Ignaz Moscheles 1827 engraving after Lieder.jpg


Honderd vijfenveertig jaar geleden was het vandaag, 10 maart 1870, voor Ignaz Moscheles een droevige dag.  Hij ging dood. En eerlijk gezegd, heb je -zelfs als je bij radio Klara werkt- al ooit gehoord van Ignaz Moscheles? Hij had nochtans zo beroemd kunnen zijn als Franz Liszt of Niccolo Paganini.


Geboren in Praag (1794), gevormd in Wenen en later Londenaar-uit-eigen-beweging was hij een van de grootste klaviervirtuosen van zijn tijd.
Ik heb onmiddellijk de pianist Nöel Lee aan het werk gezet en die speelt nu terwijl ik dit schrijf zijn études. (Je kunt onderaan de mooie Etsuho Hirose enkele études laten spelen terwijl je verder leest.)


Toen hij stierf die droevige 10de maart 1870, was Berlioz net een jaar dood, Rossini een jaar en half.  Schubert, Mendelssohn, Chopin en Schumann waren gekomen en gegaan. De carrière van Liszt zat er ver op, Brahms en Wagner waren op hun toppunt en Debussy was zeven en half jaar jong.
Ik heb die mooie zin overgenomen uit een uitvoerige biografie( http://www.moscheles.org/)
waarin mijn verbazing over het drukke leven van toen vooral ontstond uit de stilte die er optrad na zijn leven waarin hij auteur was, de eerste die een transcriptie voor piano maakte van Beethovens opera ‘Fidelio’, leidde klaverklassen aan het conservatorium van Leipzig, plaats die hij aan zijn vriend Mendelsohn had te danken, en componeerde tegen de sterren op, ook pianoconcerto’s en was een absolute top als pianist.
De mooie opname vertolkt door Noël Lee uit 2010 (Arion) eindigt met een een mooie ‘sonate mélancolique’ en dat is het juiste gevoel bij dit kleine in memoriam.

‘Moscheles’s growing reputation as a pianist and a composer, joined with political and religious factors to make his eight years in Vienna an extraordinarily rich experience. Aside from his important intercourse with Beethoven, vital friendships were forged in the city’s leading social circles, which included the prominent Jewish families of haute finance, such as the Rothschilds, Lewingers, Arnsteins, and Eskeles. The financial expertise of these families gave them virtually unlimited privileges when compared with less educated Jews, who were only beginning to emerge from Europe’s ghettos. Their Viennese homes served to underscore the unique status of these privileged Jews by providing a showcase for their “Jewishness” (often attractive to non-Jews in an age which counterposed assimilation and tokenism) and, at the same time, by emphasizing their emancipated lifestyle.’ (Robert W. Chambers. Jr)

Ignaz Moscheles with Smart.jpg

 ‘I play all the new works of the four modern heroes, Thalberg, Chopin, Henselt, and Liszt, and find that their chief effects lie in passages requiring a large grasp and stretch of finger, such as the peculiar build of their hands enables them to execute; I grasp less, but then I am not of a grasping school. With all my admiration for Beethoven I cannot forget Mozart, Cramer, and Hummel. Have they not written much that is noble, with which I have been familiar from early years? Just now the new manner finds more favor, and I endeavor to pursue the middle course between the two schools, by never shrinking from any difficulty, never despising the new effects, and withal retaining the best elements of the old traditions….’

Wellicht heeft hij veel van zijn succes bij leven en welzijn te danken aan de uitbouw van de piano(forte) tot een volwaardig concertinstrument.

 ‘A part of Moscheles’s success in these pianoforte programs was undoubtedly due to the dramatic advances made in the construction of the instrument during his London years. Its increased sonorities and more responsive action allowed the pianoforte to stand on its own, and to provide a more striking contrast with the brittle, often plaintive sound of the harpsichord. Moscheles counted among his friends the foremost pianoforte manufacturers in England, including Muzio Clementi, the Collard brothers, Thomas Broadwood, and Pierre Érard. Throughout his long tenure in London, Moscheles was frequently called upon to test, and comment upon, new enhancements of the piano’s action, stringing arrangement, and frame construction. Thus in 1825, for example, he was the first to try Sebastien Érard’s double escapement action on an instrument in nephew Pierre’s London factory. Moscheles was impressed with the responsiveness of the mechanism, and it hardly seems coincidental that his works of the years immediately ensuing make increasing use of repeated notes.’ (ibidem)


Toen hij stierf was dat voor de Engelse kranten geen nieuws. Jonge virtuozen hadden zijn plaats ingenomen. In zijn dagboek vinden we deze tekst:

‘My chief objection to the innovators is that they aspire to go beyond Beethoven, and altogether dethrone Mozart and Haydn, hitherto the acknowledged keystones to the foundation of music; of course, we lesser lights are to be buried under the ruins of the tottering temples, and I for my part consider myself honored by such sepulture; who knows if we shall not some day or other be dug up like Herculaneum and Pompeii?’

Honderd en  vijfenveertig jaar geleden was dit een droevige dag, maar met enkele bewegingen kun je zijn muziek door alle kamers van het hedendaagse huis laten klinken.  Levend en wel. Opgravingen zijn niet meer nodig.

Chester Place 1833.jpg

3, Chester Place, Regent’ s Park, tekening door Mendelsohn in 1833. Moscheles zie je in het bovenste raam.