_meditation_of_autumn__by_janek_sedlar-d5ggia7.jpg


De scheiding tussen wijsbegeerte en de mythologie wordt heel mooi weergegeven door Aristoteles die opmerkte dat mensen de mysteriegodsdiensten niet bijwoonden om er iets van te leren (mathein) maar om er iets te ondergaaan (pathein). Het onderscheid tussen ‘dogma’ en ‘kerygma’.  Kerygma als openbare prediking van de Kerk, gebaseerd op de Schrift terwijl dogma stond voor de diepere betekenis van de bijbelse waarheid die alleen via religieuze ervaring kon worden begrepen en in allegorische vormen kon worden uitgedrukt. Een heel andere inhoud van het begrip ‘dogma’ dan wat er in de 19de eeuw van gemaakt zou worden.

‘Achter de liturgische symboliek en het lucide onderricht van Jezus ging een geheim dogma schuil dat een hoger geloofsinzicht representeerde.’
(Ook joden en moslims zouden een esoterscihe traditie ontwikkelen) (p 136, Karen Armstrong, de geschiedenis van God)

Sommige religieuze inzichten hadden een innerlijke resonantie die slechts door elk individu kon worden begrepen nodig, eigen aan de tijd en in de geestestoestand die Plato ‘theoria’ had genoemd, schouwing.
Taal was voor een onzegbare werkelijkheid die normale concepten en categorieën te boven ging een verwarrend en beperkend instrument.
Ik denk hier aan de Boedha die opmerkte dat bepaalde vragen ‘ongepast’ zijn of ontoepasselijk omdat ze betrekking hebben op werkelijkheden die niet door woorden werden bestreken. (p 137 ibidem)
Ik zou een beschrijving van Beethovens late kwartetten kunnen geven maar de woorden zouden een grotesk resultaat opleveren, schrijft Karen Armstrong.
Deze werkelijkheden (elusieve werkelijkheden zegt Basilius) kun je slechts in symbolische handelingen van de liturgie duiden, of beter nog door erover te zwijgen.

Dollarphotoclub_70852680-dreams.jpg
Hier wordt de tegenstelling duidelijk tussen het westerse christendom en de Grieks-orthodoxe kerk. Was in het westen een spraakzamere godsdienst, geconcentreerd op het kerygma, aanwezig,  bij de Grieks orthodoxen was elke goede theologie zwijgend of apofatisch. (God kun je niet zien maar zijn aanwezigheid kun je voelen)
In het westen wisten ze niet goed wat ze bijvoorbeeld van de ‘Heilige Geest’ moesten denken.  Was het een synoniem voor God of was het ietsje meer?
Paulus had de Heilige Geest vernieuwend ‘scheppend’ en ‘heiligend’ genoemd, maar gezien dat dit werkingen waren die alleen God toekwamen, volgde hieruit dat de Heilige Geest goddelijk moest zijn en niet gewoon een schepsel.
Drie bischoppen (twee broers en een vriend van beiden, allen uit Capadocië) gebruikten een formule eerder door Anasthasius gebruikt in een dispuut met Arius: God had één wezenheid (ousia) die we nooit konden begrijpen, maar drie personen (hypostaseis) waarmee hij zich aan ons kenbaar maakte. (p 138 ibidem)

De Capadociërs begonnen dus niet bij zijn onkenbare ousia maar bij de menselijke ervaring van zijn hypostaseis. Ze geloofden dus niet in drie goddelijke opperwezens zoals sommige westerse theologen beweerden.  Het woord hypostasis wekte bij mensen die niet in het Grieks thuis waren verwarring, want het heeft een scala aan betekenissen.
De ousia van een voorwerp was datgene wat maakte dat het was wat het was; het sloeg gewoonlijk op het voorwerp zoals het ‘bij’ zichzelf was.  Hypostase daarentegen had betrekking op het voorwerp zoals het van ‘buitenaf’ werd waargenomen.
De hypostasen Vader, Zoon en heilige Geest mochten dus niet worden gelijkgesteld met God zelf omdat, zo legde Gregorius van Nyssa uit, ‘de goddelijke natuur (ousia) onbenoembaar en onbespreekbaar is’.  ‘Vader’, ‘Zoon’ en ‘Heilige Geest’ zijn slechts ‘termen waar we ons van bedienen’ om over de ‘energeiai’ te spreken waarmee Hij zich kenbaar heeft gemaakt.
De termen hebben natuurlijk wel symbolische waarde, aangezien ze de onzegbare werkelijkheid vertalen in beelden die we kunnen begrijpen.

Etrange-trinité-3.jpg


Uiteindelijk moest de Drieëenheid toch worden opgevat als een mystieke of een spirituele ervaring:  ze moesten worden gevoeld, niet worden overdacht, want God rees boven de menselijke concepten uit.

‘De drieëenheid moest dus niet letterlijk worden opgevat; ze was geen cryptische ‘theorie’ maar het resultaat van ‘theoria’, schouwing.  De westerse christenen die in de achttiende eeuw met dit dogma in de maag zaten en het overboord wilden zetten, probeerden op die manier God voor de rationalistisch ingestelde Verlichting rationeel en begrijpelijk te maken.  (het was een van de theoriën die later in de 19de en 20ste eeuw tot de God is dood-theologie zouden leiden.)

Het verschil tussen rationalistisch en schouwend denken maakt ook nu begripsbepalingen in de economie bijvoorbeeld moeilijk tussen het Europese westen en de Griekse onderhandelaars die meer een Bijzantijnse dan een oud-Griekse achtergrond als traditie hebben.
Maar de Geest waait waar hij wil en dat is een troostende gedachte

 

 

Holy-Trinity-Hungarian.jpg