HET KILLE HART VAN DE BESCHAVING

tom-otterness-educated-king-2.jpgEen merkwaardig hoofdstukje uit De mythe en het historisch sublieme, Frank Ankersmit (405)

De manier waarop historische kennis wordt verworven heeft altijd in het brandpunt gestaan bij geschiedfilosofen.  Maar de vraag hoe wij ons van een verleden losmaken, hoe wij een verleden kunnen vergeten of hoe wij een vroegere culturele en historische identiteit kunnen vergeten of er ons van losmaken, van onszelf dissociëren, dat is een weinig betreden terrein.

Vanzelfsprekend zijn er heel wat onbelangrijke details die je best mag vergeten, maar soms pleegt een beschaving zelfmoord.  Ze brengt een vorige identiteit om, omdat deze daad van zelfdestructie door een nieuwe wereld wordt geëist.
Zijn we blind voor zo’n zelfmoord omdat we menen dat hieruit niets nieuw kan geboren worden en dat zelfmoord voor een beschaving evenzeer de dood betekent als voor ons individuele stervelingen?

Het verschillen tussen ons en beschavingen is het feit dat zij als een Phoenix uit hun as kunnen verrijzen.  
‘Misschien is onze westerse beschaving ‘suïcidaler’ dan welke andere ook- en dit zou voor een groot deel haar unieke rol op het toneel van de menselijke geschiedenis kunnen verklaren. ‘ (405)
tom-otterness-death-angel-2.jpg
Toch mogen we dat vermogen om zo’n zelfmoord te overleven niet bagatelliseren.  De tragiek van dergelijke episodes in de geschiedenis van een beschaving- en in de levens van sommige individuen, vooral in die van de besten en meest verantwoordelijken, de ‘Socratessen’’ om zo te zeggen- is vergelijkbaar met de individuele ervaring van een traumatisch verlies.
Het afleggen van een vroegere identiteit gebeurt met grote pijn, getransformeerd tot het kille hart van een nieuwe identiteit.
‘In het latere leven van een beschaving blijven deze afgelegde identiteiten als een afwezigheid aanwezig- zoals een litteken de enige zichtbare herinnering is aan een geamputeerd lichaamsdeel.’ (406)

Een gedissocieerd verleden geeft vaak de aanleiding tot het voorbije, afgestorven gedeelte te mythologiseren, dat wil zeggen in wat ze associeert met een idyllische prehistorische en natuurlijke wereld. Mythen zijn delen van ons collectieve verleden die we niet willen of niet kunnen historiseren:  een mythisch verleden wordt uit de loop van de geschiedenis gehaald en immuun gemaakt voor historische interpretatie.
‘Daarom zal juist de mythe de krachtigste pogingen tot historisering en narrativisering uitlokken.  In het oog van de orkanen van de westerse geschiedschrijving treffen we steevast een prehistorische mythe aan.’
tom-otterness-life-and-death.jpg
Zo sleept elke beschaving in haar kielzog een aantal mythologische verledens mee.  Niet te historiseren maar ze bepalen wel mee haar identiteit, (zij het op een eigenaardige negatieve manier) meer nog dan een met succes gehistoriseerd verleden.

Een beschaving blijft hardnekkig proberen de mythes te historiseren- maar het resultaat is steevast een historisering van de mythe zelf.  De geschiedschrijving fungeert dan als een substituut voor de geschiedenis zelf.

Tot het koude hart dringen we nimmer door want steeds stuiten we op wat voorgaande historici er reeds over hebben geschreven.  ‘Kennis’ kan ‘zijn’ nooit vervangen.  Het koude hart van onze beschaving bevindt zich voor eeuwig buiten ons bereik (en dat van de historicus).  Sui generis kunnen de mythologische verledens niet gehistoriseerd worden.  Ze bevinden zich in het domein buiten de historische tijd van een beschaving.  Ze hebben de hoogste waardigheid:  ze zijn het historische sublieme van een beschaving.

(de rol van de media daarin, zowel in het vormen of benadrukken van mythes, als representativiteit van werkelijkheden is zeker het onderwerp voor een latere beschouwing)

Maar een volgende keer wil ik graag Frank Ankersmit aan het woord laten in de epiloog van zijn boek: Nostalgie en historische ervaring.

De kunstwerken zijn van de Amerikaanse kunstenaar Tom Otterness(1952)