wafaa Bilal__THE_ASHES_SERIES_CHAIR2.jpg


Kasten, inzonderheid grote kasten zoals kleerkasten, hebben in menig verhaal een bijzondere rol gespeeld. Ook mij intrigeerden ze als kind: de kapstokken met kleren net zoals de geheimzinnige dozen waarin mysterieuze papieren en herinneringen de tijd voorbij je eigen ouders aanduidde.  De kleren zelf konden net zo goed wezens zijn die een eigen leven leidden.
Je kon je er ook in verbergen. De geuren van mottenballen, stoffen en hout verraadden een onbekende wereld.  Eens je de deur zou openen kwam je in een andere tijd terecht, of zoals in mijn verhaal: je viel uit de tijd.
De tijd, ik citeer even opnieuw Safranski in zijn filosofische bloemlezing over het kwaad: ‚Waarom vindt de mens geen zielenrust, waarom bestaat er voor hem geen hoogste goed waarmee hij tevreden zou kunnen zijn?  Hij is een wezen dat niet alleen in het heden staat, maar dat een ongewisse toekomst voor zich ziet en zijn verleden achter zich aansleept.’ (Rudiger Safranski, Het Kwaad, p.95)
Dat verleden zit Hannah danig in de weg. Door het spel ‚uit de tijd vallen’ wordt ze gedwongen dat verleden onder ogen te zien om er zich niet van te bevrijden, maar het een plaats te geven.

varda Yatom WEDDINGFIGUREsinglehighres0.jpg

 

17. Buiten de tijd


Twee spelers, Elias en Hannah, zitten in een grote ingemaakte kast. We horen alleen hun stemmen.


Elias:


Hannah, je durft niet.

Hannah:


Hoe, ‘ik durf niet’?

Elias:


Gewoon, je durft niet.

Hannah:


Bij mij pakt dat niet.

Elias:


Zie je wel dat je niet durft.

Hannah:


Ik moest dus de deur opendoen?

Elias:


Ja.

Hannah:


Dat is dan simpel hé. Ik doe de deur open.

Elias:


Je weet wat er dan gebeurt…

Hannah:


Dat zeg jij, ja.

Elias:


Je valt uit de tijd.

Hannah:


Zotteke.

Elias:


Je valt uit de tijd zeg ik.

Hannah:


En waar zou ik dan terechtkomen?

Elias:


Buiten.

Hannah:


Buiten de tijd?

Elias:


Ja.

Hannah:


En jij dan?

Elias:


Ik blijf binnen.

Hannah:


Jij durft dus ook niet?

Elias:


Ik durf wel, maar ik wil niet.

Hannah:


Ik doe het, hé!

Elias:


Waar wacht je op?

Hannah:


Ik kan dan niet meer terug?

Elias:


Als je buiten bent geweest, kun je niet meer terug.

Hannah:


Dan ben je mij kwijt?

Elias:


Ja.

Hannah:


Vind je dat dan niet erg?

Elias:


Toch wel.

Hannah:


Waarom hou je mij dan niet tegen?

Elias:


Als iemand buiten wil, kun je hem of haar niet tegenhouden.

Hannah:


Ga je mee?

Elias:


Neen.

Hannah:


Waarom niet?

Elias:


Ik hou van gisteren en van morgen.

Hannah:


Ik denk dat ik weg moet.

Elias:


Ja, dat denk ik ook.

Hannah:


Dag.

Elias:


Dus je wilt de deur opendoen?

Hannah:


Ze zullen denken dat ik dood ben.

Elias:


Ja, dat zullen ze denken.


DE DEUR SCHUIFT OPEN: HANNAH LAAT ZICH NAAR BUITEN VALLEN.

jenny Morgan_OBLIVION0.jpg

(Kunstwerken zijn van Waafa Bilal, Varda Yatom en Jenny Morgan uit de Driscoll Babcock collectie NY)