tissot en plein soleil.jpg


Ik kan je geen structuren aangeven, of beter, al zou ik het kunnen, ik wil het niet. Literaire teksten kunnen best gepland zijn, maar de ogenblikken waar de tekst het zelf overneemt, de planning ontwijkt, zijn eigen weg gaat mag dan ten zeerste door taalonderzoekers gewantrouwd worden, maar vaak begint daar het literaire gehalte te tellen, het vrijkomen van ideeën en emoties, opgewekt door al dan niet toevallige impulsen, tevoorschijn gekropen uit de donkere lagen van ons gemoed of blijkbaar zonder causaliteit de weg banend naar wat op het eerste gezicht een ontsporing maar later de essentie blijkt te zijn.

Lily Briscoe ging door met het opbergen van haar penselen, waarbij ze haar ogen opsloeg en neersloeg.  Wanneer ze haar ogen opsloeg, zag ze hem -Mr. Ramsay- naar hen toe komen, zwaaiend, onverschillig, onopmerkzaam en afwezig.  Een beetje een hypocriet? herhaalde ze.  O nee, de oprechtste, de eerlijkste (daar was hij), de beste van alle mannen.  Maar wanneer ze haar ogen neersloeg, dacht ze, hij denkt alleen maar aan zichzelf, hij is tiranniek, hij is onrechtvaardig; en ze hield haar ogen neergeslagen, opzettelijk, want alleen zo kon ze haar evenwicht bewaren als ze bij de Ramsays verbleef.  Zodra je opkeek en hen zag, stortte haar ‚verliefdheid’ zoals ze het noemde zich over hen uit.  Ze werden een deel van dat maar indringende en opwindende universum dat de wereld voor verliefde ogen is. De hemel was onverbrekelijk met hen verbonden, de vogels zongen door hun toedoen.  En ze had nog een opwindender gevoel: als ze keek naar Mr. Ramsay die naar hen toe kwam en weer wegging, naar Mrs. Ramsay die met James voor het raam zat, naar het bewegen van de wolken en het buigen van de bomen, had ze het gevoel dat het leven, dat bestond uit een opeenvolging van losse incidentjes die je een voor een beleefde, zich samenbalde tot één geheel, je als een golf optilde en je met onstuimige vaart op het strand wierp.

Wat mij zo aantrekt in teksten en beelden is de poging om ‚het evenwicht te bewaren’ en hoe wij daarin sierlijk of potsierlijk mislukken net door de intentie het evenwicht te willen bewaren, uit schrik ons over te geven aan wat ons werkelijk bezielt of uit goed bedoelde voorzorg ons niet te verliezen in dat indringende en opwindende universum dat de wereld voor verliefde ogen is,  waaruit we inderdaad creativiteit en levenswil puren en tegelijkertijd ons verwonden en met geschaafde knieën uit het diepe dal kruipen dat als hemel was aangekondigd.
Als Lily deze emoties bij een ander persoon waarneemt (Mr. Bankes die naar Mrs. Ramsay kijkt) denkt ze:

Het was liefde, dacht ze, terwijl ze net deed alsof ze haar doek verzette, gedistilleerde en gefiltreerde liefde; liefde die nooit een poging waagde om op het geliefde voorwerp beslag te leggen maar die, net als de liefde die wiskundigen hun symbolen of dichters hun bewoordingen toedragen, bedoeld was om over de wereld uitgedragen te worden en de mensheid te verrijken. Zo was het inderdaad.  De wereld had er zeker deelgenoot van gemaakt moeten worden als Mr. Bankes had kunnen zeggen waarom die vrouw hem zo beviel; waarom de aanschouwing van haar, zoals ze een sprookje aan haar zoon zat voor te lezen, op hem precies diezelfde uitwerking had als de oplossing van een wetenschappelijk probleem, zodat hij erover bleef mijmeren en het gevoel had dat de barbaarsheid was getemd, de heerschappij van de chaos was bedwongen; het gevoel dat hij ook had wanneer hij iets onomstotelijke had bewezen omtrent de stofwisseling van planten.
Een dergelijke vervoering want hoe zou je het anders kunnen noemen? – maakte dat Lily Briscoe volkomen was vergeten wat ze wilde zeggen.

Er zijn dus niet alleen de verliefde gevoelens van Lily, maar ze herkent ze in de benadering van Mr. Bankes waardoor ze vergeet wat ze wilde zeggen, het verbleekte bij deze ‚vervoering’, dit zwijgend staren, waarvoor ze innig dankbaar was; want niets troostte haar zo, verminderde zo de verbijstering van het leven en hief op wonderbaarlijke wijze de lasten ervan op als dit verheven vermogen, deze hemelse gave. En net zomin als je erover zou denken de bundel zonlicht te doorbreken die vlak over de vloer ligt, zou het in je opkomen deze verheven stemming te verstoren zolang ze duurde.

Het merkwaardige is dat ze terwijl wel kon huilen omdat haar schilderij zo slecht was, onbeschrijfelijk slecht.
Vanuit die droevige vaststelling bouwt ze een observatie uit het verleden op: hoe Mr. Bankes als geen ander een scherm van beschutting leek uit te spreiden en waarom zijzelf zo anders was en als slot van haar bedenkingen uitkomt bij de vaststelling dat zij haar vader had, haar huishouden, zelfs haar schilderen al leek dat erg weinig (zo maagdelijk) tegenover al dat andere.
Deze beschouwingen van je eigen innerlijk, de projecties van wat anderen zouden voelen en denken, de observaties van de ruimtes waarin zich de herinneringen afspeelden, ze vormen een gelaagde eenheid die telkens weer wanneer je denkt dat er een soort evenwicht is bereikt, het als een golf op de kust uit elkaar spat in ontelbare kleine druppeltjes, zoals dat in ons eigen leven ook gebeurt, of kan gebeuren.

De blik van Lily’s ogen was op dezelfde hoogte als die van Mr. Bankes rechtstreeks gevestigd op Mrs. Ramsey die daarginds zat te lezen met James aan haar knie. Maar terwijl zij nog keek, had Mr. Bankes er ineens genoeg van.  Hij zette zijn bril op.  Hij deed een stap achteruit.  Hij hief zijn hand op.  Hij kneep zijn heldere blauwe ogen halfdicht en toen Lily, zich wakker schuddend, zag wat hij van zins was, kromp ze ineen als een hond die een hand ziet geheven om hem te slaan.  Ze had het liefst het schilderij van de ezel gerukt, maar ze zei tegen zichzelf: Je moet. Ze zette zich schrap om de vreselijke beproeving te doorstaan dat iemand naar haar schilderij keek.  Je moet, zei ze, je moet. En als het gezien moest worden, was Mr. Bankes minder erg dan een ander. Maar dat vreemde ogen het bezinksel  van haar drieëndertig jaren zouden zien, de neerslag van iedere dag die ze geleefd had, vermengd met iets dat zo geheim was dat ze er in de loop van al die jaren nooit had over gesproken of er iets van had laten zien, was een marteling.  Tegelijkertijd was het geweldig spannend.

In de hedendaagse monomane wereld waarin de eenduidigheid weer meester is geworden als schijnbaar middel tegen angst en onveiligheid weet je dat alleen dergelijke teksten een einde aan de barbarij kunnen maken, of het althans zouden kunnen als zij via lezers in ons gezamenlijk gedachtengoed konden doordringen.

 

lilacs in a window mary cassat.jpg