kristin calabrese pluim.jpeg

In de beslotenheid van de kerkzolder wordt van de spelers ‚durf’ gevraagd. Wat improvisatie lijkt, verraadt onderliggende goed gecamoufleerde lagen.
Elias heeft het speelplezier in hen wakker gemaakt, maar het plezier duidt ook op het spel van hun onderlinge verhoudingen. Zullen die duidelijk worden?
Wolf en schapen is een ogenschijnlijk onschuldig kinderspel. Probeer te ontsnappen.
De eerste ontwerpen van de tekst schreef ik voor het hoorspel ‚Spelletjes’, dat met ‚Het einde der tijden’, aan de basis van het boek lag.
We improviseerden het spel met enkele jonge mensen in de studio en hielden de beste dialogen over.  Ook hier moest het spelplezier hoorbaar (zichtbaar dus) worden.
Als wolf Elias schaap Michiel heeft doodgebeten bekent hij dat hij bang is van de levenden, dat hij Michiels vriend wil zijn en hem graag vasthoudt. Een kus als betaalmiddel om het verhaal van Li Po verder te vertellen, het verhaal waarin de dichter de weerspiegeling van de maan in het water kust en verdrinkt.
Ook dat verhaaltje is niet toevallig gebruikt: de eerste projecties worden hiermee in vraag gesteld. De waarschuwing: niets is wat het lijkt, mag duidelijk zijn

 

talia chetrit.JPG

12. Spelletjes

Eens we de kleren en de vleugels weer in de kasten hadden opgeborgen, wisten we dat we terug zouden komen. Hier. Om te spelen.


De engel met de nepvleugeltjes had ongeweten het speelplezier bij ons wakker gemaakt. ‘Zullen we hier komen wonen?’ stelde hij ons voor.


Hij vertelde ons dat er tot net voor de oorlog een man in de toren had gewoond. De torenwachter. Van tien uur ’s avonds tot vier uur ’s morgens blies de man een deuntje op zijn tuba om iedereen te verzekeren dat alles rustig en veilig was.


Hij liet ons een foto van de laatste torenwachter zien.
We vonden wonen een beetje veel gevraagd.


‘Blijf jij hier soms overnachten?’ wilde Hannah weten.


‘Als je heel droevig bent, moet je’ t door dit venstertje licht zien worden. Dat gaat heel traag. Alsof er iemand met een vloeipapier de donkerte weghaalt.’


1.


Ik keek naar Michiel.
We zouden het samen licht zien worden.
 Zoals nu een zweetdruppeltje van zijn oor een spoor naar zijn nek trok, zo zou ik dat druppeltje zachtjes wegkussen.


2.


Ik voelde Hannah’s warmte heel dichtbij. Ja, het wordt licht, zou ik zeggen. Het licht op haar huid. Schaduwvlekjes nog op haar borsten. 
Als ze één stapje naar het raampje zou doen, werd wat ik die nacht met mijn huid had gezien ook voor mijn ogen zichtbaar.


3.


Dat eerste licht heet Bram. De jongen met de stralenkrans. Nooit meer bang zijn in het donker. Ik neem hem in mijn armen en zie op de rondingen van zijn schouders de dag beginnen.

‘Ik ken een hele boel spelletjes. Voor sommige moet je heel wat durven. Geloof je dat?’
We willen dat best in de botsautootjes gaan uitproberen.


Wolf en schapen, een jachtspel bij het begin van het schoolseizoen.

Elias:


Wolf en schapen is een jachtspelletje voor twee spelers.
(hij kijkt rond en kiest Michiel die eerst weigert maar tenslotte toegeeft.)

Michiel:


Eén speler is de wolf, de andere de schapen.

Elias:


Het doel van de spelers is verschillend.De schapen kunnen winnen als ze de wolf zodanig kunnen insluiten dat hij niet meer kan bewegen.

Michiel:


En de wolf wint wanneer hij voldoende schapen doodt en zijn vrijheid herwint.

Elias:


Ik ben de wolf.

Michiel:


Neen, ikke.

Elias:


Ik heb altijd al wolf willen zijn.

Michiel:


Juist, jij hebt altijd al wolf willen zijn.

Elias:


Dus ben jij het schaap en ik de wolf. Ik tel tot drie.

Michiel:


En dan?

Elias:


Dan moet jij gaan lopen.

Michiel:


Ja. En dan?

Elias:


Moet ik je vangen.

Michiel:


Ok. En dan?

Elias: 


Zal ik je opeten.

Michiel:


En hoe kan ik dan winnen?

Elias:


Weet ik veel. Verzin maar wat. Misschien als je een mooi verhaal kunt vertellen zodat de honger van de wolf overgaat.

Michiel:


Jamaar…

Elias:


Eén…

Michiel:


Ik… Wel, luister. Heel lang geleden…

Elias:


Twee…

Michiel:


Ken je de Chinese dichter Li Po?

Elias:


Drie!

Michiel:


Wel, de Chinese dichter Li Po, die stierf in 762, was een verschrikkelijke dronkelap.

Elias:


Ik kom!

Michiel:


Hij was zo dronken dat hij zijn gedichten zelf niet kon opschrijven.

Elias:


Ik ben er!

Michiel:


Dus als hij dronken was, schreef de keizer, jawel de keizer zelf, zijn gedichten op.

Elias:


Ik heb je vast.

Michiel:


Op een dag was het weer zo ver. De keizer en Li Po zaten samen in een bootje…

Elias:


Je bent eraan.

(Michiel gekleed in een gouden engelenkleed valt op de grond.)

Elias:


Jaja, val maar neer. Ik heb je de keel doorgebeten. Bloed stroomt als dikke ketchup uit je nek.

(Michiel blijft nog steeds voor dood liggen.)

Elias:


Zeg iets. Dit is een spelletje. Je bent geen schaap meer. Doe niet onnozel. Ik ben geen wolf. Ik ben je vriend. Ik hou je graag vast. Daarom wilde ik je dood. Ik ben bang van de levenden. Kom, wat gebeurde er met Li Po? Vertel het. Als ik je kus, word je dan weer levend?

(Hij kust Michiel)

Michiel: 
(Hij spreekt zacht, nog altijd een beetje dood.)

Het was nacht.

Elias:


En toen?

Michiel:


De keizer en Li Po zaten in een bootje.

Elias:


Dat heb je al gezegd!

Michiel:


Ik denk dat ik weer doodga.

Elias:


Ok, ok, je hebt het nog niet gezegd.

Michiel:


De dichter zag de weerspiegeling van de maan in het water van het meer.

Elias:


Ja, en toen?

Michiel:
 Hij wilde de maan kussen. En hij verdronk.

(Het blijft even stil.)

Elias:
 

Schaapje? Als jij de maan wilt kussen, dan haal ik ze voor jou uit de hemel.

Michiel:


Pas maar op, dat is een ander spelletje.

Elias:


Ken je het? Hoe heet het dan?

Michiel: 


Icarus.

Elias:


O ja, dat verhaal ken ik ook.

De wolf met nep – engelenvleugeltjes probeert op te stijgen, maar het lukt niet. Hij stort neer naast de wolf. 
De kijkers applaudisseren.

sara gree,nberger rafferty46_the-understudy-i.jpg

 13. De gevolgen van een jachtspelletje

Niemand van ons vermoedde dat dit eerder gekke spelletje de discussie hoog zou doen oplaaien.

‘Ik vond het een mooi verhaal,’ zei Bram. ‘Maar het kon blijkbaar de wolf niet overtuigen.’

‘Ik moest het ter plekke uitkramen. Ik heb het vorig jaar in een spreekbeurt gebruikt. Ik kreeg de tijd niet om het te ordenen.’


De wolf stak zijn vinger op.


‘Het was heel mooi maar het schaap gaf het te vlug op!’


‘Sorry, maar ik was dood. Je had me de keel doorgebeten.’
’

…het duurde te lang eer je verhaal begon. En ik had honger. Ik moest dus wel bijten. Maar terwijl je stierf had je ’t nog kunnen vertellen.’.’


‘Met doorgebeten keel?’


‘Terwijl je je laatste woorden zei bijvoorbeeld.’


‘Maar dan was ik toch ook dood geweest!’


‘Juist, maar dan had je gewonnen. Waarschijnlijk had de wolf je dan weer levend gemaakt.”

Nu heb ik toch ook gewonnen!’


’Ja, op een laffe manier,’ zei ik. Iets te hard. Ik zag Michiel schrikken.


‘Op een laffe manier?’


‘Je hebt het spel doorbroken. Je hebt je verhaal verlaten en je probeerde je tegenspeler bang te maken.’


‘Maar dat was net zo goed een spelletje, Hannah!’


’Noem het maar chantage.’


‘Je overdrijft!’


Bram kwam Michiel te hulp. Elias zweeg en bekeek ons alsof de discussie mijlenver van hem plaatsvond.


‘Als jij mij niet laat winnen, dan speel ik niet meer mee, dat bekende spelletje heb je gespeeld. Tot twee keer toe.’


‘Maar de wolf verliet met evenveel gemak zijn rol.’


‘Hij moest wel. Jij bleef voor dood liggen. Je liet hem geen andere keuze.’
’

Maar hij zei dat hij me graag dood wilde, dat hij bang was voor de levenden.’


‘Dat zei hij, maar het tegendeel bleek waar toen hij je smeekte om weer levend te worden. 
Nu moest hij je kussen om je weer in het spel te krijgen.’


‘Dat was niet mijn gedacht!’


‘Ik had hem ook kunnen kriebelen, maar ik dacht dat kussen beter zouden werken,’ verbrak Elias de spanning. ‘Zoals bij Sneeuwwitje of Doornroosje.’


We lachten opgelucht.


De manier waarop Michiel me had aangekeken toen ik hem aanviel, verraadde meer dan hij vermoedde.


De volgende dag begon het nieuwe schooljaar.

avner sher-jonah-ck.jpg