Papieren bootjes (4) Bevlogen

Flight of the Muse Paul Bond
In de uitgeregende zomer drijven ze.  Een beetje stuurloos. Zinken zullen zij niet. Kleine bootjes van enkele zinnen.  Ze meren graag bij jou aan. Papieren bootjes.
De jonge Leonardo

Liep langs het verloren land
en gehoorzaamde
het avontuur.
Bad de hemel
dat zij zijn vleugels zou gebruiken
om voor het donker thuis te zijn.
Wachtte dan geduldig
op de rand van het bed
om dadelijk met haar 
de nacht te verkennen.

De dag liep leeg
in het aanrollend donker.
Hij herkende het geluid:
zuidelijke wind liet
lover beven.

Lindenbomen laten bij nacht
hun geuren vrij en wie droomloos blijft
ademt graag hun woorden in.

Ook nu zij als vlinder vloog
zag hij haar aarzeling.

Vlieg jij maar
terwijl ik je huiswerk maak.
Niet dat ik bang ben, maar of dit wel toekomst had?
Kusje?
Een drone als dichter

Uitgegraven kronkelstraten.
Lichtvlekken: antieke pleinen;
het geheel
met toerisme bepoederd,
vliegt hij 
boven versuikerde wandelpaden,
 erfgoed en nagelaten bekentenissen.

Een schoot van velden,
heuse bossen
met kobolden in staatsdienst.

Het geheel voorzien
van gesegmenteerde blokkendozen
die als ‘wooneenheden’
de mensen met een rijk verleden
een rustige oude dag bezorgen.

Verlaten abdijen
voor cultureel begaafden
verzwijgen hun honger naar God.

De zee is niet ver.
Ook zij kent haar getijden.
Day dreams Anup Sarma
Young Leonardo

Walked along the lost land
and obeyed
the adventure.
Prayed to the heavens
that she would use his wings
To be home before dark.
Then waited patiently
on the edge of the bed
To join her immediately 
the night with her.

The day ran out
in the rolling darkness.
He recognised the sound:
Southern wind made
lover tremble.

Linden trees release their fragrances 
and those who remain dreamless
gladly breathes in their words.

Even as she flew like a butterfly
he saw her hesitation.

'You fly
while I do your homework.
Not that I'm scared, but whether this had any future?
Kiss?'

Papieren bootjes (3) Spiegelingen

Wat werkelijk is, zou zijn:

in spiegelend glas:  een vrouw.
Wolken in traagzaam water gevat.

'Wat is' weerkaatst zich in 'wat was'.
Glans als troost, geur van 't gemaaide gras.

Vrouw en meisje aan zee:  waterpas.
Heleen van Lynden ‘Kijk naar Scheveningen’ https://heleensoilpaintings.com/nl/
Voor de spiegel

Tot je ontdekt dat in de spiegel
 de diepte achter jou
zich prijsgeeft  zonder je hoofd te draaien 
en je alleen jezelf bekijkend
 achteruit lopend
de donkerte kunt binnendringen 

Twee extra ogen in je achterhoofd
zouden je veel nekpijn
besparen.
Om van wantrouwen nog te zwijgen.

Gebruik van vier tegelijkertijd is uitgesloten.
Dat lukt alleen spionnen
na een lange training.
Gulzigheid
wordt met zware hoofdpijnen bestraft.
En heimwee is een oude mensen kwaal.
Alfred Stevens Voor de Spiegel
In front of the mirror

Until you discover that in the mirror
 the depths behind you
reveals itself without turning your head 
and you only looking at yourself
 walking backwards
can penetrate the darkness 

Two extra eyes in the back of your head
would save you a lot of neck pain.
Not to mention distrust.

Using four at a time is out of the question.
Only spies can do that
after long training.
Gluttony
is punished with severe headaches.
And homesickness is an old people's disease
Royal Tailors Illustration of Man Looking in Mirror

Papieren bootjes (2) ‘Vroege Morgen’

‘Early Morning’ Samuel Palmer
In de uitgeregende zomer drijven ze.  Een beetje stuurloos. Zinken zullen zij niet. Kleine bootjes van enkele zinnen.  Ze meren graag bij jou aan. Papieren bootjes.
Vroege morgen

Toch komt eerst een vinger licht
door de donkere rand van de horizon.
Daarna twee.
Een handvol tenslotte,
mild tussen schemer gestoken.

Uit gescheurde nacht
druipt het mooiste licht.
Pleister op de wonde.
Duiven op het dak.
In een zorgeloze formatie
trekken zij een handtekening
in de oplichtende luchten.

Gezien en goedgekeurd.
Foto door Claire Thibault
Early morning

Yet first comes a finger of light
Through the dark edge of the horizon.
Then two.
A handful finally,
Stung mildly between twilight.

From torn night
The most beautiful light drips.
Band-aid on the wound.

Pigeons on the roof.
In a carefree formation
they draw a signature
In the glowing skies.

Seen and approved.
Foto door Ivars

Papieren bootjes(1)

Eugène Boudin, (1824-1898), Un grain, 1886, huile sur toile, 117 x 160 x 3 cm, Musée de Morlaix • Crédits : © Musée de Morlaix, Musée de France
In de uitgeregende zomer drijven ze.  Een beetje stuurloos. Zinken zullen zij niet. Kleine bootjes van enkele woorden.  Ze meren graag bij jou aan.  
Foto door Aenic Visuals
Zoals zij de luchten beschrijven:
het kleinste vliegje,
het zacht oranje vlindertje,
om maar te zwijgen van musjes en mezen,
of opstuivende duiven.

Allen tot in het verste vlies- of verenpuntje
het vliegen toegewijd.

Ons vleugelvermogen:
het soortelijk gewicht van ijle dromen.

Papieren bootjes.
Foto door Rachel Xiao

Toen toen nog niet toen was.

Kasper Kiec

Het bijna dagelijks gebruikte woordje ‘toen’ wordt bijna altijd achteloos gebruikt: toen was jij nog een kind, toen was geluk heel gewoon, toen de dieren nog konden spreken.
Vergis je niet, in het ‘puzzelwoordenboek’ vind je zo maar eventjes tweeëntwintig (22) aanduidingen voor ‘toen’, dat is heel wat voor zo’n vierletterig ding.
Achteloos ‘toen’ gebruiken mag een lettervriend(in) niet overkomen.

Je zou in al die overvloed twee verschillende afdelingen kunnen vinden: toen als ‘op het tijdstip’, toen had jij nog geen mobiele telefoon. Of toen als ‘wat daarna gebeurde’. Eerst dronken we een aperitiefje toen kwam de soep.

Puzzelaars kunnen op 'toen' rekenen als ze volgende omschrijvingen zien staan: 
1)Achteraf 2)Alsdan 3)Alzo 4)Bijwoord 5) Bijwoord van tijd 6)Daarna 7)Daarop 10)Eenmaal 11)Eens 12)Eertijds 13)In die tijd 14) Indertijd 15)Na die tijd 16)Nadat 17)Op dat moment 18)Op dat ogenblik 19)Op dat tijdstip 20) Op zeker tijdstip  21)Te dien tijde 22) Ten laatste

Het is duidelijk dat het kernachtige woordje iets met ‘tijd’ heeft te maken, een lastig begrip, zowel in de filosofie als in de exacte wetenschappen. Achteloos ‘Ja toen’ zeggen of romantisch ‘Dat was toen, ja …toen…’, het zal je opvallen dat het een woord is dat heel diverse gemoedsstemmingen kan oproepen, te beginnen met ‘Toen de mensen nog vriendelijk en gedienstig waren’, tot ‘ …toen vader nog dronk.‘ Of: ‘Toen wij gelukkig waren, ja toen.’

Van Dale zegt het kernachtig:  

'toen' (bijwoord)
1.In, op die tijd:  toen was er nog geen internet.
2.Daarna:  en wat gebeurde er toen?

'toen' (voegwoord)
op het ogenblik dat, = terwijl:  toen hij kwam, was het te laat.

Het probleem met ‘toen’ zoals bv. in ‘de school van toen’ is dat je het begrip ‘toen’ kunt rekken of naar gelieve inkorten, want: wanneer was dat, die ‘school van toen‘; worden daarmee de middeleeuwen, of de negentiende eeuw bedoeld, of hebben we het over het onderwijs uit de vijftiger jaren van de vorige eeuw?
Net zoals de zin uit het overigens prachtige liedje, ‘toen was geluk nog heel gewoon.’ Wanneer was dat, ‘de tijd van toen’, om een net zo bekende benaming uit mijn jongelingentijd te gebruiken. Was dat mijn tijd van toen?

School van toen Gent Jeroen Willems Web

Duidelijk is wel dat die tijd voorbij is. En daar begint het schoentje te knellen. Kun je de grens van ‘toen’ bepalen? Van-tot? Neen, want dat is nu net het mooie van ‘toen’ zulen poëtische geesten beweren. Toen is duidelijk heen gegaan. Een oorlog gaat voorbij al kunnen de gevolgen ervan lang tot zeer lang nawerken, maar het begrip ‘de tijd van toen’ is grenzelozer. Een vaag begin, en een net zo vaag einde.
Je kunt met ‘toen schoenen nog klompen waren’ al een grens bepalen, maar het zou boeiend zijn te ontdekken wanneer de meeste voeten schoenen zijn gaan dragen en de klompen het moesten afleggen. Tijd en locaties.

School van toen. Gent. Jeroen Willems Web

Overgangsprocessen worden nogal eens weggemoffeld in dat begrip ‘tijd van toen’ alsof de geschiedenis uit klare afgescheiden tijdvakken zou bestaan terwijl net de voortdurende veranderingen haar meest boeiende kant zichtbaar maken.
Zo kun je met begrippen toen en nu allerlei verschijnselen onderzoeken, zoals bv. vormen van koloniaal gedrag of resten van heldenverering, intermenselijke verhoudingen, met een soort cancell-culture als gevolg: neen, dat doen we nu niet meer, terwijl we weinig of zelfs geen oog hebben op de wording, en de overgangen naar hedendaagse verschijnselen, een actief voortdurend proces dat hardnekkig onderbroken wordt door vurige bereiders van de nieuwe wereld zoals zij die zich althans voorstellen. Toen hoort vaak bij ‘de betere tijden’, in vergelijking met het hedendaags gebeuren, of net niet als het ver genoeg van ons verwijderd is, kijk maar hoe we ten onrechte van ‘de duistere middeleeuwen’ spreken. ‘Toen’ is thuisloos. Makkelijk te manipuleren.

Toekomstprojecties op historische verschijnselen vervalsen wel eens de geschiedenis die eerder traag en moeizaam vorm geeft aan samenlevingen. Ook het heden, hoe sukkelachtig ook ervaren en voortdurend als mislukking benoemd, heeft zijn bestaanswaarde en vraagt een aandachtig oog om dat-wat-was met het zijnde en het komende te kunnen verbinden of minstens te bevragen. De veelkantigheid van het voorbije en de verbeelde maagdelijkheid van de toekomst kan vaak moeilijke combinaties vormen. Het ‘toen’ van toen en toen van morgen matchen moeilijk omdat het heden zijn realistische eisen blijft stellen.

‘Toen’ is natuurlijk een te makkelijk woord voor het boeiende van de historische kritiek; ik ben mij bewust van mijn oppervlakkigheid en mag het boek ‘Historici en hun metier, een inleiding tot de historische kritiek, van Marc Boone aanraden voor zij die zich willen verdiepen in dit onderzoek van wat was, is en zal komen. (Academia Press)
‘Macht en onmacht’, een verkenning van de hedendaagse aanslag op de Verlichting’ van Tineke Beeckman, Bezige Bij 2021 is een ander werk dat mij de laatste maanden zeer heeft benomen. Het eerste is een degelijk universitair cursusboek, erfenis van de kleindochter, het tweede een helder geschreven opstel rond het postmoderne denken.

Leonard Cohen schreef  met de song 'The Street' een mooie inleiding tot het onderwerp dat wij hier maar eventjes hebben aangeraakt.  Tineke Beeckman gebruiktde de laatste strofes als intro in haar boek. (opgenomen met deze tekst in gesproken versie)
It's gonna be September now
For many years to come
Many hearts adjusting
To that strict September drum

I see the ghost of culture
With numbers on his wrist
Salute some new conclusion
That all of us have missed.

So let's drink to when it's over
And let's drink to when we meet
I'll be waiting on this corner
Where there used to be a street."
Art Print by Her Art/Society6
Foto's uit 'De school van toen' kwamen van het schoolmuseum in Gent dat nog steeds volop kan bezocht worden.

https://visit.gent.be/nl/zien-doen/school-van-toen

School van toen Gent
Het 'toen' dat sowieso 'straks' zal worden via het 'momentele' zal ons nog vragen stellen en voor raadsels zorgen. Ook de literatuur en de beeldende kunst bewegen zich vaak op dat terrein. Wij zijn niet tijdelijk, maar in de tijd.

Wat wild en wezenlijk is: Joan Eardley (1921-1963)

Portrait
'What a night and what a morning – storm raging like anything – paintings and photos all out of date. The sea is all whiteness, right far out over the bay, and the bay all thick yellow foam – the tide is out at the moment, so the waves are breaking enormously – far out. When it comes in I guess there won't be much room for any poor person that would want to stand in the pathway – and I don't know if I shall be able to keep my easel standing' (gschreven in 1957 na stormweer)
Seascape circa 1961

Zij zou dit jaar, 2021, honderd zijn geworden. Niet zo’n onmogelijk idee want haar moeder werd het. Joan tweeënveertig. Geboren op een zuivelboerderij -18 mei 1921- in Warnham, Sussex. Haar vader kwam totaal ontredderd terug uit de eerste wereldoorlog. Hij zou zelfmoord plegen toen Joan zeven was.

Her mother decided to take Joan and her younger sister back to her family home at Blackheath, London, to live with their grandmother and aunt. But late in 1939, mother, grandmother and the two girls moved to Bearsden, a well-to-do suburb north-west of Glasgow, thereby escaping a London threatened with German bombing raids. Having spent a brief period at Goldsmiths College of Art, Joan began her studies at Glasgow School of Art in January 1940. This same year, while almost crippled with shyness, she began frequenting the studio of the Polish artist Josef Herman, then living in Glasgow, whose cursory style of drawing may have freed up her own. She also began exploring the east of the city, sensing that its vitality lay in this direction.(The Guardian Frances Spalding 10 feb 2017)
Joan Eardley Boy reading 2

Eardley had twee ateliers, de een na de ander, in het Townhead gebied van Glasgow. Het verlies van de eerste bezorgde haar veel onrust. “Het is wanhopig om de studio te verliezen … het is zo dichtbij de sloppenwijken waar ik teken. En zo gemakkelijk om de kinderen uit de sloppenwijk naar boven te krijgen. En ik ben bekend geworden in de wijk, in George St, en in alle straten eromheen.”

Aanvankelijk kwamen de kinderen naar haar studio om haar aan het werk te zien, maar al gauw werden ze een belangrijk onderwerp voor haar. Ze kwamen vragen of ze geschilderd mochten worden, ongetwijfeld omdat ze verwachtten dat ze snoep konden kopen met de paar pence die ze hen gaf. Zij leerde een tiental families kennen en was vooral dol op de grote familie Samson, die zij gedurende meer dan zeven jaar schilderde. De Samsons amuseerden haar, zoals ze zei in een opgenomen interview: “Ze zijn vol van wat er vandaag gebeurt – wie heeft in welke winkel ingebroken en wie heeft een taart in wiens gezicht gegooid – het gaat maar door en door. Ze laten hun leven en energie de vrije loop… ik probeer over hen te denken in schilderkunstige termen… al die beetjes rood en beetjes kleur en ze dragen elkaars kleren – nooit twee keer hetzelfde lopen… zelfs dat doet er niet toe… ze zijn Glasgow – die rijkdom die Glasgow heeft – ik hoop dat het die altijd zal hebben – een levend iets… zolang Glasgow dat heeft, zal ik altijd willen schilderen.” (ibidem)

(Samson)Children and Chalked Wall 3 1962

Fotograaf Oscar Marzaroli maakte in 1963 in datzelfde Glascow deze mooie foto van The Samson Children, die vaak onderwerp van Joan’s schilderijen en tekeningen waren.

Marzaroli The Samson Children, Joan Eardley’s Studio, Townhead, Glasgow, 1962. Joan’s inspiration!
Eardley, Joan Kathleen Harding; Glasgow Kids, a Saturday Matinee Picture Queue; Glasgow Museums; http://www.artuk.org/artworks/glasgow-kids-a-saturday-matinee-picture-queue-83878
Eardley, Joan Kathleen Harding; Brother and Sister; Aberdeen Art Gallery & Museums; http://www.artuk.org/artworks/brother-and-sister-106889

Eardley verwierp elke suggestie dat haar Townhead schilderijen sociaal of politiek gemotiveerd waren: “Ik zou een dergelijke houding in de kunst zeer verafschuwen,” was haar reactie. Maar als regelmatige lezer van Picture Post en zelf amateur fotograaf, kon ze niet anders dan zich bewust zijn van de belangstelling die de Gorbals wekten, ook door de fotografie van Bill Brandt en Bert Hardy. Op zijn beurt was Eardley van grote invloed op de fotograaf Oscar Marzaroli en zijn onvergetelijke foto van een deel van de familie Samson, genomen in Eardley’s studio (zie hierboven). Haar belangstelling voor Townhead en zijn bewoners ging zeker veel verder dan het rijke picturale belang ervan. H (ibidem)

Eardley, Joan Kathleen Harding; The Gorbals; Trinity College, University of Oxford; http://www.artuk.org/artworks/the-gorbals-223751

In het artikel van The Guardian wordt terecht verwezen naar het makkelijk clicheren van deze kinder-afbeeldingen. Het stereotype is niet ver weg, maar dat komt vaak eerder door de veelheid aan werken dan aan een gemakkelijkheidsoplossing. In het onderstaande portret van een zittende jongen is de weemoed en het dromerige erg direct, zonder toegevingen aan een makkelijke typering. Zij zijn voor haar het wezen van het direkte, het ‘wilde’ in de zin van het ongetemde. Dat ook de heer Rousseau niet ver weg is, mag ook duidelijk zijn. Maar kijk toch ook naar de mooie kleurtonaliteiten die de hardheid van de straat verzachten.

Eardley, Joan Kathleen Harding; Boy on Stool; Paisley Museum and Art Galleries, Renfrewshire Council Collections; http://www.artuk.org/artworks/boy-on-stool-190054

Maar dan was er…het kleine vissersdorpje Catterlin. In 1951 bezocht Eardley het kleine vissersdorpje Catterline met haar vriendin Annette Soper. Later dat jaar keerde Soper terug om de uitkijkpost op de klif van het dorp te kopen. Eardley mocht er gratis gebruik van maken en ze pendelde regelmatig heen en weer tussen Glasgow en Catterline. In 1955 kocht Eardley haar eigen huis op nummer 1, The Row, in Catterline en in 1959 verhuisde ze naar nummer 18, dat in betere staat was en uitkeek op zee.

Eardley, Joan Kathleen Harding; Winter Sea IV; Aberdeen Art Gallery & Museums; http://www.artuk.org/artworks/winter-sea-iv-106884
(c) Anne Morrison; Supplied by The Public Catalogue Foundation
Eardley, Joan Kathleen Harding; Boats on the Shore; National Galleries of Scotland; http://www.artuk.org/artworks/boats-on-the-shore-211290

In reactie op de enorme uitgestrektheid van de zee en de lucht, werd Eardley’s werk groter en imposanter. Ze voelde zich aangetrokken tot de wilde zee en het expressieve karakter van haar schilderijen, zoals The Wave, 1961, is vergeleken met de abstract expressionistische stijl die opkwam in Europa en Amerika. Eardley had grote bewondering voor schilderijen van Chaim Soutine, Wassily Kandinsky en het Europese Tachisme, hoewel ze verklaarde dat ze nooit volledig abstract zou worden.

The Wave eardly

Ze schilderde op locatie, vaak tijdens wilde stormen, met olie- en bootverf vermengd met krantenpapier, zand en grassen op hardboard, zoals te zien is op Audrey Walker’s foto Eardley schilderend met het gezicht naar de zee aan de kust bij Catterline, jaren 1950.

Where many would shrink from the blast of the North Sea or the street urchins from the poorest parts of Glasgow, Eardley found affection and respect. A month before Eardley's death in 1963, Eric Newton of The Guardian wrote of her last London exhibition, 'Only in an occasional Goya do I remember the translation of small children into paint mixed so inseparably with warm hearted self-identification with the inner life of a child. And only with Turner's sea paintings does one find oneself so involved with the skies and winds that hang over the uneasy tumult of the waves.' Eardley was working at the height of her powers; her untimely death meant that she was never given the stature she deserved. Her work deserves to be compared to Frank Auerbach, David Bomberg, Lucien Freud. Another twenty years working as intensely as she always had would have produced the recognition that her contemporaries have enjoyed.  (Janet McKenzie)
Summerstorm
Flowers by the ways
(c) DACS/Anne Morrison; Supplied by The Public Catalogue Foundation

De manier waarop zij licht en leven in het landschap brengt getuigt van een natuurlijke verbondenheid met het levende waarin zowel het wilde als het tedere met elkaar verbindingen maken: de bewegingen van het groeien, het verloop van de dag, de kracht van de wind,de voortdurend veranderende kleuren, je verbonden voelen en die verbinding willen uitdrukken in je werk.

Eardley, Joan Kathleen Harding; Field of Barley by the Sea; The Fleming Collection; http://www.artuk.org/artworks/field-of-barley-by-the-sea-218266
I hope you are still happily drawing. It is a most satisfying joyful thing. The contact which you get because you are still, and quiet in one place; the things that move, and carry on their daily happenings because they are unconscious of your existence – little mice and bird, and even the sun and wind too become part of you.

And then there is the drawing, and the happiness of the occupied mind. Painting is different – at least I mean studio painting – the joy of work is there of course, but it is balanced by the other more desperate times of depression, and doubt and desolation.
Eardley, Joan Kathleen Harding; Cornfield at Nightfall; Aberdeen Art Gallery & Museums; http://www.artuk.org/artworks/cornfield-at-nightfall-106887
Eardley, Joan Kathleen Harding; Catterline in Winter; National Galleries of Scotland; http://www.artuk.org/artworks/catterline-in-winter-211283

After painting, according to her biographer Cordelia Oliver, music was her great love: ‘She enjoyed Bach, Bartok, Beethoven, Mozart, Monteverdi, Mahler (whose most anguished compositions must have echoed Joan’s own struggle to express the inexpressible in paint) and Benjamin Britten, for whose music Joan had a special affection’.

Catterline gave Eardley the isolation that she required to work intensely for a show. There she wrote, ‘Another day of sea – what a sea yesterday, and it’s the same today and looks like going on for ever – not abating at all, and an east wind still blowing hard. Yesterday I was near dead by the end of the day – working at top speed. Today I shall take it easier as I realise it will continue’.





Eardley was diagnosed with breast cancer in 1963. It has been said that when she became too unwell to paint outside she made still life studies of wild flowers brought to her by friends, such as Flowers, after 1963. Even so, in her many letters to her friend Audrey Walker she claimed this genteel subject matter was not her ideal preference. The same year she held an exhibition at Roland, Browse and Delbanco in London, with successful reviews in The Times, The Guardian and Art News and Review, some comparing her work to Turner, Constable and Courbet.

She died on 16 August 1963, aged just 42. Her ashes were scattered on the beach at Catterline. In January 1964 the hugely successful Joan Eardley Memorial Exhibition opened at Glasgow Art Gallery and Museum at Kelvingrove, before being shown at the Royal Scottish Academy in Edinburgh. From 2007-2008 the major retrospective, Joan Eardley, was held at the National Gallery Complex in Edinburgh, which examined Eardley’s work in both a national and international context.
(National Galleries Scotland)

Eardley, Joan Kathleen Harding; Sunset; Dumfries and Galloway Council (Gracefield); http://www.artuk.org/artworks/sunset-215266

Het is een aanloop om deze prachtige kunstenares hier ten lande bekender te maken, en je vindt op het boeiende net nog allerlei informatie, filmen, discussies enz. Haar werk heeft me diep ontroerd, haar leven en veel te vroege dood, haar aandacht voor het wilde en wezenlijke en de verbindingen daartussen zal me aanzetten om mij verder in haar wezen en werk te verdiepen.

Het is mogelijk dat we de volgende dagen nog enkele aanvullingen maken, kom dus nog eens langs.

https://www.theguardian.com/artanddesign/2017/feb/10/joan-eardley-the-forgotten-artist-who-captured-scotlands-life-and-soul

https://www.nationalgalleries.org/art-and-artists/features/joan-eardley