IK LEEF MET MEZELF: HARRY GRAF KESSLER (7)

kerkraam
Bij de instellingen waarvan het geheiligde karakter niet te betwijfelen was, hoorde natuurlijk ook de Engelse staatskerk.  Deze kerk, in haar uiterlijke vormen en ceremonieën nog bijna rooms en in haar geest puriteins, is een hermafrodiet, maar  een door politici knap geconstrueerde hermafrodiet die op een eigenaardige wijze zowel haar vrouwelijke als mannelijke elementen van de ziel rekenschap geeft. De eerste door een met roomse rivaliserende staatsie, de laatste door haar “musculair kristendom”, met dezelfde dubbele moraal die eigen is aan gentlemen, zich tegelijkertijd als Kristus te voelen en zich als heer uit te leven.

Omdat ik een erg leuke stem had, werd ik koorknaap. Bij de godsdienstoefeningen in onze kapel werden wij, koorknapen, wit aangekleed en liepen dan, daar we ook voor de rest proper en goed gewassen waren, wonderlijk rein en feestelijk naar het koor voor onze leraars die allen een academische of kerkelijke graad hadden en die volgens deze gradaties toga’ s van verschillende kleuren droegen.chorister_1735844c.jpg
Je zou ons, omdat de meeste jongens daarbij nog rozige en regelmatige kindergezichtjes hadden, voor kleine engelen kunnen houden.  Kleine farizieërs? Wellicht. Maar met een rein hart; want allen konden zich volgens de grondslagen van onze moraal als onberispelijk zuiver beschouwen, het beste leidersmateriaal voor het Britse wereldrijk.  Natuurlijk kwamen er af en toe ook wel eens kleine schandalen aan het licht.  Gevallen van al te intieme betrekkingen tussen jongens waarbij Mr. Kynnersley enkele van zijn beste lievelingscholieren in vertrouwen nam en hun mening vroeg eer hij de schuldigen van de zweep gaf of van school wegjoeg.

Ik weet niet of er met mijn ouders een voor mij geheimgehouden afspraak met de school was, want al stak ik van alles uit toch heb ik nooit van de zweep gekregen. Ik had in dat geval waarschijnlijk de hand aan mezelf geslagen.  Want met dat idee ondernam ik ooit een belachelijke zelfmoordpoging. Ik had heimwee zoals ik nooit naar iemand heimwee heb gehad, heimwee naar mijn moeder. In haar brieven kwam ze koeler over dan ik van haar verwacht had.rugby boek.jpg Mijn minstens moreel succes met boksen had niet lang geduurd. Ik was Duitser, buitenlander, en zodoende voor kleine Engelsen een ergernis. Er ontstond een clubje dat als doel had mij te verdrukken. Zo vond de broederschap bij rugby, een van de ruwste vormen van voetbal, telkens weer de gelegenheid mij met de brutaalste passen te bedenken. Als op een dag een jongen die ik als mijn vriend beschouwde, het spelletje meespeelde, ging ik na het spel naar de huisapotheek, nam daar een flesje chloroform en vergitigde ik mij. Mijn kamergenoort Palk vond me bewusteloos. Palk, een fijne jongen die een beetje jonger dan ik was had enkele dagen na mijn aankomst op school wegens ergens een domme-jongens-streek een verschrikkelijke kastijding ondergaan.  Toen hij me, zonder al te veel woorden, zijn striemen toonde had ik verschrikkelijk medelijden met hem.  We werden op slag vrienden. Nu hij me blauw uitgeslagen vond riep hij de ziekenzuster en alles eindigde met een kater.  Mr. Kynnersley heeft het nooit geweten.

Na een tijdje kreeg ik naast Palk en Fry nog andere kameraden: een jongere Olliver, een slanke donkerblonde jongen die de belichaming van eerlijkheid en kalmte was en later schoolprimus werd; Basil Blackwood, de jongste zoon van de vicekoning van Indië, de markies van Dufferin, friendsship.jpgdie schitterend talentvol de hoop van de Engelse diplomatie werd, maar jong stierf; Claud Schuster, kleiner dan ik, maar sterk en zeer intelligent, zowel in sport als in studeren de beste (nu als Sir Claud Schuster de diensdoende staatssecretaris van de Engelse kanselier); E.A. Jay, een zachte, fijne blonde jongen die -als mijn herinneringen mij niet bedriegen- altijd mijn gezelschap opzocht.  We vormden een kliek, een oppositie tegen de stugge massa die zich langzaam vormde en haar grote slag thuishaalde toen wij met ons zakgeld ons kapitaal samenlegden om een krant te beginnen. Daarmee werden we plotseling het middelpunt van het schoolleven en sloegen we de massa k.o. We doopten ons blad “St. George’s Gazette”, en vanaf de stichting verscheen het elke zaterdagavond, vier grote kwarto-pagina’s, eerst moeizaam gestencild, maar vlug nadat we voldoende abonnementen en adverteerders hadden bij scholieren en hun ouders en verwanten, in Windsor op houtvrij papier gedrukt.