prepared to meet.jpg

De speel-plaats. Ze is historisch gekaderd in de bestaande Sint Pieterskerk in T. maar ze bestaat niet echt. Ik heb er wel jaren lang verbleven. Ik bedoel, ik ken ze, tot en met de geuren.
Het is de plaats voor hun spelen en spelletjes.
Boven een kerk omdat de rituelen die er beneden plaats vinden hen niet (meer) aanspreken, en ze blijkbaar op zoek zijn naar hun eigen rituelen en allegorieën. De verwijzing naar de historische beeldenstorm in 1566 is gewild.  Zij zullen op hun manier de oude beelden bestormen en ze vervangen door hun verhalen. ‚Deze beeldenstorm maakte alvast korte metten met hun zelfbeeld. Geblinddoekt leidt Elias hen naar de nieuwe speelplaats. De rol van de jongetjes in de Toverfluit mag best vermeld worden.
De speelzolder ligt dichtbij de klokkentoren.  Ook dat is niet toevallig.  Het is duidelijk dat hun uur is geslagen.
Maar de grote lege zolder is op de eerste plaats een confrontatie met de drie zijden van de triangel-driehoek. Weg van de wereld zal de wereld van hun verleden alle plaats krijgen.
Ze verkleden zich in engelen en spelen een eerste gek spel tussen gisteren en morgen.

2013 drawing 1.jpg


11. Rondleiding

Dames en heren, u gelieve nu jullie blinddoek voor te doen. Neen, Michiel, je kijkt eronder door. Hannah zorg ervoor dat hij stekeblind is. Bram, omdraaien anders wandel je terug de kerk in.

Hannah eerst, dan houdt Michiel haar schouder vast en Bram legt zijn hand op Michiels schouder. Zo moeilijk is dat niet.


Is het ver, ja het is ver. Hoog? Ja, het is hoog.

Of we ook nepvleugeltjes nodig hebben?


Zie je ons op één rij over de nok van het kerkschip lopen?


Hoe ver wil je gaan, hoe hoog kun je vliegen?


De kerk en de kermis heel diep onder ons.


Waarom loopt Bram niet achter mij?

Hannah, volg mijn stem. Je droomt. Wat doe je, Michiel? Trappen tellen? O. Om de weg terug te vinden. Bram niet kijken. Ja, dat ken ik, dat neuskriebelen!


Zijn we al ver? Neen, we zijn nog nergens. Zijn we al hoog? Michiel? Voilà. Nog maar de vijfenveertigste trede.

Maar hoe wist hij van onze afspraak? Eenenvijftig.


Trager, Hannah, dit mag heel lang duren. Vijfenvijftig.


Voel je wat mijn vingers zeggen? 


Ze zeggen: Hannah. Hannah, zeggen ze. Zestig. Leidt mij, Hannah. Ik zou je willen strelen maar telkens als ik begin ben je al verder en moet ik je bijbenen. Euh… Zesenzestig zeker? Hannah, ben je doof voor …Au.

Bram, pas op, je laat Michiel struikelen. Gaan we te snel? Mij niet gelaten. Ik wilde net het tempo opvoeren. Juist, we zijn voorbij het doksaal. Iets zingen? Neen, anders zou je verdwalen. Verdwalen op een wenteltrap. Tuurlijk kan dat. Tempo, tempo! Goed vasthouden!

Verdwalen op een wenteltrap? 


Zou hij de tekeningen van Escher kennen? 


Gek dat ik nu pas Michiels schouders leer bekijken. Veel steviger dan ik vermoedde. 


Hoor ik hem glimlachen als hij mijn aanmoedigende klopjes voelt? 


Zal ik ‘Komaan, makkertje zeggen, komaan, neem mij naar overal en nergens.’


Zal ik hem opvangen als hij nog eens struikelt?
Hem door zijn krulhaar strelen als ik hem optil? Hem in mijn armen..

Bram niet loslaten!
Neen, niet de vierduizendste en tiende trede. Als je goed luistert, hoor je hoe ver de kermis al weg is. Nog even volhouden. Volslagen radiostilte. Niet schrikken, het is bijna drie uur, en ..

——-EEN——–TWEE——DRIE—–

-Shit, we zitten in de grote torenklok.

-Reisje retour naar Rome, doof maar gelukkig.
-Een klok in re kruis, of …

——————g———————a————————–l——————mmmmmmm

——————g———————a————————–l——————-mmmmmmm

——————g———————a————————–l——————–mmmmmmm


.Nu langs deze overloop. Niet bang zijn. We zijn nu boven de kruisbeuken van het schip. Je hoort geen applaus van beneden, Hannah. Het zijn gewoon de vleugels van een nest kerkarenden. Ze pikken naar de ogen, daarom die blinddoeken. Mij kennen ze. Nu door dit deurtje. Bukken dus. Nog een beetje verder tot we allemaal binnenzijn. Deur dicht. Blinddoeken weg. Voilà.

 

1 .Architectonische beschrijving

Boven de gewelven van de middenbeuk en onder het zadeldak van de kerk is er een houten vloer gelegd zodat er een grote rechthoekige ruimte is ontstaan. 


Langs de lange zijden van deze rechthoek heeft men een hele reeks ingemaakte kasten vervaardigd, aan de linkerkant onderbroken door een deurtje dat naar een smal trapje leidt, trapje dat je naar de kapittelkamer en het archief voert boven de sacristie.


Achteraan zijn er drie kleine raampjes die spaarzaam daglicht doorlaten. In het dak zelf enkele kleine vierkante raampjes of luikjes specifiek voor het onderhoud van de dakbedekking ontworpen.


Deze verborgen kerkzolder bereik je via de wenteltrap in de klokkentoren. Voorbij het doksaal is er een deurtje dat je via een lange loopbrug over de voorste gewelven naar de ingang brengt. Ook via de sacristie zou je deze ruimte kunnen bereiken, maar het deurtje naar de kleine trap is achter een reusachtige zware kast ontoegankelijk gemaakt.
In een van de grote pilaren bij het hoofdaltaar is er ook nog een deurtje dat op een trap uitgeeft. Deze trap bracht je vroeger naar het tweede doksaal vooraan in de kerk. In het begin van de eeuw is dit doksaal afgebroken. Het trapje in de pilaar bestaat nog altijd.

 

2. Historische vermoedens:

Hadden ze elkaar gekend tijdens de zestiende eeuw dan verborgen ze hier de kerkschatten toen in 1566 de beeldenstorm door het land raasde. Gek genoeg vonden de verwoestingen hier plaats op vrijdag de 23ste augustus van dat jaar, terwijl het toen dezelfde dag was.

Deze beeldenstorm maakte korte metten met hun zelfbeeld. Beeldenstormer van dienst is de dertienjarige Elias die hen geblinddoekt naar zijn schuilplaats bracht.


Goed geconserveerde beelden van eigenwaan hebben nog maar enkele duwtjes nodig.

De jonge pianist en cellist Michiel zal door de wereld van deze jonge stadsprofeet stevig door elkaar worden geschud. 
Wat moet hij met zoveel kunstzinnigheid gaan beginnen als een huppelpasje of een zin uit Abrahams leven hem dieper raakt dan wat hij na jaren studie en oefening uit zijn instrumenten weet te halen?


Wat moet de toekomstige architect Hannah met haar ‘keep-it-cool’ en ‘let-it-be’ gehalte als de eerste ontmoeting haar in een virtuele ruimte heeft binnengeslingerd waarin haar dode broertje nog hoorbaar ademt?


En zullen we maar zwijgen wat de hemelbestormer en levensgenieter Bram te wachten staat nu hij zijn eigen kleine jongetjes – verdriet leert begrijpen, tien jaar na een hartstochtelijke huilbui op dezelfde kermis?

En alsof dat nog niet genoeg is, zorgde de verwoester voor een heftige bestorming der gemoederen, doorboorde op hetzelfde moment één pijl hun harten in de eenvoudige maar pijnlijke driehoeksvorm van een triangel, die met zijn kristallen ping-geluid kristalhelder en net zo scherp het puntje op de i van elk ikje zette, of waren het de drie puntjes (ting-ting-ting) op het vreemde woordje ‘jij’. (waarmee de betekenis van de drie klokslagen bij hun aankomst een muzikale voorspelling mag heten!)

Was ik vandaag in staat om terug te keren naar dat ogenblik , ik had geen seconde gewacht om jullie allen in mijn beverige armen te nemen.


’Hannah, wat doe je?’ hoor ik jullie zeggen.


Hoe zou ik de komende maanden van intense beeldenstorm en de tijd daarna in één gebaar moeten duidelijk maken?


En wat betekent dat beetje tijd als mijn kleine profeet vijfenzestig miljoen jaar is teruggereisd? Remmen, Hannah. Elias heeft net ‘voilà’ gezegd. Onze ogen moeten nog aan het licht wennen.

 

3. Feitelijkheden

Stilte.

Bram: ‘Waw! Shit.’


Hannah: ‘Wablief!’


Ikzelf: ‘Enfin.’

Er overviel mij het gevoel dat ik als elfjarige had toen ik met mijn vriendjes (2) en vriendinnetjes (6) kampen bouwde en schatten (drie zilveren knikkers, een doosje lucifers en een half pakje sigaretten) naar geheime schuilplaatsen bracht. 
Een gevoel van opwinding gemengd met verwachting. Avontuur. Gecodeerde boodschappen en doktertje spelen. Een eigen leven leiden, ver weg van de volwassenen.


’Hoe heb je dit ontdekt?’


‘Beneden in de kerk hangt er een medaillon met daarop Abraham, en er staat ook een beeld van de profeet Elias, Bram.’


Hij antwoordde nooit op onze vragen.


De geur.


Het rook er naar gedroogde bloemen. Vanille ook. Puddingpoeder. In de ingemaakte kasten echter hingen processiekleren, lagen attributen voor de eredienst, plakkaten van lang voorbije vieringen, heiligenbeelden, herdertjes zonder kerststal, foto’s van kanunniken en pastoor – dekens. Muziekpartituren.
’

En hier…’ Hij zwaaide een grote deur open. ‘De engelenvleugels!’


Vleugels van alle maten en in diverse kleuren in een eindeloze rij rekken en laden.


’Dit zijn aartsengelen – vleugels!

‘
Hij tilde een paar dat ongeveer net zo groot was als hijzelf.


’Aartsvader of aartsengel, geef hier.’

Bram gordde de reuzenvleugels om.


’Geef mij dat lichtblauwe paar.’


‘Hannah in ’t blauw, dan kies ik deze lila -vleugeltjes.’


Elias trok zijn nepvleugeltjes van echte pluimen aan.


Er bestaat spijtig genoeg geen foto van de vier engelen op een kerkzolder, een warme maandag in augustus.


‘Als je maar niet verwacht dat we nu nog op de nok van het dak gaan lopen.’ 


Hij schudde zijn hoofd.


’Ik heb dat maar één keer gedaan. Ik wilde weten hoe het voelde. Heel hoog zijn, zonder muren.’


We begonnen een gevleugelde tocht door de zolder.


We fladderden langs de kleine engel, we sprongen hoog op, kwamen in elkanders vleugellengten terecht, doken dan diep weg, walsten samen of begonnen aan een tango.

We probeerden allerlei vleugels uit, ontdekten een kast met lange gewaden, verkleedden ons snel en stonden lachend en zwetend bij elkaar, een bonte mengeling van kleuren en maten.


Hannah’s kleed tot net onder haar knieën, Bram met meterbrede mouwen, Elias met nog meters engelengewaad op de grond en ikzelf in een bebloemde jurk met pofmouwen.

‘Engelen tweede klas,’ zei ik.


’Laat ons zoeken tot we iets passend vinden,’ stelde Hannah voor.


Na een kwartiertje passen, kregen we iets meer hemelse kwaliteiten. Bram vond een liefelijke stralenkrans die je met een steeltje achter in je kraag moest steken.


’Alleen de lichtjes ontbreken nog.’


Hannah zwaaide met een herdersstaf.


Elias droeg een Grieks aandoend rokje tot net onder de knie, en ikzelf showde een gebarsten kroon bij een zilveren smal kleed tot op de grond.

‘Zie je mij hier voor de Rode zee staan als Mozes?’


We zagen inderdaad Hannah voor de woeste golven staan terwijl de Egyptische soldaten snel naderden.


‘Hou je staf hoog in de lucht!’ riep Elias. Dan wijkt het water en komt er een pad door de zee.’ Hannah – Mozes gehoorzaamde.


’Volg mij maar. Bram zal jullie pad verlichten.’


‘Volhouden hé papa. Je staf hoog in de lucht!’


Ik besloot de zilveren farao te spelen.


’Aha, daar hebben we ze te pakken.’


‘Dat denk je maar, farao. We zijn al bijna aan de andere kant!’ riep Elias.


Ik waagde mij op het pad, goed wetend wat mij te wachten stond.


’Je staf naar beneden, papa.’


We zagen het water de kruim van het Egyptische leger overspoelen.


Ik stierf duizend waterdoden en bleef languit op de zoldervloer liggen.


‘Dan neem ik nu een gondel en wrik ik me naar de overkant,’ zei Hannah-Mozes terwijl ze in haar Venetiaans vaartuig stapte en haar staf tot vaarstok omtoverde.


Ikzelf kwam weer tot leven en zwom terug naar de Egyptische kant.
’

We zullen jullie wel krijgen, hufters!’ riep ik hen nog na.


Mozes wuifde en gooide een kushandje naar de bijna verzopen farao.

light blasts above hairridge.jpg

(de kunstwerken zijn van Adam Hayes 2011. Hij stelt ten toon in de Rucker Gallery New York)