kaft bio

Gertrude Johanna Luise Mammen wordt op 21 november 1890 in Berlijn geboren. Een lang leven voor zich dat zich tot het jaar 1976 zal uitstrekken. Het jongste kind van wat men in mooi Duits…’Kind einer gutbürlichen, weltoffenen und ausgesprochen liberalen Familie’ noemt.
Mama is Ernestine Delhaes, in 1859 in Aachen geboren, en werkte voor haar huwelijk als taallerares. Vader, Gustav Oskar Mammen in hetzelfde 1859 in Plauen geboren, telg van een oude oostfriese, ver vertakte en uiterst succesrijke koopmansfamilie.
Een beroemde grootoom van Jeanne Mammen was Franz August Mammen (1813-1888) ‘ein Industrieller und liberaler Politiker’, die met een compagnon een lingerie- en een broderiefirma had overgenomen.
Met Oskars Mammen’s vader zorgden ze voor een heuse industriële innovatie in Plauen (nog steeds aanwezig!) door een machine gestikte ‘Tüllspitze’ (raschel-kant) te produceren die naar Frankrijk, Noord-en Zuid Amerika, en vooral naar Frankrijk werd uitgevoerd als ‘dentelles de Saxe’ en ‘Saxon laces’.
Ik heb nog een mooie ‘postkaart’ van iets latere datum gevonden met publiciteit voor dit product.
(Ze kregen in Parijs een aantal prijzen en eervolle vermeldingen voor deze uitvinding op de wereldtentoonstelling van 1900.)

ishot-6
Het netwerk van deze nijvere koopmannen strekte zich via Plauen uit naar Berlijn, Parijs, Londen en New York.
Oskar werd dus ook koopman en leerde in Parijs Ernestine Delhaes kennen. Daar werd ook de eerste dochter Louise geboren, Loulou in de omgang. (1882)
Het blijft niet bij Saksiche kant want in 1885 neemt papa samen met de broers Emil en Robert Mosig de gerenommeerde lettergieterij Theinhardt in Berlijn over. (Ze waren o.a. beroemd wegens hun ‘hiërogliefen-schrift!) En het is die lettergieterij die het middelpunt van het familieleven wordt. In 1886 volgt broertje Oskar, in 1888 Adelina en tenslotte in 1890 Gertrude Johanna Luise.
Het ouderlijk huis is duidelijk frankofoon ingesteld dus worden de meisjes als Loulou, Mimi en Jeanne aangesproken.
Onrustige tijden zijn het, want onder de naam ‘Mammen’ vinden we wisselende woon- en werk-adressen in de Berlijnse adresboeken uit die periode.
Rond de eeuwisseling verhuizen ze terug naar Parijs.

de voorspelster
In 1901 verkoopt Oskar Mammen zijn aandelen van de lettergieterij en dat blijkt een goede beslissing want ook in deze tak zijn het alleen de grootsten die zullen overleven. Hij investeert in Parijs in een Franse glasblazerij en tegelijkertijd vermoeden we dat hij ook de familie-producten uit Plauen verhandelt.
Zijn handelsadressen: 32, Boulevard de Strasbourg (articles de bazar) en 80, Boulevard Magenta.
De familie betrekt een villa in 37, Rue de Boulainvilliers in Passy in het 16de arrondissement van Parijs.
Het is een exclusief stadsdeel aan de rechter Seine-oever, ‘in dem vornehmlich das gehobene Grossbürgertum angesiedelt ist.’
Daar groeien de kinderen op, ieder naar hun begaafdheid en interesses. Meisjes of jongen, de best mogelijke schoolopleiding zullen ze krijgen.
De oudste, Loulou had, voor ze in een defitg meisjespensionaat in de omgeving van Brussel verbleef, in Berlijn de Charlotteschule bezocht, een school die een leidende rol in de Pruisische meisjesopvoeding speelde. En met een moeder als ex taallerares werd ook thuis de opleiding verder gezet.
In Parijs bezochten de zusjes het Molière lyceum, dat bij de groeiende vrouwenbeweging een voorname rol heeft gespeeld. De leraressen moedigen de meisjes aan na hun schoolopleding een studie te beginnen en zich geen enkele beperking te laten opleggen.
Ze zullen de wereld slechts vanuit wetenschappelijke kanten leren bekijken, echter zonder haar schoonheid uit het oog te verliezen. Muzische vorming is dan ook zeer belangrijk.

638738

‘Viele der Absolventinnen erobern die Hochschulen, erwerben Abschlüsse in Medizin, Philosophie, in den Rechts- oder Naturwissenschaften, einige kehren als Professorinnen an ihre ehemalige Schule zurück. Hervorragende Lehrerinnen unterrichten hier, zu Jeannes Schulzeit unter anderem Blanche Adèle Moria (1859–?), die ihre künstlerische Ausbildung an der Académie Julian erhalten hatte.’

Dat er de nodige discipline heerste, hoeft niet gezegd. Als je naar een school gaat die in het park van kasteel Boulainvilliers ligt dan is een voorbeeldige ‘levenswandel’ ten zeerste aangeraden.
Al op dertien jaar is Jeanne een grote liefhebster van Franse literatuur: Alphonse Daudet, Gustave Flaubert, Emile Zola en Victor Hugo. Ze spreekt Duits en Frans en zal later door haar vele reizen ook vlot Spaans en Engels leren.
Als ze 85 is terugkijkend op haar kindertijd :
‘… so gradlinig wie eine Rakete. Es war ein großes Glück, trotz aller Pein das Beste, was mir passieren konnte.’

02_Boring-Dolls-1920s

Na hun schoolopleiding aan het lycée Molière schrijven zusjes Jeanne en Mimi zich in bij een van de meest gerenommeerde kunstacademies van die tijd: de Julian-academie. Van 1907-1908 volgen ze de lessen in het ‘damesatelier’ 55, Rue du Cherche-Midi.
In het kasboek van de academie betalen ze voor 35 weken en kunnen ze er ook kunst-materialen kopen, een welgekome inkomstenbron voor de school.

‘Zahlreiche private Kunstakademien boten eine Konkurrenz zu den offiziellen staatlichen Kunstschulen, an denen bis 1897 auch in Frankreich Frauen nicht zugelassen waren. Zudem wurde Ausländern durch äußerst schwierige Französischprüfungen eine Aufnahme erschwert; das auf 30 Jahre festgelegte Höchstalter war ein weiteres Hindernis für die Aufnahme in die staatliche Kunsthochschule École des Beaux-Arts.’

07_Mammen_CarnivalinBerlin

De vrij onconventionele ouders bieden de nog niet volwassen kinderen hun vrijheden: daarbij horen het door Parijs slenteren om het dagelijkse leven van de bewoners te observeren, en het mee te beleven, ‘auch zu spätere Stunde’.
In november 1908 beëindigen ze hun Parijse studie en gaan ze naar Brussel en laten zich aan de Académie des beaux-Arts inschrijven. (op dat moment verbleef hun oudste zus Loulou ook al in onze hoofdstad.)

01_balcony

‘Brüssel gilt zum Ende des 19. Jahrhunderts als Zentrum des Jugendstils, besonders für die Architektur, und ist längst aus dem Schatten von Paris hervorgetreten. Die 1711 gegründete, traditionsreiche Académie Royale hat den Rang einer bedeutenden Lehrstätte und nimmt zunehmend Einfluss auf die Entwicklung des Realismus, des Symbolismus, des Impressionismusund des neu entstehenden Expressionismus. Seit 1889 ist es hier auch Frauen gestattet, an einer Klasse für Fortgeschrittene teilzunehmen und sich gleichberechtigt an den Kunstwettbewerben zu beteiligen. Gründe genug für die Geschwister, nach Brüssel zu wechseln. An der Académie Royale sind Jeanne und Mimi ab November 1908 eingeschrieben. Sie belegen die Kurse in »Malerei nach der Natur« und »Figurenzeichnen«. Sie wohnen in der Rue d’Edinbourg 34 bei Mademoiselle Michelot zur Untermiete.’

Ze studeerden er anatomie, mythologie en architectuur, esthetiek en literatuur.

‘Wir mussten furchtbar arbeiten: von acht Uhr früh bis zehn Uhr abends. […]. Man war den ganzenTag auf den Beinen: morgens malen, abends zeichnen, nachmittags malen, dazu die ganzen Kurse.«

En natuurlijk bezoeken ze ook de opera en andere ‘gezellige’ plaatsen..

Jeanne-Mammen-27

Sie sind in ihrem Paradies. Beide Schwesternerhalten Preise und Auszeichnungen, als 18-Jähriger wird Jeanne 1909 die Medaille für Komposition verliehen: »ich habe einen Kuß und 150 Francs bekommen.«

Ook de bibliotheek vindt bij Jeanne veel aantrek. Literatuur zal haar blijven begeesteren.
Voor een korte cursus zijn ze weer in Parijs bij Julian, daarna terug naar Brussel en in 1911 een studiereis naar Rome aan de Scuola Libera del Nudo dell’ Academia di Belle Arti di Roma.

Ein Studienkollege aus Brüssel, Louis Buisseret (1888–1956), der 1911 von der Stadt Antwerpen den Prix de Rome für Radierung erhalten hatte, ist ebenfalls in Rom. Er hat Jeanne Mammen eine aquarellierte symbolistische Bleistiftzeichnung einer jungen Frau mit einem Absinthglas vor sich auf dem Tisch und mit dem Tod im Hintergrund gewidmet:
»A Mademoiselle Jeanne Mammen avec toute mon admiration«, die sie in ihrem Atelier aufbewahrt hat.

15_two

In 1912 keren Jeanne en Mimi terug naar Parijd en richten er elk hun eigen atelier in waar ze ook hun werk voor vrienden tentoonstellen. Maar weldra zijn weer terug in Brussel waar ze ook een atelier inrichten.
In hun schetsboeken vinden we resultaten van hun dagelijkse observaties:

‘Sie zeigen ihre außerordentliche Beobachtungsgabe und Fähigkeit, Gestalt, Gestik und Bewegungen der Menschen lebendig einzufangen und die charakteristischen Wesenszüge treffsicher darzustellen. Hier wird deutlich, dass Jeanne Mammen ihre Studien nicht nur am statischen Modell im Atelier betreibt. Für sie ist es eine äußerst fruchtbare Zeit, in der sie weitere Motive und Inspiration vor allem auch aus der Literatur schöpft. Um 1910 bis1914 entsteht ihr erster geschlossener Werkkomplex, das symbolistische Frühwerk, mit etwa 50 aquarellierten Bleistift- und Tuschzeichnungen, darunter ihre Illustrationen zu einem ihrer Lieblingsbücher, Gustave Flauberts La Tentation de Saint Antoine.’

605424

Bij het begin van de eerste wereldoorlog verandert het leven voor de familie Mammen. Ze worden als Duitsers tot vijandige buitenlanders verklaard. Begin augustus 1914 verlaten Jeannes ouders Parijs en vluchten ze via Brussel naar Nederland. Begin 1915 wordt het familie-vermogen onder curatele geplaatst (in beslag genomen). Het echtpaar Mammen is dan al in Berlijn aangekomen. Daar wonen ze in de Motzstrasse 33. Er wordt niet getreuzeld, vader gooit zich in levensmiddelen en conserven. Jeanne’s broer Oskar wordt opgeroepen als soldaat. Loulou leeft bij familie in Plauen en begin een secretaresse-opleiding en komt daarna naar Berlijn.
Jeanne en Mimi verlaten in 1915 Brussel en we vinden ze een tijdje daarna terug in Berlijn.
De drie meisjes proberen op eigen benen te staan en in 1916 bespreekt das Kunstgewerbeblatt werk van Jeanne en Mimi.

Jeanne-Mammen-The-Observer-main3

‘Auch die übrigen, hier abgebildeten Zeichnungen geben Zeugnis von dem zeichnerischen Können der beiden Künstlerinnen und ihrer Befähigung, entweder ein eigenes, inneres Erlebnis auszusprechen, oder mit Phantasie den Werken der Dichter nachzubilden.«
Het satirische tijdschrift ‘Lustige Blätter’ geeft tijdens de oorlogsjaren een aantal boeken uit waarvan de zussen er een enkele illustreren.
Na de oorlog zorgt vader voor een extra ruimte: het vroegere foto-atelier van Karl Schenker waar ze hun atelier inrichten
En dan de twintiger jaren! In Berlijn. Werk in kunst- en modetijdschriften, en de vriendschap met Steffie Nathan (1895-1972) die na een jaar kunstopleiding in Berlijn schilderwerk en grafiek verzorgt voor verschillende tijdschrijften. Er ontstaat een intense briefwisseling die ook nog na Steffie’s vlucht naar Engeland zal blijven voortduren.

jeanne-mammen-gold-fischfang

Grace and guts: that was how Kurt Tucholsky described Jeanne Mammen’s figures in 1929. Her urban milieus teeming with divas, vamps and cheeky hussies were all the rage in the illustrated and satirical magazines of the 1920s. The readers were above all trendy young women who worked in the big city offices. The cosmetics and fashion industries were booming, while advertising and mass media promoted the image of the New Woman. The press had a special penchant for athletic and ladylike types. Jeanne Mammen created one for the cover page of “Schöne Frau” in 1926: the face, cropped by side strips, appears very narrow, an impression reinforced by the long neck. A black forehead curl sets up a contrast to the pale face with its blue eyes darkly lined, slightly curving brows, beauty spot, discreet rouge to match the pink of the stripes and perfect lipstick. The lady wears drop earrings to match her eyes. This is the cool elegance of art déco. (Berlinische Gallerie)

Jeanne-Mammen-40

Jeanne heeft talrijke reizen ondernomen om andere landen en culturen te leren kennen. Naast haar schilderwerk en literatuur is reizen haar derde ‘Leidenschaft’. Haar grote liefde is de zee, het strand, de verwilderde duinenlandschappen. In 1929 aquareleert ze in Nida/Nidden in Litauen, maar ook daarvoor en daarna vaak in De Panne en Oostende.

oostende am strand

In diesen Jahren wird Jeanne Mammen zu einer Chronistin der »wilden Zwanziger«. Sie zeichnet und aquarelliert die neue, selbstbewusste Frau in ihren Rollen im Großstadtdschungel, den Vamp, die junge Naive, die Spießerin, die Intellektuelle. Sie schildert Szenen auf den Straßen, in den Cafés und Clubs, den Kneipen und Kaschemmen, im Milieu des Proletariats. Sie porträtiert die Gewinner und Verlierer im Trubel der Großstadt – die dem Betrachter Geschichten ihres Lebens erzählen. Das trifft den Nerv der Zeit und kommt an. Mit ihrer Art der Darstellung lassen sich die Wünsche der florierenden Printmedien und ihrer Zeitgenossen erfüllen; in ihren Werken paart sich Pariser Esprit mit Berliner Schnoddrigkeit. Und das Fantastische ist – sie kann davon leben. Damit gehört sie zu den wenigen Künstlerinnen, denen das in jener Zeit gelingt. Für sie ist dieser Erfolg besonders wichtig, da sie im Gegensatz zu ihren Kolleginnen Käthe Kollwitz (1867–1945) und Renée Sintenis (1888–1965) darauf angewiesen ist, mit ihrer Kunst auch ihren Lebensunterhalt zu verdienen. In allen namhaften Zeitschriften sind Arbeiten von ihr zu sehen.

13_two_ladiesx550d

Aus dem haarscharf Charakteristischen ihrer Porträtierkunst ergibtsich, wie von selbst, das Karikaturistische. Ob sie porträtiert oder karikiert, es fließt aus der gleichen Intuition und Absicht des Erkennen und Durchschauens. […] Die Menschen, die sie zeichnet oder malt, sind alle Brüder und Schwestern, eine große Familie mit der unverwechselbaren Ähnlichkeit ihrer Herkunft aus der einen Hand und Werkstatt. Diese Menschen sind zugleich komisch und tragisch […]. Das Tragische und Komische fließt in einer Zwischenwelt zusammen, auf einer ge-fühlsproblematischen Ebene […]. Ihre Karikatur mündet darum nie im Witz, nie im Literarischen, sondern in einer tiefen und zwangvollen Anschauung von Welt und Mensch. Jeanne Mammen ist eine Menschen-Darstellerin mit den einfachsten, geradesten und entschlossensten Mitteln der Kunst.«

10_the-redhead

The 1920s were boom years in Berlin. After the First World War, young people flocked to the capital of the new republic in search of work, prosperity and a life of their own choosing, and possibly to escape traditional gender roles. Jeanne Mammen, who had benefited from a progressive upbringing and education in Paris, arrived in the German capital in 1916 impoverished and unemployed. She survived by selling fashion drawings, poster designs and illustrations. In 1920, she moved into a studio in a fashionable neighbourhood downtown west, in a rear tenement right on Kurfürstendamm at no. 29. This was her base for excursions with her pencil and sketch pad into the chic urban bustle of this major boulevard, but also to the gay and lesbian subculture around Nollendorfplatz and the proletarian pubs of Wedding. Back in her studio, she painted watercolours published by satirical magazines and still celebrated today, like “Two Women Dancing” (zie hierboven) (c. 1928).(ibidem) –En als het dansen niet lukt, dan zie je dit:

638794

Een uitgebreide biografie vind je in:

http://www.jeanne-mammen.de/
en daarin een PDF Jeanne-Mammen Biografie

Vooral haar familie, haar jeugdjaren heb ik hier beschreven omdat daar de kern is gelegd voor een rijk en doorleefd bestaan. Met dank aan Cornelia Pastelak-Price en Ines Quitsch. Een Engels overzicht vind je: https://wrldrels.org/2018/11/13/15206/

in de zetel

‘Ik wou gewoon een paar ogen zijn die ongezien door de wereld konden wandelen, alleen in staat om anderen te zien.’

Jeanne-Mammen-The-Observer-main2

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.