merry-go-round.jpg

De hoofdpersonages maken zich kenbaar aan elkaar. Getuige daarvan zijn foto’ s, open dus voor interpretatie. De eerste foto laten ze door een voorbijganger maken, de auteur houdt zich aanbevolen. Toch interpreteert Bram het ‘document’ en denkt hij er al aanwijzingen te vinden voor het later verloop van hun verhoudingen. De triangel begint zijn driehoek te tonen.

Hannah bespreekt de polaroid-foto, gemaakt door een schot in de roos. Ze heeft duidelijk zin voor details. Op deze foto wordt ook de vierde speler zichtbaar. Niet alleen op de foto maar als ze zich omdraaien zien ze hem op een van de buitenste paarden op de antieke paardjesmolen zitten.

Het verhaal moet even zijn adem inhouden. De eerste woorden van Elias, de engel met de nep-vleugels komen uit een later geschrift van zijn hand.  Nu de hemel als een hoedje op je hoofd staat.  Het was een kleine suite die ik voor het hoorspel ‘Spelletjes’ schreef en waaruit verder in het verhaal nog andere delen zullen dienen.

Dat waren mijn documenten.

X-Ray-1991-C.jpg

TWEE KERMISFOTO’ S

1. Drie musketiers op een terrasje (foto door welwillende onbekende man met snor genomen)

We zitten nog op een veilige afstand van elkaar. Hannah heft haar glas jus d’orange op, Michiel zijn ijsthee, ikzelf een glas witbier. De onbekende fotograaf met Hannah’s fototoestel duwde iets te vlug op de ontspanner. We gaan net samen ‘cheese’ zeggen, dus zitten we met getuite mond en opgeheven glas naar de lens te staren. Op de achtergrond zie je onze gehavende fietsen tegen de cafémuur staan. 
Een belachelijke foto. Toch lees je uit dit beeld onze gevoelens voor elkaar. Stiekem kijk ik immers naar Michiel die op zijn beurt zijn ijsthee naar Hannah’s glas brengt. Hannah is de enige die naar de camera probeert te kijken, maar toevallig of niet, met haar glas wil ze het mijne aantikken.


Op het moment van de foto kennen we elkanders naam, weten we dat we in september het laatste jaar van de humaniora beginnen, dat we onze ontmoeting aan een engel met nepvleugels hebben te danken, en vragen we ons af of we niet dadelijk zullen ontwaken en de voorbije gebeurtenissen onder een schoolopstel met titel ‘was maar een droom’ zullen klasseren.


We glimlachen geforceerd. Liefst zouden we onze arm over een bepaalde schouder willen leggen, maar op dat moment beseffen we niet dat het een hoogst eigenaardige combinatie zou opleveren, een gesloten kring, drie beminden die elk iemand omarmen die op zijn beurt iemand anders in de arm neemt.


De vierde musketier ontbreekt hier nog.

2. Polaroid-foto gemaakt door Bram na een welgemikt schot in de roos.

Vroeger zag je ze wel meer: schietkramen met een foto als resultaat van een welgemikt schot. Op deze polaroidfoto kijk je dus naar de schietende Bram. Michiel en ikzelf staan een beetje schaapachtig bij de scherpschutter. Ikzelf, één hand in mijn heup, de andere wijzend omdat ik het gelukte schot voorspelde.


‘Dit is het!’ zei ik na de derde en laatste keer. En jawel, een flauwe bliksemschicht, en daarna de man die ons de toen nog donkere foto gaf.

Wij voorover gebogen wachtend op de held van dit schot. Zenuwachtig lachje toen ik mijn wijzende vinger zag verschijnen, en Brams toegeknepen oog, zijn tongpuntje ook nog zichtbaar als teken van opperste concentratie. Michiel aan de andere kant van de schutter, de ogen dicht.
 We lachen, geven commentaar, tot Michiel de foto nog eens aandachtig bekijkt.


‘Maar, kijk hier. Dat is toch…’


Naast mijn hoofd heeft er nog iemand meegekeken.


‘Dat is de engel!’


Automatisch draaien we ons om. Dachten we dat hij op dezelfde plaats was gebleven?


’Ik ben er zeker van. Ik heb hem daarstraks op zijn fiets zien wegrijden! Hij is het.’


’Het kan eender wie zijn,’ zegt Bram.

We kijken rond. Bram en ikzelf weten niet eens hoe hij er van dichtbij uitziet.’

Waarom zou hij teruggekomen zijn?’ vraag ik.
 Michiel antwoordt niet. Hij wijst naar de grote ouderwetse paardjesmolen achter ons.


‘Daar is hij! Op een van de buitenste paarden.’

 

Nu de hemel als een hoedje op je hoofd staat

‘Toen ik klein was, dacht ik dat de hemel een reusachtige hoed zou zijn. 


Een hoed op het hoofd van de aarde.


Yes sir.


Of op het hoofd van God bijvoorbeeld. 


Of op je eigen hoofd, als je dood bent.’

(Elias, bijna dertien, engel-met-nepvleugels)

nature-landscapes_hdwallpaper_merry-go-round-in-sheffield-engl-hdr_24163.jpg