04mother

Net voor je ‘Melencolia I’ maakte stierf je moeder, mei van jaar 1514. Je zat aan haar bed toen ze stierf en je tekende later op ‘dat zij iets vreselijks zag, want zij vroeg om wijwater, hoewel zij lange tijd niet gesproken had.  Direct daarna sloot zij de ogen. Ik zag ook hoe de Dood haar twee hevige steken in het hart gaf, en hoe zij haar mond en haar ogen sloot en met pijn heen ging. Ik bleef voor haar bidden. Ik voelde me zo bedroefd om haar dat ik het niet kan uitdrukken.  Moge God haar genadig zijn.  Wel zag ik dat zij in haar dood veel vrediger keek dan toen zij nog leefde..’

Twee maanden voor haar dood tekende je haar portret.  Extreem rationalistisch noemen sommigen het portret.  Je liet gewoon zien dat het leven harde sporen naliet in de vrouw wiens liefde veel voor je betekende. 

Ik vind het een van je mooiste portretten. Je verzwijgt niets, maar ook in deze uitgeteerde vrouw voel je je liefde, je bekommernis, en vooral je machteloosheid.  Achttien kinderen had ze gebaard.  Drie waren in leven gebleven.  Overvallen door alle mogelijke ziektes werd ze slechts 63, een respectabele leeftijd echter in het tijdperk waarin je leefde. Je bijschrift op de houtskooltekening: ‘Dit is de moeder van Albrecht Dürer; zij was 63 jaar oud en zij stierf in het jaar 1514 op de dinsdag voor de week van Hemelvaart ongeveer twee uur in de nacht.’

10bearin

Deze kopergravure uit een van je passies is twee jaar eerder gemaakt, in 1512 zoals je zelf in de rechter bovenhoek vermeldt.  Ze is niet zo groot, 117mm x 75mm.  De rechte hoek van het kruishout is als een venster.  Zijn moeder volgt hem en Veronica houdt geknield het doek klaar waarmee ze zijn bezweet en bebloed gezicht zal wissen.  De stilte van de vrouwen naast het geroep en het getrek van zijn beulen. Als ik deze prent bekijk, hoor ik de soldaat met de hellebaard roepen.  Zijn stem en de talrijke wapens die je op deze prent ziet afgebeeld duwen hem vooruit.  Het moet snel gaan, daarom trekt de beul hem vooruit als hij iemand buiten de prent aankijkt.  Hij maakt met zijn hand een zegenend gebaar, een gebaar van herkenning.

Wreedheid moet altijd snel voltrokken worden.  ‘Schnell, schnell,’ was een overbekende nazikreet.  Stel je maar eens voor dat je je slachtoffer in de ogen zou kijken, dat je een herkenning zou moeten beantwoorden.

Het theatrale van dit fragment heeft me nooit gestoord. De kreet van de soldaat loopt op Munchs roepend gezicht vooruit, al is bij deze laatste waarschijnlijk de klank helemaal weggevallen.  Ontzetting.  Dat woord kende je als geen ander.

07thorns

Uit datzelfde jaar in dezelfde serie de prent van deze geseling, of doornkroning.  Gelaten hou je de stengel vast die je koningsstaf moest verbeelden.  Terwijl de drie beulen van bovenuit de doornen in je hoofd slaan zie je tussen hen in een klein kind zijn vingertjes in de mond steken.  Een geknielde jongen in pagekledij trekt uit eerbied de muts van zijn hoofd.  Zijn gezicht spreekt boekdelen.  Ontzetting.

In de verte kijken de ouderlingen toe. Ze zijn weggedrukt aanwezig.  Ze zijn aanleiding geweest van dit vertoon. Ze dulden het.  Ze komen niet tussen.

Vind je het vreemd dat ik deze prenten net met de kerstdagen in ’t verschiet naar boven haal:  de dood van je moeder, de pijn van de liefhebbende Zoon.  De ontzetting.


Ik wilde een voorbeeld geven van je regie:  hoe je op deze kleine oppervlakte de pijn, de vernedering kon samenballen zodat wij dat kleine kind worden en onze vingers in de mond steken om het niet uit te roepen van ontzetting.

Een kunstenaar kan deze vreselijke dingen slechts vorm geven omdat hij de pijn zelf heeft ervaren.  De eenzaamheid.  De dood van je moeder.  De melancholie waarin het bestaan is gedrenkt.  Maar het blijft over liefde gaan.  Geen theologie, maar het aan de lijve ervaren van pijn die ontzetting teweeg brengt.

Het gaat over verlies, Albrecht.  Daar wist je moeder alles van.  En de zoon die als kind in een een stal ter wereld kwam. Het mysterie van zoveel verlies wegens een overschot aan liefde. Liefhebben is leren verliezen. De pijn van dat verlies heb je ons nagelaten.