mangobloesem.JPG


Intussen in Bengalen, de vrouw Mirjam

In een goedkope kamer in een aftands hotel doet ze een raam open,
leunt naar buiten, zuigt haar longen vol
met een mengsel van geuren: mangobloesem,
riool, gerechten van armen, beschimmelde vruchten,koeienmest.

De nacht is lauw.  Mistflarden van de rivier.  De duisternis verzadigd van
een lichte rotting.  In de spleet tussen haar borsten
sprenkelt Mirjam vijf of zes druppels scherp
parfum.  Ze sluit het raam.  Eet vis.  Deze vork is niet al te schoon.

En toen jij van verre een vijgenboom zag, die bladeren had, ging hij
daarheen om te zien of hij er ook iets aan vinden zou.
En erbij gekomen,
vond hij er niets dan bladeren, want het was de tijd niet
voor vijgen.  Ze kijkt in de spiegel.  Ogenpotlood.  Poeder. Tissue.

Lippenstift.  Indien uw oog u tot zonde zou verleiden.  Indien het zout
zoutloos wordt.  Ze trekt een andere rok aan.  Haar klant zal te laat komen.
Zal betalen.  Zal zich uitkleden.  Zal in het Engels vragen om de
lepeltjeshouding, dat wil zeggen dat hij wil komen

vanaf haar rug, op haar zij.  Als een lepel in een lepel in een la.
In deze houding is Mirjam beschut opgerold, niet als een zwervende vrouw die gemeenschap heeft maar, zo lijkt het even,

alsof haar rug aan het kruis is bevestigd en alsof het kruis een is geworden met haar vlees.  En toen zei Jezus tot haar ga heen mijn dochter
de boze geest is uitgedreven.  Daarna gaat ze douchen.  Eet doornen,

en valt in slaap met een kale Italiaanse kunststof pop die van bed naar bed met haar mee zwerft.  Droomt van brood
gebakken in een hutje.  Taliti noemi.  Meisje sluimer.
Morgen Chandartal.

Hoofdstuk uit: ‚Dezelfde zee’, Amos Oz De Bezige Bij, 2014
Heb je een e-reader dan voor 4,99 euro te koop bij bv. bol.com, als paperback: 12,50 euro.

In Bat Jam, een badplaats bij Tel Aviv, woont de wat saaie belastingadviseur Albert Danon. Zijn vrouw Nadja is pas overleden aan kanker en hun enige zoon Rico is op reis in het Verre Oosten, op zoek naar zichzelf en naar zijn overleden moeder, door wie hij zich verlaten en verraden voelt. In korte hoofdstukken roept Oz een wereld op waarin levenden en doden, romanpersonages en bestaande mensen met elkaar optrekken, alsof ze allemaal `uit dezelfde bron komen en naar dezelfde zee stromen. In Dezelfde zee schrijft Amos Oz voor het eerst expliciet over de zelfmoord van zijn moeder. Het verhaal waarin de thema’ s liefde, dood en verlating een essentiële rol spelen, kan gezien worden als een metafoor voor zijn eigen leven. Dezelfde zee is helder en nuchter, maar tegelijkertijd subtiel en gevoelig, en van een poëtische schoonheid.

Aldus de uitgeverstekst.

Ik hou niet van boekbesprekingen, wel van signalementen.  Amos Oz is natuurlijk een uitverkoren ziel.  Ik heb hem op papier en via de voor het bed, bad en stad zalige e-reader.

Van Tim Adams uit The Guardian pik ik deze zin:


‚This book is written in lapidary stanzas, each layered with adamantine shards of imagery that suddenly catch the light. It is a love story of sorts, involving a father and son, entranced, in different ways, by the same two women, one living and one dead.’
Writing in verse returns the author, he suggests, to ‘the bad old days of his youth when he used to run away at night to be all alone in the reading-room of the kibbutz where he would cover page after page with jackals’ howls’.

Een jakhals met een eindeloos gevarieerd gehuil. Voor nog geen vijf euro te beluisteren nog voor de volgende nacht komt waarin slapeloos zijn op een wonderlijke manier wordt ingevuld.

DuncanGrant-Bathing.jpg