Over het water lopen, een denktocht naar betekenissen

De zoektocht naar het waarom-van-alles doet zich in een donkere, natte zomer beter voelen, zeker nu de dagen zienbaar korten terwijl de scholen vollopen voor een maskervrij jaar. Laat me dus van Izaak vertellen die een doel had gevonden waarvoor hij wilde leven. Het is een soort kortverhaal van een denk-tocht. Ik probeer hem zo nauwkeurig mogelijk weer te geven.

werk van Cynthia Tedy

Er was een man die in een huis bij een groot meer woonde. Dat is niet zo ongewoon want er zijn wel meer mannen die een meer, rivier, vijver of zelfs de zee vanuit het slaapkamerraam kunnen zien. Het went. Dachten ze de eerste maanden, kijk nu eens, zoveel water op oogafstand, dat doet iets met een mens, terwijl zo’n bedenking slijt net als schoenzolen. Deze man, ik zal hem Izaak noemen, maar hij kon net zo goed bij Jos of Jan opkijken mocht je hem de weg willen vragen, deze Izaak bleef met grote ogen over het meer kijken.

There was a man who lived in a house by a large lake.  This is not so unusual as there are many men who can see a lake, river, pond or even the sea from their bedroom window. You get used to it. During the first few months they thought, look, so much water within sight, that does something to a person, whereas such a thought wears off like the soles of shoes.  This man, I will call him Izaak, but he could just as well be looking up at Jos or Jan if you wanted to ask him directions, this Izaak kept looking out over the lake with big eyes.

Was hij een dichter, had hij droevige dingen achter de spreekwoordelijke kiezen of waren lang geleden of nog maar net, naaste of verre verwanten verdronken? Was een geliefde om een of andere reden naar de overkant van het meer getrokken, zou een beminde terugkeren of riep de waterige diepte herinneringen aan vroege kwetsuren wakker?

Erger. Veel erger was het. Dat besefte Izaak elk moment van het uren waterkijken. Izaak wilde over het water lopen. Zo eenvoudig als het hier staat, zo vreselijk ingewikkeld zou een analyse van dat verlangen blijken terwijl de voorwaarde een overschot aan geloof in alle simpelheid uit de mond van Gods zoon, Jezus, iedereen neerknuppelde die met schouderophalen, hoofdschudden of intens verlangen zo’n verlangen onder ogen zag.

Was he a poet, did he have sad things behind him or had close or distant relatives drowned long ago or just recently? Had a loved one gone to the other side of the lake for some reason, would a loved one return or did the watery depths awaken memories of early hurts?

It was worse. Much worse.  Izaak realised this every moment of the hours of water watching. Izaak wanted to walk on the water. As simple as it is written here, an analysis of that longing would turn out to be terribly complicated, while the condition a surplus of faith in all simplicity from the mouth of God's son, Jesus, would bludgeon anyone who faced such a longing with a shrug of the shoulders, a shake of the head or intense longing.  
Schets Rembrandt 1638

Mattheüs vertelt het erg levendig:
‘Hierna zei Hij tegen zijn leerlingen dat zij met de boot moesten overvaren naar de andere kant van het meer. Hij zou komen wanneer Hij de mensen zou hebben weggestuurd. Toen iedereen weg was, ging Hij alleen de berg op om te bidden. Het werd donker en de leerlingen waren al ver op het meer. Zij kwamen niet erg vooruit door de harde tegenwind en de hoge golven. Tegen het eind van de nacht liep Jezus over het water naar hen toe. Zij schreeuwden van angst en dachten dat het een spook was. Hij stelde hen gerust. ‘Wees maar niet bang, Ik ben het.’ Petrus riep: ‘Heer, als U het werkelijk bent, zeg dan dat ik over het water naar U toe moet komen!’ ‘Kom maar!’ riep Jezus. Petrus stapte uit de boot en liep over het water naar Jezus toe. Maar hij besefte ineens dat er een heel harde wind stond. De schrik sloeg hem om het hart en hij begon te zinken. ‘Heer, help mij!’ schreeuwde hij. Jezus stak hem zijn hand toe en trok hem uit het water. ‘Och, twijfelaar,’ zei Hij, ‘waarom heb je zo weinig vertrouwen in Mij?’ Zodra zij in de boot stapten, ging de wind liggen. ‘

Matthew tells it very vividly:
After this He told His disciples to take the boat and sail to the other side of the lake. He would come when He had sent the people away. When everyone had gone, He went up the mountain alone to pray. It was getting dark and the disciples were already far away on the lake. They were not making much progress because of the strong headwind and the high waves. Towards the end of the night Jesus walked across the water to them. They cried out in fear and thought it was a ghost. He reassured them. Don't be afraid, it is I.' Peter cried out: 'Lord, if it is really you, tell me to come to you across the water!  Come!" cried Jesus.  Peter got out of the boat and walked across the water to Jesus. But he suddenly realised that there was a very strong wind. He was frightened and started to sink. Lord, help me!" he cried. Jesus held out his hand and pulled him out of the water. Oh, doubter,' He said, 'why do you have so little faith in Me? As soon as they got into the boat, the wind died down. '
Rembrandt Christ in the Storm on the lake of Galilee

Als kind had hij die tekst vaak gelezen en gehoord. Zijn aangeboren zin voor drama wrikte het verhaal dadelijk uit zijn versimpelde verklaring. Het ging hem niet om dat mysterie waarin het woord ‘geloven’ vaak de menselijke kleinheid buitensloot, maar om de reactie van Petrus die niet bang is van het ‘spook’ dat ze denken te zien, en met de overgave van een kind hem tegemoet snelt, wegzinkt (met de hevige wind als excuus) en, aan boord gehesen, toch nog ‘twijfelaar’ wordt genoemd terwijl de bangeriken zich gewonnen geven door hem ‘de zoon van God’ te noemen, zinnetje dat uiteraard veel later aan dat verhaal is gehangen.

Wilde hij het voor zichzelf duidelijk maken dan bleek een tekort aan geloof niet onoverkomelijk, maar het te veel aan angst terwijl Hij toch ‘kom maar’ had gezegd begrijpelijker. Wie over het water kijkt weet wat angst is. Je zou aannemen dat Hij die angst heel gewoon zou vinden. Is een mens moeilijk met de luchten te verzoenen, het water -ook al was dat zijn uiteindelijke plaats van herkomst- maakt voor de ongeoefende het gemis van adem voorvoelbaar. En met You take my breath away is iets heel anders bezongen, alhoewel…

Philipp Otto Runge— Klik hier om te vergroten
As a child, he had often read and heard this text.  His innate sense of drama immediately wrenched the story out of its simplified explanation.  It was not about that mystery in which the word 'believe' often excluded human smallness, but about the reaction of Peter who is not afraid of the 'ghost' they think they see, and with the abandon of a child rushes towards him, sinks away (using the strong wind as an excuse) and, hoisted on board, is still called 'doubter' while the frightened ones concede by calling him 'the son of God', a phrase that of course was attached to the story much later.  

If he wanted to make it clear to himself, then a lack of faith was not insurmountable, but too much fear when he had said 'come' was more understandable. Those who look across the water know what fear is. One would assume that He would find this fear quite normal.  If a human being is difficult to reconcile with the sky, the water - even if it was his ultimate place of origin - makes the lack of breath palpable for the inexperienced. And with You take my breath away, something else is sung, although...
1768-70 G.B. Tiepolo

Izaaks verlangen om in de stilte van de nacht over het water te lopen lag dus niet in de prestatie net zoals een vader zijn kind toeroept met ‘kom maar’ en van hem of haar noch vleugels of vinnen verwacht, gewoon het geloof dat het wordt opgevangen en het eventueel eerst in de lucht wordt getild en dan in vaders armen weet dat het is thuisgekomen.
Het lopen over het water, niet als bewijs dat er een vader is maar als uiteindelijke overgave na een lange reis waarin de gestalte van degene die hem opwacht inderdaad net zo goed een moeder, of een versmolten beeld van beiden zou kunnen zijn. Of…

De donkerte versmolt het meer met de luchten. In die eenheid besefte hij voor de eerste keer dat ‘kom maar’ ook het loslaten van dat oude beeld kon zijn. De keerkring verbreken. Het geloof aan een overkant smelten tot een besef van het begrip ‘oplossen’ en dat zelfs in beide betekenissen van het woord: een oplossing bieden en als deel daarvan het bewijs. Het loslaten van die oude ik in een steeds veranderend wij, sterrenluchten inbegrepen, om ook het kleinste insect of de verdampende druppel niet te vergeten. Ook dat beeld beantwoordde aan het ‘kom maar’ uit het bekende verhaal.

Zou zijn wens om over het water te lopen eerder de angst dan wel de afstand kunnen oplossen? De afstand tussen het voor iedereen klinkende ‘kom maar’ (en bij leven en bij het levenseinde) en de voorstelling dat je een ‘wonder’ zou nodig hebben om bij hem-haar-het te geraken, de ‘aankomst’ dus. In het verhaal vroeg hij gewoon om te komen, en de verteller heeft hem met een wonder een handje willen helpen, tenslotte werd hij de Zoon van God genoemd.

Zijn menselijke reactie, ‘Peter, je bent een twijfelaartje, kun je ook met een zekere goedmoedigheid tegemoet komen, Petrus heeft tenslotte zelf de eerste stap gezet.
De angst om in de diepte van het water weg te zakken is een duidelijk beeld van het onoverkomelijke sterven, ons allen toebedeeld. En Izaak besefte dat hij zich lichter kon maken door ‘los te laten’, door beetje bij beetje niet alleen in te leveren, maar wellicht was ‘onnodig vinden’ een betere uitdrukking. Oplossen. Niet verloren gaan, maar in allerlei andere vormen aan het levende deelnemen.

Foto door Pok Rie
Izaak's desire to walk across the water in the stillness of the night was therefore not an achievement, just as a father calls out to his child with 'come' and does not expect either wings or fins from him, but simply the belief that he will be received and possibly lifted up into the air and then know in his father's arms that he has come home. 
Walking across the water, not as proof that there is a father, but as final surrender after a long journey in which the figure of the one who awaits him could indeed just as well be a mother, or a fused image of both. Or...

The darkness merged the lake with the sky. In that unity he realised for the first time that 'come' could also be the letting go of that old image.  Breaking the watershed. Melting the belief in the other side into a realisation of the concept of 'dissolving' and that even in both senses of the word: offering a solution and as part of that the proof. Letting go of the old I in an ever-changing we, including starry skies, not to mention the smallest insect or the evaporating drop.  That image, too, corresponded to the 'come' from the well-known story.
Could his wish to walk on the water resolve the fear rather than the distance?  The distance between the 'just come' that sounds familiar to everyone (and in life and at the end of life) and the idea that you would need a 'miracle' to get to him-her-it, the 'arrival' in other words.  In the story, he just asked to come, and the narrator wanted to give him a hand with a miracle, after all he was called the Son of God.

His human reaction, "Peter, you are a doubter," can also be met with a certain kindness; after all, Peter himself took the first step.
The fear of sinking into the depths of the water is a clear image of the insurmountable death that awaits us all.  And Isaac realised that he could make himself lighter by 'letting go', by not only giving in little by little but perhaps 'finding unnecessary' was a better expression.  Dissolving. Not getting lost, but participating in the living in all kinds of other forms.
Foto door Quang Nguyen Vinh

‘Weet je Opi,’ zei zijn kleindochter, ‘dat je naam ‘hij moge lachen’ betekent als je hem als de Hebreeuwse naam Izaäk spelt?’
‘Wil je dan vanaf dit moment mij Izaäk noemen?’
‘Je mag hem ook als Izaak spellen, dus…’
‘Zou een mens over het water kunnen lopen, Haas?’
‘Ja. Maar je moet het stevig aanlengen met maïzena en vooral niet blijven stilstaan, anders zak je weg.’

''Do you know Opi,' said his granddaughter, 'that your name means 'he may laugh' if you spell it as the Hebrew name Izaäk?  
'Then will you call me Izaäk from this moment on?'
'You may also spell it as Isaac, so...'
'Could a human being walk on water, Hazel?'
'Yes. But you have to dilute it with cornstarch and don't stand still, or you will sink.
werk van Cynthia Tedy

En als aanvulling het bijbelse verhaal van de broodvermenigvuldiging en het lopen op het water door twee “vissers”. De veelkantigheid van het verhaal wordt alle eer bewezen.

And in addition, the biblical story of the multiplication of bread and the walking on the water by two "fishermen".  The versatility of the story is given full credit.

Tussen schaduwen en reflecties: Hans Emmenegger (1866-1940)

Waldinneres 1933

Deze lichtgulp in het donkere woud bracht mij onmiddellijk naar mijn kindertijd. Niet alleen naar de verhalen en sprookjes die zich op deze plaats thuisvoelden, maar ook de locatie zelf: de bossen van Corsendonck, Sint-Pieters Lille, de omgeving van het landhuis in de Ardennen: hun geborgenheid, maar ook de ‘tover’, hun geheimen, de schuilplaats van ‘de Krengels’ (een samenbrengen van engelen en krengen) in de verhalen voor het intussen mooi uitgegroeide kleinkind. Licht en schaduw. Diepte. Het zichtbare en het onzichtbare. Geplooid over de negentiende en twintigste eeuw, werk van de Zwitserse schilder Hans Emmenegger. (1866-1940)

Schneeschmeize 1908-09
19.8.1866 Küssnacht (SZ), 21.9.1940 Luzern, kath., von Flühli und Emmen. Sohn des Johann, Glasfabrikanten, und der Maria geb. Zimmermann. Ledig. 1883-84 Kunstgewerbeschule Luzern, Académie Julian in Paris, dann in den Ateliers von Gustave Boulanger, Jules Lefèbre und Jean-Léon Gérome. Im Winter 1885-86 Stud. in München, Freundschaft mit Max Buri. Ab 1893 Wohnsitz in Herdschwand bei Emmen, zahlreiche Reisen. Ende der 1890er Jahre wurde Arnold Böcklin sein Vorbild. E. malte verlassene, unspektakuläre Gegenden, thematisierte Einsamkeit und Melancholie. 1914-15 zerstörte er viele seiner Bilder. Ab 1915 befasste er sich v.a. mit Bewegungsabläufen, die er in sog. kinetischen Bildern darstellte. E. war ein angesehener Kunst- und Briefmarkensammler. Er trieb Sport und pflegte Kontakte zur Künstlerkolonie auf dem Monte Verità. Ferner war er Mitbegründer der Freien Vereinigung Gleichgesinnter (1901) sowie des Schweiz. Friedensvereins (Sektion Luzern). Zahlreiche Künstlerfreundschaften, u.a. mit Cuno Amiet und Giovanni Giacometti.

In ‘La Fondation de l’Hermitage in Lausanne loopt tot einde oktober een tentoonstelling met een prachtige verzameling van zijn werken. Maar ook in een tentoonstelling in het Orsay-museum in Parijs zijn er vier werken van hem opgenomen die mee onder de noemer ‘Modernités suisses’ schuilen.

"Emmenegger épure les formes. Ses paysages sont très synthétiques, il utilise l'ombre pour faire entrer dans la composition des éléments qui s'avèrent être hors champ, des arbres par exemple. Au final, ses compositions sont "quasiment abstraites".
Sonnenschein im Walde 1906

Wil je hem begrijpen dan moet je zeker even kijken bij het werk van een tijdgenoot die hij bewonderde, ja zelfs verafgoodde: Arnold Böcklin. Een keuze:

L’ île des morts Arnold Böcklin klik op ondertitel om te vergroten Klik daar nog enkele terug voor andere voorbeelden

Je zit meteen bij de kern van kunst-expressie die vanuit het einde negentiende zich over de twintigste eeuw plooide en door hun verkenningen voorlopers waren van de moderniteit die zich zou uitdrukken in werken van: Chirico, Max Ernst, Valloton. Zwemmen in troebel water, schrijft een Franse criticus.

Mais pendant ce temps, en dépits des crises et des doutes freinant sa production, Hans Emmenegger peint. Après avoir intériorisé les avant-gardes découvertes à Paris, il se place sous l’aile d’Arnold Böcklin. Mort en 1901, le Bâlois possède alors une aura de soleil noir. Son symbolisme lourd, teinté d’un humour encore plus dérangeant, ne l’a pas empêché d’acquérir une gloire européenne. L’Alémanique se situe selon certains parmi les derniers garants de la tradition. Pour les autres, il prépare l’avenir. Chirico et Max Ernst vont effectivement beaucoup puiser chez lui. Emmenegger fait au début de même, avant de regarder les «étrangetés» de Félix Vallonton, son aîné d’un an. On pourrait ainsi déclarer qu’il est le fils de ce couple improbable de deux peintres très divers en apparence. Je dis bien «en apparence». Avec Böcklin et Vallotton, et maintenant Emmenegger, nous nageons toujours en eaux troubles.

Hij is een eenling. Hij sport graag, verzamelt kostbare postzegels, erft een landgoed dat hij echter uitdeelt of waarmee hij betalingen doet en tegen geen prijs in delen verkoopt of wegschenkt zodat hij zelf in een huis woont dat niet eens zijn eigendom is terwijl hij van zijn eigen werk niets aan de man-vrouw brengt.

Solitude 1902/04
De grote zaal op de benedenverdieping van de Hermitage biedt dus een prachtige groep landschappen, vooral Italiaanse, die zeer zuiver en gestileerd zijn. Het geeft een gevoel van melancholie en eenzaamheid, dat het gevoel van de kunstenaar, een grote eenling, weerspiegelt. Maar er is ook iets vreemds en schrijnends: de Toscaanse villa heeft gesloten luiken, er is geen menselijke aanwezigheid, de cipressen die Böcklin dierbaar waren, doen denken aan de omgeving van een graftombe. (Pierre Jeanneret)
Das haus Herdschwand 1909
Haus in der Toskana (1903)
Gedurende een korte periode aan het eind van de 19e eeuw schilderde Emmenegger motieven die werden ingegeven door de paleontologie, een onderwerp dat hem na aan het hart lag en dat in wetenschappelijk opzicht grote vooruitgang boekte. In "Période jurassique" (1895) schuwde hij het afbeelden van dinosaurussen niet. Hij werd ook geïnspireerd door het Germaanse verhaal van de Nibelungen en door Wagner, die hij bewonderde, om het moment vóór de moord op Siegfried te schilderen. Na 1903 keerde hij terug naar Midden-Zwitserland en bracht de tweede helft van zijn leven door in zijn dorp Emmen. Hoewel hij een kluizenaar was, nam hij toch actief deel aan het culturele leven van Luzern. Hij wijdde zich volledig aan de Zwitserse landschappen en vernieuwde dit artistieke genre. In een zeer belangrijk schilderij, "Hochwacht", schildert hij niet vanaf de top van de heuvel, die hem in staat zou stellen een grandioos alpenlandschap te aanschouwen in de trant van Hodler, maar van onder de heuvel, bekroond door een enkele bladerloze boom. Hij dramatiseert ook de natuur met bijna fantastisch schaduwspel.(ibidem)
Hochwacht 1904
Op de eerste verdieping van de villa kan men een reeks prachtige schilderijen bewonderen met als thema smeltende sneeuw.(zie tweede schilderij bovenaan dit blog) Het werk van Emmenegger doet denken aan het divisionisme van Segantini en Giovanni Giacometti, maar op een minder realistische manier. De schaduwen nodigen ook uit tot reflectie over het verstrijken van de tijd (in beide betekenissen van het woord). De kunstenaar begeleidde zijn hele oeuvre met meteorologische notities. Hij was ook zeer geïnteresseerd in fotografie. Dit komt tot uiting in twee kleine schilderijen op de tweede verdieping, waar het uitzicht van boven op huizen in Luzern werkelijk fotografisch is.
Haus von oben gesehen II 1918
Blick auf Sternenplatz um 1917

Maar ook de eenvoudige voorwerpen en bloemen kregen zijn aandacht: de aandacht voor een gebundelde kleur, sinaasappelen, een vaas, een zeldzaam naakt. De zuivere vormen doen denken aan een schilderij van Morandi.

Weiblicher akt 1907

Hij wil voortdurend ook de beweging onderzoeken, een poging die dicht bij de Futuristen ligt. Terwijl zij vooral geïntresseerd waren in de machine, de industrie, de auto en de snelheid, wilde Hans Emmenegger beweging in de natuur laten zien. Kijk naar de prachtige reflecties in water.

Reflektion im Wasser 1908/09

Ook zijn vermogen om in landschappen ‘syntheses’ te maken is opmerkelijk. Kijk dus niet alleen naar de standpunten die hij inneemt maar ook naar de combinatie van kleuren en bewegingen.

Einsames Ufer 1902

En je ontdekt de fotograaf in het prachtige zicht op de weides terwijl de schilder zelf vanuit de hoogte, afgeschermd door de boomtakken, de diepte uitrolt.

Sonnige Weide 1904

De omgekeerde beweging, wanneer je vanuit de diepte naar de sprookjesachtige toren op de rots kijkt, gesteund door de rozig gebolde wolken, met de zee in de diepte.

Felsenburg 1900

Ook zonder sprookjesburcht is de massiviteit van rotsen bijna een abstractie van het niet inneembare.

En hier heb je de synthese. Vanuit het eindeloze water nog de trapjes op, door het verlaten en vervallen huis, en stel je voor dat je van daaruit de lang gerekte wolken kunt invliegen. Stel je voor!

Einsames Ufer 1902

En we vertrekken waar we begonnen zijn, bij de kindertijd. Het zondagse hemdje uit, de warme lucht over je huid. En geloven in de betovering die je in de landschappen rondom jou terugvindt. Het is zomer. Volg het paadje, het woud in.

Knabe 1890
Zomertijd eerste versie 1905
Emmenegger a ainsi créé des sous-bois aux ciels bouchés. Ce sont des forêts de troncs épais, comme dans les décors réalisés en 1923 pour «Les Nibelungen» cinématographiques de Fritz Lang. Il a imaginé des collines, vues en contrebas, où au contraire les cieux dominent. Il a aimé les reflets dans l’eau qui, dépourvus de leur contrepartie réaliste, finissent par rejoindre l’informel. Il a imaginé des villes la nuit, avec les fenêtres qui s’allument sans révéler pour autant les drames se cachant derrière. Le peintre a enfin restitué sur la toile des mouvements animaux, un peu comme les futuristes, mais sans leur fébrilité. Sa peinture reste silencieuse, souvent statique, volontairement plate, curieusement dépeuplée. Mais sans austérité pour autant.
Waldbild 1936
Hans Emmeneger rond de dertig

In ieder huis schuilen talloze stillevens

Hoedje met mondmaskertjes
Hier, aan de grote eiken deur, hangt het hoedje in het ganglicht.  Eronder en er naast hangen mooie mondmaskertjes. De dame met het hoedje is dus thuis.De deur is zwaar en ernstig, van het soort dat ze nu niet meer maken. Het hoedje echter is inderdaad nog niet lang geleden ontworpen en uitgevoerd. Een mooie combinatie die zware deur en dat frivole hoedje, duidelijk bedoeld om je in de covid-wereld te begeven.

Het was een mooie wandeling op deze nog maar eens uitgeregende zondagmiddag. Een wandeling door je eigen huis waar je makkelijk een tiental stillevens kon verzamelen. Zondag is een uitgelezen dag om dat mooie begrip stil-leven in je eigen (niet altijd zo stil) leven te ontdekken. Ongewild, zonder enige artistieke bedoeling, de stilte voelen van iets dat voorbij is of nog moet komen. Daartussen vind je het ‘stille’. Ga je ze schikken dan verliezen ze dat toevallige, het ongewilde. Zoals je het mooie avondlicht na de regendag zonder enige reden cadeau krijgt, zo kun je ook het alledaagse bekijken: als een teken van leven dat met stilte is samengevat. Je omgeving is er al lange tijd, maar heb je de -al dan niet toevallige- composities van het alledaagse ook gezien?

Tochtje geschiedenis, toevallig.
Er is, op de overloop, het herderinnetje, tussen schaapjes geprangd en daaronder, in de bibliotheek, de toevallige combinatie van enkele delen wereldgescheidenis met een manuel de conversation Française & Russe, uitgegeven door Albin Michel voor de prijs van 1 (Franse) Frank. Indispensable aux Touristes, volgens de maker de heer N. Slotnikoff geschreven in die tijd dat, zie het wapenschild van de dubbelkoppige adelaar, het bedoelde land nog een echte tsaar had. Het eerste zinnetje voor die 'Touristes' is: Nous sommes arrivés, uitgesproken in het Russisch als 'Mi priéhalie' Het doosje met letterkoppen is van de eens supermoderne IBM-elektrische schrijflmachine, schitterend vormgegeven en een kleine revolutie voor de schrijvende bewoners, lang geleden, net voor de computer zijn intrede deed. Bij het lichtje ligt een brillendoosje. Alles samen:  een zwervend bestaan.
Singer als steunpunt voor net vergulde tuinlibelle

De ‘Singer’ staat er omdat een ‘Singer’ uit dat tijdperk een schoonheid is en we nog naar een kandidaat-overnemer zoeken. Op deze antieke machine ligt een metalen staaf waaraan een metalen libelle is gehecht. Een tuincompositie, net opnieuw verguld, ligt dus op de Singer te drogen nu het buiten ‘geen weer’ is, ook niet voor een tuinlibelle die het van ‘evenwicht’ moet hebben. Het houten vogeltje, een koolmeesje, kijkt naar een overbekend Engels gedicht van Emily Dickinson: “Hope” is the thing with feathers-“

"Hope" is the thing with feathers-
That peches in the soul-
And sings the tune without the words-
And never stops - at all -

In de tuin daarachter zijn de gevederden thuis en worden ze gevoed om dit rotweer door te komen in aanloop naar de gevreesde winter.

Marmeren meisje met duif en het ontbijt-afwasje
Het marmeren meisje met de tuin in de rug, vergezeld door de bronzen duif.  Het meisje dient om een heus hoedje te passen, of als steunpunt voor de kaartjes waarmee de kleinkinderen hun tentoonstelling aankondigden. Het is dus een kwestie van bijhouden, herinneren, of althans van pogingen in die richting, terwijl het sober afwasje in het droogrek zijn zondagmorgen achter de rug heeft. Deze dingen kennen de stilte in het huis want de bewoners zijn naar hun werkkamers en zij wachten geduldig in die stilte. Houtduiven en tortels zijn welgekomen gasten in de tuin. Ze hebben al veel vroeger dan de bewoners ontbeten.
Lichtje met make-up-spulletjes

Een klein landschapje is het, in het zachte licht terwijl het buiten nog maar eens hevig regent. Een landschapje waar de bewoners van een handtas zich tussentijds schuilhouden tot ze weer worden ingeladen. Niet meer voor vandaag, denken ze. Inderdaad.

En hieronder diep licht in flessen gevanggen. Net daarvoor, op een glazen bordje, het gedroogde lijfje van een hommel, de door ons zo bewonderde tuin-bewoner die na een drukke tijd het hommel-loodje legde maar op het schaaltje tot de orde van de allerliefste bevruchters is verheven, een kunstwerkje wiens diep gebrom wij blijven horen in ons naar-lente- verlangend hoofd.

Kris kras enkele van de tientallen plekjes die de naam ‘stilleven’ kunnen verdienen, zonder dat ze daarvoor geschikt of samengezet werden. Ze waren er. We hebben hier en daar de foto’s een beetje bijgeknipt maar zonder hun atmosfeer aan te tasten. Het zijn dan ook geen kunstwerkjes maar gewoon aanwezigheden zoals ze in ieder huis zullen te vinden zijn. Het woord ‘banaal’ is hier nooit op zijn plaats want ze hebben een verbinding met de bewoners, en ze zijn er net op dat moment als we ze zoeken. Wij zijn er, zeggen ze. We horen hier thuis. In de stille alledaagsheid.

Wandel rond en bekijk deze dagen je eigen stillevens. Ook de dingen hebben een ziel. De manier waarop wij hen bij elkaar zetten, hun plaats kiezen en/of veranderen toont hen als mede-bewoners. Soms houden ze herinneringen levend, dan weer dat beetje hoop op betere dagen. Sporen zijn het naar het toen en nu, stille herinneringen of getuigen van die alledaagse verlangens.

En net toen de zondag ging ophouden een dag te zijn, kwam de zon. Op de lekkende tuin. In dat zo bijzondere avondlicht van augustus waar de dagen al flink korten. Ik ben naar buiten gelopen, toch nog dat beeld waarin het ook na deze donkere dag weer licht werd wilde ik je niet onthouden. Tuinen bij regen. Licht op de lekkende laurier.

Avondzon op de lekkende laurierbladeren.

Between angst of fine art and the therapy of making: Sue Stone

Self Portrait
Sue Stone is a British artist who is best known for textural, figurative compositions that often feature a fish; a symbol of her heritage. She was born and raised in Great Grimsby, Lincolnshire which was once a thriving fishing port on the east coast of England. 

Sue is an avid collector of images. The accumulated textures, patterns, colours, texts provide an important source of understanding and awareness of the outside world. The unexpected and the often overlooked become her reference library consisting of many thousands of photographs.
Memories of Gren

De innovatieve textielkunstenares Sue Stone is lid van de 62 groep en de Society of Designer Craftsmen. Zij studeerde mode aan de St Martins School of Art en borduurwerk aan het Goldsmiths College in Londen in de jaren zeventig. Zij woont en werkt nu in Noord Oost Lincolnshire.

Ze gebruikt hand- en machineborduurwerk als een middel om kunst te te maken. Haar inspiratie haalt ze uit onderwerpen uit zowel het verleden als het heden, die allemaal in verband staan met haar eigen leven en omgeving. Haar werk bevindt zich tussen de angst van de beeldende kunst en de therapie van het maken en is vaak figuratief en regionalistisch, meestal verhalend en soms met een surrealistisch gevoel voor humor.

Mijn eerste invloeden waren mijn vader, die me mijn werkethiek en de vastberadenheid om te slagen gaf, en mijn moeder, die een kledingswinkel had. Zij leerde mij met haar Singer- naaimachine werken toen ik ongeveer 6 jaar oud was en vanaf heel jonge leeftijd wilde ik alleen nog maar kleding ontwerpen en maken, eerst voor mijn poppen en daarna voor mezelf.

Mijn moeder was onwankelbaar in haar steun toen ik aan de kunstacademie wilde gaan studeren in een periode waarin 'meisjes van het gymnasium dat soort dingen niet echt deden'.

Mijn vader was in de jaren vijftig en zestig vishandelaar in Grimsby. Mijn inhoud heeft altijd een verband met mijn eigen leven of omgeving. Ik verwijs naar familie en vrienden, de kust van Lincolnshire en omgeving, naar Grimsby's afhankelijkheid van de visindustrie en de trieste teloorgang daarvan en naar de tijd die ik in Londen heb doorgebracht en naar mijn reizen, zowel in binnen- als buitenland.
Ik studeerde Fashion Design aan de St Martins School of Art en vervolgens Textiel/Borduurwerk aan het Goldsmiths College in Londen, waar ik les kreeg van Constance Howard, Christine Risley, en Eirian Short. Alle drie hebben ze sindsdien een invloed op mijn werkpraktijk gehad.

Constance Howard was een kleine charismatische persoon met helder groen haar en de eerste keer dat ik haar ontmoette stelde ze zich voor als Mrs Parker. Ik had geen idee wie ze was op dat moment of van haar belang bij het vestigen van textiel als kunstvorm in de 20ste eeuw. Ze was gewoon Mrs P, een inspiratie voor al haar studenten die mij mijn levenslange liefde voor borduren hebben gegeven.
A family’s life 1
Mijn gekozen medium is geborduurd textiel. Mijn technieken zijn eenvoudig en rechttoe rechtaan. Ik combineer hand- en vrije machinesteken met appliqué en weven met de naald. Door een klein vocabulaire van eenvoudige steken te gebruiken en de stoffen en draden te variëren, kan het eindresultaat heel verschillend zijn.

Mijn werk leeft in het ongewisse ergens tussen de angst van de beeldende kunst en de therapie van het maken, waarbij de inhoud voorrang krijgt op de techniek.
Boxing Day with Grand Dad

Het meeste van mijn werk ontwikkelt zich tijdens een lange, trage periode, waarbij het maanden of zelfs jaren kan duren voor grote stukken tot stand komen. Veel denken, dan beelden verzamelen, soms tekeningen maken, voordat het uiteindelijke werk op een computerscherm tot leven komt. Ik gebruik de computer als een hulpmiddel om zowel te experimenteren als tijd te besparen bij het compositieproces. Als de compositie eenmaal vaststaat, reduceer ik alles tot een eenvoudige lijntekening in Adobe Photoshop.
Daarna print ik alles uit in A4 tegels met behulp van Adobe Illustrator.

Dan komt het spannende gedeelte, het beginnen met stikken. Het grootste deel van mijn tekening wordt direct in stitch gedaan met vrije bewerking en het inwerken met hand stitch waarbij het beeld instinctief wordt opgebouwd totdat het compleet is. Ik heb een routine van werken op mijn naaimachine gedurende de dag met Radio 4 of muziek op de achtergrond en hand borduren ’s nachts met de TV als gezelschap. Ik zou graag zeggen dat ik in een grote, lichte, luchtige studio werk, maar de realiteit is dat ik op dit moment in een kleine, vrije slaapkamer werk en ’s avonds vanaf de bank in mijn woonkamer, maar hopelijk heb ik zeer binnenkort een studio.

Family Life 2019
Most of my work evolves during a long, slow period with major pieces taking months or even years to come to fruition. A lot of thinking, then gathering images, sometimes making drawings, before the final piece starts life on a computer screen. I use the computer as a tool to both experiment with, and save time with the composition process. Once the composition is decided I reduce everything to a simple line drawing in Adobe Photoshop.
I then print out everything in A4 tiles using Adobe Illustrator.

Then comes the exciting part, starting the stitching. Most of my drawing is done directly in stitch with free machining and the worked into with hand stitch building the image instinctively until it is complete. I have a routine of working on my sewing machine during the day with Radio 4 or music in the background and hand stitching at night with the TV for company. I’d like to say I work in a large, light, airy studio but the reality is that I work in a small, spare bedroom at present and from the sofa in my living room at night but hopefully I will have a studio very soon.

I am currently exploring displacement, a sense of belonging/not belonging, using old family photographs of days out juxtaposed into a modern day environs featuring work by street artists in the East End of London. I enjoy the ‘out of place’, the unexpected, the bizarre and I am an avid photographer who makes a constant visual record as an ‘aide-mémoire’ both at home and on my travels.

The visual artists I admire are diverse, from textile artists, Audrey Walker, who is a master of hand stitch, Alice Kettle, whose work so dynamic and expressive, and Tilleke Schwarz whose work never fails to raise a smile, to mixed media artists, Jae Maries, who started as a painter which shows in her sublime use of colour and the sensitivity of her mark making, and Michael Raedecker, a Dutch artist, now living in London who also combines stitch with paint but often on a large scale over several canvases. I also admire Gaudi architecture, the complex symbolism of painter Frida Kahlo, the wit of René Magritte and the surrealism of Salvador Dalí.

A lot can happen in 50 years

I am currently exploring displacement, a sense of belonging/not belonging, using old family photographs of days out juxtaposed into a modern day environs featuring work by street artists in the East End of London. I enjoy the ‘out of place’, the unexpected, the bizarre and I am an avid photographer who makes a constant visual record as an ‘aide-mémoire’ both at home and on my travels.

The visual artists I admire are diverse, from textile artists, Audrey Walker, who is a master of hand stitch, Alice Kettle, whose work so dynamic and expressive, and Tilleke Schwarz whose work never fails to raise a smile, to mixed media artists, Jae Maries, who started as a painter which shows in her sublime use of colour and the sensitivity of her mark making, and Michael Raedecker, a Dutch artist, now living in London who also combines stitch with paint but often on a large scale over several canvases. I also admire Gaudi architecture, the complex symbolism of painter Frida Kahlo, the wit of René Magritte and the surrealism of Salvador Dalí.

When I first returned to stitching in 2002 my work was purely decorative and mainly abstract but since around 2007 I have seen it become more figurative, more humourous and certainly more surreal.

I feel a move towards a more political stance is evolving, certainly in my thought processes, during which I hope to keep my sense of humour whilst pursuing more serious topics.

Bezoek haar websites:

De stilte in de kleuterklas van net na de tweede wereldoorlog als 56 jochies (meer dan de helft jongetjes) met naald en draad hun eerste tekeningen op de voorgetekende lijntjes maakten, doorprikte kartonnen kaarten die we na de laatste schooldag mee naar huis mochten nemen, samen met de eerste geschreven zinnetjes. Je begreep al heel vlug dat er letters waren maar dat je ook je eigen letters kon verzinnen, dat je met het weefwerk net zo goed kon tekenen als met een griffel. Kleuren samenbrengen van stofrestjes waarmee je toneelkleren ging ontwerpen, kijken hoe het stiksel van de Singer-machine niet alleen je kleren oplapte maar ook de eerste letters van je naam en voornaam erin borduurde als je op kamp ging. De avonden voor de feesten als er tot in de late avond geknipt en gestikt werd, gepast en gezucht, maar, o wonder, de volgende morgen alle spullen als gegoten pasten. Het geheimschrift van textiel, de geuren van de verschillende stoffen, inderdaad waarom zou dit alles net als olieverf of klei geen scheppend materiaal kunnen zijn waarmee je kon tekenen en componeren? Sue Stone heeft die oorspronkelijkheid begrepen en nog steeds blijft ze dit zachte medium wonderlijk hanteren. Het was een plezier je te mogen rondleiden in deze betovering.

Met het einde van de kleuterklas eindigde ook onze ‘gemengde opvoeding’. Bij de broeders leerden we in het eerste leerjaar tijdens de gymles het liedje zingen:

Groot soldaatje, klein soldaatje,
moet nu flink marsjeren.'

En dat was tijdens het schooljaar 1950-1951, met de Koreaanse oorlog nog in de lucht.
Portrait of a Lincolnshire Lad 2015

‘Je nest terugvinden’, een vrij vroeg kerstverhaal

Sam Bloom met ekster ‘Pinguin’ op schouder Foto: Cameron Bloom

Het wil allemaal wel even, maar het zet zich niet door. ‘Het’ is in dit geval ‘het weer’, of ook ‘de algemene toestand’, kortom: de malaise van een verloren seizoen, of zelfs, volgens pessimisten, verloren jaren. Tijd dus voor een echt gebeurd verhaal dat mij alvast opbeurde temidden de chaos van mondmaskers, cancel-culture, kreten en gefluister om Bergman te citeren, letterlijk en figuurlijk uit het nest vallen, en met de hulp van een gevederde (je voelt de engel aan komen zweven?) pijnen en donkere luchten alvast enigszins te verlichten. De kracht van het opgetild worden, al dan niet op eigen kracht zoals al bleek uit de vitale afbeelding van Karel Appel: People, Birds and Sun en dat deed hij in 1954 maar gloeit in 2021 nog makkelijk tot ver achter onze ogen verder. Een mooie combinatie.

People, Birds and Sun 1954 Karel Appel

Wat voorafging:

Samantha Bloom is een Australische vrouw die als verpleegster werkte en door Afrika reisde. Later werd ze verliefd op Cameron Bloom, fotograaf, en kreeg ze drie zonen met hem - Rueben, Noah en Oliver - ze vestigden zich in de Northern Beaches van Sydney.

Cameron Bloom, zijn vrouw Sam en hun drie jongens waren een normaal, gelukkig gezin - tot een bijna fatale val, tijdens een gezinsvakantie in Thailand, Sam verlamd en in een diepe depressie achterliet. "Ik hoorde een afschuwelijke klap van gebroken klokken, een gewelddadig gerinkel van metaal op steen." Sam leunde tegen een veiligheidshek - parallelle rijen stalen palen vastgebout aan betonnen pilaren-... Het hek stortte onder haar in... en ze verdween in de diepte. Sam lag 20 meter dieper op de tegels. Ze lag volkomen stil." Sam had een dwarslaesie opgelopen en was nu paraplegisch. 

Het zou zeven maanden duren voordat Sam naar Australië kon terugkeren, en Cameron moest gespannen wachten in het Thaise ziekenhuis terwijl Sam herstelde. Toen het gezin terugkeerde naar Sydney, raakte Sam, die toen 45 jaar oud was, in een depressie.
Sam Bloom with her husband Cameron and their three boys: Oli, Noah, and Reuben. Photo: Cameron Bloom Facebook

Sam’s schedel was op verschillende plaatsen gebroken, en ze had een hersenbloeding. Beide longen waren gescheurd en één was volledig ingeklapt doordat haar borstholte zich met bloed vulde. Er was geen orgaan in haar lichaam dat niet gehavend was, en haar ruggengraat was verbrijzeld bij T6 en T7, net onder haar schouderbladen. De dokters vertelden haar dat ze nooit meer zou kunnen lopen. Maar hoe ernstig haar lichamelijke verwondingen ook waren, de emotionele schade was veel erger. Sam voelde dat ze gewoon niet verder kon.

Drie maanden na haar thuiskomst vond haar zoon Noah, toen elf jaar, een gewonde baby-ekster die de naam ‘Pinguin’ kreeg. Het vogeltje was uit het nest gevallen en meer dan 60 voet, bijna twintig meter, op een geasfalteerde parkeerplaats terecht gekomen, waar het zou gestorven zijn als de familie Bloom het niet mee naar huis had genomen.

foto: Cameron Bloom

Cameron: De baby ekster had zelf al genoeg problemen. Ze was uit haar nest gevallen, zo’n 20 meter hoog uit een hoge Norfolk-dennenboom op een geasfalteerde parkeerplaats, en had onmiddellijk verzorging nodig, anders zou ze binnen enkele uren gestorven zijn. Onze familie had genoeg tragedie meegemaakt voor een mensenleven en we wilden niet werkeloos toezien. Dus we pakten haar in en namen haar mee naar huis.

Omdat we geen opvangcentrum konden vinden dat een gewonde wilde babyvogel wilde opvangen, besloten Sam en ik dat ons gezin voor dit slappe pluisbeertje zou zorgen totdat ze volledig genezen was en sterk genoeg was om voor zichzelf te zorgen. Als dat niet lukte, zouden we haar in de achtertuin te ruste leggen. Hoe dan ook, ze zou bij ons blijven. De jongens noemden haar onmiddellijk Pinguïn, naar haar zwart-witte verenkleed, en dat was dat. Onze drie zonen hadden er plots een zusje bij. Miss Penguin Bloom!

foto: Cameron Bloom

Na deskundig advies van de dierenarts te hebben ingewonnen, konden we het uitgedroogde, hongerige en uitgeputte vogeltje (dat nog steeds in een shocktoestand verkeerde) al snel aan het eten, drinken en comfortabel rusten krijgen. Dit was een echte overwinning, maar haar herstel bleef onzeker. Hoewel haar beschadigde vleugel niet ernstig gebroken bleek te zijn, was ze ernstig verzwakt en vatbaar voor ziekte. Er waren vele dagen dat Pinguin haar eten weigerde en zo lusteloos leek dat we dachten haar te verliezen. Sommige avonden, toen we haar in bed stopten, vroegen we ons af of ze de nacht wel zou overleven.

foto: Cameron Bloom

foto: Cameron Bloom

Het is niet gemakkelijk om voor een ziek of gewond wild dier te zorgen, en dit geldt vooral voor een babyvogel – zoals we al snel ontdekten. Onze kleine meid was nogal een handvol. De zorg voor Pinguin, vooral tijdens de eerste weken, was een enorme inspanning – vooral omdat ze om de twee uur gevoed moest worden. Gedurende deze tijd kreeg Pinguin een band met elk lid van het gezin, maar haar relatie met Sam was speciaal.

foto: Cameron Bloom
foto: Cameron Bloom

We hadden geen kooi en we waren ook niet van plan er een te kopen. Pinguin was een wilde vogel en we wilden niet dat ze anders zou opgroeien. We maakten een eenvoudig nest van een oude rieten wasmand en bekleedden die met zachte katoenen stof om haar warm te houden. Toen Pinguin meer zelfvertrouwen kreeg, ging ze ’s nachts op de vensterbank zitten bij een open raam – hoewel er ook veel momenten waren dat ze door de gang sloop tot ze een open slaapkamerdeur vond en in bed sprong om te knuffelen. Het was duidelijk dat ze voelde dat de plek van haar was.

foto: Cameron Bloom
foto: Cameron Bloom
Sommige tieners zijn dolblij als ze hun eerste flat krijgen - maar Pinguin was helemaal niet onder de indruk toen we haar in de frangipaniboom in onze achtertuin plaatsten. Ze probeerde steeds het huis weer binnen te sluipen, vaak met veel succes, maar ze leerde al vlug hoe ze haar eigen voedsel moest zoeken en floreerde snel. Toch hielden we onze kleine meid goed in de gaten. Haar verwondingen en ziekte hadden haar lichamelijke ontwikkeling vertraagd en zolang ze niet goed kon vliegen, zou ze nooit volledig onafhankelijk zijn.

Terwijl dit alles gaande was, vocht Sam haar eigen strijd om weer te kunnen bewegen en haar gevoel van eigenwaarde terug te krijgen, na haar vreselijke ongeluk. Haar overweldigende gevoel van verlies maakte het moeilijk voor haar om de wereld onder ogen te zien. Ze vermeed zelfs oude vrienden van wie ze veel hield, omdat het onmogelijk was haar verdriet, frustratie en woede over wat er met haar gebeurd was te verwoorden zonder in elkaar te storten.

foto: Cameron Bloom

Hoe graag we Pinguin ook in huis hadden (ondanks haar kenmerkende poepresten op elke stoel, gordijn, deken, kussen en tafelblad), het werd al snel duidelijk dat we haar moesten helpen een onafhankelijke jonge vrouw te worden. Voor Pinguin’s eigen bestwil moest ze veel meer tijd buitenshuis doorbrengen. Haar gezondheid en welzijn op lange termijn hangen af van haar vermogen om voor zichzelf te zorgen in haar natuurlijke omgeving, en het spelen van videospelletjes, het lezen van boeken en het kijken naar films met haar broers kon nauwelijks als een adequate voorbereiding op deze belangrijke overgang worden beschouwd.

foto: Cameron Bloom

De dag dat Sam vertrok om deel te nemen aan de Wereldkampioenschappen Kajak in Italië, als lid van het Australische para-kano team, vloog Pinguin voorgoed weg. We horen van tijd tot tijd leuke verhalen over haar in de stad, maar ze heeft een vriendje gevonden en een eigen nestje gebouwd en is verder gegaan met haar leven. We zijn het er allemaal over eens dat ze een uitstekende moeder zal zijn en we zijn erg blij voor haar. Natuurlijk missen we haar enorm – maar we wisten dat ze wild van hart was toen we haar vonden. Het was niet aan ons om haar de eindeloze blauwe lucht te geven, het was altijd al haar recht. Waar Pinguin ook heen gaat, ze zal altijd een deel van ons zijn. Wat ons betreft is Pinguin het levende bewijs dat engelen er in alle soorten en maten zijn.

Foto Cameron Bloom

Ja, en er kwam een boek, of zelfs twee, en de gebeurtenissen waren uitstekende stuf voor Netflix om er een speelfilm mee te maken die 2021 zijn première beleefde. De kern dat levende wezens van deze planeet niet in ondergeschikte categoriën kunnen ingedeeld worden, maar in hun specifieke verschijning elkaar even-waardig kunnen bijstaan is een mooie kostbare gedachte. Delen, maar niet stelen. Een samenleven met respect voor ieders eigenheid dat soms toevallig of niet kan gedeeld worden.

Je kunt op de webside van de Blooms zeker via Instagram nog een aantal mooie foto’s van Cameron bekijken die intussen ook filmproducent is:

https://www.instagram.com/penguinthemagpie/

Ik zie dat de Nederlandse versie van het boek intussen is uitgegeven bij Xander uitgevers Haarlem NL. ‘Penguin Bloom, de kleine ekster die ons gezin redde.’ (17,99 euro) Bij Bol vind je ook de originele versie: Penguin Bloom, The odd little burd who saved a family, 11,49 euro. En andere edities.

Het was vorige kerst een mooi geschenk, en dus is dat een leuk besluit voor wie weldra aan deze tedere dagen begint te denken en…er graag naar verlangt. Wees zacht voor elkaar, de tijd is kort.

Fausto Melotti: ‘Kunst is een engelachtige, geometrische denkwijze.’

Nog voor ik de wondere vooroorlogse wereld van de Italiaanse kunstenaar Fausto Melotti (1901–86) ontdekte, kwam ik via een recent artikel in The New York Times uit bij keramiek van zijn hand, medium, waarin hij zich met inbegrip van terra-cotta, vijftien jaar lang beperkte. Dat werkwoord ‘beperken’ is niet toevallig gekozen want voordien had hij zich vooral toegelegd op wat NY-Times zo mooi beschrijft als:

...best known for abstract, lightweight constructions of metal filaments, from which he suspended thinly pounded sheets of brass and gold. (His friend, the writer Italo Calvino, called them “a score of weightless ideograms,” and used them as an inspiration for his novel “Invisible Cities.”)
Contrappunto III 1970

Hij had al eerder, in de late jaren 1920 vazen en vessels gemaakt onder leiding van de hoog geprezen architect Gio Ponti, maar nu, eens zijn Milanese gebombardeerde studio, Via Leopardi, hersteld was, bleek dit medium:

'With their delicate wobbles and impure finishes, many of Melotti’s ceramics seem to be as ancient as they are modern — and indeed postwar Italy witnessed a flowering of decorative arts, including Carlo Scarpa’s glassware and Carlo Mollino’s furniture, that gently historicized and regionalized the rigors of European modernism. The modest confidence of these vases and bowls has a particular appeal if you have been trapped inside lately, scrolling through seemingly interchangeable ceramics influencers.' (NY Times Jason Farago April 23 2021)
Copett Lowres
Copetta c. 1965 Glazed polychrome ceramic 6.4 x 14 cm Barbara Mathes Gallery NY
Fausto Melotti was een zelfverklaard liefhebber van keramiek; hij adoreerde dit buigzame en intrigerende materiaal. In een interview met Harper's Bazaar in 1974 verklaarde hij: "Het is een rommeltje. Het is een amfibisch iets en onder de oppervlakte is er altijd een zekere mate van onzekerheid, omdat je nooit precies kunt weten wat je doet. Er is een chef-directeur die het vuur aan de schenen legt en uiteindelijk de operaties leidt. Hoeveel je ook doet, uiteindelijk zal hij er zijn eigen stempel op drukken en dat zal een artiest altijd ergeren." (Sothebys)

Fausto Melotti was a self-declared lover of ceramics; he adored this ductile and intriguing material. In an interview with Harper's Bazaar in 1974 he declared: "It is a mess. It is an amphibious thing and under the surface there is always a level of uncertainty, because you can never know exactly what you do. There is a Chief Director that is the fire, who stands at your shoulders and ends up directing operations. No matter how much you do, in the end he will add his own mark and this will always annoy an artist." (Sothebys)
Fausto Melotti Vasi 16

Voor we allerlei pogingen tot beschrijving van zijn meer bekende werk gaan wagen, probeer ik het eerst zonder woorden maar met de ook door hem geliefde muziek. Itzhak Perlman met Bach, viool sonata nr 1 in G Minor, BWV 1001, tweede deel: Fuga. Vijf en een half minuutjes wonderlijke muziek. Daarna de woorden.

Een fuga (van het Latijnse fugere, vluchten) is een muziekvorm waarin meerstemmigheid (contrapunt) en gevarieerde herhaling een hoofdrol spelen. Deze vorm ontwikkelde zich in de 18e eeuw uit verschillende soorten contrapuntische composities als de ricercares, capriccio's, canzones, en fantasia's. 

Een fuga heeft meerdere episodes, de eerste wordt ook wel expositie genoemd, omdat daaruit blijkt uit hoeveel stemmen de fuga bestaat. De expositie is voorbij wanneer alle stemmen een keer het thema hebben gespeeld. De episodes worden doorgaans onderbroken door korte divertimenti waarin op het materiaal van de thema's wordt gevarieerd. Elke expositie kenmerkt zich door een specifiek gebruik van bepaalde toonsoorten en themabehandelingen.

Tre tempi 1971

Fausto Melotti wordt beschouwd als de pionier van de geometrische abstractie in Italië. Zijn artistieke reputatie berust op zowel abstracte creaties gebaseerd op geometrische vormen als op figuratieve creaties getekend door poëzie. Deze zijn een meesterlijke weerspiegeling van de twee disciplines die hun stempel hebben gedrukt op zijn creatieve werk: muziek en techniek. Hij liet ook een belangrijk aantal tekeningen, keramiek en de Teatrini serie na aan het nageslacht. Deze vormen samen met de fantasierijke draadsculpturen een compleet en verbazingwekkend coherent oeuvre, dat wordt gekenmerkt door een voortdurende zoektocht naar nieuwe materialen en creatieve mogelijkheden. Net als zijn landgenoot en vriend Lucio Fontana was Fausto Melotti een van de eersten die de essentie van de dingen trachtte weer te geven door ze te bevrijden van alle bijkomende elementen en die in zijn werk het streven naar eenvoud manifesteerde, zowel in de uitdrukking als in de keuze van het materiaal en de techniek. (Galerie Karsten Greve)

Scultura nr 14 1935

De artistieke loopbaan van Fausto Melotti (Rovereto, 1901 – Milaan, 1986) vormt een continu proces van bevraging van zowel vorm als materie. Zijn enorme oeuvre lijkt zeer gediversifieerd, met duidelijke taalkundige en materiële mutaties van het ene decennium op het andere, een symptoom van zijn voortdurende experimenteren dat putte uit verschillende bronnen, vooral muziek. Harmonie, evenwicht en strengheid kenmerken zijn beeldhouwwerken vanaf de jaren 1920, wanneer Melotti, na te zijn afgestudeerd in elektrotechniek aan de Politecnico di Milano, zijn artistieke onderzoek begint. Aanvankelijk stond hij dicht bij de futuristen, maar zijn werk werd gekenmerkt door de ontmoeting met de rationalistische architectuur, in Milaan vertegenwoordigd door Gruppo 7, en met Lucio Fontana, met wie hij een duurzame vriendschap sloot.

Canone variato II 1971
Buona Notte Bambini Goede Nacht, Kinderen.

Van aardewerk en keramiek tot staal, van abstractie tot figuratie, al zijn werk wordt gekenmerkt door de oscillatie “tussen het materiële register en de mentale impuls, tussen herinnering en onderzoek,” zoals Germano Celant opmerkte. De lijn, eerder dan het volume, werd het centrale element in zijn creaties, die bestaan uit geometrische vormen en de relatie tussen leegte en vaste stof, en zo een impliciete gratie en lichtheid suggereren. “Kunst is een engelachtige, geometrische denkwijze. Ze doet een beroep op het intellect, niet op de zintuigen. […] Het is niet de modellering maar de modulatie die telt. […] De grondslagen van de harmonie en het plastisch contrapunt zijn te vinden in de geometrie,” verklaarde de kunstenaar. (Jole de Sanna Artforum)

La vacca lunatica
Rainbow inside home 1978
De zeven wijzen

Of het nu kleine theatertjes zijn, reusachtige beelden, abstracte composities, telkens weer blijft wat je ziet slechts een aanleiding om het idee zoveel mogelijk te bevrijden van de ‘kunst-matige’ elementen. Vormgeving en materiaal zouden geen punt van discussie mogen zijn, wel de direkte verbinding tussen kijker en maker. Of daardoor wel eens de arte povera meer een voorwaarde dan een noodzakelijkheid is, blijft een open vraag. Als ik zijn ‘theatertjes’ zag, had ik zin om een aantal ideeën in die trant uit te werken, om ze inderdaad te bevrijden van ‘…wat de esthetica zou voorschrijven zonder echter de versimpeling zo ver door te drijven dat het resultaat elke mogelijke vorm van overdracht mankeert en daardoor steriel en ook weer als kunst-matig kan overkomen.

De revolutie van de armen
La Sposa di Arlecchino 1979
Le torri della citta invisibile 1976

Dergelijke tegenstrijdige invloeden waren niet uniek voor Melotti, maar zijn kenmerkend voor de hele internationale generatie van het midden van de jaren 1920, die rekening moest houden met de “klassieke” keuzes van Giorgio de Chirico en de Parijse “Rappel à l’ordre” (Oproep tot orde), terwijl ze in een gespannen verstandhouding leefde met het futurisme en beefde van bewondering voor Piet Mondriaan en Theo Van Doesburg. Het resultaat voor Melotti was een kunst die voortdurend elementen uit verschillende artistieke contexten filterde, zeefde en integreerde, de synthese van tegenstrijdige tendensen in een levenslange poging om het totale kunstwerk te creëren. (Jole de Sanna)

L’ Eco (The Echo) 1945 Terracotta
De 'Fondazione Fausto Melotti bezit een 'Catalogue Raisonné' van Melotti's werk.  Je vindt er ook een biografie, nieuws van tentoonstellingen, bibliografie in het Italiaans en het Engels.
Ga naar:
The shadow of the soul 1984
I Filosofi 1945
zonder titel 1953
Verbergen in de schone schijn
-de kans is klein-
Ver ook het venijn
luister
naar de stilte
het uiteindelijk
mogen zijn.
Corale- Het Koor 1980 1981 500cm

Kwetsbare ruimtes: ‘Espèces d’ Espace’

J’aimerais qu’il existe des lieux stables, immobiles, intangibles, intouchés et presque intouchables, immuables, enracinés ; des lieux qui seraient des références, des points de départ, des sources : 

Mon pays natal, le berceau de ma famille, la maison où je serais né, l’arbre que j’aurais vu grandir (que mon père aurait planté le jour de ma naissance), le grenier de mon enfance empli de souvenirs intacts…

De tels lieux n’existent pas, et c’est parce qu’ils n’existent pas que l’espace devient question, cesse d’être évidence, cesse d’être incorporé, cesse d’être approprié. L’espace est un doute : il me faut sans cesse le marquer, le désigner ; il n’est jamais à moi, il ne m’est jamais donné, il faut que j’en fasse la conquête.

Mes espaces sont fragiles : le temps va les user, va les détruire : rien ne ressemblera plus à ce qui était, mes souvenirs me trahiront, l’oubli s’infiltrera dans ma mémoire, je regarderai sans les reconnaître quelques photos jaunies aux bords tout cassés. Il n’y aura plus écrit en lettres de porcelaine blanche collées en arc de cercle sur la glace du petit café de la rue Coquillière : « Ici, on consulte le Bottin » et « Casse-croûte à toute heure ». 

L’espace fond comme le sable coule entre les doigts. Le temps l’emporte et ne m’en laisse que des lambeaux informes : 

Écrire : essayer méticuleusement de retenir quelque chose, de faire survivre quelque chose : arracher quelques bribes précises au vide qui se creuse, laisser, quelque part, un sillon, une trace, une marque ou quelques signes.

Perec, Espèces d’Espace, in « Œuvres I », [1974], Gallimard Pléiade, 2017.

eigen foto

Ik zou willen dat er stabiele, onbeweeglijke, ongrijpbare, onaangeroerde en bijna onaantastbare, onveranderlijke, gewortelde plaatsen zijn; plaatsen die referenties zouden zijn, vertrekpunten, bronnen:

Mijn geboorteland, de bakermat van mijn familie, het huis waar ik geboren ben, de boom die ik zou hebben gezien toen ik opgroeide (en die mijn vader zou hebben geplant op de dag dat ik geboren werd), de zolder van mijn jeugd vol onaangeroerde herinneringen…

Zulke plaatsen bestaan niet, en juist omdat ze niet bestaan wordt ruimte een vraag, is ze niet meer vanzelfsprekend, wordt ze niet meer opgenomen, wordt ze niet meer toegeëigend. De ruimte is een twijfel: ik moet haar voortdurend markeren, haar aanwijzen; zij is nooit van mij, zij is mij nooit gegeven, ik moet haar veroveren.

Mijn ruimtes zijn kwetsbaar: de tijd zal ze slijten, zal ze vernietigen: niets zal lijken op wat was, mijn herinneringen zullen me verraden, vergetelheid zal mijn geheugen binnendringen, ik zal naar een paar vergeelde foto’s met gebroken randen kijken zonder ze te herkennen. Op de spiegel van het kleine café in de rue Coquillière zullen niet langer in witte porseleinen letters in een boog geschreven staan: “Ici, on consulte le Bottin” en “Casse-croûte à toute heure”.

De ruimte smelt als zand tussen de vingers. De tijd neemt haar weg en laat me alleen met vormloze flarden achter:

Schrijven: nauwgezet proberen iets te behouden, iets te laten overleven: een paar precieze snippers afscheuren uit de leegte die wordt uitgegraven, ergens een groef achterlaten, een spoor, een teken of een paar tekens.

Perec, Espèces d’Espace, in « Œuvres I », [1974], Gallimard Pléiade, 2017.

eigen foto

Bij elke lezing verandert het beeld, naargelang de lezer(es) herinneringen visualiseert die naarmate de leeftijd dichter of verder van het herinnerde verwijderd zijn. Hun kwetsbaarheid vind je ook in het persoonlijke karakter van elk beeld, de betrokkenheid bij het beeld, de rol die jij bij dit beeld hebt gespeeld. (of dacht gespeeld te hebben, want herinneringen…) De gewenste stabiliteit of waarheidswaarde zal de werkelijkheid eerder vervalsen, haar waardes toekennen die ze nooit heeft gehad, een bekende vervalsing bij het verheffen van deze herinneringen tot canon. Een natuurlijk verschijnsel ook, het terugduwen van zovele verschillende herinneringen in één en dezelfde bedding. De geschiedenis toonde meermaals wat daar de pijnlijke gevolgen van waren.

Ekaterina Panikanova

Maar het woord vooruitschuiven om wat zo diep in ons verborgen is hoor- en zichtbaar te maken. De onderdelen tot een nieuw beeld oproepen waarin jouw ervaring de beperking maar ook de verpersoonlijking is van dat fragment verleden. Je haalt het uit zijn tijdelijk jasje, de verschijningsvorm is immers erg met een tijdperk verbonden, en je probeert het een plaats te geven in de huidige tijdsruimte waarin bepaalde onderdelen in het licht van nu een totaal andere reflectie kunnen krijgen. Het tijdelijke terug ‘in de tijd’ brengen. Dat is op allerlei vlakken een moeilijke operatie. Naarmate je ouder wordt kan net daardoor een gevoel van vereenzaming optreden:

Het kind dat wij waren

Wij leven ’t heerlijkst in ons vèrst verleden:
de rand van het domein van ons geheugen,
de leugen van de kindertijd, de leugen
van wat wij zouden doen en nimmer deden.

Tijd van tinnen soldaatjes en gebeden,
van moeder’s nachtzoen en parfums in vleugen,
zuiverste bron van weemoed en verheugen,
verwondering en teêrste vriendelijkheden.

Het is het liefst portret aan onze wanden,
dit kind in diepe schoot of wijde handen,
met reeds die donkre blik van vreemd wantrouwen.

’t Eenzame, kleine kind, zelf lang verdwenen,
dat wij zo fel en reedloos soms bewenen,
tussen de dode heren en mevrouwen.

E. du Perron (1899-1940)
uit: Parlando (1930)
Ekaterina Panikanova

Er zijn zeker nog lezers(essen) die de voorwerpen op het prentje hieronder herinneren. Bij de vijftig en meer kinderen uit het laatste kleuterklasje van even na de tweede wereldoorlog waren het kostbare bekertjes waaruit je, na lang oefenen met potlood en griffel-op-de-lei- je de eerste letters, met de pen -in-inkt-gedoopt, op het bijzonder gelijnd papier mocht zetten. Twee lijntjes dicht bij elkaar en daarboven en daaronder een lijn die de grens van de lussen aanduidde. (Herinner je de prachtige doosjes vol kroontjespennen.)

Aapjes aten uit hun poot
en bakkers bakten voor ons brood
maar Charlotte met haar 'chocolaad'
drentelde daarna met een dame op de straat.
En er was de ezel, de fruitvrouw, Gijs met zijn geitje, en zelfs een held met houwer(!) op zij.  Ik vond Isaac met zijn inktpot niet zo goed bezig, en of ik ook een neef had die mij een jasje zou schenken? Of rook ik de koffie die koopman verzond? De landman die leeuweriken vond en de molen die maalt door de wind was voor Nicolaas heel gewoon tot hij een nestje vond. Maar een otter en een papje (? papegaai) en een rover die appelen steelt, om maar te zwijgen van het scheepje waar Steven mee speelt en de trommel die tante mij schonk terwijl het uiltje zit op zijn tronk en V een visser was met vis in zijn schuit, w de wagen en dan die rare x (zeg ken je die wel?) terwijl IJ een ijsbeer introduceerde die wit is van vel en tenslotte Z een zeeman, die zegt u vaarwel.

Een ABC-boek waarin de personages (meestal nog in 19de eeuwse klederdracht want oorspronkelijk uit 1845) mij al vlug intrigeerden. Je kon de bakker en Charlotte samenbrengen, en met het geitje de stoere held-met-zijn-houwer een stevige stoot toedienen, om met de brief van Isaac bij de koopman koffie te bestellen, enz. Om met je eigen verhaal te eindigen: ‘al wie dit leest, is zot, een eerste street-art-creatie op de muur van de nijdige buurman achter te laten, en dat was nog maar een begin.

En met dat schrijven zou het mogelijk zijn…

Schrijven: nauwgezet proberen iets te behouden, iets te laten overleven: een paar precieze snippers afscheuren uit de leegte die wordt uitgegraven, ergens een groef achterlaten, een spoor, een teken of een paar tekens. (Perec)
Plensa
Later, veel later
flink geoefend en honderd- of duizendmaal
opnieuw begonnen,
kon je het kind dat je tenslotte levenslang  meedraagt
onder letters brengen:

-komt thuis van school, 
de aardbeien wachten op de gedekte tafel
en moeder zingt zonder woorden
een melodietje. van de radio.

Het is zomer.
Een miljoen dagen vakantie
voor de boeg
die overmorgen
voorbij blijken te zijn.

Maar dat mooie zingen-zonder-woorden.
De geur van aardbeien.
op de tafel in de veranda.

Je vader met de koffie
neuriet haar liedje mee.

En jij bent zeven.
Tot je zevenenzeventig bent.
Henri Matisse, Harmonie in het rood, 1908