horse-and-merry-go-round-philip-sweeck.jpg

 

Verzwijgen. Ver en zwijgen Het zwijgen uitstrooien, beter nog dan strooien is : uitgieten zodat het (te) veel oppervlakte inneemt en begint te stollen tot een ondoordringbare plaat.
Het instrument waarmee ik door dat stugge heen wil is een triangel, die ene zilveren toon.

‘A single stroke on the triangle clearly penetrates the full force of an orchestra, and it is perhaps most effective when used sparingly.’
(Britannica)

Toen ik bijna vijftien jaar geleden aan het boek ‘Triangel’ begon, wist ik dat het ook voor mij pijn en helderheid zou mengen al besefte ik nog niet dat het stollende mengsel zich over zoveel jaren zou uitstrekken.

Het plan om triangel te schrijven was al veel ouder, maar de personages bleven nog in het donker. Ze maakten zich niet vlug kenbaar.
Al waren ze aanwezig in mijn andere geschriften, in foto’s, theater en film.
Ze bleven zich verschuilen.
Het werd een verzameling:
Documenten, prenten en foto’s.
Tot ik besefte dat het bij die documenten, prenten en foto’s moest blijven.  Er mocht geen alwetende verteller zijn die uit deze collectie een verhaal zou distilleren.
Ik voelde hun aanwezigheid en die was intens genoeg om hen beetje bij beetje aan het woord te laten.
De hoofdpersonages vertellen zelf hun verhaal, hun ervaring rond dezelfde gebeurtenissen die ongeveer een jaar in beslag namen.
Documenten bij een afscheid.
Er  zou dus veel plaats overblijven voor stilte, voor onuitgesproken of niet uit te spreken werkelijkheid. Plaats voor de lezer.

Het verhaal begint als het voorbij is.
Dat lijkt een contradictie maar vrijwel elk verhaal is aan dat proces onderhevig. Voor mij als schrijver bleef het grotendeels een raadsel.
Ik zou door hun documenten -ook al was ik daar tenslotte de auteur van- onwetend genoeg moeten blijven om het te zien ontstaan vanuit mijn personages.
Bram, Hannah, Michiel, Elias en ikzelf, de onzichtbare ‘samenbrenger’ van hun ervaringen.
Drie zeventienjarigen, een jongen van dertien en de onzichtbare.

Omdat het boek niet meer in de handel is, zelfs verbannen uit de tweedehands-handel van sommige verkopers, wil ik het in deze versie brengen, traagzaam, met de notities van de schrijver omdat het ook voor mij zo’n belangrijk werk is gebleven. 
Er is ook een doorlopende versie die in pdf makkelijk in een e-reader past.

Het boek opent met drie brieffragmenten. De muziek speelt een heel belangrijke rol in dit boek. Beluisteren bij lectuur is zeker een goede combinatie.

clear-sy-sea-224214.jpg

VOORZICHTIGE HEROPENING

DRIE BRIEFFRAGMENTEN

1. Fragment uit Michiels brief aan Hannah en Bram

Chopin. Uit de preludes opus achtentwintig nummer tien.
Geen dertig seconden duurt ze.
Vier maal een aanloop naar de terugkeer. De rechterhand onderuit gehaald door het terugtrekkende water.
Opnieuw ontsnappen, terugwillen, enkele druppeltjes verder -je wordt in een dun vliesje even zichtbaar- maar wat voorbij is, is voorbij. 
Zachtjes verlies ik je in mijn linkerhand. Tot aan het vraagteken. Stilte. Een zucht nog, net voor je glimlachend verdwijnt. Allegro molto.

Bijna elk uur speel ik deze prelude. 
Zoals de trompetten de muren rond Jericho lieten instorten, zo hoop ik dat mijn spelen de loden stilte van je afwezigheid laat smelten.

Druppeltje voor druppeltje. 
Maar…
Zet ik de punt van mijn pen op het papier, dan begint ze te vloeken.

xxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxx

Omdat de inhoud van hun klanken totaal onbelangrijk is, heb ik er een inkten-jas over gegooid. Daaronder blijven ze roepen. Hun kelen kan ik niet dichtstoppen. Elke vraag om stilte, slikken ze door. En ze roepen nog luider.
Nu hij vertrokken is, wordt de vraag naar het waarom overbodig.


Hij is weg.


Hij is weg.


Hij is weg.


Dat zie ik in grote zwarte letters boven de kerk geschilderd staan.


Hij is weg.


De engel in salopette is opgelost.
 Wat ik ook doe om die zwarte letters uit te vegen, het helpt niets. Erger nog, ze schieten in brand.
Zelfs na een hevige regenbui staan ze als holle gaten in de avondlucht.
Ik trek de inkten-jas weg en laat de vloeken vrij.

2. Fragment uit Hannah’s brief aan Bram en Michiel

Kom ik van de bakker dan blijf ik steevast bij de prentenwinkel staan. Kaders, beeldjes, schilderijen en gravures. Kitsch en ook wel eens kunst. Toch blijf ik kijken. Bijna zeker dat er op een dag een prent achter ontspiegeld glas zal hangen die ik wil hebben, waar ik mijn laatste spaargeld zal aan uitgeven, die ik een heel leven kan koesteren. De ultieme prent.

lighthouse-at-dusk-105210.jpg
Vandaag zag ik een langwerpige lijst met daarin drie foto’s van dezelfde vuurtoren. Onstuimige zee aan zijn voet in drie gedaanten. Hij geeft geen kramp. Ook geen licht. Als een stenen vinger staat hij tegen de sombere zeelucht . De storm deert hem niet.
 Sinds zijn verdwijnen woon ik in mijn vuurtoren. De storm raakt me niet maar evenmin geef ik licht.

Ik wacht.
De foto’s heb ik opgeborgen. De krantenartikels verbrand.
 Ik probeer boven het verleden te zweven zonder het te moeten aanraken. De voorbije gebeurtenissen als luchtkussen. 
Ik koester mij onder zijn zon. De ogen gesloten want het licht is nog te hevig om het landschap van mijn dagelijks bestaan voor mezelf zichtbaar te maken. 
Ik probeer de maan te zijn. Een levenloze planeet die zijn licht weerkaatst. Eigen licht voorlopig overbodig.

Uren kan ik naar de bewegende schaduwen van de platanen op de muur kijken.
 Naarmate de zomerbries opsteekt bewegen ze zachtjes of gaan ze ook wel heftig op en neer, al zijn ze roerloos nog mooier.
 De details van zijn lichaam, de twee kleuren van zijn ogen bijvoorbeeld, kan ik me soms moeilijk herinneren. Als er beneden een deur dichtslaat, hoor ik zijn voetstappen op de trap.

3. Fragment uit Brams brief aan Hannah en Michiel

Keiluid heb ik ‘You take my breath away’ opgezet.
 Queen. Freddy Mercury.
 Alleen thuis.
 Weg van mijn kamer.
 De deur van ’t toilet ver open.
Daar zit ik. Sigaret. Diep inhalen.
‘You’ ve captured my love
 Stolen my heart
. Changed my life. (stilte) 
Everytime you make a move
 You destroy my mind 
And the way you touch 
I lose control and shiver deep inside.
You take my breath away
 
Little one, zeg ik over de piano heen. Maar dan zing ik mee met Mercury.
You can reduce me to tears
 With a single sigh.
 
Waarna de groep:
Please don ’t cry!
 
Wees gerust. ’t Is van de rook die in mijn ogen prikt. En na mijn hoestbui waarachter
‘I could give up all my live for just one kiss..’
 
en nog iets dat ik zal doodgaan als je mij buitensluit (nogal goedkope chantage, enfin!) zing ik ik luidop mee:
‘So please don’t go 
Don’t leave me here all by myself’
 
Hoort ge ‘t? 
Ik meen het, hé ventje!

‘I will find you 
Anywhere you go, I’ ll be right behind you.
 Right until the ends of the earth.’
 
En waar zou dat dan zijn, die uiteinden van de wereld? Of kende Queen ook al jouw einde der tijden? Come one, little Freddie. Kom uit je schuilplaats. Zet de remraketten in werking en keer terug, sneller dan het geluid zodat we elkaar straks terugvinden, back in time. Yesterday.
En als ik je gevonden heb, 
-je hebt het mij geleerd te zeggen-
dan zal ik niet meer slapen voor ik je gezegd heb:

‘To tell when I find you.
I love you.’

Peuk in de pot. Doortrekken.
 Ik hoor je lachen, onnozelaarke!
Ga je snel verbergen want ik zal je in je nek kriebelkussen. Tot je het uitgilt.

alois-kronschlaeger-habitat-14-copy.jpg