Projekt_MW_5d_2009_10.JPG

La raison seule nous apprend à connaître le bien et le mal. La conscience qui nous fait aimer l’un et haïr l’autre, quoique indépendante de la raison, ne peut donc se développer sans elle. Avant l’âge de raison, nous faisons le bien et le mal sans le connaître; et il n’y a point de moralité dans nos actions, quoiqu’il y en ait quelquefois dans le sentiment des actions d’autrui qui ont rapport à nous. Un enfant veut déranger tout ce qu’il voit: il casse, il brise tout ce qu’il peut atteindre; il empoigne un oiseau comme il empoignerait une pierre, et l’étouffe sans savoir ce qu’il fait. (J.J Rousseau: Emile)

Jean Jacques wist het al, dacht hij: de rede en de rede alleen brengt ons het besef van goed en kwaad bij, en met het aanbrengen van die rede kun je niet vroeg genoeg beginnen want de mens is van nature goed en we schermen hem dus best af van de boze buitenwereld zodat hij door de rede zijn ‘primitieve’ goedheid kan ontwikkelen in alle rust, beschermd tegen het boze-van-buiten-uit.

De invloed van deze ideeën strekt zich blijkbaar tot vandaag uit, en betreed je het broze pad van de opvoeding of de ideeën daaromtrent dan blijkt bescherming meer dan ooit het te halen op avontuur, dialoog, uitdaging.

Het was dus schrikken geblazen toen in de uitzending van Koppen een experiment uit de jaren zestig werd herhaald en de brave burgerkinderen zo waar niet vies waren van enig meeheulend en onderdrukkend gedrag als ze zich in de spreekwoordelijke rug gedekt voelden door de macht, niet gehinderd door ‘la raison’ die hen toch al jaren was ingelepeld.
Schrok ikzelf eerder van het feit dat er dus rekenoefeningen tegen de klok gangbaar zijn, sportief dat wel maar in mijn oude ogen ‘bangelijker’ dan het maken van een combinatie tussen ‘bruin’ en ‘vuilnisman’, in een opgefokt klimaat van het experiment duidelijk meer uitgelokt dan voortdurend aanwezig.
De missionerende uitspraken van de intussen bejaarde moeder-van-het-experiment (‘dit land heeft hulp nodig) brachten eerder de charmant naieve kant van de dame dan de bedenkelijke toestand van onze samenleving aan het licht.

DSC04280-1024x768.jpg

Er heerst in de buitenwereld van pers en andere communicatie al een tijdje een soort masochisme van ‘wij-doen-te-weinig-ons best, stoute ons) en elke lichte golf van welk oud of nieuw verzonnen experiment en enquête moet de ondergang van het avondland bewijzen en ons met een soort ‘zie-je-wel’ opzadelen, een emotie die het midden houdt tussen ‘eigen schuld’ en ‘zie-je-wat-ervan-komt’: scholen die op instorten staan, sex op veertien jaar, geen wiskundige interesse, schoolmoeë kinders die de centrale examencomissie verkiezen boven de school, kandidaat-leraren die massaal afhaken, en de geachte lezer kan zeker nog wel een tiental aanvullingen formuleren.

Een collega van dit blog voerde dit experiment uit begin jaren zeventig van de vorige eeuw.  De klas bestond uit jongens van dertien, veertien jaar. Ware het nu de jaren zeventig of de eenzijdige jongensbende, maar de tweede dag toen de verdrukten aan de macht kwamen, sprong er iemand recht en die riep:  ‘ik doe hier niet meer aan mee!’ nochthans een blauwogige-aan-de-macht.  Dat was voor de begeleider toen het bewijs dat ze op het goede spoor zaten: tegen de macht durven opkomen zonder al te veel eigenbelang. (ik denk hier terug aan het meisje dat wenend in de gang zat, de eerst dag, een hoopvol teken dat het nog niet zo slecht gaat met de jochies!)

dior-baby-enfants-ss-printemps-ete-2015-9.jpg

Want daar gaat het om.  Op de eerste plaats tegen iedereen in durven opkomen voor jezelf en de andere verdrukten.  Duidelijk laten zien waar je voor staat. Wellicht waren de kinderen van 2015 daar te jong voor, maar als je bedenkt dat het experiment zich in een school afspeelt, een plaats waar je niet uit vrije wil naar toe gaat, waar het vaak elke dag knokken is, waar het woord terrorisme ook al door kinderen in praktijk wordt gebracht dan begin je te beseffen:  het is dus des mensen.  Vraag maar aan kleuterjuffen wat zij soms op de speelplaats of zelfs in het kleuterklasje meemaken.  Wij zijn bange mensen van nature.  Onze drang naar zelfbehoud is ingeboren. Wij willen overleven, dat zit in onze genen.  Wij zijn niet fraai, niet al te sociaal.  Eerder beperkt in empathie als we zelf niet eens de kansen krijgen om te mogen zijn wie we (maar) zijn.

En jawel dat ‘racisme’ is zeker ingeboren, daar zit nu net het probleem. Jean Jacques moet maar eens zijn mond houden.  De werkelijkheid  heeft het meer bij The Lord of the flies te zoeken dan bij dames-met-een missie. Wij worden elk uur van de dag met nieuws gebombardeerd op alle mogelijke schermen en voor zoveel informatie zijn wij niet gebouwd, wij kruipen weg al doen we ons moediger voor dan we in werkelijkheid zijn.  Natuurlijk hebben we te doen met de gestapelde mensen in bootjes, met alle mogelijke slachtoffers van machtigen en meerderen maar we moeten de afbetalingen regelen, de kinderen een toekomst geven, voor onze oude ouders zorgen, het nieuw samengestelde gezin onderdak bieden, een nieuw doel vinden en een betere job, de naderende dood trotseren, vriendelijk en voorkomend zijn, honderd faceboek vrienden hebben, ons om het milieu bekommeren en…
Dat is het vertrekpunt en niet de opgestoken vingertjes (het oergevoel in de wijsvinger) van alle redacteuren en boetepredikers maar een plaats voor de wee- en deemoedigen, al zit in dat laatste te veel ‘onderworpenheid’ naar mijn gevoel.

Herken en erken je dat vertrekpunt dan pas kan er iets worden opgebouwd waarin respect voor elkaar en bijstand werkelijke begrippen worden.  Want er is ook een grote rijkdom aanwezig in al dat menselijk potentieel. Nu houden de meesten hun adem in want elke persoonlijke beweging kan een mediastorm teweeg brengen, een twitter fluitconcert een google moordpartij in wat Joke J. Hermsen ‘het tijdperk van digitale transformatie’ noemt. (Kairos, een nieuwe bevlogenheid)

Schule-Kunst-Museum-2013-15-1024x627.jpg

‘De Franse filosoof Michel Foucault heeft in zijn laatste colleges die hij in 1983-1984 aan de universiteit van Berkeley hield het kairotische ogenblik van Isocrates verbonden aan het Griekse begrip parresia, dat vrijmoedig, oprecht en waarheidsgetrouw spreken betekent. Deze vorm van waarheidsspreken  -‘le dire vrai’ – betekende voor hem dat de spreker eerlijkheid, subjectiviteit en waarheid verkiest boven het herhalen van clichés, dat hij of zij zich kritisch durft uit te spreken tegen de heersende opinies en de morele plicht stelt boven het eigenbelang. ‘Parresia’ houdt ook in dat de spreker in het verwoorden van zijn of haar ‘waarheid’ risico’ s moet durven nemen en de eigen sociale positie op het spel wil zetten.  In plaats van reeds geaccepteerde meningen te vertolken die de eigen positie binnen de maatschappij bevestigen, moet de spreker op het juiste moment de moed opbrengen zijn of haar ‘waarheid’ te vertolken die niet alleen voor verandering van inzicht maar ook voor de noodzakelijke heterogeniteit of pluraliteit binnen een samenleving kan zorgen.’ (ibidem)

Meer nog dan de voortdurende zedenprekerij zal dus een ruimte nodig zijn voor dit gedurfde spreken dat meer dan eens zal indruisen tegen onze door angst ingenomen stellingen.  Een school kan zo’n plaats zijn waarin de werkelijkheid van alle deelnemers, jong of oud, aan bod komt, waar oor is voor verzuchtingen, genade voor mislukkingen, respect voor pogingen en humor ter herkenning.

Met bewondering voor degenen die er dag in dag uit naar toe gaan en er zelfs blijven.

istock_000019164839medium-web_0.jpg