Helemaal in tegenstelling met de traditionele verschrikkingen die in de literatuur aan ‚de ruiters van de Apocalyps’ worden toegeschreven, is deze rit op de kermismolen voor  de drie zeventienjarigen een eerste terugkeer naar de directheid van de kindertijd.  De associatie met de Titanic-film ligt in dezelfde lijn: de golven van de tijd zullen hen nooit verslinden.
Zelfs de houten paarden kunnen van hun molen loskomen, verbreken de eeuwige ronde waarin de ruiters zichzelf achterna zitten.
De engel met de nep-vleugels leert hen werkelijk vliegen. De verbindingen van de triangel kunnen zichtbaar worden gemaakt.

 

round_2328477b.jpg

8. De ruiters van de Apocalyps


1.

Toen hij zijn naam had gezegd en wij de onze, sprong hij weer op de paardjesmolen.


‘Kom!’


Met een breed gebaar wees hij ons de lege paarden naast het zijne aan. Hij zag Hannah aarzelen: er waren slechts twee paarden naast het zijne, maar vlug schoof hij naar voren zodat ze achter hem kwam zitten. De bel ging.


Bram naast het duo, en ik het verste paard. De ruiters van de Apocalyps. We wuifden naar elkaar, naar de omstanders. 
Er kwam niemand naar een kaartje of om geld vragen. Ik dacht dat hij het zoontje van de eigenaar was, maar dat bleek niet het geval.
Het leek of we in zijn gezelschap even onzichtbaar waren. En wie zou nu het kaartje van de ruiters van de Apocalyps vragen?


Soms keek hij om, wilde hij iets tegen Hannah zeggen, maar dan ging hij rechtop staan en schreeuwde hij het uit alsof hun beider paard net door de finish was gegaan.


Enkele uren geleden waren we nog onbekenden voor elkaar, nu reden we op onze houten paarden onszelf achterna, aangevuurd door een kind dat de sprekende naam Elias droeg.Hannah lachte, kon hem nog net vastgrijpen of hij was van het paard gedonderd. Bram hield zijn armen open en ging ook rechtop staan.


’Komaan, Michiel!’ nodigde hij me uit. ‘Komaan!’ 


Nu stonden we met zijn allen recht op de ijzeren opstapstangen. De armen ver open. Wij, Di Caprio’s met Hannah als Winslet op de voorsteven van de Titanic.


De kinderen die ons bezig zagen gingen ook rechtop staan, en terwijl de muziek over ons heen walste, cirkelden we rechtopstaand achter elkander aan. 
Gejuich steeg op toen de molen stopte en we door de rij wachtenden onze weg zochten naar de smoutebollenkraam.

2.

Zijn lenigheid, of zou ik onrust zeggen? Zijn bijna donkere huid alsof hij een lang strandverblijf of een hoogtekuur achter de rug heeft. Vooral zijn ogen. Ze kijken je werkelijk aan. Ze zoeken tot ze contact vinden. Koffiebruin zijn ze. Als hij tegen mij wil aanleunen, hangt mijn fototoestel in de weg. Ik draai het naar mijn rechterheup, en zonder schroom voel ik de ronding van zijn schoudertjes, zou ik bijna hem kriebelkusjes geven in zijn nek, gaat gelukkig de tijd te snel om de congruentie met Stefaan ten volle te beseffen. Overmoedig door deze veiligheid wil hij op het paard gaan staan en kan ik hem nog net vastgrijpen en iets roepen van ‘pas op, voorzichtig!’ Hij kijkt glimlachend achterom, knikt me geruststellend toe en gaat rechtop staan.

Wilde hij iets zeggen? Hij roept nu hij ons paard als eerste over de eindstreep heeft gebracht. 
Ik ga mee rechtop staan. Bram roept op Michiel. Iedereen op de molen staat nu recht, de armen breed open.
Nooit zullen de golven ons verslinden!

3.

Zonder enige moeite verbind ik de afstand tussen de zevenjarige en de zeventienjarige Bram. 


Onze paarden gaan op en neer. Als Michiel de hoogte ingaat, zinkt mijn paard en omgekeerd. Hannah en Elias volgen mijn ritme.


Ik zie de jongen zijn paard aanvuren en doe hetzelfde. Ik wil hen beiden achter mij laten. We zullen met zijn allen de paardjesmolen verlaten en langs de Herentalsstraat naar het stadspark rennen. Twee witbieren kunnen voor deze roes niet verantwoordelijk zijn. Dit is puur plezier. Dit overvalt mij zoals kinderen door het geluk overspoeld worden, onvoorbereid geluk. Niet afgebedeld noch georganiseerd. Dit is gedachteloos genieten.
Elias en Hannah, rechtop, de armen gespreid.

‘I’ m flying!’ hoor ik Rose roepen net voor ze haar minnaar zal kussen. Maar hier dachten we dat er geen ijsbergen zouden zijn, geen save our souls, geen tekort aan reddingssloepen.


’Komaan, Michiel!’ roep ik terwijl ik ook rechtveer. ‘Komaan!’


Hij volgt. Ook de andere kinderen op de molen gaan rechtop staan, de armen gespreid. Een kolonie vogels die boven de kermis zal opstijgen en nooit meer is teruggevonden. 
’I’ m flying!’

‘I’m flying!’
…Jack tips his face forward into her blowing hair, letting the scent of her wash over him, until his cheeck is against her ear.’
(Uit het scenario van James Cameron’s Titanic
)

755px-Unicornio_alado_(Le_Manége_d'Andrea)_Segovia.JPG