo’ s dood vonden in Alexandrië pogroms tegen de Joodse gemeenschap plaats en vreesde men alom voor een Joodse opstand.
Later zouden de Romeinen die Griekse vijandigheid van de Grieken tegenover de Joden niet overnemen.  Vaak gaven ze de voorkeur aan de Joden boven de Grieken en beschouwden hen als nuttige bondgenoten.  Ze kregen volledige godsdienstvrijheid. Een tiende deel van het hele Romeinse rijk was Joods.  In het Alexandrië van Philo bestond de bevolking voor veertig procent uit joden.

3194533848

De Romeinen voelden zich vooral tot het hoge morele karakter van de joodse religie aangetrokken.  Stonden ze nogal aarzelend tegenover de besnijdenis dan waren er Romeinen die zich aan de Tora hielden, naar de syangoge kwamen en de naam ‘Godsvrezenden’ kregen.

In Palestina echter verzette een groep politieke zeloten zich fel tegen de Romeinse  overheersing.  In 66 n.d.g.j. kwamen ze tegen Rome in opstand en al wisten ze het Romeinse leger vier jaar op afstand te houden, toch zouden ze in 70 overwonnen worden en werd de tempel in as gelegd.  Opnieuw werden de joden gedwongen in ballingschap te gaan.
Karen Armstrong, uit wiens boek ‘Een geschiedenis van God’ ik deze inhoud heb overgenomen oppert zelfs dat zonder deze zeloten het mogelijk zou geweest zijn dat Romeinse keizers zich tot het jodendom hadden bekeerd zoals Constantijn dat in 313 tot het Christendom zou doen.
Er was duidelijk een scheiding tussen de ‘klassieken’ en de joodse cultuur zoals die scheiding in het westen zou ontstaan na de eerste kruistocht (1096-1099) waarin de volgelingen van de profeet en de Joden de tastbare vijanden werden van het christelijke Westen dat in een vrij ongelukkige en bloedige poging zich voor altijd de afschuw van deze twee andere broedergodiensten op de hals haalde.

Proberen Joden en Islamieten in de vijftiende en de zestiende eeuw elkaars religie te begrijpen, het Westen maakt in 1492 duidelijk dat het zelfs de nabijheid van de twee andere religies van Abraham niet kon velen.
In de vijftiende eeuw laait het antisemitisme op en worden de joden uit  stad na stad, streek na streek verdreven.
In 1421 uit Linz en Wenen, in 1424 uit Keulen, in 1439 uit Ausburg, in 1442 en nog eens in 1450 uit Beieren, in 1454 uit Moravië, in 1484 uit Perugia, in 1486 uit Vincenza, in 1488 uit Parma, in 1489 uit Luca en Milaan, in 1494 uit Toscane en in 1499 uit jouw stad Neurenberg.

De verdrijving van de sefardische joden uit Spanje in 1492 staat dus niet los van de overige Europese geschiedenis.  Hier al kon je dat gevoel van ontworteling ervaren, van schuldgevoelens ook als je de uitdrijving had overleefd (dergelijke gevoelens zouden ook NA de kampen herkend worden) Uit  dat gevoel van ontworteling zou ook de kabalistische mystiek uitbreiding nemen:  troost in het ervaren van Gods aanwezigheid. De ‘Sjechina uit het stof opheffen.’

2157775335

Ik citeerde al de bul ‘Summis Desiderantes Affectibus’ van paus Innocentius VII uit, het jaar 1483 toen jij jezelf in de spiegel bekeek en met je zilverstift ons een spoor naliet van je toenmalig dertienjarig  uiterlijk.  Die bul luidde de heksenvervolging in die zich over heel Noord Europa zou verspreiden en zowel protestantse als katholieke gemeenschappen zou treffen.  De repressieve religie zou in die heksenvervolgingen een uitlaatklep zoeken.

Andere theïstische religies hebben dergelijke uitwassen nooit gekend. In de Koran wordt het duidelijk dat Satan de jongste dag zal worden vergeven.  Sommige soefi’s verklaarden dat hij uit de gunst was geraakt omdat hij meer van God had gehouden dan de andere engelen.

In plaats van een medogenloze God zou Satan worden aanbeden want met die angstwekkende God kon je geen kontakt krijgen.

Jij schildert en tekent hem als de man van smarten, een mens die de pijnen onderging die elke tijdsgenoot zich kon voorstellen.  Katholieken en protestanten hadden het nu over een ‘woedende’ god, en als je pestepidemies en oorlogen probeert voor de geest te halen, kun je je daar wel iets bij voorstellen.

De demonen zullen ook in jouw werk opduiken, maar ik denk dat de mens het blijft halen.  De lijdende.  De troosteloze. Van de 18 kinderen die je moeder baart zullen er slechts 3 volwassen worden. Je kent de dood en het sterven.