dood duivel en ridder.jpg

Samen met enkele andere gravures maakte je tussen 1513 en 1514 je drie ‘Meisterstiche’, je drie Meester-gravures: “De Knecht, Dood en Duivel”, “De heilige Hieronymus in zijn studeervertrek” en “Melencholia I”.

Ze zijn ongeveer even groot in formaat maar staan niet in relatie met elkaar, noch door compositie, noch in een of andere technische betekenis.
Dat de ‘Knecht, Dood en Duivel’ een bijzonder werk was voor jou zien we aan de speciale vorm van je handtekening.  De datum-tekening 1513 is door een ‘S’ voorafgegaan, een afkorting van het woord ‘Salus’, een werkwijze die je ook toepast in je Verhandeling over de Menselijke Verhoudingen, geschreven tussen 1512 en 1513.

1.19

In je dagboek van je verblijf in de lage Landen refereer je naar deze gravure simpelweg als “Reuter”.  (Je zou ze in ons dialect kunnen uitspreken als we het over een man of vrouw op een paard hebben.)

In datzelfde dagboek vinden we ook een passage die ons vooruit helpt bij de interpretatie van deze gravure.  Je gaat in op het gerucht van de vermeende moordaanslag op Luther.  Temidden van je notities omtrent je dagelijks werk, inkomsten en uitgaven, barst je uit tegen de Papisten met een gepassioneerde oproep tot Erasmus van Rotterdam:

‘O, Erasme Roderodame, hoe tevergeefs is de onrechtvaardige tirannie van wereldse macht en krachten der duisternis.  Hoor, gij Ridder van Christus (du Ritter Christi), rij verder aan de zijde van Jezus onze heer, bescherm de waarheid, bekom de kroon der martelaren.’ 

Het beeld van de Ridder alludeert  op een jeugdwerk van Erasmus ‘Enchiridion militis Christiani’ (Handboek van de Christelijke Soldaat) gepubliceerd in 1504.

‘But that Dürer promoted the Erasmian “soldier” (miles, and not eques) to a “knight” riding forth on horsback shows that his mind involuntary associated him with the hero of his own engraving.’ (151-152)

1.20
Panofsky verwijst daarvoor verder naar Paulus die van ‘spirituele wapens’ van onze ‘oorlogsvoering’ spreekt (II Cor, x, 3)  en de gelovige aanspoort  zichzelf te bewapenen  met ‘Gods wapentuig’, ‘de borstplaat van gerechtigheid’, ‘het schild van geloof’ en ‘de helm van verlossing’. (Ephes, VI, 11-17, en kijk ook I Thess, v8)

Dit beeld was in de middeleeuwse literatuur erg populair en vond op deze manier zijn weg naar de vijftiende eeuwse houtsneden.  Daar is de Christelijke Soldaat alleen terwijl de personificaties van de Dood en de Duivel dichtbij het beeld van de Christelijke pelgrim staan.

In Erasmus’s ‘Enchiridion’ zijn deze traditionele concepten  in een geest van het humanisme geïnterpreteerd. Hij kleedt zijn ideeën aan met mooi geschreven Latijn.  Hij vindt zijn voorbeelden zowel bij de Griekse en Romeinse literatuur als in de Schrift, ‘want we moeten van de Klassieken houden terwille van Christus’.  En hij verwerpt de ‘theologen’ ten gunste van de ‘bronnen’.  Maar boven alles ‘humaniseert’ hij het idee van het Christendom. Hij preekt zuiverheid en godsvrucht, maar niet het kloosterleven en de onverdraagzaamheid; en hij wijst zonde niet alleen af als iets dat God verbiedt maar meer als iets dat niet met ‘de waardigheid van de mens’ compatibel is.

1.21

Erasmus geschrift gaf je geen iconografische details maar onthulde je  een idee van een Christelijk geloof, zo viriel, helder en sterk dat de gevaren en verleidingen van deze wereld simpel ophielden te bestaan.

Omdat je niet van het pad van de deugd zou afwijken omdat het hobbelig en somber lijkt, want je moet verzaken aan de gemakzucht van de wereld, en je constant tegen drie unfaire vijanden moet vechten: het vlees, de duivel en de wereld, en omdat deze derde regel jou zal worden aangebracht: ‘Al die spoken en fantomen (terricula et phantasmata) die op je afkomen als in de grotten van de Hades betekenen niets voor jou naar het voorbeeld van Virgilius’ Aeneas.’
En dat is precies wat je deed in deze gravure: de vijanden van de mens lijken niet echt, het zijn geen ware vijanden maar ‘spoken en waanbeelden’ die je links moet laten liggen. De ridder gaat ze gewoon voorbij, ‘zijn blik vast en intens op het doel zelf’ om Erasmus nog even te citeren.

(vervolgt)