GEVALLEN WOORDEN (10)

72c55dd609c7b75e938f3036b264d086.jpg

 

En laat ze met hun zelf beschreven vleugels
vliegen tot in het ijle waar de rand van god
zich over de stank van Lucifer plooit,
dat is: de poolnacht waarin hun hijgen tot eeuwig ijs
is verstomd, de koorddanser boven het niets van leegte
zijn pretentieus touw van amechtig zuchten blijft spannen,
de versleten violist zich van melkwegstelsel vergist
en sterren huilen bij de sluisdeuren van de woordenstroom.


En laat ze met het roeren in de brei verder vegeteren
tussen verzonnen hallucinaties en wrijven met zwabbers
over het uitgeteerde dek van het aangespoelde schip
dat zij een vaartuig noemen, dat zij met het ontkennen
van zwaartekracht verwarren terwijl woorden los laten
op de leest van het wanhopige geslagen en verbogen,
uit hun boeken gerookt, ontdaan van het cosmetische
waarna ze als geschrei uit de flessenpost van mijn leeg eiland
op jouw verre kusten aanspoelen, schrale bondgenoten
van het wrakhout waaruit een vlot zich dromen laat,
spaanders van het  uiteengeslagen huis van de voddenboer
die het leven een welluidend pak dacht aan te meten.

De oceaan is geduldig, lief.

52211dc004a.jpg

de kunstwerken van William Skrips, New Mexico

GEVALLEN WOORDEN (9)

PA180005.jpg

18 oktober 2014
et in Arcadia

Zephyrus’ en zijn broertje Notos’ zoele adem bliezen
tot aan oktobers’ navel hun gulle bries; de zachte ploert
kreeg het hemelruim voor zich alleen en bij ontstentenis
van Kaikias, de Noorderboef, ontvouwde zich het hemelruim
alsof het grote sterven van het najaar onbestaande was.

Ikzelf, met Westmalles paters-goud in handbereik,
de voeten op de tuintafel en naast mij neergeveld een
uitgestrekte kat,  schoof zelfs de weekend-woorden
naar de schemering  en sliep bedwelmd door zoveel goeds
weer als een boreling, onwetend van Boreas’ bestaan.

Ondenkbaar dat Zephyrus’ zuchten Apollo’s schijf tegen
het mooie hoofd van Hyacinthus sloeg; hoe schoonheid
schoonheid doodt, maar wie haar liefheeft leert verliezen
wat hij wil behouden, zoals deze dag waarin een oude ziel
zich zuivert voor de winternacht die op zijn terugweg
jouw vervlogen naam in vroege bloemen schrijft.

PA180001.jpg

GEVALLEN WOORDEN (8)

Tony Hernandez_artodyssey (17).jpg

In het museum van het woordeloze zijn herinneringen
in glasdraad geweven rond klankgaten waaruit het geluid
van nevel over oude moerassen fragmenten schemergetallen
uitstrijkt over de grens tussen verlies en onmerkbare versmelting.

Nooit ben je weggegaan, dat moet je weten, ingesneeuwd
maar met heldere grilligheid van springend poollicht,
blijven je ogen in elke ontdooide lente door dove dingen
heen kijken, lichtjaren ver verwijderd maar intens nabij.

Elke lege schelp verbergt het spreken van de zee, en wie
wil luisteren kan in de diepste kerker haar glimlach in
zijn ontstopte oren binnenlaten, hoort de hersenspinsels
en de bomen groeien op het eiland dat wij even waren.

Wie de verten zoekt, kent de landkaart van het kijken,
de meanders van het verstilde water waarin wij, vissen
 in de spiegeling van trage stapelwolken,
ontdaan van woorden nooit meer bang zijn te vergeten.

(*schemergetal: getal dat het scheidend vermogen van kijkers aangeeft in relatie tot de lichtsterkte)

Eugenio Cuttica_paintings_artodyssey (27).jpg

kunstwerken van Tony Hernandez en Eugenio Cuttica

GEVALLEN WOORDEN (7)

schuifjes.jpg

Gewoon een vermoeid woord was het,
-of het enkele weken mocht logeren
 in de stille hoeken van het huis –
er zijn als ik naar de rood verkleurende
wingerd keek achter in de tuin, of naast de kat
mocht slapen die zacht kreunend droomde,
vier witte voetjes bij elkaar, kussentjes als
uitstekende rustplaats voor een vermoeid woord.
Ook in het strijklicht van de late middag in de veranda
zou het zich ontrollen, zijn letters loslaten
in de spiegeling van het vijverwater op de zoldering.

Onuitgesproken kon het zijn klanken
 met de vroege avond laten vallen.
In het donker van mijn ogen slapen
was veel gevraagd, maar het kon.

Van de boeken bleef het ver vandaan,
het was maar een eenvoudig woord, zei het,
wars van literaire pretenties,
maar niet zo simpel of zo slaafs
als een lidwoord, wel te lui  voor dubbelzinnigheid.

Graag ontdaan van zijn betekenis zou het
doorzichtig en onzichtbaar zijn,
-ik dacht aan het volle-maanlicht in het trappenhuis-
maar in haar sluimerslaap schrok de poes
toen het smartelijk om verloren letters riep.

Die nacht, in het donker van mijn ogen,
droomde ik zijn verlangen om bij het andere woord te zijn.
Met enkele krullen en wat streepjes meer
zou het van zijn woordblindheid genezen.
Een woordspeling hoefde niet,
gewoon samen in het woordenboek wonen
zoals ‚gaandeweg’ of ‚pepermunt’.

We werden heel vroeg wakker,
droevig om elkaars tekort .
‚On’ en ‚af’, twee vermoeide woorden in een winternacht.


Wie ons verenigde, herkende wel
zijn eigen heimwee naar verloren letters en dies meer.

Onaf maar onafscheidelijk.

verlaten station.jpg

foto’s van Yves Marchand en Romain Meffe

GEVALLEN WOORDEN (6)

lengle william 1884-1957(circus).jpg

Tussen wat wij zouden weten en wat wij dwingend willen,
-borgtocht voor het exclusieve, chantage de l’amour-
tussen verscheuren en elkanders honger stillen,
-lenigheid of telkens weer een heksentoer-
tussen schone schijn en wat de ziel laat trillen,
-de jungle in of eindeloos, ’t bekend parcours-
tussen weerloosheid en fraai verpakte grillen,
-de prinsenstoet en ik de schoppenboer-
tussen woordenvloed en het beklemmend stille
-het blijven botsen op de koude vloer-

gebroken glazen in een kast vol roze brillen.

 

Lia Laimbock _ paintings (30).jpg

GEVALLEN WOORDEN (5)

Test_Flight_16x26_Oil_on_Linen_2010-huge.jpg

Wat ik in mijn hoofd haalde
moest ik in woorden verpakken:

dat de liefde of wat daarvoor doorgaat
niet de buit was, dus niet de jachthond horen hijgen
maar de echo onder het koepeldak van laat licht
een poging tot loslaten was, het openschuiven
naar de sterren en vragen aan de opgloeiende verledens
of zij bijna 14 miljard jaren onderweg waren om jouw ogen
vol tranen te zien bij zoveel nooit te verklaren innigheid.

Ik kon je over waterstof en helium vertellen, zeggen
dat we tot op een zuchtje van de big-bang konden kijken
en je formules van buiten laten leren maar je vragen
onbeantwoord laten waarom je liefde nog steeds
niet zonder sintels van brandstapels kon,
met krantenpapier en indianenverhalen gestookt,
muurkanker die mijn kleine huiselijke ziel blijft aantasten.

Misschien kan over nog eens zoveel miljarden jaren
iemand deze stilte opvangen,
 ze op zijn woest planeetje uitzaaien,
en elk onderdeeltje van ons rakelings passeren
een nerf in het plankier tekent die
krullenjongens van nachtblindheid mag genezen.

(Weet je: een synchrotron zorgt voor snelheid
als je als klein (subatomair) elektrisch geladen deeltje
te traag bent om waargenomen te worden, een deeltjesversneller dus
voor deeltjes met relativistische snelheden.)

ESRF-02-386.jpg

GEVALLEN WOORDEN (4)

sleeping boy odd nerdrum.jpg

In traag vloeipapier trekt de nacht witjes weg, blijft nog
in enkele vouwen van je kleren over een zetel liggen, ook
in je ogen, groen licht voor een eerste glimlach, dit
is planeet aarde zeg ik, en mijn lippen komen aan land
op de ronding van je schouder, hoofd tegen hoofd sluiten
wij gelijktijdig weer de ogen, terugkeer uitgesloten: het
herexamen van een kalenderdag, dubbelagent van plicht
en droom loopt tegen de lampen van de rozerode bedrieger
die ongenadig het wiel van zijn slijpmolen draaien laat.

Therapie of duiveluitdrijving, trompetten van de laatste dag,
zelfs god op zijn wolk kan de voorbije uren niet verbleken.
Kom maar met je wreed verhaal, valse leeuwerik,
duurbetaalde kraaien hebben de nachtegaal met
verve mores geleerd, hun kleurboek voor volwassenen,
met lijntjes overwoekerd, ligt op de leestafels van
de exorcist. In het rivierzand van de lege bedding
glinsteren minuscule splinters van een verdronken hart.

In het onmetelijke donker niet groter dan een ster.

teisai hokuba.jpg

-sleeping boy: Noorse schilder Odd Nerdrum (1944)
-de nachtegaal: de Japanse kunstenaar Teisai Hokuba (1771-1844)