graham nixon 2.jpeg


Met het uitzicht op de maanden met een r in hun naam en de gebakken mensheid die zich weer in de plooi van school en werk legt, lees ik in een brief van Keats over de verbeelding:

‘Ik ben nergens zeker van, behoudens van de heiligheid der hartroerselen en van de waarheid der verbeelding – alles wat de verbeelding als schoonheid ervaart, moet de waarheid zijn – ongeacht de vraag of ze reeds eerder bestond of niet.’

Ik denk dat je net zoals ik dat deed hebt geglimlacht bij ‘de heiligheid der hartroerselen’. Er roert zo vlug en veel in onze harten dat enige afstand op zijn plaats zou zijn en heiligheid best wat uitgesteld.
Laten we even verder lezen in een geschrift waar hij het over ‘negative capability’ heeft, de toestand ‘waarin een mens in staat is om in onzekerheid, mysterie en twijfel te verkeren, zonder op ergerlijke wijze naar feiten en rede te reiken.’
In haar goed gedocumenteerde boek ‘Een geschiedenis van God’ dat ik al eerder citeerde schrijft Karen Armstrong:
‘Net als de mysticus moest de dichter de rede overstijgen en een houding van stille afwachting aannemen.’ (p.385)
Sluiten we toch maar aan bij Ibn Arabi die het zelfs had gehad over de verbeelding die in de diepten van het eigen ik haar persoonlijke beleving van Gods ongeschapen werkelijkheid schiep. 
Hij benaderde daarmee de woorden van Wordsworth (zelf een mysticus, dixit Armstrong) voor wie de beleving van de natuur gelijkstond aan de beleving van God. In zijn ‘Lines composed a few miles above Tintern Abbey’ beschreef hij de receptieve geestestoestand die tot een extatisch visioen van de werkelijkheid leidde:

‘(…)dat licht gevoel
waarin de last van het geheimenis,
waarin het zware, drukkende gewicht
van deze onbegrijpelijke wereld
verhelderd wordt: -dat rein en schoon gevoel,
waarin genegenheid ons zachtjes leidt,-
totdat, -de adem van dit aards gestel,
het stromen van dit menselijk bloed,
welhaast gestild, -ons lichaam wordt gelegd
in zoete slaap, dan leven we in de ziel,
en zien wij, met een oog dat door de macht
der harmonie verhelderd is, en diep verheugd,
in ’t hart des leven zelf.’

graham nixon.jpeg


Geen geleerde boeken of theorieën dus, maar wel de wijze ‘passiviteit’ en een hart dat aanschouwt en ontvangt.
Toch maar even naar die geleerde boeken:
In het moderne hersenonderzoek wordt ‘het gevoel’ (niet de emotie, die is eerder beperkt tot de gewone reacties op de werkelijkheid, op het verstoren ervan dus.) gewaardeerd als een reeks beelden (kaarten) die vertellen over de toestand van ons lichaam dat op haar beurt via allerlei neurologische wegen ons een bepaalde denkwijze en gedachten met bepaalde thema’ s doet waarnemen. (Antonio Damasio, Het gelijk van Spinoza, vreugde, verdriet en het voelende brein, wereldbibliotheek, A’dam 2014)

Vergelijk je dit proces met het visuele waarnemen dan is er naast de gelijkenis dat we bij het begin van het proces over een fysiek object beschikken en de fysieke kenmerken van dat object een keten van signalen oproepen op die kaarten van het object als ze de hersenen passeren. En net als bij de visuele waarneming is een deel van het verschijnsel toe te schrijven aan het object en een ander deel aan de interne constructie ervan door de hersenen. Maar er is een verschil en zegt Damasio dat is niet van triviale aard:  bij gevoelens bevinden de oorspronkelijke objecten en gebeurtenissen zich in het lichaam en niet erbuiten. Gevoelens kunnen even mentaal zijn als welke waarneming dan ook, maar de objecten die in kaart worden gebracht zijn delen en toestanden van het levende organisme waarin de gevoelens ontstaan.

guernica_painting_by_pablo_picasso_3200x1200.jpg


Bekijk je bijvoorbeeld de Guernica van Picasso zo intens en zo lang als je wilt, met het schilderij zal zelf niets gebeuren als je tengels thuishoudt. Maar bij het voelen kan het object zelf radicaal worden veranderd. 

‘In sommige gevallen kunnen de veranderingen veel weg hebben van een penseel en nieuwe verf pakken om het schilderij te veranderen.
Met andere woorden, gevoelens zijn geen passieve waarnemingen of flitsen in de tijd, vooral niet als het gaat om gevoelens van vreugde en verdriet.  Want een tijdje -seconden of minuten- nadat dergelijke gevoelens een aanvang hebben genomen, volgt er een dynamische inzet van het lichaam, vrijwel zeker herhaaldelijk, en nadien een dynamische variatie van de waarneming.  We nemen een reeks overgangen waar.  We bespeuren een interactie, een geven en nemen.’ (ibidem 86-87)

Nu keren we terug naar Woodsworth die ‘een geest’ ontwaarde die op hetzelfde ogenblik in de natuurverschijnselen immanent was en er tegelijkertijd los van stond:

‘(…)een aanwezigheid
heb ik gevoeld, die mij verwart van vreugde,
hoge gedachten, een verheven zin
van diepe, donkere verbondenheid,
die woont in ’t licht van ondergaande zonnen,
de ronde oceaan, de lucht die leeft,
het hemelsblauw, en in des mensen hart;
een geest, een aandrift die bewegen doet
alles wat leeft en denkt, wat wordt gedacht,
die gaat door alles heen.

robert-longo-solid-vision.jpg


Ik denk niet dat de dichter hier zijn woorden als deel van zijn eigen levend organisme heeft ervaren, maar dat hij deze ideeën als mentale processen beschouwde blijkt alvast omdat hij weigerde ‘de Geest’ een naam te geven omdat deze in geen enkele categorie die hij kende kon worden ondergebracht.
(hij sprak over ‘iets’, een uitdrukking die de vorige aartsbisschop Danneels in de spreekwoordelijke bomen joeg terwijl het ‘iets’ tenslotte net zo goed een mystieke ervaring en de onmacht ze te benoemen kan aanduiden, maar vermits de mystiek hem afschrok bleef er alleen het pragmatische over en dan wordt ‘iets’ een mager begrip.)

Dat het mystieke ervaren wel duidelijk heel lichamelijk kan zijn, een geven en nemen, een interactie is, net zoals de dichterlijke of in het algemeen de creatieve geest gevoelde ervaringen kan krijgen en weergeven is hiermee aangeduid.
Ze afdoen als ‘projecties’ is een gemakkelijke oplossing. Als we het later over empathie zullen hebben en daarbij over feitelijke en gesimuleerde lichaamstoestanden spreken, blijkt de chemie van gevoelens een groep ‘neenzeggers’ op te leveren.  Een boeiende gedachte.
Want waarom gevoelens voelen zoals ze doen is niet met een snel statement te beantwoorden. Spinoza zei dat lichaam en geest parallelle atributen zijn van dezelfde substantie. Ze onder de microscoop scheiden wil nog niet zeggen dat je hun eenheid ontkent.  Damasio voegt ze weer samen als aandoeningen.

En de duiven hebben hun naam als duif intussen alle (on)eer aangedaan.  Na enkele dagen hebben ze het nest verlaten waarschijnlijk omdat het gemakkelijke voedsel dat mijn geliefde maatje hen verschafte op was.  Ik haast me dus na deze beschouwingen naar de winkel om het gevogelte van lekkere zaadjes te voorzien.

 

337-0128_Peretti_Sibylle.jpg